Arrest Uittreksel
gepubliceerd op 21 februari 2011
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Uittreksel uit arrest nr. 159/2010 van 22 december 2010 Rolnummer 5037 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 434.3.2 en 462.1.1 van het Algemeen Reglement voor de bescherming van de arbeid, goedgekeurd bij besluit van de Regent Het Grondw

bron
grondwettelijk hof
numac
2011200571
pub.
21/02/2011
prom.
--
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Uittreksel uit arrest nr. 159/2010 van 22 december 2010 Rolnummer 5037 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 434.3.2 en 462.1.1 van het Algemeen Reglement voor de bescherming van de arbeid, goedgekeurd bij besluit van de Regent van 11 februari 1946, de artikelen 9 en 13 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk sluiten betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de artikelen 11 tot 19 van het koninklijk besluit van 31 augustus 2005 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Dendermonde.

Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt en de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J.-P. Snappe, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 20 september 2010 in zake het openbaar ministerie tegen de nv « Cordeel - Zetel Temse » (vroeger de cvoa « Cordeel Invest »), waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 8 oktober 2010, heeft de Correctionele Rechtbank te Dendermonde de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schenden - De artikelen 462.1.1 en 436.3.2 [lees : 434.3.2] van het Algemeen Reglement voor de Bescherming van de Arbeid, op 11 februari 1946 goedgekeurd bij Besluit van de Regent, - De artikelen 9 en 13 van het Koninklijk Besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk sluiten betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, - De artikelen 11 tot 19 van het Koninklijk Besluit van 31 augustus 2005 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het beginsel van de wettigheid van de strafbaarstelling verankerd in de artikelen 12 en 14 van de Grondwet, artikel 7 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 15 van het Internationaal verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten, in zoverre, op strafrechtelijk en procedureel vlak, een verschil in behandeling zou kunnen worden ingevoerd tussen twee rechtzoekenden die met dezelfde ingesteldheid, hetzelfde besef of dezelfde intentie dezelfde materiële handelingen hebben gesteld, wat tot een verbreking van de gelijkheid zou kunnen leiden, doordat de bewoordingen van voormelde artikelen, strafbaar gesteld bij artikel 81, 1° van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro o type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, onderteken type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, het de rechtzoekenden niet mogelijk zouden maken om, op het ogenblik dat zij een gedrag aannemen, te weten of dat gedrag al dan niet strafbaar is ? ».

Op 28 oktober 2010 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J.-P. Snappe, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat de prejudiciële vraag klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort. (...) III. In rechte (...) B.1. Met de prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter van het Hof te vernemen of de erin vermelde bepalingen van enkele uitvoeringsbesluiten strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 12 en 14 van de Grondwet, met artikel 7 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, meer bepaald doordat de bewoordingen van de aan het Hof voorgelegde bepalingen het de rechtzoekenden niet mogelijk zouden maken om, op het ogenblik dat zij een gedrag aannemen, te weten of dat gedrag al dan niet strafbaar is.

B.2. Krachtens artikel 81, 1°, van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro o type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, onderteken type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk worden de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de bepalingen van de voormelde wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan hebben overtreden, gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 50 tot 1 000 euro of met één van die straffen alleen.

B.3.1. Wanneer een uitvoeringsbesluit in samenhang met een wettelijke bepaling aan het Hof wordt voorgelegd, dient te worden bepaald aan welk van beide normen het in het geding zijnde grondwettigheidsbezwaar zou moeten worden toegeschreven.

B.3.2. In het arrest nr. 164/2006 van 8 november 2006, waarnaar de nv « Cordeel » verwijst, stelde het Hof vast dat een koninklijk besluit weliswaar de voorwaarden van « economische zelfstandigheid » bepaalde, maar dat het de in het geding zijnde wetsbepalingen zelf waren die, door uitdrukkelijk te verwijzen naar die voorwaarden, het verschil in behandeling invoerden.

B.3.3. Te dezen heeft de prejudiciële vraag in wezen betrekking op de bewoordingen van de bepalingen van enkele uitvoeringsbesluiten, die niet voldoende nauwkeurig zouden zijn om aan de vereisten van het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel te voldoen.

Artikel 81, 1°, van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro o type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, onderteken type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk beperkt zich ertoe de overtreding van andere bepalingen strafbaar te stellen. De ongrondwettigheid die verband houdt met de onvoldoende nauwkeurige formulering van de strafbare gedragingen en het daaruit voortvloeiende verschil in behandeling ten opzichte van andere rechtzoekenden, kunnen derhalve niet aan artikel 81, 1°, worden toegeschreven. Zij zouden enkel kunnen zijn vervat in de bepalingen waarvan dat artikel de overtreding strafbaar stelt.

De herformulering van de prejudiciële vraag die de nv « Cordeel » voorstelt en die de draagwijdte van de vraag niet wijzigt, zou tot precies dezelfde vaststelling leiden.

B.4. Noch artikel 26, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten noch enige andere grondwettelijke of wettelijke bepaling verleent het Hof de bevoegdheid om bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de vraag of de bepalingen van een uitvoeringsbesluit in voldoende nauwkeurige, duidelijke en rechtszekerheid biedende bewoordingen bepalen welke feiten strafbaar worden gesteld.

B.5. Met toepassing van artikel 159 van de Grondwet komt het de rechter toe de bepalingen van een uitvoeringsbesluit die niet in overeenstemming zouden zijn met de in de prejudiciële vraag vermelde grondwetsartikelen buiten toepassing te laten.

B.6. De prejudiciële vraag behoort klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof.

Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het Hof niet bevoegd is om te antwoorden op de prejudiciële vraag.

Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 22 december 2010.

De griffier, P.-Y. Dutilleux.

De voorzitter, M. Bossuyt.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^