Besluit Van De Vlaamse Regering van 14 december 2012
gepubliceerd op 06 februari 2013
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden door de Vlaamse regering en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend

bron
vlaamse overheid
numac
2013025121
pub.
06/02/2013
prom.
14/12/2012
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

14 DECEMBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden door de Vlaamse regering en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend door de Vlaamse Regering, ter uitvoering van artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode


De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, artikel 29bis, ingevoegd bij het decreet van 24 maart 2006 en gewijzigd bij de decreten van 21 november 2008, en 29 april 2011, artikel 78, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2002, 24 maart 2006, 22 december 2006 en 29 april 2011;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden door de Vlaamse Regering en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend door de Vlaamse Regering, ter uitvoering van artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, 29 juni 2007 en 14 maart 2008;

Gelet op het begrotingsakkoord, gegeven op 19 juli 2012;

Gelet op advies 51.893/3 van de Raad van State, gegeven op 18 september 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, Besluit :

Artikel 1.Het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden door de Vlaamse Regering en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend door de Vlaamse Regering, ter uitvoering van artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode wordt vervangen door wat volgt : « Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend door de Vlaamse Regering, ter uitvoering van artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode ».

Art. 2.In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 30 juni 2006, 29 juni 2007 en 14 maart 2008, worden in punt 6° de woorden « door de Vlaamse Regering » opgeheven.

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 3.§ 1. Voorafgaandelijk aan hun aanvraag tot erkenning moeten de kredietmaatschappijen voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° ingeschreven zijn bij de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA);2° de vorm hebben aangenomen van een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid, al dan niet met sociaal oogmerk, maar niet de vorm van een besloten éénpersoonsvennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een vennootschap onder firma, een gewone commanditaire vennootschap, een commanditaire vennootschap op aandelen of een coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid;3° als hoofdzakelijk of uitsluitend maatschappelijk doel hebben : het toekennen en beheren van sociale leningen voor het bouwen, kopen, verbouwen of behouden van een bescheiden woning ten behoeve van natuurlijke personen die geen andere woning in volle eigendom bezitten en die de woning zelf bewonen of zullen bewonen. In aanvulling op paragraaf 1, 3°, kan de kredietmaatschappij zonder onderscheid alle daden, handelingen of verrichtingen stellen die voor het verwezenlijken van het maatschappelijke doel nodig of nuttig kunnen zijn. § 2. De aanvullende voorwaarden voor de verrichtingen, vermeld in artikel 78, § 3, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, zijn de volgende : 1° de kredietmaatschappij die wil intekenen op het maatschappelijk kapitaal van een andere rechtspersoon, legt minstens 30 kalenderdagen voor het begin van de deelneming een concreet participatieplan aan het agentschap voor, waarin de doelstellingen die met de deelname worden beoogd, op korte en lange termijn worden verduidelijkt;2° een kredietmaatschappij kan alleen intekenen op het maatschappelijk kapitaal van een andere rechtspersoon, als die rechtspersoon aan de volgende voorwaarden voldoet : a) de rechtspersoon vertegenwoordigt een beperkte aansprakelijkheid voor de aandeelhouders;b) de rechtspersoon heeft nog niet ingetekend op het kapitaal van de intekenende kredietmaatschappij;c) behalve als de rechtspersoon waarin wordt ingetekend een sociale woonorganisatie of een vennootschap is die erkend is bij of krachtens het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, moet minstens drie vierde van het maatschappelijke kapitaal van de rechtspersoon waarin wordt ingetekend, toebehoren aan openbare besturen, sociale woonorganisaties of vennootschappen die erkend zijn bij of krachtens het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;d) de statuten van de rechtspersoon bepalen dat hoofdzakelijk daden, handelingen of verrichtingen kunnen worden gesteld met het oog op de realisatie van de bijzondere doelstellingen van het woonbeleid, zoals omschreven in titel II van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;e) als de rechtspersoon een verzekeringstussenpersoon is als vermeld in artikel 1, 3°, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen mag die verzekeringstussenpersoon hoofdzakelijk overlijdensverzekeringen en brandverzekeringen aan particulieren aanbieden en verrichtingen doen die daar rechtstreeks uit voortvloeien, met inbegrip van accessoire waarborgen die aan een dergelijke verzekering kunnen worden verbonden;3° een kredietmaatschappij kan alleen intekenen op het maatschappelijk kapitaal van een rechtspersoon als de som van alle deelnemingen niet meer bedraagt dan 5 procent van het eigen vermogen van de intekenende kredietmaatschappij, waarbij geen rekening wordt gehouden met nieuwe of bestaande deelnemingen in andere kredietmaatschappijen;4° de kredietmaatschappij rapporteert jaarlijks, uiterlijk 14 dagen na de goedkeuring van de jaarrekening door de algemene vergadering, over het doel en de omvang van de deelnemingen. De minister kan aan erkende kredietmaatschappijen aanvullende voorwaarden opleggen voor het intekenen op het maatschappelijk kapitaal van sociale woonorganisaties, van vennootschappen die erkend zijn bij of krachtens dit decreet, en van verzekeringstussenpersonen als vermeld in artikel 1, 3°, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen. § 3. De kredietmaatschappijen mogen geen aanbrengvergoedingen verstrekken, ongeacht de benaming, voor eender welk product en onder welke vorm ook aan : 1° andere erkende kredietmaatschappijen of sociale woonorganisaties;2° personeelsleden van de eigen kredietmaatschappij, van andere erkende kredietmaatschappijen of van sociale woonorganisaties;3° leden van de beheersraden of aan de familieleden tot in de derde graad van deze leden van de eigen kredietmaatschappij, van andere erkende kredietmaatschappijen of van sociale woonorganisaties;4° vennootschappen waarvan het maatschappelijk kapitaal geheel of gedeeltelijk toebehoort aan leden als vermeld in punt 2° en 3°.».

Art. 4.In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 juni 2007 en 14 maart 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° een eigen vermogen hebben van : • Met ingang van 1 januari 2007 : 1.000.000 euro • Met ingang van 1 januari 2014 : 4.000.000 euro • Met ingang van 1 januari 2016 : 5.000.000 euro • Met ingang van 1 januari 2018 : 6.000.000 euro.

Een solvabiliteitsratio, berekend als de verhouding van het eigen vermogen op het totale vermogen (EV/TV * 100) hebben van: • Met ingang van 1 januari 2014 : hoger dan 7.5 % • Met ingang van 1 januari 2016 : hoger dan 9 % • Met ingang van 1 januari 2018 : hoger dan 10 % »; 2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° het door de minister jaarlijks vastgestelde minimum gemiddelde aantal nieuwe sociale leningen afsluiten voor het door de minister jaarlijks vastgestelde minimum ontleend bedrag.Het gemiddelde aantal leningen en het gemiddeld jaarlijks ontleend bedrag worden berekend op basis van de productie van de drie voorafgaande boekjaren. Leningen voor het behouden van een bescheiden woning worden niet beschouwd als nieuwe sociale leningen. De minister bepaalt jaarlijks in de loop van de maand november de vermelde minima op advies van een met dat doel samengestelde commissie. De minister regelt, in overleg met de minister, bevoegd voor financiën, de samenstelling van deze adviescommissie. »; 3° punt 7° wordt vervangen door wat volgt : « 7° een dividend uitkeren dat niet hoger is dan de rentevoet, vastgesteld door de Koning ter uitvoering van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor de Coöperatie, toegepast op het gestorte kapitaal, zonder dat dat dividend hoger is dan 25 procent van de te bestemmen winst van het boekjaar;»; 4° er wordt een punt 11° tot en met 14° toegevoegd, die luiden als volgt: « 11° alle inkomsten en uitgaven boeken volgens het model dat de minister of zijn gemachtigde bepalen; 12° de beginselen, gedragsregels en richtlijnen, opgenomen in het handvest van behoorlijk bestuur dat als bijlage I bij dit besluit is gevoegd, naleven.; 13° uitsluitend liquide middelen en geldbeleggingen in euro bij overheden en financiële instellingen aanhouden binnen de Europese Economische Ruimte op lopende rekeningen, spaar- en termijnrekeningen of andere beleggingsvormen, waarbij een garantie wordt geboden op het behoud van het kapitaal en die minimaal een A-rating genieten;14° beschikken over een geldbelegging, ten bedrage van minstens 50 procent van het openstaande saldo van de leningen die op 31 december van het voorafgaande jaar minstens drie maanden achterstallig zijn, als volgens de laatst goedgekeurde jaarrekening de kredietmaatschappij over een eigen vermogen beschikt dat kleiner is dan 10 procent van het balanstotaal.».

Art. 5.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « De aanvraag tot erkenning wordt met een aangetekend schrijven bij het agentschap ingediend en moet minstens vergezeld zijn van het dossier met stukken en bescheiden zoals ingediend bij de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) met het oog op de inschrijving van de vennootschap als hypotheekonderneming overeenkomstig artikel 43, § 1, van de Wet van 4 augustus 1992 op het Hypothecair Krediet. ».

Art. 6.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 7.De minister brengt de aanvrager binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag tot erkenning met een aangetekende brief op de hoogte van de beslissing tot erkenning of tot weigering. ».

Art. 7.Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « De erkenning wordt van rechtswege ingetrokken in geval van ontbinding of vereffening van de erkende kredietmaatschappij of indien de kredietmaatschappij door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) niet langer ingeschreven is als hypotheekonderneming. ».

Art. 8.Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 11.§ 1. Als de bepalingen van dit besluit niet nageleefd worden, kan het agentschap de kredietmaatschappij in kwestie met een aangetekende brief in gebreke stellen na eerst de kredietmaatschappij te hebben gehoord. Op het ogenblik van versturing van dit aangetekende schrijven zal de kredietmaatschappij in kwestie geen aanspraak meer kunnen maken op de gewaarborgde funding. Het agentschap kan een termijn opleggen waarbinnen een regularisatieplan moet worden voorgelegd dat bindende termijnen moet bevatten waarbinnen de verplichtingen moeten worden nagekomen. Als de betreffende kredietmaatschappij haar verplichtingen niet nagekomen is binnen de opgelegde termijnen, kan het agentschap met een aangetekende brief de volgende sancties opleggen : 1° de erkenning van de kredietmaatschappij in kwestie kan geschorst worden.In voorkomend geval krijgt de kredietmaatschappij in kwestie uiterlijk drie maanden tijd om alle verplichtingen na te leven, op straffe van de intrekking van de erkenning,; 2° in geval van bewuste en herhaalde nalatigheden of overtredingen, of in geval van fraude kan het agentschap overgaan tot het intrekken van de erkenning, na eerst de kredietmaatschappij in kwestie te hebben gehoord. § 2. Het agentschap kan de erkenning intrekken als uit het toezicht blijkt dat de liquiditeit of solvabiliteit van de erkende kredietmaatschappij in gevaar gebracht wordt, na eerst de kredietmaatschappij in kwestie te hebben gehoord. De minister regelt de bijzondere voorwaarden met betrekking tot de kredietwaardigheid van erkende kredietmaatschappijen. »

Art. 9.Het eerste lid van artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « De erkenning wordt van rechtswege ingetrokken in geval van ontbinding of vereffening van de erkende kredietinstelling of als de kredietinstelling door de Nationale Bank van België niet langer ingeschreven of geregistreerd is als kredietinstelling. ».

Art. 10.Artikel 4, 3° is alleen van toepassing op geldbeleggingen die aangegaan worden na de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 11.De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 14 december 2012.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, Fr. VAN DEN BOSSCHE

Bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden door de Vlaamse Regering en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend door de Vlaamse Regering, ter uitvoering van artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode Handvest voor behoorlijk bestuur voor erkende kredietmaatschappijen 1. INLEIDING. De Erkende Kredietmaatschappijen (EKM's) zijn hypothecaire kredietmaatschappijen voor sociaal woonkrediet waaraan een erkenning is verleend door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 78, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. Het zijn handelsvennootschappen, meestal onder de vorm van een naamloze of coöperatieve vennootschap en worden onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen, voor zover daarvan niet wordt afgeweken in administratief of gemeen recht met het oog de vrijwaring van het algemeen belang.

De EKM's verlenen met hun activiteit medewerking aan de uitvoering van het Vlaams woonbeleid en handelen in overeenstemming met de wetten en richtlijnen die betrekking hebben op hun activiteit. De EKM's streven ernaar om binnen de financiële mogelijkheden van elke individuele maatschappij zoveel mogelijk mensen uit de doelgroep bij te staan bij de financiering of herfinanciering van een bescheiden woning, waarbij bijzondere aandacht gaat naar de sociaal-economisch zwakkeren uit onze samenleving. EKM's streven ernaar om een moderne, transparante en universele dienst van algemeen belang te leveren, waarbij voor iedereen duidelijk en vergelijkbaar is waarin het voordeel, de kwaliteit, het beschermingsniveau en de toegang bestaat.

Het decreet houdende de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997 voorziet dat de toezichthouder toezicht houdt op de verrichtingen van de EKM's en dat hij bij de uitoefening van zijn toezicht elke beslissing kan opschorten die hij in strijd acht met de wetten, decreten, statuten of het algemeen belang. EKM's bevinden zich daardoor in een situatie dat ze in eerste instantie handelsvennootschappen zijn, maar voor een belangrijk aantal aspecten eigenschappen vertonen van een openbare dienstverlener, die als uitsluitende drijfveer de behartiging hebben van het algemeen belang van sociaal woonbeleid. Dit handvest verduidelijkt voor welke aspecten de EKM's worden beschouwd als openbare dienstverlener.

Waar mogelijk wordt gestreefd naar uniformiteit met betrekking tot organisatie en procedures van EKM's. Onder meer door de sterk verschillende schaalgrootte met betrekking tot omzet en personeelsbezetting kan de concrete invulling van deze aanbevelingen verschillend zijn. Dit handvest vormt dan ook geen geheel van formele spelregels, maar is een leidraad voor een minimale invulling van de vereisten rond behoorlijk bestuur met het oog op het vrijwaren van het algemeen belang, waarbij voor bepaalde aspecten ook rekening wordt gehouden met de bijzondere kenmerken van EKM's en er een specifieke regeling voor wordt voorzien. 2. DE BEGINSELEN VAN BEHOORLIJK BESTUUR Deze beginselen dienen beschouwd te worden als leidraad voor alle handelingen en beslissingen van bestuurders en al wie betrokken is bij de operationele werking van een EKM. Rekening houdend met de dualiteit tussen de aspecten winstoogmerk en openbare dienstverlening, worden onder de punten 3, 4 en 5 nader toegelicht, op welke manier de EKM de onderstaande beginselen van behoorlijk bestuur minimaal zal toepassen, tevens met het oog op het vergroten van de transparantie en de eenvormigheid inzake beleid en dienstverlening van EKM's. Het vormen niet-limitatieve aanbevelingen voor de concrete invulling van behoorlijk bestuur, dienen tot een verhoogde rechtsbescherming van de burger en hebben een preventieve en juridische waarborgfunctie. De elementen die in dit handvest worden opgenomen zijn voor een periodieke herziening vatbaar en worden bij voorkeur regelmatig afgestemd op de meest recente inzichten betreffende behoorlijk bestuur en het algemeen belang.

De motiveringsplicht Beslissingen moeten in rechte en in feite aanvaardbaar zijn en moeten dus kunnen worden gecontroleerd. De omvang van de motivering is afhankelijk van het belang, de aard en het voorwerp van de beslissing.

Het redelijkheidsbeginsel Indien een zekere beoordelingsvrijheid in de bevoegdheden aanwezig is, dient een redelijk evenwicht te zijn tussen de feiten en de genomen beslissingen.

Het gelijkheidsbeginsel Het gelijkheidsbeginsel voorziet dat individuele voorrechten uitgesloten worden. Allen die in dezelfde toestand verkeren, moeten op dezelfde wijze worden behandeld. Voor een verschillende behandeling moet er m.a.w. een deugdelijke reden zijn.

Het zorgvuldigheidsprincipe Er moet de nodige zorgvuldigheid in acht worden genomen bij de vaststelling en de kwalificatie van de feiten. Ook inzake de beslissingsneming, het tijdstip van de beslissing en de kennisgeving ervan, dient voldoende aandacht besteed te worden aan motivering en de redelijke termijneis.

De redelijke termijneis Wanneer er geen normatieve termijn bestaat voor een beslissing, moet deze binnen een redelijke termijn genomen worden. Deze termijn hangt af van het belang, de dringendheid en de complexiteit van het onderwerp, maar wordt bepaald als de termijn die nodig is om op een zorgvuldige manier te beslissen.

Het zuinigheidsbeginsel.

Bezorgd voor de continuïteit van de EKM dient elke beslissing die uitgaven veroorzaakt of weegt op het resultaat getoetst te worden aan de noodzaak ervan. Eventuele alternatieven dienen te worden onderzocht. De werkingskosten van de EKM dienen in overeenstemming te zijn met het principe van « de goede huisvader ».

De hoorplicht In geval men een ernstige beslissing neemt op grond op een persoonlijke tekortkoming van een individu heeft deze het recht hierover gehoord te worden.

Het onpartijdigheidsbeginsel Er dient vermeden te worden dat degene die beslissingen moeten nemen een persoonlijk belang hebben bij de beslissing. Bovendien moet de EKM erover waken om elke schijn van partijdigheid te vermijden.

Het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel M.b.t. een klantvriendelijke dienstverlening dienen retroactieve beslissingen vermeden te worden, net als het intrekken van beslissingen. Ook moeten gerechtvaardigde verwachtingen worden gehonoreerd. 3. DIENSTVERLENING. De EKM's hebben als maatschappelijk doel het toestaan en beheren van sociale leningen voor het bouwen, kopen, verbouwen of behouden van een bescheiden woning ten behoeve van natuurlijke personen die geen andere woning in volle eigendom bezitten en die de woning zelf bewonen of zullen bewonen.

Onverminderd de voorwaarden die terzake in de regelgeving worden gesteld, bestaat de doelgroep van EKM's hoofdzakelijk uit de leners die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een gesubsidieerde sociale lening, aangevuld met de leners die aan alle voorwaarden voldoen voor het verkrijgen van een gesubsidieerde lening, behalve aan de voorwaarden inzake inkomen, doel van de lening en de maximale verkoopwaarde van de woning. De EKM's werken m.a.w. naar een specifiek segment van de eigenaarsmarkt, en in hoofdzaak complementair aan de andere kredietverstrekkers.

De EKM's voeren een politiek die erop gericht is om deze doelgroep op een sociale wijze op te volgen en te begeleiden naar een gepast hypothecair krediet. De dienstverlening van een EKM is er op gericht om betere voorwaarden toe te staan dan de commerciële banken zonder de aan hen opgelegde financiële kredietwaardigheids- en andere normen in gevaar te brengen en met een financieel resultaat dat toereikend is voor de toepassing van een passende dividendpolitiek. De dienstverlening is erop gericht om kosten te vermijden en door samenwerking met sociale woonorganisaties en/of uitbreiding van activiteiten bij te dragen tot de realisatie van de bijzondere doelstellingen van het woonbeleid, zoals omschreven in hoofdstuk II van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

De EKM informeert geïnteresseerden en aanvragers van een lening op een snelle, eenduidige en transparante wijze over de verschillende maatregelen inzake wonen die de steun genieten van het Vlaams Gewest.

Zo zal de EKM voor elke leenaanvraag nagaan of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden van een gesubsidieerde sociale lening en desgevallend inlichtingen en een concreet contactadres hierover meegeven. Ook zal de EKM de aanvrager van een lening wijzen op de mogelijkheden inzake de verzekering gewaarborgd wonen, premies ter verbetering of aanpassing van de woning, of elke andere maatregel die nuttig kan zijn voor de geïnteresseerde. In geval een sociale lening een goede oplossing blijkt voor de klant, zal de EKM steeds een goed inzicht bieden in de maandelijkse terugbetalingslasten evenals in de kosten verbonden aan de lening.

De EKM zal zich voor het nemen van een beslissing op zorgvuldige wijze voorbereiden en zal zich voldoende informeren om de beslissing met kennis van zaken te nemen. Alle dossiers met betrekking tot aanvragen van lening, aan het daartoe bevoegde beslissingsorgaan voorgelegd voor beslissing, bevatten alle elementen die van belang zijn voor het toestaan van de lening. Bij zijn beslissing voor het toestaan van een lening zal de EKM geen rekening houden met niet relevante gegevens zoals daar zijn: etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienstige of politieke overtuiging, het behoren tot een minderheid, handicap of seksuele geaardheid.

Indien een EKM optreedt als tussenpersoon voor het sluiten van een levens- of brandverzekering verbonden aan de lening, wordt de lener er vooraf expliciet op gewezen dat het al of niet afsluiten van een dergelijke verzekering via de EKM geen enkel gevolg heeft voor de modaliteiten van de lening. De vrije keuze van de lener wordt expliciet gevrijwaard. 4. DE INTERNE WERKING De bestuurders van een EKM dienen een doelmatig, zorgvuldig, redelijk, voorzichtig en zuinig beleid te voeren en steeds waakzaam te zijn voor alle mogelijke vormen van machtsoverschrijding en machtsafwending. Bijvoorbeeld mogen zij de goederen van de rechtspersonen waarin ze hun functie uitoefenen niet gebruiken ten bate van zichzelf of van derden, noch die goederen verwarren met hun eigen goederen en zij mogen noch direct noch indirect een ongegrond voordeel toekennen, vragen of aanvaarden voor zichzelf of voor een derde.

Elke bestuurder moet steeds een gedrag vertonen dat in overeenstemming is met zijn functie en de burgerlijke en politieke rechten genieten.

De bestuurders van een EKM dragen, in het kader van hun mandaat, bij tot de verwezenlijking van de opdracht van algemeen belang en tot het goed beheer van de goederen en middelen van de EKM, met bijzondere aandacht voor de sociale context waarin ze hun functie uitoefenen. Dit betekent dat het aanmoedigen, realiseren en concretiseren van de diverse vormen van steunverlening die in de Vlaamse Wooncode staan ingeschreven ten behoeve van woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden uiteindelijk het voornaamste richtsnoer vormen van hun bedrijvigheid.

Bestuurders van een EKM zijn er zich van bewust dat ze mee verantwoordelijk zijn voor het het imago van de Vlaamse Overheid, en getuigen daarvoor van de nodige verantwoordelijkheidszin. De bestuurders dienen erover te waken dat de beginselen van het onderhavig handvest en de vigerende wetgeving worden omgezet en toegepast door het management en het personeel dat bij de uitvoering van de opdrachten wordt betrokken.

De algemene vergadering van de EKM beslist over de vergoeding die en de wijze waarop die aan de leden van de raad van bestuur wordt toegekend, waarbij de praktijk toegepast bij sociale huisvestingsmaatschappijen inspirerend kan werken. De EKM publiceert deze vergoeding in een bijlage bij de jaarrekening en de boeking van de toegekende vergoeding is in overeenstemming met de boekhoudkundige, sociale en fiscale vereisten. De bestuurders mogen buiten deze vergoeding en de vergoeding voor bewezen onkosten geen enkele andere vergoeding ontvangen met betrekking tot leningen en verzekeringen al dan niet door tussenkomst van de EKM waarvan zij lid zijn van de raad van bestuur.

De raad van bestuur neemt de beslissingen die nodig of dienstig zijn voor de realisatie van het doel van de vennootschap, met uitzondering van die handelingen waarvoor volgens de wet of de statuten alleen de algemene vergadering bevoegd is. De raad van bestuur neemt de strategische beslissingen betreffende de vennootschap en oefent toezicht uit op het managementsorgaan van de EKM. In functie van de schaalgrootte van de betrokken EKM zowel met betrekking tot omzet als personeelsbezetting, zorgt de raad van bestuur voor een behoorlijk werkend systeem van interne controle en voor de correcte toepassing ervan. Deze interne controle omvat minstens uitgeschreven procedures m.b.t. de volgende aspecten : - een formele bevoegdheidsverdeling waarbij op een duidelijke en transparante wijze tot uiting komt wie binnen de EKM welke beslissingsbevoegdheid heeft en aan wie er dient gerapporteerd te worden; - een duidelijke functiescheiding of een volwaardig alternatief tussen registratie en autorisatie van verrichtingen met de daaraan verbonden betalingsdelegatie. In geval er gebruik wordt gemaakt van debet- of kredietkaarten dienen de regels te worden bepaald voor het gebruik ervan evenals de voor te leggen verantwoordingsdocumenten; - een regeling betreffende bezoldigingen en vergoedingen aan personeel, management en leden van de raad van bestuur. Inzake de bezoldigingspolitiek wordt rekening gehouden met het zuinigheidsbeginsel en met het imago van de Vlaamse Overheid, dat de EKM mee helpt uitdragen. De EKM voert een personeelspolitiek waarbij enkel het noodzakelijke personeel in dienst wordt genomen en gehouden (in het kader van een fusieoperatie kan hiervan tijdelijk bij wijze van overgang afgeweken worden) en dat beschikt over de professioneel en de reglementair vereiste competenties voor de uitoefening van de activiteit en dat de nodige vorming wordt aangeboden voor de functie die zij bekleden. Buiten hun bezoldiging en de kosten gemaakt voor de uitoefening van hun functie voorzien van de nodige verantwoordingsstukken mag het personeel geen andere vergoeding ontvangen. Meer bepaald mogen zij geen commissie ontvangen voor het verstrekken of aanbrengen van welke lening of verzekering dan ook, afgesloten na de inwerkingtreding van dit handvest. In het kader van de loyauteit t.a.v. de EKM worden personeelsleden of leden van de raad van bestuur die beschikken over een historische verzekeringsportefeuille aangemoedigd om deze over te dragen aan de EKM; - een professioneel bijgehouden debiteurenbeheer met bijzondere aandacht voor de opvolging van de achterstallige debiteuren.

De raad van bestuur waakt over de naleving van de reglementaire bepalingen die van toepassing zijn voor de sector meer bepaald met betrekking tot : - de voorwaarden waaraan de sociale leningen moeten voldoen; - de voorwaarden voor het behoud van de erkenning, inclusief de voorwaarden met betrekking tot de kredietwaardigheidsnormen; - de voorwaarde om enkel investeringen en kosten te verrichten in functie van het maatschappelijke doel van de EKM; - de controlemogelijkheden door de toezichthouder.

Wanneer er in de raad van bestuur een beslissing wordt genomen waarbij een bestuurder een rechtstreeks of onrechtstreeks belang heeft mag hij in overeenstemming met het onpartijdigheidsbeginsel niet aan de bespreking en aan de beslissing deelnemen, en dient dit uitdrukkelijk te worden vermeld in het proces-verbaal van de vergadering.

De directeur is steeds een natuurlijke persoon. 5. BOEKHOUDKUNDIG EN FINANCIEEL BEHEER. De EKM voert een boekhouding die in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen. Zo maakt elke EKM een jaarrekening op volgens het volledig schema van het KB van 30/01/2001,worden alle ontvangen en betaalde interesten respectievelijk geboekt als financiële opbrengsten (rekening 75) en financiële kosten (rekening 65). Teneinde een uniformiteit in de sector te bereiken en met het oog op de mogelijkheid om vergelijkingsstandaarden op te stellen voor de sector houdt de EKM rekening met de instructies van de bevoegde minister voor de boekhoudkundige verwerking onder bepaalde posten, zonder evenwel de normen van de commissie voor boekhoudige normen te overtreden.

Minstens eenmaal per jaar zal de raad van bestuur een bespreking houden met betrekking tot een financiële langetermijnplanning. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed op welke wijze de reglementair opgelegde kredietwaardigheids- en andere financiële normen in continuïteit kunnen behaald worden en welke eventuele proactieve initiatieven er moeten genomen worden om deze continuïteit te verzekeren. Concreet beschikt elke EKM over een jaarlijks geactualiseerde financiële langetermijnplanning, die minstens bestaat uit de elementen zoals voorzien in artikel 2 van het ministerieel besluit van 3 juni 2004 houdende de bijzondere voorwaarden met betrekking tot de liquiditeit en solvabiliteit van de erkende kredietmaatschappijen.

De raad van bestuur van de EKM waakt erover dat bij de keuze om gebruik te maken van een bepaalde fundingsformule er geen financiële risico's worden genomen die het financiële draagvlak van de EKM in gevaar brengen. Zij zal zich op zorgvuldige wijze voorbereiden en zich voldoende informeren om een beslissing met kennis van zaken te nemen.

Bij het nemen van beslissingen met betrekking tot een formule voor de funding zal de impact van de keuze duidelijk blijken uit de gegevens waarover de beslissingnemer beschikt.

Met betrekking tot de dividendpolitiek van de EKM, dient de raad van bestuur van de EKM te motiveren op welke wijze met deze problematiek binnen het reglementair kader wordt omgegaan, waarbij de eerste bekommernis bestaat uit het behoud en de versterking van de kapitaalsstructuur.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden door de Vlaamse Regering en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend door de Vlaamse Regering, ter uitvoering van artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

De Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, F. VAN DEN BOSSCHE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^