Besluit Van De Vlaamse Regering van 10 juli 2015
gepubliceerd op 20 augustus 2015
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen inzake energie

bron
vlaamse overheid
numac
2015035997
pub.
20/08/2015
prom.
10/07/2015
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2015035997

VLAAMSE OVERHEID


10 JULI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen inzake energie


De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20 en artikel 87, § 1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 4.1.11/3, derde lid, artikel 4.1.11/4, derde lid, artikel 4.1.11/5, § 4, tweede lid, artikel 4.1.20, artikel 4.1.22, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011, artikel 6.1.2, § 3, artikel 7.1.3, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 14 maart 2014, artikel 7.1.4/1, ingevoegd bij decreet van 13 juli 2012 en gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2013, artikel 7.1/1.1, § 2, artikel 7.5.1, artikel 7.7.1, artikel 7.7.2, artikel 8.2.1, artikel 8.2.2, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, artikel 8.3.1, artikel 8.4.1, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2013, artikel 8.7.2, § 2, derde lid, artikel 10.1.1, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2014, artikel 10.1.2, artikel 10.1.3, § 1, ingevoegd bij het decreet van 14 maart 2014, artikel 10.1.4, artikel 10.1.5, artikel 11.1.4, en artikel 13.1.1;

Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 5 maart 2015;

Gelet op het advies van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt, gegeven op 5 mei 2015;

Gelet op advies nr. 57.598/3 van de Raad van State, gegeven op 30 juni 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het Energiebesluit van 19 november 2010

Artikel 1.In artikel 1.1.1, § 2 van het Energiebesluit van 19 november 2010, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 8°, opgeheven bij besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: « 8° besluit 2012/21/EU: het besluit 2012/21/EU van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen; 2° er wordt een punt 33/1° ingevoegd, dat luidt als volgt: "33/1 energiehuis: lokale entiteit, zoals vermeld in artikel 8.2.2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, en instantie die op het niveau van één of meerdere gemeenten hetzij als kredietbemiddelaar, hetzij als kredietgever energiediensten gericht op energiebesparende investeringen aanbiedt aan de klant, en die in hoedanigheid van kredietgever en kredietbemiddelaar aan de volgende voorwaarden voldoet: a) over rechtspersoonlijkheid beschikken;b) over de nodige expertise en kritische capaciteit beschikken op technisch, juridisch, financieel en boekhoudkundig vlak;c) kunnen werken volgens het derde investeerderprincipe en fungeren als lokale ESCO in het kader van de financiering van tussenkomsten voor de doelgroep; d) de sociale begeleiding van de doelgroep kunnen garanderen;". 3° in punt 56° worden de zinsnede "de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen" vervangen door de zinsnede "artikel I.8, 35° van het Wetboek van economisch recht (tweede vermelding)"; 4° punt 65/1°, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012, wordt opgeheven;5° in punt 99° wordt de datum "6 februari 2004" vervangen door de datum "20 juli 2012"; 6° in punt 105° wordt de zinsnede "artikel 2, 6°, van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse andere bepalingen" vervangen door de zinsnede "artikel I.2, 16° van het Wetboek van economisch recht ».

Art. 2.In artikel 2.3.1 van hetzelfde besluit wordt punt 2° opgeheven.

Art. 3.Aan titel III, hoofdstuk I, van hetzelfde besluit wordt een afdeling VII toegevoegd, die luidt als volgt: « Afdeling VII. - Voorwaarden en procedures voor de forfaitaire vergoedingsplichten van de netbeheerder ».

Art. 4.In hetzelfde besluit wordt aan afdeling VII, toegevoegd bij artikel 3, een artikel 3.1.43 toegevoegd, dat luidt als volgt: « Art. 3.1.43. § 1. De netgebruiker dient de aanvraag voor de vergoeding, vermeld in artikel 4.1.11/3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, in bij de distributienetbeheerder, op straffe van onontvankelijkheid, binnen dertig kalenderdagen die volgen op de realisatie van de aansluiting.

De aanvraag moet melding maken van het nummer van de aanvaarde offerte of de factuur voor de bestelde aansluiting. § 2. De netgebruiker dient de aanvraag voor de vergoeding, vermeld in artikel 4.1.11/4. van het Energiedecreet van 8 mei 2009, in bij de distributienetbeheerder, op straffe van onontvankelijkheid, binnen dertig kalenderdagen die volgen op de realisatie van de heraansluiting.

De aanvraag moet melding maken van de datum van afsluiting. § 3. De netgebruiker dient de aanvraag voor de vergoeding, vermeld in artikel 4.1.11/5. van het Energiedecreet van 8 mei 2009, in bij de distributienetbeheerder, op straffe van onontvankelijkheid, binnen dertig kalenderdagen die volgen op de langdurige onderbreking.

De aanvraag moet melding maken van de datum van de stroomonderbreking, alsook van het startuur en het einduur ervan. § 4. De netbeheerder bevestigt de ontvangst van de aanvraag, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, binnen de tien werkdagen.

Als de aanvraag onontvankelijk of onvolledig is, brengt de distributienetbeheerder de aanvrager daarvan binnen zestig kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag schriftelijk op de hoogte. Bij die kennisgeving worden de redenen vermeld waarom de aanvraag onontvankelijk of onvolledig is bevonden en in geval van onvolledigheid de termijn waarin de aanvrager, op straffe van verval van de aanvraag, het aanvraagdossier kan vervolledigen. Die termijn moet ten minste dertig kalenderdagen omvatten.

De vergoeding wordt door de distributienetbeheerder aan de aanvrager betaald binnen zestig kalenderdagen die volgen op de indiening van een volledige aanvraag, als de aanvraag ontvankelijk en gegrond is. De distributienetbeheerder brengt de aanvrager daarvan ook schriftelijk op de hoogte, waarbij de berekeningswijze van het uitbetaalde bedrag wordt weergegeven. »

Art. 5.In artikel 5.3.9, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, wordt tussen de woorden "de huishoudelijke elektriciteitsafnemer" en de woorden "een brief" het woord "opnieuw" ingevoegd.

Art. 6.Aan artikel 6.1.4, § 1, derde lid van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, wordt de volgende zin toegevoegd: « In afwijking daarvan is het voorleggen van een nieuw keuringsverslag om de twee jaar niet vereist voor installaties waar alle metingen die noodzakelijk zijn voor de berekening van het aantal toe te kennen groenestroomcertificaten, uitgevoerd worden door de netbeheerder of de transmissienetbeheerder. »

Art. 7.In artikel 6.1.9, § 2, tweede lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zinsnede "telkens als de productie-installatie 1 000 kWh heeft opgewekt" wordt opgeheven;2° de volgende zin wordt toegevoegd: « In standaarddossiers brengt de beheerder van het net het Vlaams Energieagentschap minstens maandelijks op de hoogte van die door hem gevalideerde meterstanden.»

Art. 8.In artikel 6.2.10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 en 9 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 7 worden tussen de woorden "gebruikmaken van biogas" en de zinsnede ", wordt het thermisch rendement", de woorden "dat geen biomethaan betreft" ingevoegd;2° in paragraaf 8, tweede lid worden tussen de woorden "bij de toepassing van biogas" en de zinsnede ", 42,7 % bij de toepassing van", de woorden "dat geen biomethaan betreft" ingevoegd.

Art. 9.In artikel 6.2/1.1 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid en tweede lid worden vervangen door wat volgt: « Een bandingfactor kan nooit meer bedragen dan de maximaal toegelaten bandingfactor die voor die startdatum van toepassing was voor de betreffende installatie.De maximaal toegelaten bandingfactoren worden voor nieuwe projecten jaarlijks door de minister vastgelegd, in het kader van het vastleggen van de bandingfactoren, zoals vermeld in artikel 6.2/1.6, op basis van het rapport van het Vlaams Energieagentschap en op basis van de verhouding tussen het aantal beschikbare certificaten en het aantal in te leveren certificaten bij de vorige inleveringsronde. Een aldus bepaalde maximaal toegelaten bandingfactor blijft voor installaties met startdatum in het betreffende jaar geldig gedurende de volledige periode waarbinnen de installatie certificaten ontvangt. Voor nieuwe projecten worden aparte maximaal toegelaten bandingfactoren vastgelegd, voor volgende categorieën van projecten: a) representatieve projectcategorieën met een afschrijvingstermijn van tien jaar;b) representatieve projectcategorieën met een afschrijvingstermijn van vijftien jaar;c) niet-representatieve projectcategorieën met een afschrijvingstermijn van tien jaar;d) niet-representatieve projectcategorieën met een afschrijvingstermijn van vijftien jaar. Voor de toepassing van dit artikel worden enerzijds projecten waarvoor de afschrijvingstermijn in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top minder dan tien jaar bedraagt, gelijkgesteld met projecten waarvoor de afschrijvingstermijn in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top tien jaar bedraagt, en worden anderzijds projecten waarvoor de afschrijvingstermijn in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top meer dan tien jaar bedraagt, gelijkgesteld met projecten waarvoor de afschrijvingstermijn in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top vijftien jaar bedraagt. »; 2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt: « Het Vlaams Energieagentschap kan ook de gegevens die gebruikt worden voor de berekening van de onrendabele top, opvragen bij projecten die al een startdatum ontvingen uit de betreffende representatieve of niet-representatieve projectcategorie, of bij groenestroom- of WKK-projecten met een startdatum voor 1 januari 2013 die nog aanspraak kunnen maken op certificaten met toepassing van artikel 7.1.1, § 1, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 of artikel 7.1.2, § 1, van het Energiedecreet van 8 mei 2009. De eigenaar of uitbater van de installatie bezorgt die gegevens binnen een door het Vlaams Energieagentschap vooropgestelde termijn, op straffe van schorsing van het recht op de berekening en uitkering van certificaten tot ontvangst van de bedoelde informatie. Als binnen voormelde termijn de gevraagde gegevens niet aan het Vlaams Energieagentschap worden bezorgd, kan het Vlaams Energieagentschap voor het geviseerde project de berekening van de certificaten, vermeld in artikel 6.1.7, tweede lid, en artikel 6.2.7, tweede lid, van dit besluit, schorsen tot de datum van ontvangst door het Vlaams Energieagentschap van de voormelde gegevens.

Het Vlaams Energieagentschap brengt de VREG hiervan onverwijld op de hoogte. »

Art. 10.In artikel 6.2/1.4, eerste lid, 4°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, worden de woorden "met een motor" vervangen door de woorden "met minimaal een motor en".

Art. 11.In artikel 6.2/1.7, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014, wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: « Als de definitieve gegevens van de installatie door de steunaanvrager niet binnen een termijn van uiterlijk zes maanden na de aanvraag van de definitieve bandingfactor zijn aangeleverd, of als de steunaanvrager geen aanvraag heeft ingediend binnen een maand na het verkrijgen van de laatste vergunning, vervalt de voorlopige bandingfactor, vermeld in paragraaf 1, vijfde lid. »

Art. 12.In artikel 6.4.1/8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 september 2012 en 29 november 2013, wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt: « De energiescan bevat een basisscan en/of een of meer begeleidingstrajecten. Het Vlaams Energieagentschap legt de minimumvereisten vast waaraan een energiescan moet voldoen. Het Vlaams Energieagentschap kan in dit kader tevens eisen opleggen met betrekking tot de inhoud van de begeleidingstrajecten. Sociale huisvestigingsmaatschappijen komen echter niet in aanmerking voor begeleiding voor de uitvoering van energiebesparende investeringen. »

Art. 13.In artikel 6.4.1/12 van hetzelfde besluit ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering 29 november 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "artikel 6.4.1/7 en artikel 6.4.1/10" vervangen door de zinsnede "artikel 6.4.1/7 tot en met artikel 6.4.1/10"; 2° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd: « De effectieve vergoeding wordt per kalenderjaar berekend door de op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare middelen te verdelen over de elektriciteitsdistributienetbeheerders pro rata het aantal scans dat is uitgevoerd in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het kalenderjaar.»; 3° in paragraaf vier wordt de zin "De minister bepaalt de manier waarop de vergoeding wordt berekend, evenals de hoogte van de vergoeding." vervangen door de zinnen "Het Vlaams Energieagentschap keert aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder per woning waarvan het dak of de zoldervloer geïsoleerd is ter uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst een vergoeding uit voor de planning en de uitvoering van de werken en de trajectbegeleiding van de huurder en de verhuurder, die maximaal gelijk is aan het totale bedrag dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft uitbetaald aan de projectpromotor. De effectieve vergoeding wordt per kalenderjaar berekend door de op de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare middelen te verdelen over de elektriciteitsdistributienetbeheerders pro rata het bedrag dat is uitbetaald in het kader van die actieverplichting in de periode die loopt van het vierde kwartaal van het voorafgaande kalenderjaar tot en met het derde kwartaal van het kalenderjaar.".

Art. 14.Aan artikel 6.5.6, § 2 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: « In afwijking van het eerste lid, 1° kan een personeelslid van een energie-intensieve inrichting van een onderneming die is toegetreden tot één van de energiebeleidsovereenkomsten voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie (niet VER-bedrijven en VER-bedrijven), die voor deze energie-intensieve inrichting aanvaard werd als interne energiedeskundige voor het opstellen van het energieplan voor één van deze energiebeleidsovereenkomsten, voor die inrichting eveneens worden aanvaard voor het opstellen van een energiestudie, als vermeld in dit hoofdstuk. »

Art. 15.In het opschrift van titel VII van hetzelfde besluit worden de woorden "en de toepassing van flexibiliteitsmechanismen" opgeheven.

Art. 16.Artikel 7.1.1 van hetzelfde besluit, hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013, wordt vervangen door wat volgt: « Art. 7.1.1. Conform artikel 8.7.2. § 2, derde lid van het Energiedecreet van 8 mei 2009 worden de maximumpercentages voor tegemoetkomingen aan ondernemingen, vermeld in artikel 8.7.2, § 2 van het voormelde decreet aangepast aan de Europese kaderregeling voor staatssteun ten behoeve van het milieu, die op haar beurt inmiddels werd vervangen door de communautaire richtsnoeren inzake staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020 (Publicatieblad van 28 juni 2014, C200/1).

In afwijking van artikel 8.7.2, § 2, eerste en tweede lid van het Energiedecreet van 8 mei 2009, kunnen de tegemoetkomingen voor energiebesparing die ter uitvoering van titel VIII van het voormelde decreet worden toegekend aan kleine ondernemingen maximaal 50 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. Als de onderneming een middelgrote onderneming is kunnen die tegemoetkomingen maximaal 40 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. Als de onderneming een grote onderneming is kunnen die tegemoetkomingen maximaal 30 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. In geval van een inschrijvingsprocedure kunnen de tegemoetkomingen maximaal 100 % van de in aanmerking komende kosten bedragen.

In afwijking van artikel 8.7.2, § 2, eerste en tweede lid van het Energiedecreet van 8 mei 2009, kunnen de tegemoetkomingen voor hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling-installaties die ter uitvoering van titel VIII van het voormelde decreet worden toegekend aan kleine ondernemingen maximaal 65 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. Als de onderneming een middelgrote onderneming is kunnen die tegemoetkomingen maximaal 55 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. Als de onderneming een grote onderneming is kunnen die tegemoetkomingen maximaal 45 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. In geval van een inschrijvingsprocedure kunnen de tegemoetkomingen maximaal 100 % van de in aanmerking komende kosten bedragen.

In afwijking van artikel 8.7.2, § 2, eerste en tweede lid van het Energiedecreet van 8 mei 2009, kunnen de tegemoetkomingen voor stadsverwarming met conventionele energiebronnen die ter uitvoering van titel VIII van het voormelde decreet worden toegekend aan kleine ondernemingen maximaal 65 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. Als de onderneming een middelgrote onderneming is kunnen die tegemoetkomingen maximaal 55 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. Als de onderneming een grote onderneming is kunnen die tegemoetkomingen maximaal 45 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. In geval van een inschrijvingsprocedure kunnen de tegemoetkomingen maximaal 100 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. »

Art. 17.In artikel 7.5.1, § 6, tweede lid, 2°, b), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013, worden tussen het woord "auditconvenant" en de zinsnede ", komen de maatregelen" de woorden "of een gelijkaardige energiebeleidsovereenkomst," ingevoegd.

Art. 18.In artikel 8.1.1, derde lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "betrekking op" en de woorden "de onafhankelijke wijze van handelen" de zinsnede "het beschikken over burgerrechten en politieke rechten, het respecteren van de fiscale en sociale wetgeving, het beschikken over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, en" ingevoegd.

Art. 19.Aan artikel 8.4.1, § 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: « De minister kan minimale eisen opleggen met betrekking tot de competenties en de ervaring van het onderwijzend personeel, vermeld in het eerste lid, 2°. »

Art. 20.In artikel 8.5.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 3, eerste lid, 2° worden de woorden "zes maanden" vervangen door de woorden "twaalf maanden";2° in paragraaf 4, eerste lid, 2° worden de woorden "zes maanden" vervangen door de woorden "twaalf maanden".

Art. 21.In artikel 8.6.1, § 4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt tussen de woorden "betrekking op" en de woorden "de onafhankelijke wijze van handelen" de zinsnede "het beschikken over burgerrechten en politieke rechten, het respecteren van de fiscale en sociale wetgeving, het beschikken over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, en" ingevoegd.

Art. 22.In titel IX, hoofdstuk I van hetzelfde besluit wordt afdeling VI, die bestaat uit artikel 9.1.33, opgeheven.

Art. 23.In artikel 11.1/2.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014, wordt de zinsnede "artikel 6.3.10 tot en met 6.3.21" vervangen door de zinsnede "artikel 16.3.10 tot en met 16.3.21".

Art. 24.In artikel 12.3.1, eerste lid van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013, wordt de datum "1 september 2014" vervangen door de datum "1 januari 2016".

Art. 25.In artikel 12.3.5, eerste lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013, wordt de datum "1 september 2014" vervangen door de datum "1 januari 2016".

Art. 26.Artikel 12.3.6 van hetzelfde besluit, zoals ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014, wordt opgeheven.

Art. 27.Artikel 12.3.7 van hetzelfde besluit, zoals ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014, wordt opgeheven.

Art. 28.Aan titel XII, hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt een artikel 12.3.9 toegevoegd, dat luidt als volgt: « Art. 12.3.9. In afwijking van artikel 3.1.43, § 1 en § 2 kan de aanvraag van een vergoeding, op straffe van onontvankelijkheid, worden ingediend binnen dertig kalenderdagen die volgen op de inwerkingtreding van dit artikel. De overige bepalingen van artikel 3.1.43. zijn van overeenkomstige toepassing op deze aanvragen. »

Art. 29.Aan hoofdstuk 3, titel XII van hetzelfde besluit wordt een artikel 12.3.10 toegevoegd, dat luidt als volgt: « Art. 12.3.10. In afwijking van artikel 6.2/1.1 wordt de maximale bandingfactor als volgt bepaald: 1° voor projecten met een startdatum in 2013, 2014 en 2015, waarvoor de afschrijvingstermijn in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top tien jaar bedraagt, is de maximaal toegelaten bandingfactor 1;2° voor projecten met een startdatum in 2013, waarvoor de afschrijvingstermijn in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top vijftien jaar bedraagt, met name: a) voor zonne-energie: 1) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) tot en met 10 kW;2) nieuwe installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 kW tot en met 250 kW;3) nieuwe installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW; is de maximaal toegelaten bandingfactor: 0,907; b) voor installaties met betrekking tot windenergie op land, met een maximaal vermogen per turbine tot en met 4 MWe is de maximaal toegelaten bandingfactor: 0,889;3° voor projecten met een startdatum in 2014, waarvoor de afschrijvingstermijn in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top vijftien jaar bedraagt, is de maximale bandingfactor: a) voor zonne-energie: 1) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) tot en met 10 kW;2) nieuwe installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 kW tot en met 250 kW;3) nieuwe installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW; is de maximaal toegelaten bandingfactor: 0,870; b) voor installaties met betrekking tot windenergie op land, met een maximaal vermogen per turbine tot en met 4 MWe is de maximaal toegelaten bandingfactor: 0,857;4° voor projecten met een startdatum in 2015, waarvoor de afschrijvingstermijn in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top vijftien jaar bedraagt, is de maximale bandingfactor: a) voor zonne-energie: 1) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) tot en met 10 kW;2) nieuwe installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 kW tot en met 250 kW;3) nieuwe installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW; is de maximaal toegelaten bandingfactor: 0,870; b) voor installaties met betrekking tot windenergie op land, met een maximaal vermogen per turbine tot en met 4 MWe is de maximaal toegelaten bandingfactor: 0,857; c) voor groenestroominstallaties, voor zover ze niet tot 1° en 2° of tot de vastgelegde representatieve projectcategorieën, vermeld in artikel 6.2/1.2, behoren en een minimaal vermogen hebben van meer dan 20 MWe is de maximaal toegelaten bandingfactor: 0,940. »

Art. 30.In Bijlage III/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van 21 december 2012 en gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1.3.1 worden de woorden « Het elektrisch vermogen van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch vermogen van de installatie »; 2° aan punt 1.3.1 wordt de volgende zin toegevoegd: "Indien bij de vaststelling van de specifieke investeringskost gebruik wordt gemaakt van de door het Vlaams Energieagentschap verzamelde gegevens van gerealiseerde projecten die beantwoorden aan de omschrijving van de generieke installatie, wordt hierbij de mediaan gebruikt. Bij een even aantal waarnemingen wordt desgevallend het gemiddelde van de twee middelste waarnemingen genomen."; 3° in punt 1.5.2 worden de woorden « Het thermisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het netto thermisch rendement van de installatie » en de woorden « Het elektrisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch rendement van de installatie »; 4° aan punt 1.5.5 wordt de volgende zin toegevoegd: "Indien bij de vaststelling van de operationele kosten gebruik wordt gemaakt van de door het Vlaams Energieagentschap verzamelde gegevens van gerealiseerde projecten die beantwoorden aan de omschrijving van de generieke installatie, wordt hierbij de mediaan gebruikt. Bij een even aantal waarnemingen wordt desgevallend het gemiddelde van de twee middelste waarnemingen genomen.". 5° in punt 2 worden de woorden « Het elektrisch vermogen van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch vermogen van de installatie », de woorden « Het elektrisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch rendement van de installatie » en de woorden « Het thermisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het netto thermisch rendement van de installatie ».

Art. 31.In Bijlage III/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van 21 december 2012 en gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1.3.1 worden de woorden « Het elektrisch vermogen van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch vermogen van de installatie »; 2° aan punt 1.3.1 wordt de volgende zin toegevoegd: "Indien bij de vaststelling van de specifieke investeringskost gebruik wordt gemaakt van de door het Vlaams Energieagentschap verzamelde gegevens van gerealiseerde projecten die beantwoorden aan de omschrijving van de generieke installatie, wordt hierbij de mediaan gebruikt. Bij een even aantal waarnemingen wordt desgevallend het gemiddelde van de twee middelste waarnemingen genomen."; 3° in punt 1.5.2 worden de woorden « Het thermisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het netto thermisch rendement van de installatie » en de woorden « Het elektrisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch rendement van de installatie »; 4° aan punt 1.5.4 wordt de volgende zin toegevoegd: "Indien bij de vaststelling van de operationele kosten gebruik wordt gemaakt van de door het Vlaams Energieagentschap verzamelde gegevens van gerealiseerde projecten die beantwoorden aan de omschrijving van de generieke installatie, wordt hierbij de mediaan gebruikt. Bij een even aantal waarnemingen wordt desgevallend het gemiddelde van de twee middelste waarnemingen genomen.". 5° in punt 2 worden de woorden « Het elektrisch vermogen van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch vermogen van de installatie », de woorden « Het elektrisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch rendement van de installatie » en de woorden « Het thermisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het netto thermisch rendement van de installatie ».

Art. 32.In bijlage III/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van 21 december 2012 en gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1.3.1 worden de woorden « Het elektrisch vermogen van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch vermogen van de installatie »; 2° in punt 1.5.2 worden de woorden « Het thermisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het netto thermisch rendement van de installatie » en de woorden « Het elektrisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch rendement van de installatie »; 3° in punt 2 worden de woorden « Het elektrisch vermogen van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch vermogen van de installatie », de woorden « Het elektrisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch rendement van de installatie » en de woorden « Het thermisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het netto thermisch rendement van de installatie »;

Art. 33.In Bijlage III/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van 21 december 2012 en laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "Het totale investeringsbedrag van de niet-afgeschreven investeringen" worden vervangen door de woorden "Het investeringsbedrag van de niet-afgeschreven investeringen dat volgens het oorspronkelijk afschrijvingsritme van de betrokken installatie tijdens de voorliggende verlengingsperiode zal afgeschreven worden"; 2° punt 1.3.1 wordt vervangen door wat volgt: "1.3.1 Investering Het totale investeringsbedrag I wordt bepaald als: het investeringsbedrag van de niet-afgeschreven investeringen dat volgens het oorspronkelijk afschrijvingsritme van de betrokken installatie tijdens de voorliggende verlengingsperiode zal afgeschreven worden.

Hierbij wordt desgevallend alle toegekende investeringssteun, anders dan deze vermeld in 1.3.3, in mindering gebracht. Hierbij is: I = Ki x U met:

Ki

De specifieke investeringskost per vermogenseenheid

[€/kWe]

U

Het elektrisch vermogen van de installatie

[kWe]


Indien de installatie in de loop van de vorige steunperiodes aan een nieuwe eigenaar werd overgedragen, geldt de bij aanvang gekozen afschrijvingsperiode en afschrijvingsmethodiek van de oorspronkelijke investeerder voor het bepalen van de waarde van de resterende niet-afgeschreven investeringen. Indien de bij aanvang gekozen afschrijvingsperiode en afschrijvingsmethodiek door de aanvrager van de verlenging niet meer kunnen aangetoond worden, wordt bij de berekening van de onrendabele top voor deze bijlage uitgegaan van bij aanvang gekozen afschrijvingstermijn van tien jaar."; 3° in punt 1.5 wordt het laatste lid opgeheven; 4° in punt 1.5.2 worden de woorden « Het thermisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het netto thermisch rendement van de installatie » en de woorden « Het elektrisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch rendement van de installatie »; 5° in punt 1.6 wordt het laatste lid opgeheven. 6° in punt 2 worden de woorden « Het elektrisch vermogen van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch vermogen van de installatie », de woorden « Het elektrisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het bruto elektrisch rendement van de installatie » en de woorden « Het thermisch rendement van de installatie » vervangen door de woorden « Het netto thermisch rendement van de installatie ». HOOFDSTUK II. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 34.§ 1. De termijn, vermeld in artikel 6.2/1.7, § 2, tweede lid van het Energiebesluit van 19 november 2010, ingevoegd bij artikel 11 van dit besluit, begint voor projecten waarvoor op datum van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad reeds een voorlopige bandingfactor, als bedoeld in artikel 6.2/1.7, § 1 vijfde lid, door de minister of de Vlaamse Regering is vastgelegd, pas te lopen op dag van publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. § 2. De maximale bandingfactoren, vermeld in artikel 12.3.10, zoals ingevoegd door artikel 29 van dit besluit, zijn voor het eerst van toepassing op de eerstvolgende actualisatieronde die volgt op de publicatie van dit besluit.

Art. 35.Dit besluit treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van: 1° artikel 3, 4 en 28, die in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad;2° artikel 8, artikel 26 en artikel 27, die in werking treden op een door de minister, bevoegd voor het energiebeleid, te bepalen datum; 3° artikel 13, dat voor het eerst van toepassing is voor energiescans, gefactureerd vanaf 1 januari 2015, en voor sociale dakisolatieprojecten, uitgevoerd in navolging van artikel 6.4.1/9 van het Energiebesluit van 19 november 2010 die gefactureerd zijn vanaf 1 januari 2015.

Art. 36.De Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 10 juli 2015.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, A. TURTELBOOM


begin


Publicatie : 2015-08-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^