Etaamb.openjustice.be
Decreet van 09 mei 2008
gepubliceerd op 03 juli 2008

Decreet tot versterking van de coherentie van het hoger onderwijs en voor de administratieve vereenvoudiging in het universitair hoger onderwijs en het hoger onderwijs buiten de universiteit

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2008029325
pub.
03/07/2008
prom.
09/05/2008
ELI
eli/decreet/2008/05/09/2008029325/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

9 MEI 2008. - Decreet tot versterking van de coherentie van het hoger onderwijs en voor de administratieve vereenvoudiging in het universitair hoger onderwijs en het hoger onderwijs buiten de universiteit (1)


Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Wijziging van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten

Artikel 1.Artikel 2, 2e lid, van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, wordt vervangen door het volgende lid : « Het Hoger onderwijs is een dienst van algemeen nut. Het zet de gepaste methoden en middelen in, volgens de vakken, om de vastgestelde algemene doelstellingen te bereiken en het hoger onderwijs voor iedereen volgens zijn geschiktheid en zonder discriminatie toegankelijk te maken. Alleen de Franse Gemeenschap kan de studies van het hoger onderwijs toelaten door de erkenning ervan en de financiering van de instellingen die ze organiseren afhankelijk te maken van de naleving van die doelstellingen en van de bepalingen die genomen door of krachtens een wet of een decreet en die het hoger onderwijs betreffen. »

Art. 2.In artikel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) In § 1 worden in de definitie van "Bachelor" de woorden "van niveau 6" ingevoegd tussen de woorden "academische graad" en de woorden "ter bekrachtiging";b) In § 1 wordt de volgende definitie ingevoegd tussen de definitie van "Bachelor" en de definitie van "Getuigschrift" : "Kader voor Certificaties : hulpmiddel voor het klassement van de certificaties in functie van een geheel criteria's die overeenstemmen met bepaalde onderwijsniveaus";c) In § 1 wordt de definitie van "Getuigschrift" vervangen door de volgende definitie : "Getuigschrift : document dat, zonder een academische graad te verlenen, de voltooiing bevestigt van een opleiding alsmede, in voorkomend geval, de bijhorende studiepunten en het niveau ervan toekent,";d) In § 1 wordt de volgende definitie ingevoegd tussen de definitie van "Getuigschrift" en de definitie van "Krediet" : "Certificatie : formeel resultaat van een evaluatie- en validatieproces dat bepaalt dat een individu op het einde van een leerproces over de bekwaamheden beschikt die overeenstemmen met een bepaald niveau en leiden tot de uitreiking van een diploma of een getuigschrift";e) In § 1 worden in de definitie van "Doctoraat" de woorden ", van niveau 8" ingevoegd tussen de woorden "academische graad van doctor" en de woorden ", verleend na verdediging van een proefschrift";f) In § 1 worden in de definitie van "Master" de woorden "van niveau 7" ingevoegd tussen de woorden "academische graad" en de woorden "ter bekrachtiging van de studies";g) In § 1 worden in de definitie van "Bijkomende Master" de woorden "van niveau 7" ingevoegd tussen de woorden "academische graad" en de woorden "ter bekrachtiging van de studies";h) Er wordt een § 1bis ingevoegd, luidend als volgt : « § 1bis.De diploma's en getuigschriften die leiden tot de toekenning van studiepunten, uitgereikt overeenkomstig dit decreet, zijn de enige certificaties die erkend worden op de niveaus 6 tot 8 van het kader voor certificaties van de Franse Gemeenschap. De door de opleiding verworven kennisvaardigheden en bekwaamheden die overeenstemmen met die niveaus worden bepaald in bijlage V van dit decreet. »

Art. 3.In artikel 37 van hetzelfde decreet wordt § 3, 2e lid, opgeheven.

Art. 4.In artikel 189 van hetzelfde decreet worden de woorden "artikel 40, alinea 2" vervangen door de woorden "artikel 40, § 1, 2e lid".

Art. 5.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met bijlage 3 bij dit besluit. HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van hoger onderwijs

Art. 6.In artikel 1, I, a) van de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van hoger onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden "bedoeld in" worden vervangen door de woorden "als hij het diploma ervan niet bekomen heeft overeenkomstig de volgende wetten of decreten";b) in 4° worden de woorden ", overeenkomstig deze wetten of decreten" geschrapt;c) er wordt een 5° en een 6° toegevoegd, luidend als volgt : "5° het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten;6° het decreet van 2 juni 2006 tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de Hogescholen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd en tot vaststelling van de minimale uurregelingen".

Art. 7.In artikel 4, 1e lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) De woorden "of ingenieur" worden vervangen door de woorden ", ingenieur, bachelor, master of bijkomende master";b) Het volgende lid wordt ingevoegd tussen het 1e en het 2e lid : « Wie er niet toe bevoegd is en diploma's, getuigschriften of attesten van niveau 6, 7 of 8 uitreikt of belooft uit te reiken wordt op dezelfde wijze gestraft.» HOOFDSTUK III. - Wijziging van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen

Art. 8.In artikel 16 van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, gewijzigd bij de decreten van 26 april 1999, 20 december 2001 en 30 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) In § 1 worden de woorden "van niveau 6" ingevoegd tussen de woorden "Specialisatiestudies" en de woorden "voor een maximum van 60 studiepunten";b) § 2, 2° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 2° de studenten die houder zijn van een van de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type, van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van het lange type of van de tweede cyclus van het Belgisch universitair onderwijs, uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschap, dat overeenstemt met een diploma vermeld in de lijst vastgesteld overeenkomstig 1° in het studiereglement van de hogeschool waar ze zich wensen in te schrijven;die overeenstemming wordt gekeurd door de overheden van de hogeschool waar ze zich wensen in te schrijven. » c) § 2 wordt aangevuld met volgend lid : « De lijst bedoeld in het 1e lid, 1° wordt jaarlijks door elke Hogeschool aan de Algemene raad meegedeeld.»

Art. 9.In artikel 44, § 2, 2e lid van hetzelfde decreet worden de woorden "het decreet van 27 februari 2003 tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en tot vaststelling van de minimale uurregelingen" vervangen door de woorden "het decreet van 2 juni 2006 tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de Hogescholen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd en tot vaststelling van de minimale uurregelingen".

Art. 10.In artikel 75bis van hetzelfde decreet, ingevoegd door het decreet van 30 juni 2006, wordt de tweede zin vervangen door de volgende zin : "Ze kan een lijst bepalen met in aanmerking komende uitgaven.". HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het decreet van 12 december 2000 tot vastlegging van de initiële opleiding van onderwijzers en regenten

Art. 11.In artikel 1, 2e lid, van het decreet van 12 december 2000 tot vastlegging van de initiële opleiding van onderwijzers en regenten, zoals gewijzigd bij het decreet van 27 februari 2003, worden de woorden "overeenkomstig artikel 72 van het decreet van 27 februari 2003 tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en tot vaststelling van de minimale uurregelingen" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 71 van het decreet van 2 juni 2006 tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de Hogescholen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd en tot vaststelling van de minimale uurregelingen".

Art. 12.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 13.In artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 juli 2005, worden de woorden "In het raam van artikel 92 van het decreet, worden samenwerkingsakkoorden gesloten" vervangen door de woorden "De samenwerkingsakkoorden worden, in de zin van artikel 29 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, gesloten".

Art. 14.Artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2003, wordt aangevuld met een 3e lid, luidend als volgt : « Het referentierooster van de onderafdeling "Germaanse talen" omvat het aantal uren bestemd voor het realiseren van een taalverblijf in een van de talen, gedurende minstens twee weken. »

Art. 15.In artikel 29 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2001 en 20 juli 2005, worden in punt 5 de woorden "in de artikelen 22 en 23" vervangen door de woorden "in artikel 23". HOOFDSTUK V. - Wijziging van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen

Art. 16.In artikel 25, 1e lid, van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen worden de woorden "op pensioen" vervangen door de woorden "op pensioen, behalve bij toepassing van artikel 10ter, § 7 van het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddetoelagen en de verloven voor verminderde prestaties in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra."

Art. 17.Artikel 28 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met het volgende lid : « Voor de toepassing van het vorige lid behouden de leden van het opvoedend hulppersoneel die vastbenoemd of in vast verband aangeworven zijn in het gesubsidieerd hoger onderwijs van het korte type op basis van de bepalingen, naargelang van het geval, van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie, van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, van het koninklijk besluit van 4 augustus 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde vrije inrichtingen die secundair onderwijs verstrekken overeenkomstig de wet van 19 juli 1971 betreffende de algemene structuur en de organisatie van het secundair onderwijs of van het koninklijk besluit van 4 augustus 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde officiële inrichtingen die secundair onderwijs verstrekken overeenkomstig de wet van 19 juli 1971 betreffende de algemene structuur en de organisatie van het secundair onderwijs, persoonlijk het voordeel van hun vastbenoeming of van hun aanwerving in vast verband alsmede van de verhoging in wedde en de weddevermeerderingen. » HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs

Art. 18.In artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 juni 1962, 22 januari 1970 en 18 februari 1974 en bij de decreten van 20 december 2001, 3 maart 2004, 4 mei 2005 en 8 januari 2008, worden de woorden : ", voor de meesterassistent die aangesteld, benoemd of aangeworven wordt als meester praktijkvorming voor dezelfde toe te kennen cursussen zoals bepaald in de bijlagen 1 en 2 van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap" ingevoegd tussen de woorden "voor de Meesterassistent belast met het beheer aangeworven overeenkomstig de bepalingen van artikel 7bis van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen" en de woorden "alsmede voor het personeelslid dat les geeft in de handenarbeid in het lager onderwijs". HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs

Art. 19.In artikel 14, § 2, 2e lid van het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs, vervangen bij het decreet van 2 juni 2006, wordt het nummer "16" vervangen door het nummer "12".

Art. 20.In bijlage 1 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 2 juni 2006 wordt de volgende regel ingevoegd tussen de regel "visuele en grafische communicatie" en de regel "Grafiek" : - Visuele communicatie : B - M - M

Art. 21.In bijlage II van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006 wordt de volgende regel ingevoegd tussen de regel "Visuele en grafische communicatie" en de regel "Grafiek" : - Visuele communicatie : 1 + 2 - 1 HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten)

Art. 22.Artikel 2, § 1, 3°, b), van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten) wordt vervangen door de volgende bepaling : "b) een gemeente, een provincie, de Franse Gemeenschapscommissie, voor het gesubsidieerd officieel onderwijsnet;".

Art. 23.In artikel 3 van hetzelfde decreet wordt het 4e lid opgeheven.

Art. 24.Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende twee leden : « De Studentenraad deelt ten laatste op 31 maart volgend op het begrotingsjaar zijn jaarlijkse boekhouding ter informatie mee aan de Sociale raad.

De Regering bepaalt de specifieke regels voor het houden en het voorstellen van de rekeningen van de Studentenraad. Zij kan een lijst van in aanmerking komende uitgaven bepalen. »

Art. 25.Artikel 31 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met het volgende lid : « Die bescherming breidt zich uit tot de handelingen van de studenten die kandidaat zijn bij de verkiezingscampagne alsmede tot de handelingen uitgevoerd binnen hun mandaat door de studenten gecoöpteerd door de Studentenraad in de verschillende medewerkingsorganen, ook op het gemeenschapsniveau. »

Art. 26.In artikel 37, 14° van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 2 juni 2006 worden de woorden "Inrichtende machten" vervangen door het woord "directeur" en het woord "moet" vervangen door het woord "kan".

Art. 27.In artikel 41ter, 4e lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006 worden de woorden "bepaalt de organisatie" vervangen door de woorden "kan de organisatie bepalen".

Art. 28.In artikel 41quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006 worden de woorden "kunnen de inrichtende machten, op de voordracht van de directeur," vervangen door "kan de directeur,".

Art. 29.Artikel 48 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 30.In artikel 59, worden het 3e en het 4e lid van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 december 2005, vervangen door de volgende leden : « De sociale subsidies moeten voor de hierna bedoelde doeleinden dienen : werking van de studentenraad, rechtstreekse of onrechtstreekse sociale hulpverlening aan de studenten, werking van de sociale diensten, van de oriëntatiediensten, van de restaurants en studentenkotten, tegemoetkoming in de bouw, de modernisering, de vergroting en de inrichting van de gebouwen bestemd voor die doeleinden.

De Regering vult in voorkomend geval deze lijst aan en kan de minima en de maxima bepalen voor het gebruik van elke categorie.

De academische criteria kunnen slechts in aanmerking komen voor de toelaatbaarheid en de toelating van de studenten tot de hulpverlening toegekend door de sociale raad.

De Regering kan het bedrag bedoeld in het 1e lid verhogen. »

Art. 31.In het Derde deel, Titel III, van hetzelfde decreet wordt een artikel 60bis ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 60bis.De sociale raden van meerdere inrichtingen voor hoger onderwijs in de zin van artikel 6, § 1 van voornoemd decreet van 31 maart 2004, kunnen tot 30 % van hun sociale subsidies gemeenschappelijk stellen met als doel gemeenschappelijke projecten te kunnen leiden of sommige uitgaven te mutualiseren of optimiseren. Voor het beheer van die uitgaven vaardigt elke sociale raad een vertegenwoordiger van het bestuurspersoneel en een vertegenwoordiger van het onderwijzend personeel alsmede twee vertegenwoordigers van de studenten af die zetelen in een sociale raad die verschillende inrichtingen overkoepelt. Iedere beslissing genomen door die sociale raad die verschillende inrichtingen overkoepelt, kan een veto oplopen bij een meerderheid van de stemmen uitgaande van één van de partner sociale raden. »

Art. 32.In het Derde deel, Titel III, van hetzelfde decreet wordt een artikel 60ter, luidend als volgt, ingevoegd : «

Artikel 60ter.Wanneer het bedrag van de reserves van de Sociale raad twee keer zo hoog is als de sociale subsidies toegekend gedurende het voorafgaande begrotingsjaar, wordt het overschietende bedrag afgetrokken van de volgende toelagen en gestort op het Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs ingericht bij het decreet van 19 mei 2004 tot oprichting van een "Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur" (Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs). »

Art. 33.In het derde deel, Titel III, van hetzelfde decreet, wordt een artikel 60quater, ingevoegd, luidend als volgt : «

Artikel 60quater.De individuele dossiers ingediend door de studenten bij de Sociale raad worden anoniem behandeld.

De leden van de Sociale raad worden binnen de uitoefening van hun mandaat gehouden tot het beroepsgeheim wanneer zij de individuele aanvragen van studenten onderzoeken.

De sociale raad stelt een of meerdere referentiepersonen aan. Die persoon wordt ermee belast de dossiers van aanvraag om tegemoetkoming van de sociale raad die door de studenten werden ingediend, te behandelen. Zij zorgt ervoor dat de dossiers of hun samenvatting, overgemaakt naar de sociale raad voor beslissing, geen enkel persoonlijk gegeven zou bevatten waardoor de student rechtstreeks zou kunnen worden geïdentificeerd. De referentiepersoon kan geen lid zijn van de sociale raad en wordt gehouden tot het beroepsgeheim.

De Regering kan terzake bijzondere bepalingen treffen. »

Art. 34.In het Derde deel van hetzelfde decreet wordt een Titel IV ingevoegd, luidend als volgt : « Titel IV. - Uitrusting van de Hogere Kunstscholen

Art. 60quinquies.§ 1. Een uitrustingstoelage wordt toegekend aan de Hogere kunstscholen. Het bedrag wordt vastgesteld op 124.00 euro per jaar.

Dat bedrag wordt jaarlijks aangepast aan het gezondheidsindexcijfer volgens de volgende formule : - Gezondheidsindex van december van het betrokken begrotingsjaar / Gezondheidsindex december 2007 § 2. Die uitrustingstoelage wordt als volgt verdeeld : 1° De hogere kunstscholen die de domeinen van de plastische kunsten, de visuele kunsten en de ruimtekunsten, het toneel en de woordkunsten en de danskunst organiseren, genieten de toelage in de even jaren;2° De hogere kunstscholen die andere domeinen organiseren, genieten de toelage in de oneven jaren;3° De subsidie wordt eerst verdeeld over de netwerken in functie van het aantal studenten die ervan deel uitmaken;4° De toelage van het netwerk, verkregen bij toepassing van 3° wordt achteraf, in voorkomend geval, paritair verdeeld over elk domein van het betrokken netwerk voor het betrokken jaar;5° De toelage toegekend bij toepassing van de vorige stappen wordt uiteindelijk verdeeld over de scholen van het betrokken domein en netwerk als volgt : een vierde van het bedrag wordt paritair verdeeld over de scholen, het saldo wordt verdeeld naar rato van het aantal financierbare studenten van elke school voor het vorige academiejaar. »

Art. 35.In artikel 157, 1e lid van hetzelfde decreet, worden de woorden "op pensioen" vervangen door de woorden "op pensioen behalve bij toepassing van artikel 10ter, § 7 van het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddetoelagen en de verloven voor verminderde prestaties in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra." HOOFDSTUK IX. - Wijziging van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat

Art. 36.In afwijking van artikel 6 van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat wordt het mandaat van de rector van de "Faculté des sciences agronomiques de Gembloux", in functie tot 30 september 2008, verlengd tot 30 september 2009.

In afwijking van artikel 9, 1e lid, van dezelfde wet wordt het mandaat van de vice-rector van de "Faculté des sciences agronomiques de Gembloux", in functie tot 30 september 2008, verlengd tot 30 september 2009.

In afwijking van artikel 12 van dezelfde wet wordt het mandaat van de secretaris van de academieraad van de "Faculté des sciences agronomiques de Gembloux", in functie tot 30 september 2008, verlengd tot 30 september 2009.

In afwijking van artikel 14, 1e lid, van dezelfde wet, worden de mandaten van de leden van de raad van bestuur van de "Faculté des sciences agronomiques de Gembloux" die het onderwijzend korps, het wetenschappelijk korps en het administratief en technisch personeel vertegenwoordigen, in functie tot 30 september 2008, verlengd tot 30 september 2009.

In afwijking van artikel 14, 1e lid, van dezelfde wet worden de mandaten van de leden van de raad van bestuur die de studenten vertegenwoordigen en die in 2008 verkozen zullen worden, beëindigd op 30 september 2009."

Art. 37.Artikel 36 van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat, vervangen door het decreet van 27 december 1993 en gewijzigd bij de decreten van 31 maart 2004, 4 mei 2005 en 25 mei 2007, wordt aangevuld met een streepje luidend als volgt : "- vanaf 1 december 2007, een aanvangswedde van 34.195,64 euro, achtereenvolgens om de drie jaar opgevoerd tot 36.648,04 euro, 39.100,44 euro, 41.552,84 euro, 44.005,24 euro, 46.457,64 euro, 48.910,01 euro, 51.362,44 euro en 53.814, 84 euro ;"

Art. 38.Artikel 37, 1e lid, van dezelfde wet, vervangen bij het decreet van 27 december 1993 en gewijzigd bij de decreten van 4 mei 2005 en 25 mei 2007, wordt aangevuld met een streepje luidend als volgt : "- vanaf 1 december 2007, een forfaitaire wedde, berekend op een basis van 4.274,48 euro per wekelijks lesuur over het jaar van een onderwijs bepaald in het programma vastgesteld door de raad van bestuur, zonder dat zij minder dan 2.137,24 euro en meer dan 34.195,71 euro mogen ontvangen."

Art. 39.Artikel 38 van dezelfde wet, vervangen bij het decreet van 27 december 1993 en gewijzigd bij de decreten van 31 maart 2004, 4 mei 2005 en 25 mei 2007 wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt : "- vanaf 1 december 2007, een aanvangswedde van 40.066,63 euro, achtereenvolgens om de drie jaar opgevoerd tot 43.596,56 euro, 47.126,49 euro, 50.656,42 euro, 54.186,35 euro, 57.716,28 euro en 61.246,21 euro ."

Art. 40.Artikel 39 van dezelfde wet, vervangen bij het decreet van 27 december 1993 en gewijzigd bij de decreten van 4 mei 2005 en 25 mei 2007, wordt aangevuld met een streepje luidend als volgt : "- vanaf 1 december 2007, een forfaitaire wedde, berekend op een basis van 4.670,86 euro per wekelijks lesuur over het jaar van een onderwijs bepaald in het programma vastgesteld door de raad van bestuur, zonder dat zij meer dan 37.366,82 euro mogen ontvangen."

Art. 41.Artikel 39bis van dezelfde wet, vervangen bij het decreet van 27 december 1993 en gewijzigd bij de decreten van 4 mei 2005 en 25 mei 2007, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt : "- vanaf 1 december 2007, een aanvangswedde van 44.897,09 euro, achtereenvolgens om de drie jaar opgevoerd tot 49.653,20 euro, 54.409,31 euro, 59.165,42 euro, 63.921,53 euro en 68.677,64 euro ."

Art. 42.Artikel 39ter, 1e lid, van dezelfde wet, vervangen bij het decreet van 27 december 1993 en gewijzigd bij de decreten van 4 mei 2005 en 25 mei 2007, wordt aangevuld met een streepje, luidend als volgt : "- vanaf 1 december 2007, een forfaitaire wedde, berekend op een basis van 5.074,63 euro per wekelijks lesuur over het jaar van een onderwijs bepaald in het programma vastgesteld door de raad van bestuur, zonder dat zij meer dan 40.596,98 euro mogen ontvangen." HOOFDSTUK X. - Wijziging van het decreet van 2 juni 2006 tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de Hogescholen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd en tot vaststelling van de minimale uurregelingen

Art. 43.In Hoofdstuk IV, Afdeling I, van het decreet van 2 juni 2006 tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de Hogescholen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd en tot vaststelling van de minimale uurregelingen, wordt in de Franse versie het opschrift van de onderafdeling I vervangen door het volgende opschrift : "Sous-Section Ire. - De la section Sage-femme".

Art. 44.In artikel 42 van hetzelfde decreet worden in de Franse versie de volgende wijzigingen aangebracht : a) In het 1e lid, wordt het woord "Accoucheuse" vervangen door het woord "Sage-femme";b) In het 2e lid, wordt het woord "Bachelier-Accoucheuse" vervangen door het woord "Bachelier-Sage-femme".

Art. 45.In hetzelfde decreet wordt bijlage V. D-1 vervangen door bijlage 1 bij dit decreet.

Art. 46.In hetzelfde decreet wordt bijlage V. D-21 vervangen door bijlage 2 bij dit decreet. HOOFDSTUK XI. - Wijziging van het decreet van 16 juni 2006 tot regeling van het aantal studenten in sommige cursussen van de eerste cyclus van het hoger onderwijs

Art. 47.In artikel 7 van het decreet van 16 juni 2006 tot regeling van het aantal studenten in sommige cursussen van de eerste cyclus van het hoger onderwijs, wordt in de Franse versie onder punt 1°, het woord "Accoucheuse-bachelier" vervangen door het woord "Bachelier-Sage-femme". HOOFDSTUK XII. - Wijziging van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen

Art. 48.Artikel 10 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen wordt aangevuld met het volgende lid : « Vanaf het begrotingsjaar 2008 wordt het in het 1e lid bedoelde bedrag, vóór zijn aanpassing overeenkomstig artikel 9, vermeerderd met 310.350 euro . »

Art. 49.Artikel 34bis van hetzelfde decreet zoals ingevoegd bij het decreet van 30 juni 2006, wordt aangevuld met de volgende leden : « De Raad van bestuur kan het beheer van het erfgoed toevertrouwen aan een Commissie voor het erfgoed, als volgt samengesteld : a) De directeur-voorzitter;b) Een categoriedirecteur en een lid van het onderwijzend of administratief personeel van de Hogeschool, voorgesteld door de directieraad;c) Drie vertegenwoordigers van het personeel van de Hogeschool, vastbenoemd, lid van de Raad van Bestuur, waarvan minstens een lid van het administratief personeel, het meesters- vak- en dienstpersoneel, voorgedragen door de Raad van Bestuur;d) Twee studenten die lid zijn van de Studentenraad en erdoor aangesteld worden;e) Twee personen gekozen door de Regering, rekening houdend met hun bijzondere bekwaamheden. De in de punten b, c en e van het vorige lid bedoelde leden worden aangesteld door de Regering.

De Regering bepaalt de opdrachten van de Commissie voor het erfgoed, alsmede de nadere regels voor de organisatie, de werking en de beraadslaging.

De Regering bepaalt de aanbesteding en de samenstelling van het erfgoed van de Hogeschool, de nadere regels voor het beheer van het erfgoed, de voorwaarden voor de financiële overdrachten tussen het erfgoed van de Hogeschool en de dienst met afzonderlijk beheer.

De Regering bepaalt de nadere regels voor de mededeling van de boekhouding van het eigen erfgoed en de aflegging van de rekeningen. »

Art. 50.In artikel 41, 4e lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 17 juli 2003 en 30 juni 2006, worden de woorden "en de Maatschappelijke raad" vervangen door de woorden ", de Sociale raad en, in de door de Franse Gemeenschap georganiseerde Hogescholen, de Commissie voor het Erfgoed.". HOOFDSTUK XIII. - Wijziging van het decreet van 14 november 2002 houdende organisatie van de stages die vervat zijn in de activiteiten voor professionele integratie van de studies die leiden tot het diploma van specialisatie in de orthopedagogie

Art. 51.In artikel 3, 1e lid, van het decreet van 14 november 2002 houdende organisatie van de stages die vervat zijn in de activiteiten voor professionele integratie van de studies die leiden tot het diploma van specialisatie in de orthopedagogie, worden de woorden "In het kader van artikel 92 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, worden samenwerkingsakkoorden afgesloten" vervangen door de woorden "Samenwerkingsakkoorden worden, in de zin van artikel 29 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, afgesloten,". HOOFDSTUK XIV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 juli 1932 houdende toekenning van de rechtspersoonlijkheid aan de Koninklijke Muziekconservatoria van Brussel, Gent, Luik en Antwerpen

Art. 52.Artikel 2 van het besluit van 2 juli 1932 houdende toekenning van de rechtspersoonlijkheid aan de Koninklijke Muziekconservatoria van Brussel, Gent, Luik en Antwerpen wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 2.De commissie die het erfgoed en de eventuele sociale stichtingen van die inrichtingen beheert, wordt als volgt samengesteld : 1° De directeur van de inrichting;2° De adjuunct-directeur van de inrichting;3° De afgevaardigde van de Minister belast met het hoger onderwijs;4° Twee leden van het onderwijscorps op de voordracht van de Raad voor Pedagogisch beheer;5° Drie leden gekozen onder de personen die zich interesseren voor de inrichting en onder de schenkers op de voordracht van de Raad voor Pedagogisch beheer;6° Twee studenten aangewezen door de Studentenraad.» HOOFDSTUK XV. - Wijziging van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap

Art. 53.In bijlage I van het decreet van 8 februari 1999 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wordt in de Franse versie in de regel "Obstétrique" het woord "ou sage-femme" ingevoegd na het woord "accoucheur".

Art. 54.In bijlage II van hetzelfde decreet worden in de Franse versie in de regel "Soins infirmiers" onder punt b, de woorden "ou sage-femme" ingevoegd na het woord "accoucheuse". HOOFDSTUK XVI. - Slotbepalingen

Art. 55.Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt behalve : a) De artikelen 17 en 46 waarvan de datum van inwerkingtreding door de Regering wordt vastgesteld en ten laatste op 1 januari 2010;b) Artikel 7, b), dat uitwerking heeft met ingang van het academiejaar 2007-2008;c) De artikelen 13, 18, 19, 20, 25, 26, 27, 41, 42, 43, 44 en 45, die in werking treden vanaf het academiejaar 2008-2009;d) Artikel 16, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1996;e) Artikel 33, dat uitwerking heeft met ingang van het begrotingsjaar 2008;f) De artikelen 35, 36, 37, 38, 39 en 40, die uitwerking hebben met ingang van 1 december 2007;g) Artikel 49, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2008. Kondigen dit decreet af, bevelen dat in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 9 mei 2008.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Vice-Presidente, Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Internationale Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Vice-President, Minister van Begroting, Financiën, Ambtenarenzaken en Sport, M. DAERDEN De Minister van Leerplichtonderwijs, Chr. DUPONT De Minister van Cultuur en de Audiovisuele Sector, Mevr. F. LAANAN De Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid, Mevr. C. FONCK De Minister van Jeugd en Onderwijs voor Sociale Promotie, M. TARABELLA _______ Nota (1) Zitting 2007-2008. Stukken van de Raad. - Decreetsontwerp nr. 528-1. - Commissieamendementen, nr. 528-2. - Verslag, nr. 528-3. - Erratum, nr. 528-4.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 6 mei 2008.

^