Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 20 juni 2019
gepubliceerd op 08 november 2019

Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de modaliteiten voor het verpachten van de landeigendommen van openbare eigenaars

bron
waalse overheidsdienst
numac
2019015077
pub.
08/11/2019
prom.
20/06/2019
ELI
eli/besluit/2019/06/20/2019015077/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

20 JUNI 2019. - Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de modaliteiten voor het verpachten van de landeigendommen van openbare eigenaars


De Waalse Regering, Gelet op het Burgerlijk Wetboek, Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 3: Regels betreffende de pacht in het bijzonder, artikel 18,

vervangen bij het decreet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/05/2019 pub. 08/11/2019 numac 2019015073 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van verscheidene wetgevingen inzake pacht type decreet prom. 02/05/2019 pub. 18/06/2019 numac 2019202697 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke volksraadpleging sluiten;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/05/2019 pub. 08/11/2019 numac 2019015073 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van verscheidene wetgevingen inzake pacht type decreet prom. 02/05/2019 pub. 18/06/2019 numac 2019202697 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke volksraadpleging sluiten tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake pacht, artikel 55, tweede lid, 2° ;

Gelet op het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 20 maart 2019 ;

Gelet op het rapport van 21 maart 2019 opgesteld overeenkomstig artikel 3, 2°, van het besluit van 11 april 2014 tot uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;

Gelet op het overleg tussen de gewestelijke Regeringen en de Federale Overheid van 21 maart 2019;

Gelet op het advies nr. 65.122/2 van de Raad van State, gegeven op 4 juni 2019, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Landbouw ;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° het goed: het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar en dat op grond van een pachtovereenkomst wordt verhuurd; 2° de eenmalige aanvraag: de eenmalige aanvraag in de zin van artikel D.3, 13°, van het Waalse Landbouwwetboek; 3° het bedrijf: het geheel van de productie-eenheden gelegen op het geografische grondgebied van de Europese Unie, in zelfstandig beheer van een inschrijver;4° de pachtwet: de afdeling 3 "Regels betreffende de pacht in het bijzonder" van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek;5° de Minister: de Minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid heeft;6° gebruikte landbouwoppervlakte: de voor de landbouwproductie gebruikte oppervlakte, rekening houdend met de kadastrale oppervlakte van het bedrijf van de inschrijver, verminderd met de oppervlakte van gebouwen, binnenplaatsen, wegen en braakliggende grond;7° maximale rentabiliteitsoppervlakte : de bovengrens van de oppervlakte van het landbouwbedrijf van de verhuurder waarboven de rechter, wanneer de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw heeft, de opzegging kan weigeren overeenkomstig artikel 12, § 7, eerste lid, 1° van de pachtwet;8° minimale rentabiliteitsoppervlakte : de ondergrens van de oppervlakte van het landbouwbedrijf van de verhuurder beneden welke de rechter, wanneer de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw heeft, de opzegging kan weigeren overeenkomstig artikel 12, § 7, eerste lid, 1° van de pachtwet; 9° productie-eenheid: de productie-eenheid in de zin van artikel D.3, 35°, van het Waalse Landbouwwetboek.

Art. 2.De in dit besluit bepaalde duur, termijnen en leeftijden worden berekend op basis van de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen door de openbare eigenaar.

Art. 3.Het advies van verpachting bedoeld in artikel 18, § 2, vierde lid, 1°, van de pachtwet bevat ten minste de volgende gegevens: 1° de kadastrale aanduiding van de percelen zoals vermeld op het uittreksel uit de kadastrale legger en met vermelding van ten minste : a) het landbouwgebied;b) de gemeente;c) de afdeling;d) de sectie;e) het nummer van het perceel;f) de oppervlakte ;g) indien de straatnaam of plaatsnaam wordt vermeld;2° de identiteit van de openbare eigenaar van het goed;3° de verwijzing naar het bestek die van toepassing is op de procedure van verpachting en de modaliteiten voor de raadpleging en het verkrijgen van een kopie van het bestek;4° de modaliteiten voor het indienen van inschrijvingen, met inbegrip van de uiterste datum en tijd waarbinnen de openbare eigenaar de inschrijvingen moet hebben ontvangen.5° het type pachtcontract dat door de overheid wordt voorgesteld.

Art. 4.De Minister kan het typemodel van bestek ten indicatieve titel bedoeld in artikel 18, § 2, vierde lid, 2°, van de pachtwet, vastleggen.

Het bestek bevat uitsluitingscriteria op grond waarvan een inschrijver kan worden uitgesloten en gunningscriteria die worden gewogen.

Art. 5.§ 1. Om geselecteerd te worden, moet elke kandidaat voor de huur van een goed aan de volgende drie criteria voldoen: 1° de inschrijver is in het bezit van een studiegetuigschrift of een diploma met landbouworiëntatie als bedoeld in artikel 35, lid 4, van de pachtwet of beschikt over ten minste één jaar ervaring als landbouwer gedurende de laatste vijf jaar;2° de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver is kleiner dan of gelijk aan de maximale rentabiliteitsoppervlakte;3° de inschrijver voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de sociale, fiscale en milieuwetgeving en -regelgeving inzake de uitoefening van zijn landbouwactiviteit, namelijk: a) geen sanctie is opgelegd voor een milieuovertreding van eerste categorie zoals omschreven in deel VIII van boek I van het Milieuwetboek;b) niet is bestraft voor een milieuovertreding van eerste, tweede, derde of vierde categorie zoals omschreven in deel VIII van boek I van het Milieuwetboek met betrekking tot zijn landbouwactiviteit gedurende de laatste drie jaar of gedurende de laatste vijf jaar in het geval van een recidive;c) staat bekend om de betaling van de sociale bijdragen en alle schulden aan de Algemene Administratie van de Fiscaliteit en aan de publieke eigenaar, met uitzondering van het volgende: (1) wanneer het niet-betaalde bedrag niet hoger is dan 3000 euro; (2) indien de inschrijver kan aantonen dat hij t.o.v de Algemene Administratie van de Fiscaliteit of de eigenaar van het goed een of meerdere zekere en opeisbare schuldvorderingen heeft en vrij is van enige verplichting jegens derden. Deze schuldvorderingen bedragen ten minste een bedrag dat gelijk is aan het bedrag waarvoor hij een betalingsachterstand heeft. Dit laatste bedrag wordt verminderd met 3000 euro.

Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, is, wanneer de inschrijving wordt ingediend door een gewone vennootschap, slechts één van de leden van de gewone vennootschap vereist om aan dit criterium te voldoen.

Wanneer het inschrijvingsvoorstel afkomstig is van een ander type vennootschap, is aan het criterium voldaan zodra een van de bestuurders aan het criterium voldoet. § 2. Het loutere feit van de indiening van de inschrijving vormt een impliciete verklaring op erewoord dat de inschrijver niet in een van de in lid 1 bedoelde uitsluitingsgevallen verkeert.

Tenzij in het bestek anders is bepaald, is de toepassing van de in de eerste alinea bedoelde impliciete verklaring alleen van toepassing op documenten of certificaten betreffende uitsluitingssituaties die vrij toegankelijk zijn voor de openbare eigenaar. Voor elementen die niet onder de impliciete verklaring vallen, verstrekt de inschrijver de volgende documenten om aan te tonen dat aan de in lid 1 genoemde criteria is voldaan: 1° een afschrift hetzij: a) van het studiegetuigschrift of van het diploma met landbouworiëntatie bedoeld in paragraaf 1, 1;b) van de overname-overeenkomst ;c) van de arbeidsovereenkomst;d) van de aansluiting bij een Sociale Verzekeringskas met vermelding van de datum van installatie als landbouwer;2° een afschrift per uittreksel van de laatste eenmalige aanvraag met zijn identificatiegegevens en de gegevens betreffende de percelen die hij exploiteert, met inbegrip van alle afbeeldingen van die percelen, of, indien hij geen eenmalige aanvraag indient, een cartografie van zijn bedrijf, vergezeld van een kopie van de pachtovereenkomsten, eigendomstitels of enig ander document dat betrekking heeft op de percelen die hij exploiteert of, bij ontstentenis daarvan, een verklaring op erewoord met vermelding van de gronden die hij exploiteert;3° een uittreksel uit het strafregister;4° een verklaring op erewoord van minder dan een maand, ondertekend door de inschrijver, dat hij geen boete heeft ontvangen wegens niet-naleving van de milieuwetgeving met betrekking tot zijn landbouwactiviteit overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 3°, a) en b);5° een afschrift van de attesten van de bevoegde sociale en fiscale administraties van minder dan zes maanden geleden. § 3. De openbare eigenaar kan de naleving van het criterium voorzien in paragraaf 1, 3°, b, controleren door middel van de aanvraag voorzien in artikel D.163, lid 7, van Boek I van het Milieuwetboek.

Art. 6.Alle bij de verpachting van een goed gebruikt bestek bevat ten minste de volgende vier gunningscriteria: 1° de leeftijd van de inschrijver;2° de gebruikte landbouwoppervlakte van het bedrijf ten opzichte van de minimale en de maximale rentabiliteitsoppervlakte;3° de nabijheid van het bedrijf bij het goed;4° de oppervlakte van de grond die eigendom is van eender welke openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd.

Art. 7.§ 1. De leeftijd van de in artikel 6, 1°, bedoelde inschrijver wordt door hem in de inschrijving vermeld en door de openbare eigenaar geverifieerd door middel van het Rijksregister van natuurlijke personen of door de inschrijver bevestigt door een afschrift van zijn identiteitskaart wanneer de openbare eigenaar geen toegang heeft tot het Rijksregister van natuurlijke personen.

Wanneer de inschrijving afkomstig is van een gewone vennootschap, wordt alleen de leeftijd van het jongste lid van de gewone vennootschap die aan de voorwaarden van artikel 5 voldoet, in aanmerking genomen.

Wanneer de inschrijving afkomstig is van een vennootschap, wordt alleen de leeftijd van de jongste bestuurder die aan de voorwaarden van artikel 5 voldoet, in aanmerking genomen. § 2. De beoordeling die wordt toegekend aan het criterium "leeftijd van de inschrijver" varieert naargelang de leeftijd van de inschrijver: 1° jonger dan 35 jaar;2° van vijfendertig jaar oud tot minder dan eenenveertig jaar oud;3° van eenenveertig jaar en ouder.

Art. 8.§ 1. De gebruikte landbouwoppervlakte bedoeld in artikel 6, 2°, wordt bevestigd dankzij het verschaffen door de inschrijver van het afschrift per uittreksel van de laatste eenmalige aanvraag met zijn identificatiegegevens en de gegevens betreffende de percelen die hij exploiteert, met inbegrip van alle afbeeldingen van die percelen, of, indien hij geen eenmalige aanvraag indient, een cartografie van zijn bedrijf, vergezeld van een kopie van de pachtovereenkomsten, eigendomstitels of enig ander document dat betrekking heeft op de percelen die hij exploiteert of, bij ontstentenis daarvan, een verklaring op erewoord met vermelding van de gronden die hij exploiteert § 2. De beoordeling die wordt toegekend aan het criterium "gebruikte landbouwoppervlakte ten opzichte van de minimale en de maximale rentabiliteitsoppervlakte" varieert naargelang de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver voor de verhuring van het goed: 1° minder dan of gelijk is aan de minimale rentabiliteitsoppervlakte;2° groter is dan de minimale rendabiliteitoppervlakte en kleiner dan of gelijk is aan de maximale rendabiliteitsoppervlakte. De beoordeling wordt verhoogd met een vast aantal punten indien de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver plus de oppervlakte van het toe te kennen goed onder de minimale rendabiliteitsoppervlakte blijft. § 3. Voor de toepassing van paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt de toewijzing van een beoordeling verkregen op basis van de lineaire en continue functie tussen de minimale rendabiliteitsoppervlakte en de maximale rendabiliteitsoppervlakte die het verband legt tussen de vóór de verhuur van het goed gebruikte landbouwgrond en het aantal punten dat aan het criterium is toegekend.

Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver die een gebruikte landbouwoppervlakte exploiteert voor het verhuren van het goed en dat niet groter is dan de minimale rendabiliteitsoppervlakte.

Er wordt geen punt toegekend aan de inschrijver die een gebruikte landbouwoppervlakte exploiteert voor het verhuren van het goed en dat gelijk is aan de maximale rendabiliteitsoppervlakte.

Art. 9.§ 1. De nabijheid van het bedrijf t.o.v. het goed bedoeld in artikel 6, 3°, wordt bevestigd dankzij het verschaffen door de inschrijver van het afschrift per uittreksel van de laatste eenmalige aanvraag met zijn identificatiegegevens en de gegevens betreffende de percelen die hij exploiteert, met inbegrip van alle afbeeldingen van die percelen, of, indien hij geen eenmalige aanvraag indient, een cartografie van zijn bedrijf, vergezeld van een kopie van de pachtovereenkomsten, eigendomstitels of enig ander document dat betrekking heeft op de percelen die hij exploiteert of, bij ontstentenis daarvan, een verklaring op erewoord met vermelding van de gronden die hij exploiteert § 2. De beoordeling toegekend aan het criterium "nabijheid van het bedrijf t.o.v. het goed" is de som van de beoordelingen die worden toegekend aan de volgende twee subcriteria: 1° de kortste afstand tussen de grens van het perceel dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd en die het dichtst bij het goed staat en de grens van het goed;2° de kortste afstand tussen het adres van de productie-eenheid van de inschrijver die zich het dichtst bij het goed bevindt en de grens van het goed. § 3. Voor de toepassing van paragraaf 2, 1°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die de kortste afstand tussen de grens van het perceel dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd dat het dichtst bij het goed is gelegen en de grens van het goed verbindt met het aantal punten die aan dit criterium is toegekend.

Het maximale aantal punten wordt toegekend aan de inschrijver die het perceel dat het dichtst bij het goed ligt, exploiteert.

Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver die het perceel het verste van het goed exploiteert. § 4. Voor de toepassing van paragraaf 2, 2°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die de kortste afstand tussen het adres van de productie-eenheid van de inschrijver die het dichtst bij het goed is gelegen en de grens van het goed verbindt met het aantal punten die aan dit criterium is toegekend.

Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens adres van de productie-eenheid het dichtst bij het goed ligt.

Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens adres van de productie-eenheid het verst van het goed verwijderd is.

Art. 10.§ 1. De oppervlakte van de grond die toebehoort aan een openbare eigenaar die wordt geëxploiteerd door de inschrijver bedoeld in artikel 6, 4°, wordt bevestigd door de inschrijver die een afschrift van de lopende pachtovereenkomsten op gronden die toebehoorden aan een openbare eigenaar, verstrekt. § 2. De beoordeling die wordt toegekend aan het criterium "oppervlakte grond die toebehoort aan een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd" is het resultaat van de toevoeging van de beoordelingen die aan de volgende vier subcriteria worden toegekend: 1° de gebruikte landbouwoppervlakte zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed;2° de totale oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd, zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed;3° het procentuele aandeel van de oppervlakte van de goederen van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd, zonder rekening te houden met de oppervlakte van het goed dat in de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver wordt toegewezen;4° het procentuele aandeel van de oppervlakte van de goederen van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd, rekening houdend met het toe te kennen goed in de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver; § 3. Voor de toepassing van lid 2, punt 1, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die de gebruikte landbouwoppervlakte met elkaar verbindt, zonder rekening te houden met het toe te kennen goed en het aantal punten dat aan het criterium is toegekend.

Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens gebruikte landbouwoppervlakte, zonder rekening te houden met het toe te kennen goed, het kleinst is Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens landbouwoppervlakte, zonder rekening te houden met het toe te kennen goed, het grootst is. § 4. Voor de toepassing van lid 2, 2°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die de totale oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd vóór de verhuur van het goed en het aantal punten die aan dit criterium wordt toegekend, verbindt. 2° Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens totale oppervlakte van goederen die eigendom zijn van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed, het kleinst is.2° Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens totale oppervlakte van de goederen die eigendom zijn van een openbare eigenaar en reeds geëxploiteerd worden zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed, de grootste is. § 5. Voor de toepassing van paragraaf 2, 3°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die het percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd zonder dat rekening wordt gehouden met de oppervlakte van het goed dat zal worden toegewezen in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver en het aantal punten dat wordt toegekend aan dit criterium, verbindt.

Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver, het kleinst is.

Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver, het grootste is. § 6. Voor de toepassing van paragraaf 2, 4°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die het percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd, rekening houdend met de oppervlakte van het goed dat zal worden toegewezen in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver en het aantal punten dat wordt toegekend aan dit criterium, verbindt.

Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd rekening houdend met de oppervlakte van het toe te wijzen goed in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver, het kleinst is.

Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd rekening houdend met de oppervlakte van het toe te wijzen goed in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver, het grootste is.

Art. 11.Het aantal punten toegekend aan de criteria van de artikelen 6 tot 10 wordt in de bijlage bepaald.

Wanneer in het bestek aanvullende criteria worden opgenomen door de overheid, bedraagt de weging van de gunningscriteria waarin dit besluit voorziet, ten minste vijftig procent van de te gunnen punten en tellen de aanvullende criteria elk mee voor maximaal twintig punten.

In het geval van een decimaal resultaat, gebeurt de afronding naar boven op de bovenste tiende als het cijfer voor de tiende groter is dan of gelijk is aan vijf, en naar beneden op de onderste tiende als het cijfer voor de tiende kleiner is dan vijf.

Art. 12.Ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, worden de persoonsgegevens die op grond van de artikelen 5, § 2, en 7 tot 10 zijn ingezameld, door de openbare eigenaar van het goed, die als verantwoordelijke voor de verwerking optreedt, uitsluitend verwerkt met het oog op de beoordeling van de criteria bedoeld in de artikelen 5, § 1, en 6, en om het bewijs hiervan te bevestigen.

De gegevens worden door de openbare eigenaar van het goed gedurende een periode van tien jaar bewaard.

Art. 13.Treden in werking op 1 januari 2020 : 1° artikel 17 van het decreet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/05/2019 pub. 08/11/2019 numac 2019015073 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van verscheidene wetgevingen inzake pacht type decreet prom. 02/05/2019 pub. 18/06/2019 numac 2019202697 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke volksraadpleging sluiten tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake pacht;2° dit besluit.

Art. 14.De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 20 juni 2019.

Voor de Regering: De Minister-President, W. BORSUS De Minister van Landbouw, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme, Erfgoed en afgevaardigd bij de Grote Regio, R. COLLIN

Bijlage. Toekenning van punten aan de criteria omschreven in artikel 6

1. Leeftijd van de inschrijver

Variatie van het criterium

Aantal toegekende punten

Minder dan 35 jaar

40

Tussen 35 en 40 jaar inbegrepen

32

Ouder dan of gelijk aan 41 jaar

0


2.Gebruikte landbouwoppervlakte, hierna SAU genoemd, ten opzichte van de minimale rentabiliteitsoppervlakte, hierna SmR genoemd, en de maximale rentabiliteitsoppervlakte, hierna SMR genoemd.

Variatie van het criterium

Aantal toegekende punten

SAU buiten de oppervlakte van het goed < SmR

16

SmR < SAU buiten de oppervlakte van het goed = SMR

In weging te nemen volgens artikel 8, § 3

SAU verhoogd met de oppervlakte van het goed < SmR

Verhoging met 4 punten


3. Nabijheid van het bedrijf t.o.v. het goed - 3.1. en 3.2. toevoegen

3.1. Afstand tot de grens van het dichtstbijzijnde perceel

Variatie van het subcriterium

Aantal toegekende punten

De kortste

10

De langste

0

Tussentijdse situatie

In weging te nemen volgens artikel 9, § 3

3.2. Afstand ten opzichte van het adres van de bedrijfseenheid

Variatie van het subcriterium

Aantal toegekende punten

De kortste

10

De langste

0

Tussentijdse situatie

In weging te nemen volgens artikel 9, § 4


4. Uitdeling van de goederen die tot een openbare eigenaar behoren - 4.1. en 4.2. toevoegen

4.1. Zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te kennen goed - 4.1.1., 4.1.2. en 4.1.3. toevoegen

4.1.1. Variatie van het subcriterium

Aantal toegekende punten

Laagste initiële SAU

4

Hoogste initiële SAU

0

Tussentijdse situatie

In weging te nemen volgens artikel 10, § 3

4.1.2. Variatie van het subcriterium

Aantal toegekende punten

Aantal hectaren goed van de laagste openbare eigenaar

4

Aantal hectaren goed van de hoogste openbare eigenaar

0

Tussentijdse situatie

In weging te nemen volgens artikel 10, § 4

4.1.3. Variatie van het subcriterium

Aantal toegekende punten

Percentage van het aantal hectaren van goederen van de laagste openbare eigenaar

4

Percentage van het aantal hectaren van goederen van de hoogste openbare eigenaar

0

Tussentijdse situatie

In weging te nemen volgens artikel 10, § 5

4.2. Rekening houdend met de oppervlakte van het toe te kennen goed

Variatie van het subcriterium

Aantal toegekende punten

Percentage van het aantal goederen van de laagste openbare eigenaar

8

Percentage van het aantal goederen van de hoogste openbare eigenaar

0

Tussentijdse situatie

In weging te nemen volgens artikel 10, § 6


Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 20 juni 2019 tot vastlegging van de modaliteiten voor het verpachten van de landeigendommen van openbare eigenaars.

Namen, 20 juni 2019.

Voor de Regering: De Minister-President, W. BORSUS De Minister van Landbouw, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme, Erfgoed en afgevaardigd bij de Grote Regio, R. COLLIN

^