Besluit Van De Waalse Regering van 01 april 1999
gepubliceerd op 12 juni 1999
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Waalse Regering betreffende de hulpdiensten i.v.m. de activiteiten van het dagelijks leven

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
1999027463
pub.
12/06/1999
prom.
01/04/1999
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

1 APRIL 1999. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de hulpdiensten i.v.m. de activiteiten van het dagelijks leven


De Waalse Regering, Gelet op het decreet II van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, inzonderheid op artikel 3, 7°;

Gelet op het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 1996 tot uitvoering van het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 1 april 1999 tot bevordering van de projecten van « AVJ »-cellen ten gunste van gehandicapte personen die op een zelfstandige manier in sociale woonwijken wensen te leven;

Gelet op het advies van de Waalse Adviesraad voor gehandicapte personen, gegeven op 21 december 1998;

Gelet op het advies van het beheerscomité van het « Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées » (Waals Agentschap voor de Integratie van Gehandicapte Personen), gegeven op 25 juni 1998;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 maart 1999;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 2, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Gelet op de evolutie van het aantal hulpdiensten i.v.m. het dagelijks leven en de noodzaak om normen en criteria zo spoedig mogelijk te bepalen inzake de subsidiëring en de controle op deze diensten;

Overwegende dat de stelsels en procedures zowel inzake de erkenning als de subsidiëring van de hulpdiensten i.v.m. het dagelijks leven vervangen en aangevuld moeten worden op grond van het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen en de uitvoeringsbesluiten ervan;

Overwegende dat deze bepalingen op 1 januari 1999 in werking moeten treden;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid, Besluit : TITEL I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128, § 1, van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° decreet : het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen;2° besluit : het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 1996 tot uitvoering van het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen;3° Agentschap : het « Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées »;4° Minister : de Minister tot wiens bevoegdheden het gehandicaptenbeleid behoort;5° begunstigde : elke gehandicapte persoon in de zin van artikel 2 van het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen, die minstens 18 jaar oud is op het ogenblik van de sluiting van de dienstenovereenkomst, bedoeld op punt 10° van dit artikel, en die op grond van een beslissing van het Agentschap bedoeld in artikel 21 van het decreet in aanmerking komt voor hulpverlening in het kader van de activiteiten van het dagelijks leven wegens een lichamelijke handicap die vóór de leeftijd van 65 jaar is vastgesteld; 6° hulp i.v.m. de activiteiten van het dagelijks leven : de hulp waarmee de activiteiten van het dagelijks leven binnen een redelijke termijn verricht kunnen worden zodat de begunstigde een zelfstandig leven kan leiden;

Ze bestaat in een gedeeltelijke of totale hulpverlening waarvan de wekelijkse duur schommelt tussen minimum 7 en maximum 30 uren op een schaal van de hulpverleningen i.v.m. de activiteiten van het dagelijks leven.

Deze schaal, die door het Agentschap bepaald is, wordt door de gehandicapte persoon aangevuld en ondertekend.

Ze is een wezenlijk bestanddeel van de behandeling door het Gewestelijk bureau van de aanvraag van de gehandicapte persoon.

De hulpverlening wordt niet gelijkgesteld met een psychosociale, medische of therapeutische tussenkomst.

Behoudens buitengewone omstandigheden wordt de hulp door een enige « AVJ »-assistent verleend. 7° « AVJ »-dienst : de dienst die 24 uren op 24 en 7 dagen op 7 werkt en de begunstigde, uitsluitend op zijn verzoek, vanaf een « AVJ »-centrum thuis komt bijstaan in het kader van de activiteiten van het dagelijks leven;8° « AVJ »-centrum : het hoofdlokaal van de « AVJ »-dienst waar de hulpverlening moet worden aangevraagd en dat als vertrekpunt en coördinatieplaats dient voor hulpverlening in het kader van de activiteiten van het dagelijks leven;9° « AVJ »-woning : de woning die aangepast en uitgerust is om de taak van de « AVJ »-diensten te verlichten en de gehandicapte personen in staat te stellen op een zelfstandige manier erin te leven;de woning wordt in een woonwijk geïntegreerd en is gelegen op maximum 500 meter van het « AVJ »-centrum; 10° dienstenovereenkomst : de dienstenovereenkomst bedoeld in bijlage 1 bij dit besluit. TITEL II. - Programmering

Art. 3.De programmering van het aantal « AVJ »-woningen wordt vastgesteld op één plaats « AVJ »-woning per gedeelte van 15.000 inwoners van het Franse taalgebied.

TITEL III. - Erkenning van de « AVJ »-diensten HOOFDSTUK I. - Principieel akkoord voor de oprichting

Art. 4.§ 1. De. aanvraag om principieel akkoord voor de oprichting van een « AVJ »-dienst moet bij ter post aangetekend schrijven aan het Agentschap gestuurd worden.

Ze gaat vergezeld van de documenten en inlichtingen die bewijzen dat de in § 2 van dit artikel bedoelde voorwaarden vervuld zijn.

Bovendien verstrekt de aanvrager de nadere gegevens die nuttig zijn i.v.m. de doelstellingen van de dienst en de aard van de door hem verrichte dienstverleningen met een globale beschrijving van de mogelijke begunstigden. § 2. De dienst moet aan de volgende voorwaarden voldoen : 1) opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk waarvan : - de raad van bestuur ten minste voor de helft uit gehandicapte personen bestaat en onder dezen, maximum 30% begunstigden; - de in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte statuten een artikel bevatten waarin staat vermeld dat de vereniging buiten elke raciale, politieke, filosofische of godsdienstige overweging handelt; - het maatschappelijke doel moet overeenkomen met artikel 2, 7° van dit besluit; 2) het bewijs leveren dat de dienst aan een werkelijke behoefte beantwoordt aan de hand van een lijst met de kandidaturen van gehandicapte personen met vermelding van hun geslacht en leeftijd;3) werkelijke toekomstmogelijkheden hebben om een « AVJ »-dienst te worden die voor minimum twaalf en maximum vijftien gehandicapte personen zorgt.

Art. 5.Bij ter post aangetekend schrijven geeft het Agentschap kennis van de beslissing i.v.m. het principieel akkoord voor de oprichting.

Art. 6.Het principieel akkoord voor de oprichting mag in geen geval op een tenlasteneming van de begunstigden uitlopen.

Het kan geen aanleiding geven tot een subsidiëring door het Agentschap.

Art. 7.§ 1. Het Agentschap kan het principieel akkoord voor de oprichting schorsen of intrekken wanneer één van de in artikel 4, § 2, van dit besluit bedoelde voorwaarden niet meer vervuld is.

Bij ter post aangetekend schrijven geeft het Agentschap kennis van de beslissing i.v.m. de schorsing of de intrekking van het principieel akkoord voor de oprichting.

De beslissing heeft uitwerking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die van de kennisgeving ervan.

Art. 8.De in de artikelen 59 à 62 van het besluit bedoelde beroepsprocedure is van toepassing. HOOFDSTUK II. - Erkenning

Art. 9.§ 1. Het Agentschap wordt bij ter post aangetekend schrijven in kennis gesteld van de aanvraag om erkenning.

Ze gaat vergezeld van de volgende documenten en inlichtingen : 1° een huishoudelijk reglement met vermelding, o.a., van : a) de nauwkeurige identificatie (naam, zetel, aard, rechtsvorm) van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de dienst;b) de doelstellingen van de dienst en het geheel van de door hem verleende diensten met een globale beschrijving van de mogelijke begunstigden. De doelstellingen van de dienst en de door hem verrichte dienstverleningen moeten geëvalueerd en bijgewerkt worden in samenspraak met de begunstigden en de « AVJ »-assistenten van de « AVJ »-dienst.

De doelstellingen, de evaluatie ervan en de bijwerkingen moeten in kennis gesteld worden van al de begunstigden en de leden van de « AVJ »-dienst. Ze moeten bijgewerkt worden op elke aanvraag om hernieuwing van de erkenning; c) het feit dat de gevraagde hulp niet geweigerd kan worden op grond van raciale, politieke, filosofische, godsdienstige of seksuele overwegingen;d) de voorwaarden voor de deelneming van de gehandicapte personen aan het beheer van de « AVJ »-dienst;e) de risico's die gedekt worden door de verzekeringspolis die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de « AVJ »-dienst of van de personen dekt voor wie hij moet instaan;f) de strikte naleving door de personeelsleden van het beroepsgeheim, de privacy van de begunstigden en de private aard van de « AVJ »-woningen; g) het recht van de begunstigde of, in voorkomend geval, van de wettelijke vertegenwoordiger, om volledig, precies en te zijner tijd ingelicht te worden over alle vragen i.v.m. zijn hulpverlening en, van tevoren, over elke wijziging in het huishoudelijk reglement; 2° een afschrift van de in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte statuten waarvan een artikel vermeldt dat de vereniging buiten elke raciale, politieke, filosofische of godsdienstige overweging handelt en waarvan het maatschappelijke doel moet overeenkomen met artikel 2, 5°, eerste lid, van dit besluit;3° een lokalisatieplan van de « AVJ »-woningen en van het « AVJ »-centrum met, voor elk niveau, de interne communicatiewegen en de bestemming van de lokalen; 4° een lijst van het in dienst genomen of voorziene personeel met vermelding, o.a., van de identiteit van de leden, hun kwalificatie en de arbeidsduur. § 2. Naast de in artikel 54, § 1, van het besluit bedoelde erkenningvoorwaarden moet de dienst aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de « AVJ »-dienst moet door een vereniging zonder winstoogmerk beheerd worden en een technische, budgettaire, boekhoudkundige autonomie hebben alsook een administratief beheer om zowel de uitvoering van zijn opdracht als het toezicht erop door het Agentschap mogelijk te maken;2° de raad van bestuur : a) moet ten minste voor de helft samengesteld zijn uit gehandicapte personen en onder dezen, maximum 30% begunstigden;b) mag niet bestaan uit personeelsleden van de « AVJ »-dienst;c) mag niet bestaan uit personen van hetzelfde gezin, echtgenoten en bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad, waarvan het aantal voor elk gezin hoger is dan een derde van het totaal aantal leden van de raad;3° de vermelding van de erkenning door het Agentschap moet voorkomen op alle akten en andere stukken, advertenties en aanplakbiljetten die van de « AVJ-dienst uitgaan;4° voor opname in de dienst mag in geen geval een tegenprestatie worden geëist in geld of in natura door de kandidaten voor de opname.

Art. 10.De aanvraag om hernieuwing van de erkenning wordt overeenkomstig artikel 57 van het besluit ingediend en opgestuurd.

De aanvraag gaat vergezeld van de in artikel 9, § 1, tweede lid, van dit besluit bedoelde documenten en inlichtingen, alsook van een evaluatieverslag betreffende de sinds de laatste erkenning uitgevoerde activiteiten.

Art. 11.§ 1. De in de artikelen 54, § 2, tot en met 56, van het besluit vermelde bepalingen zijn van toepassing. § 2. De erkenningbeslissing bevat : 1. het soort dienst waarvan de structuur erkend wordt;2. de categorieën van de handicaps van de personen die de dienstverleningen van de « AVJ » -dienst genieten;3. het aantal woningen van de »AVJ« -dienst dat minimum 12 en maximum 15 woningen telt;4. het maximum aantal begunstigden die ten laste genomen kunnen worden voor de invoering van de in artikel 15 van dit besluit bedoelde toelage;5. de lokalisatie van de woningen van de begunstigden van de « AVJ »-dienst;6. de duur van de erkenning.

Art. 12.§ 1. Het Agentschap kan de erkenning van de « AVJ-dienst schorsen of intrekken wanneer één van de in artikel 9 van dit besluit bedoelde voorwaarden niet meer vervuld is. § 2. Bij ter post aangetekend schrijven geeft het Agentschap kennis van de in § 1 van dit artikel bedoelde beslissing.

De beslissing heeft uitwerking met ingang van de eerste dag van de tweede maand volgend op die van de kennisgeving ervan.

Art. 13.De in de artikelen 59 à 62 van het besluit bedoelde beroepsprocedure is van toepassing.

TITEL IV. - Toelagen HOOFDSTUK I. - Begeleidingsploeg en kwalificatie

Art. 14.Het geheel van het « AVJ »-personeel is samengesteld uit : 1) 0,8 « AVJ »-assistent voor de activiteiten van het dagelijks leven, voltijds equivalent, per begunstigde, afgerond op een eenheid naar boven. Wanneer het gemiddelde aantal « AVJ »-dienstenovereenkomsten, over een bepaalde periode, daalt met meer dan een éénheid in verhouding tot het gemiddelde aantal overeenkomsten die in de loop van het vorige jaar gesloten zijn, wordt de coëfficiënt afgetrokken van 0,8 « AVJ »-assistent per ontbrekende éénheid.

De « AVJ »-assistenten moeten minimum houder zijn van een titel die de toegang mogelijk maakt tot de betrekking van opvoeder klasse III, bedoeld in bijlage II bij het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen; 2) een voltijdse coördinator die de directie van de « AVJ »-dienst waarneemt. Hij moet minimum houder zijn van een diploma met sociale oriëntering van het hoger niet-universitair onderwijs van het korte of lange type, of van het universitair onderwijs. HOOFDSTUK II. - Subsidiëring

Art. 15.§ 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan een jaarlijkse forfaitaire toelage toegekend worden om de personeels- en werkingskosten te dekken.

Deze toelage dekt de personeels- en werkingskosten betreffende de coördinator en de « AVJ »-assistenten. § 2. De werkingskosten worden als toelaatbaar beschouwd voor zover ze aan de volgende voorwaarden voldoen : a) ze moeten betrekking hebben op de kosten waarvoor de « AVJ »-dienst gesubsidieerd is krachtens dit besluit;b) ze moeten betrekking hebben op de erkenningperiode van de « AVJ »-dienst;c) ze moeten voortvloeien uit uitwisselingen tussen derden en uit tastbare economische realiteiten;d) ze mogen geen betrekking hebben op vaste bedragen, behalve wanneer deze gerechtvaardigd zijn bij een overeenkomst die de voorwaarden vermeldt waaronder de diensten verleend en bezoldigd worden;e) ze moeten in voorkomend geval voortvloeien uit een boeking die uitgevoerd werd op basis van een verdeelsleutel die aan objectieve, realistische en concrete criteria beantwoordt. De kosten worden niet-toelaatbaar geacht als ze met één van de categorieën overeenkomen bedoeld in bijlage III, punten 2.1 en 2.3 à 4, bij het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen.

Het bedrag van de toelage wordt op 80.000 BEF per werkelijk ten laste genomen begunstigde vastgesteld en beperkt tot het maximum aantal begunstigden dat in de erkenningbeslissing bepaald is.

Het in het vorige lid bepaalde bedrag is gekoppeld aan het spilindexcijfer dat als referentie dient voor de loonindexering in het openbaar ambt 119.51 op 1 mei 1996. § 3. De toelaatbare personeelskosten betreffende de coördinator en de « AVJ »-assistenten zijn de bezoldigingen en aanvullende lasten die vastgesteld zijn overeenkomstig de loonschalen bedoeld in bijlage VIII bij het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen, rekening houdende met de vereiste kwalificaties, te weten : a) de coördinatorschaal wordt vastgesteld op grond van de schaal nr. 16; b) de schaal van « AVJ »-assistent wordt vastgesteld op grond van de schaal nr.6.

De tegemoetkoming van het Agentschap wordt vermeerderd met een forfaitair percentage van de wettelijke en aanvullende werkgeversbijdragen dat op 58,15 % vastgesteld is.

Wanneer het om een werknemer gaat die in dienst genomen is in het kader van een programma voor werkloosheidsbestrijding voor wie de « AVJ »-dienst een andere toelage dan die voorzien in dit besluit eventueel ontvangt, dekt de subsidiëring slechts het aandeel dat ten laste van de werkgever blijft.

De inrichtende macht van de « AVJ »-dienst moet het Agentschap in kennis stellen van het bedrag van de toelagen die in het kader van deze programma's ontvangen zijn. § 4. Op straffe van niet-ontvankelijkheid moet de aanvraag om toelage bij het Agentschap bij ter post aangetekend schrijven ingediend worden uiterlijk 15 januari van het jaar waarvoor de toelage gevraagd wordt.

Als de « AVJ »-dienst niet erkend is vóór 1 januari van het jaar waarvoor de toelage gevraagd wordt, loopt echter de termijn voor de indiening van de aanvraag om toelage van dertig dagen vanaf de kennisgeving van de erkenning.

De aanvraag om toelage gaat vergezeld van de volgende documenten en inlichtingen : 1) een voorbegroting;2) een personeelslijst, opgedeeld per functie en per categorie, met vermelding voor elk personeelslid van de voorziene wekelijkse arbeidsduur en de geldelijke anciënniteit, deze lijst vermeldt de identiteit van de verantwoordelijke van de dienst en van de personeelsleden;3) een voor éénsluidend verklaard afschrift van de diploma's van de personeelsleden, de blanco bewijzen van goed zedelijk gedrag van minder dan drie maanden alsook een afschrift van de arbeidsovereenkomsten;4) een afschrift van elke gesloten dienstenovereenkomst.

Art. 16.Op hun verzoek wordt een toelagesupplement verleend aan de diensten waarvan alle personeelsleden op het einde van het toekenningsjaar een gemiddelde geldelijke anciënniteit van minimum 10 jaar hebben.

De voor elk personeelslid in aanmerking te nemen anciënniteit is de in de loop van het jaar verkregen geldelijke anciënniteit, gewogen door de omvang van de betaalde prestaties.

Om de gemiddelde geldelijke anciënniteit vast te stellen wordt het totaal van de gewogen anciënniteiten gedeeld door de totale omvang van de betaalde prestaties van het personeel.

Wanneer het supplement een eerste keer wordt toegekend, wordt het het volgende jaar automatisch uitbetaald.

Op het einde van het volgende jaar gaat het Agentschap de gemiddelde anciënniteit van het personeel na.

Als de anciënniteit kleiner is dan 11 jaar moet het toegekende supplement terugbetaald worden.

Als ze 11 jaar of meer bedraagt, wordt het toegekende supplement aangepast op grond enerzijds van de subsidiëringparameters die tijdens het afgelopen boekjaar van kracht waren en anderzijds van een eventuele wijziging van de geldelijke anciënniteit.

Het supplement wordt toegekend naar verhouding van het verschil tussen het eerste toegekende bedrag en het bedrag dat verkregen wordt door de vermenigvuldiging van de gemiddelde referentiebezetting met de toelagen per tenlasteneming.

De geldelijke anciënniteit wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van bijlage VI - personeelskosten die in aanmerking kunnen worden genomen - bij het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen.

Art. 17.§ 1. De forfaitaire toelage betreffende de personeels- en werkingskosten wordt bij voorbaat in de loop van het toekenningsjaar bij maandelijkse voorschotten uitbetaald.

De voorschotten worden automatisch aangepast tijdens de tweede maand na de overschrijding van het spilindexcijfer dat als referentie dient voor de loonindexering in het openbaar ambt. § 2. De eindafrekening van het saldo tussen de jaarlijkse toelage en de vereffende voorschotten wordt elk jaar verricht op grond van de bewijsstukken en de staten van bezoldigde dienstverlening van het personeel die jaarlijks bij het Agentschap ingediend worden.

Indien deze uiterlijk 30 mei na het afgelopen kalenderjaar niet overgelegd zijn, worden de driemaandelijkse voorschotten opgeschort; deze opschorting loopt vanaf de eerste dag van de maand volgend op die van de kennisgeving ervan.

Art. 18.Het Agentschap kan driemaandelijkse voorschotten beslissen te vereffenen wanneer de toelage voor het toekenningsjaar niet vastgelegd is.

De driemaandelijkse voorschotten worden van de forfaitaire toelage afgetrokken die tijdens het toekenningsjaar toegekend zal worden. Het bedrag van elk driemaandelijkse voorschot mag niet hoger zijn dan het bedrag van het gemiddelde driemaandelijkse voorschot dat tijdens het afgelopen boekjaar vereffend is.

Wanneer er geen toelage vereffend is tijdens het afgelopen boekjaar, is het bedrag van het driemaandelijkse voorschot gelijk aan het kwart van de toelage op 100 % die verleend zou zijn overeenkomstig artikel 15 van dit besluit, rekening houdende met het aantal dienstenovereenkomsten die bij de toekenning van de erkenning gesloten zijn.

Art. 19.§ 1. De « AVJ »-diensten houden de boeken overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan. § 2. Elk jaar, vóór 15 februari, stuurt de « AVJ »-dienst het Agentschap de volgende documenten i.v.m. het afgelopen kalenderjaar : 1. een activiteitenverslag;2. een bewijs van het gemiddelde maandelijkse aantal gesloten dienstenovereenkomsten;3. een lijst van het personeel dat hij tijdens dat jaar tewerkgesteld en bezoldigd heeft.Die lijst wordt opgedeeld in functies en categorieën, met, voor elk personeelslid, de contractuele wekelijkse werktijd alsook het totaal van de over het boekjaar betaalde uren en de geldelijke anciënniteit. § 3. Elk jaar, vóór 1 juni, stuurt de « AVJ »-dienst het Agentschap de volgende documenten i.v.m. het afgelopen kalenderjaar : 1. de jaarrekeningen;2. de voor éénsluidend verklaarde eerste bewijsstukken voor een bedrag dat ten minste gelijk is aan het bedrag van de jaarlijkse toegekende toelage. § 4. Het Agentschap moet de oorspronkelijke documenten bewaren tijdens een periode die minstens gelijk is aan die waarin dewelke de fiscale en sociale besturen deze wettelijk kunnen opeisen om die te verifiëren.

Het Agentschap moet elk document teruggeven waarvan sprake op § 3, punt 2, van dit artikel, zodra de VZW van de « AVJ »-dienst het uitdrukkelijk vraagt bij aangetekend schrijven. Het document zal bij aangetekend schrijven met ontvangbewijs aan de aanvrager gestuurd worden.

Art. 20.§ 1. Na de kennisgeving gaat het Agentschap over tot de aanpassing en de teruginning van ambtswege van de toelagen die krachtens dit besluit verleend werden op grond van onjuiste aangiften of waarvan het gebruik blijkbaar niet gerechtvaardigd is.

De aanpassing of de teruginning vindt plaats vanaf de eerste dag van de maand volgend op die van de kennisgeving ervan en kan het voorwerp zijn van een aanzuiveringsplan waarover onderhandeld moet worden. § 2. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 27 à 57 van het decreet bezorgt de « AVJ »-dienst het Agentschap alle bewijsstukken die vereist worden voor de uitoefening van zijn toezicht.

De « AVJ »-dienst bezorgt het Agentschap een afschrift van alle arbeids- en dienstenovereenkomsten zodra ze gesloten of ontbonden zijn.

TITEL V. - Klacht

Art. 21.Iedereen kan een klacht indienen betreffende de niet-naleving van een bepaling van dit besluit of van de dienstenovereenkomst.

De klacht wordt aan het Agentschap gestuurd dat onmiddellijk ontvangst ervan bericht.

Het Agentschap stelt de voorzitter van de raad van bestuur van de VZW onmiddellijk in kennis van de klacht.

Het Agentschap onderzoekt de klacht binnen een termijn van maximum zes maanden na ontvangst ervan; het bezoekt de dienst.

Het Agentschap geeft de bezwaarindiener en de voorzitter van de raad van bestuur van de VZW kennis van het gevolg dat aan de klacht wordt gegeven.

TITEL VI. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen

Art. 22.De gehandicapte persoon die door de « AVJ »-dienst ten laste genomen is vóór de inwerkingtreding van dit besluit en die vóór 1 december 1996 binnen de « AVJ »-dienst is ingeschreven, is niet verplicht de in artikel 2, 5°, van dit besluit bedoelde voorwaarde na te leven.

Art. 23.In het kader van de toepassing van artikel 9 van dit besluit moeten de gebouwen, lokalen en woningen van de « AVJ »-diensten waarvan de eerste erkenning is van na de inwerkintreding van dit besluit, voldoen aan de technische normen voor de « AVJ »-cellen, vastgesteld in de artikelen 3 à 6 van het besluit van de Waalse Regering van 1 april 1999 tot bevordering van de projecten van « AVJ »-cellen ten gunste van gehandicapte personen die op een zelfstandige manier in sociale woonwijken wensen te leven.

Art. 24.In afwijking van artikel 14 van dit besluit heeft het personeel dat in een « AVJ »-dienst werkt die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit al erkend is, de hoedanigheid van coördinator of « AVJ »-assistent, ongeacht zijn diploma, op voorwaarde dat het een nuttige ervaring van minimum twee jaar heeft of een opleiding i.v.m. het beklede ambt gevolgd heeft.

In afwijking van artikel 15, § 3, voor de vóór de inwerkingtreding van dit besluit in dienst genomen personen van wie de kwalificaties hoger zijn dan de vereiste kwalificaties, is de schaal, die gebruikt wordt om de toelage te berekenen, de schaal die met de werkelijke kwalificatie van deze personen overeenkomt.

Art. 25.Het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 9 september 1991 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor hulpverlening voor de activiteiten van het dagelijks leven, wordt opgeheven.

Art. 26.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.

In afwijking van het vorige lid, treedt artikel 19, eerste lid, in werking op 1 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde inwerkingtreding.

Art. 27.De Minister van Sociale Actie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 1 april 1999.

De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, KMO's, Toerisme en Patrimonium, R. COLLIGNON De Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid, W. TAMINIAUX

Bijlage « AVJ »-DIENSTENOVEREENKOMST Tussen de VZW . . . . . gelegen te . . . . . vertegenwoordigd door . . . . . en. . . . . . .................... geboren op . . . . . woonachtig te . . . . . hierna « de begunstigde » genoemd Wordt « de begunstigde overeengekomen : Artikel 1 - Doel - algemeenheden § 1. De vereniging zonder winstoogmerk . . . . . verbindt zich ertoe om, overeenkomstig haar statuten, een permanente hulp i.v.m. de activiteiten van het dagelijks leven te verlenen aan lichamelijk gehandicapte personen zodat ze een zelfstandig leven kunnen leiden in een aangepaste eigen woning op de plaats van . . . . . § 2. Deze hulp, die voornamelijk op de lichamelijke handicap gegrond is, moet : a) de lichamelijke gebreken van de begunstigde in het kader van het dagelijks leven ondervangen;b) individueel en naar gelang de handicap aangepast zijn;c) 24 uren op 24, 7 dagen op 7 verzekerd worden;d) alleen op verzoek van de begunstigde verleend worden die het moment en de omvang van de nodige « AVJ »-hulp zelf bepaalt.Daartoe wordt een individueel en geschikt oproepsysteem ter beschikking van de begunstigde gesteld zodat hij om deze hulp kan vragen.

Dit oproepsysteem moet zo werken dat een verbinding ieder ogenblik mogelijk is. e) in de privé-woning van de gehandicapte persoon of in de woonwijk verleend worden.De hulp wordt slechts verleend als de woning van de gehandicapte personen op maximum 500 meter van het coördinatiecentrum van de dienst gelegen is. f) door een enige « AVJ »-assistent verleend kunnen worden, behalve bijzondere omstandigheden. Artikel 2 - Duur § 1. Deze overeenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde periode die begint te lopen vanaf . . . . . en met een proefperiode van twee maanden.

Tijdens deze proefperiode kunnen de dienst en/of de begunstigde deze overeenkomst ontbinden met een opzeggingstermijn van 7 dagen waarvan kennis bij aangetekend schrijven gegeven wordt. § 2. Deze overeenkomst kan bij aangetekend schrijven eenzijdig opgezegd worden : - door de begunstigde, met een opzeggingstermijn van drie maanden, waarvan een éénsluidend afschrift aan het Gewestelijk bureau van het « Agence wallonne pour l'Intégration des Personnes handicapées » gestuurd wordt; - door de raad van bestuur op grond van een door de verantwoordelijke opgemaakte verslag dat ter kennis van de begunstigde gesteld wordt, met een opzeggingstermijn van zes maanden in de volgende gevallen : - indien de gevraagde « AVJ »-hulp meer dan 30 uren per week duurt, buiten scherpe toestanden; - wanneer de begunstigde, volgens de coördinator, de aanwijzingen niet meer kan geven die onontbeerlijk zijn voor het goede verloop van de « AVJ »-diensten, of de verantwoordelijkheid ervan niet meer kan aanvaarden; - wanneer de « AVJ »-hulp minder dan 7 uren per week duurt tijdens een periode van drie maanden achtereen; - in geval van misbruik of terugkerende oneerbiedige gedragingen tegenover het « AVJ »-personeel wat de organisatie en de goede werking van de « AVJ »-diensten in het gedrang brengen; - voor de niet-betaling van de forfaitaire bijdrage.

Artikel 3 - Prijs § 1. De « AVJ »-hulp mag niet leiden tot een aanvraag om vergoeding vanwege de « AVJ »-dienst. Een maximum forfaitaire bijdrage van 1.000 BEF per maand wordt ontvangen.

Ze is gekoppeld aan het spilindexcijfer dat als referentie dient voor de loonindexering in het openbaar ambt 119.51 op 1 mei 1996.

Ze wordt automatisch aangepast tijdens de tweede maand na de overschrijding van het spilindexcijfer. § 2. De VZW factureert elke maand het bedrag van de forfaitaire bijdrage.

Artikel 4 - Dienstverleningen § 1. De aanvraag om « AVJ »-hulp wordt aan de « AVJ »-dienst gericht en niet aan een bijzonder lid van deze dienst. § 2. De begunstigde mag geen verplichtingen van keuzen van commerciële of culturele aard voorgedragen worden. § 3. Het personeel mag niet van ambtswege beschikken over een sleutel van de woning van de begunstigde. Als deze het wenst, kan hij toch een dubbel van zijn sleutels aan de « AVJ »-dienst toevertrouwen voor de spoedgevallen of in geval van naderend gevaar. In dit geval wordt een ontheffing van verantwoordelijkheid uitdrukkelijk gesloten in onderlinge overeenstemming.

Elke andere afgifte van de sleutels van de begunstigde aan het « AVJ »-personeel gebeurt onder de volle verantwoordelijkheid van de begunstigde.

De « AVJ »-assistent(e) mag de woning van de begunstigde slechts binnengaan op zijn uitdrukkelijk verzoek of in geval van naderend gevaar.

Artikel 5 - Voorwaarden voor de tenuitvoerbrenging van de verplichtingen ten laste van de VZW. De begunstigde en het « AVJ »-personeel beslissen in onderlinge overeenstemming over het gebruik van de technische hulpen die onontbeerlijk zijn voor de beste werking van de door de dienst waargenomen taken.

Het personeel kan de begunstigde het gebruik van een personenweegschaal opleggen als het nodig en uitvoerbaar blijkt.

In geen geval mogen zowel de begunstigde als de « AVJ »-assistent de lichamelijke integriteit van de andere tijdens de dienstverleningen noch aantasten noch in gevaar brengen.

De « AVJ »-dienst bezorgt elke begunstigde, bij zijn inschrijving, een afschrift van het huishoudelijk reglement alsook van de toepasbare voorgeschreven teksten.

De dienst waarborgt voortdurend een werkelijke leiding.

Indien de coördinator afwezig is, moet het daartoe aangewezen personeelslid in staat zijn om de nuttige maatregelen in spoedgevallen te nemen en aan de aanvragen, zowel van binnen als van buiten, te beantwoorden.

Artikel 6 - Verplichtingen van de begunstigde Al het materieel dat ter beschikking van de begunstigde gesteld is door de « AVJ »-Dienst . . . . . , blijft de eigendom van de VZW. De begunstigde zal dit materieel als een goed huisvader beheren en een daartoe voorziene overeenkomst i.v.m. de lening van het materieel ondertekenen.

Deze overeenkomst vervangt en heft de « AVJ »-dienstenovereenkomst van . . . . . op tussen de VZW en de begunstigde . . . . .

Deze overeenkomst treedt in werking op . . . . .

Gedaan te.............., op.............. in 3 exemplaren, één voor de « AVJ »-dienst, één voor de begunstigde en één voor het « Agence wallonne pour l'Intégration des Personnes handicapées ».

Voor de VZW, De begunstigde, Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van 1 april 1999 betreffende de hulpdiensten i.v.m. de activiteiten van het dagelijks leven.

Namen, 1 april 1999.

De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, K.M.O.'s, Toerisme en Patrimonium, R. COLLIGNON De Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid, W. TAMINIAUX

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^