Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 05 oktober 2012
gepubliceerd op 29 november 2012

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers

bron
vlaamse overheid
numac
2012206527
pub.
29/11/2012
prom.
05/10/2012
ELI
eli/besluit/2012/10/05/2012206527/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

5 OKTOBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, artikel 12, § 2;

Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikelen 6, 9, 11, 15, 17, 21, 29, 31, 38, 43, 48, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2011, artikel 58, § 2, artikelen 60, 61, 62, eerste lid, 1°, artikelen 64, 65, 67, 69 en 87;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 3 juli 2012;

Gelet op advies 51.720/1/V van de Raad van State, gegeven op 11 september 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit : Hoofdstuk 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers

Artikel 1.In artikel 7, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de woorden "Een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg wordt" vervangen door de zinsnede "Een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, een dienst voor logistieke hulp en een dienst voor oppashulp worden" en wordt het woord "augustus" vervangen door het woord "september".

Art. 2.In artikel 18, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de woorden "of een dienst voor logistieke hulp" vervangen door de zinsnede ", een dienst voor logistieke hulp of een dienst voor oppashulp" en wordt het woord "augustus" vervangen door het woord "september".

Art. 3.In hoofdstuk XIII van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, wordt een artikel 45/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : "

Art. 45/2.Degene die vóór 31 oktober 2012 woonzorg als vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 aanbiedt of organiseert en die zich op die datum nog niet heeft aangemeld met toepassing van artikel 65 van het voormelde decreet, moet zich uiterlijk op 31 december 2012 aangemeld hebben op de wijze, vermeld in artikelen 36 en 37 van dit besluit.".

Hoofdstuk 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers Afdeling 1. - Wijzigingen van het dispositief

Art. 4.Aan artikel 3, vijfde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011, wordt de zinsnede ", en aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met het systeem van elektronische gegevensuitwisseling, vermeld in artikel 5, C, 13°, van bijlage III" toegevoegd.

Art. 5.In artikel 6, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het jaartal "2013" vervangen door het jaartal "2015".

Art. 6.In artikel 7, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : "De thuiszorgvoorziening, met uitzondering van de dienst voor thuisverpleging en het centrum voor herstelverblijf, of de vereniging bezorgt jaarlijks voor 15 april aan het agentschap het jaarverslag van het voorbije werkjaar en de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar. De ouderenvoorziening, de dienst voor thuisverpleging en het centrum voor herstelverblijf houden jaarlijks vanaf 15 april die documenten ter beschikking van het agentschap."; 2° in het vierde lid wordt de zinsnede ", de vorm ervan en de wijze waarop ze aan het agentschap bezorgd moeten worden," vervangen door de woorden "en de vorm ervan".

Art. 7.In artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit wordt het vierde lid vervangen door wat volgt : "De voorziening of de vereniging bewaart de persoonsgegevens betreffende een gebruiker minimaal twee jaar na het beëindigen van de hulp- en dienstverlening aan de betrokken gebruiker. Ze mag die gegevens tot maximaal vijf jaar na het beëindigen van die hulp- en dienstverlening bewaren.".

Art. 8.In artikel 18, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "vennootschappen met sociaal oogmerk" en de woorden "en ziekenfondsen" de zinsnede ", verenigingen die zijn opgericht conform titel VIII van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, openbare instellingen van categorie B als vermeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, intergemeentelijke samenwerking conform het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen als vermeld in artikel 226 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005," ingevoegd.

Art. 9.Artikel 80 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 80.Een zelfevaluatie als vermeld in artikel 6, § 2, tweede lid, van dit besluit moet een eerste maal zijn uitgevoerd : 1° uiterlijk op 1 januari 2012 door de thuiszorgvoorzieningen en verenigingen die voor 1 januari 2010 erkend waren met toepassing van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg of van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1990 houdende coördinatie en ondersteuning van de thuisverzorging; 2° uiterlijk op 31 juli 2013 door de ouderenvoorzieningen die op die datum meer dan een jaar erkend zijn.". Afdeling 2. - Wijzigingen van bijlage I

Art. 10.In artikel 1 van bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een punt 6°/3 ingevoegd, dat luidt als volgt : "6°/3 oppashulp : de hulp- en dienstverlening die erin bestaat de gebruiker gezelschap te bieden en toezicht op hem te houden bij afwezigheid of ter ondersteuning van de mantelzorg.Onder gezelschap bieden aan de gebruiker wordt verstaan : in het bijzijn van de gebruiker vertoeven en hem vergezellen bij de activiteiten van het dagelijkse leven. Onder toezicht houden op de gebruiker wordt verstaan : met aandacht aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de gebruiker, oplettend zijn voor de eventuele behoeften van de gebruiker en als dat nodig is, dringend hulp en bijstand verlenen of professionele zorg of mantelzorg inroepen;"; 2° punt 9° wordt vervangen door wat volgt : "9° begeleidend personeel : de personeelsleden van een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die belast zijn met het verrichten van de sociale onderzoeken, met de begeleiding van de gebruikers, met het hulp- en dienstverleningsproces of met het begeleiden van het verzorgend en logistiek personeel;"; 3° er wordt een punt 22° toegevoegd, dat luidt als volgt : "22° werkvergadering : een overlegmoment van praktische en organisatie-technische aard, dat meestal, maar niet noodzakelijk, rechtstreeks in verband staat met de dienstverlening aan de gebruikers.".

Art. 11.In artikel 4, A, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1° wordt de zin "Daartoe verricht het begeleidend personeel van de dienst jaarlijks in het natuurlijk thuismilieu van de gebruiker een sociaal onderzoek." vervangen door de zin "Daarvoor verricht het begeleidend personeel van de dienst een sociaal onderzoek in het natuurlijk thuismilieu van de gebruiker, hetzij jaarlijks als aan de gebruiker uitsluitend gezinszorg of gezinszorg en aanvullende thuiszorg worden verleend, hetzij tweejaarlijks als aan de gebruiker uitsluitend aanvullende thuiszorg wordt verleend."; 2° in punt 5° wordt tussen de woorden "onvoldoende is" en de woorden "De minister kan" de zin "Wat karweihulp betreft, kan het feit dat de gebruiker of zijn omgeving over onvoldoende draagkracht beschikt, ook blijken uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door de dienst of, met akkoord van de gebruiker, uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door een andere dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg of door een dienst voor logistieke hulp." ingevoegd; 3° aan punt 15° wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt : "f) waarborgt de dienst het vertrouwelijke karakter van de gesprekken tussen de dienst en de gebruiker;"; 4° in punt 17° wordt de zin "Minstens jaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd voor de gezinszorg en minstens tweejaarlijks voor de aanvullende thuiszorg." vervangen door de zin "Minstens tweejaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd voor de gezinszorg en voor de aanvullende thuiszorg."; 5° er worden een punt 18° en een punt 19° toegevoegd, die luiden als volgt : "18° de dienst biedt zijn personeelsleden permanente vorming en ondersteuning aan, afhankelijk van de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening;19° de gebruiker kan de geplande zorg annuleren tot uiterlijk de werkdag voordien voor 15 uur.Bij een latere annulering en als geen overmacht wordt aangetoond, kan een vergoeding gevraagd worden die hoogstens gelijk is aan de gebruikersbijdrage die voor de geplande zorg betaald zou worden.".

Art. 12.In artikel 4, B, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011 en 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1° wordt de zinsnede "artikel 3 en 4" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 4 en 4/1"; 2° punt 7° wordt vervangen door wat volgt : "7° voor logistieke personeelsleden en doelgroepwerknemers gelden er geen kwalificatievereisten;"; 3° punt 9° wordt vervangen door wat volgt : "9° de personeelsleden volgen op regelmatige tijdstippen bijscholing die nuttig is voor de uitvoering van hun opdracht;"; 4° in punt 11° wordt de zinsnede ", en aanwezigheden worden steeds genoteerd" opgeheven.

Art. 13.Aan artikel 4, C, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011, worden een punt 15° en een punt 16° toegevoegd, die luiden als volgt : "15° de dienst registreert de datum en de duur van elke werkvergadering. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst; 16° de dienst registreert de datum en de duur van elke wijkwerking. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst.".

Art. 14.In artikel 15, § 2, van bijlage I bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "de wagen" vervangen door de woorden "een privéwagen";2° in het tweede lid worden de woorden "de wagen" vervangen door de woorden "een privéwagen".

Art. 15.In artikel 23 van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 16.In artikel 32, § 2, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011, worden de woorden "de wagen" telkens vervangen door de woorden "een privéwagen".

Art. 17.In artikel 35 van bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, wordt de zinsnede "van 22,5 % " vervangen door de zinsnede "van maximaal 22,5 % ".

Art. 18.In artikel 35/1, § 1, van bijlage I bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : "De veiligheidsconsulent, vermeld in het eerste lid, is verantwoordelijk voor het informatieveiligheidsbeleid van alle erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, alle erkende diensten voor logistieke hulp, vermeld in bijlage II, en alle erkende diensten voor oppashulp, vermeld in bijlage III, waarvoor het koninklijk besluit van 14 april 1988 tot regeling van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen, wat de openbare centra voor maatschappelijk welzijn betreft, of het koninklijk besluit van 5 december 1986 tot regeling van de toegang tot de informatiegegevens en van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen in hoofde van instellingen die, in het kader van de wetgeving betreffende de ziekte- en invaliditeitsverzekering, opdrachten van algemeen belang vervullen, niet van toepassing is.Daardoor zijn die diensten gemachtigd om het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ-nummer) te gebruiken binnen Vesta of binnen het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling, vermeld in artikel 5, C, 13°, van bijlage III."; 2° in het derde lid wordt de zinsnede "beraadslaging nr.36/2008 en nr. 01/2009 van het Sectoraal comité van het Rijksregister, gegeven op 30 juli 2008 en 21 januari 2009" vervangen door de zinsnede "beraadslaging nr. 36/2008, nr. 01/2009 en nr. 01/2012 van het Sectoraal comité van het Rijksregister, gegeven op 30 juli 2008, 21 januari 2009 en 11 januari 2012". Afdeling 3. - Wijzigingen van bijlage II

Art. 19.In artikel 1 van bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt : "2° begeleidend personeel : de personeelsleden die belast zijn met het verrichten van de sociale onderzoeken, met de begeleiding van de gebruikers, met het hulp- en dienstverleningsproces of met het begeleiden van het logistiek personeel;"; 2° er worden een punt 14° en een punt 15° toegevoegd, die luiden als volgt : "14° werkvergadering : een overlegmoment van praktische en organisatie-technische aard, dat meestal, maar niet noodzakelijk, rechtstreeks in verband staat met de dienstverlening aan de gebruikers;15° wijkwerking : het overleg van een groep personeelsleden van een dienst voor logistieke hulp, die onder supervisie van een begeleidend personeelslid staat en verantwoordelijk is voor de hulp- en dienstverlening in een bepaald gebied.Dat overleg gebeurt met het oog op het verlenen van een gebruikersgerichte, doelmatige, doeltreffende, continue en maatschappelijk verantwoorde hulp- en dienstverlening.".

Art. 20.In artikel 3, A, van bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1° wordt het woord "jaarlijks" vervangen door het woord "tweejaarlijks"; 2° in punt 4° wordt tussen de woorden "onvoldoende is" en de woorden "De minister kan" de zin "Dat de gebruiker of zijn omgeving over onvoldoende draagkracht beschikt, kan ook blijken uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door de dienst of, met akkoord van de gebruiker, uit een eerdere nog geldige indicatiestelling door een andere dienst voor logistieke hulp of door een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg." ingevoegd; 3° aan punt 11° wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt : "f) waarborgt de dienst het vertrouwelijke karakter van de gesprekken tussen de dienst en de gebruiker;"; 4° er worden een punt 13° en een punt 14° toegevoegd, die luiden als volgt : "13° de dienst biedt zijn personeelsleden permanente vorming en ondersteuning aan, afhankelijk van de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening;14° de gebruiker kan de geplande zorg annuleren tot uiterlijk de werkdag voordien voor 15 uur.Bij een latere annulering en als geen overmacht wordt aangetoond, kan een vergoeding gevraagd worden die hoogstens gelijk is aan de gebruikersbijdrage die voor de geplande zorg betaald zou worden.".

Art. 21.In artikel 3, B, van bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : "1° voor logistieke personeelsleden en doelgroepwerknemers gelden er geen kwalificatievereisten;"; 2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt : "5° de personeelsleden volgen op regelmatige tijdstippen bijscholing die nuttig is voor de uitvoering van hun opdracht;"; 3° in punt 6° worden de woorden "en aanwezigheden worden steeds genoteerd" opgeheven.

Art. 22.Aan artikel 3, C, van bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011, worden een punt 15° en een punt 16° toegevoegd, die luiden als volgt : "15° de dienst registreert de datum en de duur van elke werkvergadering. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst; 16° de dienst registreert de datum en de duur van elke wijkwerking. Die gegevens worden gecentraliseerd bijgehouden op de dienst.".

Art. 23.In artikel 4 van bijlage II bij hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 24.In bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 februari 2011 en 16 december 2011, wordt een artikel 11/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : "

Art. 11/2.Voor de maatregel werkdrukvermindering wordt een budget verdeeld tussen de erkende private diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de erkende private diensten voor logistieke hulp op de wijze, vermeld in artikel 31 van bijlage I. Voor de maatregel vervoer wordt er een budget verdeeld tussen de erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de erkende diensten voor logistieke hulp op de wijze, vermeld in artikel 32 van bijlage I.".

Art. 25.In artikel 14 van bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, wordt de zinsnede "van 22,5 %" vervangen door de zinsnede "van maximaal 22,5 %". Afdeling 4. - Wijzigingen van bijlage III

Art. 26.In artikel 1 van bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : "1° oppashulp : de hulp- en dienstverlening tijdens de dag of tijdens de nacht, die erin bestaat de gebruiker gezelschap te bieden en toezicht op hem te houden bij afwezigheid of ter ondersteuning van de mantelzorg.Onder gezelschap bieden aan de gebruiker wordt verstaan : in het bijzijn van de gebruiker vertoeven en hem vergezellen bij de activiteiten van het dagelijkse leven. Onder toezicht houden op de gebruiker wordt verstaan : met aandacht aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de gebruiker, oplettend zijn voor de eventuele behoeften van de gebruiker en als dat nodig is, dringend hulp en bijstand verlenen of professionele zorg of mantelzorg inroepen;"; 2° punt 2°, punt 3° en punt 5° worden opgeheven.

Art. 27.In artikel 5, A, van bijlage III bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1° worden de woorden "de dienst zorgt" vervangen door de zinsnede "vanaf het tweede kalenderjaar dat hij voor subsidiëring in aanmerking komt, zorgt de dienst";2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt : "5° de dienst vordert van de gebruiker een gebruikersbijdrage voor de aangeboden vrijwilligersoppas, die maximaal 2,50 euro per uur bedraagt.Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex 103,14 (basis 1996 = 100) en varieert zoals bepaald bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld;"; 3° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt : "11° alvorens vrijwilligersoppas aan te bieden, zorgt de dienst ervoor dat hij beschikt over het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ-nummer) van de gebruiker en de vrijwilliger.".

Art. 28.Aan artikel 5, C, van bijlage III bij hetzelfde besluit wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt : "13° elke dienst moet gebruikmaken van het systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen het agentschap en de diensten voor oppashulp, om de gegevens over zijn gebruikers en vrijwilligers die nodig zijn voor het berekenen van de subsidies en voor het genereren van operationele en beleidsinformatie, aan het agentschap te bezorgen.

Dat gebeurt volgens de richtlijnen die het agentschap ter beschikking heeft gesteld. De dienst is verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid bij het doorsturen van de gegevens.". Afdeling 5. - Wijzigingen van bijlage V

Art. 29.In artikel 2, tweede lid, van bijlage V bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "derde".

Art. 30.In artikel 4, § 1, van bijlage V bij hetzelfde besluit worden tussen het woord "wordt" en de woorden "een jaarlijkse subsidie-enveloppe" de woorden "binnen de beschikbare begrotingskredieten" ingevoegd.

Art. 31.Aan artikel 9 van bijlage V bij hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "In afwijking van het eerste lid moeten de diensten de resultaatgerichte indicatoren, vermeld in artikel 3, B, 1°, bereiken vanaf 1 januari 2013.". Afdeling 6. - Wijzigingen van bijlage VI

Art. 32.In artikel 5 van bijlage VI bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt B wordt punt 2° vervangen door wat volgt : "2° een centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;"; 2° in punt D, 3°, worden de woorden "voor de centrumleider" opgeheven.

Art. 33.Artikel 6 van bijlage VI bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 6.Met behoud van de toepassing van artikelen 4, 16 tot en met 19, 43, 50, 67, 70 en 72, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 gelden, in afwijking van artikel 5, voor de erkenning van een lokaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad de volgende specifieke voorwaarden : A. Voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening 1° een centrum vervult een preventieve functie voor personen met een beginnende zorgbehoevendheid;2° het centrum organiseert activiteiten van algemeen-informatieve aard.In dat kader moet het centrum : a) jaarlijks minstens acht activiteiten organiseren waarbij op actieve wijze informatie wordt verschaft aan een groep gebruikers.Van die activiteiten vinden er minstens vijf plaats in het centrum. Voor de overige activiteiten wordt de locatie bepaald in overleg met de partner met wie het centrum daarvoor samenwerkt. Als de overige activiteiten georganiseerd worden in samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden voor beide thuiszorgvoorzieningen maximaal drie van die activiteiten in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te verrichten activiteiten; b) op minstens drie andere wijzen aan de bewoners van de lokale leefgemeenschap algemene informatie aanbieden;3° een centrum organiseert activiteiten van recreatieve aard.In de ontmoetingsruimte, vermeld in punt D, 2°, wordt op elk ogenblik een vrijblijvend aanbod van recreatieve activiteiten ter beschikking gesteld. Het centrum biedt jaarlijks minstens 65 groepsactiviteiten van recreatieve aard aan. Die activiteiten moeten verspreid zijn over minstens vijf verschillende soorten. Van die activiteiten vinden er minstens 40 plaats in het centrum. Voor de overige activiteiten wordt de locatie bepaald in overleg met de partner met wie het centrum daarvoor samenwerkt. Als de overige activiteiten georganiseerd worden in samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden voor beide thuiszorgvoorzieningen maximaal 25 van die activiteiten in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te verrichten activiteiten; 4° een centrum biedt activiteiten van algemeen vormende aard aan.Het centrum biedt jaarlijks minstens 70 groepsactiviteiten van algemeen vormende aard aan. Die activiteiten moeten verspreid zijn over minstens vijf verschillende onderwerpen. Van die activiteiten vinden er minstens 45 plaats in het centrum. Voor de overige activiteiten wordt de locatie bepaald in overleg met de partner met wie het centrum daarvoor samenwerkt. Als de overige activiteiten georganiseerd worden in samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden voor beide thuiszorgvoorzieningen maximaal 25 van die activiteiten in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te verrichten activiteiten; 5° een centrum biedt hulp bij activiteiten van het dagelijkse leven, inzonderheid hygiënische zorg.Die hulp moet aangeboden worden onder minstens twee vormen, zoals onder meer pedicure en manicure, gelaats- en haarverzorging, hulp bij het nemen van bad of douche en wassalon, gezondheidsconsult en dieetadvies. De professionele zorgverlener die hulp biedt bij activiteiten van het dagelijkse leven, beschikt daarvoor over de nodige kwalificaties. Die activiteiten worden bij voorkeur aangeboden in een aangepaste ruimte in het lokaal dienstencentrum of in de lokalen van de partner met wie daarvoor wordt samengewerkt; 6° een centrum biedt aan zijn gebruikers warme maaltijden aan.Die maaltijden worden bij voorkeur aangeboden in een aangepaste ruimte in het centrum of in de lokalen van de partner met wie daarvoor wordt samengewerkt. Daarnaast kan een maaltijdlevering aan huis worden aangeboden. Bij het aanbieden van maaltijden moet het centrum zich minstens richten naar de maatschappelijk zwakkere bewoners van de lokale buurt; 7° een centrum biedt hulp bij boodschappen aan gebruikers die onvoldoende mogelijkheden tot zelfzorg hebben en daardoor niet meer in staat zijn om hun persoonlijke administratieve en huishoudelijke boodschappen te doen;8° een centrum biedt buurthulp;9° een centrum neemt of ondersteunt initiatieven die de mobiliteit van de lokale bewoners tot stand brengen of verhogen;10° een centrum kan personenalarmsystemen uitlenen en een personenalarmcentrale organiseren.Voor het lenen van een personenalarmtoestel kunnen eenmalig plaatsings- of waarborgkosten aangerekend worden van maximaal 50 euro. De gebruikersbijdrage voor het lenen van een personenalarmtoestel, exclusief eventuele extra externe functionaliteiten, omvat alle andere kosten en bedraagt maximaal 20 euro per maand. Het lokaal dienstencentrum voorziet in de mogelijkheid van een verminderde gebruikersbijdrage voor personen met een beperkte financiële draagkracht. De voormelde bedragen zijn gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en toegepast wordt overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basisindex is de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2010. De bedragen worden gekoppeld aan het prijsindexcijfer op 1 januari van het jaar dat volgt op de indexsprong; 11° een centrum kan het multidisciplinair overleg organiseren, vermeld in artikel 21, § 2, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;12° de minister kan de activiteiten, vermeld in punt 1° tot en met 11°, specificeren;13° het centrum beschrijft en verstrekt op een voor de gebruiker verstaanbare manier zijn aanbod en voert er een aangepaste communicatie over met de gebruikers, de potentiële gebruikers en verwijzers;14° het centrum besteedt onder andere aandacht aan de fysieke, culturele, financiële, psychologische en sociale aspecten van bereikbaarheid en toegankelijkheid voor zijn gebruikers;15° het centrum zorgt, door een geïntegreerd aanbod van zowel dienstverlening als activiteiten, dat de gebruiker er terecht kan met al zijn vragen, zorgen, talenten, interesses, behoeften en inzet;16° het centrum garandeert binnen de beschikbare middelen continuïteit van het aanbod, al dan niet in samenwerking met derden;17° het centrum streeft naar een eigentijds, op maatschappelijke behoeften gebaseerd aanbod vanuit een niet-discriminerende houding; B. Voorwaarden voor de omkadering 1° een centrum beschikt over minstens één 0,5 equivalent centrumleider, die beschikt over een diploma van master of bachelor;2° de centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;3° het centrum zet, binnen de beschikbare middelen, voldoende en deskundige personeelsleden en medewerkers in om zijn vooropgestelde doelstellingen te realiseren;4° het centrum bewaakt op een systematische manier de deskundigheid en het functioneren van de personeelsleden en medewerkers;5° het centrum stimuleert en ondersteunt de inschakeling van vrijwilligers in zijn werking; C. Voorwaarden voor de werking 1° het centrum staat minstens 32 uren per week open als opvang- en ontmoetingscentrum voor de gebruikers, met een passende spreiding over alle werkdagen;2° het centrum richt een centrumraad op met als opdracht, op eigen initiatief of op verzoek van de centrumleider advies uit te brengen over de algemene werking van het centrum, meer bepaald over alle vormen van dienstverlening die georganiseerd of verstrekt worden, over het activiteitenprogramma en over het jaarverslag.De centrumraad is samengesteld uit minstens negen leden, onder wie de centrumleider, een vertegenwoordiging namens de lokale ouderenadviesraad en minstens vijf gebruikers van het centrum. De centrumraad vergadert minstens viermaal per jaar; 3° het centrum garandeert inspraak van gebruikers in zijn algemene werking;4° het centrum garandeert tijdens de openingsuren een permanent aanspreekpunt;5° het centrum kan noden en behoeften van zijn gebruikers signaleren en formuleert zo nodig suggesties voor de afstemming en bijsturing van het woonzorgbeleid;6° het centrum formuleert zijn missie en visie, vertaalt die in duidelijke doelstellingen conform de vastgestelde en te verwachten behoeften, en vertaalt die doelstellingen naar een concrete werking;7° het centrum evalueert op regelmatige tijdstippen de missie en visie.Het evalueert geregeld of de doelstellingen bereikt zijn en stuurt afhankelijk daarvan bij; 8° het centrum gaat de tevredenheid van zijn gebruikers na en stuurt afhankelijk daarvan bij.Minstens tweejaarlijks wordt een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uitgevoerd; 9° het centrum beschikt over een duidelijke organisatiestructuur;10° het centrum organiseert periodiek en op een gestructureerde wijze intern overleg met medewerkers en gebruikers;11° het centrum werkt, als dat nodig is, samen en maakt afspraken met externe relevante actoren voor de realisatie van zijn doelstellingen en opdrachten;12° het centrum beheert zijn beschikbare middelen optimaal met het oog op de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen;13° het centrum realiseert zijn doelstellingen volgens de meest geschikte methodieken, rekening houdend met de hedendaagse ontwikkelingen;14° het centrum garandeert aan de gebruikers een klachtrecht en zorgt voor een adequate en objectieve behandeling van de klachten.Het hanteert daarvoor een procedure waarin meegedeeld wordt hoe en waar klachten worden ingediend, en hoe ze behandeld worden;

D. Voorwaarden voor de infrastructuur 1° een centrum beschikt over duidelijk herkenbare en aaneensluitende lokalen;2° voor de organisatie van de activiteiten, vermeld in punt A, 3°, beschikt het centrum over een aangepaste en voldoende grote ontmoetingsruimte;3° naast de ontmoetingsruimte, vermeld in punt 2°, beschikt het centrum over minstens één aparte ruimte voor de organisatie van activiteiten als vermeld in punt A, 3° en 4°.Die ruimte kan comfortabel gebruikt worden door groepen van minstens 15 personen; 4° het centrum beschikt over een aparte gespreksruimte, waar de privacy van de gebruiker gegarandeerd is;5° het centrum is volledig toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Rolstoelgebruikers moeten zelfstandig het gebouw, de lokalen, vermeld in punt 2° tot en met 4°, en de sanitaire ruimten kunnen betreden; 6° het centrum voorziet in de nodige accommodatie en hulpmiddelen, en zorgt voor een passend onderhoud ervan.De accommodatie en de hulpmiddelen zijn aangepast aan zijn gebruikers, opdrachten en medewerkers.".

Art. 34.In artikel 7 van bijlage VI bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt tussen de zinsnede "artikel 5, A, 10°," en het woord "verricht" de zinsnede "of artikel 6, A, 10°," ingevoegd;2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "artikel 6, A, 4°" vervangen door de zinsnede "artikel 6, A, 11°".

Art. 35.In artikel 11 van bijlage VI bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de zin "Als over een aanvraag tot erkenning van een lokaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing is genomen, gelden de volgende regels : " vervangen door de zin "Voor een aanvraag tot erkenning van een lokaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, gelden de volgende regels : "; 2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt : "3° als op de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de persoon die de erkenning heeft gevraagd, is meegedeeld dat de behandeling van de aanvraag is opgeschort in afwachting van de oprichting, verbouwing of inrichting van een gebouw voor het centrum en er aan het agentschap werd meegedeeld dat de oprichtings-, verbouwings- of inrichtingswerkzaamheden van start gingen of het technisch en financieel aspect van het masterplan is goedgekeurd met toepassing van de regelgeving inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, kan het lokaal dienstencentrum na de voltooiing van die werkzaamheden, alleen erkend worden als het beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en in dit besluit, met uitzondering van de voorwaarden voor de infrastructuur."; 3° het tweede lid wordt opgeheven. Afdeling 7. - Wijzigingen van bijlage VII

Art. 36.In artikel 5, B, van bijlage VII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt punt 2° vervangen door wat volgt : "2° de centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 32 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;".

Art. 37.Artikel 6 van bijlage VII bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 6.Met behoud van de toepassing van artikel 4, 20 tot en met 22, 43, 50, 67, 70 en 72, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 gelden, in afwijking van artikel 5, voor de erkenning van een regionaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad de volgende specifieke voorwaarden : A. Voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening 1° het centrum is per kalenderjaar belast met het uitlenen van en het verstrekken van advies over minstens 20 verschillende soorten hulpmiddelen voor gebruikers of ter ondersteuning van specifieke zorgsituaties;2° het centrum is in staat om in specifieke zorgsituaties op elke individuele adviesvraag over materiële en immateriële hulp- en dienstverlening een antwoord te formuleren of, als dat nodig of gewenst is, de adviesvrager door te verwijzen naar de meest geschikte persoon of voorziening die de adviesvraag kan beantwoorden;3° het centrum organiseert, verspreid over zijn werkgebied, dat minstens de regio omvat die is bepaald met toepassing van artikel 3, tweede lid, per kalenderjaar minimaal 20 informatie-, vormings- of voorlichtingscursussen over voor de thuiszorg relevante onderwerpen voor mantelzorgers, vrijwilligers of gebruikers.Voor zover dat mogelijk is, werkt het centrum daarvoor samen met bestaande initiatieven uit het werkgebied. Tijdens het kalenderjaar dat samenvalt met het eerste werkjaar, moet het regionaal dienstencentrum de organisatie van minimaal tien informatie- of vormingscursussen of bijeenkomsten realiseren. De minister kan de nadere regels voor de organisatie van die informatie- of vormingscursussen of bijeenkomsten bepalen. Minstens vijftien of, tijdens het eerste werkjaar, minstens zeven van die informatie- of vormingsactiviteiten worden georganiseerd door middel van bijeenkomsten waarop de mantelzorgers, vrijwilligers of gebruikers fysiek aanwezig zijn. Bij gebruik van andere mediakanalen moet de mogelijkheid tot interactie met de mantelzorgers, vrijwilligers of gebruikers worden gevrijwaard. Van de informatie- of vormingscursussen die georganiseerd worden door het centrum door middel van een samenwerking met een andere erkende thuiszorgvoorziening, worden er maximaal tien voor zowel het centrum als voor de thuiszorgvoorziening waarmee wordt samengewerkt, als activiteit in aanmerking genomen bij de berekening van het minimale aantal te organiseren activiteiten; 4° het centrum is in staat om elke vraag naar vrijwilligerszorg voor een specifieke thuiszorgsituatie toe te leiden naar een vrijwilliger, een voorziening of een organisatie die vrijwilligerszorg aanbiedt;5° het centrum is per kalenderjaar belast met het uitlenen en onderhouden van minstens 60 personenalarmtoestellen, organiseert de dienstverlening van een personenalarmcentrale en beschikt per kalenderjaar over een verwijzingslijst voor minstens 60 gebruikers. Voor het lenen van een personenalarmtoestel kunnen eenmalige plaatsings- of waarborgkosten aangerekend worden van maximaal 50 euro.

De gebruikersbijdrage voor het lenen van een personenalarmtoestel, exclusief eventuele extra externe functionaliteiten, omvat alle andere kosten en bedraagt maximaal 20 euro per maand. Het centrum voorziet in de mogelijkheid van een verminderde gebruikersbijdrage voor personen met een beperkte financiële draagkracht. De voormelde bedragen zijn gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en toegepast wordt overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De basisindex is de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2010. De bedragen worden gekoppeld aan het prijsindexcijfer op 1 januari van het jaar dat volgt op de indexsprong; 6° het centrum verstrekt per kalenderjaar aan minstens 30 gebruikers in een thuissituatie advies over aanpassingen aan de woning en over technologische aanpassingen;7° het centrum verstrekt per kalenderjaar aan minstens 15 gebruikers ergotherapeutische begeleiding.Die dienstverlening wordt door een ergotherapeut verzorgd; 8° een centrum neemt of ondersteunt initiatieven die de mobiliteit van de lokale bewoners tot stand brengen of verhogen;9° de minister kan de activiteiten, vermeld in punt 1° tot en met 8°, specificeren;10° een centrum maakt zijn hulp- en dienstverlening kenbaar en bewaakt de toegankelijkheid van zijn aanbod;11° een centrum stimuleert en ondersteunt de integrale thuiszorg, onder meer door middel van samenwerking, doorverwijzing, voortgangscontrole en bijsturing;12° een centrum voert een actief communicatiebeleid met interne en externe partners en met de gebruikers, dat aangepast is aan de vooropgestelde doelstellingen; B. Voorwaarden voor de omkadering 1° het centrum beschikt minstens over één 0,75 equivalent centrumleider, die beschikt over een diploma van master of bachelor;2° de centrumleider volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 32 uren bijscholing over voor het centrum relevante onderwerpen;3° het centrum voorziet op systematische wijze in de rekrutering, begeleiding en vorming van zijn medewerkers; C. Voorwaarden voor de werking 1° het centrum is minstens 32 uur per week bereikbaar met een gepaste spreiding over alle werkdagen.Minstens 8 uur daarvan is het ook effectief toegankelijk voor de gebruikers, de mantelzorgers en de vrijwilligers; 2° voor het uitlenen van de personenalarmtoestellen en de hulpmiddelen, het geven van advies over woningaanpassingen en technologische aanpassingen, en het aanbieden van de ergotherapeutische begeleidingen, vermeld in punt A, 5°, 6° en 7°, is het centrum of de partner met wie voor de activiteit in kwestie wordt samengewerkt, minstens 16 uren toegankelijk;3° het centrum kan activiteiten ontwikkelen in een werkgebied dat het omschrijft en dat ruimer kan zijn dan de regio, vermeld in artikel 3, tweede lid, waarvoor het centrum is erkend.In dat geval vermeldt de beslissing tot erkenning dat ruimere werkgebied. Het centrum moet voor de regio waarvoor het erkend is, aan alle specifieke erkenningsvoorwaarden voldoen, met uitzondering van de erkenningsvoorwaarde, vermeld in punt A, 3°; 4° een centrum peilt naar de behoeften van de gebruiker en stelt zijn planning daarop af;5° een centrum signaleert op een systematische wijze vastgestelde tekorten en behoeften;6° een centrum ontwikkelt een opdrachtsverklaring (missie, visie en waarden) en maakt die kenbaar;7° een centrum gaat minstens tweejaarlijks de tevredenheid na van gebruikers en medewerkers;8° een centrum zet de beschikbare middelen optimaal in;9° een centrum heeft kennis van de regio en het aanbod aan hulp- en dienstverlening en streeft naar interne en externe samenwerking;10° een centrum biedt de mogelijkheid tot het formuleren van suggesties of klachten en garandeert een passende behandeling; D. Voorwaarden voor de infrastructuur 1° het centrum beschikt over duidelijk herkenbare en aaneensluitende lokalen, die gemakkelijk toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Rolstoelgebruiker moeten zelfstandig het gebouw, de lokalen en de sanitaire ruimten kunnen betreden; 2° het gebouw is gemakkelijk bereikbaar; 3° de minister kan de minimale normen waaraan de lokalen van een centrum moeten voldoen, nader bepalen.".

Art. 38.In artikel 7, § 2, van bijlage VII bij hetzelfde besluit wordt tussen de zinsnede "artikel 5, A, 5°," en de woorden "kan de subsidie-enveloppe" de zinsnede "of artikel 6, A, 5°," ingevoegd.

Art. 39.In artikel 11 van bijlage VII bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de zin "Als over een aanvraag tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing is genomen, gelden de volgende regels : " vervangen door de zin "Voor een aanvraag tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, gelden de volgende regels :"; 2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt : "3° als op de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de persoon die de erkenning heeft gevraagd, is meegedeeld dat de behandeling van de aanvraag is opgeschort in afwachting van de oprichting, verbouwing of inrichting van een gebouw voor het centrum en er aan het agentschap werd meegedeeld dat de oprichtings-, verbouwings- of inrichtingswerkzaamheden van start gingen of het technisch en financieel aspect van het masterplan is goedgekeurd met toepassing van de regelgeving inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, kan het regionaal dienstencentrum na de voltooiing van die werkzaamheden alleen erkend worden als het beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en in dit besluit, met uitzondering van de voorwaarden voor de infrastructuur."; 3° het tweede lid wordt opgeheven. Afdeling 8. - Wijzigingen van bijlage X

Art. 40.In artikel 5 van bijlage X bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt B, 2°, wordt de zinsnede "punt 1°, b) en c)" vervangen door de zinsnede "punt 1°, b)"; 2° in punt B wordt punt 3° vervangen door wat volgt : "3° tijdens de nacht moet per begonnen schijf van 60 verblijfseenheden één actieve nachtdienst worden georganiseerd;"; 3° aan punt D wordt een punt 25° toegevoegd, dat luidt als volgt : "25° het centrum voldoet aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering.". Afdeling 9. - Wijzigingen van bijlage XI

Art. 41.In artikel 5 van bijlage XI bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt punt 5° vervangen door wat volgt : "5° de factuur wordt opgemaakt bij het einde van het verblijf of, als het verblijf langer dan een maand duurt, telkens op het einde van de maand. Het is niet toegestaan om een voorschot aan te rekenen.".

Art. 42.Artikel 8 van bijlage XI bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 8.Ingeval na een acute situatie die onmiddellijke actie vereist, de opname in het centrum niet langer duurt dan zeven dagen, hoeven de toepasselijke administratieve voorschriften niet te worden nageleefd. De hulpverlening verloopt steeds conform de geldende bepalingen in het woonzorgcentrum of het centrum voor herstelverblijf waarin het centrum is gevestigd. Het centrum moet kunnen aantonen dat de gebruiker of zijn vertegenwoordiger bij opname schriftelijk geïnformeerd werd over minimaal volgende elementen : de maximale verblijfsduur van zeven dagen, de dagprijs en de supplementen.".

Art. 43.In artikel 9 van bijlage XI bij hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : "De gebruikers van het centrum kunnen deel uitmaken van de gebruikersraad van het woonzorgcentrum of van het centrum voor herstelverblijf.".

Art. 44.Aan hoofdstuk III, afdeling II, onderafdeling II, van bijlage XI bij hetzelfde besluit wordt een artikel 9/1 toegevoegd, dat luidt als volgt : "

Art. 9/1.Bij ontslag van de gebruiker uit het centrum moet het centrum de gebruiker voldoende begeleiden opdat hij met de nodige afspraken over de zorgafstemming naar zijn thuismilieu kan terugkeren.". Afdeling 10. - Wijzigingen van bijlage XII

Art. 45.Aan artikel 18 van bijlage XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt de zinsnede ", met uitzondering van het beheer van het zakgeld en de verrekening van kosten die rechtstreeks met het verblijf in het woonzorgcentrum te maken hebben" toegevoegd.

Art. 46.In artikel 26, § 2, van bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : "Elk woonzorgcentrum wijst een klachtenbehandelaar aan. Suggesties, opmerkingen of klachten kunnen rechtstreeks, zowel schriftelijk als mondeling, door de bewoner of door zijn familie of mantelzorger aan die persoon worden meegedeeld. De klachtenbehandelaar verzamelt de ingediende suggesties, opmerkingen of klachten. Het personeel van het agentschap kan daarvan inzage nemen. Het gevolg dat aan een klacht wordt gegeven, moet rechtstreeks aan de indiener ervan meegedeeld worden.".

Art. 47.Aan artikel 29 van bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd : "De extra vergoeding moet gebaseerd zijn op een reële aantoonbare kostenberekening.".

Art. 48.Artikel 41 van bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 41.Het woonzorgcentrum ontwikkelt een vormings-, trainings- en opleidingsbeleid voor het personeel. Elk voltijds personeelslid, met uitzondering van het onderhouds- en keukenpersoneel, volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing.

In geval van deeltijds werk of een ander arbeidsregime, en in geval van nieuwe indiensttreding in de loop van het kalenderjaar, wordt het minimale aantal uren bijscholing proportioneel verminderd. De directeur volgt jaarlijks 8 uren extra bijscholing.

De minister kan per functie bepalen welke vormingsactiviteiten voor de bijscholing in aanmerking komen.".

Art. 49.Aan artikel 43 van bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "Als een werkstraf of een andere alternatieve straf werd opgelegd, wordt voorzien in een aangepaste begeleiding van de medewerker, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met mogelijke risico's voor de bewoners.".

Art. 50.In artikel 45, 12°, van bijlage XII bij hetzelfde besluit worden de woorden "moet een vast oproepsysteem bevestigd zijn" vervangen door de woorden "moet een oproepsysteem aanwezig zijn". Afdeling 11. - Wijzigingen van bijlage XIV

Art. 51.In artikel 9 van bijlage XIV bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 wordt punt 1° vervangen door wat volgt : "1° als de effectieve tewerkstelling gelijk is aan of hoger is dan 90 % van de geldende personeelsnorm, wordt het maximale subsidiebedrag, vastgesteld op basis van artikel 3, proportioneel verminderd;"; 2° in paragraaf 2 wordt in punt 2° de zinsnede "of als de effectieve tewerkstelling gelijk is aan of hoger is dan 90 % van de geldende personeelsnorm maar de motivering in de verklarende nota, vermeld in punt 1°, niet door het agentschap aanvaard wordt," opgeheven; 3° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd : "Als ten tijde van de uitkering van de voorschotten, vermeld in artikel 8, het teruggevorderde bedrag van het voorgaande jaar nog niet werd betaald, wordt dat bedrag in mindering gebracht van de uit te betalen voorschotten.".

Hoofdstuk 3. - Slotbepalingen

Art. 52.Dit besluit treedt in werking op 1 november 2012, met uitzondering van artikelen 4, 18, 27, 3°, en artikel 28, die in werking treden op 1 januari 2013.

Artikelen 9 en 31 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2011.

Artikel 40, 1°, en artikel 45 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 40, 3°, heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2012.

Art. 53.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 5 oktober 2012.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

^