Besluit Van De Waalse Regering van 30 april 2009
gepubliceerd op 19 juni 2009
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde

bron
waalse overheidsdienst
numac
2009202572
pub.
19/06/2009
prom.
30/04/2009
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

30 APRIL 2009. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2002 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector en andere wetsbepalingen


De Waalse Regering, Gelet op Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de minimissteun;

Gelet op het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector, inzonderheid op de artikelen 6 en 13;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2002 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector en andere wetsbepalingen;

Overwegende dat de Regering, wanneer ze artikel 5 van voornoemd decreet van 25 april 2002 wijzigt, overeenkomstig artikel 6 van hetzelfde decreet hetzij het werkloosheidsvolume, hetzij de beginselen en de doelstellingen van de duurzame ontwikkeling of de creatie van banen in overweging neemt;

Dat, rekening houdend met de huidige economische conjunctuur, het risico van een toename van het werkloosheidsvolume in de commerciële sector immers reëel is en dat het o.a. past het toepassingsgebied van voornoemd decreet van 25 april 2002 tot nieuwe sectoren uit te breiden;

Dat de Regering zodoende in de lijn wenst te liggen van de beginselen en doelstellingen van de duurzame ontwikkeling en de creatie van banen door het ondersteunen van de dynamiek van banencreatie voor de laaggeschoolde jongeren, gestimuleerd door het "Plan d'Actions prioritaires pour l'Avenir wallon" (Plan van prioritaire acties voor de toekomst van Walloniê), in een sociaal-economische context van financiële crisis, die bijzonder nadelig is voor de broze doelgroepen waarvan zij deel uitmaken;

Overwegende dat de Regering, wanneer ze de artikelen 7 tot 11 van voornoemd decreet van 25 april 2002 wijzigt, overeenkomstig artikel 13 van hetzelfde decreet hetzij de structurele evolutie van de werkloosheid, hetzij de betrokken activiteitensectoren, hetzij de Europese regelgeving, hetzij de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglegmentering in overweging neemt;

Gelet op het overleg gepleegd met de Federale Overheid belast met Tewerkstelling, overeenkomstig artikel 6, § 3bis, 1°, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980;

Gelet op het advies van de "Conseil supérieur des villes, communes et provinces de la Région wallonne" (Hoge raad van steden, gemeenten en provincies van het Waalse Gewest), gegeven op 12 januari 2009;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling), gegeven op 20 januari 2009;

Gelet op het advies van de "Conseil économique et social de la Région wallonne" (Sociaal-economische raad van het Waalse Gewest) nr. A 963, aangenomen op 9 februari 2009;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 3 december 2008;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 5 december 2008;

Gelet op het advies nr. 46/297/2 van de Raad van State, gegeven op 20 april 2009, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector

Artikel 1.Artikel 3, § 1, 1°, van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector, gewijzigd bij het decreet van 14 december 2006, wordt vervangen als volgt : "1° de instellingen bedoeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;".

Art. 2.In artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : "§ 2.Met inachtneming van de Europese regels die de sectorale tegemoetkomingen regelen, is dit decreet niet van toepassing op de kleine en middelgrote ondernemingen, noch op de in paragraaf 1 bedoelde spin-offs die activiteiten uitoefenen die ressorteren onder de sectoren of sectorgedeelten opgenomen in de volgende afdelingen, klassen en subklassen : 1° 10.10 tot 10.30, 11, 12, 23.30, 40.10 tot 40.30 en 41 van de activiteitennomenclatuur uitgewerkt door het Nationaal Instituut voor Statistieken (tweede uitgave 1998) in een geharmoniseerd Europees kader, opgelegd bij Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap, zoals gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 761/93 van de Commissie van 24 maart 1993, hierna "code NACE BEL" genoemd; 2° 50.10 tot 50.50 van de code NACE-BEL; 3° 51.11 tot 51.19 van de code NACE-BEL; 4° 52.11 tot 52.74 van de code NACE-BEL; 5° 55.21 tot 55.52 van de code NACE-BEL, met uitzondering van de subklasse 55.231 van de code NACE-BEL; 6° 60.10 tot 60.23 van de code NACE-BEL; 7° 50.10 van de code NACE-BEL; 8° 65 tot 70.32 van de code NACE-BEL; 9° 71.10 tot 71.40 van de code NACE-BEL; 10° 80.10 tot 80.42 van de code NACE-BEL, alsook de activiteiten i.v.m. opleidingscursussen; 11° 85.11 tot 85.32 van de code NACE-BEL; 12° 92 van de code NACE-BEL, met uitzondering van de klassen 92.11, 92.53 en de subklasse 92.332 van de code NACE-BEL, alsook de uitbatingen van toeristische bezienswaardigeheden; 13° 93 van de code NACE-BEL, met uitzondering van de subklasse 93.011 van de code NACE-BEL; 14° 50.10 van de code NACE-BEL; 15° de vrije beroepen of de verenigingen opgericht door die personen;16° de ondernemingen die parkeerterreinen uitbaten;17° de dierenpensions en alles wat gezelschapsdieren betreft;18° de landbouwexploitanten en de coöperatieven voor verwerking en commercialisering die in aanmerking komen voor landbouwsteun. De verwijzing naar de code NACE-BEL houdt in dat de onderneming vermoedelijk onder de activiteitendomeinen ressorteert. Ze kan vaststellen dat de code NACE-BEL die haar toegewezen wordt niet overeenstemt met haar activiteitendomein of met het geplande investeringsprogramma en dat ze stappen bij de Kruisbank van Ondernemingen heeft ondernomen om één of meer andere te verkrijgen."; 2° er wordt een paragraaf 2bis bis ingevoegd, luidend als volgt : "§ 2bis.De kleine en middelgrote ondernemingen, alsook de spin-offs bedoeld in § 1, die krachtens artikel 19bis steun genieten met inachtneming van Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de minimissteun en die activiteiten uitoefenen waarop de punten 1°, 12°, 13, 17° en 18° van § 2, alsook de punten 2° tot 5° van dezelfde paragraaf van toepassing zijn, worden evenwel niet uitgesloten uit het toepassingsgebied bedoeld in paragraaf 2, op voorwaarde dat ze, wat die vier punten aangaat, vóór de steunverlening hoogstens vijf voltijds equivalent werknemers tellen."; 3° er wordt een paragraaf 2ter bis ingevoegd, luidend als volgt : "§ 2ter.De Regering is bevoegd voor het opmaken van een conversietabel van de code NACE BEL gebruikt in de paragrafen 2 en 2bis om rekening te houden met de nieuwe activiteitennomenclatuur bedoeld in Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees parlement en van de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) Nr. 3037/90 van de raad, evenals van sommige verordeningen (EG) betreffende specifieke statistische gebieden."; 4° in paragraaf 3 wordt punt 5° vervangen als volgt : "5° een kleine of middelgrote onderneming zijn overeenkomstig de volgende criteria : a) minder dan tweehonderdvijftig bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ingeschreven werknemers tewerkstellen;b) hetzij een jaaromzet van hoogstens 40 miljoen euro, hetzij een totale jaarbalans van hoogstens 27 miljoen euro voorleggen; c) het zelfstandigheidsbeginsel in acht nemen zoals bepaald in paragraaf 4;"; 5° in paragraaf 3 wordt punt 6° vervangen als volgt : "6° niet een onderneming in moeilijkheden zijn, m.a.w. een onderneming die de volgende voorwaarden vervult : a) in het geval van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid : wanneer meer dan de helft van het maatschappelijk kapitaal is verdwenen en meer dan een kwart van dit kapitaal tijdens de afgelopen twaalf maanden is verloren gegaan, of b) in het geval van een vennootschap waarvan ten minste enkele vennoten onbeperkte aansprakelijkheid voor de schulden van de vennootschap hebben : wanneer meer dan de helft van het eigen vermogen, zoals in de jaarrekening van de vennootschap wordt vermeld, is verdwenen en meer dan een kwart van dit vermogen tijdens de afgelopen twaalf maanden is verloren gegaan, of c) voor alle ondernemingsvormen : wanneer de onderneming volgens het nationale recht aan de voorwaarden voldoet om aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen. Een onderneming die sinds minder dan drie jaar als vennootschap opgericht is wordt niet beschouwd als een onderneming in moeilijkheden wat die periode betreft, tenzij ze voldoet aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid, c) ;"; 6° paragraaf 4 wordt gewijzigd als volgt : "§ 4.Een onderneming wordt als zelfstandig beschouwd wanneer ze niet voor 25 % of meer van het kapitaal of van de stemrechten in handen is van een onderneming of van verschillende ondernemingen gezamenlijk die niet beantwoorden aan de definitie van paragraaf 3, 1° en 5°.

Die drempel kan overschreden worden in twee gevallen : 1° indien de onderneming in handen is van openbare participatievennootschappen, risicokapitaalvennootschappen of institutionele investeerders en op voorwaarde dat ze, afzonderlijk of gezamenlijk, geen controle op de onderneming voeren; 2° als uit de verspreiding van het kapitaal blijkt dat het onmogelijk is te weten wie het in handen heeft en dat de onderneming verklaart wettig te mogen vermoeden dat het niet voor 25 % of meer in handen is van één onderneming of van verschillende ondernemingen gezamenlijk die aan de definitie van de kleine en middelgrote onderneming beantwoorden."; 7° paragraaf 7 wordt gewijzigd als volgt : "§ 7.Er wordt verstaan onder : 1° "openbare participatievennootschappen" : de openbare investeringsmaatschappijen, namelijk de Nationale Investeringsmaatschappij, de "Société régionale d'Investissement de Wallonie" (Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Wallonië), de "Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen", de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun dochtermaatschappijen, met inbegrip van de beheers- en participatiemaatschappij; 2° "risicokapitaalvennootschappen" : de investeringsmaatschappijen die ondernemingen fondsen ter beschikking stellen die geïnvesteerd worden in de vorm van eigen of nagenoeg eigen fondsen, o.a. in de vorm van participaties of ondergeschikte leningen, ongeacht het bedrag; 3° "institutionele investeerders" : de banken, met uitzondering van de "Société de gestion et de participation et de la Caisse d'Investissement wallonne" (Beheers- en participatiemaatschappij en Waalse investeringskas), de verzekeringsmaatschappijen en beleggingsfondsen op voorwaarde dat ze niet meer dan 49 % van het maatschappelijk kapitaal van de in artikel 5, § 3, 1° en 5°, bedoelde onderneming in handen hebben;".

Art. 3.Artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005, wordt vervangen als volgt : "

Art. 7.De betrekkingen bedoeld in dit decreet kunnen bekleed worden door de niet-werkende werkzoekenden die als dusdanig ingeschreven zijn bij het "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en tewerkstelling), met uitzondering van de werkzoekenden die een zelfstandige activiteit uitoefenen.

De toestand van de personen bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld de dag voor de inwerkingtreding van het attest bedoeld in artikel 13."

Art. 4.Artikel 8 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005, wordt vervangen als volgt : "

Art. 8.De betrekkingen bedoeld in dit decreet kunnen eveneens bekleed worden door : 1° de niet-werkende werkzoekenden bedoeld in artikel 7 die sinds vierentwintig maanden zonder onderbreking ingeschreven zijn;2° de rechthebbenden op het leefloon bepaald bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op sociale integratie en die sinds minstens twaalf maanden zonder onderbreking ingeschreven zijn;3° de rechthebbenden op de financiële sociale tegemoetkoming die : a) hetzij voor onbeperkte duur mogen verblijven;b) hetzij mogen verblijven overeenkomstig artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, voor zover de verlenging van het verblijf onderworpen is aan de voorwaarde dat een betrekking bekleed wordt;c) hetzij overeenkomstig de artikelen 9, 9bis of 10 van voornoemde wet van 15 december gemachtigd worden voor een beperkte duur te verblijven, voor zover uitdrukkelijk voorzien wordt in de mogelijkheid van een verblijfvergunning voor een onbepaalde duur; en die sinds minstens twaalf maanden als werkzoekende ingeschreven zijn; 4° de rechthebbenden op een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, die geen bezoldigde activiteit uitoefenen en sinds minstens 12 maanden als werkzoekende ingeschreven zijn;5° de werkzoekenden bedoeld in artikel 7, jonger dan vijfentwintig jaar of ouder dan vijftig jaar, die sinds minstens twaalf maanden zonder onderbreking als werkzoekende ingeschreven zijn;6° de rechthebbenden op het leefloon bepaald bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op sociale integratie en die sinds minstens twaalf maanden zonder onderbreking ingeschreven zijn;7° de rechthebbenden op de financiële sociale tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3°, a, b en c, jonger dan vijfentwintig jaar of ouder dan vijftig jaar, die sinds minstens zes maanden zonder onderbreking als werkzoekende ingeschreven zijn. De toestand van de personen bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld de dag voor de inwerkingtreding van het attest bedoeld in artikel 13."

Art. 5.Artikel 9 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005, wordt vervangen als volgt : "

Art. 9.De betrekkingen bedoeld in dit decreet kunnen eveneens bekleed worden door : 1° de niet-werkende werkzoekenden bedoeld in artikel 7 die sinds achtenveertig maanden zonder onderbreking ingeschreven zijn;2° de rechthebbenden op het leefloon bepaald bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op sociale integratie en die sinds minstens vierentwintig maanden zonder onderbreking ingeschreven zijn;3° de rechthebbenden op de financiële sociale tegemoetkoming die : a) die hetzij voor onbeperkte duur mogen verblijven;b) hetzij mogen verblijven overeenkomstig artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, voor zover de verlenging van het verblijf onderworpen is aan de voorwaarde dat een betrekking bekleed wordt;c) hetzij overeenkomstig de artikelen 9, 9bis of 10 van voornoemde wet van 15 december gemachtigd worden voor een beperkte duur te verblijven, voor zover uitdrukkelijk voorzien wordt in de mogelijkheid van een verblijfvergunning voor een onbepaalde duur, en die sinds minstens vierentwintig maanden als werkzoekende ingeschreven zijn;4° de rechthebbenden op een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, die geen bezoldigde activiteit uitoefenen en sinds minstens vierentwintig maanden als werkzoekende ingeschreven zijn;5° de werkzoekenden bedoeld in artikel 7, jonger dan vijfentwintig jaar of ouder dan vijftig jaar, die sinds minstens vierentwintig maanden zonder onderbreking als werkzoekende ingeschreven zijn;6° de rechthebbenden op het leefloon bepaald bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op sociale integratie, jonger dan vijfentwintig jaar of ouder dan vijftig jaar, en die sinds minstens twaalf maanden zonder onderbreking ingeschreven zijn;7° de rechthebbenden op de financiële sociale tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3°, a, b en c, jonger dan vijfentwintig jaar of ouder dan vijftig jaar, die sinds minstens twaalf maanden zonder onderbreking als werkzoekende ingeschreven zijn.8° de personen die in de loop van de afgelopen twaalf maanden gedurende minstens zes maanden een beroepsopleiding gevolgd hebben die gegeven wordt door een instelling die geheel of gedeeltelijk door het Waalse Gewest gefinancierd wordt en waarvan de lijst door de Regering bepaald wordt;9° de werkzoekenden die in de loop van de afgelopen twaalf maanden in dienst genomen werden in het kader van een doorstromingsprogramma, overeenkomstig het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma;10° de werkzoekenden die in de loop van de afgelopen twaalf maanden het voorwerp zijn geweest van een begeleiding door een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling, krachtens het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling;11° de werkzoekenden die in de loop van de afgelopen vierentwintig maanden een inschakelingskrediet-contract met de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" hebben gesloten, overeenkomstig het decreet van 1 april 2004 betreffende het geïntegreerd stelsel inzake socio-professionele inschakeling;12° de in het Waalse Gewest woonachtige personen die : a) als "gehandicapte personen" geregistreerd zijn bij het "Agence wallonne pour l'Intégration des Personnes handicapées" (Waals agentschap voor de integratie van Gehandicapte Personen), bij het "Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap", vroeger "Vlaams Fonds voor Personen met een Handicap" genoemd, bij de Brusselse Franstalige dienst voor mindervaliden of bij de "Dienststelle für Personen mit Behinderung";b) een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming ontvangen krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten;c) aan wie het Directoraat-generaal Personen met een handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid een attest afgeleverd heeft met het oog op de toekenning van sociale en fiscale voordelen;d) het slachtoffer zijn van een arbeidsongeval of van een beroepsziekte en die kunnen bewijzen dat ze voor minstens 66 % permanent arbeidsongeschikt zijn aan de hand van een attest van het Fonds van Arbeidsongevallen, het Fonds van Beroepsziekten of van de bevoegde geneeskundige overeenkomstig de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector of een gelijkwaardig stelsel;e) het slachtoffer zijn van een ongeval van gemeen recht en die ingevolge een rechterlijke beslissing kunnen bewijzen dat ze voor minstens 66 % permanent arbeidsongeschikt zijn;f) in het bezit zijn van een invaliditeitserkenningsattest afgeleverd door hun verzekeringsinstelling of door het RIZIV. De toestand van de personen bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld de dag voor de inwerkingtreding van het attest bedoeld in artikel 13."

Art. 6.Artikel 10 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005, wordt vervangen als volgt : "

Art. 10.Voor de toepassing van de artikelen 8 en 9 worden de volgende periodes beschouwd als niet onderbrekend en gelijkgesteld met periodes van inschrijving als werkzoekende : 1° de periodes in de loop waarvan de werkzoekende gebonden is door één of meer al dan niet opeenvolgende arbeidscontracten, hoogstens zes maanden in totaal;2° de periodes tewerkstelling op een arbeidspost, zoals erkend overeenkomstig de algemene regelgeving betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, genomen krachtens artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van de langdurige werklozen op de arbeidsmarkt of andere wetgevingen;3° de tewerkstellingsperiodes in het kader van de bepalingen betreffende de startbaanovereenkomst bedoeld in hoofdstuk VIII van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid of van elke wetgeving met hetzelfde voorwerp;4° de tewerkstellingsperiodes in het kader van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;5° de tewerkstellingsperiodes in het kader van de wetgevingen genomen ter bevordering van de alternerende opleiding op federaal, gemeenschappelijk of gewestelijk niveau, alsook op het niveau van de Franse Gemeenschapscommissie;6° de tewerkstellingsperiodes in het kader van een doorstromingsprogramma, overeenkomstig voornoemd decreet van 18 juli 1997;7° de tewerkstellingsperiodes in het kader van dit decreet;8° de periodes in de loop waarvan de personen bedoeld in artikel 7 niet als werkzoekende ingeschreven waren ingevolge een vrijwillige loopbaanonderbreking met het oog op de opvoeding van hun kinderen of op de tenlasteneming van naasten in een toestand van afhankelijkheid of van gebrek aan autonomie;9° de periodes die aanleiding gegeven hebben tot de betaling van een uitkering overeenkomstig de wettelijke of reglementaire bepalingen inzake verplichte ziekte- of invaliditeitsverzekering of inzake moederschapsverzekering;10° de tewerkstellingsperiodes in het kader van het programma "Plan Formation Insertion" (Plan vorming inschakeling), zoals bedoeld in het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien; 11° de periodes opsluiting in een gevangenisinrichting of in een inrichting tot bescherming van de maatschappij."

Art. 7.Artikel 11 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "

Art. 11.Voor de toepassing van de artikelen 8 en 9 worden de periodes tewerkstelling overeenkomstig de artikelen 60, § 7, en 61, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn niet als onderbrekingen beschouwd en worden ze gelijkgesteld met periodes inschrijving als werkzoekende en aanvrager van het voordeel van het leefloon of van de financiële sociale tegemoetkoming." HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2002 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector en andere wetsbepalingen

Art. 8.In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2002 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector en van andere wetsbepalingen, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 7 juli 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 4° wordt vervangen als volgt : "4° "Administratie : de Directie Tewerkstellingsbevordering van het Departement Tewerkstelling en Beroepsopleiding van het Operationele directoraat-generaal Economie, Tewerkstelling en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst;2° punt 5° wordt vervangen als volgt : "5° "Forem" : de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling).

Art. 9.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 7 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt : § 2.Elke werkgever die in aanmerking komt voor een beslissing tot toekenning van de tegemoetkoming moet tot de indienstneming van één of meer niet-werkende werkzoekenden of tot de vervanging van een werknemer ingevolge een definitief vertrek overgaan binnen zes maanden, te rekenen van de datum van de kennisgeving van de beslissing of van het definitieve vertrek van de te vervangen werknemer. Elke indienstneming na die termijn kan niet aanleiding geven tot de toekenning van de tegemoetkoming voor betrokken werknemer."; 2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : "§ 3.Elke werkgever die in aanmerking komt voor een maatregel tot toekenning mag, op straffe van verlies van het voordeel van de beslissing tot toekenning van de tegemoetkoming, geen niet-werkende werkzoekende in dienst nemen wanneer hij met hem een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur heeft gesloten in de loop van de twaalf maanden die voorafgaan aan de aflevering van het attest bedoeld in artikel 13 van het decreet.

Elke werkgever die in aanmerking komt voor een beslissing tot toekenning mag, zonder verlies van het voordeel van de beslissing tot toekenning van de tegemoetkoming, evenwel een niet-werkende werkzoekende in dienst nemen die in de loop van de twaalf maanden die voorafgaan aan de aflevering van het attest bedoeld in artikel 13 van het decreet met hem een arbeidscontract heeft gesloten : 1° in het kader van het decreet van 18 juli 1997 betreffende het doorstromingsprogramma;2° in het kader van de startbaanovereenkomst bedoeld in hoofdstuk VIII van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid;3° in het kader van de artikelen 60, § 7, en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;4° in het kader van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;5° in het kader van het geheel van de algemene regelgeving betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, genomen krachtens artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van de langdurige werklozen op de arbeidsmarkt of andere federale wetgevingen of regelgevingen met hetzelfde voorwerp;6° in het kader van het koninklijk besluit van 15 februari 2005 betreffende de seizoens- en gelegenheidsarbeid in de landbouwsector;7° in het kader van de wetgevingen genomen ter bevordering van de alternerende opleiding op federaal, gemeenschappelijk of gewestelijk niveau, alsook op het niveau van de Franse Gemeenschapscommissie;8° in het kader van het decreet;9° in het kader van het programma "Plan Formation Insertion", zoals bedoeld in het decreet van 18 juli 1997 betreffende de inschakeling van werkzoekenden bij werkgevers die een beroepsopleiding organiseren om in een vacature te voorzien;10° in het kader van een ingroeibaan zoals bedoeld in het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling die nog niet het voorwerp zou uitmaken van onderhavig lid. In afwijking van het tweede lid mag de werkgever die in aanmerking komt voor een beslissing tot toekenning, zonder verlies van het voordeel hiervan, een niet-werkende werkzoekende in dienst nemen die in de loop van de twaalf maanden voor de aflevering van het in artikel 13 van het decreet bedoelde attest met hem een deeltijds arbeidscontract voor onbepaalde duur heeft gesloten en niet het voorwerp is van een tegemoetkoming in het kader van dit decreet, voor zover die werkgever een voltijds arbeidscontract met betrokken werknemer sluit.

Indien de werkgever een gemotiveerd verzoek indient en het verlies van overheidssubsidies rechtvaardigt, kan de Regering afwijken van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid en hem de tegemoetkoming verlenen voor de indienstneming van een niet-werkende werkzoekende die een arbeidscontract voor onbepaalde duur met hem gesloten heeft in de loop van de twaalf maanden voor de aflevering van het attest bedoeld in artikel 13 van het decreet."

Art. 10.In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van 7 juli 2006, wordt het vierde lid vervangen als volgt : "Wat betreft de werkgever bedoeld in artikel 5 van het decreet, kan de Minister een beslissing nemen voor een bepaalde duur van minimum drie maanden tot maximum drie jaar, behoudens mogelijke verlenging voor de structuren die diensten verstrekken bedoeld in artikel 1, 1°, b), van het decreet van 14 december 2006 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de "initiatives de développement de l'emploi dans le secteur des services de proximité à finalité sociale" (initiatieven tot ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector van de buurtdiensten met een maatschappelijk doel), afgekort : "I.D.E.S.S."

Art. 11.In artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van 7 juli 2006, wordt het eerste lid vervangen als volgt : "§ 1. Wanneer een beslissing ingetrokken wordt, wordt de tegemoetkoming verder toegekend gedurende de door de werknemer gepresteerde opzegtermijn, zoals bepaald bij de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of bij de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 75 van 20 december 1999, gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad, betreffende de opzegtermijnen van de werknemers, met uitsluiting van de periodes van werkonbekwaamheid die de uitvoering van de opzegtermijn schorsen en niet door de werkgever gedragen worden."

Art. 12.Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een artikel 13bis, luidend als volgt : "

Art. 13bis.Onder daadwerkelijk door de werkgever gedragen kost in de zin van artikel 21, vijfde lid, van het decreet, wordt verstaan elke uitgave gedaan door de werkgever krachtens een verplichting opgelegd bij een wet, een reglement of een collectieve overeenkomst, verhoogd met de sociaal secretariaatskosten, verhoogd met de kost van de bijkomende uren gepresteerd door de deeltijdse werknemers, de overuren en verminderd met de subsidies verleend door andere instellingen ter dekking van die uitgaven, met uitzondering van de terugbetalingen van het geheel of van een gedeelte van die subsidies, verricht door de werkgever."

Art. 13.Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een artikel 13ter, luidend als volgt : "Art.13ter. Bij elke wijziging van de toestand van de werknemer of in de gevallen bedoeld in artikel 8, § 2, eerste lid, verwittigt de werkgever bedoeld in de artikelen 3 en 5 van het decreet onmiddellijk de FOREm, uiterlijk de vijftiende dag van de tweede maand na de datum van inwerkingtreding van de wijziging. Indien die termijn niet acht genomen wordt, zijn de punten die overeenstemmen met de door die werknemer beklede arbeidspost definitief verloren."

Art. 14.In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 7 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "van een aanvraag" vervangen door de woorden "van de eerste aanvraag."; 2° het derde lid wordt vervangen als volgt : "Het referentiebestand wordt bepaald, hetzij aan de hand van de lijsten van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke administraties die betrekking hebben op de vier kwartalen voor de aanvraag, hetzij op grond van een attest van een erkend sociaal secretariaat dat betrekking heeft op de vier kwartalen voor de aanvraag.". 3° in het zesde lid wordt punt 3° vervangen als volgt : "3° het verlies van subsidies verleend door overheidsinstellingen of de sluiting van structuren."

Art. 15.Artikel 17 van hetzelde besluit, opgeheven bij besluit van 7 juli 2006, wordt hersteld als volgt : "

Art. 17.De werkgevers bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, van het decreet moeten de krachtens artikel 15, § 1, van het decreet toegekende punten gebruiken binnen een termijn van zes maanden, die ingaat op de eerste dag van de maand na de kennisgeving van de beslissing tot toekenning.

Om het puntenverlies van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde werknemers te berekenen, vergelijkt de FOREm het tijdens het semester gebruikt gemiddeld aantal punten met het aantal punten gebruikt op de laatste dag van het semester. Het aantal verloren punten is het verschil tussen het aantal punten toegekend bij de beslissing en dat van de twee hierboven berekende aantallen dat het gunstigste is voor de werkgevers bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, van het decreet."

Art. 16.Artikel 18 van hetzelde besluit, opgeheven bij besluit van 7 juli 2006, wordt hersteld als volgt : "

Art. 18.Het aantal punten gerechtvaardigd op grond van het attest bedoeld in artikel 13 van het decreet kan overeenkomstig de artikelen 7 tot 12 van het decreet beheerd worden door de werkgevers bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet.

De periode tewerkstelling die in het kader van het decreet plaatsvindt bij de werkgevers bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet wordt evenwel gelijkgesteld met een periode inschrijving als niet-werkende werkzoekende zoals bedoeld in de artikelen 7 tot 9 van het decreet."

Art. 17.In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Het aantal punten gerechtvaardigd op grond van het attest bedoeld in artikel 13 van het decreet kan overeenkomstig de artikelen 7 tot 12 van het decreet beheerd worden door de werkgever bedoeld in artikel 3 van het decreet.De periode tewerkstelling die in het kader van het decreet plaatsvindt bij de werkgever bedoeld in artikel 3 van het decreet wordt evenwel gelijkgesteld met een periode inschrijving als niet-werkende werkzoekende zoals bedoeld in de artikelen 7 tot 9 van het decreet." 2° tussen het tweede en het derde lid wordt volgend lid ingevoegd : "De puntenherverdelingen worden van kracht op de eerste dag van een maand binnen de termijn bedoeld in artikel 31 van het decreet.De werkgever mag de punten beheren ingevolge een wijziging van de structuur van het personeel dat hij in het kader van het decreet tewerkstelt, met name de indienstneming van een nieuwe werknemer, de wijziging van een arbeidsstelsel, het definitieve vertrek van een werknemer, de verandering van het statuut of van de functie van een werknemer. Bovendien mogen de punten niet herverdeeld worden indien de in artikel 3 van het decreet bedoelde werkgever op de datum van inwerkingtreding van de wijzigingen niet het minimumaantal voltijds equivalent tewerkstelt waarin de beslissing tot toekenning voorziet.

De indexering van de waarde van het punt, zoals bedoeld in artikel 21, derde lid, van het decreet, wordt gelijkgesteld met een wijziging van de structuur van het personeel dat in het kader van het decreet in dienst genomen is."

Art. 18.Artikel 21, derde lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : "Het referentiebestand wordt volgens de door de Minsiter bepaalde modaliteiten berekend op grond van een attest van een erkend sociaal secretariaat dat betrekking heeft op de vier kwartalen voor de aanvraag of, bij gebreke daarvan, van een gelijkwaardig attest van de RSZ."

Art. 19.De inleidende zin van artikel 22 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van 7 juli 2006, wordt vervangen als volgt : "

Art. 22.Behalve wat betreft de werkgever die krachtens artikel 19bis van het decreet voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, geniet de in artikel 5, § 1, 1°, van genoemd decreet een maximumaantal punten dat berekend wordt als volgt :"

Art. 20.In artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 7 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt aangevuld met volgend lid : "Bij elke indienstneming of bij elke wijziging van de toestand van de werknemer betaalt de FOREm een voorschot waarvan het bedrag door de Minister bepaald wordt.Dat voorschot wordt door de FOREm automatisch ingevorderd aan het einde van de indienstneming of van bedoelde wijziging." 2° artikel 26 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt : "§ 4.De werkgevers bedoeld in de artikelen 2 tot 5 van het decreet beschikken over een termijn van twee maanden, die ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van verzending van de rechtvaardigingsverklaring van de subsidies, om het bedrag ervan bij de Forem aan te vechten."

Art. 21.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2009, met uitzondering van artikel 15, dat in werking treedt op 1 januari 2010.

Art. 23.De Minister van Tewerkstelling is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 30 april 2009.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, J.-C. MARCOURT

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^