Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 11 maart 1998

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 18 december 1997 in zake C. Docquier-Ferier tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is inge « 1. Is artikel 126, tweede lid, van het Wetboek der successierechten, dat bepaalt dat een boete we(...)

bron
arbitragehof
numac
1998021101
pub.
11/03/1998
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

ARBITRAGEHOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 18 december 1997 in zake C. Docquier-Ferier tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 24 december 1997, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Is artikel 126, tweede lid, van het Wetboek der successierechten, dat bepaalt dat een boete wegens verzuim verschuldigd is gelijk aan tweemaal de ontdoken rechten, strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en roept het een discriminatie in het leven, doordat het aan die straf geen enkel daadwerkelijk beroep koppelt voor een rechter die de door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vereiste waarborgen biedt, terwijl die straf in voldoende mate de aard, het karakter en de strafrechtelijke kenmerken vertoont om onder de werkingssfeer van dat Verdrag te vallen ? 2. Is artikel 126, tweede lid, van het Wetboek der successierechten, dat bepaalt dat een boete wegens verzuim verschuldigd is gelijk aan tweemaal de ontdoken rechten, strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en roept het een ten aanzien van het te bereiken doel niet te verantwoorden discriminerend onderscheid in het leven ten opzichte van de correctionele boeten, doordat het aan die straf geen enkel daadwerkelijk beroep voor een rechtbank van de rechterlijke macht koppelt, zelfs als die straf niet in voldoende mate de aard, het karakter en de strafrechtelijke kenmerken vertoont om onder de werkingssfeer van het in vraag 1 bedoelde Verdrag te vallen ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1264 van de rol van het Hof. De griffier, L. Potoms.

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 16 december 1997 in zake de C.V. Javac Services tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 26 december 1997, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Namen de volgende preduciciële vraag gesteld : « Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet geschonden door artikel 208 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 199, 200 en 202 van het koninklijk besluit (van 4 maart 1965) tot uitvoering van het voormelde Wetboek, enerzijds, en artikel 1244 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 2, 1333 en 1344 van het Gerechtelijk Wetboek, anderzijds, in die zin geïnterpreteerd dat zijn voor de rechterlijke macht iedere mogelijkheid uitsluiten om aan de schuldenaar van een belastingschuld een betalingsregeling toe te kennen ? ».

Die zaak is ingeschreven onder nummer 1265 van de rol van het Hof.

De griffier, L. Potoms.

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 7 januari 1998 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 8 januari 1998, hebben de v.z.w. Nationale Confederatie der Griffiers, Sekretarissen en Personeel van de Griffies en de Parketten van de Hoven en Rechtbanken, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, gerechtsgebouw, Poelaertplein, en H. Vanmaldeghem, wonende te 9840 De Pinte, Reevijver 6, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 12, F, van de wet van 20 mei 1997 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 juli 1997), wegens schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Die zaak is ingeschreven onder nummer 1271 van de rol van het Hof.

De griffier, L. Potoms.

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 januari 1998 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2 februari 1998, heeft de Vlaamse regering, Martelaarsplein 19, 1000 Brussel, beroep tot vernietiging ingesteld van de wet van 24 juni 1997 tot wijziging van de wet van 16 juli 1948 tot oprichting van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 juli 1997), wegens schending van de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van de Staat, de gemeenschappen en de gewesten en van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Die zaak is ingeschreven onder nummer 1285 van de rol van het Hof.

De griffier, L. Potoms.

^