Beschikking van 03 april 2014
gepubliceerd op 11 april 2014
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Ordonnantie houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de Federale Overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme on

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2014031275
pub.
11/04/2014
prom.
03/04/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

3 APRIL 2014. - Ordonnantie houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de Federale Overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 (1)


De Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt :

Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 135 van de Grondwet.

Art. 2.Instemming wordt betuigd met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de Federale Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het Interfederaal Centrum voor Gelijke Kansen en Bestrijding van Discriminatie en Racisme in de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980.

Art. 3.Deze ordonnantie treedt in werking op 15 maart 2014.

SAMENWERKINGSAKKOORD Tussen de Federale Overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met name artikel 92bis, § 1, ingevoegd door de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding;

Gelet op de Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming, in het bijzonder artikel 13;

Overwegende dat de Europese Commissie België in gebreke heeft gesteld met betrekking tot de omzetting van Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming;

Overwegend dat de volledige omzetting van deze richtlijn met zich meebrengt dat het organisme ter bevordering van de gelijke behandeling beoogd bij artikel 13 van de richtlijn bevoegd zou zijn niet alleen voor federale materies maar eveneens in de gemeenschaps- en gewestmateries; a) De Federale Staat, vertegenwoordigd door de federale Regering, in de persoon van de eerste Minister, Elio Di Rupo, en van de Vice-Eerste Minister, Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, Joëlle Milquet;b) De Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van haar Minister-President, Kris Peeters, en van de Vlaamse Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, Pascal Smet;c) De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Franse Gemeenschapsregering, in de persoon van haar Minister-President Rudy Demotte en van de Minister van Cultuur, Audiovisuele media, Gezondheid en Gelijke Kansen, Fadila Laanan;d) De Duitstalige Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, in de persoon van haar Minister-President, Karl-Heinz Lambertz en van de Minister van Gezin, Gezondheid en van Sociale Zaken, Harald Mollers;e) De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door het Verenigd College, in de persoon van de Voorzitter, Rudi Vervoort;f) Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door de Waalse Regering, in de persoon van haar Minister-President Rudy Demotte en van de Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Eliane Tillieux;g) Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigd door de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest in de persoon van haar Minister-President Rudi Vervoort en van de Staatssecretaris belast met Mobiliteit, Openbaar Ambt, Gelijke Kansen en Administratieve Vereenvoudiging, Bruno De Lille;h) De Franse Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door het College, in de persoon van de Voorzitter, Christos Doulkeridis. Die gezamenlijk hun eigen bevoegdheden uitoefenen, zijn het volgende overeengekomen : Artikel 1 Definities Voor de toepassing van dit samenwerkingsakkoord, wordt verstaan onder : - het akkoord : het huidige samenwerkingsakkoord; - de partijen : de partijen van dit samenwerkingsakkoord; - het Centrum : het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme; - het college : de twee codirecteurs.

Artikel 2 Voorwerp van het akkoord § 1. Het voorwerp van het huidig akkoord is het oprichten van een onafhankelijk interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme, onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. § 2. Het Centrum beschikt over rechtspersoonlijkheid. § 3. De zetel van het Centrum, dat het centrale meldpunt is, is gelegen in een van de gemeentes van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, momenteel te 1000 Brussel, Koningsstraat 138.

Het Centrum zal gehuisvest worden in een toegankelijke locatie overeenkomstig de bepalingen van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening, Titel IV van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Artikel 3 Opdrachten § 1. Het Centrum heeft als opdracht : a. het bevorderen van de gelijkheid van kansen en omgaan met de diversiteit in onze samenleving en het bestrijden van elke vorm van discriminatie, onderscheid, uitsluiting, beperking, uitbuiting of voorkeur op grond van : een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationaliteit, nationale of etnische afstamming, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, sociale positie, geboorte, vermogen, leeftijd, het geloof, levensbeschouwing, gezondheidstoestand, politieke overtuiging of syndicale overtuiging, handicap, fysieke of genetische eigenschap;b. de taken vervullen voorzien in artikel 33, § 2, van het Verdrag van de Verenigde Naties van 13 december 2006 inzake de rechten van de personen met een handicap. § 2. Het Centrum voert zijn opdrachten uit in een geest van dialoog en van samenwerking met de verenigingen, instellingen, organen en diensten die, geheel of gedeeltelijk, dezelfde opdrachten uitvoeren als het Centrum of rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van deze opdrachten. § 3. Het Centrum is in de uitoefening van zijn opdrachten volkomen onafhankelijk, overeenkomstig de Principes van Parijs zoals bepaald in de bijlage van Resolutie 48/138 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 december 1993.

Artikel 4 Studies en onderzoeken § 1. Het Centrum is bevoegd om alle studies en onderzoeken uit te voeren die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten.

Het kan daartoe alle nodige informatie en documentatie aanleggen en verstrekken. Het kan daartoe eveneens statistische gegevens en gerechtelijke beslissingen die nuttig zijn voor de evaluatie van de toepassing van de in artikel 6 van dit akkoord bedoelde wetten, decreten en ordonnanties inwinnen en bekend maken, zonder dat de betrokken partijen kunnen worden geïdentificeerd. § 2. Op vraag van het Centrum stelt elke overheid en elke openbare instelling het de informatie ter beschikking die vereist is voor het volbrengen van zijn opdrachten. § 3. De minister van Justitie deelt het Centrum jaarlijks de gerechtelijke statistieken mee die verband houden met de toepassing van de wetten, decreten en ordonnanties bedoeld in artikel 6 van dit akkoord, evenals de gerechtelijke beslissingen genomen met toepassing van deze wetten, decreten en ordonnanties, zonder dat de betrokken partijen kunnen worden geïdentificeerd.

Artikel 5 Adviezen, aanbevelingen en begeleiding Het Centrum is bevoegd om, binnen de perken van zijn opdrachten bepaald bij artikel 3 van dit akkoord : 1° onafhankelijke adviezen en aanbevelingen te richten tot elke overheid ter verbetering van de reglementering en de wetgeving;2° onafhankelijke adviezen en aanbevelingen te richten tot elke overheid of privé-instelling of -persoon naar aanleiding van de resultaten van de in artikel 4 van dit akkoord bedoelde studies en onderzoeken;3° iedereen bij te staan die om raad vraagt in verband met de omvang van zijn rechten en verplichtingen.Die bijstand bestaat in het verstrekken van inlichtingen en raadgevingen aan de betrokkenen, onder meer over de middelen die eenieder kan aanwenden om de rechten gegarandeerd door de in artikel 6 van dit akkoord bedoelde wetten, decreten en ordonnanties te kunnen afdwingen; 4° instellingen, organisaties en rechtshulpverleners te ondersteunen en te begeleiden;5° alle overheden te vragen, wanneer het Centrum feiten aandraagt die wijzen op een vermoeden van discriminatie, zoals bedoeld in de wetten, decreten en ordonnanties vermeld in artikel 6 van dit akkoord, zich te informeren en het Centrum op de hoogte te houden van de resultaten van de analyse van de betreffende feiten.Deze overheden informeren het Centrum op een met redenen omklede wijze over het gevolg dat aan deze vraag is gegeven; 6° sensibiliseringsacties te organiseren. Artikel 6 Aangiften, beroepen en in rechte optreden § 1. Het Centrum verzekert de toegankelijkheid van zijn diensten, met inbegrip voor de personen met beperkte mobiliteit door het organiseren, naast het centraal meldpunt van lokale meldpunten waar een melding kan worden gedaan, in samenwerking met de Gewesten, de Gemeenschappen, provincies en gemeenten. Deze lokale meldpunten dienen voldoende geografisch verspreid te zijn om de laagdrempelige toegang voor de burger te waarborgen.

Deze meldpunten hebben als opdracht de werking van het Centrum te ondersteunen en mogelijk te maken. De interfederale raad van bestuur en de kamers kunnen de opdrachten van de meldpunten, binnen de perken van hun respectievelijke bevoegdheid, nader bepalen.

De gemeenten van het werkingsgebied van het meldpunt kunnen bijdragen aan de financiering ervan mits respect voor de onafhankelijkheid van de meldpunten. § 2. Het Centrum is bevoegd om, binnen de perken van zijn opdrachten bepaald bij artikel 3 van dit akkoord, meldingen te ontvangen, te behandelen en elke bemiddelings- of verzoeningsopdracht uit te voeren die het nuttig acht, onverminderd de bevoegdheid van de ombudsdiensten wiens bevoegdheid wordt bepaald door of krachtens een wet, decreet of ordonnantie en onverminderd de bevoegdheid van de bemiddelaars aangeduid door de betrokkenen. § 3. Binnen de perken van de opdrachten van het Centrum, zoals bepaald in artikel 3 van dit akkoord en binnen de grenzen van de lijst van wetten, decreten en ordonnanties opgesomd in deze paragraaf, bepaalt elke partij respectievelijk per wet, decreet of ordonnantie, en voor wat zijn eigen bevoegdheden betreft, de zaken waarbij het Centrum bevoegd is om in rechte op te treden.

Het Centrum is bevoegd om, binnen de perken van zijn opdrachten bepaald bij artikel 3 van huidig akkoord, in rechte op te treden in alle rechtsgeschillen zoals bij de toepassing van volgende wetten, decreten en ordonnanties : - de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; - de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd; - hoofdstuk 5bis van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk; - de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie; - het Vlaams decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt; - het Vlaamse decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid; - het decreet van de Franse Gemeenschap van 12 december 2008, betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie; - het decreet van 6 november 2008 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, met inbegrip van de discriminatie tussen vrouwen en mannen inzake economie, tewerkstelling en beroepsopleiding; - de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 14 juli 2011 betreffende het gemengd beheer van de arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; - de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 4 september 2008 betreffende de strijd tegen discriminatie en de gelijke behandeling op het vlak van de tewerkstelling; - de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 4 september 2008 ter bevordering van diversiteiten ter bestrijding van discriminatie in het Brussels gewestelijk openbaar ambt; - het decreet van 22 maart 2007 van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gelijkheid van behandeling van personen in de beroepsopleiding; - het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 19 maart 2012 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie; - de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingcode; - het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 3 juli 2010 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie en de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling. § 4. Een procedure waarvan sprake in dit artikel kan worden opgestart na uitdrukkelijke toestemming van het slachtoffer van discriminatie indien het slachtoffer gekend is. De procedure kan eveneens worden opgestart als er geen slachtoffers gekend zijn.

Artikel 7 Jaarlijkse rapportering aan de parlementen van de partijen Het Centrum legt jaarlijks verantwoording af aan de parlementen van de partijen via een rapport over de uitvoering van zijn opdrachten, de aanwending van de middelen en de werking van het Centrum. Het Centrum staat in voor de redactie en de publicatie van dit rapport. Het Centrum maakt dit rapport over aan de respectievelijke parlementen en een kopie aan de regeringen.

Artikel 8 De interfederale raad van bestuur en de kamers § 1. Het Centrum wordt beheerd door een interfederale raad van bestuur bestaande uit 20 leden, aangevuld met 1 lid van de Duitstalige Gemeenschap voor de materies die betrekking hebben op de Duitstalige gemeenschap, van wie : - er 10 leden, maximaal 5 van hetzelfde geslacht, worden aangeduid door de Kamer van volksvertegenwoordigers, waarbij 5 leden tot de Nederlandstalige taalrol en 5 leden tot de Franstalige taalrol behoren; - er 10 plus 1 leden, maximaal 6 van hetzelfde geslacht, worden aangeduid door de gewesten en de gemeenschappen volgens de volgende verdeling; - 4 leden worden aangeduid door het Vlaams Parlement waarvan maximum 2 van hetzelfde geslacht; - 2 leden worden aangeduid door het Parlement van het Waalse Gewest waarvan één vrouw en één man; - 2 leden worden aangeduid door het Parlement van de Franse Gemeenschap waarvan één vrouw en één man; - 2 leden worden aangeduid door het parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarvan één man en één vrouw, waarbij één lid tot de Nederlandstalige taalgroep en één lid tot de Franstalige taalgroep behoort; - 1 lid wordt aangeduid door het Parlement van de Duitstalige gemeenschap.

Het lid aangeduid door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap neemt deel aan de debatten van de interfederale raad van bestuur en neemt uitsluitend deel aan de beslissingen in de materies die de bevoegdheden aangaan van de Duitstalige Gemeenschap. Dit lid maakt deel uit van de Franstalige kamer. § 2. De leden van de interfederale raad van bestuur die door de respectieve parlementen van de deelstaten en van de Kamer van volksvertegenwoordigers voor de Federale Overheid worden aangeduid, worden aangeduid op basis van hun deskundigheid, hun ervaring, hun onafhankelijkheid en hun moreel gezag. Zij komen voort uit de academische, gerechtelijke wereld, het middenveld en de sociale partners. De interfederale raad van bestuur en de kamers dienen zo pluralistisch mogelijk te worden samengesteld. § 3. De interfederale raad van bestuur kan vergaderen onder de vorm van een voltallige zitting of onder de vorm van beperkte kamers. Deze kamers zijn : - een federale kamer samengesteld uit de 10 leden die door de Kamer van volksvertegenwoordigers worden aangeduid; - een Vlaamse kamer samengesteld uit de 4 leden aangeduid door het Vlaams Parlement; - een Franstalige kamer samengesteld uit de 4 leden van wie er 2 worden aangeduid door het Parlement van het Waals Gewest en 2 door het Parlement van de Franse Gemeenschap; - een Brusselse kamer samengesteld uit de 2 leden die door de respectievelijke taalgroep van zowel het Brussels Hoofdstedelijk Parlement als van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie worden aangeduid.

De Franstalige kamer wordt aangevuld door het lid dat aangeduid wordt door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.

Wanneer een dossier betreffende de uitoefening van gemeenschapsbevoegdheden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij de Vlaamse kamer aanhangig wordt gemaakt, wordt die aangevuld door het lid van de Brussels kamer dat tot de overeenkomstige taalgroep behoort. Wanneer een dossier betreffende de uitoefening van gemeenschapsbevoegdheden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inclusief de bevoegdheden van de Franse Gemeenschapscommissie, bij de Franstalige kamer aanhangig wordt gemaakt, wordt die aangevuld door het lid van de Brussels kamer dat tot de overeenkomstige taalrol behoort.

Het aantal leden van elke kamer kan door het betrokken Parlement worden verhoogd tot maximaal 15 leden, waarvan het verschil tussen het aantal leden van elk geslacht niet groter mag zijn dan één. Deze bijkomende leden zetelen niet in de interfederale raad van bestuur. In de Brusselse en federale kamer, dient de uitbreiding de taalpariteit na te leven. De aanduiding van deze bijkomende leden verloopt volgens dezelfde werkwijze als de andere leden. § 4. De interfederale raad van bestuur wordt voorgezeten door twee co-voorzitters die behoren tot een verschillende taalrol en van het andere geslacht. De twee co-voorzitters zullen elkaar ieder jaar in de functie van voorzitter en vicevoorzitter afwisselen. De co-voorzitters worden aangeduid door de interfederale raad van bestuur. De ene wordt aangeduid door de leden aangeduid door de Kamer van volksvertegenwoordigers en de andere door de leden aangeduid door de parlementen van de Gemeenschappen en Gewesten. § 5. De voorzitters, en de leden van de interfederale raad van bestuur worden aangeduid voor 6 jaar. Hun mandaat is twee maal hernieuwbaar. § 6. Elk effectief lid heeft een plaatsvervanger die hem vervangt bij afwezigheid. De plaatsvervangende leden worden benoemd conform de organisatie bedoeld § 1 en de procedure bedoeld in § 2.

Wanneer een effectief lid om een of andere reden zijn mandaat niet beëindigt, wordt het lid dat hem vervangt benoemd tot effectief lid en wordt een nieuw plaatsvervangend lid benoemd voor de duur die het mandaat nog loopt.

De plaatsvervangende leden worden, bij de eerste benoemingen, benoemd voor de duur die het mandaat van de effectieve leden nog loopt. § 7. Het mandaat van een effectief lid of van een plaatsvervangend lid kan niet worden verenigd met : - het mandaat van lid van het Europees Parlement, de federale Kamers, of van een Gemeenschaps- of Gewestparlement; - het mandaat van een lid van de federale Regering, een gemeenschaps- of gewestregering of gewestelijke Staatssecretaris; - de hoedanigheid van codirecteur, coördinator of personeelslid van het Centrum; - een tewerkstelling op een ministerieel kabinet of beleidscel. § 8. Het bedrag van de zitpenningen en de verplaatsingskosten toegekend aan de co-voorzitters en de effectieve en plaatsvervangende leden van de interfederale raad van bestuur, worden door deze raad bepaald.

Artikel 9 Werking van de interfederale raad van bestuur en van de kamers § 1. De interfederale raad van bestuur en de kamers kunnen slechts geldig beslissen wanneer ten minste de meerderheid van de leden de vergadering bijwoont, met een minimum van twee aanwezige leden.

Is dit quorum niet bereikt dan kan de interfederale raad van bestuur of de kamer over dezelfde agenda geldig beraadslagen en beslissen, ongeacht het aantal aanwezige leden binnen een termijn die ze zelf bepalen doch die niet korter mag zijn dan 72 uur. De uitnodiging zal de aard van de vergadering aangeven.

De beslissingen van de interfederale raad van bestuur en van de kamers worden genomen met een absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen door de aanwezigen. Onder uitgebrachte stemmen worden stemmen voor en tegen verstaan, onthoudingen niet meegerekend.

Er mag niet bij volmacht of per brief worden gestemd.

Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. § 2. De stemming geschiedt bij handopsteken.

Er wordt evenwel tot een geheime stemming overgegaan : - op verzoek van de covoorzitters of van ten minste twee derde van de leden; - bij het nemen van beslissingen over personen. § 3. Rekening houdend met de bepalingen van de artikelen 4, 5 en 6 van dit akkoord worden de dossiers tussen de federale, de Vlaamse, de Franstalige en de Brusselse kamers verdeeld volgens de regelgeving waarvoor zij de exclusieve bevoegdheid hebben.

De federale kamer is bevoegd voor dossiers die de bevoegdheid van de federale overheid betreffen. De Vlaamse, de Franstalige et de Brusselse kamer zijn telkens bevoegd voor dossiers die aansluiten op de bevoegdheden van de parlementen die de leden van deze kamers aanwijzen.

De Franstalige kamer is bevoegd voor de dossiers die onder de bevoegdheid van de Duitstalige gemeenschap vallen.

De Brusselse kamer is bevoegd voor de dossiers die onder de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vallen.

De dossiers die een gedeelde bevoegdheid betreffen, dat wil zeggen dossiers waarin onlosmakelijke elementen voorkomen die tot de bevoegdheid van meer dan een kamer moeten gerekend worden, vallen onder de bevoegdheid van de interfederale raad van bestuur.

In geval van geschillen tussen twee kamers, met betrekking tot de toekenning van een dossier, neemt de interfederale raad van bestuur beslissingen met een absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen van de aanwezige leden. § 4. De agenda en de nota's die hierop betrekking hebben, worden bezorgd aan de leden van de interfederale raad van bestuur van het Centrum ten minste 6 werkdagen voor de interfederale raad van bestuur of de kamers plaatsvindt.

Artikel 10 Bevoegdheden van de interfederale raad van bestuur § 1. De interfederale raad van bestuur beschikt over alle bevoegdheden die voor de werking van het Centrum en de uitvoering van zijn taken vereist zijn. § 2. De interfederale raad van bestuur is belast met volgende taken : - het algemene beleid van het Centrum bepalen; - op voorstel van de codirecteurs het driejaarlijkse strategisch plan aannemen; - op voorstel van de codirecteurs een ontwerp van begroting aannemen; - op voorstel van de codirecteurs, een jaarlijks operationeel plan aannemen; - op voorstel van de codirecteurs het organigram en de functieomschrijvingen en het personeelsplan vastleggen; - beslissen over de aanwervingen en de aanwervingsprocedure binnen het beschikbare budget; - beslissen over de wijze waarop gecommuniceerd wordt en het budget en het communicatiebeleid van het Centrum bepalen; - al dan niet in rechte op te treden met betrekking tot de dossiers die aan de interfederale raad van bestuur werden voorgelegd; - studies laten verrichten die verband houden met de opdrachten van het Centrum; - het nemen van gezamenlijke initiatieven om gelijke kansen en de strijd tegen discriminatie en racisme te bevorderen, in overeenstemming met de machtiging van het Centrum omschreven in de artikelen 4 en 5 van dit akkoord in aangelegenheden die onder de respectieve bevoegdheden van de kamers vallen waarvoor een meerderheid van de aanwezige leden van meerdere kamers om een gezamenlijke behandeling verzoekt; - de interfederale raad van bestuur kan de bevoegdheid tot aanwerving van personeel, andere dan de codirecteurs en de coördinatoren delegeren aan het college. § 3. De interfederale raad van bestuur stelt binnen de 3 maanden na zijn aanstelling het huishoudelijk reglement op van deze raad. Dit huishoudelijk reglement bepaalt de interne organisatie van de interfederale raad van bestuur en verschijnt in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 11 Bevoegdheden van de Kamers § 1. De Kamers zoals bepaald in artikel 8, § 3, zijn bevoegd voor de opvolging en het behandelen van de dossiers die hen zijn toegekend zoals voorzien in artikel 9, § 3. § 2. Overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 6 van dit akkoord en voor de dossiers die hen exclusief zijn toegewezen, zijn de kamers gemachtigd om : - alle studies en onderzoeken uit te voeren zoals omschreven in artikel 4; - adviezen en aanbevelingen te formuleren overeenkomstig artikel 5.1° en 2° ; - bijstand te verlenen aan elke persoon die om een onderhoud verzoekt overeenkomstig artikel 5.3° ; - instellingen en organisaties en rechtshulpverleners te ondersteunen en te begeleiden overeenkomstig artikel 5.4° ; - aan alle overheden verduidelijkingen te vragen als er een vermoeden van discriminatie bestaat en dit overeenkomstig artikel 5.5° ; - sensibiliseringsacties te ondernemen; - meldingen te ontvangen en ze te behandelen zoals voorzien in artikel 6, § 2; - te beslissen over de wijze van communiceren voor wat de eigen bevoegdheden betreft, op voorwaarde dat deze communicatie in lijn is met het algemene communicatiebeleid waarvan sprake is in artikel 10; paragraaf 2, zevende streepje; - al dan niet in rechte op te treden overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, § 3.

De kamers verzekeren de toegang van hun diensten zoals voorzien in artikel 6, § 1.

Artikel 12 Het college § 1. Het Centrum wordt geleid door het college van twee codirecteurs die niet tot dezelfde taalrol mogen behoren en een verschillend geslacht hebben. Zij worden onder de voogdij geplaatst van de interfederale raad van bestuur en moeten hun beslissingen collegiaal nemen. Ze worden bijgestaan door coördinatoren. § 2. Het college en de coördinatoren worden benoemd door de interfederale raad van bestuur, voor een periode van 6 jaar. Hun mandaat is tweemaal hernieuwbaar, mits een evaluatie die door een externe audit wordt uitgevoerd.

Met het oog op deze benoeming stelt de interfederale raad van bestuur een oproep tot kandidaatstelling op die in het Belgisch Staatsblad verschijnt. Dat bericht verschijnt ook in minstens twee Nederlandstalige en twee Franstalige kranten wanneer de vacatures openstaan voor beide taalrollen of minstens twee Nederlandstalige of twee Franstalige kranten wanneer de vacature enkel openstaat voor de ene of de andere taalrol.

Deze oproep nodigt de kandidaten uit hun bekwaamheid aan te tonen en bepaalt de termijn waarin de kandidaturen moeten worden ingediend. De covoorzitters van de interfederale raad van bestuur maken de kandidaturen die werden ontvangen na de oproep over aan de interfederale raad van bestuur. § 3. Het college is belast met het voorstellen van de volgende elementen aan de interfederale raad van bestuur : - de uitvoering van een driejaarlijks strategisch plan; - een ontwerp van begroting; - een jaarlijks operationeel plan; - een organigram en functieomschrijvingen. § 4. Het college is belast met de volgende elementen : - het dagelijks en budgettair beheer van het Centrum; - het personeelsbeheer; - de uitvoering van de beslissingen van de interfederale raad van bestuur, waarvan het college het secretariaat verzorgt; - de voorbereiding van de aanbevelingen.

Artikel 13 Het personeel § 1. Voor het vervullen van zijn opdrachten beschikt het Centrum over personeel dat bij arbeidsovereenkomst wordt aangeworven.

Het personeel wordt, binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, aangeworven op basis van de functieomschrijving, bedoeld in artikel 11 van dit akkoord. Dit personeel kan zijn opdrachten uitvoeren op de zetel van het Centrum of in de lokale meldpunten.

De co-directeurs en de coördinatoren kunnen niet het voorwerp van enige detachering zijn. § 2. De personeelsleden van het Centrum oefenen hun functie op loyale, zorgvuldige en integere wijze uit onder het gezag van de codirecteurs.

Buiten de uitoefening van hun ambt vermijden zij elke handelwijze die het vertrouwen van het publiek in hun dienst kan aantasten. § 3. Personeelsleden van de administraties van de partijen, kunnen ter beschikking van het Centrum gesteld worden, op vraag van het Centrum.

Artikel 14 Personeels- en taalkader Op basis van het organigram en de functieomschrijvingen, bedoeld in artikel 10 van huidig akkoord, legt de interfederale raad van bestuur het personeels- en taalkader vast.

De gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing.

Artikel 15 Budgettair toezicht en controle van de rekeningen Het Rekenhof oefent toezicht uit op alle beslissingen van het Centrum die een budgettaire of financiële weerslag hebben.

De controle op de boekhouding van het Centrum wordt toevertrouwd aan een bedrijfsrevisor, gekozen onder de leden van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren, aangeduid en herroepen door de interfederale raad van bestuur.

Hij voert zijn opdracht uit zonder zich in te laten met het bestuur van het Centrum.

De bedrijfsrevisor mag kennis nemen van alle boekhoudstukken. De jaarrekeningen worden hem bezorgd 45 dagen voor de bijeenkomst waarop de interfederale raad van bestuur de rekeningen onderzoekt.

De bedrijfsrevisor brengt verslag uit over deze rekeningen aan de interfederale raad van bestuur.

De bedrijfsrevisor wordt aangeduid voor een periode van drie jaar.

Artikel 16 De financiering en het budget § 1. Voor het vervullen van zijn opdracht, mag het Centrum : - schenkingen en legaten ontvangen; - opbrengsten uit activieiten ontvangen; - roerende en onroerende goederen verwerven of vervreemden; - middelen ontvangen afkomstig van de Nationale Loterij; - deelnemen aan oproepen voor gesubsidieerde project.

Indien het Centrum ontbonden zou worden, gaan de roerende en onroerende netto-activa naar de ondertekenende partijen naargelang hun bijdrage. § 2. De verdeling van de bijdragen van de partijen bij deze overeenkomst wordt bepaald op basis van de volgende beginselen : - het budget van het Centrum wordt, exclusief eigen inkomsten verworven door het Centrum en inclusief de middelen voor de opdracht « handicap », vastgesteld op een bedrag van 7,84 miljoen euro vanaf 2015. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd (op basis van de gezondheidsindex); - de bijdrage van de Federale Staat wordt vastgelegd op het bedrag van de huidige bijdrage (inclusief opdracht gehandicapten) voor het huidige Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding verminderd met de middelen nodig voor de financiering van het centrum dat na de oprichting van het interfederaal Centrum bevoegd wordt voor migratie en mensenhandel. De bijdrage ter financiering van het interfederaal Centrum wordt aldus vastgelegd op 6.2 miljoen euro vanaf 2015; - de bijdrage van de deelstaten ten belope van een bedrag dat overeenstemt met 1,64 miljoen euro vanaf 2015; - de verdeling van deze bijdrage onder de deelstaten gebeurt als volgt : Vlaanderen : 48 % = 787.200 euro Waals Gewest : 36 % = 590.400 euro Franse Gemeenschap : 12 % = 196.800 euro Brussels Gewest : 3 % = 49.200 euro Duitstalige Gemeenschap : 1 % = 16.400 euro.

Wanneer een deelstaat personeel ter beschikking van het Centrum stelt, zonder dat deze kost gedragen moet worden door het Centrum, wordt dit door de betrokken deelstaat afgetrokken van het bedrag dat hij bijdraagt aan het budget van het Centrum. § 3. Voor de periode 2013 en 2014 wordt in afwijking van § 2 voorzien in een overgangsfase waarbij de bijdrage van de federale overheid en de deelstaten wordt vastgelegd in artikel 17, § 5. § 4. Bijkomende taken, buiten het jaarlijkse operationele plan, mogen aan het Centrum toevertrouwd worden binnen de perken van de opdrachten zoals omschreven in het samenwerkingsakkoord en op voorwaarde dat de aanvragers instaan voor de financiële verantwoordelijkheid. § 5. De begroting, aangenomen door de interfederale raad van bestuur op voorstel van het college, wordt goedgekeurd door het overlegcomité.

Wanneer de goedkeuring van de begroting vertraging oploopt, wordt de begroting van het vorige jaar verlengd onder het stelsel van de voorlopige twaalfden.

Artikel 17 Overgangs- en inwerkingstredingsbepalingen § 1. Binnen de vijf maanden na zijn aanwijzing stelt de interfederale raad van bestuur het reglement van inwendige orde op. § 2. De partijen zullen ten laatste op 30 juni 2013 alle maatregelen treffen die de uitvoering van dit akkoord bewerkstelligen.

De partijen verbinden zich ertoe dat de interfederale raad van bestuur operationeel is binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van dit akkoord. § 3. De huidige leden alsook de voorzitter en vice-voorzitter van de raad van bestuur, de directeur en de adjunct-directeur, alsook de coördinatoren van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding oefenen hun mandaat uit uiterlijk tot op het ogenblik van de effectieve uitvoering van onderhavig akkoord.

Zodra onderhavig akkoord effectief uitgevoerd is, is het Centrum de opvolger van de rechten en plichten van het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding voor de bevoegdheden die aan het interfederaal Centrum toegekend worden, met inbegrip van de rechten en plichten die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten van de personeelsleden die zijn tewerkgesteld voor het vervullen van die bevoegdheden. § 4. Dit akkoord wordt gesloten voor een periode van drie jaar. Na afloop van deze periode, wordt het stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van drie jaar.

Op het einde van elke periode van drie jaar kan elke partij dit akkoord ontbinden via een notificatie aan de parlementsvoorzitters van alle partijen, zes maanden voor het verstrijken van deze termijn van drie jaar. In dit geval blijft dit akkoord bindend voor de andere partijen. § 5. Voor de periode 2013 en 2014 wordt in afwijking van artikel 16, § 2, voorzien in een overgangsfase waarbij de bijdrage van de Federale Overheid en de deelstaten wordt vastgelegd als volgt :

Federaal (zonder armoede)

Gewesten en Gemeenschappen

Fédérale (hors pauvreté)

Régions et Communautés

Interfederaal Centrum Situatie in 2013 (jaarbasis)

6,5 mio

1,096,5 mio Vl : 607.000 (de meldpunten worden ingekanteld in het Centrum) + 74.550 = 681.550 W : 264.000 + 35.063 = 299.063 FG = 67.000 + 9.200 = 76.200 Br = 25.000 + 13.313 = 38.313 Dts = 0 +1.000 = 1.000

Centre interfédéral Situation en 2013 (base anuelle)

6,5 mio

1,096,5 mio Fl : 607.000 (les meldpunten seront incorporés au Centre) + 74.550 = 681.550 Rw : 264.000 + 35.063 = 299.063 CF = 67.000 + 9.200 = 76.200 Br = 25.000 + 13.313 = 38.313 Germ = 0 +1.000 = 1.000

Interfederaal Centrum Situatie in 2014

6,350 mio

1.355,200 mio Vl : 738.000 W : 437.000 FG = 132.700 Br = 40.000 Dts =7.500

Centre interfédéral Situation en 2014

6,350 mio

1.355,200 mio Fl : 738.000 Rw : 437.000 CF = 132.700 Br = 40.000 Germ =7.500


De bijdrage van de deelstaten zal voor 2013 worden vastgelegd op basis van de bijdragen voorzien voor 2013 op jaarbasis en pro rata de maanden waarin dit samenwerkingsakkoord operationeel is in 2013. § 6. De partijen kunnen overgaan tot de aanduiding van een transitiemanager die de uitvoering van dit akkoord zal opvolgen en begeleiden met inbegrip van de nodige maatregelen met betrekking tot het personeel dat momenteel is tewerkgesteld door het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding voor de uitvoering van de taken beschreven in dit akkoord. § 7. Dit akkoord treedt in werking na goedkeuring ervan door de wetgevende vergaderingen van alle partijen. De partijen zullen hiertoe onmiddellijk initiatief nemen.

Gedaan te Brussel op 12 juni 2013, in 5 originelen (in het Frans en het Nederlands en Duits). a) De federale Staat, vertegenwoordigd door de federale Regering, in de persoon van de Eerste Minister, Elio Di Rupo en de Vice-Eerste Minister, Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, Joëlle Milquet; De Eerste Minister, Elio Di Rupo De Vice-Eerste Minister, Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, Joëlle Milquet b) De Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van haar Minister-President, Kris Peeters, en van de Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke kansen en Brussel, Pascal Smet; De Minister-President, Kris Peeters De Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, Pascal Smet c) De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Franse Gemeenschapsregering, in de persoon van haar Minister-President, Rudy Demotte, en van de Minister van Cultuur, Audiovisuele Media, Gezondheid en Gelijke Kansen, Fadila Laanan; De Minister-President, Rudy Demotte De Minister van Cultuur, Audiovisuele media, Gezondheid en Gelijke Kansen, Fadila Laanan d) De Duitstalige Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, in de persoon van haar Minister-President, Karl-Heinz Lambertz en van de Minister van Gezin, Gezondheid, en van Sociale Zaken, Harald Mollers; De Minister-President, Karl-Heinz Lambertz De Minister van Gezin, Gezondheid, en van Sociale Zaken, Harald Mollers e) De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door het Verenigd College, in de persoon van de Voorzitter, Rudi Vervoort; De Voorzitter, Rudi Vervoort f) Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door de Waalse Regering, in de persoon van haar Minister-President, Rudy Demotte, en van de Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Eliane Tillieux; De Minister-President, Rudy Demotte De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Eliane Tillieux g) Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigd door de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest in de persoon van haar Minister-President, Rudi Vervoort, en van de Staatssecretaris belast met Mobiliteit, Openbaar Ambt, Gelijke Kansen en Administratieve Vereenvoudiging, Bruno De Lille; De Minister-President, Rudi Vervoort De Staatssecretaris belast met Mobiliteit, Openbaar Ambt, Gelijke Kansen en Administratieve Vereenvoudiging, Bruno De Lille h) De Franse Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door het College, in de persoon van de Voorzitter, Christos Doulkeridis. De Voorzitter, Christos Doulkeridis Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 3 april 2014.

Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, Financiën, Begroting en Externe Betrekkingen, G. VANHENGEL Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid en het Openbaar Ambt, Mevr. C. FREMAULT Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake Bijstand aan Personen en het Openbaar Ambt, Mevr. B. GROUWELS Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake Bijstand aan Personen, Financiën, Begroting en Externe Betrekkingen, Mevr. E. HUYTEBROECK _______ Nota (1) Gewone zitting 2013-2014. Documenten van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - Ontwerp van ordonnantie, B-86/1. - Verslag, B-86/2.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van vrijdag 28 maart 2014.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^