Decreet van 11 december 2013
gepubliceerd op 23 december 2013
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2014

bron
waalse overheidsdienst
numac
2013027266
pub.
23/12/2013
prom.
11/12/2013
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

11 DECEMBER 2013. - Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2014 (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor het begrotingsjaar 2014, worden de lopende ontvangsten van het Waalse Gewest geraamd op 6.577.182.000 euro, overeenkomstig Titel I van de bij dit decreet gevoegde tabel.

Art. 2.Voor het begrotingsjaar 2014, worden de kapitaalontvangsten van het Waalse Gewest geraamd op 776.711.000 euro, overeenkomstig Titel II van de bij dit decreet gevoegde tabel.

Art. 3.De belastingen en taksen geïnd ten bate van het Gewest die op 31 december 2013 bestaan, zullen worden ingevorderd tijdens het jaar 2014, overeenkomstig de wetten, decreten en tarieven die de grondslag en de inning daarvan regelen.

Art. 4.§ 1. De Minister van Begroting en Financiën wordt gemachtigd tot dekking, door leningen die zowel in België als in het buitenland mogen worden uitgegeven, in euro of in vreemde valuta : 1° van de financiering van de begrotingsuitgaven niet gedekt door de begrotingsontvangsten;2° van de terugbetaling van de nog niet afgeschreven leningen en obligaties van in Belgische frank of in vreemde valuta uitgeschreven leningen waarvan de eindtermijn in 2014 is vastgesteld;3° van de vervroegde gehele of gedeeltelijke terugbetaling van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen, overeenkomstig de bepalingen van de ministeriële emissiebesluiten of leningsovereenkomsten;4° van de verrichtingen van dagelijks beheer van de Schatkist of van de in het belang van de Schatkist verwezenlijkte verrichtingen van financieel beheer, met inbegrip van de voor hun goede afloop nodige beleggingen. § 2. De Minister van Begroting en Financiën wordt ertoe gemachtigd, met instemming van de houders en overeenkomstig de marktvoorwaarden, bestaande leningen geheel of ten dele om te zetten in leningen van het type "Thesauriebewijzen op lange termijn" en de termijn ervan aan te passen.

Art. 5.De Minister van Begroting en Financiën is gemachtigd : 1° tot het scheppen van thesauriebewijzen of van andere financieringsmiddelen die interest opbrengen, ten belope van het bedrag van de af te sluiten leningen, zowel in België als in het buitenland, in euro of in vreemde valuta;2° tot uitvoering van elke verrichting van dagelijks beheer van de Schatkist of van elke verrichting van financieel beheer die verwezenlijkt wordt in het algemeen belang van de Schatkist, met inbegrip van het afsluiten van beleggingsovereenkomsten die voor hun goede afloop noodzakelijk zijn en met inachtneming van het voorzichtigheidsprincipe;3° tot aanpassing van de terugbetalingsvoorwaarden en -termijnen, met instemming van de uitleners, wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven privé-leningen;4° tot uitvoering van de in artikel 7, tweede lid, bepaalde financiële beheersverrichtingen wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven leningen.

Art. 6.De voorlopige uitgaven inzake de samenstelling van activa (openbare leningen en thesauriebewijzen op lange termijn) en de bijkomende kosten, alsook de ontvangsten voortvloeiend uit de tegeldemaking van deze samengestelde activa, de bijkomende uitgaven en de ontvangsten die eruit voortvloeien kunnen geboekt worden op speciaal daartoe geopende bankrekeningen bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, als wettelijk gevolg van het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.

De samengestelde activa kunnen ook ingeschreven worden op bijzondere effectenrekeningen die daartoe namens de Waalse Schatkist geopend zijn bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, die wettelijk voortkomt uit het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.

Art. 7.De Minister van Begroting en Financiën is ertoe gemachtigd volgende inkomsten af te trekken van de leningslasten van Wallonië : 1° de inkomsten van de in het kader van de beheersverrichtingen van de Schatkist waarvan sprake in artikel 5, 1° en 2°, belegde opbrengsten van leningen in euro;2° de aan het Waalse Gewest toegewezen inkomsten of kapitalen ten gevolge van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interestenswap, arbitrages, risicodekkingen zoals de opties of andere verrichtingen verwezenlijkt door middel van leningen van Wallonië en om de financiële lasten ervan te verlagen.

Art. 8.De thesauriesaldi van de vorige "OWDR" kunnen bestemd worden voor artikel 76.02 van afdeling 15 (Fonds inzake grondbeleid).

Art. 9.§ 1. Er wordt een heffing afgenomen voor de financiering van de kosten opgelopen door de " CWaPE " voor de uitvoering van het mechanisme van groene certificaten bedoeld in artikel 37 van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt. § 2. De heffing is verschuldigd door de producenten van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en/of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling die bij de " CWaPE " een verzoek indienen voor de toekenning van groene certificaten voor installaties met een nominaal vermogen hoger dan 10 kilowatts (kW). § 3. De heffing is verschuldigd per megawattuur (MWh) waarvan een indexmeting, meegedeeld aan de " CWaPE " vanaf 1 januari 2014, de productie bevestigt en die in aanmerking komt voor de toekenning van de groene certificaten. Het tarief per eenheid van de heffing, in euro per megawattuur (euro/MWh), is gelijk aan de waarde van een breuk, waarvan de teller gelijk is aan 1.800.000 euro en de noemer het geschatte aantal MWh is, die door de verschuldigde producenten tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014 worden gegenereerd.

Art. 10.§ 1. De "CWaPE" schat de elektriciteitsproducties uit hernieuwbare energiebronnen en/of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling van de verschuldigden, in functie van de technische kenmerken van de installaties, van de historische gegevens en van externe elementen die de productie beïnvloeden.

De "CWaPE" berekent het tarief per eenheid van de heffing voor 2014 op basis van de aldus geraamde totale productie. Dit tarief is van toepassing op alle verschuldigden op een eenvormige wijze.

De "CWaPE" maakt het tarief van de heffing bekend.

Art. 11.De producent betaalt de heffing binnen de twee maanden na het versturen van de facturen. Onder voorbehoud van materiële fouten, maakt het uitstel van de betaling de tegoeden op een effectenrekening van deze producent bij de "CWaPE" van rechtswege onbeschikbaar. De "CWaPE" wordt ertoe gemachtigd om de terugvordering van de heffing bij wanbetalende schuldenaars verder te zetten.

Deze heffing is ten laste van de verschuldigde producenten van groene elektriciteit in de zin van artikel 9 en mag niet worden verhaald op de consumenten.

Art. 12.In artikel 97 van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, wordt het tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008, respectievelijk gewijzigd bij de decreten van 19 december 2012 en 19 september 2013, vervangen als volgt: "In afwijking van het eerste lid, wordt de belasting verschuldigd voor de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik die in het Waalse Gewest in gebruik worden genomen, met uitzondering van degenen die in hetzelfde Gewest in gebruik worden genomen door maatschappijen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel met leasingactiviteiten, bedoeld bij artikel 94, 1°, wegens twee bestanddelen: - de eerste op grond van het vermogen van de motor uitgedrukt, hetzij in fiscale paardenkracht, hetzij in kilowatt; - de tweede, "ecomalus" genoemd, naar gelang van de categorie CO2-emissies van het autovoertuig dat in gebruik wordt genomen.".

Art. 13.In Titel V, hoofdstuk IV, Afdeling I, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008, wordt de titel vervangen door wat volgt: "Afdeling I - Bedrag van de belasting voor de personenauto's en de auto's die in het Waalse Gewest in gebruik worden genomen, met uitzondering van die welke in hetzelfde Gewest in gebruik worden genomen door maatschappijen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel met leasingactiviteiten, bedoeld bij artikel 94, 1°. ".

Art. 14.Artikel 97bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008 en respectievelijk gewijzigd bij de decreten van 19 december 2012 en 19 september 2013, wordt vervangen als volgt: "

Art. 97bis.§ 1. Voor de personenauto's en de auto's die in het Waalse Gewest in gebruik worden genomen, met uitzondering van degenen die in hetzelfde Gewest in gebruik worden genomen door maatschappijen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel met leasingactiviteiten, bedoeld bij artikel 94, 1°, in deze afdeling "autovoertuigen" genoemd, bestaat het bedrag van de belasting uit het totaalbedrag van de twee bestanddelen genoemd in artikel 97, tweede lid. § 2. Het eerste bestanddeel van de belasting verschuldigd voor de autovoertuigen wordt berekend overeenkomstig artikel 98. § 3. Het tweede bestanddeel van de belasting verschuldigd voor de autovoertuigen, "ecomalus" genoemd, wordt berekend overeenkomstig de artikelen 97quater en 97 quinquies.".

Art. 15.In artikel 97ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 1 juli 2010, bevestigd bij decreet van 10 november 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in 1°, derde lid, eerste streepje, wordt het bedrag "195" vervangen door het bedrag "205";b) in 1°, derde lid, tweede streepje, wordt het bedrag "186" vervangen door het bedrag "196";c) in 2°, eerste lid, wordt het bedrag "150" vervangen door het bedrag "140".

Art. 16.In artikel 53ter, in paragraaf 1, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij de decreten van 10 december 2009, 10 mei 2012 en 19 september 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in het eerste lid, worden de bedragen "200.000 EUR" en "191.000 EUR" respectievelijk vervangen door de bedragen "160.000" en "150.000"; b) in het tweede lid, wordt het jaar "2011" vervangen door het jaar "2015";c) in het derde lid, wordt het jaar "2010" vervangen door het jaar "2014".

Art. 17.Overeenkomstig artikel 6, 3° van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, kan de invordering van de niet-fiscale ontvangsten door de ontvanger opgegeven worden wanneer de kosten van de invordering hoger is dan het bedrag van het vastgestelde recht.

Art. 18.Artikel 253, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de decreten van 6 december 2001 en 22 oktober 2003, wordt vervangen door wat volgt: « 5° de onroerende goederen gelegen in het Waalse Gewest en opgenomen in de omtrek van een Natura 2000-gebied, van een natuurreservaat of een bosreservaat of opgenomen in de omtrek van een gebied dat in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk en onderworpen is aan de primaire beschermingsregeling; ».

Art. 19.Artikel L4211-3 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt aangevuld als volgt: " § 5. Vanaf de gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 2012, zullen de uitgaven die bij de paragrafen 2 en 4 ten laste van Wallonië worden gebracht, alsook de uitgaven in verband met de technische upgrading van de toestellen en de administratieve kosten eigen aan de begeleiding gedurende het verkiezingsproces, door de gemeenten die ervan gebruik hebben gemaakt, worden terugbetaald na het afsluiten van de verkiezingen overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Regering, ten belope van het bedrag dat de kosten van de manuele stemming overschrijdt.". HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende afval

Art. 20.Artikel 5 van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen wordt vervangen door wat volgt: « § 1. Het bedrag van de belasting op het storten van huisafval in "C.E.T." wordt vastgelegd op 68,82 euro/ton voor ongevaarlijke afval en op 74,37 euro/ton voor gevaarlijke afval. § 2. Als afvalstorting in "C.E.T." niet toegelaten is door de regelgeving of door een administratieve machtiging, wordt het bedrag van de belasting vastgelegd op 166,50 euro/ton, met een minimum van 166,50 euro voor ongevaarlijke afval en op 666 euro/ton, met een minimum van 666 euro voor gevaarlijke afval.".

Art. 21.In artikel 6 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt: "Het bedrag van de belasting wordt verminderd als volgt : 1° 25 euro/ton als het gaat om resten van behandeling door verbranding, om vliegas uit thermische centrales, niet inert gietzand en resten van de behandeling van afval uit de productie of de vervaardiging van gietijzer en staal;2° 18 euro/ton als het gaat om afval uit de behandeling door inertage of stabilisering;3° 16 euro/ton als het gaat om niet inerte resten van glasrecyclingseenheden die gebruik maken van selectief ingezameld glas voor de productie van nieuw glas;4° 15 euro/ton als het gaat om afval uit de afbraak van autowrakken en schroot 5° 3 euro/ton als het gaat om andere afval dan die bedoeld in 10°, voortgebracht door grondsaneringsverrichtingen goedgekeurd door de ambtenaren die de Regering aanwijst of door de Regering zelf wanneer andere beheersprocessen dan uitgraving en storting in centra voor technische ingraving volgens de Dienst enorme uitgaven zouden teweegbrengen of niet toegepast zouden kunnen worden;6° 3 euro/ton als het gaat om resten en andere verontreinigde gronden uit vergunde grondsaneringscentra dan die bedoeld in 10° ;7° 3 euro/ton als het gaat om afval uit de vervaardiging van glasvezels, stoffen uit de bedding, oevers en bijbehorende kunstwerken van waterlopen en -vlakken, afval uit de behandeling van water om het drinkbaar te maken, afval van ijzeroxide uit de zinkproductie, gekend onder de naam jarosiet en goethiet, en ganggesteente van mangaanerts uit de productie van mangaanzouten en -oxiden;8° 3 euro/ton als het gaat om afval die fosfogips, slib van sodafabrieken, slib van de zuivering van zoutoplossingen van minerale stoffen en mijnafval bevat;9° 3 euro/ton als het gaat om slib of vaste resten van de vervaardiging van gerecycleerde papierbrij uit bedrijven die papier- en kartonafval gedeeltelijk of geheel als grondstof gebruiken voor de productie van nieuw papier en karton; 10° 0,25 euro/ton als het gaat om : - gronden die in aanmerking komen voor "C.E.T." van klasse 3 of klasse 5.3; - inert afval uit kringloopcentra, met inbegrip van gezeefd afval die in aanmerking komen voor "C.E.T." van klasse 3 met een granulometrie van hoogstens 40 mm voor zover ze minder dan: a) 1% niet-steenachtige stoffen bevatten, zoals gips, rubber, isolatiemateriaal, dakbedekkingsmateriaal;b) 5% organisch materiaal bevatten, zoals hout, plantenresten;c) 15% niet-natuurlijke steenachtige stoffen bevatten met afmetingen tussen 2 en 40 mm;11° 0 euro/ton als het gaat om : - afval die asbestvezels bevat; - gronden die in aanmerking komen voor "C.E.T." van klasse 3 of klasse 5.3 die worden gebruikt als eindafdekking en voor het herstel van de centra voor technische ingraving; - valoriseerbare afval gebruikt in "C.E.T." als vervangingsmiddelen voor producten of uitrustingen die nodig zijn voor de exploitatie en de sanering van een "C.E.T.", overeenkomstig de exploitatievergunning of de milieuvergunning.

Art. 22.Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt: « § 1. Het bedrag van de belasting op verbranding van ongevaarlijke afval met warmteterugwinning wordt op 8,99 euro/ton vastgelegd.

Bij verbranding zonder warmteterugwinning wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid op 55,50 euro/ton vastgelegd. § 2. Als de afvalverbranding niet gedekt is door een milieu- of exploitatievergunning overeenkomstig de geldende wetgeving, wordt het bedrag van de belasting op 166,50 euro/ton vastgelegd, met een minimum van 166,50 euro.".

Art. 23.Artikel 11 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt: « § 1. Het bedrag van de belasting op verbranding van ongevaarlijke afval met warmteterugwinning wordt op 26,64 euro/ton vastgelegd.

Bij verbranding zonder warmteterugwinning wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid op 66,60 euro/ton vastgelegd. § 2. Als de afvalverbranding niet gedekt is door een milieu- of exploitatievergunning overeenkomstig de geldende wetgeving, wordt het bedrag van de belasting op 666 euro/ton vastgelegd, met een minimum van 666 euro.".

Art. 24.In artikel 12 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: In afwijking van de artikelen 10, § 1, en 11, § 1, wordt het bedrag van de belasting op verbranding van afval uit grondsaneringshandelingen die zijn goedgekeurd door de ambtenaren die de Regering aanwijst of door de Regering zelf op 2 euro/ton vastgelegd in geval van warmteterugwinning en op 3 euro/ton zonder warmteterugwinning.".

Art. 25.In artikel 16 van hetzelfde decreet, wordt paragraaf 1, eerste lid, vervangen als volgt: " § 1. Het bedrag van de belasting op coverbranding van gevaarlijke afval wordt op 7,49 euro/ton vastgelegd.

In afwijking van het vorige lid, wordt het bedrag van de belasting op coverbranding van gevaarlijke afval uit grondsaneringshandelingen die zijn goedgekeurd door de ambtenaren die de Regering aanwijst of door de Regering zelf op 0,50 euro/ton vastgelegd.

Het bedrag van de belasting verschuldigd overeenkomstig het eerste lid wordt met 30% verminderd voor afvalstoffen die medeverbrand worden op de plaats waar ze geproduceerd worden als de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn: 1° de afvalstoffen worden door hun producent medeverbrand in een installatie die voldoet aan de geldende milieuvoorschriften betreffende coverbranding van afval;2° de coverbrandingsinstallatie is hoofdzakelijk bestemd voor het beheer van die afvalstoffen. § 2. Als de coverbranding van gevaarlijke afvalstoffen niet gedekt is door een milieu- of exploitatievergunning overeenkomstig de geldende wetgeving, wordt het bedrag van de belasting op 666 euro/ton vastgelegd, met een minimum van 666 euro.".

Art. 26.Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 166,50 euro/ton afval.".

Art. 27.Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 38,85 euro/ton afval.".

Art. 28.Artikel 38 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 55,50 euro/m® voor ongevaarlijke afvalstoffen, op 222 euro/m® voor gevaarlijke afvalstoffen en op 222 euro/m® voor gemengde gevaarlijke en ongevaarlijke afvalstoffen.

Het bedrag van de belasting wordt beperkt tot 500.000 euro.".

Art. 29.Artikel 40 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 166,50 euro/m® achtergelaten afval, met een minimum van 166,50 euro.

Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 666 euro/m® achtergelaten afval, voor ongevaarlijke afvalstoffen, met een minimum van 666 euro.".

Art. 30.Artikel 70, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt: "Voor de belastingplichtigen onderworpen aan de belasting van vennootschappen worden de belastingen bedoeld in de hoofdstukken II tot V voorzien van een coëfficiënt 0.7 voor de boekjaren 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014.". HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende afgedankte bedrijfsruimten

Art. 31.In artikel 2 van het decreet van 27 mei tot invoering van een belasting op de afgedankte bedrijfsruimten: - wordt het getal 5.000 vervangen door het getal 1.000; - wordt het getal 50 vervangen door het getal 25.

Art. 32.In artikel 5 van hetzelfde decreet, worden de woorden "of van elke zoals in artikel 7, § 3, tweede lid, bedoelde jaarlijkse vaststelling die later dan eerstgenoemde vaststelling plaatsvindt" vervangen door de woorden "of van de latere vaststellingen bedoeld in artikel 7, § 3, tweede lid, of, bij gebrek aan vaststelling, op de verjaardagdatum van de tweede vaststelling".

Art. 33.In artikel 6 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen als volgt : " Het belastbare tijdperk is het jaar waarin een tweede vaststelling bedoeld in artikel 7, § 2, tweede lid, wordt opgemaakt, waarbij het bestaan van een in stand gehouden afgedankte bedrijfsruimte wordt vastgesteld, of de latere jaren waarin de ruimte in stand wordt gehouden, in de zin van artikel 2. ».

Het derde lid wordt vervangen als volgt : "De belasting kan ingekohierd worden tot op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar. ».

Art. 34.In artikel 7, § 2, van hetzelfde decreet, wordt het getal twaalf vervangen door het getal negen.

Er wordt een derde lid toegevoegd, luidend als volgt: "Deze tweede vaststelling wordt bekendgemaakt overeenkomstig § 1, tweede lid".

Het eerste lid van § 3 wordt vervangen als volgt : " § 3. Vanaf de verjaardagdatum van de tweede vaststelling, wordt de ruimte geacht in stand gehouden te zijn in de zin van artikel 2. De verschuldigde kan de ambtenaren bedoeld in § 1, eerste lid, echter verzoeken een controle uit te voeren. ».

Art. 35.In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de eerste drie paragrafen vervangen door wat volgt: « § 1. De opeisbaarheid van de belasting alsmede de looptijd van de verjaring van de invordering ervan worden opgeschort voor de gebieden bedoeld in § 2 en § 3. § § 2. De gebieden onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk IV van het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer, zolang de houder van de verplichtingen, die hem overeenkomstig dit decreet zijn opgelegd, zijn verplichtingen nakomt.

De opschorting begint te lopen vanaf het jaar waarin deze verplichtingen ontstaan.

Ze heeft betrekking op de belastingen betreffende de jaren waarin deze verplichtingen lopen.

De belastingen worden ontheven wanneer het bestuur een bodemcontrolecertificaat afgeeft overeenkomstig artikel 67 van dit decreet. § 3. De gebieden waarvoor een heraanleg nodig is, die het voorwerp uitmaken van het besluit bedoeld in artikel 169, § 1, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie.

De opschorting begint te lopen vanaf het jaar van dit besluit.

Ze heeft betrekking op de belastingen die verschuldigd zijn op het moment van het besluit bedoeld in het eerste lid, voor de vanaf het jaar van de aanvraag invorderbare belastingen.

De belastingen worden ontheven wanneer de herinrichting van de locatie bij het besluit bedoeld in artikel 169, § 7, van hetzelfde Wetboek wordt vastgesteld".

Er wordt een § 6 toegevoegd, luidend als volgt: " § 6. De opschorting bedoeld in § 2 en § 3 is vaststaand, zelfs als de naleving van de verplichtingen die uit de twee bedoelde wetgevingen voortvloeien, de afschaffing van de belastbare aard van het gebied in de zin van dit decreet niet tot gevolg heeft gehad.".

Er wordt een § 7 toegevoegd, luidend als volgt: " § 7. De vaststelling, door de ambtenaar aangewezen door de Regering, van de niet-belastbare aard van een gebied in de zin van dit decreet, heeft tot gevolg de ontheffing van de opgeschorte belastingen.".

Art. 36.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 9bis, luidend als volgt: "

Art. 9bis.De gemeenten kunnen opcentiemen heffen op de gewestelijke belasting.

Enkel de gemeenten die jaarlijks aan de telling deelnemen alsook aan de bijwerking van de lijst van de ruimten die kunnen betrokken zijn bij deze belasting, kunnen opcentiemen heffen.". HOOFDSTUK IV. - Bepalingen betreffende de belastingen op masten, pylonen en antennen

Art. 37.Er wordt in het Waalse Gewest een jaarlijkse belasting gevestigd op masten, pylonen of antennen bestemd voor de uitvoering, rechstreeks met het publiek, van een mobiele telecommunicatieverrichting door de operator van een openbaar telecommunicatienet.

Art. 38.De belasting is verschuldigd door de operator van de mast, de pyloon of de antenne op 1 januari van het aanslagjaar.

Als de operator niet eigenaar is van de mast, de pyloon of de antenne, wordt hij hoofdelijk gehouden tot de betaling van de belasting.

Art. 39.Het jaarlijks basisbedrag van de belasting wordt vastgesteld op 8000 euro per site. Dit bedrag wordt, vanaf het aanslagjaar 2015, geïndexeerd volgens de volgende formule: Geïndexeerd bedrag = Basisbedrag * (indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand januari van het aanslagjaar/indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand januari van 2014).

Onder site wordt verstaan het geheel, onlosmakelijk verbonden zonder substantiële werkzaamheden, gevormd door de mast, de pyloon of de antenne(n) en bijbehorende uitrustingen, die door één of verschillende operatoren zijn geïnstalleerd.

De operatoren die een site bedoeld bij deze belasting gezamenlijk gebruiken, worden hoofdelijk gehouden tot de betaling van de belasting.

Het bedrag van de belasting wordt geannuleerd in geval van een ingerichte site die effectief niet wordt gebruikt.

Art. 40.Elke belastingplichtige moet jaarlijks aangifte doen bij het belastingsorgaan opgericht door de Waalse Regering, van het aantal sites die per gemeente alleen of gezamenlijk worden ingericht of gebruikt.

Art. 41.De aangifte, de procedure tot aanslag, de aanslag- en opeisbaarheidstermijnen, de vordering en de beroepsmiddelen worden opgesteld overeenkomstig het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Art. 42.De gemeenten mogen geen belasting heffen met eenzelfde voorwerp.

De gemeentelijke reglementen met betrekking tot een belasting met hetzelfde voorwerp worden opgeheven.

Art. 43.§ 1. In afwijking van artikel 42, kunnen de gemeenten een aanvullende belasting vestigen van hoogstens honderd opcentiemen op de belasting gevestigd in artikel 37 op de masten, pylonen of antennen bedoeld in artikel 37 die voornamelijk op hun grondgebied worden opgesteld. § 2. De aanvullende belasting kan niet het voorwerp uitmaken van een vermindering, vrijstelling of uitzondering.

Art. 44.§ 1. Een procent van de opbrengst van de aanvullende belasting wordt afgehouden voor administratieve kosten vóór de toewijzing van het saldo aan de gemeenten. § 2. De Regering bepaalt de bijzondere modaliteiten voor de toewijzing van de opbrengst van de aanvullende belasting aan de gemeenten. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 45.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2014.

Artikel 16 zal van toepassing zijn op alle verkoopakten verleden vanaf die datum.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 11 december 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J.-Cl. MARCOURT De Minister van Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, C. DI ANTONIO _______ Nota (1) Zitting 2013-2014. Stukken van het Waals Parlement, 4-V a (2013-2014) Nrs 1 tot 6.

Volledig verslag, plenaire vergadering van 11 december 2013.

Bespreking.

Stemming.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^