Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 03 september 2015
gepubliceerd op 02 oktober 2015

Besluit van de Waalse Regering betreffende agromilieu- en klimaatsteun

bron
waalse overheidsdienst
numac
2015204323
pub.
02/10/2015
prom.
03/09/2015
ELI
eli/besluit/2015/09/03/2015204323/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

3 SEPTEMBER 2015. - Besluit van de Waalse Regering betreffende agromilieu- en klimaatsteun


De Waalse Regering, Gelet op (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun aan plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van (EG) nr. 1698/2005 van de Raad;

Gelet op verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad;

Gelet op (EU) nr.1307/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van (EG) nr. 637/2008 van de Raad en (EG) nr. 73/2009 van de Raad;

Gelet op de gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden;

Gelet op gedelegeerde (EU) nr. 807/2014 van 11 maart 2014tot aanvulling van (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot invoering van overgangsbepalingen;

Gelet op Uitvoeringsverordening (EU) nr. 808/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo);

Gelet op de uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden;

Gelet op het Waals landbouwwetboek, artikelen D. 4, D.17, D.242, D.243 en D.249;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 13 februari 2014 tot toekenning van agromilieusteun en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2008 betreffende de toekenning van toelagen voor een milieuvriendelijke landbouw;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 30 januari 2015;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 5 februari 2015;

Gelet op het rapport van 5 februari 2015 opgesteld overeenkomstig artikel 3, 2° , van het decreet van 11 april 2015 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;

Gelet op het overleg gepleegd op 26 februari 2015 en 18 juni 2015 tussen de Gewestregeringen en de federale overheid;

Gelet op advies 57.818/2/V van de Raad van State, gegeven op 19 augustus 2015, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1° , van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat er maatregelen getroffen dienen te worden om de toepassing van de nieuwe Europese programmering mogelijk te maken;

Overwegende dat het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling, zoals goedgekeurd door de Waalse Regering en aangenomen door de Europese Commissie op 20 juli 2015 uitgevoerd moet worden;

Op de voordracht van de Minister van Landbouw;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 : het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers;2° begunstigde: elke landbouwer, elke groepering van landbouwers of elke groepering van landbouwers en andere beheerders van gronden die zich er vrijwillig toe verbindt verrichtingen uit te voeren die bestaan in één of meerdere agromilieu- en klimaatverbintenissen op landbouwgronden;3° randvoorwaarden: de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie vermeld in de artikelen 91 tot 101 van (EG) nr.1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1200/2005 en nr. 485/2008 en in het besluit van de Waalse Regering van 27 augustus 2015 tot vastlegging van de regels betreffende de randvoorwaarden inzake landbouw, tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 13 juni 2014 tot vaststelling van de eisen en normen van de randvoorwaarden inzake landbouw en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers; 4° bestek : de verplichtingen die de begunstigde moet naleven voor elke van de methodes en submethodes voorzien als agromilieu- en klimaatmaatregel;5° steunaanvraag : de steunaanvraag in de zin van artikel 2, § 1, 3, van nr.640/2104; 6° betalingsaanvraag : de betalingsaanvraag in de zin van artikel 2, § 1, 4, van nr.640/2104; 7° verbintenis : het geheel van de voorwaarden die in het bestek vastliggen en die de begunstigde bereid is na te komen naar aanleiding van zijn steunaanvraag;8° de basislijn van de verbintenissen : geheel van de verplichte normen vastgesteld overeenkomstig titel VI, hoofdstuk I, van (EU) nr. 1306/2013, van de relevante criteria en van de minimale activiteiten vastgesteld overeenkomstig artikel 4, § 1, punt c), ii) en iii) van (EU) nr. 1306/2013, van de minimale eisen toepasselijk op het gebruik van meststoffen en fytosanitaire producten, alsook van de andere relevante verplichte eisen vastgelegd bij het federaal en gewestelijk recht zoals bepaald in artikel 29, § 2, van nr. 1305/2013; 9° methode : elke van de submaatregelen bepaald in het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling als agromilieu- en klimaatmaatregel bepaald in artikel 28 van nr.1305/2013 waarvoor een bestek door de begunstigde nageleefd moet worden en een steunbedrag voorzien is in het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling; 10° Minister : de Minister van Landbouw;11° landbouwgronden : de landbouwgronden in de zin van artikel 28, § 2, van 1305/2013 met inbegrip van het landbouwareaal in de zin van artikel 4, § 1, e) van nr.1307/2014 en de andere landbouwgronden; 12° andere landbouwgronden : oppervlakten niet toelaatbaar als landbouwareaal in de zin van artikel 4, § 1, e) van nr.1307/2014 waarin de grassen en de kruidachtige voedergewassen minder dan 50 % bedekking van de oppervlakte vertegenwoordigen wegens de aanwezigheid van bomen, struiken, niet-kruidachtige gewassen, puinhellingen of poelen, maar die nochtans als "weiden" worden aangegeven en die immers toegankelijk zijn en door het vee begraasd; 13° programmeringsperiode : de periode waarover een plattelandsontwikkelingsprogramma zich uitstrekt voor een bij de Europese wetgeving bepaalde duur;14° Waals programma voor landelijke ontwikkeling : het programma in de zin van artikel 6 van nr.1305/2013; 15° grasland : elk grasland of hoogstammige meerjarige fruitteelt aangegeven voor het lopende jaar bij het Geïntegreerde beheers- en controlesysteem, hierna « GBCS », met uitzondering van het tijdelijk grasland;16° nr.1305/2013 : (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun aan plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van (EG) nr. 1698/2005 van de Raad; 17° nr.1307/2013 : (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van (EG) nr. 637/2008 van de Raad en (EG) nr. 73/2009 van de Raad; 18° nr.1306/2013 : (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van en (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1200/2005 en nr. 485/2008 van de Raad; 19° (EU) nr.807/2014 : gedelegeerde (EU) nr. 807/2014 van 11 maart 2014 tot aanvulling van (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot invoering van overgangsbepalingen; 20° nr.809/2014 : Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden; 21° nr.640/2014 : Gedelegeerde (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden; 22° Sanitrace : geautomatiseerd systeem voor de behandeling van de gegevens betreffende de identificatie en de registratie van dieren, gebruikt door het Federaal agentschap voor de veiligheid van de voedingsketen;23° Natura 2000-gebied : elk Natura 2000-gebied in de zin van artikel 1, 18° , van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;24° ecologisch waardevolle oppervlakte : elke oppervlakte in de zin van artikel 48 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers;25° oppervlakte voor ecologische compensatie : het landbouwaeraal waarvoor een begunstigde een bezoldiging krijgt van een private derde als compensatie van een drukfactor op een landbouwaeraal, waarbij die drukfactor het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst tussen de begunstigde en de derde, zoals de compensatie-oppervlakte ten gevolge van de installatie van een windturbine op een landbouwaeraal. HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen

Art. 2.De agromilieu- en klimaatsteun is van toepassing op de landbouwgronden die in het Waalse Gewest gelegen zijn en die door een begunstigde in de verzamelaanvraag aangegeven worden als zijnde het voorwerp van een verbintenis voor een agromilieu- en klimaatmaaregel zoals omschreven in het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling.

De agromilieu- en klimaatsteun is van toepassing op de productie-eenheden die in het Waalse Gewest gelegen zijn en die het voorwerp uitmaken van een verbintenis voor een agromilieu- en klimaatmaaregel zoals omschreven in het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling.

Art. 3.De uitvoering van één of meerdere van de volgende methodes of submethodes kan het voorwerp uitmaken van agromilieu- en klimaatsteun in de zin van artikel 28 van nr. 1305/2013 : 1° methode 1 : elementen van de vermazing die de heggen, bosstroken, alleenstaande bomen, struiken of bosjes, hoogstammige vruchtbomen, en poelen omvatten;2° methode 2 : natuurweiden;3° methode 3 : overstroombare weiden;4° methode 4 : weiden met een hoge biologische waarde;5° methode 5 : met gras bezaaide perceelsranden;6° methode 6 : milieuvriendelijke gewassen;7° methode 7 : ingerichte percelen;8° methode 8 : ingerichte stroken; 9 methode 9 : voederautonomie; 10 methode 10 : actieplan voor een milieuvriendelijke landbouw; 11° methode 11 : bedreigde plaatselijke rassen.

Art. 4.§ 1. De in artikel 3 vermelde methodes omvatten : 1° de basismethodes;2° de doelgerichte methodes. De in het eerste lid, 2° , bedoelde methodes vereisen een deskundigenadvies overeenkomstig artikel 12. § 2. De Minister wordt ertoe gemachtigd om de doelgerichte methodes overeenkomstig het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling te bepalen. § 3. Overeenkomstig het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling worden de verbintenissen voor de methodes 2, 3, 4 en 9 slechts voor de weiden genomen.

Overeenkomstig het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling worden de verbintenissen voor de methodes 5 tot 8 slechts op akkerbouwteelten wat betreft de oppervlakten vermeld in de verzamelaanvraag genomen.

De Minister wordt ertoe gemachtigd om het begrip "akkerbouwteelt" te bepalen.

Art. 5.§ 1.

Overeenkomstig het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling bepaalt de Minister het op het bedrijf of op de oppervlakten ervan na te komen bestek om de overeenstemmende steun te krijgen.

Het bestek vermeldt de bedragen van de per methode toegekende steun zoals bepaald in het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling.

In bedoeld bestek worden de volgende elementen volgens het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling vermeld en aangevuld : 1° de voor de steun in aanmerking komende elementen;2° de ligging van de elementen of oppervlakten waarvoor de begunstigde een steunaanvraag kan indienen;3° de omvang van de in elke methode vermelde eventuele elementen;4° de ingrepen of werken die op de landbouwgronden toegelaten of verboden worden, de vermazingselementen, de dieren, de productie-eenheden of de bij de methodes betrokken bedrijven;5° de data waarop de begunstigde handelingen, werken of sommige soorten ingrepen betreffende de in artikel 3 bedoelde methodes en submethodes kan verrichten;6° de verplichting om een deskundigenadvies in de zin van hoofdstuk 5 alsook eventueel de inhoud ervan te hebben;7° de samenstelling van eventuele mengsels voor bepaalde methodes;8° de toegelaten of verboden gebruiken van fytosanitaire producten en de meststoffen op de landbouwggronden of op vermazingselementen;9° de lijst van de bedreigde plaatselijke rassen die in aanmerking komen voor de steun van methode 11 : bedreigde plaatselijke rassen;10° de evaluatiemodaliteiten aan het einde van de verbintenis van de begunstigde voor methode 10 : actieplan voor een milieuvriendelijke landbouw gezien de oorspronkelijk bepaalde doestellingen. § 2. Wat betreft methode 10, actieplan voor een milieuvriendelijke landbouw, wordt de steun van maximum 3500 euro per bedrijf jaarlijks berekend volgens de volgende formule : Steun (Euro) = 20 X - 0,10 Y + 50 Z waarin : X= aantal hectaren zoals bepaald op basis van de verzamelaanvraag en de steunaanvraag van de begunstigde voor het jaar van indiening van de steunaanvraag, beperkt op 50.

Y= bedrag van het geheel van de andere agromilieusteun zoals bepaald op basis van de verzamelaanvraag en de steunaanvraag van de begunstigde voor het jaar van indiening van de steunaanvraag;

Z= het aantal hectaren van de eiwitautonomie zoals bepaald door de Minister. HOOFDSTUK III. - Indiening van de steunaanvraag en de agromilieu- en klimaatbetalingsaanvraag

Art. 6.§ 1. De begunstigde dient een steunaanvraag uiterlijk op een door de Minister bepaalde datum in.

Het betaalorgaan legt een steunaanvraagformulier ter beschikking van de begunstigde op de website of bij de territoriale dienst van zijn ambtsgebied.

Het steunaanvraagformulier bevat alle gegevens die nodig zijn voor de opdracht van het betaalorgaan en op zijn minst de volgende gegevens : 1° de identificatie van de begunstigde;2° de identificatie van de landbouwgronden van het bedrijf waarop de steunaanvraag betrekking heeft;3° de door de begunstigde gekozen methode(s);4° een verklaring van de begunstigde die bevestigt dat hij zich ertoe verbindt het bestek van de methode of submethode vanaf 1 januari na te leven;5° een informatie over de verplichting om het advies van de deskundige bepaald in artikel 12 in te winnen;6° een verklaring van de begunstigde die bevestigt dat hij kennis heeft genomen van de voorwaarden die van toepassing zijn op de betrokken maatregelen voor plattelandsontwikkeling. Elke methode of submethode die de begunstigde in zijn steunaanvraag toepast, vormt een aparte verbintenis.

Het betaalorgaan stuurt uiterlijk op een door de Minister bepaalde datum die het begin van zijn verbintenis voorafgaat, een brief die aan de begunstigde bevestigt dat zijn steunaanvraag aan de in het derde lid bepaalde voorwaarden voldoet en dat zijn verbintenis op volgend 1 januari begint. § 2. De jaarlijkse betalingsaanvraag wordt via het formulier van de verzamelaanvraag overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 ingediend.

De betalingsaanvraag gaat vergezeld van de eventuele bewijsstukken aangevraagd door het betaalorgaan in de verzamelaanvraag, overeenkomstig artikel D.30 van het Waalse Landbouwwetboek. § 3. Artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 is van toepassing op elke eventuele wijziging van de steunaanvraag of de betalingsaanvraag voor zover geen controle ter plaatse werd gevoerd waardoor onregelmatigheden aan het licht gebracht werden voor de wijziging.

Art. 7.De verbintenis voor een agromilieu- en klimaatsteun heeft een minimale duur van vijf jaar.

Aan het einde van de periode van vijf jaar kan de verbintenis tweemaal voor één jaar verlengd worden.

Indien de begunstigde een verbintenis aan het einde van zijn oorspronkelijke verbintenis wil overnemen, dient hij een nieuwe steunaanvraag volgens de vormen en modaliteiten van artikel 6 in op straffe van niet-ontvankelijkheid van zijn steun- en betalingsaanvraag.

Alle bepalingen betreffende de steunaanvraag zijn van toepassing op de in het derde lid bedoelde verlengingsaanvraag.

Art. 8.Het betaalorgaan analyseert de ontvankelijkheid van de steunaanvraag en van de betalingsaanvraag.

Via een document betekent het betaalorgaan de ontvankelijkheid of de niet-ontvankelijkheid van de steunaanvraag en van de betalingsaanvraag van de begunstigde op een door de Minister bepaalde datum. HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden betreffende de steunaanvraag en de aanvraag van de agromilieu- en klimaatbetaling

Art. 9.§ 1. De steunaanvraag is ontvankelijk indien de begunstigde : 1° bij het betaalorgaan in het kader van het Geïntegreerde beheers- en controlesysteem, hierna « GBCS » geïdentificeerd is overeenkomstig de artikelen D.20 tot D.24 van het Waalse Landbouwwetboek; 2° een productie-eenheid op het Belgische grondgebied bezit;3° zich in zijn steunaanvraag ertoe verbindt één of meerdere methodes onder de voorwaarden bepaald door de Minister uit te voeren tijdens een duur van vijf jaar vanaf 1 januari na de indiening van de steunaanvraag;4° de stappen heeft ondernomen voor het verkrijgen van het in artikel 12 bedoelde advies van een deskundige alleen voor de methodes bepaald door de Minister waarvoor een dergelijk advies verplicht is krachtens het Waalse Programma voor landelijke ontwikkeling;5° een voldoende landbouwervaring zoals vermeld in artikel 10 heeft. § 2. De betalingsaanvraag is slechts ontvankelijk indien ze voldoet aan de in § 1, 1° en 2° , bedoelde voorwaarden en indien ze ingediend wordt in het formulier van de verzamelaanvraag overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015. § 3. De begunstigde is een landbouwer in de zin van artikel D.3, 4° van het Waalse Landbouwwetboek.

In de door de Minister bepaalde gevallen kan een methode opengesteld worden voor een niet-landbouwer grondbeheerder in de zin van artikel 28, § 2, van nr. 1305/2013.

In deze hypothese is de steunaanvraag slechts ontvankelijk indien de begunstigde, grondbeheerder, aan de in § 1, 1° , 3° , 4° en 5° bedoelde voorwaarden voldoet.

Art. 10.De begunstigde heeft een voldoende landbouwervaring in de zin van artikel 9, § 1, 5° , wanneer hij één van de volgende voorwaarden vervult : 1° hij heeft een landbouwernummer sinds minstens drie jaar;2° hij is houder van een voldoende kwalificatie in de zin van artikel 19, § 2, 2° , van het besluit van de Waalse Regering betreffende de ontwikkelings- en investeringssteun in de landbouwsector;3° hij beschikt over een advies van het Vestigingscomité dat een praktijkervaring rechtvaardigt overeenkomstig artikel 24 van het besluit van de Waalse Regering betreffende de ontwikkelings- en investeringssteun in de landbouwsector of artikel 58, § 3, van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 tot uitvoering van het systeem van de rechtstreekse betalingen ten gunste van de landbouwers;4° hij beschikt over een praktijkervaring van 3 jaar in hoofdberoep als medewerker, ofwel voltijds als loontrekkende in de landbouw- of tuinbouwsector. Wanneer de begunstigde een vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid of een rechtspersoon is, wordt het eerste lid, 2° , 3° en 4° , beoordeeld op grond van de kwalificatie of de nuttige ervaring van een persoon die een beheersmacht op de vennootschap of de vereniging zonder rechtspersoonlijkheid of de rechtspersoon heeft.

Art. 11.De steunaanvraag en de betalingsaanvraag zijn subsidiabel indien de begunstigde : 1° op het grondgebied van het Waalse Gewest landbouwgronden exploiteert waarvoor de begunstigde de agromilieuùen klimaatsteun vraagt;2° in de steunaanvraag op de landbouwgronden wijst waarop hij zijn verbintenis uitvoert;3° geen voorwerp uitmaakt van een intrekking, een weigering of een administratieve sanctie, waarbij het recht op de aangevraagde steun of betaling wordt ingetrokken. Voor de toepassing van het eerste lid, 2° , verklaart de begunstigde dat de aangewezen landbouwgronden niet inbegrepen zijn in een oppervlakte voor ecologische compensatie of in een ecologisch waardevolle oppervlakte die niet overeenstemt met de agromilieu- en klimaatsteun.

Voor de toepassing van het eerste lid, 2° , wordt de steun- of betalingsaanvraag als onaanvaardbaar beschouwd voor de landbouwgronden gelegen ofwel : 1° buiten het grondgebied van het Waalse Gewest;2° in een oppervlakte voor ecologische compensatie;3° in een ecologisch waardevolle oppervlakte behalve in geval van verenigbaarheid zoals bepaald door de Minister. Als de begunstigde verschillende methodes op hetzelfde perceel wenst te cumuleren, worden de betrokken nieuwe verbintenissen slechts toegelaten als die cumulatie toegelaten wordt door de Minister in overeenstemming met de Waalse programmering voor landelijke ontwikkeling.

De cumulatie van twee verbintenissen voor dezelfde methodes op dezelfde landbouwgronden is verboden. HOOFDSTUK V. - Deskundigenadvies voor de doelgerichte methodes

Art. 12.§ 1. Om de door de Minister bepaalde doelgerichte methodes uit te voeren, vraagt de begunstigde een deskundigenadvies.

Het betaalorgaan wijst de voor het eerste lid bevoegde deskundigen op grond van de door de Minister bepaalde criteria en procedure aan.

Het deskundigenadvies wordt met inachtneming van artikel 28, § 4, van nr. 1305/ 2013 op een door de Minister bepaalde datum uitgebracht voor de doelgerichte methodes waarvoor een dergelijk advies krachtens een bestek verplicht is. § 2. De deskundige kan bij een bijzonder gemotiveerde beslissing zijn advies wijzigen rekening houdende met de agromilieu- en klimaatontwikkeling van de landbouwgrond.

De beslissing wordt door de deskundige aan het betaalorgaan of aan het door hem inzake controle gemachtigde orgaan betekend en ze is toepasselijk op de lopende verbintenis zodra de wijziging door de begunstigde wordt ontvangen. § 3. De deskundige kan bij een bijzonder gemotiveerde beslissing zijn advies intrekken rekening houdende met de agromilieu- en klimaatontwikkeling van de landbouwgrond.

De beslissing wordt door de deskundige aan het betaalorgaan of aan het door hem inzake controle gemachtigde orgaan betekend en ze is vanaf 1 januari na de wijziging effectief.<0 Indien deze beslissing door een slecht beheer van de begunstigde wordt gemotiveerd, past het betaalorgaan naar gelang van de ernst, van de persistentie en de omvang van de handelingen die deze intrekking hebben gemotiveerd, de verminderingen van steunen zoals bepaald in artikel 28. § 4. Als de fondsen ontoereikend zijn en wanneer artikel 17 wordt toegepast brengt de deskundige geen advies meer voor de betrokken maatregelen. § 5. De begunstigde kan volgens de door de Minister bepaalde modaliteiten en met inachtneming van de artikelen D.17, D.18 en D.57 van het Waalse Landbouwwetboek een beroep indienen tegen de beslissingen betreffende een deskundigenadvies die krachtens artikel 12 zijn genomen. HOOFDSTUK VI. - Verbintenissen

Art. 13.De verbintenissen voor de uitvoering van één of meerdere methodes of submethodes hebben betrekking op de agromilieu- en klimaatelementen tijdens de in artikel 9, § 1, 3° , bedoelde duur van de verbintenis.

Een in artikel 3, tweede lid, bedoelde verbintenis tot toepassing van methode 6, milieuvriendelijk gewas, die volgens de door Minister bepaalde voorwaarden een rotatie mogelijk kan maken, kan elk jaar betrekking hebben op verschillende door de begunstigde aangegeven landbouwgronden voor zover ze een oppervlakte dekt die minstens gelijk is aan die voorzien in zijn steunaanvraag, of in zijn jaarlijkse betalingsaanvraag indien zijn aanvankelijke verbintenis verder reikt.

Art. 14.Overeenkomstig artikel 28, § 3, van 1305/2013 overschrijden de verbintenissen de normen die de basislijn van de verbintenissen vormen.

HOOFSTUK VII. - Betaling

Art. 15.§ 1. De agromilieu- en klimaatsteun worden tijdens 5 jaar in jaartranches betaald. De door een jaartranche gedekte periode begint op 1 januari van het jaar waarop ze betrekking heeft tot 31 december van hetzelfde jaar.

Elke jaartranche wordt verleend aan de begunstigde die zijn overeenstemmende jaarlijkse betalingsaanvraag heeft ingediend voor zover : 1° alle voorwaarden van de verbintenissen nageleefd worden tijdens de door bedoelde tranche gedekte periode;2° de begunstigde tijdens de periode van zijn verbintenis de in artikel 9, § 1, 1° tot 3° , bedoelde voorwaarden vervult. § 2. Overeenkomstig artikel 75, § 1, vierde lid, van nr. 1306/2013 kunnen tussen 16 oktober en 1 december voorschotten verleend worden van ten hoogste 75 % voor de steun in het kader van de plattelandsontwikkeling bedoeld in artikel 67, § 2, van nr. 1306/2013.

Overeenkomstig artikel 75, § 2, van 1306/2013 wordt geen enkele betaling gebonden aan een methode of een geheel van verrichtingen verricht voordat de controles betreffende de subsidiabiliteitscriteria voltooid zijn.

Art. 16.Voor de betaling van agromilieu- en klimaatsteun : 1° wordt elke jaartranche in de periode van 1 december van het kalenderjaar overeenstemmend met de jaartranche tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar verricht;2° worden de jaartranches vastgesteld op basis van de betalingsaanvraag die de begunstigde jaarlijks in de verzamelaanvraag indient en van de administratieve controles of ter plaatse, overeenkomstig artikel 24, § 1, van nr.809/2014; 3° wordt een kennisgeving van het bedrag van de toegekende steun, met vermelding van de berekening van de steun, voor elk jaar gestuurd aan de begunstigde na betaling ervan.

Art. 17.De agromilieu- en klimaatbetalingen worden binnen de perken van het beschikbare begrotingskrediet aan de begunstigde gestort.

Als de fondsen ontoereikend zijn, kan de Minister beslissen dat de begunstigden geen nieuwe verbintenissen meer voor bepaalde methodes mogen aangaan.

De Minister bepaalt de methodes waarvoor de begunstigde geen nieuwe verbintenissen meer neemt rekening houdende met : 1° de bepaling van de methodes overeenkomstig de Europese wetgevingen, met de kosten en de opbrengst ervan op agromilieu- en klimaatgebied;2° de mate waarin de doelstellingen die voor de methode zijn vastgelegd in het Waals programma voor landelijke ontwikkeling, gehaald worden. Wanneer het tweede lid wordt toegepast, informeert het betaalorgaan de begunstigden daarover door de informatie op de portaalsite van het Waalse Gewest te publiceren. HOOFDSTUK VIII. - Veranderingen van de verbintenis Afdeling 1. - Overdracht van bedrijf

Art. 18.§ 1. Overeenkomstig artikel 47, § 2, van nr. 1307/2013 en artikel 8 van nr. 809/2014, kan de overnemer, in geval van overdracht van het geheel of een gedeelte van de bij de verbintenis betrokken landbouwgronden, of in geval van overdracht van het hele bedrijf, de verbintenis van de begunstigde-overdrager voor de resterende looptijd overnemen.

Indien hij beslist de betrokken verbintenis over te nemen, erft de overnemende begunstigde de rechten en plichten van de begunstigde-overdrager wat betreft die verbintenissen.

De begunstigde-overdrager betaalt de steun niet terug voor de periode waarin de verbintenis effectief is geweest, ongeacht de keuze van de overnemer. § 2. De overdracht van de landbouwgronden of van het bedrijf wordt schriftelijk door de overnemer en de overdrager aan het betaalorgaan betekend door elk middel waarbij de verzenddatum wordt bevestigd in de zin van artikel D.15 van het Waalse Landbouwwetboek.

Als de overgenomen verbintenis overeenkomstig hoofdstuk 11, afdeling 2, stopgezet wordt, betaalt de overnemer de steun terug die hem is gestort in hoofde van de lopende verbintenis, alsook de betrokken steun die aan de overdrager werd gestort sinds het begin van de door hem aangegane verbintenis. § 3. Een overdracht wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de eerste dag van de jaarlijkse periode zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, die volgt op de kennisgeving van de overdracht. De overdragende begunstigde geniet de steun die overeenstemt met de jaarlijkse periode waarin de kennisgeving van de overdracht heeft plaatsgevonden voor zover voldaan werd aan alle ontvankelijkheids- en subsidiabiliteitsvoorwaarden en de verbintenissen door hemzelf nagekomen werden.

De overnemer geniet de steun vanaf het jaar van de kennisgeving voor zover de voorwaarden bedoeld in de artikelen 9, § 1, 1° , 2° , 3° en 5° , en 11, door de overnemer vervuld worden en de verbintenissen effectief zijn geweest. Een overdracht kan via een wijziging zoals bepaald in artikel 6, § 3, uitgevoerd worden. In dit geval wordt de overdracht geacht betekend te zijn gedurende de jaarlijkse periode van die wijziging.

Als de overnemer de voorwaarden niet vervult tijdens de jaarlijkse periode van die kennisgeving zoals bedoeld in het tweede lid, wordt de steun voor de jaarlijkse periode waarin de overdracht heeft plaatsgevonden en in voorkomend geval de voor de voorafgaande periodes gestorte steun verminderd of door de overnemer terugbetaald.

De ontvankelijkheids- en subsidiabiliteitsvoorwaarden betreffende de overgedragen verbintenissen worden geverifieerd naar gelang van die verbintenissen, waarbij de methodes waarmee de overnemende begunstigde voor de overdracht heeft ingestemd niet in aanmerking genomen worden in het kader van die verificatie. § 4. In geval van grondruil waarvoor een verbintenis is genomen blijft de verbintenis op die landbouwgronden van toepassing. In dit geval deelt de landbouwer die in het proces is gestapt, in het kader van de uitwisselingsovereenkomst het bestaan van die verbintenis die de overnemer zich ertoe verbindt na te leven, mede. Afdeling 2. - Omzetting van de verbintenis

Art. 19.§ 1. De omzetting van een verbintenis in een andere tijdens zijn uitvoeringsperiode wordt door het betaalorgaan toegelaten voor zover de volgende voorwaarden vervuld worden : 1° de aanvraag stemt overeen met de voorwaarden bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, van nr.807/2014; 2° de aanvraag tot omzetting wordt binnen de door de Minister bepaalde termijn en modaliteiten ingediend;3° de aangevraagde omzetting is een krachtens § 2 toegelaten omzetting;4° alle ontvankelijkheidsvoorwaarden van de nieuwe methode worden vervuld;5° als de omzetting in een nieuwe verbintenis voor een doelgerichte methode bestaat, wordt het deskundigenadvies bedoeld in artikel 12 bij de omzettingsaanvraag gevoegd. In geval van aanvaarding begint overeenkomstig artikel 14, § 1, tweede lid, van nr. 807/2014, een nieuwe verbintenis van vijf jaar voor de nieuwe uitgevoerde methode of submethode te lopen vanaf het jaar van indiening van de omzettingsaanvraag wordt geen terugbetaling gevorderd voor de sinds het begin van de verbintenis reeds verrichte betalingen. § 2. De toegelaten omzettingen worden door de Minister bepaald met inachtneming van artikel 14 van nr. 807/2014 en van het programma voor landelijke ontwikkeling. Afdeling 3. - Aanpassing

Art. 20.Overeenkomstig artikel 47, § 6, van nr. 1305/2013 en artikel 14 van nr. 807/2014 kunnen de verbintenissen in het licht van de verwezenlijking van de doelstellingen van de oorspronkelijke verbintenis door de Minister tijdens hun uitvoeringsperiode aangepast worden zoals via een wijziging in het bestek als via de verlenging van de duur van de verbintenis op voorwaarde dat het goedgekeurde programma voor plattelandsontwikkeling daarin voorziet overeenkomstig de artikelen 10 en 11 van verordening nr. 1305/2013.

De Minister wordt ertoe gemachtigd om de aanpassingsprocedure aan te vullen en om louter procedurele aanvullende voorwaarden toe te voegen die vereist worden voor de behandeling van aanpassing met inachtneming van de Europese wetgeving.

De begunstigde leeft de aangepaste verbintenis na. Afdeling 4. - Uitbreiding en vervanging van de verbintenis

Art. 21.§ 1. Wanneer een begunstigde het areaal van zijn bedrijf vergroot, of wanneer het areaal waarop de verbintenis betrekking heeft, wordt vergroot, wordt de uitbreiding van de verbintenis toegelaten met inachtneming van artikel 15, § 1, van nr.807/2014.

De verbintenis wordt uitgebreid om de bijkomende oppervlakte te dekken op voorwaarde dat de uitbreidingsvoorwaarde : 1° de voorwaarden bedoeld in artikel 15, § 2, van nr.807/2014 naleeft; 2° binnen de door de Minister bepaalde termijnen en modaliteiten ingediend wordt;3° een areaal gelijk aan of kleiner dan 50 % van het oorspronkelijke areaal betreft. Voor de toepassing van het tweede lid, 3° , is een areaal gelijk aan of kleiner dan 50 % van het oorspronkelijke areaal wanneer de totale arealen die het voorwerp uitmaken van de uitbreidingsaanvraag, vermeerderd met de totale arealen die vroeger het voorwerp hebben uitgemaakt van een uitbreidingsaanvraag tijdens dezelfde verbintenisperiode, gelijk aan of kleiner zijn dan 50 % van het oorspronkelijke areaal waarop de steunaanvraag wordt toegepast.

In geval van aanvaarding begint de uitbreiding te lopen vanaf het jaar van indiening van de uitbreidingsaanvraag. De begunstigde leeft de uitgebreide verbintenis voor de overblijvende duur van de oorspronkelijke verbintenis na.

Er wordt geen terugbetaling vereist voor de betalingen van de vorige jaren. § 2. Wanneer een begunstigde het areaal van zijn bedrijf vergroot, of wanneer het areaal waarop de verbintenis betrekking heeft, in een bedrijf wordt vergroot, wordt de vervanging van de verbintenis door een nieuwe verbintenis toegelaten met inachtneming van artikel 15, §§ 1 en, van nr.807/2014.

De nieuwe verbintenis kan in de plaats treden van de bestaande verbintenis mits : 1° de voorwaarden bedoeld in artikel 15, § 3, van nr.807/2014 nageleefd worden; 2° alle ontvankelijkheidsvoorwaarden van de nieuwe methode of submethode zoals bepaald door de Minister worden vervuld;3° het in artikel 12 bedoelde deskundigenadvies in voorkomend geval aangepast en gevoegd wordt bij de vervangingsaanvraag;4° de vervangingsaanvraag binnen de door de Minister bepaalde termijn en modaliteiten wordt ingediend;5° de bij de nieuwe verbintenis betrokken methode of submethode dezelfde is als die betrokken bij de vervangen verbintenis;6° de vervangingsaanvraag geen verbintenis betreft voor een methode waarvoor de vervanging door de Minister verboden is;7° een areaal hoger dan 50 % van het oorspronkelijke areaal betreft. Voor de toepassing van het tweede lid, 7° , is een areaal hoger dan 50 % van het oorspronkelijke areaal wanneer de totale arealen die het voorwerp uitmaken van de vervangingsaanvraag, vermeerderd met de totale arealen die vroeger het voorwerp hebben uitgemaakt van een uitbreidingsaanvraag tijdens dezelfde verbintenisperiode, hoger zijn dan 50 % van het oorspronkelijke areaal waarop de steunaanvraag wordt toegepast.

In geval van aanvaarding begint een nieuwe verbintenis van vijf jaar voor de nieuwe methode of submethode te lopen vanaf het jaar van indiening van de omzettingsaanvraag en wordt geen terugbetaling gevorderd voor de betalingen van de voorafgaande periodes. Afdeling 5. - Herziening van de verbintenis

Art. 22.§ 1. Overeenkomstig artikel 48, eerste lid, van nr. 1305/2013 en indien de in artikel 14 bedoelde basislijn van de lopende verbintenissen gewijzigd wordt, worden die verbintenissen door het betaalorgaan herzien.

De in het eerst lid bedoelde herziening bestaat in een stopzetting van de verbintenissen indien de basislijn op hetzelfde niveau als het bestek verhoogd wordt. § 2. Overeenkomstig artikel 48, tweede lid, van nr. 1305/2013 en indien een verbintenis de lopende Europese programmeringsperiode overschrijdt, wordt de verbintenis door het betaalorgaan herzien om die aan te passen aan het rechstkader van de volgende Europese programmeringsperiode. Deze herziening heeft uitwerking op de eerste dag van de volgende programmering. § 3. Het betaalorgaan gaat over tot de nodige herzieningen van de lopende verbintenissen om de dubbele financiering van de in artikel 43 van nr. 1307/2013 in geval van wijziging van die praktijken te vermijden. § 4. Indien de in §§ 1, 2 of 3 bedoelde herziening van de verbintenis de begunstigde in staat stelt die verbintenis voort te zetten op basis van een gewijzigd bestek worden de bedragen van de gestorte steun op basis van de wijziging van het bestek herzien.

Indien de in §§ 1, 2 of 3 bedoelde herziening van de verbintenis door de begunstigde niet aanvaard wordt, eindigt de verbintenis en wordt geen terugbetaling verlangd voor de periode waarin de verbintenis daadwerkelijk is nagekomen. § 5. Het betaalorgaan informeert de begunstigde over de toepassing van de §§ 1, 2 en 3 via de pers of per individueel schrijven. HOOFDSTUK IX. - Bedrijfsregister

Art. 23.De begunstigde houdt een bedrijfregister zoals bedoeld in artikel 61 van het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2015 wanneer hij een niet-doelgerichte methode heeft toegepast. HOOFDSTUK X. - Geval van overmacht, uitzonderlijke omstandigheden en duidelijke fout

Art. 24.De terugbetaling van de ontvangen steun wordt niet verlangd in de gevallen van overmacht en van uitzonderlijke omstandigheden bedoeld in artikel 2, § 2, van nr. 1306/2013.

In de eventuele gevallen bedoeld in het eerste lid stellen de begunstigde of zijn rechthebbenden er schriftelijk het betaalorgaan van met kennisgeving van de bewijsstukken binnen vijftien werkdagen na de dag waarop hij in staat is het te doen, overeenkomstig artikel 4, § 2, van nr. 640/2014.

In de eventuele gevallen bedoeld in het eerste lid wordt de steun evenredig ingetrokken overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in artikel 4, § 1, tweede lid, van nr. 640/2014.

Art. 25.§ 1. Overeenkomstig artikel 59, § 6, van nr. 1306/2016 kan de steunaanvraag elk ogenblik na de indiening ervan worden gecorrigeerd in geval van kennelijke fouten die door het betaalorgaan zijn erkend. § 2. Artikel 7, § 3, van nr. 809/2014 is van toepassing ten gevolge van een fout van het betaalorgaan of van een door het betaalorgaan gemachtigd orgaan.

Art. 26.Overeenkosmtig artikel 47, § 3, van nr. 1305/2013 deelt een begunstigde die zijn verbintenissen geheel of gedeeltelijk niet kan blijven nakomen doordat zijn bedrijf wordt herverkaveld of binnen een ruilverkaveling van overheidswege of een door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde ruilverkaveling valt, geeft het betaalorgaan schriftelijk kennis daarvan voor de datum van ingebruikneming.

Het betaalorgaan past zijn verbintenissen aan de nieuwe toestand van het bedrijf in overleg, in voorkomend geval, met het advies wanneer de methode een deskundigenadvies vereist en volgens zijn voorschriften aan.

Het betaalorgaan of, in voorkomend geval, het gemachtigde orgaan geeft de begunstigde kennis van de inhoud van de aangepaste verbintenissen.

Indien de aanpassing onmogelijk is, eindigt de verbintenis. De ontvangen steun wordt terugbetaald behalve de steun betreffende de periode waarin de verbintenis effectief is geweest. Het betaalorgaan betekent het einde van de verbintenis. HOOFDSTUK XI. - Controle, vermindering en terugbetaling Afdeling 1. - Controle

Art. 27.§ 1. Het betaalorgaan, of de instelling waaraan het een deel of het geheel van zijn controleopdrachten delegeert, verifieert de naleving van : 1° de ontvankelijkheids- en subsidiabiliteitsvoorwaarden van de steun en de naleving van de verbintenissen die volgens het bestek van de methodes en submethodes uitgevoerd moeten worden;2° de overeenkomsten gesloten in het kader van de bedoelde methodes, die het sluiten van dergelijke overeenkomsten vereisen. § 2. Elke weigering van controle of belemmering ervan door een begunstigde heeft een vermindering of een verlies van de steun van rechtswege als gevolg behalve in geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden.

Aan het einde van de administratieve controles of ter plaatse zijn de verminderings-, weigerings-, intrekkings- en sanctieregelingen bepaald in titel II, hoofdstukken III en IV en in titel III van nr. 640/2014 van toepassing voor de berekening van de toegekende steun. Afdeling 2. - Verlaging en terugbetaling van de steun

Art. 28.§ 1. De niet-inachtneming van de bepalingen voorzien of getroffen krachtens dit besluit alsook van de specifieke voorwaarden bepaald in het deskundigenadvies krachtens artikel 12 houdt de toepassing van de verminderingen, weigeringen, intrekkingen en sancties overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van verordening nr. 809/2014. § 2. Het gevolg van een niet-naleving wordt door het betaalorgaan bepaald op basis van de ernst, de omvang en het permanente karakter van de vastgestelde niet-naleving met inachtneming van artikel 35 van nr. 640/2014. § 3. De regeling van de verlaging en de weigering van de steun wordt ingedeeld in zeven niveaus die vastgelegd zijn als volgt : 1° niveau 1 : waarschuwing met verplichting tot herstel van het voorwerp waarvoor de verbintenis wordt aangegaan binnen de in de waarschuwing bepaalde termijn door het betaalorgaan of de door hem gemachtigd orgaan;2° niveau 2 : vermindering van 10 percent op de jaarlijkse betaling voor het landbouwperceel;3° niveau 3 : vermindering van 50 percent op de jaarlijkse betaling voor het landbouwperceel;4° Niveau 4 : afschaffing van de jaarlijkse betaling voor het betrokken landbouwperceel;5° niveau 5 : afschaffing van de jaarlijkse betaling voor bedoelde methode;6° niveau 6 : jaarlijkse afschaffing van de jaarlijkse betaling voor de betrokken methode, stopzetting van de verbintenis voor bedoelde methode en invordering van de bedragen die sinds het begin van de verbintenis voor bedoelde methode ontvangen werden;7° Niveau 7 : afschaffing van de methode en invordering van de bedragen die al ontvangen werden sinds het begin van de verbintenis en ontoegankelijkheid van de methode gedurende twee jaar. § 4. De Minister is bevoegd om een verlagingsrooster op te maken naar gelang van de tekortkomingen.

In behoorlijk gerechtvaardigde gevallen kan het betaalorgaan naar gelang van de ernst, de omvang en het permanente karakter van de vastgestelde niet-naleving een verlagingsniveau lager of hoger dan het niveau bepaald in de verlagingsrooster bepalen. § 5. Overeenkomstig artikel 35, § 5, van nr. 640/2014 en in geval van een ernstige niet-naleving gelet op de omvang van de gevolgen die ze heeft ten opzichte van de doeleinden van de verbintenissen of niet-nageleefde verplichting wordt de begunstigde van de betrokken methode uitgesloten tijdens het betrokken kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar uitgesloten en wordt de steun geweigerd, zelf geheel ingetrokken.

Overeenkomstig artikel 35, § 6, van nr. 640/2014 en wanneer vast komt te staan dat de begunstigde valse informatie heeft verstrekt om bijstand te ontvangen, of verzuimd heeft de nodige informatie te verstrekken, wordt de bijstand geweigerd of volledig ingetrokken.

Voorts wordt de begunstigde voor het kalenderjaar van de bevinding en het daaropvolgende kalenderjaar uitgesloten van een methode of soort gelijke verrichting. § 6. Als verschillende gevallen van niet-naleving van de voorwaarden voor dezelfde methode of hetzelfde landbouwperceel vastgesteld worden, stemt het niveau van de steunverlaging met het hoogste niveau overeen.

Als de onregelmatigheid zich herhaalt of aanhoudt gedurende dezelfde verbintenisperiode, wordt het niveau van de steunverlaging met twee niveaus verhoogd.

Art. 29.Onverminderd de artikelen 53 tot 56 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, zijn artikel 7 van verordening nr. 809/2014 en de artikelen D.258 tot D.260 van het Waalse Landbouwwetboek van toepassing in geval van niet-verschuldigde betaling. HOOFDSTUK XII. - Omzeilingsclausule en strafrechtelijke bepalingen

Art. 30.Overeenkomstig artikel 60 van nr. 1306/2013 wordt geen van de steunbedragen waarin dit besluit voorziet, toegekend aan landbouwers die kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om voor dergelijke steunbedragen of voor de verhoging ervan in aanmerking te komen die niet in overeenstemming zijn met de doelstellingen van dit besluit.

Art. 31.De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig titel 13 van het Waalse Landbouwwetboek. HOOFDSTUK XIII. - Machtigingen en afwijkingen

Art. 32.§ 1. De verantwoodelijke van het betaalorgaan of, in geval van afwezigheid of verhindering, de ambtenaar die hem vervangt : 1° wordt ertoe gemachtigd de uitgaven vast te leggen, goed te keuren en te ordonnanceren i.v.m. de agromilieu- en klimaatsteun betreffende de agromilieu- en klimaatmethodes; 2° legt elk document ter toelichting van de reglementaire bepalingen ten behoeve van de landbouwers en het stramien van de controleverslagen vast. § 2. De Minister : 1° legt de interne procedure vast en bepaalt welke documenten nodig zijn voor de aanvraag van het deskundigenadvies bedoeld in artikel 12;2° maakt de lijst op van de objectieve criteria op grond waarvan het deskundigenadvies bedoeld in het eerste lid, 1° opgemaakt wordt en legt de lijst aan de leidend ambtenaar van het betaalorgaan over. HOOFDSTUK XIV. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 33.Dit besluit is van toepassing op alle lopende steunaanvragen.

In afwijking van het eerste lid worden onderworpen aan de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 13 februari 2014 tot toekenning van agromilieusteun en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2008 betreffende de toekenning van toelagen voor een milieuvriendelijke landbouw : 1° de steun- of betalingsaanvragen ingediend voor het jaar 2015 en die het voorwerp uitmaken van een beroep met uitzondering van de steunaanvragen betreffende een verbintenis die op 1 januari 2015 begint;2° de betalingsaanvragen die de toekenning van een jaartranche over een periode voorafgaand aan het jaar 2015 beogen.

Art. 34.De landbouwers die ten gevolge van een openbaar onderzoek m.b.t. de Natura 2000-gebieden in aanmerking komen voor een schuldbemiddeling en die voor 30 maart een overeenkomst op basis van een deskundigenadvies hebben ondertekend en die de elementen van het advies van de deskundige sinds 1 januari hebben nageleefd, worden voor 2015 vanaf 1 januari 2015 als subsidiabel voor de steun betreffende de methode 4 "weide met een hoge biologische waarde" beschouwd voor de oppervlakten betrokken bij het deskundigenadvies.

De verbintenis wordt geacht genomen te zijn voor een duur van vijf jaar.

Art. 35.Het besluit van de Waalse Regering van 13 februari 2014 tot toekenning van agromilieusteun en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2008 betreffende de toekenning van toelagen voor een milieuvriendelijke landbouw wordt opgeheven.

Art. 36.De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 3 september 2015.

De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Landbouw, Natuur, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme en Sportinfrastructuren, afgevaardigde voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio, R. COLLIN

^