Decreet van 03 april 2009
gepubliceerd op 06 mei 2009
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden

bron
waalse overheidsdienst
numac
2009201985
pub.
06/05/2009
prom.
03/04/2009
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

3 APRIL 2009. - Decreet betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomschrijving

Artikel 1.Dit decreet organiseert de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden (relaisstations voor telecommunicatie).

Dit decreet is niet toepasselijk op de niet-ioniserende stralingen van natuurlijke oorsprong, noch op die voortgebracht door toestellen gebruikt door particulieren of door toestellen gebruikt voor medische doeleinden.

Art. 2.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : 1° stationaire zendantenne : element dat op permanente wijze op een vaste drager geplaatst wordt, dat een elektromagnetische straling genereert met een frequentie tussen 100 kHz en 300 GHz waarvan de maximale PIRE hoger is dan 4 W, en die als interface dient tussen de bevoorrading in hoge frequentiesignalen per kabel of per golfgids en de ruimte en gebruikt wordt om telecommunicatie over te dragen;2° verblijfplaatsen : - de lokalen van een gebouw waarin personen regelmatig kunnen of zullen kunnen verblijven, zoals de lokalen van woningen, scholen, crèches, ziekenhuizen, bejaardentehuizen; - de werkplaatsen die regelmatig door werknemers ingenomen worden; - de ruimten bestemd voor de regelmatige sportbeoefening of voor spellen; - met uitzondering van, o.a., de wegen, trottoirs, parkeerplaatsen, garages, parken, tuinen, balkons, terrassen; 3° Effectief Isotroop Uitgestraald Vermogen (EIRP) : het EIRP is gelijk aan het vermogen dat aan de ingang van de antenne voortgebracht wordt door de maximumwinst ervan (m.a.w. de winst gemeten t.o.v. een isotrope antenne in de richting waar de intensiteit van de straling maximaal is); 4° technisch ambtenaar : technisch ambtenaar in de zin van artikel 1, 16°, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning. HOOFDSTUK II. - Aangifte en integrale voorwaarden

Art. 3.De stationaire zendantennes onder 500 kW waarvan het maximale EIRP hoger is dan 4 W worden onderworpen aan een aangifte in de zin van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning.

Ze voldoen aan de integrale voorwaarden bepaald bij de artikelen 4 tot 6.

Art. 4.In de verblijfplaatsen mag de intensiteit van de elektromagnetische straling die door elke stationaire zendantenne gegenereerd wordt de immissienorm van 3 V/m niet overschrijden.

De immissienorm van 3 V/m is een gemiddelde efficiënte waarde berekend en gemeten gedurende een periode van 6 minuten en op een horizontale oppervlakte van 0,5 x 0,5 m2, per antenne.

De intensiteit van de elektromagnetische straling in de verblijfplaatsen wordt berekend en gemeten op de volgende niveaus : - in de lokalen : 1,50 m boven het vloerniveau; - in de overige ruimten : 1,50 m boven het grondniveau.

De immissienorm is van toepassing op elke stationaire zendantenne, zonder rekening te houden met de elektromagnetische stralingen gegenereerd door andere eventuele bronnen van elektromagnetische stralingen.

De multiband-antennes die ontwikkeld zijn om de signalen van N netwerken tegelijkertijd uit te zenden, worden beschouwd als gelijkwaardig aan afzonderlijke N antennes.

Wanneer verschillende antennes die op dezelfde drager geplaatst zijn gebruikt worden om de signalen van hetzelfde net in een geographische zone uit te zenden, worden ze als één antenne beschouwd.

Art. 5.Behalve de gegevens voorgeschreven door de Regering voor de installaties en activiteiten van klasse 3, bevat de aangifte een rapport met : - de technische gegevens betreffende de antenne waarmee de naleving van artikel 4 gegarandeerd kan worden; - een beschrijving van de omgeving van de antenne aan de hand van een plan in verticale projectie dat de hoogte van de gebouwen vermeldt in een straal waarin de naleving van de immissienorm gecontroleerd kan worden; - een evaluatie van de elektromagnetische straling van de stationaire zendantenne; - een advies van het "Institut scientifique de service public" (Openbaar wetenschappelijk instituut) waaruit blijkt dat de in artikel 4 bedoelde immissienorm in acht genomen wordt; - een niet-technisch overzicht van de evaluatie van het elektromagnetische veld voor de niet geïnitieerde personen; - de datum vastgelegd voor de inbedrijfstelling van de antenne.

De exploitant richt dat rapport aan de gemeente waar de installatie van de stationaire zendantenne overwogen wordt, aan de technisch ambtenaar en, desgevallend, aan de aangrenzende gemeente die zich binnen een omtrek van 200 meter rondom de stationaire zendantenne bevindt.

Art. 6.Binnen dertig dagen na de inbedrijfstelling laat de exploitant van de stationaire zendantenne door het "ISSEP" of de door de Regering aangewezen dienst een rapport opmaken waaruit blijkt dat de immissienorm overeenkomstig artikel 4 nageleefd wordt. Zij maakt het binnen zestig dagen na de inbedrijfstelling over aan de betrokken gemeente(n) en aan de technisch ambtenaar in de zin van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning. HOOFDSTUK III. - Informatieverstrekking aan het publiek

Art. 7.De rapporten bedoeld in de artikelen 5 en 6 worden overeenkomstig boek I van het Milieuwetboek door de betrokken gemeente(n) en de technisch ambtenaar ter inzage van het publiek gelegd.

Art. 8.Het kadaster van de stationaire zendantennes wordt door de Regering opgemaakt, bijgehouden en ter inzage van het publiek gelegd. HOOFDSTUK IV. - Wetenschappelijk onderzoek

Art. 9.De Regering bepaalt de normen of de minimale algemene voorwaarden die nageleefd moeten worden door de personen, de laboratoria of de overheidsinstellingen die belast worden met : 1° het onderzoek naar de invloed van de niet-ioniserende stralingen op het leefmilieu;2° het onderzoek naar doeltreffende middelen ter bestrijding van de eventuele hinder of de nadelige gevolgen van de niet-ioniserende stralingen;3° het uittesten van of de controle op de toestellen of inrichtingen die niet-ioniserende stralingen kunnen genereren, overdragen of ontvangen, en die dienen om die stralingen te meten, te dempen of op te slorpen of om de hinder of de eventuele nadelige gevolgen ervan te verhelpen. HOOFDSTUK V. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en slotbepalingen

Art. 10.Elke exploitant van een stationaire zendantenne die voor de inwerkingtreding van dit decreet in bedrijf gesteld wordt, geeft de gemeente waar ze gevestigd is en de technisch ambtenaar binnen twee maanden na de inwerkingtreding van dit besluit kennis van het bestaan en van de vestigingsplaats ervan.

Art. 11.Op verzoek van de betrokken gemeente(n) legt de exploitant van een stationaire zendantenne die voor de inwerkingtreding van dit decreet in bedrijf gesteld wordt, het in artikel 6 bedoelde rapport over binnen zestig na de indiening van het verzoek.

In geval van overschrijding van de immissienorm bedoeld in artikel 4, stelt de exploitant orde op zaken uiterlijk binnen honderdtachtig dagen na de indiening van het verzoek, hoe dan ook voor 1 september 2010.

Art. 12.Er wordt een overtreding van tweede categorie in de zin van deel VIII van het decretale gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek begaan door al wie artikel 3, 4, 5 of 6 overtreedt.

Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van deel VIII van het decretale gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek begaan door al wie artikel 10 of 11 overtreedt.

Art. 13.Artikel D.138, eerste lid, van Boek I van het Milieuwetboek, wordt aangevuld met het volgende streepje : « - het decreet betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden. »

Art. 14.De wet van 12 juli 1985 betreffende de bescherming van de mens en van het leefmilieu tegen de schadelijke effecten en de hinder van niet-ioniserende stralingen, infrasonen en ultrasonen wordt opgeheven wat betreft de niet-ioniserende stralingen gegenereerd door stationaire zendantennes.

Art. 15.De artikelen 3, 5, 6 en 7 van dit decreet zijn vanaf 1 januari 2010 toepasselijk op de stationaire zendantennes die voor de inwerkingtreding van dit decreet in bedrijf gesteld worden.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 3 april 2009.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën en Uitrusting, M. DAERDEN De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, J.-C. MARCOURT De Minister van Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Vorming, M. TARABELLA De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, D. DONFUT De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN _______ Nota (1) Zitting 2008-2009. Stukken van het Waals Parlement, 941 (2008-2009), nrs. 1 tot 4.

Volledig verslag, openbare vergadering van 1 april 2009.

Bespreking - Stemmingen.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^