Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 16 december 2016
gepubliceerd op 03 februari 2017

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van bijlage XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, wat de voorwaarden voor infrastructuur betreft

bron
vlaamse overheid
numac
2017010304
pub.
03/02/2017
prom.
16/12/2016
ELI
eli/besluit/2016/12/16/2017010304/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

16 DECEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van bijlage XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/07/2009 pub. 17/12/2009 numac 2009036117 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers sluiten betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, wat de voorwaarden voor infrastructuur betreft


DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 48, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2011;

Gelet op bijlage XII, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/07/2009 pub. 17/12/2009 numac 2009036117 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers sluiten betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 juni 2016;

Gelet op advies 60.280/3 van de Raad van State, gegeven op 21 november 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Aan artikel 1 van bijlage XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/07/2009 pub. 17/12/2009 numac 2009036117 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers sluiten betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 september 2015Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 18/09/2015 pub. 09/10/2015 numac 2015036187 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen, bijlage XI en XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra, wat betreft de verlenging van de tijdelijke opschorting van het verlenen van voorafgaande vergunningen voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra type besluit van de vlaamse regering prom. 18/09/2015 pub. 12/10/2015 numac 2015036177 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de wijziging van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013, wat het ingevoegde artikel 3.20.0.0.4 betreft en houdende de inwerkingtreding van artikel 37 van het decreet van 17 juli 2015 tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat het toegevoegde artikel 3.22.0.0.2 betreft sluiten, worden een punt 8° tot en met 10° toegevoegd, die luiden als volgt: "8° verblijfsruimte: de individuele bewonerskamers en gemeenschappelijke ruimten die toegankelijk zijn voor de bewoners; 9° afdeling: een groep van woongelegenheden die als een organisatorisch geheel wordt beschouwd en een of meer leefgroepen kan omvatten; 10° leefgroep: een groep van bewoners die samen een aantal gemeenschappelijke ruimten delen, zoals de zit- en eetruimte en gemeenschappelijk sanitair.".

Art. 2.In artikel 47 van bijlage XII bij hetzelfde besluit wordt tussen het woord `afgeleverd' en de zinsnede `,moeten' de zinsnede `of waarvoor uiterlijk op 31 december 2016 een stedenbouwkundige vergunning voor de geplande bouwwerkzaamheden wordt aangevraagd' ingevoegd.

Art. 3.In bijlage XII bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 september 2015Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 18/09/2015 pub. 09/10/2015 numac 2015036187 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen, bijlage XI en XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra, wat betreft de verlenging van de tijdelijke opschorting van het verlenen van voorafgaande vergunningen voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra type besluit van de vlaamse regering prom. 18/09/2015 pub. 12/10/2015 numac 2015036177 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de wijziging van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013, wat het ingevoegde artikel 3.20.0.0.4 betreft en houdende de inwerkingtreding van artikel 37 van het decreet van 17 juli 2015 tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat het toegevoegde artikel 3.22.0.0.2 betreft sluiten, worden een artikel 47/1 tot en met 47/4 ingevoegd, die luiden als volgt: "

Art. 47/1.§ 1. De gebouwen van alle nog te ontwerpen woonzorgcentra, uitbreidingen of verbouwingen van woonzorgcentra of delen ervan waarvoor op 1 januari 2017 nog geen stedenbouwkundige vergunning voor de geplande bouwwerkzaamheden is aangevraagd, en verbouwingen van bestaande woonzorgcentra waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is na 1 januari 2017, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° bij de inrichting van het gebouw worden huiselijke en gezellige accenten gelegd;2° de gebouwen en de lokalen worden regelmatig onderhouden;3° de nodige maatregelen worden genomen om vocht en de insijpeling van water en hinder van welke aard ook te voorkomen;4° de infrastructuur van het woonzorgcentrum laat toe dat de minimale privacy van elke bewoner gewaarborgd is en dat het altijd mogelijk is om de gepaste zorg te bieden en hulp te verlenen;5° de infrastructuur van het woonzorgcentrum en de voor bewoners en bezoekers toegankelijke omgeving is integraal toegankelijk.De integrale toegankelijkheid wordt gegarandeerd door bij het ontwerp en de uitvoering rekening te houden met het advies van het Agentschap Toegankelijk Vlaanderen, Inter. § 2. Alle kamers van het gebouw of de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° een eenpersoonskamer heeft een nettovloeroppervlakte van ten minste 16 m², sanitair niet inbegrepen.Elke eenpersoonskamer beschikt over een aparte, ingerichte sanitaire cel, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker als vermeld in artikel 47/2, met minstens een toilet, een wastafel en bijbehorende opbergruimte; 2° een tweepersoonskamer heeft een nettovloeroppervlakte van ten minste 30 m², sanitair niet inbegrepen.De tweepersoonskamer beschikt over een aparte sanitaire cel, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker als vermeld in artikel 47/2, met minstens een toilet en twee wastafels en bijbehorende opbergruimte; 3° per kamer zijn er niet meer dan twee personen gehuisvest;4° in een tweepersoonskamer kan er een afscheiding tussen twee bedden geplaatst worden;5° niet meer dan 10% van het totale aantal bewoners wordt in tweepersoonskamers gehuisvest.De koppelbare eenpersoonskamers worden daarin niet meegerekend. § 3. Alle gemeenschappelijke ruimten van het gebouw of de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° de infrastructuur van het woonzorgcentrum kan een kleinschalige werking toelaten, al dan niet voor specifieke doelgroepen en al dan niet in een groter geheel;2° per leefgroep is er een aparte zit- en eetruimte die voldoende ruim is zodat alle leden van de leefgroep die ruimte gelijktijdig kunnen gebruiken.Als de afdeling uit verschillende leefgroepen bestaat, kunnen de zit- en eetruimten van de verschillende leefgroepen eventueel geschakeld worden per afdeling; 3° de totale oppervlakte van de verblijfsruimten in de leefgroep bedraagt minimaal 30 m² per bewoner.Die oppervlakte omvat de woongelegenheid van de bewoner, inclusief de individuele sanitaire cel, de gemeenschappe-lijke zit- en eetruimten, de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners en de rustpunten die aansluiten op de gangen; 4° de oppervlakte van de gemeenschappelijke zit- en eetruimten in de leefgroep bedraagt altijd minimaal 4 m² per bewoner;5° bij elke zit- en eetruimte zijn voldoende gemeenschappelijke toiletten beschikbaar die toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers, met een minimum van één gemeenschappelijk toilet.Bij een cafetaria wordt het aantal toiletten afgestemd op de voorziene bezetting, waarbij er altijd minstens twee rolstoeltoegankelijke toiletten beschikbaar zijn; 6° in de onmiddellijke buurt van de kineruimte is een aangepast toilet beschikbaar;7° per begonnen schijf van twintig woongelegenheden zonder individuele douche is een gemeenschappelijke badkamer met aangepaste bad- en douchegelegenheid en toilet beschikbaar;8° per dertig woongelegenheden met individuele douche is er een gemeenschappelijke badkamer met aangepaste bad- en douchegelegenheid en toilet beschikbaar.Bij het overschrijden van de helft van elke nieuwe schijf van dertig woongelegenheden met individuele douche is er een extra gemeenschappelijke badkamer met aangepaste bad- en douchegelegenheid en toilet beschikbaar. § 4. Alle andere ruimten van het gebouw of de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° geneesmiddelen, producten die bij inname tot gezondheidsrisico's kunnen leiden, en dossiers worden op een veilige en discrete manier bewaard;2° er is ten minste een uitgeruste en aparte ruimte voor kine of ergo met bijbehorende bergruimte.De ruimte biedt de nodige privacy voor de bewoners; 3° als op de bewonerskamers niet gerookt mag worden, is er in het woonzorgcentrum een aangepaste en volwaardige rookruimte die vlot bereikbaar is voor de bewoners. § 5. De buitenruimte van het gebouw of de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, moet voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° er is een beschutte fietsenstalling voor bezoekers en personeel beschikbaar;2° per bewoner is een oppervlakte van 3 m² beschikbaar als buitenruimte voor bewoners, bezoekers en personeel. § 6. De circulatieruimte van het gebouw of de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, moet voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° elk woonzorgcentrum met twee of meer bouwlagen die toegankelijk zijn voor bewoners, beschikt over ten minste één lift.Minstens één lift is geschikt voor liggend vervoer. Het aantal liften wordt afgestemd op het aantal bewoners en het voorziene gebruik; 2° in alle voor de bewoners toegankelijke ruimten worden niveauverschillen, zoals treden, trappen en andere hindernissen, vermeden.Als die niveauverschillen niet geweerd kunnen worden, worden ze ondervangen conform de bepalingen in de stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid en worden ze duidelijk gesignaleerd; 3° alle gangen die voor de bewoners toegankelijk zijn, zijn minstens 1,80 m breed zijn;4° in het kader van valpreventie zijn trappenhallen beveiligd. § 7. De uitrusting en de inrichting van het gebouw of de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° het woonzorgcentrum kan per bewoner het nodige meubilair ter beschikking stellen opdat elke bewoner op een comfortabele manier kan eten, rusten en slapen.Er wordt aan de bewoners de mogelijkheid geboden om de kamer in te richten met eigen meubilair. De inrichting van de woongelegenheid laat de nodige flexibiliteit om het meubilair te plaatsen, voor zover de zorg- en dienstverlening en de veiligheid niet in het gedrang komen; 2° in elke zit- en leefruimte kunnen alle bewoners van een leefgroep op een comfortabele manier zitten;3° alle bedden zijn in de hoogte verstelbaar en zijn aangepast aan de specifieke behoeften van de bewoner;4° in de woongelegenheid is het gebruik van een tillift, plafondlift of van andere uitrusting en materialen, noodzakelijk voor de zorg en de ondersteuning van de bewoner, altijd mogelijk;5° voor elke bewoner kan op de kamer een koelkast ter beschikking gesteld worden;6° in elke woongelegenheid zijn minimaal de voorzieningen aanwezig om tv, radio, draadloos internet en vaste telefonie te gebruiken;7° de bewoner heeft vanuit zijn bed de mogelijkheid om een licht te bedienen;8° in iedere woongelegenheid is er warm en koud stromend water;9° er zijn voldoende rolstoelen en er is voldoende en aangepast materiaal om doorligwonden te voorkomen;10° restafval en gft worden in gesloten afvalemmers bewaard zodat er geen geur- of andere hinder ontstaat;11° elke bewoner kan altijd in alle voor de bewoners toegankelijke ruimten een aangepast oproepsysteem gebruiken en in elke sanitaire cel is permanent een oproepsysteem aanwezig dat gemakkelijk bereikbaar is voor de bewoners;12° ICT is beschikbaar in het woonzorgcentrum, ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de sociale contacten van de bewoners, de kwaliteit van zorg(opvolging) en de uitvoering van zorgtaken;13° ramen en toegangen kunnen beveiligd worden. § 8. Het gebruikerscomfort van het gebouw of de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, moet voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° om zich te verplaatsen in het gebouw kunnen de bewoners zich behelpen met leuningen en handgrepen.In gangen worden aan beide zijden leuningen aangebracht; 2° alle gangen die voor de bewoners toegankelijk zijn, beschikken over de nodige rustpunten.Een rustpunt is een plek waar een bewoner kan gaan zitten; 3° ruimten voor bewoners worden zo veel mogelijk met daglicht verlicht.In de verblijfsruimten bedraagt het raamoppervlak ten minste een zesde van de nettovloeroppervlakte; 4° in alle verblijfsruimten begint het glasoppervlak van het raam op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak.Er is zittend een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk; 5° in alle lokalen zijn de verwarming, ventilatie en verlichting aangepast aan de bestemming van het lokaal;6° de verlichting houdt rekening met de veiligheid en de behoeften van de bewoners.'s Nachts zijn de woongelegenheden en gangen zodanig verlicht dat de bewoners zich veilig kunnen verplaatsen. In de verblijfsruimten wordt in een basisverlichting voorzien, aangevuld met aangepaste accentverlichting. In alle verblijfsruimten zijn daarvoor voldoende aansluitingen geïnstalleerd; 7° er is een centraal verwarmingssysteem.Verwarmingssystemen met open vuur zijn verboden; 8° de binnentemperatuur is regelbaar per verblijfsruimte, al dan niet via een centraal gebouwbeheersysteem;9° in alle verblijfsruimten zijn opengaande raamdelen aanwezig.Er wordt voor de bediening ervan rekening gehouden met de veiligheid van de bewoners; 10° in alle verblijfsruimten bedraagt de temperatuur overdag minstens 22 ° C.Alle nuttige maatregelen worden genomen om in alle verblijfsruimten en in normale meteorologische omstandigheden ervoor te zorgen dat de temperatuur nooit hoger is dan 27 ° C; 11° in geval van een hittegolf is een geklimatiseerde ruimte beschikbaar die voldoende groot is voor alle bewoners van wie de verblijfsruimten de vereiste temperaturen niet halen;12° aangepaste zonnewering, waarbij het zicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt, wordt, waar nodig, aangebracht.Zonnewering wordt als aangepast beschouwd als het zicht op de buitenwereld niet wordt verstoord, oververhitting van de bewoners wordt vermeden en verblinding van bewoners door direct zonlicht vermeden wordt. Op de noordoriëntatie (tussen NO en NW over noord) volstaat zonnewerende beglazing. Een zontoetredingsfactor g < 0,45 is vereist. Op de andere oriëntaties (NO en NW over zuid) wordt aangepaste zonnewering voorzien. Bij toepassing van regelbare zonnewering parallel aan het glas is een zontoetredingsfactor gtotaal < 0,15 vereist voor het geheel van de beglazing en de zonnewering samen; 13° het akoestische comfort wordt gegarandeerd in alle verblijfsruimten;14° een equivalent E-peil van 80 kan aangetoond worden in afwachting van de regelgeving betreffende energieprestatie en binnenklimaat in Vlaanderen en het Brusselse Hoofdstedelijke gewest.Vanaf de inwerkingtreding van de betreffende regelgeving is die van kracht; 15° het globale isolatiepeil is maximaal K35;16° in verblijfsruimten is de CO2-concentratie maximaal 1200 ppm;17° de minimale verdiepingshoogte is 2,50 m (vloer tot afgewerkt plafond). § 9. Een persoon wordt aangewezen als verantwoordelijke voor het beheer en onderhoud van de technische installaties. Die persoon staat in voor de energieboekhouding.

Art. 47/2.Een sanitaire ruimte, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker als vermeld in artikel 47/1, § 2, van deze bijlage, voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 30, 31 en 31/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/06/2009 pub. 02/09/2009 numac 2009035737 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid sluiten tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, en aan de volgende voorwaarden: 1° er is een vrije draaicirkel met diameter van 1,50 meter in de sanitaire ruimte;2° er zijn handgrepen aangebracht aan beide kanten van het toilet;3° de wastafel is onderrijdbaar;4° de kraan is eenvoudig te bedienen voor mensen met een fysieke beperking;5° de spiegel is aangepast of aanpasbaar aan de rolstoelgebruiker (aangepaste hoogte of kantelbaar).

Art. 47/3.Alle afmetingen, vermeld in artikel 47/1, zijn nettoafmetingen, gemeten van plint tot plint. De oppervlakte onder schuine wanden wordt daarbij niet meegeteld, behalve vanaf het punt waarop een normale doorgangshoogte van 2,30 m begint.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017.

Art. 5.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 16 december 2016.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Geert BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo VANDEURZEN

^