Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 januari 2016
gepubliceerd op 09 februari 2016
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2016031043
pub.
09/02/2016
prom.
14/01/2016
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2016031043

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


14 JANUARI 2016. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques


De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Tewerkstelling, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, het artikel 87, § 1;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, het artikel 40, § 1;

Gelet op de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, het artikel § 2 alinea 5;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;

Gelet op de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 3, 2° ;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 april 2014 houdende de uitvoering van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 13;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 december 2015;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 17 december 2015;

Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 17 décember 2015;

Gelet op het advies 58.738/1 van de Raad van State, gegeven op 24 december 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat onderhavig besluit een materie regelt die in het kader van de zesde staatshervorming is overgeheveld en dat de bevoegdheid inzake afgifte en intrekking van vergunningen concreet en definitief naar het Gewest zal overgeheveld worden op 1 januari 2016;

Overwegende dat onderhavig besluit zich ertoe beperkt aan artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques de definitie van het voortaan bevoegde gewestbestuur toe te voegen en artikel 2ter aan te passen om de nieuwe adviescommissie inzake vergunningen op 1 januari 2016 op te richten waarin met name de vertegenwoordigers van dit bestuur zullen zetelen;

Overwegende dat de hier ingeroepen dringende noodzakelijkheid voortvloeit uit de noodzaak voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om snel zijn commissie op te richten om de afgifte en intrekking van vergunningen mogelijk te maken; dat, bij ontstentenis, vanaf 1 januari 2016 het onmogelijk zou zijn die vergunningen op basis van de huidige tekst af te geven of in te trekken aangezien de RVA ter zake niet langer bevoegd is aan het einde van de overgangsperiode die verstrijkt op 31 december 2015;

Overwegende dat onderhavig besluit zo een juridisch vacuüm vermijdt in januari 2016 en dat het gegrond is in een geest van continuïteit van de dienstverlening en het goed bestuur.

Op de voordracht van de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Tewerkstelling;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques wordt een als volgt opgesteld 3° bis ingelast : « 3° bis. het bestuur : behoudens uitdrukkelijk voorziene tegenstrijdige bepaling, Brussel Economie en Werkgelegenheid bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.

Art. 2.Artikel 2ter van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 juli 2009, wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 2ter.§ 1. Er wordt bij de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een adviescommissie voor dienstencheque-activiteiten opgericht, hierna "de Commissie" genoemd, die advies moet verstrekken betreffende de toekenning of de intrekking van de erkenning van de ondernemingen, vermeld in artikel 2, § 1, 5°, van de wet. § 2. De Commissie is samengesteld als volgt : 1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Minister van Tewerkstelling en een plaatsvervanger;2° drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn bij de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;3° drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties, die vertegenwoordigd zijn bij de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;4° twee werkende leden en twee plaatsvervangende leden als vertegenwoordigers van het bestuur. § 3. De Minister van Tewerkstelling benoemt de Commissieleden en waakt erover dat maximaal twee derde van de leden van hetzelfde geslacht zijn.

Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van vier jaar die een einde neemt : 1° in geval van ontslag;2° als de mandaterende instantie die een lid heeft voorgedragen, om zijn vervanging verzoekt;3° als een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde. Het lid dat afstand doet van zijn mandaat vóór de geplande einddatum, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt.

In dat geval wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen. § 4. Om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen, moeten aanwezig zijn : 1° de voorzitter of zijn plaatsvervanger;2° een lid dat de werknemers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger;3° een lid dat de werkgevers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger;4° een lid dat het bestuur vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger. § 5. Het secretariaat van het Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat in voor het secretariaat van de Commissie. § 6. De Commissie bepaalt haar huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring aan de Minister van Tewerkstelling wordt voorgelegd.".

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016.

Art. 4.De Minister bevoegd voor Tewerkstelling is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 14 januari 2016.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Tewerkstelling, D. GOSUIN


begin


Publicatie : 2016-02-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^