Beschikking van 15 december 2017
gepubliceerd op 02 februari 2018
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Ordonnantie tot wijziging van diverse ordonnanties in het kader van de invoering van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan voor de waterprijs

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2017032168
pub.
02/02/2018
prom.
15/12/2017
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2017032168

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


15 DECEMBER 2017. - Ordonnantie tot wijziging van diverse ordonnanties in het kader van de invoering van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan voor de waterprijs (1)


Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt : TITEL I. - Algemeen

Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

TITEL II. - Wijzigingen aan de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid

Art. 2.In de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid, worden de vervangingen van de volgende woorden doorgevoerd : 1° in de artikelen 5, 18, § 1, tweede lid, §§ 2, 4, 5, 6 en 24 wordt het woord « operator » telkens door het woord « wateroperator » vervangen;2° in artikel 17, wordt het woord « operatoren » telkens door het woord « wateroperatoren » vervangen;3° in artikel 18, § 3, wordt het woord « operator(en) » door het woord « wateroperator(en) » vervangen;4° in de artikelen 42 en 68 worden de woorden « het BIM » en « de BIM » door de woorden « het Instituut » vervangen.

Art. 3.In artikel 5 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 50°, worden de woorden « die tussenkomt in het beheer van de waterkringloop in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest » ingevoegd na de woorden « publiekrechtelijke rechtspersoon », en de woorden « krachtens de artikelen 17 en 18 » worden vervangen door de woorden « om openbaredienstopdrachten krachtens deze ordonnantie te vervullen; »; 2° er wordt een 61° toegevoegd dat luidt als volgt : « 61° « Brugel » : de Reguleringscommissie voor energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bedoeld in Hoofdstuk VIbis van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, belast met het toezicht op de waterprijs krachtens artikel 64/1.».

Art. 4.In artikel 6 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 10°, worden de woorden « verlener van » door de woorden « wateroperator betrokken bij » vervangen;2° in het 13°, worden de woorden « gebruikers en de verbruikers » en « verbruikers en de gebruikers » door het woord « gebruikers » vervangen en wordt het woord « verleners » door het woord « wateroperatoren » vervangen.

Art. 5.In artikel 17, paragraaf 1 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden « in dit artikel aangewezen operatoren » vervangen door de woorden « wateroperatoren volgens de volgende verdeling : ».

Art. 6.In artikel 18 van dezelfde ordonnantie worden de paragrafen 5 en 6 opgeheven.

Art. 7.In artikel 20 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden « als wateroperator » ingevoegd tussen de woorden « de BMWB heeft » en de woorden « als doel ».

Art. 8.In artikel 24 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden « subventions éventuelles » in de Franse versie vervangen door de woorden « subsides éventuels »;2° in dezelfde paragraaf 2 wordt het 5° opgeheven.

Art. 9.In artikel 30 van dezelfde ordonnantie wordt paragraaf 2 opgeheven.

Art. 10.Artikel 38 van dezelfde ordonnantie zoals gewijzigd door de ordonnantie van 30 januari 2014 wordt vervangen door het volgende : «

Art. 38.§ 1er. Onverminderd artikelen 39 en 39/1, rust de Regering zich uit met de nodige instrumenten om de reële kostprijs van het water te bepalen, met andere woorden de totaliteit van de kosten van de waterdiensten, met inbegrip van de kosten voor het leefmilieu en de natuurlijke rijkdommen, ten einde rekening te kunnen houden met het beginsel van terugwinning van de kosten. Te dien einde, stelt zij onder andere de vaststellings- en inwinningsmodaliteiten vast van de reële kostprijs van het water, waarbij rekening wordt gehouden met de beginselen die in dit artikel worden opgesomd.

De kosten van waterdiensten omvatten onder andere de kosten van volgende activiteiten : - de bescherming van waterwinningen bestemd voor menselijke consumptie; - de productiekosten van het voor menselijke consumptie bestemd water, met inbegrip van de winning, de opslag, de eventuele opstuwing en de behandeling; - de distributiekosten van het voor menselijke consumptie bestemd water; - de opvang van afvalwater; - de zuivering van afvalwater. § 2. De reële kostprijs van het watergebruik wordt volledig gedekt door twee bronnen van financiering : enerzijds de prijs van het water die wordt gefactureerd aan de gebruikers en anderzijds een financiële participatie van het Gewest. § 3. De criteria en tariferingsbeginselen die van toepassing zijn op waterdiensten omvatten ten minste de volgende elementen : - de prijsstructuur van het water moet aan iedereen de toegang verzekeren tot het water dat nodig is voor de gezondheid, de hygiëne, en de menselijke waardigheid en moet, bijgevolg, in sociale maatregelen voorzien; - de prijsstructuur van het water, voor het geheel van de elementen die ze samenstelt, zet de gebruikers aan tot een ecologisch gedrag, met andere woorden tot een efficiënt en zuinig verbruik van de rijkdom teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van deze ordonnantie; - de waterprijs die wordt toegepast voor het huishoudelijk gebruik houdt rekening met het aantal personen die het gezin samenstellen, voor zover de prijs van het water progressief is naargelang van het verbruikte watervolume; - de prijs en kostprijs van het water mogen geen geografische discriminatie tussen gebruikers invoeren; - de verschillende economische sectoren, opgesplitst volgens ten minste de huishoudelijke en industriële sectoren, dragen op gedifferentieerde wijze bij tot de terugwinning van de kosten van de waterdiensten, met naleving van het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Met naleving van dit beginsel, worden de prijs van het water en de terugwinning van de kosten, in voorkomend geval, vastgesteld naargelang van het zuiveringspeil gehaald door toedoen van de gebruiker. § 4. De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 4°, moet een deel van de inkomsten afkomstig van de tarifering van water voorbehouden voor maatschappelijke doeleinden.

Dit bedrag is bestemd voor de gebruikers die steun genieten, in overeenstemming met artikel 57 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, of een collectieve schuldenregeling in overeenstemming met de wet van de 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen, die een financiële tussenkomst kunnen krijgen in de betaling van hun waterfacturen.

De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 4° mag een overeenkomst afsluiten met een of meerdere openbare operatoren voor de tenuitvoerlegging van deze sociale maatregel.

De Regering bepaalt het deel van de inkomsten van de tarifering van water dat voorbehouden moet worden voor die sociale maatregel. De Regering bepaalt de verdeling van het voorbehouden bedrag tussen enerzijds de betaling van waterfacturen en anderzijds de werkingskosten veroorzaakt door de tenuitvoerlegging van deze sociale maatregel. § 5. De in artikel 17, § 1, 4° bedoelde wateroperator is verplicht een bedrag van 0,005 euro per in het vorige dienstjaar gefactureerde m® water voor te behouden voor internationale solidariteit. Dat bedrag wordt aangewend voor projecten inzake ontwikkelingshulp die verband houden met de watersector, met naleving van artikel 2.

De Regering legt de nadere regels inzake die aanwending vast, met inbegrip van : - de samenstelling en de aanwijzing van een selectiecomité dat met name belast is met de jaarlijkse projectoproep, de selectie van de projecten, de opstelling van de overeenkomsten tussen het Instituut, de in artikel 17, § 1, 4° bedoelde wateroperator en de organisatie die het project draagt en met de follow-up van de projecten en de evaluatie ervan op grond van de inlichtingen verschaft door een begeleidingscomité; - de samenstelling en de aanwijzing van een begeleidingscomité dat met name belast is met de controle op de uitvoering en het goede verloop van de geselecteerde projecten en met de evaluatie ervan.

Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen; de basisindex is de laatste die in 2013 in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. Het bedrag wordt opnieuw berekend op 1 januari van elk jaar, op grond van de laatste op die datum bekendgemaakte index; het tienduizendste deel wordt afgerond naar het hogere tienduizendste of verwaarloosd, naargelang het al dan niet de helft van een tienduizendste bedraagt. § 6. Geen enkele onderbreking van de huishoudelijke waterverdeling mag uitgevoerd worden tijdens de jaarlijkse vakantieperiode (van 1 juli tot 31 augustus) en evenmin tijdens de winterperiode (tussen 1 november en 31 maart), behalve om technische of veiligheidsredenen. § 7. De facturatieprincipes die van toepassing zijn op de voor distributie van voor menselijke consumptie bestemd water, omvatten ten minste de volgende elementen : - de waterprijs wordt aan de gebruikers gefactureerd middels een integrale factuur die ten minste de prijs van de distributie van het water bevat, in hoofdzaak, en de prijs van de opvang en de zuivering, in bijzaak; - een tussenfactuur wordt ten minste elk kwartaal opgesteld voor de gezinnen en ten minste elk jaar voor de andere gebruikers; - het aantal tussentijdse facturen op een jaar wordt vastgesteld door de Regering op voorstel van de operator belast met drinkwatervoorziening volgens de verbruiksschijven; - als bijlage bij de aan de gezinnen gerichte integrale factuur, en ten minste één keer per jaar, wordt informatie verstrekt aan de gebruikers over het deel van de reële kostprijs dat ten laste genomen wordt door de overheid, de samenstelling van het leidingwater, alsook nuttige informatie om water op een zuinigere manier te gebruiken. ».

Art. 11.Artikel 39 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt : «

Art. 39.Tot 31 december 2019 oefent Brugel haar bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs uit op basis van de maatregelen die werden goedgekeurd door de Regering om het beginsel van terugwinning van de kosten van waterdiensten toe te passen, inclusief de kosten voor het leefmilieu en voor de natuurlijke rijkdommen, gelet op de economische analyse uitgevoerd overeenkomstig bijlage II en overeenkomstig het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Om over alle nodige informatie te beschikken voor de uitvoering van deze nieuwe bevoegdheid, voert Brugel een gedetailleerde, externe en onafhankelijke audit uit van de wateroperatoren. Deze audit omvat alle gegevens waarover de wateroperatoren beschikken bij de verwezenlijking van hun openbaredienstopdrachten.

Vanaf 1 januari 2020 oefent Brugel haar bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs uit op basis van de tariefmethodologieën en beginselen van afdeling Vbis. ».

Art. 12.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie, wordt een afdeling Vbis ingevoegd met de benaming « Tariefmethodologieën en tarieven ».

Art. 13.In de door artikel 12 ingevoegde afdeling Vbis, wordt een artikel 39/1 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 39/1.§ 1. Voor elke opdracht van openbare dienst opgesomd in de artikelen 17, § 1, 18, § 1, en 20 van deze ordonnantie en die in aanmerking komt voor de kostenterugwinning van de waterdiensten, wordt toezicht gehouden op de tarieven : - tijdens een overgangsperiode die loopt tot 31 december 2019 controleert Brugel de reportings opgesteld door de wateroperatoren krachtens artikel 38 van deze ordonnantie die haar door het Instituut worden overhandigd binnen de vijftien dagen na ontvangst ervan en bepaalt Brugel de reële kostprijs van het water. Tijdens die overgangsperiode wordt elk verzoek tot wijziging van het tarief van de prestaties van de wateroperatoren ingediend bij Brugel. Dit verzoek tot wijziging moet gemotiveerd zijn ten opzichte van zijn investeringsplan waarover de Regering een uitspraak zal gedaan hebben conform artikel 39/5 en de reportings opgesteld in uitvoering van artikel 38 van de ordonnantie. Elke wateroperator kan worden verzocht om Brugel te ontmoeten om er zijn verzoek toe te lichten. Brugel vraagt het advies aan het Comité van Watergebruikers en aan de Economische en Sociale Raad. Brugel beslist over dit verzoek binnen een termijn van zes maanden na ontvangst ervan, rekening houdend met de adviezen en met de beginselen en instrumenten vermeld in artikel 38 van deze ordonnantie; - vanaf 1 januari 2019 stelt Brugel, na raadpleging van de wateroperatoren, de tariefmethodologieën op die zij dienen te gebruiken om hun tariefvoorstel op te stellen; - in de loop van het jaar 2020 zou Brugel de eerste tariefvoorstellen van de wateroperatoren moeten goedgekeurd hebben. De oude tarieven blijven gelden tot Brugel die eerste tariefvoorstellen heeft goedgekeurd. § 2. De tariefmethodologieën verduidelijken met name : 1° de bepaling van de kostencategorieën per opdracht van openbare dienst, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de diensten voor voorziening (productie en distributie van drinkwater) en de diensten voor sanering (opvang en zuivering van afvalwater) die worden gedekt door de tarieven;2° de regels hoe de kostencategorieën bedoeld in het 1° zullen evolueren in de loop der tijd, met inbegrip van de methode om de parameters van de evolutieformules vast te leggen;3° de regels om de kosten toe te wijzen aan gebruikerscategorieën;4° de algemene tariefstructuur en de tariefdragers. § 3. De raadpleging van de wateroperatoren bedoeld in § 1, tweede streepje, verloopt volgens een procedure die in onderlinge overeenstemming wordt vastgelegd op basis van een uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord. Bij ontbreken van een akkoord verloopt het overleg minimum als volgt : 1° Brugel stuurt de wateroperatoren de oproeping tot de overlegvergaderingen, alsook de documentatie in verband met de agendapunten van die vergaderingen, binnen een termijn van drie weken voor genoemde vergaderingen.De oproepingsbrief vermeldt plaats, datum en tijdstip van de vergadering, en de agendapunten; 2° na de vergadering stelt Brugel de ontwerpnotulen van de vergadering op, met de argumenten die door de verschillende partijen naar voren werden gebracht en de punten waar men het eens en niet eens over was, en stuurt ze ter goedkeuring aan de wateroperatoren binnen twee weken na de vergadering;3° binnen een maand na ontvangst van de door de partijen goedgekeurde notulen van Brugel, sturen de wateroperatoren aan Brugel hun formeel advies over de tariefmethodologie die het resultaat is van dit overleg, waarbij ze in voorkomend geval de eventuele punten waarover nog geen overeenstemming werd bereikt, benadrukken. De termijnen zoals bepaald in de punten 1°, 2° en 3° kunnen worden verkort in onderlinge overeenstemming tussen Brugel en de wateroperatoren.

Brugel motiveert elke aanvaarding of verwerping van de voorstellen tot wijziging van de wateroperatoren. § 4. Brugel vraagt het advies aan het Comité van Watergebruikers en aan de Economische en Sociale Raad over de tariefmethodologie die het resultaat is van deze raadpleging of dit overleg. Bovendien kan Brugel het advies dat zij nodig acht vragen aan elke actor van de watersector voor de uitwerking van de tariefmethodologie. § 5. Brugel publiceert op haar website de toepasselijke tariefmethodologieën, de relevante documenten in verband met de raadpleging of het overleg met de wateroperatoren en alle documenten die zij nuttig acht om haar beslissing betreffende de tariefmethodologie te motiveren, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende wateroperatoren of gebruikers, persoonsgegevens en/of gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke wetten. § 6. Tenzij een kortere termijn werd overeengekomen tussen Brugel en de betreffende wateroperator, wordt de tariefmethodologie die van toepassing is op de vaststelling van het tariefvoorstel aan de genoemde operator meegedeeld uiterlijk zes maanden vóór de datum waarop het tariefvoorstel bij Brugel moet worden ingediend. § 7. Die tariefmethodologie blijft van toepassing gedurende de hele tariefperiode, met inbegrip van de eindbalans die betrekking heeft op die periode. Indien wijzigingen moeten worden aangebracht aan een tariefmethodologie, kan Brugel, in overleg met de betreffende wateroperator, het tijdstip bepalen waarop die wijzigingen van kracht worden.

In het kader van wijzigingen aan de tariefmethodologie in de loop van de periode kan Brugel van het Comité van Watergebruikers en van de Economische en Sociale Raad alsook van elke actor van de watersector het advies vragen dat hij nodig acht. ».

Art. 14.In dezelfde afdeling Vbis wordt een artikel 39/2 ingevoegd dat luidt als volgt : «

Art. 39/2.Brugel stelt de tariefmethodologieën op met inachtneming van de volgende richtsnoeren : 1° de tariefmethodologie moet exhaustief en transparant zijn, teneinde het voor de wateroperatoren mogelijk te maken om hun tariefvoorstellen op die enkele basis op te stellen.Ze bevat de elementen die verplicht moeten voorkomen in het tariefvoorstel. Ze definieert rapporteringsmodellen die moeten worden gebruikt door de wateroperatoren. De rapporteringsmodellen worden uitgewerkt in overleg met de wateroperatoren; 2° de tariefmethodologie moet toelaten om de reële kostprijs van het water te bepalen, dat wil zeggen op efficiënte wijze alle kosten te dekken die noodzakelijk of efficiënt zijn voor de uitvoering van de opdrachten van de wateroperatoren met naleving van hun wettelijke of regelgevende verplichtingen en onverminderd een eventuele financiële participatie van het Gewest, en op die manier het beginsel toe te passen van kostenterugwinning van waterdiensten, inclusief milieukosten en kosten van de hulpbronnen. De kosten van waterdiensten omvatten inzonderheid de kosten van volgende activiteiten : - de bescherming van waterwinningen bestemd voor menselijke consumptie; - de productie van water bestemd voor menselijke consumptie, met inbegrip van de winning, de opslag, de eventuele opstuwing en de behandeling; - de distributie van water bestemd voor menselijke consumptie; - de opvang van afvalwater; - de zuivering van afvalwater; 3° de tariefmethodologie stelt het aantal jaren van de tariefperiode vast dat aanvangt op 1 januari;bij gebrek daaraan bedraagt die tariefperiode zes jaar. De jaarlijkse tarieven die hieruit voortvloeien, worden bepaald met toepassing van de voor die periode geldende tariefmethodologie; 4° de tariefmethodologie maakt de evenwichtige ontwikkeling mogelijk van de investeringen die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst, in overeenstemming met de investeringsplannen van de wateroperatoren zoals die werden goedgekeurd door de Regering na advies van het Instituut;5° de eventuele criteria voor de verwerping van bepaalde kosten zijn niet-discriminerend en transparant;6° de tarieven zijn proportioneel en niet-discriminerend.Die tarieven moeten aan iedereen de toegang verzekeren tot het water dat nodig is voor de gezondheid, de hygiëne en de menselijke waardigheid. Zij moeten bijgevolg maatschappelijke maatregelen inhouden; 7° de tarieven zetten, voor alle tariefdragers, de gebruikers aan tot milieubewust gedrag, dat wil zeggen een rationeel, duurzaam en zuinig gebruik van de hulpbronnen om bij te dragen tot de realisatie van de milieudoelstellingen van deze ordonnantie;8° het watertarief dat wordt toegepast voor huishoudelijk gebruik houdt rekening met het aantal personen waaruit het huishouden bestaat, met inachtneming van een progressieve en geleidelijke tarifering volgens het waterverbruik;9° de tarieven mogen geen geografische discriminatie tussen gebruikers veroorzaken;10° verschillende economische sectoren, zo opgesplitst dat minstens een onderscheid wordt gemaakt tussen huishoudelijke en industriële sectoren, dragen op een gedifferentieerde manier bij in de terugwinning van de kosten van de waterdiensten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt.Met toepassing van dit beginsel worden de waterprijs en de terugwinning van de kosten, in voorkomend geval, bepaald volgens de vervuilingsgraad veroorzaakt door de gebruiker; 11° de belastingen, de taksen, de toeslagen, de vergoedingen en bijdragen van alle aard, alsook hun aanpassingen, die worden opgelegd door een wettelijke of regelgevende bepaling, worden automatisch doorberekend in de tarieven drie maanden na hun inwerkingtreding. Brugel controleert de conformiteit van de tariefaanpassing met die wettelijke en regelgevende bepalingen; 12° onder voorbehoud van de conformiteitscontrole door Brugel, maken de tarieven het mogelijk voor de wateroperatoren om hun kosten en een vergoeding op de nieuwe kapitalen in te vorderen.De controle van die kosten berust op criteria die door Brugel als relevant worden beschouwd; 13° geen enkele kruissubsidiëring is toegestaan tussen activiteiten die al dan niet onderworpen zijn aan de controle door Brugel;14° onverminderd artikel 17 en indien de wateroperatoren al hun verplichtingen of een deel van hun verplichtingen die worden opgelegd door deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten hebben toevertrouwd aan een dochtermaatschappij, oefent Brugel die controle ook uit op die dochtermaatschappij;15° de tarieven moedigen de wateroperatoren aan om hun prestaties te verbeteren en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten, daarbij onder andere rekening houdend met hun door de Regering goedgekeurde investeringsplannen en met criteria voor een efficiënt gebruik van de watervoorraden;16° de eventuele vergoeding van de nieuwe kapitalen die werden geïnvesteerd in de activa - ongeacht of die onderworpen zijn aan de controle van Brugel - moet de wateroperatoren toelaten om de nodige investeringen te doen voor de uitvoering van hun opdrachten teneinde het beheer van de waterkringloop in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verzekeren;17° de tarieven streven naar een billijk evenwicht tussen de kwaliteit van de geleverde diensten en de prijzen die door de gebruikers worden gedragen;zij vermelden in hoofdorde het tarief voor waterdistributie en daarnaast het tarief voor sanering (opvang en zuivering); 18° het positief of negatief saldo van de gerapporteerde kosten (met inbegrip van de vergoeding bedoeld in het 12° ) en de ontvangsten die jaarlijks door de wateroperatoren worden geregistreerd gedurende een tariefperiode wordt door hen op transparante en niet-discriminerende wijze berekend.Dit jaarsaldo wordt gecontroleerd en bekrachtigd door Brugel die bepaalt volgens welke modaliteiten het wordt afgetrokken of bijgeteld bij de kosten die worden doorgerekend aan de gebruikers, of wordt toegewezen aan het boekhoudkundig resultaat van de wateroperator. ».

Art. 15.In dezelfde afdeling Vbis wordt een artikel 39/3 ingevoegd dat luidt als volgt : «

Art. 39/3.§ 1. De wateroperatoren stellen hun tariefvoorstel op met inachtneming van de tariefmethodologie die werd opgesteld door Brugel en dienen het in in overeenstemming met de indienings- en goedkeuringsprocedure voor tariefvoorstellen bedoeld in paragraaf 3 van huidig artikel. § 2. Brugel beslist, na onderzoek van het tariefvoorstel, over de goedkeuring ervan op basis van de conformiteit ervan met de tariefmethodologie en deelt haar gemotiveerde beslissing mee aan de wateroperatoren in overeenstemming met de indienings- en goedkeuringsprocedure voor tariefvoorstellen bedoeld in paragraaf 3 van huidig artikel. Brugel kan in de tariefbeslissing aanvullende modaliteiten invoeren die niet werden gedefinieerd in de tariefmethodologie en die op transparante en niet-discriminerende wijze werden overeengekomen met de wateroperatoren. § 3. De indienings- en goedkeuringsprocedure voor tariefvoorstellen wordt overeengekomen tussen Brugel en de wateroperatoren. Bij gebrek aan een akkoord is de procedure als volgt : 1° in het laatste jaar van een tariefperiode leggen de wateroperatoren, binnen zes maanden voor het verstrijken van die periode, tenzij een kortere termijn werd overeengekomen tussen Brugel en de wateroperatoren, hun tariefvoorstel voor de volgende tariefperiode voor rekening houdend met hun door de Regering goedgekeurd meerjareninvesteringsplan zoals bedoeld in artikel 39/5, samen met een financieel plan en in de vorm van het rapporteringsmodel vastgelegd krachtens de artikelen 38, § 1, en 58 van deze ordonnantie;2° het tariefvoorstel samen met financieel plan wordt per drager tegen ontvangstbewijs overhandigd aan Brugel.De wateroperatoren bezorgen ook een elektronische versie waarop Brugel, indien nodig, het tariefvoorstel met het financieel plan kan bewerken; 3° binnen de maand volgend op de ontvangst van het tariefvoorstel met financieel plan, bevestigt Brugel aan de wateroperatoren, in een brief per drager tegen ontvangstbewijs en per elektronische post, dat het dossier volledig is of bezorgt hun een lijst van bijkomende inlichtingen die de wateroperatoren moeten verschaffen; indien het dossier niet volledig is, bezorgen de wateroperatoren de gevraagde bijkomende inlichtingen aan Brugel, in een brief per drager tegen ontvangstbewijs en via elektronische weg, binnen een maand volgend op de ontvangst van de vraag om bijkomende inlichtingen; 4° binnen de maand volgend op de bevestiging van Brugel bedoeld in punt 3° of, in voorkomend geval, volgend op de ontvangst van de antwoorden en bijkomende inlichtingen van de wateroperatoren bedoeld in punt 3°, vraagt Brugel het advies aan het Comité van Watergebruikers en aan de Economische en Sociale Raad.Na ontvangst van deze adviezen en rekening houdend ermee, brengt Brugel de wateroperatoren, in een brief per drager tegen ontvangstbewijs, op de hoogte van haar goedkeuringsbesluit of ontwerpbesluit tot weigering van het betreffende tariefvoorstel met financieel plan. In haar ontwerpbesluit tot weigering van het tariefvoorstel met financieel plan geeft Brugel op gemotiveerde wijze aan welke punten de wateroperatoren moeten aanpassen om een goedkeuringsbesluit van Brugel te verkrijgen. Brugel is bevoegd om de wateroperatoren te vragen om hun tariefvoorstel aan te passen zodat dit proportioneel is en wordt toegepast op een niet-discriminerende manier. Die laatste kunnen hun bezwaren in dit verband kenbaar maken aan Brugel, per drager tegen ontvangstbewijs en via elektronische weg, binnen de vijftien werkdagen volgend op de ontvangst van het ontwerpbesluit. De wateroperatoren worden, op hun verzoek, door Brugel gehoord binnen de vijftien werkdagen na ontvangst van het ontwerpbesluit tot weigering van het tariefvoorstel met het financieel plan.

In voorkomend geval dienen de wateroperatoren, binnen een maand na ontvangst van het ontwerpbesluit tot weigering van het tariefvoorstel met financieel plan hun aangepast tariefvoorstel met financieel plan in bij Brugel, per drager en tegen ontvangstbewijs. De wateroperatoren bezorgen ook een elektronische kopie van dit aangepaste tariefvoorstel.

Binnen een maand na verzending door Brugel van het ontwerpbesluit tot weigering van het tariefvoorstel met financieel plan of, in voorkomend geval, na ontvangst van de bezwaren en het aangepaste tariefvoorstel met financieel plan, brengt Brugel de wateroperatoren, in een brief per drager en tegen ontvangstbewijs en via elektronische weg, op de hoogte van haar goedkeuringsbesluit of weigeringsbesluit van het, desgevallend aangepaste, tariefvoorstel met financieel plan; 5° indien de wateroperatoren hun verplichtingen niet nakomen binnen de termijnen zoals bepaald in de punten 1° tot 5°, of indien Brugel een weigeringsbesluit heeft genomen voor het tariefvoorstel met financieel plan of voor het aangepaste tariefvoorstel met financieel plan, legt Brugel voorlopige tarieven vast die worden toegepast tot alle bezwaren van de wateractoren of van Brugel uitgeput zijn, of tot Brugel en de wateroperatoren een akkoord hebben bereikt over de twistpunten.Indien de definitieve tarieven afwijken van de voorlopige tarieven, vaardigt Brugel, na overleg met de wateroperatoren, de gepaste compenserende maatregelen uit; 6° in geval van overgang naar nieuwe diensten, aanpassing van bestaande diensten en/of uitzonderlijke omstandigheden, mogen de wateroperatoren tijdens de tariefperiode een geactualiseerd tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen aan Brugel.Dit geactualiseerd tariefvoorstel houdt rekening met het door Brugel goedgekeurde tariefvoorstel, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen. Het geactualiseerd voorstel wordt door de wateroperatoren ingediend en door Brugel behandeld volgens de procedure zoals bedoeld in dit artikel, met dien verstande dat de termijn van één maand naar vijftien dagen teruggebracht wordt en die van vijftien werkdagen naar acht werkdagen. In geval van uitzonderlijke omstandigheden kan Brugel aan de wateroperatoren vragen om haar een nieuw voorstel voor tariefwijziging voor te leggen; 7° Brugel beslist, onverminderd zijn mogelijkheid om de kosten te controleren op basis van de toepasselijke wettelijke en regelgevende bepalingen, over de goedkeuring van de voorstellen voor tariefwijzigingen binnen een redelijke termijn vanaf het moment dat de wateroperatoren dergelijke wijzigingen hebben overhandigd.Brugel mag, in overleg met de betreffende wateroperatoren, bepalen wanneer die wijzigingen van kracht worden; 8° Brugel publiceert op haar website, op transparante wijze, de stand van de procedure voor aanvaarding van de tariefvoorstellen, evenals, in voorkomend geval, de tariefvoorstellen die werden ingediend door de wateroperatoren.».

Art. 16.In dezelfde afdeling Vbis, wordt een artikel 39/4 ingevoegd dat luidt als volgt : «

Art. 39/4.§ 1. Tegen de tariefbeslissingen die Brugel neemt op basis van afdeling Vbis kan een beroep worden ingesteld bij het Marktenhof, zetelend in kort geding. § 2. De procedure die wordt geregeld door de artikelen 29bis, § 2, en 29quater van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt is van toepassing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het beroep bedoeld in paragraaf 1. ».

Art. 17.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie, wordt een afdeling Vter ingevoegd met als titel « Meerjareninvesteringsplannen ».

Art. 18.In afdeling Vter ingevoegd door artikel 17, wordt een artikel 39/5 ingevoegd dat luidt als volgt : «

Art. 39/5.§ 1. Elke wateroperator stelt een meerjareninvesteringsplan op om de opdrachten uit te voeren die hem werden toevertrouwd krachtens deze ordonnantie.

De Regering kan de modaliteiten voor het opstellen van die plannen nader bepalen.

Het investeringsplan bevat minstens volgende gegevens : 1° een beschrijving van de bestaande infrastructuur op basis van de beschikbare gegevens, van de staat van veroudering ervan en van de benuttingsgraad ervan;2° een uitvoerige beschrijving, met kwantitatieve raming met cijfergegevens, van de belangrijkste voorzieningen die moeten worden gebouwd of gemoderniseerd tijdens de jaren die worden gedekt door voornoemd plan, met hun financiële waarde;3° de vastlegging van de nagestreefde kwaliteitsdoelstellingen;4° het gevoerde milieubeleid, inzonderheid de verenigbaarheid met het Waterbeheerplan bedoeld in hoofdstuk V van de ordonnantie;5° de beschrijving van het beleid voor onderhoud. § 2. De eerste voorstellen van meerjareninvesteringsplannen worden ingediend voor advies aan het Instituut tegen 30 september 2018.

Het Instituut onderzoekt de investeringsplannen. In het belang van de gebruikers en rekening houdend met milieucriteria, kan het Instituut op gemotiveerde wijze vereisen dat de wateroperator, binnen een bepaalde termijn, in zijn investeringsplan bepaalde alternatieve of complementaire investeringen onderzoekt en voorstelt.

Het Instituut geeft zijn advies over die investeringsplannen en hun relevantie ten opzichte van de Europese verplichtingen en de verplichtingen die voortvloeien uit het Waterbeheerplan bedoeld in Hoofdstuk V van de ordonnantie.

Dit advies wordt overgemaakt aan de Regering en aan Brugel tegen 30 januari van het jaar volgend op dat bedoeld in lid 1.

De Regering keurt de meerjareninvesteringsplannen goed, op grond van het advies van het Instituut, tegen 31 maart van het jaar volgend op dat bedoeld in het eerste lid. Bij gebrek aan een beslissing van de Regering op die datum, worden die plannen als goedgekeurd beschouwd. § 3. De meerjareninvesteringsplannen bestrijken een periode van zes jaar en worden jaarlijks bijgewerkt voor de zes volgende jaren volgens de procedure vastgelegd in paragraaf 4. § 4. Elk jaar tegen 30 september dienen de wateroperatoren hun bijwerkingen in van hun investeringsplannen bij het Instituut. Het Instituut onderzoekt die bijwerkingen. Dit onderzoek wordt ter kennis gegeven van Brugel tegen uiterlijk 30 januari van het daaropvolgende jaar. Indien de bijwerking wijzigingen bevat die mogelijk een invloed kunnen hebben op het Waterbeheerplan, legt het Instituut die wijzigingen ter goedkeuring voor aan de Regering tezamen met de kennisgeving van zijn analyse aan Brugel. Bij gebrek aan goedkeuring van de Regering op 31 maart, worden die wijzigingen als goedgekeurd beschouwd. § 5. Het Instituut houdt toezicht op de uitvoering van die investeringsplannen en evalueert de uitvoering ervan. § 6. Elk jaar voor 31 maart overhandigen de wateroperatoren aan het Instituut, elk voor zich, een verslag waarin ze de kwaliteit van hun dienstverlening tijdens het voorgaande kalenderjaar beschrijven.

Dit verslag bevat minstens de volgende gegevens : 1° het aantal, de frequentie en de gemiddelde duur van onderbrekingen in de watervoorziening en -zuivering;2° de aard van de storingen en de lijst met dringende tussenkomsten;3° de termijnen voor de behandeling van klachten en het beheer van de noodoproepen;4° de termijnen voor aansluiting en reparatie. De modaliteiten van die verplichting kunnen worden vastgelegd door het Instituut, dat ook de wateroperatoren kan verplichten om hun onderhoudsprogramma's en alle andere inlichtingen te bezorgen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten. ».

Art. 19.In dezelfde ordonnantie wordt er een hoofdstuk VIIIbis ingevoegd met als titel « Onafhankelijk toezichthoudend orgaan voor de waterprijs ».

Art. 20.In Hoofdstuk VIIIbis ingevoegd door artikel 19, wordt een artikel 64/1 ingevoegd dat luidt als volgt : «

Art. 64/1.§ 1. In het kader van zijn in paragraaf 2 opgesomde opdrachten, neemt Brugel alle redelijke maatregelen, eventueel in nauw overleg met de andere betrokken gewestelijke overheden en onverminderd hun bevoegdheden, om volgende doelstellingen te bereiken : 1° de tariefmethodologieën vastleggen;2° de tarieven van de watersector goedkeuren;3° een bemiddelingsdienst voor het water oprichten. § 2. Brugel is bekleed met een opdracht tot verlening van advies en expertise aan de overheid over de organisatie en de werking van de gewestelijke watersector, enerzijds, en met een algemene opdracht voor toezicht en controle in het kader van zijn bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs met toepassing van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, anderzijds.

In dat kader is Brugel belast met volgende opdrachten : 1° het geven van gemotiveerde adviezen of beslissingen in het kader van haar bevoegdheden voor toezicht op de waterprijs en het indienen van voorstellen in de gevallen zoals bepaald door huidige ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten;2° op vraag van de Regering of van de Minister belast met het Waterbeleid, het uitvoeren van onderzoeken en studies in verband met de watersector in het kader van haar bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs;3° het beschikken over een controlebevoegdheid ter plaatse en die controles te laten uitoefenen door zijn personeel;4° het informeren van de Regering over de afstemming van de tarieven met name op de subsidie die de Regering aan een wateroperator verleent of op hun sociale gevolgen, in het bijzonder voor de meest kwetsbare categorieën van gebruikers;5° een autonome dienst oprichten, genaamd « Brusselse dienst voor waterbemiddeling », uiterlijk op 1 januari 2020, bevoegd voor de verdeling van de verzoeken en klachten betreffende de werking van de watersector, voor de behandeling van elk geschil tussen een gebruiker en een operator zoals bedoeld in de artikelen 17 en 18.Die dienst krijgt inzonderheid als toevertrouwd : - de evaluatie en het onderzoek van alle vragen en klachten van de gebruikers over de activiteiten van de wateroperatoren; - het vergemakkelijken van het vinden van een regeling in der minne tussen de gebruiker en een operator; - het formuleren van aanbevelingen aan de wateroperatoren, op eigen initiatief of wanneer er geen regeling in der minne kan worden gevonden; - de opstelling van een jaarverslag over zijn activiteiten.

De Regering kan de nadere regels voor de uitvoering van die opdrachten bepalen. § 3. Brugel oefent op onpartijdige en transparante wijze de volgende bevoegdheden uit : 1° bindende besluiten nemen en sancties zoals bedoeld in artikel 65 toepassen ten aanzien van de wateroperatoren in geval van niet-naleving van haar beslissingen en de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, in het kader van haar bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs;2° van de wateroperatoren alle inlichtingen eisen die nodig zijn voor de uitvoering van haar taken, met inbegrip van de verantwoording van elke weigering om toegang te verlenen aan een derde, en alle inlichtingen over de maatregelen die nodig zijn om hun opdrachten van openbare dienst te vervullen. § 4. Wie een verzoek ontvangt om gegevens of inlichtingen te verschaffen, is verplicht mee te werken binnen de termijn die wordt toegekend door Brugel, op straffe van toepassing van de sancties zoals bepaald in artikel 65. De gegevens of inlichtingen die worden meegedeeld door een wateroperator voor elke activiteit betreffende de uitvoering van deze ordonnantie mogen uitsluitend worden gebruikt in het kader van deze ordonnantie. § 5. In overeenstemming met de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, krijgt Brugel een aanvullende dotatie, binnen de perken van de begrotingskredieten, voor de uitvoering van haar krachtens deze ordonnantie toevertrouwde opdrachten. ».

Art. 21.In artikel 65 van dezelfde ordonnantie, zoals gewijzigd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : - in § 1, 3°, worden de woorden « in artikel 38 en de in uitvoering hiervan vastgestelde regelingen » vervangen door de woorden « in afdelingen V en Vbis »; - in § 1, 4°, wordt het woord « waterleveranciers » vervangen door het woord « wateroperatoren »; - in § 1, wordt een 8° toegevoegd luidend als volgt : « 8° de personen die zich verzetten tegen de controles en onderzoeken van Brugel uitgevoerd in het kader van deze ordonnantie of die weigeren haar de inlichtingen te verschaffen die ze gehouden zijn te geven krachtens deze ordonnantie, of die haar opzettelijk onjuiste of onvolledige inlichtingen verschaffen; - paragraaf 3, opgeheven door de ordonnantie van 8 mei 2014 tot wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu alsook andere wetgevingen inzake milieu, en tot instelling van een Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, wordt hersteld als volgt : « § 3. ln het kader van haar bevoegdheid betreffende het toezicht op de waterprijs, kan Brugel elke wateroperator gelasten zich te houden aan de beslissingen die zij neemt en aan de bepalingen van deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan binnen de termijn die zij bepaalt.

Als deze wateroperator in gebreke blijft na het verstrijken van de termijn, kan Brugel hem een administratieve boete opleggen. Deze boete mag, per kalenderdag, niet lager zijn dan 1.239 euro en niet hoger dan 99.157 euro. De totale boete mag niet meer bedragen dan tien procent van de omzet die de wateroperator gerealiseerd heeft in de loop van het laatste afgesloten boekjaar, indien dit bedrag hoger zou liggen.

Er mag geen enkele administratieve boete worden opgelegd voor feiten waarvoor al een vonnis van het Marktenhof is geveld op basis van artikel 39/4.

Vooraleer het bedrag van de boete te bepalen, informeert Brugel de betrokken wateroperator per aangetekend schrijven, en nodigt hem uit een nota te bezorgen met betrekking tot zijn verdedigingsgronden.

Het aangetekend schrijven bevat de vermelding van de weerhouden grieven, de overwogen sanctie en de melding dat het dossier kan worden ingekeken, de plaats en de uren waarop dit kan, en dit gedurende de termijn bepaald door Brugel. De nota wordt Brugel per aangetekend schrijven overgemaakt, binnen de dertig dagen na ontvangst van het bovenvermeld schrijven.

Brugel informeert de wateroperator over de datum van het voorafgaand verhoor. Het voorafgaand verhoor vindt plaats ten vroegste op de twintigste dag na de verzending van het bovenvermeld aangetekend schrijven. De wateroperator mag zich laten bijstaan door een advocaat of door deskundigen naar keuze. Brugel stelt een proces-verbaal op van het verhoor, en verzoekt de operator deze te tekenen, desgevallend nadat deze er haar opmerkingen aan heeft toegevoegd.

Brugel neemt de zaak in beraad na het laatste verhoor. Hij bepaalt de administratieve boete middels een gemotiveerde beslissing en informeert de wateroperator binnen de dertig dagen na het laatste verhoor, per aangetekend schrijven. Na deze termijn wordt Brugel geacht definitief af te zien van elke sanctie gebaseerd op de aan de wateroperator ten laste gelegde feiten, behalve indien zich nieuwe elementen zouden voordoen. De kennisgeving van de beslissing vermeldt de mogelijkheden tot beroep bepaald door de wet en door deze ordonnantie, alsmede de termijn waarbinnen het kan worden ingesteld. ».

TITEL III. - Wijzigingen aan de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 22.Artikel 30ter van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt vervangen als volgt : «

Art. 30ter.§ 1. Brugel wordt beheerd door een bestuursraad samengesteld uit vijf bestuurders, waaronder een voorzitter die over de competenties in de sectoren van elektriciteit, gas en water beschikt. De bestuurders worden benoemd door de Regering voor een mandaat van vijf jaar, dat eenmaal hernieuwbaar is. Van die bestuurders is er één specifiek voor de watersector.

Bij wijze van overgangsmaatregel, in afwachting van de benoeming van de bestuurder met specifieke bevoegdheden voor de watersector, zijn de bestuurders bevoegd om beslissingen te nemen in verband met de bevoegdheid van Brugel betreffende het toezicht op de waterprijs krachtens de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid.

De hernieuwing van de mandaten is verschillend in de tijd teneinde tenminste één bestuurder te behouden, met het oog op de verzekering van de continuïteit van Brugel. § 2. De bestuurders worden gekozen op voordracht van een jury samengesteld uit een voorzitter en twee assessoren, aangesteld door de Regering op basis van de volgende criteria : - één assessor moet beschikken over specifieke kennis in de energiesector : hij moet hiertoe hetzij een hoge functie uitoefenen in de elektriciteits- of gassector, hetzij een hoge functie uitoefenen in de regulering van de netwerkmarkten zoals de telecommunicatie, de spoorwegen of de postdiensten, hetzij behoren tot het academisch personeel van een universiteit of hogeschool; - één assessor moet beschikken over specifieke kennis in de watersector : hij moet hiertoe hetzij een hoge functie uitoefenen in de watersector, hetzij behoren tot het academisch personeel van een universiteit of hogeschool; - de voorzitter van de jury moet beschikken over kennis in de energie- en watersector; - de leden van de jury begrijpen de Nederlandse en de Franse taal; - de leden van de jury moeten de onverenigbaarheidsregels van artikel 30quinquies, § 2, betreffende de beheerders van Brugel naleven.

Een forfaitaire vergoeding van 1.500 euro bruto wordt toegekend aan de leden van de jury voor elke selectieprocedure. De Regering kan deze forfaitaire som aanpassen rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen. § 3. Een kandidatuuroproep voor bestuurders wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd alsook in vier Belgische dagbladen die op landelijk niveau verspreid worden; een minimumtermijn van dertig dagen is voorzien tussen de publicatie in het Belgisch Staatsblad en de einddatum voor indiening van de kandidaturen.

Op basis van het dossier van de kandidaten, doet de jury een eerste selectie. De jury kan besluiten een proef te organiseren die bestaat uit een casestudie, voor de weerhouden kandidaten.

De weerhouden kandidaten worden door de jury uitgenodigd voor een gesprek.

Voor iedere functie, kent de jury aan de kandidaten een van de volgende vermeldingen toe : A : volledig geschikt voor de functie;

B : geschikt voor de functie;

C : niet geschikt voor de functie.

De selectie gebeurt tussen de kandidaten die vermelding A of B kregen, rekening houdende met hun complementariteit.

De namen van de niet-weerhouden kandidaten worden niet gepubliceerd. § 4. De bestuurders : 1° vertonen een gedrag dat overeenstemt met de functievereisten;2° zijn houder van een masterdiploma uitgereikt door een universiteit of hogeschool, of kunnen een ervaring voorleggen van ten minste 10 jaar binnen het domein van elektriciteit en gas of, voor de bestuurder specifiek voor de watersector, binnen het domein van water;3° hebben een goede kennis van de milieu-, sociale, economische en institutionele toestand van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;4° hebben diepgaande kennis van de elektriciteit en gassector of van de watersector : - voor de bestuurders specifiek voor de elektriciteits- en gassector, heeft die kennis betrekking op ten minste een van de volgende aspecten : gastechniek, elektriciteitstechniek, juridische aspecten, organisatie, financiën, bescherming van de verbruiker, mededinging, groene elektriciteit;en zo niet, binnen het domein van de regulering van de netwerkmarkten, zoals de telecommunicatie, de spoorwegen of de postdiensten; - voor de bestuurders specifiek voor de watersector, heeft die kennis betrekking op minstens een van de volgende aspecten : juridische aspecten, organisatie, financiën, bescherming van de consument, mededinging en alsook op minstens een van de volgende technische aspecten : drinkwaterdistributie, sanering van afvalwater, alternatief waterbeheer; 5° beschikken over de capaciteit om de elektriciteits- en gasmarkt of de watersector binnen een stedelijke omgeving te kunnen inschatten, meer bepaald de sociale, economische en milieudimensie;6° geven blijk van belangstelling voor het algemene belang, onafhankelijkheid ten opzichte van de spelers van de energiemarkt of wateroperatoren, en de energie- en waterbezorgdheden, met inbegrip van de duurzame ontwikkeling en de milieubescherming;7° kunnen in een multidisciplinair team werken;8° zijn voldoende beschikbaar om de functie te kunnen uitoefenen, met inbegrip van de voorbereiding van de vergaderingen;9° beheersen de Nederlandse en de Franse taal. § 5. De voorzitter van de bestuursraad, naast de voorwaarden 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8° hierboven vermeld in paragraaf 4 : 1° heeft diepgaande kennis van de elektriciteits-, gas- en watersector met betrekking tot minstens vijf van de volgende aspecten : gastechniek, elektriciteitstechniek, watertechniek, juridische aspecten, organisatie, financiën, bescherming van de verbruiker, mededinging, groene elektriciteit;2° beheerst het Nederlands en het Frans en heeft een passieve kennis van het Engels.».

Art. 23.Artikel 30quater van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt : «

Art. 30quater.Brugel komt bijeen telkens haar opdrachten dat vereisen. Zij komt geldig bijeen indien ten minste drie bestuurders aanwezig zijn, waaronder de specifieke bestuurder voor de watersector wanneer een beslissing met betrekking tot de bevoegdheid van Brugel inzake het toezicht op de waterprijs krachtens de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling een kader voor het waterbeleid genomen moet worden. In geval van twee opeenvolgende afwezigheden van deze bestuurder specifiek voor de watersector, wordt het aanwezigheidsquorum geacht bereikt te zijn in aanwezigheid van drie bestuurders.

Zij spreekt zich uit bij absolute meerderheid van de aanwezige bestuurders. De verhinderde voorzitter duidt zijn vervanger aan.

Anders neemt de aanwezige oudste bestuurder in jaren het voorzitterschap waar. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. ».

Art. 24.In artikel 30quinquies van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, worden de woorden « of met de watersector » tussen de woorden « en gassector » en « en objectieve uitoefening » ingevoegd;2° in dezelfde paragraaf 2, in het tweede lid, worden de woorden « of in de watersector » tussen de woorden « of elektriciteitsondernemingen » en « , of werken » ingevoegd;3° in dezelfde paragraaf 2, in het tweede lid, worden de woorden « of bij een wateroperator » na de woorden « in een gas- of elektriciteitsonderneming » ingevoegd;4° in dezelfde paragraaf 2, in het tweede lid, worden de woorden « , een wateroperator » tussen de woorden « ten voordele van een producent, een netbeheerder, een leverancier » en de woorden « of een tussenpersoon binnen de twee jaar » ingevoegd. TITEL IV. - Wijziging aan de ordonnantie van 8 september 1994 houdende oprichting van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 25.In artikel 6, § 2, van de ordonnantie van 8 september 1994 houdende oprichting van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals gewijzigd door de ordonnantie van 19 februari 2004, wordt een nieuw lid ingevoegd na het lid 1, dat luidt als volgt : « In het kader van haar bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs, vraagt Brugel het advies van de Raad over de opstelling van de tariefmethodologie alsook wanneer zij moet beslissen over de tariefvoorstellen ingediend door de wateroperatoren in overeenstemming met de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid. ».

TITEL V. - Wijzigingen aan de ordonnantie van 8 september 1994 tot regeling van de drinkwatervoorziening via het waterleidingnet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 26.In artikel 3 van de ordonnantie van 8 september 1994 tot regeling van de drinkwatervoorziening via het waterleidingnet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd door de ordonnantie van 30 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : - tussen het eerste en het tweed lid, wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « De wateroperator belast met drinkwatervoorziening werkt een voorstel van algemene voorwaarden uit die van toepassing zijn op de waterdiensten die hij verleent.

Over dit voorstel brengt Brugel een voorafgaand advies uit en kan wijzigingen voorstellen. In dit geval deelt zij deze mee aan de wateroperator. Vervolgens beschikt deze over een termijn van dertig dagen om aan zijn oorspronkelijk voorstel alle of een deel van de wijzigingen voorgesteld door Brugel door te voeren. Als deze niet allemaal in overweging genomen worden, rechtvaardigt de wateroperator zijn standpunt aan Brugel in een met redenen omkleed antwoord. Mits inachtneming van dit met redenen omkleed antwoord en eventueel aangebrachte wijzigingen, keurt Brugel de algemene voorwaarden goed.

Bij gebrek aan een beslissing van Brugel uiterlijk binnen de dertig dagen volgend op het ontvangst van het met redenen omkleed antwoord, worden de algemene voorwaarden goedgekeurd geacht. De goedgekeurde algemene voorwaarden treden in werking binnen een termijn van zestig dagen vanaf de publicatie van de beslissing van Brugel op haar website, vergezeld van haar voorafgaand advies en desgevallend van het met redenen omkleed antwoord. De wateroperator mag wijzigingen aan de van kracht zijnde algemene voorwaarden voorstellen waarover Brugel een beslissing neemt overeenkomstig de bovenvermelde procedure. Wanneer Brugel op grond van haar eigen waarnemingen, een slechte werking of een weinig efficiënte werking identificeert met betrekking tot de uitvoering van een of andere algemene voorwaarde, kan Brugel wijzigingen aan de van kracht zijnde algemene voorwaarden voorstellen.

Het voorstel van Brugel wordt dan voorgelegd aan de wateroperator die zijn algemene voorwaarden moet aanpassen of zijn beslissing moet motiveren om de door Brugel voorgestelde wijzigingen niet te volgen.

Mits eventueel overleg tussen Brugel en de operator, worden de algemene voorwaarden uiterlijk binnen de negentig dagen volgend op de ontvangst door de operator van het voorstel van Brugel, goedgekeurd.

De wateroperator publiceert de van kracht zijnde algemene voorwaarden op zijn website. »; - het vroegere tweede lid wordt het derde lid.

TITEL VI. - Slotbepaling

Art. 27.In artikel 605quater van het Gerechtelijk Wetboek wordt een punt 11° toegevoegd, luidend als volgt : « 11° artikel 39/4 van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid. ».

Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 15 december 2017.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking, G. VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, D. GOSUIN De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken, P. SMET De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie, C. FREMAULT _______ Nota (1) Gewone zitting 2017-2018. Documenten van het Parlement. - Ontwerp van ordonnantie, A-577/1.

Verslag, A-577/2.

Integraal verslag. - Bespreking. Vergadering van donderdag 14 december 2017. - Aanneming.Vergadering van vrijdag 15 december 2017.


begin


Publicatie : 2018-02-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^