Beschikking van 16 mei 2019
gepubliceerd op 24 juni 2019
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2019012918
pub.
24/06/2019
prom.
16/05/2019
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2019012918

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


16 MEI 2019. - Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid


Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen, het geen volgt : TITEL I. - Algemeen

Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

TITEL II. - Wijzigingen aan de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid

Art. 2.In de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid, zoals deze voor het laatst gewijzigd werd door de ordonnantie van 15 december 2017 tot wijziging van diverse ordonnanties in het kader van de invoering van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan voor de waterprijs, worden de volgende woorden als volgt vervangen : 1° in de artikelen 5, 14, 50, 61 tot 64 worden de woorden « Beheersplan van het deel van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest » telkens vervangen door het woord « Waterbeheerplan » ;2° in de artikelen 7, 10, 49, 50 en 60 worden de woorden « beheersplan van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde » telkens vervangen door het woord « Waterbeheerplan » ;3° in de artikelen 11, 12, 25, 33, 44, § 3, 49, 55 en 57, alsook in de titel van Afdeling II van Hoofdstuk V en de titel van Onderafdeling I - van deze Afdeling II, wordt het woord « beheersplan » telkens vervangen door het woord « Waterbeheerplan » ;4° in de artikelen 39, 39/4 en 65, § 1, worden de woorden « Afdeling Vbis » vervangen door de woorden « Afdeling VIII ».

Art. 3.In artikel 3 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 5° wordt het woord « bron- » geschrapt ;2° het 6° wordt vervangen door wat volgt : « 6° een geïntegreerd beheer van het regenwater implementeren om het wegvloeien ervan en de overbelasting van het rioleringsnet te verminderen en zo de overstromingsrisico's te voorkomen, terwijl tegelijkertijd de functionaliteiten van de natuurlijke watercyclus hersteld worden en de kwaliteit van de oppervlaktewateren en de leefomgeving verbeterd wordt ».

Art. 4.In artikel 5 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 1° van de Franstalige versie, worden de woorden « les eaux de transition et les eaux côtières, « vervangen door de woorden « des eaux de transition et des eaux côtières, » ;2° in het 25° van de Franstalige versie, zoals voor het laatst gewijzigd werd door de ordonnantie van 28 oktober 2010 tot wijziging van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid en tot wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffingvan misdrijven inzake leefmilieu, woorden de woorden «, fixé à l'article 11, » vervangen door de woorden « fixés à l'article 11, « en worden de woorden « de milieukwaliteitsnormen liggen die vastgesteld zijn in bijlage V en » vervangen door de woorden « de milieukwaliteitsnormen liggen die vastgesteld zijn krachtens bijlage V, » ;3° het 31° wordt vervangen door wat volgt : « 31° « prioritaire stoffen » : de stoffen die als zodanig geïdentificeerd werden op het niveau van de Europese Unie bij Bijlage X van de Richtlijn en waarvan de emissies, verliezen en lozingen geleidelijk aan verminderd moeten worden ;» ; 4° een 31bis wordt ingevoegd, luidend als volgt : « 31bis « gevaarlijke prioritaire stoffen » : de stoffen die als zodanig geïdentificeerd werden op het niveau van de Europese Unie bij Bijlage X van de Richtlijn te midden van de prioritaire stoffen en waarvan de emissies, verliezen en lozingen geleidelijk aan gestopt of geëlimineerd moeten worden ;» ; 5° het 34° wordt vervangen door wat volgt : « 34° « verontreiniging » : de directe of indirecte inbreng door menselijke activiteiten van stoffen die de samenstelling of de toestand van het water zodanig kunnen wijzigen dat het niet langer geschikt is of minder geschikt wordt voor de diverse manieren waarop er gebruikgemaakt van kan worden of dat het door zijn aanblik of uitwasemingen de omgeving aantast ;» ; 6° het 37° wordt vervangen door wat volgt : « 37° « gecombineerde aanpak » : geheel van maatregelen ter vermindering van de verontreiniging aan de bron teneinde de oppervlaktewateren te beschermen door een combinatie van het controleren van de lozingen en emissies in deze wateren en het vaststellen van emissiegrenswaarden rekening houdend met de milieukwaliteitsnormen ;» ; 7° het 39° wordt vervangen door wat volgt : « 39° « huishoudelijk afvalwater » : het via het openbare distributienet aangevoerde water, het zelf geproduceerde water of het tweedecircuitwater dat gebruikt en vervolgens geloosd wordt in het openbare saneringsnetwerk door de gezinnen of dat een vergelijkbare samenstelling heeft, doordat het uitsluitend het volgende bevat : - water dat afkomstig is van sanitaire installaties ; - water dat uit de keuken afkomstig is ; - water dat afkomstig is van de schoonmaak van gebouwen, zoals woningen, kantoren, spektakelzalen, kazernes, campings, gevangenissen, onderwijsinstellingen met internaat of niet, zwembaden, hotels, restaurants, slijterijen, kapsalons ; - water dat afkomstig is van wasbeurten die thuis gedaan werden of van wassalons die uitsluitend door klanten gebruikt worden ; » ; 8° het 40° wordt vervangen door wat volgt : « 40° « niet-huishoudelijk afvalwater » : ander afvalwater dan het huishoudelijk afvalwater ;» ; 9° een 40bis wordt ingevoegd, luidend als volgt : « 40bis « koelwater » : het water dat in een onderneming gebruikt wordt voor koeling via een open circuit en dat niet in contact komt met de te koelen stoffen, noch met het afvalwater van de onderneming ;» ; 10° het 41° wordt vervangen door wat volgt : « 41° « waterdiensten » : alle diensten die ten behoeve van de huishoudens, openbare instellingen en andere economische actoren zorgen voor : - de onttrekking, productie, opstuwing, transport, opslag, behandeling en distributie van leidingwater vertrekkende vanuit oppervlakte- of grondwater (« voorzieningsdienst ») ; - de verzameling en behandeling van het afvalwater met het oog op de terugvloeiing ervan naar het oppervlaktewater (« saneringsdienst ») ; » ; 11° het 42° wordt vervangen door wat volgt : « 42° « watergebruik » : elke activiteit die geheel of gedeeltelijk, direct of indirect een beroep doet op de met het watergebruik verband houdende diensten alsook op eender welke andere activiteit die door de bij artikel 31 beoogde studies geïdentificeerd of geanalyseerd werden en die de toestand van het water op significante wijze kunnen beïnvloeden ;» ; 12° het 48° wordt vervangen door wat volgt : « 48° « tweedecircuitwater » : al het water, ongeacht de herkomst ervan, dat een eerste keer gebruikt en vervolgens collectief gezuiverd werd om opnieuw gebruikt te kunnen worden voor eender welk doeleinde met uitzondering van menselijke consumptie ;» ; 13° het 51° wordt vervangen door wat volgt : « 51° « Waterbeheerplan » : het bij de artikelen 48 tot 57 van deze ordonnantie bedoelde plan dat tegemoetkomt aan de eisen van de Richtlijn voor het deel van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde dat zich op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt ;» ; 14° het 55° wordt vervangen door wat volgt : « 55° « stedelijk afvalwater » : algemene term die naar al het water verwijst dat we in het openbare saneringsnetwerk aantreffen ;» ; 15° een 55bis wordt ingevoegd, luidend als volgt : « 55bis « regenwater » : algemene term waarmee verwezen wordt naar al het water dat afkomstig is van neerslag zoals regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van het smeltwater van sneeuw, dat niet via het openbare saneringsnetwerk passeert of, indien wel, voordat het in dit netwerk belandt ;» ; 16° in het 56° worden de woorden « verricht door de wateroperatoren » toegevoegd na de woorden « van stedelijk afvalwater » ;17° het 57° wordt vervangen door wat volgt : « 57° « dienstencontract voor sanering » : overeenkomst afgesloten tussen de operator die belast is met de waterdistributie en een derde belast met de sanering, krachtens welke de wateroperator voor waterdistributie de diensten inhuurt van deze derde voor de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de sanering van een watervolume dat overeenstemt met het verdeelde volume water alsook met het volume water dat in het openbare saneringsnetwerk geloosd wordt door de zelfproducenten en de gebruikers van tweedecircuitwater in het Gewest teneinde de operator die instaat voor de distributie van water en deze zelfproducenten en gebruikers, in de mogelijkheid te stellen hun verplichtingen na te komen zoals bedoeld in artikel 17, § 3 en 36, § 4 ;» ; 18° het 58° wordt vervangen door wat volgt : « 58° « bufferopslag van stedelijk afvalwater » : elke infrastructuur van het saneringsnetwerk dat met name tot doel heeft om het debiet van het stedelijke afvalwater in de rioleringsnetten of collectoren te regelen bij zware regenval ;» ; 19° een 59bis wordt toegevoegd als volgt : « 59bis « rioleringsnet » : geheel van leidingen gelegen in de openbare ruimte en bestemd om het stedelijke afvalwater in op te vangen via vertakkingen die in verbinding staan met privatieve percelen of afvoerkolken langs de weg ;de delen van voormelde vertakkingen die zich in de openbare ruimte bevinden, maken integraal deel uit van het rioleringsnet ; » ; 20° het 60° wordt vervangen door wat volgt : « 60° « zelfproducent » : natuurlijke of rechtspersoon die water wint uit de grondwaterlaag of oppervlaktewater afneemt ;».

Art. 5.In artikel 6 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 9° wordt in het Frans het woord « et » aan het begin van de zin geschrapt - in het Nederlands staat het er niet ;2° in het 10° worden de woorden « voor de be-voorrading » ingevoegd tussen de woorden « van algemeen belang » en de woorden « wordt geacht ervoor te zorgen ».

Art. 6.Artikel 17 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 17.§ 1. De volgende openbaredienstopdrachten worden uitgeoefend door de wateroperatoren volgens de volgende verdeling : 1° de controle van de conformiteit van het water van de Brusselse waterwinningen bestemd voor het openbare waterleidingnet : Vivaqua ;2° de productie, de behandeling, de opslag en het transport van drinkwater bestemd voor menselijke consumptie, voor zover het geleverd is of bedoeld is om geleverd te worden door een openbaar distributienet : Vivaqua ;3° de distributie van drinkwater bestemd voor menselijke consumptie : Vivaqua ;4° het concept, de opzet, de exploitatie en het beheer van de infrastructuren die voor de afwatering en de bufferopslag van het stedelijke afvalwater zorgen, dat hen toevertrouwd wordt door de gemeenten of ontwikkeld door de wateroperator in toepassing van het Waterbeheerplan, met inbegrip van de eventuele nuttige toepassing van dit water : Vivaqua ;5° het concept, de opzet, de exploitatie en het beheer van de infrastructuren die voor de afwatering en de bufferopslag van het andere stedelijke afvalwater zorgen dan het water dat in het 4° beoogd wordt, met inbegrip van de eventuele nuttige toepassing van dit water : de BMWB ;6° het concept, de opzet, de exploitatie en het beheer van de infrastructuren die voor de zuivering van het stedelijke afvalwater zorgen : de BMWB. § 2. Deze wateroperatoren die aangewezen werden voor de bij paragraaf 1 beoogde opdrachten en die over de nodige rechten beschikken om de installaties te gebruiken, te beheren en te exploiteren, die bestemd zijn voor de aan hen toevertrouwde opdrachten, krijgen exclusieve rechten toegewezen. De uitvoering van deze opdrachten mag niet worden toevertrouwd aan eender welk filiaal dat deze wateroperatoren zouden oprichten. Ze hebben bovendien hebben de verplichting de betroffen bevolking te informeren over de gelopen risico's en over elke maatregel die genomen zou kunnen worden voor de bescherming van het leefmilieu en de gezondheid van de personen tegen de nadelige uitwerking van een verontreiniging van het water bestemd voor menselijke consumptie. § 3. Met het oog op de instandhouding van de waterkwaliteit neemt de bij paragraaf 1, 3° bedoelde operator de sanering van het huishoudelijke en niet-huishoudelijke afvalwater voor zijn rekening in functie van de watervolumes die hij in het Gewest verdeelt. De operator kan deze sanering zelf uitvoeren of kan deze aan een derde toevertrouwen via een dienstencontract voor sanering. § 4. Na raadpleging van de wateroperatoren kan de Regering de taken preciseren die de wateroperator(en) voor hun rekening nemen met het oog op de uitvoering van zijn/hun openbaredienstopdrachten. Bovendien staat het haar vrij om steunmaatregelen of compensaties aan deze wateroperatoren toe te kennen voor de uitvoering van de in dit artikel toegekende opdrachten. § 5. Bij naamsverandering of fusie tussen de operatoren, worden de in paragraaf 1 gespecificeerde opdrachten overgenomen door de entiteit met de nieuwe naam of door de entiteit die door de fusie is ontstaan. § 6. De Regering stelt de regels vast voor de controle van de opdrachten waarvoor exclusieve rechten worden verleend. ».

Art. 7.Artikel 18 van dezelfde ordonnantie wordt verplaatst door wat volgt : «

Art. 18.§ 1. De Regering kan de wateroperator(en) aanwijzen die belast zal/zullen worden met de realisatie, het beheer en de exploitatie van toekomstige bufferopslagen voor stedelijk afvalwater in overeenstemming met de opdrachten die krachtens artikel 17 aan de wateroperatoren toevertrouwd werden en rekening houdend met de interacties van deze toekomstige bouwwerken met de respectieve bestaande infrastructuren van voormelde operatoren. § 2. Overeenkomstig de doelstelling die werd vastgelegd bij artikel 3, 6° wordt het regenwater beheerd in naleving van de volgende beginselen : 1° elke zowel private als publieke eigenaar is verantwoordelijk voor het beheer van het regenwater op zijn perceel ;2° in het openbaar domein ressorteren de inrichtingen voor het beheer van het regenwater onder de bevoegdheid van de beheerder van deze openbare ruimte, ongeacht of het daarbij nu om een weg, een park, een plein, een square, enz.gaat.

Het beheer omvat de realisatie en het onderhoud van zijn inrichting(en) voor het beheer van het regenwater.

De Regering voorziet zichzelf van de nodige hulpmiddelen om de concrete implementatie van het geïntegreerde beheer van het regenwater te verzekeren. § 3. Een wateroperator kan elke andere opdracht toegewezen krijgen, die de Regering gemachtigd is om hem toe te wijzen krachtens deze ordonnantie. § 4. De in dit hoofdstuk bedoelde wateroperatoren kunnen een samenwerkingsverband sluiten, middelen delen, onderling personeel, bouwwerken en/of materieel overdragen en participeren in elkaars vermogen vanuit een streven naar rationalisering en een doeltreffende uitvoering van de openbaredienstopdrachten. ».

Art. 8.In artikel 20 van dezelfde ordonnantie wordt er een nieuw streepje ingevoegd tussen het vierde en het vijfde streepje, waarvan de tekst als volgt luidt : « - de nuttige toepassing te verzekeren van het gezuiverde water en van de resten afkomstig van het zuiveringsproces ; ».

Art. 9.In artikel 21 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° bij het eerste lid wordt het woord « naast » ingevoegd tussen de woorden « oefent de BMWB » en de woorden « de openbaredienstopdrachten ».2° in hetzelfde lid worden de woorden « de volgende openbaredienstopdrachten uit » vervangen door « de openbaredienstopdrachten bedoeld bij artikel 17, § 1, de volgende opdrachten uit : » ;3° het eerste streepje wordt opgeheven ;4° in het derde streepje dat zodoende het tweede streepje wordt, worden de woorden « voor afwatering, » geschrapt.

Art. 10.In artikel 23 van dezelfde ordonnantie worden de woorden « of in het beheercomité » opgeheven.

Art. 11.In artikel 25, paragraaf 4, van dezelfde ordonnantie worden de woorden « vijf jaar » vervangen door de woorden « zes jaar die overeenstemt met de periode die door het Waterbeheerplan gedekt wordt ».

Art. 12.In artikel 29 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 worden de woorden « de wet van 16 maart 1954 inzake het toezicht op bepaalde openbare instellingen » vervangen door de woorden « de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut » ;2° in paragraaf 3 wordt het woord « wet » vervangen door de woorden « huidige ordonnantie ».

Art. 13.In artikel 31 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 in de Franstalige versie worden de woorden « paragraphe 1e » » vervangen door de woorden « paragraphe 1er » ;2° er wordt een nieuwe paragraaf 3 ingevoegd, die als volgt luidt : « § 3.De Regering is gemachtigd om, overeenkomstig de krachtens artikel 17 aan de wateroperatoren toevertrouwde opdrachten en in overleg met hen, alle nodige maatregelen te treffen teneinde de overstromingsrisico's te evalueren en te beheren. ».

Art. 14.In artikel 32 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, 3° wordt het woord « aangeduid » vervangen door de woorden « die de Regering gemachtigd is om aan te duiden » ;2° in het tweede lid, 6° worden de woorden « die zijn vastgelegd door de Regering krachtens artikel 17 van de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende het behoud en de bescherming van de natuur ;» vervangen door de woorden « zoals bedoeld door artikel 20 van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud en de groengebieden met hoogbiologische waarden opgenomen in het Gewestelijk Bestemmingsplan ; » ; 3° in het tweede lid wordt het 7° vervangen door wat volgt : « de natuur- en bosreservaten alsook de gebieden die zijn geïdentificeerd en aangeduid als speciale instandhoudingszones of speciale beschermingszones krachtens de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud.».

Art. 15.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie wordt de titel van afdeling III, zoals gewijzigd door de ordonnantie van 28 oktober 2010, vervangen door wat volgt : « Afdeling III. - Voor menselijke consumptie bestemd water en tweedecircuitwater ».

Art. 16.Artikel 36, paragraaf 4, van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door wat volgt : « Iedere zelfproducent van water of elke gebruiker van tweedecircuitwater neemt, met het oog op het behoud van de waterkwaliteit, de sanering van het afvalwater waar volgens het volume water dat hij zelf geproduceerd heeft in het Gewest of het volume tweedecircuitwater dat hem bezorgd werd. Hij wordt geacht voor voormeld volumes een beroep te doen op de diensten die instaan voor de openbare afvalwatersanering. Hij kan deze sanering echter ook zelf uitvoeren mits naleving van de maatregelen die krachtens artikel 40/1 van deze ordonnantie getroffen werden en het verkrijgen van een milieuvergunning die de voorwaarden voor deze autonome sanering vastlegt. ».

Art. 17.In artikel 36 van dezelfde ordonnantie wordt er een paragraaf 5 ingevoegd, die als volgt luidt : « § 5. De Regering is gemachtigd om de maatregelen te treffen die ze nodig acht om de waterhulpbronnen te beschermen in geval van droogte. ».

Art. 18.In afdeling III van hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie wordt er een artikel 36/2 ingevoegd, dat als volgt luidt : « Art. 36/2. De Regering kan specifieke normen vastleggen voor het tweedecircuitwater in functie van het gebruik dat men ervan wil maken, dit met het oog op de bescherming van zowel de uiteindelijke gebruiker als van het ontvangende milieu van dit water. ».

Art. 19.In artikel 38 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.De reële kostprijs van het watergebruik wordt volledig gedekt door twee bronnen van financiering : enerzijds een privéfinanciering via de prijs van het water en de heffingen die gefactureerd worden aan de eindgebruikers en anderzijds een overheidsfinanciering via een financiële participatie van het Gewest. » ; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De criteria en tariferingsbeginselen die van toepassing zijn op waterdiensten omvatten ten minste de volgende elementen : - de verschillende economische sectoren, opgesplitst volgens ten minste de huishoudelijke sector en de sectoren die niet-huishoudelijk afvalwater lozen, dragen op gedifferentieerde wijze bij tot de kosten van de waterdiensten, met naleving van het beginsel dat de vervuiler betaalt ; - de prijsstructuur van het water moet aan iedereen de toegang verzekeren tot het water dat nodig is voor de gezondheid, de hygiëne, en de menselijke waardigheid en moet, bijgevolg, in sociale maatregelen voorzien ; - de tariefstructuur spoort de eindgebruikers aan om zich op een milieubewuste manier te gedragen, dat wil zeggen om op een doeltreffende en spaarzame manier gebruik te maken van de hulpbronnen teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van voorliggende ordonnantie ; - de huishoudelijke tarifering houdt rekening met het aantal personen waaruit het huishouden bestaat, door de hantering van progressieve tarieven in functie van het beroep dat er op de waterdiensten gedaan worden en voor zover het volledige verbruik van het huishouden in kwestie geregistreerd wordt door middel van een geïndividualiseerde meter eigen aan het huishouden en dit onder de verantwoordelijkheid van de bij artikel 17, § 1, 3° bedoelde wateroperator ressorteert ; - de prijs en kostprijs van het water mogen geen onderscheid maken op basis van de geografische ligging van de eindgebruikers. ».

Art. 20.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie wordt een nieuwe afdeling VI ingevoegd, getiteld « Afdeling VI - Sociale en internationale solidariteitsmaatregelen », die artikel 38/1 omvat.

Art. 21.§ 1. In de door artikel 20 ingevoegde afdeling VI wordt er een als volgt geformuleerd artikel 38/1 ingevoegd : « § 1. De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, moet een deel van de inkomsten afkomstig van de tarifering van water voorbehouden voor maatschappelijke doeleinden.

Dit bedrag is bestemd voor de gebruikers die steun genieten, in overeenstemming met artikel 57 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, of een collectieve schuldenregeling in overeenstemming met de wet van de 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen, die een financiële tussenkomst kunnen krijgen in de betaling van hun waterfacturen.

De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3° mag een overeenkomst afsluiten met een of meerdere openbare actoren voor de tenuitvoerlegging van deze sociale maatregel.

De Regering bepaalt het deel van de inkomsten van de tarifering van water dat voorbehouden moet worden voor die sociale maatregel. De Regering bepaalt de verdeling van het voorbehouden bedrag tussen enerzijds de betaling van waterfacturen en anderzijds de werkingskosten veroorzaakt door de tenuitvoerlegging van deze sociale maatregel. § 2. Geen enkele onderbreking van de huishoudelijke waterverdeling mag uitgevoerd worden tijdens de jaarlijkse vakantieperiode (van 1 juli tot 31 augustus) en evenmin tijdens de winterperiode (tussen 1 november en 31 maart), behalve om technische of veiligheidsredenen. § 3. De in artikel 17, § 1, 3° bedoelde wateroperator is verplicht een bedrag van 0,005 euro per in het vorige dienstjaar gefactureerde m3 water voor te behouden voor internationale solidariteit. Dat bedrag wordt aangewend voor projecten inzake ontwikkelingshulp die verband houden met de watersector, met naleving van artikel 2.

De Regering legt de nadere regels inzake die aanwending vast, met inbegrip van : - de samenstelling en de aanwijzing van een selectiecomité dat met name belast is met de jaarlijkse projectoproep, de selectie van de projecten, de opstelling van de overeenkomsten tussen Leefmilieu Brussel, de in artikel 17, § 1, 3° bedoelde wateroperator en de organisatie die het project draagt en met de follow-up van de projecten en de evaluatie ervan op grond van de inlichtingen verschaft door een begeleidingscomité ; - de samenstelling en de aanwijzing van een begeleidingscomité dat met name belast is met de controle op de uitvoering en het goede verloop van de geselecteerde projecten en met de evaluatie ervan.

Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen ; de basisindex is de laatste die in 2013 in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. Het bedrag wordt opnieuw berekend op 1 januari van elk jaar, op grond van de laatste op die datum bekendgemaakte index ; het tienduizendste deel wordt afgerond naar het hogere tienduizendste of verwaarloosd, naargelang het al dan niet de helft van een tienduizendste bedraagt. ».

Art. 22.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie wordt een nieuwe afdeling VII ingevoegd, getiteld « Facturatieprincipes », die artikel 38/2 omvat.

Art. 23.In de door artikel 22 ingevoegde afdeling VII wordt er een als volgt geformuleerd artikel 38/2 ingevoegd : «

Art. 38/2.De facturatieprincipes die van toepassing zijn op de voor distributie van voor menselijke consumptie bestemd water, omvatten ten minste de volgende elementen : - de waterprijs wordt aan de gebruikers gefactureerd middels een integrale factuur die ten minste de prijs van de distributie van het water bevat, in hoofdzaak, en de prijs van de sanering (opvang en zuivering), in bijzaak ; - een tussentijdse factuur wordt ten minste elk kwartaal opgesteld voor de gezinnen en ten minste elk jaar voor de andere gebruikers ; - als bijlage bij de aan de gezinnen gestuurde tussentijdse factuur wordt informatie verschaft betreffende het bestaan van begeleidingsvoorzieningen binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun contactgegevens ; - het aantal tussentijdse facturen op een jaar wordt vastgesteld door de Regering op voorstel van de in artikel 17, § 1, 3° bedoelde wateroperator volgens de verbruiksschijven (m3 verbruikt per jaar) ; - als bijlage bij de aan de gezinnen gerichte integrale factuur, en ten minste één keer per jaar, wordt informatie verstrekt aan de gebruikers over het deel van de reële kostprijs dat ten laste genomen wordt door de overheid, de samenstelling van het leidingwater, alsook nuttige informatie om water op een zuinigere manier te gebruiken. ».

Art. 24.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie wordt afdeling Vbis getiteld « Tariefmethodologieën en tarieven » die de artikelen 39 tot 39/5 omvat, afdeling VIII.

Art. 25.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie wordt afdeling Vter getiteld « Meerjareninvesteringsplannen » die artikel 39/5 omvat, afdeling IX.

Art. 26.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie wordt huidige afdeling VI getiteld « De gecombineerde aanpak voor puntbronnen en diffuse bronnen » afdeling X getiteld « De bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging door puntbronnen en diffuse bronnen ».

Art. 27.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie wordt in afdeling X zoals gewijzigd door artikel 26 een als volgt geformuleerde onderafdeling I - ingevoegd, die artikel 40 omvat : « Onderafdeling I - Controle van de lozingen

Art. 40.§ 1. De Regering, die dit kan delegeren aan Leefmilieu Brussel, controleert alle lozingen in de oppervlaktewateren overeenkomstig de in dit artikel uiteengezette gecombineerde aanpak.

Elke lozing van afvalwater en koelwater in de oppervlaktewateren is verboden, tenzij ze toegelaten werd door een milieuvergunning die werd uitgereikt in overeenstemming met de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.

Met lozing wordt elke al dan niet opzettelijke introductie van vervuiling in een oppervlaktewater bedoeld, met inbegrip van het deponeren van vaste stoffen of vloeistoffen op een plaats vanwaar ze door een natuurlijk verschijnsel in die wateren kunnen terechtkomen. § 2. De Regering draagt zorg voor de invoering en toepassing van : 1° toepasselijke emissiegrenswaarden gericht op de naleving van de door haar vastgelegde milieukwaliteitsnormen ;2° op de beste beschikbare techniek gebaseerde emissiebeheersingsmaatregelen ;3° algemene voorwaarden voor lozing in het rioleringsnet ;4° in het geval van diffuse effecten, beheersingsmaatregelen, met inbegrip van de beste milieupraktijken, die zijn vervat in : - richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) ; - richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater ; - richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen ; - de Richtlijnen vastgesteld krachtens artikel 16 van de Richtlijn ; - de Richtlijnen opgesomd in bijlage V van deze ordonnantie ; - andere relevante communautaire wetgeving, uiterlijk op 22 december 2012, tenzij in de desbetreffende wetgeving anders is bepaald. § 3. De Regering legt strengere emissiebeheersingsmaatregelen op in het geval een doelstelling of een kwaliteitsnorm, opgesteld met toepassing van deze ordonnantie, van de in bijlage V van deze ordonnantie opgesomde Richtlijn(en) of van elke andere wetgevende bepaling, strengere voorwaarden vereist dan die welke voortvloeien uit de toepassing van paragraaf 2. ».

Art. 28.In hoofdstuk IV van dezelfde ordonnantie wordt in afdeling X zoals gewijzigd door artikel 26 een als volgt geformuleerde subafdeling II ingevoegd, die artikel 40/1 omvat : « Onderafdeling II - Regeling inzake de sanering van stedelijk afvalwater

Art. 40/1.§ 1. De regeling inzake de sanering van stedelijk afvalwater voldoet aan de volgende beginselen en verplichtingen : 1° de regeling inzake de sanering van stedelijk afvalwater in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is collectief, wat het volgende inhoudt : - de aanwezigheid van een collectief saneringsnetwerk over het hele grondgebied dat verbonden is met een zuiveringsstation ; - de verplichte aansluiting van de gebouwen gelegen langs een weg die al met riolering werd uitgerust ; en ; - de verplichting tot aansluiting tijdens werken voor de realisatie van het rioleringsnet voor de gebouwen die langs een weg gelegen zijn, die er tot dan van verstoken bleef ; 2° elke aansluiting op het rioleringsnet maakt het voorwerp uit van een schriftelijke voorafgaande toelating van de wateroperator belast met het beheer van het rioleringsnet ;3° in afwijking van de collectieve saneringsregeling bedoeld bij het 1° en onverminderd andere toepasselijke wetgeving, kunnen sommige zones of sommige gebouwen omwille van een technische onhaalbaarheid of buitensporige kosten ten opzichte van de milieuwinst van een aansluiting op het rioleringsnet het voorwerp uitmaken van een autonome sanering ;4° er wordt een kaart opgemaakt van de zones waar de autonome saneringsregeling van toepassing kan zijn, zoals vastgelegd door de wateroperatoren en goedgekeurd door de Regering na een openbaar onderzoek van zestig dagen in de door deze zones betroffen gemeenten ;5° bij een autonome sanering legt de milieuvergunning die werd uitgereikt overeenkomstig de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, de voorwaarden vast voor de exploitatie en het onderhoud van het individuele zuiveringssysteem in functie van de te behandelen afvalwaterstromen.De exploitant van het systeem staat garant voor het onderhoud en de goede werking ervan. De exploitant die de in de milieuvergunning vastgelegde voorwaarden naleeft, kan de operator belast met de verdeling van leidingwater om een gehele of gedeeltelijke vrijstelling verzoeken van het « sanering'-gedeelte van zijn waterfactuur. § 2. De Regering kan de toepassingsregels van deze regeling inzake de sanering van stedelijk afvalwater preciseren. ».

Art. 29.In artikel 44, § 2, van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° bij het 1° worden de woorden « krachtens artikel 40 » vervangen door de woorden « krachtens artikel 40 en 40/1 » ;2° bij het 13° worden de woorden « beoordeling en » ingevoegd tussen de woorden « ter » en « preventie van de risico's van overstromingen » en worden de woorden «, die gegroepeerd zijn onder de benaming « regenplan », » geschrapt.

Art. 30.In artikel 54 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° bij lid 2 worden de woorden « bij uittreksel » ingevoegd tussen de woorden « uiterlijk op 22 december 2009 » en de woorden « gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad » ;2° bij lid 3 wordt het woord « drie » vervangen door het woord « vijftien » ;3° het lid 4 wordt opgeheven.

Art. 31.In artikel 55, tweede lid, van dezelfde ordonnantie, worden de woorden « met uitzondering van artikelen 51, § 2, laatste lid, en 53, § 3 voor de wijzigingsprocedures opgestart vanaf 1 januari 2019 » toegevoegd na de woorden « van toepassing op de actualisering ervan ».

Art. 32.In artikel 64/1, § 3, 2°, van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « en van elke andere rechtspersoon actief op het vlak van het beheer van de watercyclus » worden ingevoegd tussen de woorden « wateroperatoren » en « alle inlichtingen eisen die nodig zijn » ;2° de woorden « om hun » worden vervangen door de woorden « om de » ;3° de woorden « bedoeld bij artikel 17, § 1, 18, § 1, en 20 » worden toegevoegd na de woorden « opdrachten van openbare dienst ».

Art. 33.In artikel 65, § 1, van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 2° worden de woorden « artikelen 18, § 2 en 36, § 4, » vervangen door de woorden « artikelen 17, § 3, 36, § 4 of 40/1, § 1, 1° » ;2° het 5° wordt vervangen door wat volgt : « 5° de personen die, in strijd met artikel 40, § 1, afvalwater of koelwater in de oppervlaktewateren lozen zonder zich hiervoor te kunnen beroepen op de toelating van een milieuvergunning ;» ; 3° er wordt een als volgt opgesteld 9° ingevoegd : « 9° de personen die de emissiegrenswaarden, de emissiebeheersingsmaatregelen en de algemene lozingsvoorwaarden vastgelegd in toepassing van artikel 40, § 2 en 3 miskennen.».

Art. 34.In artikel 72 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het huidige artikel 72 wordt paragraaf 1 ;2° er wordt een als volgt opgestelde paragraaf 2 ingevoegd : « § 2.De Regering is gemachtigd om bij besluit de technische elementen van de bijlagen bij deze ordonnantie te wijzigen, mochten dergelijke wijzigingen nodig blijken voor een correcte toepassing van het Europese recht op het vlak van water. ».

Art. 35.In dezelfde ordonnantie wordt deel A van bijlage IV vervangen door het volgende : « Deel A : Maatregelen vereist op grond van de onderstaande ordonnanties en besluiten : i. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 april 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 23/04/2009 pub. 28/04/2009 numac 2009031222 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit sluiten betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit ; ii. Ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud ; iii. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 januari 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 24/01/2002 pub. 21/02/2002 numac 2002031036 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de kwaliteit van het leidingwater sluiten betreffende de kwaliteit van het leidingwater ; iv. Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening ; v. Ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen ; vi. Ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems en Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juli 1993 betreffende het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw ; vii. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 maart 1994 betreffende de behandeling van stedelijk afvalwater ; viii. Ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ; ix. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 19/11/1998 pub. 29/01/1999 numac 1998031517 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering inzake de bescherming van het water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen sluiten betreffende de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen ; x. Aanwijzingsbesluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van de speciale beschermingszones (« Natura 2000-gebieden ») ; xi. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 21/11/2013 pub. 09/12/2013 numac 2013031969 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging door industriële emissies sluiten inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging door industriële emissies. ».

Art. 36.In dezelfde ordonnantie wordt bijlage V vervangen door het volgende : « Bijlage V - Emissiegrenswaarden en milieukwaliteits- normen Onder voorbehoud van de maatregelen die de Regering gemachtigd is te treffen krachtens artikel 40, § 2, worden de milieukwaliteitsnormen vastgesteld in het kader van richtlijn 2008/105/EG inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG als de milieukwaliteitsnormen beschouwd waarop de emissiegrenswaarden voor de doeleinden van deze ordonnantie zijn gebaseerd. ».

TITEL III. - Wijziging aan de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's

Art. 37.In artikel 10, § 2, 5°, van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's, zoals voor het laatst gewijzigd door de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, worden de woorden « aanduiding van de bevoegde overheden » vervangen door de volgende woorden : « de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via het Comité van watergebruikers, de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Hoge Raad voor Natuurbehoud ».

TITEL IV. - Wijziging aan de ordonnantie van 25 maart 1999 houdende het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid

Art. 38.In artikel 2, § 1, 2°, van het Wetboek van 25 maart 1999 van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, zoals voor het laatst gewijzigd door de ordonnantie van 8 mei 2014, wordt het streepje « de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen de verontreiniging » geschrapt.

TITEL V. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 39.De wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging wordt opgeheven voor wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft.

Art. 40.Deze ordonnantie treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikelen 38 en 39 die in werking treden op de dag waarop het besluit van de Regering aangenomen krachtens artikel 40, § 2 van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid in werking treedt.

Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 16 mei 2019.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking, G. VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, D. GOSUIN De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken, P. SMET De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie, C. FREMAULT _______ Nota Documenten van het Parlement : Gewone zitting 2018-2019 A-854/1 Ontwerp van ordonnantie A-854/2 Verslag Integraal verslag : Bespreking : vergadering van maandag 29 april 2019 Aanneming : vergadering van dinsdag 30 april 2019


begin


Publicatie : 2019-06-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^