Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 01 februari 2019
gepubliceerd op 29 maart 2019

Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de distributie en levering van thermische energie

bron
vlaamse overheid
numac
2019011417
pub.
29/03/2019
prom.
01/02/2019
ELI
eli/besluit/2019/02/01/2019011417/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

1 FEBRUARI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de distributie en levering van thermische energie


DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie, artikel 7, gewijzigd bij de decreten van 25 mei 2007, 8 mei 2009, 20 april 2012, 19 juli 2013 en 10 maart 2017;

Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 4/1.1.1, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 4/1.1.4, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 4/1.1.5, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 4/1.1.6, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 4/1.1.11, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 4/1.2.2, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 4/1.3.1, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 4/1.3.2, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 5.1.2, ingevoegd bij het decreet van 24 februari 2017 en gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 5.1.4, ingevoegd bij het decreet van 24 februari 2017 en gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2017, artikel 6.2.2, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, en artikel 12.2.1, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011 en 10 maart 2017;

Gelet op het decreet van 10 maart 2017 houdende wijziging van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water en van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de invoering van een regulerend kader voor warmte- of koudenetten, artikel 31;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water;

Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 11 juni 2018;

Gelet op het non-advies van de SERV d.d. 23 juli 2018;

Gelet op het non-advies van de Minaraad d.d. 27 augustus 2018;

Gelet op het advies van de gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 28 november 2018;

Gelet op advies nr. 64.942/3 van de Raad van State, gegeven op 24 januari 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water

Artikel 1.Aan het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water worden de woorden "en de levering van thermische energie" toegevoegd.

Art. 2.In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 en 6 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt: "1° het decreet: het decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie;"; 2° er worden een punt 6° en een punt 7° toegevoegd, die luiden als volgt: "6° huishoudelijk afnemer van thermische energie: afnemer als vermeld in artikel 1.1.3, 67/1°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009; 7° warmte- of koudeleverancier: leverancier als vermeld in artikel 1.1.3, 133/1°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009.".

Art. 3.In artikel 2, eerste lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 en 6 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 3° wordt de zinsnede "of exploitant," vervangen door de zinsnede ", exploitant of warmte- of koudeleverancier,";2° in punt 4° wordt de zinsnede "of huishoudelijke abonnee," vervangen door de zinsnede ", huishoudelijke abonnee of de huishoudelijke afnemer van thermische energie,".

Art. 4.Aan artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009, 19 november 2010 en 6 december 2013, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt: "3° in geval van thermische energie: a) op verzoek van de warmte- of koudeleverancier om de huishoudelijke afnemer van thermische energie af te sluiten in de gevallen, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, eerste lid, 5°, 6° en 7°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009; b) op verzoek tot heraansluiting van de huishoudelijke afnemer van thermische energie, na beëindiging van de toestand, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 7°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009.".

Art. 5.Aan artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 en 6 december 2013, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Wat betreft thermische energie wordt het verzoek van de warmte- of koudeleverancier, vermeld in artikel 3, 3°, a), met een gewone brief gericht aan de voorzitter van de commissie. Er moet een verantwoordingsnota bijgevoegd zijn, die elementen bevat die de reden voor de afsluiting van de huishoudelijke afnemer van thermische energie aantonen. Als dat van toepassing is, moet uit de bijgevoegde verantwoordingsnota ook blijken dat de procedure bij wanbetaling volledig doorlopen is.".

Art. 6.In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 en 6 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zinsnede "of exploitant," vervangen door de zinsnede ", exploitant of warmte- of koudeleverancier,";2° in het tweede lid wordt de zinsnede "of huishoudelijke abonnee," telkens vervangen door de zinsnede ", huishoudelijke abonnee of de huishoudelijke afnemer van thermische energie,".

Art. 7.In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 en 6 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt het woord "veertiende" vervangen door het woord "dertigste";2° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 7, tweede lid" vervangen door de zinsnede "artikel 7, § 2, eerste lid, § 2/1, eerste lid en § 3, eerste lid,";3° in het eerste lid wordt de zinsnede "of exploitant," vervangen door de zinsnede ", exploitant of warmte- of koudeleverancier,";4° in het derde lid wordt de zinsnede "of huishoudelijke abonnee," vervangen door de zinsnede ", huishoudelijke abonnee of de huishoudelijke afnemer van thermische energie,";5° in het derde lid wordt de zinsnede "of exploitant," vervangen door de zinsnede ", exploitant of warmte- of koudeleverancier,";6° in het vierde lid wordt de zinsnede "artikel 7, derde lid" vervangen door de zinsnede "artikel 7, § 2, tweede lid, § 2/1, tweede lid en § 3, tweede lid,".

Art. 8.Aan artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009, 19 november 2010 en 6 december 2013, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 3. Wat betreft thermische energie richt de huishoudelijke afnemer van thermische energie die van mening is dat zijn afsluiting niet langer noodzakelijk is omdat er een einde gekomen is aan de toestand, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 7°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, een schriftelijk verzoek tot heraansluiting aan de warmte- of koudeleverancier.

Als de warmte- of koudeleverancier binnen de vijf dagen na de verzending van het verzoek niet is overgegaan tot heraansluiting, heeft de huishoudelijke afnemer van thermische energie het recht een verzoek tot heraansluiting in te dienen bij de lokale adviescommissie als vermeld in artikel 3, 3°, b).

Het verzoek tot heraansluiting van de huishoudelijke afnemer van thermische energie wordt met een gewone brief gericht aan de voorzitter van de commissie.".

Art. 9.Aan artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009, 19 november 2010 en 6 december 2013, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 3. Wat betreft thermische energie stuurt de voorzitter van de commissie het verzoek van de huishoudelijke afnemer van thermische energie onmiddellijk naar de leden van de commissie. Hij stelt ook de datum en het uur vast waarop de commissie zal vergaderen.

De voorzitter verzoekt de warmte- of koudeleverancier om binnen vijf dagen na de ontvangst van het verzoek van de huishoudelijke afnemer van thermische energie gemotiveerd mee te delen of de toestand, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 7°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, als beëindigd kan worden beschouwd en of tot heraansluiting kan worden overgegaan, als het een verzoek betreft als vermeld in artikel 3, 3°, b).".

Art. 10.In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 en 6 december 2013, wordt de zinsnede "of huishoudelijke abonnee," telkens vervangen door de zinsnede ", huishoudelijke abonnee of de huishoudelijke afnemer van thermische energie,".

Art. 11.Aan artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 13 maart 2009 en 6 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt het woord "veertiende" vervangen door het woord "dertigste";2° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 7, tweede lid" vervangen door de zinsnede "artikel 7, § 2, eerste lid, § 2/1, eerste lid en § 3, eerste lid,";3° in het eerste lid wordt de zinsnede "of huishoudelijke abonnee," vervangen door de zinsnede ", huishoudelijke abonnee of de huishoudelijke afnemer van thermische energie,";4° in het derde lid wordt de zinsnede "of huishoudelijke abonnee," vervangen door de zinsnede ", huishoudelijke abonnee of de huishoudelijke afnemer van thermische energie,";5° in het derde lid wordt de zinsnede "of exploitant," vervangen door de zinsnede ", exploitant of warmte- of koudeleverancier,";6° in het vierde lid wordt de zinsnede "artikel 7, vierde lid" vervangen door de zinsnede "artikel 7, § 2, derde lid, § 2/1, derde lid en § 3, derde lid,"; 7° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt: "Dit advies is dwingend voor de exploitant in het geval, vermeld in artikel 7, § 3, eerste lid, 2°, van het decreet.". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Energiebesluit van 19 november 2010

Art. 12.In artikel 1.1.1, § 2 van het Energiebesluit van 19 november 2010, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden in punt 7° tussen het woord "eindafnemer" en het woord "waarbij" de woorden "of huishoudelijke eindafnemer van thermische energie" ingevoegd.

Art. 13.In artikel 3/1.1.1, § 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, worden de woorden "artikel 7.8.1, § 3" vervangen door de woorden "artikel 4/1.2.2, § 3".

Art. 14.In artikel 3/1.2.1, § 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, worden de woorden "artikel 7.8.1, § 1 en § 3" vervangen door de woorden "artikel 4/1.2.2, § 1 en § 3".

Art. 15.In titel III/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, wordt een hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 3/1.3.1, ingevoegd, dat luidt als volgt: "HOOFDSTUK III. - Meldingsplicht aan de VREG Art. 3/1.3.1. De warmte- of koudenetbeheerder meldt binnen dertig dagen na de indienstneming of uitbreiding van een warmte- of koudenet, de volgende gegevens aan de VREG: 1° de identiteit en het adres van de warmte- of koudenetbeheerder;2° de locatie of ligging van het warmte- of koudenet dat de warmte- of koudenetbeheerder beheert;3° wijzigingen van of uitbreidingen aan het warmte- of koudenet dat de warmte- of koudenetbeheerder beheert;4° de identiteit en het adres van de warmte- of koudeleveranciers die thermische energie leveren vanuit het warmte- of koudenet dat de warmte- of koudenetbeheerder beheert. De minister kan de lijst van te melden gegevens, vermeld in het eerste lid, verder specificeren en aanvullen.".

Art. 16.In titel III/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, wordt een hoofdstuk IV, dat bestaat uit artikel 3/1.4.1, ingevoegd, dat luidt als volgt: "HOOFDSTUK IV. - Informatieverstrekking door de warmte- of koudeleverancier Art. 3/1.4.1. Elke warmte- of koudeleverancier: 1° bezorgt aan alle afnemers van thermische energie, op basis van het verbruik minstens jaarlijks een totale afrekeningsfactuur voor de verkoop en het vervoer van thermische energie, op voorwaarde dat de warmte- of koudeleverancier over de nodige meetgegevens beschikt; 2° stuurt begrijpbare facturen, en herinneringsbrieven en ingebrekestellingen, als vermeld in artikel 5/1.2.3 en artikel 5/1.2.4; 3° biedt de afnemer van thermische energie flexibele betalingsmogelijkheden, waaronder voor huishoudelijke afnemers van thermische energie in ieder geval: a) betalingen per maand of per kwartaal;b) betalingen via overschrijving en domiciliëring;4° stuurt de factuur op de door de afnemer van thermische energie gevraagde wijze, hetzij schriftelijk, hetzij elektronisch kosteloos zowel naar de afnemer zelf als, voor huishoudelijke afnemers van thermische energie, naar een derde partij, aangewezen door die huishoudelijke afnemer van thermische energie;5° biedt alle afnemers van thermische energie de mogelijkheid om telefonisch of via een ander communicatiemiddel uitleg te vragen over de factuur; 6° geeft alle afnemers van thermische energie de mogelijkheid om inlichtingen te vragen en klachten in te dienen over de levering en facturatie van thermische energie en die te registreren en daarover te rapporteren aan de VREG conform de methode, bepaald door de VREG, in het kader van de uitvoering van zijn opdracht, vermeld in artikel 3.1.3, eerste lid, 1°, j), van het Energiedecreet van 8 mei 2009; 7° bezorgt een leveringscontract waarin minstens de volgende gegevens zijn opgenomen: a) de identiteit en het adres van de warmte- of koudeleverancier en de warmte- of koudenetbeheerder;b) de geleverde diensten en de bijbehorende prijs;c) de duur van het contract;d) voor huishoudelijke afnemers van thermische energie, de voorwaarden voor de verlenging en de beëindiging van het contract;e) voor huishoudelijke afnemers van thermische energie, het bestaan van het recht op opzegging;f) de methode om een klacht in te dienen bij de warmte- of koudeleverancier;g) de methode om procedures voor de beslechting van geschillen met de warmte- of koudeleverancier in te leiden;h) alle vergoedingen en terugbetalingsregelingen die gelden als de contractuele kwaliteitsniveaus van de diensten niet worden gehaald, met inbegrip van onnauwkeurige en te late facturering;8° voorziet in een telefoonnummer dat tijdens de kantooruren bereikbaar is voor afnemers van thermische energie, en in een e-mailadres;9° zorgt ervoor dat hetzij minstens tweemaal per jaar, hetzij wanneer de afnemer van thermische energie gekozen heeft voor elektronische facturering of op zijn vraag minstens vier keer per jaar, nauwkeurige verbruiksinformatie die op het werkelijke verbruik gebaseerd is beschikbaar wordt gesteld.De warmte- of koudeleverancier mag geen extra kosten aanrekenen om die informatie te verstrekken. De informatie wordt op een overzichtelijke en gemakkelijk begrijpbare manier beschikbaar gesteld via een voor de afnemer van thermische energie gepast communicatiekanaal. De warmte- of koudeleverancier vermeldt de mogelijkheid op zijn website; 10° brengt bij het versturen en wijzigen van overeenkomsten, en in de facturen die klanten ontvangen, of op websites voor individuele klanten zijn klanten op een duidelijke en begrijpelijke manier op de hoogte van de contactinformatie van onafhankelijke consumentenadviescentra, de VREG en het Vlaams Energieagentschap, met inbegrip van hun internetadressen, waar de klanten advies over de beschikbare energie-efficiëntiemaatregelen, benchmarkprofielen van hun energieverbruik en technische details van energieverbruikende apparaten kunnen krijgen om het verbruik van die apparaten te helpen verminderen. Aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, 9°, kan worden voldaan met een systeem van zelf uitlezen door de afnemer van thermische energie, die de uitgelezen metergegevens meedeelt aan de warmte- of koudeleverancier.".

Art. 17.In titel IV van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018, wordt een afdeling I/1, die bestaat uit artikel 4.1.1/1, ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling I/1. - Procedure voor de afsluiting van de toevoer van thermische energie voor regularisatie Art. 4.1.1/1. § 1. Als, nadat technieken als datamining of profilering toegepast zijn, blijkt dat er een reeks van aanwijzingen bestaan die doen vermoeden dat er sprake is van energiefraude door een warmte- of koudenetgebruiker, gaat de warmte- of koudenetbeheerder ter plaatse om de nodige vaststellingen te doen. De warmte- of koudenetbeheerder geeft aan de warmte- of koudenetgebruiker toelichting over de reden van het bezoek en vermeldt dat er is gebruikgemaakt van technieken als datamining of profilering.

Als de warmte- of koudenetgebruiker niet aanwezig is of zich verzet tegen de poging van de warmte- of koudenetbeheerder om de nodige vaststellingen ter plaatse te doen nadat technieken als datamining of profilering zijn toegepast, laat de warmte- of koudenetbeheerder een document achter, waarin gevraagd wordt om binnen zeven kalenderdagen een afspraak te maken voor een nieuw bezoek om de objectieve vaststellingen te kunnen doen.

Als de warmte- of koudenetgebruiker niet ingaat op het verzoek, vermeld in het tweede lid, stuurt de warmte- of koudenetbeheerder een herinneringsbrief, acht kalenderdagen na het eerste bezoek. De herinneringsbrief vermeldt het verdere verloop van de procedure.

Als de warmte- of koudenetgebruiker zeven kalenderdagen na de verzending van de herinneringsbrief nog niet is ingegaan op het verzoek van de warmte- of koudenetbeheerder of zich blijft verzetten tegen de poging van de warmte- of koudenetbeheerder om de nodige vaststellingen te doen, stelt de warmte- of koudenetbeheerder de warmte- of koudenetgebruiker met een aangetekende zending in gebreke.

Als de warmte- of koudenetgebruiker binnen de zeven kalenderdagen nadat de ingebrekestelling is verstuurd geen nieuwe afspraak maakt voor een nieuw bezoek om de objectieve vaststellingen te kunnen doen, wordt de energiefraude door de warmte- of koudenetgebruiker als objectief vastgesteld geacht tot tegenbewijs geleverd wordt.

De warmte- of koudenetbeheerders nemen het resultaat van datamininganalyses of profilering op in een verslag van vaststelling.

In het geval de warmte- of koudenetbeheerder ter plaatse is gegaan om de nodige vaststellingen te doen neemt de warmte- of koudenetbeheerder bovendien de interpretatie van deze resultaten op in het verslag van vaststelling gecombineerd met de vaststellingen die werden gedaan. Het verslag van vaststelling bevat altijd de volgende informatie over het voorspellende model dat werd gehanteerd: 1° de graad van performantie;2° de foutenmarge. De warmte- of koudenetbeheerder bezorgt een kopie van dit verslag van vaststelling aan de betrokken netgebruiker. § 2. Als de warmte- of koudenetbeheerder objectief vaststelt dat de warmte- of koudenetgebruiker energiefraude pleegt, neemt hij de nodige maatregelen om een einde te stellen aan die energiefraude, door de installatie te laten aanpassen conform het aansluitingsreglement van de warmte- of koudenetbeheerder en de gegevensbestanden in overeenstemming te brengen met de wettelijke situatie. § 3. Als de warmte- of koudenetgebruiker zich verzet tegen de poging van de warmte- of koudenetbeheerder om een einde te stellen aan de energiefraude, laat de warmte- of koudenetbeheerder een document achter, waarin gevraagd wordt om binnen veertien kalenderdagen een afspraak te maken voor een nieuw bezoek om de situatie te regulariseren.

Als de warmte- of koudenetgebruiker niet ingaat op het verzoek, vermeld in het eerste lid, stuurt de warmte- of koudenetbeheerder een ingebrekestelling met een aangetekende zending, vijftien kalenderdagen na het eerste bezoek. De warmte- of koudenetgebruiker wordt geacht te reageren binnen de zeven kalenderdagen nadat de ingebrekestelling is verstuurd. § 4. Het model en de inhoud van het document, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, de herinneringsbrief, vermeld in paragraaf 1, derde lid, de ingebrekestelling, vermeld in paragraaf 1, vierde lid, het document, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, en de ingebrekestelling, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, worden vastgelegd door de minister.

Het document, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, bevat de reden van het bezoek van de warmte- of koudenetbeheerder en de vermelding dat er is gebruikgemaakt van technieken als datamining of profilering. § 5. Als de warmte- of koudenetgebruiker binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, niet reageert op de ingebrekestelling, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, is de warmte- of koudenetbeheerder gemachtigd om onmiddellijk over te gaan tot de afsluiting van de toevoer van thermische energie, vermeld in artikel 5.1.2 of 6.2.2, § 1, eerste lid, 3°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009.

Als de situatie geregulariseerd is, wordt de toevoer van thermische energie hersteld. De termijnen, vermeld in artikel 5/1.3.4, § 2, zijn van overeenkomstige toepassing.".

Art. 18.In artikel 4.1.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1, derde lid, 1° worden de woorden "of het warmte- of koudenet" toegevoegd;2° aan paragraaf 1, derde lid, 2° worden de woorden "of het warmte- of koudenet" toegevoegd;3° in paragraaf 1, derde lid, 3° worden na de woorden "op het distributienet" de woorden "of het warmte- of koudenet" toegevoegd;4° in paragraaf 2, eerste lid wordt tussen de woorden "het gebruik van" en de woorden "het distributienet" de zinsnede "het warmte- of koudenet," ingevoegd;5° aan paragraaf 2, tweede lid worden de woorden "of de warmte- of koudenetbeheerder" toegevoegd;6° in paragraaf 3, vierde lid wordt het woord "netbeheerder" vervangen door de woorden "netbeheerder of de warmte- of koudenetbeheerder";7° in paragraaf 6 worden tussen de woorden "de netbeheerders" en de woorden "nemen de" de woorden "en de warmte- of koudenetbeheerders" ingevoegd.

Art. 19.In artikel 4.1.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018, worden de woorden "de netbeheerders" telkens vervangen door de woorden "de netbeheerders en de warmte- of koudenetbeheerders".

Art. 20.In artikel 4.1.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018, worden de woorden "de netbeheerders" telkens vervangen door de woorden "de distributienetbeheerders en de warmte- of koudenetbeheerders".

Art. 21.In hetzelfde besluit, het laatste gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt een titel V/1, die bestaat uit artikel 5/1.1.1 tot en met 5/1.6.1 ingevoegd, die luidt als volgt: "TITEL V/1. - Sociale energiemaatregelen voor warmte- of koudenetten HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Art. 5/1.1.1. Voor de toepassing van titel V/1 wordt een tussenpersoon, die een natuurlijk persoon of rechtspersoon kan zijn, die thermische energie afneemt van een warmte- of koudeleverancier en die binnen een appartementengebouw verder verdeelt bij verschillende huishoudelijke afnemers van thermische energie, beschouwd als een warmte- of koudeleverancier, vermeld in artikel 1.1.3, 133° /1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009. HOOFDSTUK II. - Beschermingsmaatregelen bij wanbetaling ten opzichte van een warmte- of koudeleverancier Art. 5/1.2.1. Als de huishoudelijke afnemer van thermische energie na het verstrijken van de uiterste datum voor betaling, vermeld op de factuur of het betalingsverzoek, maar met een minimumtermijn van vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de factuur of het betalingsverzoek, niet heeft betaald, stuurt de warmte- of koudeleverancier een herinneringsbrief. De factuur wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag na de dag van de verzending ervan.

In de herinneringsbrief vermeldt de warmte- of koudeleverancier de procedure voor ingebrekestelling, vermeld in artikel 5/1.2.2.

Art. 5/1.2.2. Als de huishoudelijke afnemer van thermische energie na het verstrijken van de uiterste datum voor het treffen van een regeling voor de betaling van de openstaande rekeningen, maar met een minimumtermijn van vijftien kalenderdagen na de verzending van de herinneringsbrief, nog geen regeling heeft getroffen voor de betaling van de openstaande rekeningen, stelt de warmte- of koudeleverancier de huishoudelijke afnemer van thermische energie met een aangetekende brief in gebreke.

Art. 5/1.2.3. § 1. De warmte- of koudeleverancier vermeldt zowel in de herinneringsbrief als in de ingebrekestelling : 1° de naam en het telefoonnummer van zijn bevoegde dienst;2° de mogelijkheden om in geval van betalingsmoeilijkheden een regeling te treffen voor de betaling van de openstaande rekeningen. Die mogelijkheden zijn : a) de uitwerking van een afbetalingsplan met de warmte- of koudeleverancier;b) de uitwerking van een afbetalingsplan via het OCMW;c) de uitwerking van een afbetalingsplan via een erkende instelling voor schuldbemiddeling;3° de mogelijkheid die hij heeft om het leveringscontract voor thermische energie op te zeggen en de gevolgen daarvan; 4° de voordelen voor beschermde afnemers, vermeld in artikel 5/1.2.5. § 2. Als de huishoudelijke afnemer van thermische energie ervoor kiest om een afbetalingsplan uit te werken via het OCMW of via een erkende instelling voor schuldbemiddeling, stuurt de warmte- of koudeleverancier het dossier onmiddellijk voor verder onderzoek door naar het OCMW van de woonplaats van de huishoudelijke afnemer van thermische energie of naar de erkende instelling voor schuldbemiddeling die de huishoudelijke afnemer van thermische energie aangewezen heeft.

De huishoudelijke afnemer van thermische energie deelt uiterlijk binnen vijftien kalenderdagen na de verzending van de ingebrekestelling zijn keuze schriftelijk mee aan de warmte- of koudeleverancier. § 3. De minister kan nadere regels bepalen voor de vorm en de inhoud van de herinneringsbrief en de ingebrekestelling.

Art. 5/1.2.4. Als de huishoudelijke afnemer van thermische energie na het verstrijken van de uiterste datum voor een betaling die is overeengekomen in het kader van een afbetalingsplan bij wanbetaling, vermeld op de factuur of het betalingsverzoek, maar met een minimumtermijn van vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de factuur of het betalingsverzoek, niet heeft betaald, stuurt de warmte- of koudeleverancier een herinneringsbrief. De factuur wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag na de dag van de verzending ervan.

In de herinneringsbrief vermeldt de warmte- of koudeleverancier: 1° de naam en het telefoonnummer van zijn bevoegde dienst;2° de termijn, maar met een minimumtermijn van vijftien kalenderdagen na de verzending van de herinneringsbrief, waarin de huishoudelijke afnemer van thermische energie de niet-gerespecteerde schijven van het afbetalingsplan alsnog moet betalen;3° de mogelijkheid die hij heeft om het leveringscontract voor thermische energie op te zeggen en de gevolgen daarvan; 4° de voordelen voor beschermde afnemers, vermeld in artikel 5/1.2.5.

Art. 5/1.2.5. De kosten die verbonden zijn aan het versturen van de herinneringsbrief en ingebrekestelling aan een beschermde afnemer, zijn ten laste van de warmte- of koudeleverancier.

De minister kan nadere regels vastleggen voor de indieningsprocedure en de vorm en inhoud van de bewijsstukken, waaruit blijkt dat de huishoudelijke afnemer van thermische energie een beschermde afnemer is.

Art. 5/1.2.6. De eventuele nalatigheidsinterest die de warmte- of koudeleverancier aanrekent, mag niet meer bedragen dan de wettelijke interest. HOOFDSTUK III. - Beschermingsmaatregelen bij opzegging van het leveringscontract door de warmte- of koudeleverancier Art. 5/1.3.1. § 1. Een warmte- of koudeleverancier kan een contract voor de levering van thermische energie alleen, na de indiening van een verzoek tot afsluiting van de toevoer van thermische energie bij de lokale adviescommissie, om een andere reden dan wanbetaling opzeggen, als: 1° bij een nieuw aangesloten wooneenheid de huishoudelijke afnemer van thermische energie binnen een termijn van dertig kalenderdagen volgende op het advies, vermeld in artikel 5/1.3.3, geen leveringscontract heeft gesloten met een warmte- of koudeleverancier; 2° de warmte- of koudeleverancier zijn activiteiten wil stopzetten en de huishoudelijke afnemer van thermische energie binnen een termijn van dertig kalenderdagen volgende op het advies, vermeld in artikel 5/1.3.3, geen leveringscontract heeft gesloten met een andere warmte- of koudeleverancier.

In afwijking van het eerste lid kan een warmte- of koudeleverancier een contract voor de levering van thermische energie niet opzeggen als maar één warmte- of koudeleverancier actief is op het warmte- of koudenet waardoor er de facto geen ander leveringscontract kan worden gesloten.

De termijn van de opzegging, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens zestig kalenderdagen.

De opzeg, vermeld in het eerste lid, 2°, kan enkel gebeuren voor alle huishoudelijke afnemers van thermische energie in een gebouw gezamenlijk. § 2. In geval van wanbetaling kan een warmte- of koudeleverancier pas overgaan tot opzegging van het leveringscontract met een huishoudelijke afnemer van thermische energie, na de indiening van een verzoek tot afsluiting van de toevoer van thermische energie bij de lokale adviescommissie, in de volgende gevallen : 1° de huishoudelijke afnemer van thermische energie heeft binnen vijftien kalenderdagen na de verzending van de ingebrekestelling niet schriftelijk meegedeeld welke regeling hij wil treffen voor de betaling van de openstaande rekeningen;2° de huishoudelijke afnemer van thermische energie heeft binnen vijftien kalenderdagen nadat hij schriftelijk heeft meegedeeld welke regeling hij wil treffen voor de betaling van de openstaande rekeningen, geen van de volgende acties ondernomen : a) zijn vervallen factuur betaald;b) een afbetalingsplan aanvaard; 3° de huishoudelijke afnemer van thermische energie komt, nadat hij een afbetalingsplan aanvaard heeft, zijn afbetalingsverplichtingen niet na en gaat na de herinnering, vermeld in artikel 5/1.2.4, niet in op de betaling van de niet-gerespecteerde schijven van het afbetalingsplan.

De termijn van de opzegging, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens zestig kalenderdagen.

Art. 5/1.3.2. De warmte- of koudeleverancier brengt de huishoudelijke afnemer van thermische energie met een kennisgevingsbrief op de hoogte van de indiening van het verzoek tot afsluiting van de toevoer van thermische energie bij de lokale adviescommissie, uiterlijk op de dag waarop hij het verzoek naar de lokale adviescommissie verzendt, en van zijn intentie om het leveringscontract van thermische energie op te zeggen na positief advies over het verzoek tot afsluiting bij de lokale adviescommissie. In de kennisgevingsbrief vermeldt de warmte- en koudeleverancier de procedure voor de afsluiting van de toevoer van thermische energie, waaronder de opzeggingsprocedure.

Art. 5/1.3.3. § 1. Als de lokale adviescommissie positief advies geeft over de afsluiting van de huishoudelijke afnemer van thermische energie, kan de warmte- of koudeleverancier het leveringscontract opzeggen. Als de warmte- of koudeleverancier een leveringscontract met een huishoudelijke afnemer opzegt, brengt de warmte- of koudeleverancier de huishoudelijke afnemer met een opzeggingsbrief op de hoogte van de datum van het einde van de opzeggingstermijn, vermeld in artikel 5/1.3.1. § 2. De minister kan nadere regels bepalen voor de manier waarop de informatie uitgewisseld wordt tussen de warmte- of koudeleverancier en de huishoudelijke afnemer van thermische energie. § 3. De minister kan nadere regels vastleggen voor de vorm en de inhoud van de opzeggingsbrief, vermeld in paragraaf 1.

Art. 5/1.3.4. § 1. De toevoer van thermische energie wordt afgesloten door middel van verzegeling door de warmte- of koudenetbeheerder en vindt, op verzoek van de warmte- of koudeleverancier, plaats na het einde van de opzeggingstermijn van het leveringscontract. § 2. Bij de afsluiting door middel van verzegeling van de toevoer van thermische energie voert de warmte- of koudenetbeheerder een meteropname uit. Als de warmte- of koudenetbeheerder niet optreedt als warmte- of koudeleverancier, bezorgt de warmte- of koudenetbeheerder onmiddellijk de meterstand aan de warmte- of koudeleverancier. De warmte- of koudeleverancier bezorgt de huishoudelijke afnemer van thermische energie uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na de meteropname een eindafrekening. HOOFDSTUK IV. - Afsluiten en heraansluiten van de toevoer van thermische energie Afdeling I. - Afname van thermische energie zonder leveringscontract

na een verhuizing Art. 5/1.4.1. § 1. De huishoudelijke afnemer van thermische energie en de nieuwe bewoner lichten de warmte- of koudeleverancier in over hun verhuizing.

Vanaf de verhuisdatum van de oude bewoner zijn alle kosten die vanaf die datum veroorzaakt worden door de levering van thermische energie, ten laste van de nieuwe bewoner of van de eigenaar in afwachting van een nieuwe bewoner. § 2. Als de huishoudelijke afnemer van thermische energie de warmte- of koudeleverancier heeft ingelicht over zijn verhuizing, en als die leverancier geen bericht van klantwissel heeft ontvangen van de nieuwe bewoner, brengt de warmte- of koudeleverancier de nieuwe bewoner, of de eigenaar in afwachting van een nieuwe bewoner, uiterlijk binnen dertig kalenderdagen schriftelijk op de hoogte van zijn plicht om zo snel mogelijk en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van de brief een van de volgende acties te ondernemen : 1° een leveringscontract sluiten;2° de toevoer van thermische energie laten afsluiten door middel van verzegeling. De warmte- of koudeleverancier meldt ook de gevolgen, vermeld in artikel 5/1.4.1., § 3, als de nieuwe bewoner, of de eigenaar in afwachting van een nieuwe bewoner, niet reageert op de brief. De brief wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag na de dag van de verzending ervan. § 3. Tenzij de nieuwe bewoner, of de eigenaar in afwachting van een nieuwe bewoner, de toevoer van thermische energie heeft laten afsluiten door middel van verzegeling, mag de warmte- of koudenetbeheerder, op verzoek van de warmte- of koudeleverancier, in de volgende gevallen overgaan tot de afsluiting door middel van verzegeling van de toevoer van thermische energie, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, 4°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009: 1° als de eigenaar binnen dertig kalenderdagen geen leveringscontract voor de levering van thermische energie heeft gesloten dat met onmiddellijke ingang start;2° als de eigenaar niet gereageerd heeft op de brief, vermeld in paragraaf 2. Afdeling II. - Gezamenlijke afsluiting

Art. 5/1.4.2. In afwijking van artikel 5/1.3.4, artikel 5/1.4.1 en artikel 5/1.4.3 wordt een huishoudelijke afnemer van thermische energie niet afgesloten als dat ook de afsluiting van andere huishoudelijke afnemers zou betekenen, tenzij in geval van artikel 5/1.3.1, § 1 de leveringscontracten voor alle huishoudelijke afnemers van thermische energie in een gebouw samen worden opgezegd en de toevoer van thermische energie voor alle huishoudelijke afnemers van een gebouw samen wordt afgesloten. Afdeling III. - Leegstaande woning

Art. 5/1.4.3. § 1. Als de warmte- of koudenetbeheerder na een bezoek van een personeelslid of een aangestelde een vermoeden heeft van leegstand van een aangesloten wooneenheid of residentieel gebouw, zoekt de warmte- of koudenetbeheerder de identiteit van de eigenaar van de aangesloten wooneenheid of het residentiële gebouw op via het kadaster.

De warmte- of koudenetbeheerder verstuurt een brief naar de eigenaar van de aangesloten wooneenheid of het residentiële gebouw met het verzoek om binnen vijftien kalenderdagen contact op te nemen met de warmte- of koudenetbeheerder om kenbaar te maken of de aangesloten wooneenheid of het residentiële gebouw al dan niet bewoond is.

Als de eigenaar van de aangesloten wooneenheid of het residentiële gebouw reageert en bevestigt dat de wooneenheid of het residentiële gebouw leegstaat, wordt de eigenaar verzocht om binnen dertig kalenderdagen een leveringscontract voor de levering van thermische energie te sluiten, dat met onmiddellijke ingang start, of de toevoer van thermische energie te laten afsluiten door middel van verzegeling.

Als de eigenaar van de aangesloten wooneenheid of het residentiële gebouw niet reageert, stuurt de warmte- of koudenetbeheerder opnieuw een personeelslid of een aangestelde ter plaatste om nogmaals te verifiëren of er al dan niet een vermoeden van bewoning is.

De minister kan nadere regels vastleggen om te bepalen of er al dan niet een vermoeden van bewoning is en voor de vorm en de inhoud van de brief, vermeld in het tweede lid. § 2. Tenzij de eigenaar de toevoer van thermische energie heeft laten afsluiten door middel van verzegeling, mag de warmte- of koudenetbeheerder alleen overgaan tot de afsluiting door middel van verzegeling van de toevoer van thermische energie, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, 2°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 als: 1° de eigenaar bevestigt dat een aangesloten wooneenheid of residentieel gebouw leegstaat, en als hij binnen dertig kalenderdagen geen leveringscontract voor de levering van thermische energie heeft gesloten dat met onmiddellijke ingang start;2° de eigenaar niet gereageerd heeft op de brief, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, en als de controle, vermeld in paragraaf 1, vierde lid, heeft plaatsgevonden en het vermoeden van leegstand heeft bevestigd. Afdeling IV. - Afsluiten in de winterperiode

Art. 5/1.4.4. Bij de huishoudelijke afnemer van thermische energie kan in de gevallen, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, 5°, 6°, en 7°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, de toevoer van thermische energie niet worden afgesloten tijdens de periode van 1 december tot 1 maart. De minister kan die periode afhankelijk van de weersomstandigheden verlengen. Afdeling V. - Heraansluiten van de toevoer van thermische energie

Art. 5/1.4.5. § 1. De warmte- of koudenetbeheerder sluit de toevoer van thermische energie van een huishoudelijke afnemer van thermische energie opnieuw aan als aan minstens een van de volgende voorwaarden voldaan is : 1° na de beëindiging van een situatie, als vermeld in 6.2.2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009; 2° na een beslissing tot heraansluiting van de lokale adviescommissie, overeenkomstig de procedure, vermeld in hoofdstuk III, afdeling III, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie; 3° op verzoek van de huishoudelijke afnemer van thermische energie op voorwaarde dat de huishoudelijke afnemer van thermische energie over een geldig leveringscontract beschikt voor de levering van thermische energie, met uitzondering van de afsluitingen om de redenen, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, 1° en 3°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, en op voorwaarde dat de huishoudelijke afnemer geen schulden meer heeft bij de warmte- of koudeleverancier; 4° nadat de warmte- of koudenetbeheerder of de VREG vaststelt dat de toevoer van thermische energie onterecht is afgesloten. § 2. De heraansluiting van de toevoer van thermische energie vindt plaats binnen : 1° vijf werkdagen na de aanvraag van de huishoudelijke afnemer van thermische energie in de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 1° en 3° ;2° vijf werkdagen na de beslissing van de lokale adviescommissie in het geval, vermeld in paragraaf 1, 2° ;3° 24 uur in het geval, vermeld in paragraaf 1, 4°. § 3. De kosten van de heraansluiting zijn altijd ten laste van de huishoudelijke afnemer van thermische energie die aan de oorzaak ligt van de afsluiting. § 4. De bepalingen, vermeld in paragraaf 1, 4° en paragraaf 2, 3°, zijn van overeenkomstige toepassing op niet-huishoudelijke afnemers van thermische energie. Afdeling VI. - Uitwisseling van gegevens

Art. 5/1.4.6. De warmte- of koudenetbeheerders bezorgen aan het OCMW wekelijks de gegevens van de huishoudelijke afnemers van thermische energie die recent zijn afgesloten of heraangesloten.

De warmte- of koudenetbeheerders bezorgen aan het OCMW jaarlijks tegen 1 oktober een lijst van alle huishoudelijke toegangspunten van thermische energie die afgesloten zijn.

De warmte- of koudenetbeheerders bezorgen aan het OCMW wekelijks een lijst van geplande afsluitingen van huishoudelijke afnemers van thermische energie bij wie ze hebben vastgesteld dat ze een voorwaardelijke beslissing van de lokale adviescommissie tot afsluiting niet respecteren. HOOFDSTUK V. - Overige sociale openbaredienstverplichtingen Art. 5/1.5.1. Elke warmte- of koudeleverancier voorziet in een tijdens de kantooruren bereikbaar rechtstreeks telefoonnummer en e-mailadres dat voorbehouden is voor OCMW-medewerkers, sociale huisvestingsmaatschappijen en Centra voor Algemeen Welzijnswerk voor informatievragen in het kader van de begeleiding van klanten van de warmte- of koudeleverancier.

Art. 5/1.5.2. Elke warmte- of koudenetbeheerder is ertoe gehouden : 1° speciale voorzieningen te treffen voor de ondubbelzinnige identificatie van personen die handelen in naam van de warmte- of koudenetbeheerder en die zich bij de huishoudelijke afnemer van thermische energie aanbieden;2° de meteropname minstens tweejaarlijks ter plaatse te laten uitvoeren door een personeelslid of aangestelde van de warmte- of koudenetbeheerder, of via afstandsmeting; 3° te voorzien in een procedure van klachtenbehandeling waarover gerapporteerd wordt aan de VREG conform de methode bepaald door de VREG, in het kader van de uitvoering van zijn opdracht zoals bepaald in artikel 3.1.3., 1°, k), van het Energiedecreet van 8 mei 2009.

De huishoudelijke afnemer van thermische energie of de eigenaar is verplicht om het personeelslid van de warmte- of koudenetbeheerder of zijn aangestelde voor de meteropname, vermeld in het eerste lid, toegang te geven tot de ruimte waarin de meter, waarover de warmte- of koudenetbeheerder het gebruiks- of eigendomsrecht heeft, is opgesteld, op voorwaarde dat het personeelslid of zijn aangestelde zich voldoende kan legitimeren.

De huishoudelijke afnemer van thermische energie of de eigenaar is verplicht om het personeelslid van de warmte- of koudenetbeheerder of zijn aangestelde voor het afsluiten door middel van verzegeling en het heraansluiten van de toevoer van thermische energie toegang te verlenen tot de ruimte waarin de warmtewisselaar of satellietboiler is opgesteld, op voorwaarde dat het personeelslid of zijn aangestelde zich voldoende kan legitimeren. HOOFDSTUK VI. - Sociale statistieken Art. 5/1.6.1. Jaarlijks worden voor 31 maart minstens de volgende gegevens over het vorige kalenderjaar ter beschikking gesteld aan de VREG : 1° door de warmte- of koudeleverancier, als dat van toepassing is opgesplitst in beschermde en niet-beschermde afnemers van thermische energie: a) het aantal huishoudelijke afnemers van thermische energie naar wie minstens één ingebrekestelling is gestuurd;b) het aantal afbetalingsplannen en het gemiddelde betalingsbedrag per maand, opgesplitst naar : 1) afbetalingsplannen waarvoor in het betreffende kalenderjaar in een eerste aflossing is voorzien;2) afbetalingsplannen waarvoor in het betreffende kalenderjaar minstens één aflossing gedaan moest worden, ongeacht in welk kalenderjaar het afbetalingsplan werd opgestart;c) het aantal afbetalingsplannen dat minstens één keer niet of te laat betaald werd;d) de gemiddelde uitstaande schuld bij het afsluiten van de afbetalingsplannen, van de afbetalingsplannen die in het betreffende kalenderjaar zijn opgestart;e) het aantal dossiers dat is doorgestuurd naar een OCMW;f) het aantal dossiers dat is doorgestuurd naar een erkende instelling voor schuldbemiddeling;g) het aantal huishoudelijke afnemers van thermische energie van wie het leveringscontract is opgezegd;h) het aantal huishoudelijke afnemers van thermische energie van wie het leveringscontract is opgezegd in het kader van wanbetaling;i) het aantal huishoudelijke afnemers van thermische energie van wie de opzegging van het leveringscontract is geannuleerd;j) het aantal huishoudelijke afnemers van thermische energie van wie de opzeg van het leveringscontract in het kader van wanbetaling is geannuleerd; k) het aantal dossiers dat is doorgestuurd naar de lokale adviescommissie, opgesplitst in beschermde en niet-beschermde afnemers en telkens opgesplitst volgens de reden waarom het dossier is doorgestuurd, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, 5°, 6° en 7°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009; l) het aantal dossiers dat behandeld is op de lokale adviescommissie, opgesplitst in beschermde en niet-beschermde afnemers en telkens opgesplitst volgens de reden van de behandeling, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, 5°, 6° en 7°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009; m) het aantal huishoudelijke afnemers van thermische energie waarvoor een dossier tot afsluiting is behandeld op de lokale adviescommissie en dat aanwezig of vertegenwoordigd was;n) het aantal beslissingen van de lokale adviescommissie, opgesplitst in beschermde en niet-beschermde afnemers en telkens opgesplitst per soort beslissing : 1) positief advies;2) negatief advies;3) voorwaardelijk advies;o) het aantal zittingen van de lokale adviescommissie en het aantal behandelde dossiers gedurende het voorbije kalenderjaar, opgesplitst per gemeente; 2° door de warmte- of koudenetbeheerder, telkens opgesplitst per gemeente en in beschermde en niet-beschermde afnemers van thermische energie: a) het aantal afsluitingen van de toevoer van thermische energie tijdens het voorbije kalenderjaar naar aanleiding van een advies van de lokale adviescommissie, opgesplitst volgens de reden van de afsluiting, vermeld in artikel 6.2.2, § 1, 5°, 6° en 7°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009; b) het aantal appartementengebouwen of multifunctionele gebouwen waarin de toevoer van thermische energie voor alle huishoudelijke afnemers van thermische energie is afgesloten, vermeld in artikel 5/1.4.2; c) het aantal heraansluitingen van de toevoer van thermische energie van afgesloten huishoudelijke afnemers van thermische energie op hetzelfde toegangspunt van thermische energietijdens het voorbije kalenderjaar naar aanleiding van een advies van de lokale adviescommissie en opgesplitst volgens de termijn waarin de heraansluiting is uitgevoerd: 1) in minder dan zeven kalenderdagen;2) in zeven tot en met dertig kalenderdagen;3) in meer dan dertig kalenderdagen;d) het aantal heraansluitingen van de toevoer van thermische energie van afgesloten huishoudelijke afnemers van thermische energie op hetzelfde toegangspunt van thermische energie tijdens het voorbije kalenderjaar, zonder een advies van de lokale adviescommissie en opgesplitst volgens de termijn waarin de heraansluiting is uitgevoerd : 1) in minder dan zeven kalenderdagen;2) in zeven tot en met dertig kalenderdagen;3) in meer dan dertig kalenderdagen;e) het totale aantal afgesloten huishoudelijke afnemers van thermische energie op 31 december van het voorbije kalenderjaar;f) het aantal heraansluitingen van de toevoer van thermische energie na de verhuizing van een afgesloten afnemer van thermische energie. HOOFDSTUK VII. - Financiering van de openbaredienstverplichtingen voor thermische energie Art. 5/1.7.1. § 1. De kosten voor de openbaredienstverplichtingen, opgelegd door of krachtens de artikelen 4/1.1.4, 4/1.1.5, 4/1.1.6, en 6.2.2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, waaronder de kosten van de verplichtingen die de vergoedingen overschrijden, zijn een financiële openbaredienstverplichting voor de warmte- of koudeleveranciers en de warmte- of koudenetbeheerders. § 2. Voor de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen, ingesteld door of krachtens de artikelen 4/1.1.4, 4/1.1.5, 4/1.1.6, eerste lid, 2° en 3°, en 6.2.2, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wordt vanaf kalenderjaar 2019 een vergoeding toegekend aan de warmte- of koudeleveranciers en voor warmte- of koudenetbeheerders.

De minister bepaalt jaarlijks het maximale bedrag van de totale vergoeding voor alle warmte- of koudeleveranciers en voor alle warmte- of koudenetbeheerders, vermeld in het eerste lid, op basis van de middelen uit het Energiefonds die daarvoor beschikbaar gesteld zijn.

De minister bepaalt jaarlijks het maximale bedrag van de vergoeding per warmte- of koudeleverancier en per warmte- of koudenetbeheerder, vermeld in het eerste lid, door de daarvoor op het Energiefonds beschikbare middelen, te vermenigvuldigen met het aandeel van respectievelijk de betrokken warmte- of koudeleverancier of warmte- of koudenetbeheerder in het geheel van huishoudelijke afnemers en van huishoudelijke afnamepunten van thermische energie die op 31 december van het voorgaande jaar aangesloten zijn op de warmte- en koudennetten. De vergoeding wordt afgetopt op 10 euro per respectievelijk huishoudelijke afnemer van thermische energie of huishoudelijke afnamepunt voor thermische energie. § 3. Het Vlaams Energieagentschap is belast met de uitbetaling van de vergoedingen, vermeld in paragraaf 2. De minister kan nadere regels vastleggen voor de aanvraag- en uitbetalingsprocedure. § 4. Elke warmte- of koudeleverancier en elke warmte- of koudenetbeheerder bezorgt tegen uiterlijk 1 maart van het daaropvolgende jaar aan het Vlaams Energieagentschap een overzicht van de in het voorgaande jaar daadwerkelijk gemaakte kosten voor de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen, ingesteld door of krachtens de artikelen 4/1.1.4, 4/1.1.5, 4/1.1.6, eerste lid, 2° en 3°, en 6.2.2, van het Energiedecreet van 8 mei 2009. Indien dat bedrag lager is dan het bedrag dat zij overeenkomstig paragraaf 2, derde lid ontving, dan wordt het verschil door die betrokken warmte- of koudeleverancier of warmte- of koudenetbeheerder tegen uiterlijk 1 mei aan het Energiefonds teruggestort. § 5. De financiering van de openbare dienstverplichtingen, ingesteld door of krachtens de artikelen 4/1.1.4, 4/1.1.5, 4/1.1.6, eerste lid, 2° en 3°, en 6.2.2, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 wordt op 1 januari 2021 via het energiefonds stopgezet. Voorafgaand aan de stopzetting evalueert de minister de financiering van de openbaredienstverplichting. De resultaten van die evaluatie worden meegedeeld aan de Vlaamse Regering.".

Art. 22.In titel X van hetzelfde besluit wordt een artikel 10.1.1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 10.1.1/1. De warmte- of koudenetbeheerder meldt voor het eerst tegen uiterlijk 1 juli 2019 en vervolgens jaarlijks voor 31 maart per apart warmte- of koudenet de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar aan het Vlaams Energieagentschap: 1° het netto geïnstalleerd thermisch vermogen, in MW, voor het warmte- of koudenet in totaliteit en opgesplitst volgens de technologie of opwekkingseenheid die de thermische energie aan het warmte- of koudenet levert;2° de netto productie van thermische energie, in TJ, geleverd aan het warmte- of koudenet in totaliteit en opgesplitst enerzijds volgens de vloeistof in warm water, stoom en koudetransportmedium en anderzijds volgens de technologie of opwekkingseenheid die de thermische energie aan het warmte- of koudenet levert;3° voor efficiënte warmte- of koudenetten de netto thermische energie geleverd aan de afnemers van thermische energie, in TJ, in totaliteit en opgesplitst enerzijds in warm water, stoom en koudetransportmedium en anderzijds volgens de sector waaraan wordt geleverd;4° voor niet-efficiënte warmte- of koudenetten de netto thermische energie geleverd aan de afnemers van thermische energie, in TJ, in totaliteit en opgesplitst enerzijds in warm water, stoom en koudetransportmedium en anderzijds volgens de sector waaraan wordt geleverd;5° de lengte van het warmte- of koudenet, in kilometer;6° het aantal huishoudelijke en niet-huishoudelijke afnemers van thermische energie van het warmte of koudenet, zowel het totaal aantal als opgesplitst per warmte- of koudeleverancier. De minister kan de lijst van te melden gegevens, vermeld in het eerste lid, verder specificeren en aanvullen.".

Art. 23.Artikel 12.3.9 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: "Art. 12.3.9. De warmte- of koudenetbeheerder van een op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel reeds bestaand warmte- of koudenet meldt de gegevens, vermeld in artikel 3/1.3.1, binnen de dertig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel aan de VREG.". HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

Art. 24.Het decreet van 10 maart 2017 houdende wijziging van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water en van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de invoering van een regulerend kader voor warmte- of koudenetten, met uitzondering van artikel 20, treedt in werking.

Art. 25.Dit besluit treedt in werking op 1 april 2019.

Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 1 februari 2019.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, L. PEETERS

^