Decreet van 11 maart 2004
gepubliceerd op 08 april 2004
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet betreffende de incentives om de milieubescherming en het duurzame energiegebruik te begunstigen

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2004200990
pub.
08/04/2004
prom.
11/03/2004
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

11 MAART 2004. - Decreet betreffende de incentives om de milieubescherming en het duurzame energiegebruik te begunstigen (1)


De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving, voorwerp en toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. In de zin van dit decreet is de middelgrote onderneming, de onderneming : 1° waarvan het personeelsbestand minstens vijftig werknemers en minder dan tweehondervijftig werknemers telt;2° en waarvan : a.ofwel de jaarlijkse omzet minstens gelijk is aan 7 miljoen euro en 40 miljoen euro niet overschrijdt; b. ofwel het jaarlijks balanstotaal minstens gelijk is aan 5 miljoen euro en 27 miljoen euro niet overschrijdt;3° en die het onafhankelijkheidscriterium zoals omschreven in het derde lid naleeft. De kleine onderneming is de onderneming : 1° waarvan het personeelsbestand minstens tien werknemers en minder dan vijftig werknemers telt;2° en waarvan : a.ofwel de jaarlijkse omzet 7 miljoen euro niet overschrijdt; b. ofwel het jaarlijks balanstotaal 5 miljoen euro niet overschrijdt;3° en die het onafhankelijkheidscriterium zoals omschreven in het derde lid naleeft. Onafhankelijk is de kleine of middelgrote onderneming die niet ter hoogte van 25 % of meer van het kapitaal of het stemrecht in handen is van een onderneming of van meerdere ondernemingen samen die niet beantwoorden aan de definitie van middelgrote of kleine onderneming, al naar gelang.

Die drempel kan overschreden worden in twee gevallen : 1° indien de kleine of middelgrote onderneming in handen is van openbare participatiemaatschappijen, durfkapitaalvennootschappen of institutionele beleggers, met in begrip van regionale ontwikkelingsfondsen of universitaire instellingen, en op voorwaarde dat zij noch individueel noch samen een controle uitoefenen op die onderneming;2° indien uit de kapitaalspreiding blijkt dat het onmogelijk is te weten wie het kapitaal in handen heeft en de kleine of middelgrote onderneming verklaart dat ze rechtmatig kan vermoeden niet ter hoogte van 25 % of meer in handen te zijn van één onderneming of meerdere ondernemingen samen die niet beantwoorden aan de definitie van de middelgrote onderneming, de kleine onderneming of de zeer kleine onderneming, al naar gelang. De berekening van de drempels inzake personeelsbestand en financiën wordt verricht door de optelling van de gegevens van de kleine of middelgrote onderneming en alle ondernemingen waarvan zij rechtstreeks of onrechtstreeks 25 % of meer van het kapitaal of het stemrecht in handen heeft. § 2. De grote onderneming is de onderneming waarvan één van de criteria omschreven in paragraaf 1, eerste lid, overschreden wordt. § 3. De regering kan de criteria bedoeld in paragraaf 1 nader bepalen of ze aanpassen om ervoor te zorgen dat dit decreet in overeenstemming is met de communautaire regels die goedgekeurd zijn als de bepalingen van de artikelen 87 tot en met 89 van het verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap.

Art. 2.Om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het Gewest kan de regering binnen de specifieke perken van de begroting zoals jaarlijks vastgesteld, incentives toekennen aan de onderneming die een bedrijfszetel in het Gewest heeft en er een in artikel 6 bedoeld investeringsprogramma verwezenlijkt.

Art. 3.De incentives nemen de vorm aan van een investeringspremie of van een vrijstelling van de onroerende voorheffing. De investeringspremie en de vrijstelling van de onroerende voorheffing kunnen samengevoegd worden.

Zij worden toegewezen krachtens eenzijdige beslissingen en de wijze waarop de incentive toegekend wordt, maakt het voorwerp uit van een overeenkomst gesloten tussen de partijen.

De incentives worden toegekend met inachtneming van de regelgeving van de Europese Gemeenschap en, meer in het bijzonder, in overeenstemming met de multisectorale kaderregeling door de Gemeenschap van de steunmaatregelen van staatswege voor milieubescherming en met de richtsnoeren voor de staatssteun in de landbouwsector.

Voor eenzelfde investeringsprogramma mag de onderneming het voordeel van de incentives bepaald bij dit decreet niet samenvoegen met de steun die zij gekregen heeft krachtens andere gewestelijke decreet- of regelgeving.

De incentives bepaald bij dit decreet mogen samengevoegd worden met de incentives uit de Europese structuurfondsen.

Art. 4.Om in aanmerking te komen voor de incentives dient de onderneming : 1° ofwel een natuurlijke persoon te zijn met de hoedanigheid van handelaar of die een zelfstandig beroep uitoefent;2° ofwel één van de vennootschappen opgesomd in artikel 2, § 2, van het Wetboek van vennootschappen of een Europees economisch samenwerkingsverband te zijn. De publiekrechtelijke rechtspersoon en de vereniging zonder winstoogmerk zijn uitgesloten van het voordeel van de incentives bepaald bij dit decreet.

Art. 5.Uitgesloten van het voordeel van de incentives wordt de onderneming waarvan de activiteiten onder één der volgende gebieden vallen : 1° bankwezen en andere financiële instellingen, verzekeringswezen en vastgoed;2° energie- of waterproductie en -verdeling;3° onderwijs, opvoeding en vorming;4° gezondheid en gezondheidszorgen;5° sportactiviteiten, vrijetijdsbesteding en verdeling van cultuurproducten;6° grootdistributie;7° vrije beroepen. In afwijking van het eerste lid, 2°, is de energieproductie uit hernieuwbare energiebronnen of kwaliteitsvolle warmtekrachtkoppeling in de zin van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt een sector die toegelaten wordt tot het voordeel van de incentives indien het een kleine onderneming betreft en voorzover bedoelde onderneming niet in handen is van een middelgrote of grote onderneming waarvan de bedrijvigheid onder de energiesector ressorteert.

De regering bepaalt de sectoren of deelsectoren die overeenstemmen met die bedrijvigheidsgebieden die uitgesloten zijn van het voordeel van de incentives.

In dat geval dienen de beginselen en doelstellingen van de duurzame ontwikkeling in zijn beslissing in overweging te worden genomen.

De regering kan, na een evaluatie die hij minstens driejaarlijks verricht, meer bepaald op grond van de jaarlijks aan de Waalse Gewestraad overgemaakte verslagen, de uitgesloten sectoren of deelsectoren wijzigen. HOOFDSTUK II. - Incentives

Art. 6.De regering kan de incentives toekennen aan de onderneming die minstens een bedrijfszetel in het Waalse Gewest heeft en die een investeringsprogramma verwezenlijkt om één of meerdere van de volgende doelstellingen te bereiken : 1° de milieubescherming, namelijk elke actie die ertoe strekt de negatieve gevolgen voor de natuurlijke omgeving of de natuurlijke hulpbronnen te herstellen of te voorkomen of een rationeel gebruik van die hulpbronnen aan te moedigen, namelijk : a.de investeringen waardoor de onderneming de bestaande normen van de Gemeenschap kan overschrijden of de investeringen die zij verwezenlijkt bij ontstentenis van dergelijke verbindende normen; b. de investeringen die verwezenlijkt worden door een kleine of middelgrote onderneming die zich daardoor in overeenstemming brengt met de nieuwe normen van de Gemeenschap tijdens een periode van drie jaar te rekenen van de goedkeuring door de Europese Gemeenschap van die nieuwe normen;c. de acties voor de valorisering en de vermindering van de afvalstoffen in het productieproces;2° het duurzame energiegebruik, namelijk de investeringen waardoor : a.de terugdringing van het energieverbruik in een productieproces; b. de totstandkoming van energieën uit hernieuwbare energiebronnen;c. de totstandkoming van installaties voor kwaliteitsvolle warmtekrachtkoppeling in de zin van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt mogelijk worden.

Art. 7.De investeringen waarvoor incentives toegekend kunnen worden, zijn beperkt tot de bijkomende kosten om de doelstellingen inzake milieubescherming te bereiken. Die in aanmerking komende kosten worden berekend, de voordelen verkregen uit een eventuele capaciteitsverhoging, de kostenbesparingen tijdens de eerste vijf levensjaren van de investering en de toegevoegde bijkomende producties tijdens diezelfde periode van vijf jaar buiten beschouwing gelaten.

De regering bepaalt de types toegelaten investeringen nader.

Art. 8.De regering bepaalt de bijzondere voorwaarden en modaliteiten voor de toekenning van de incentives waarbij hij rekening houdt met de grootte van de onderneming en met de impact van het investeringsprogramma op de duurzame ontwikkeling.

De investeringspremie wordt uitgedrukt in een percentage van het toegelaten investeringsprogramma en mag niet overschrijden : 1° 30 % brutto van de investeringen verwezenlijkt door een onderneming om de normen van de Gemeenschap te overschrijden;2° 40 % brutto van de investeringen verwezenlijkt door een onderneming ter zake van duurzaam energiegebruik;3° 15 % brutto van de investeringen verwezenlijkt door een kleine of middelgrote onderneming om zich in overeenstemming te brengen met de normen van de Gemeenschap. Tegen de maximumpercentages van het tweede lid, 1° en 2°, kan een bonus worden toegekend in volgende gevallen : 1° 5 % indien de onderneming zich in de regio's bevindt die vallen onder artikel 87, § 3, c., van het verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap; 2° 10 % indien de onderneming zich in de regio's bevindt die vallen onder artikel 87, § 3, a., van het verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap; 3° 10 % indien het een kleine of middelgrote onderneming betreft. Die percentages worden door de regering bepaald.

Art. 9.De regering kan de onderneming die in het kader van een investeringsprogramma zoals bedoeld in artikel 6 investeringen in onroerende goeden, met inbegrip van de investeringen in materieel dat geacht is onroerend van aard of door bestemming te zijn, een vrijstelling van de onroerende voorheffing voor de onroerende goeden toekennen.

Die vrijstelling kan worden toegekend : 1° aan de grote onderneming voor een duur van drie jaar;2° aan de middelgrote onderneming voor een duur van vier jaar;3° aan de kleine onderneming voor een duur van vijf jaar. Die vrijstelling kan evenwel enkel worden toegekend voor een maximumduur van zeven jaar voor het materieel en de werktuigen in het geval van een bedrijfsoprichting.

De duur bedoeld in het tweede en het derde lid wordt berekend vanaf 1 januari van het jaar volgend op de bezetting of het gebruik van het onroerend goed. HOOFDSTUK III. - Voorwaarden voor de toekenning en de instandhouding, aanvraag- en toekenningsprocedures, uitbetalings-, controle- en bestraffingswijze

Art. 10.De incentives worden toegekend aan de onderneming die de wetsbepalingen over de uitoefening van zijn bedrijvigheid naleeft en de wet- en regelgeving in fiscale, sociale en ecologische aangelegenheden naleeft of die zich daartoe verbindt binnen de termijn vastgesteld door het bevoegde bestuur.

Art. 11.De regering bepaalt de voorwaarden voor de instandhouding van de incentives en de doelstellingen die de onderneming zich ertoe verbindt te bereiken. Zij worden opgenomen in de overeenkomst bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Art. 12.De onderneming is er tijdens een termijn van vijf jaar te rekenen van de datum waarop de verwezenlijking van de investeringen beëindigd wordt, toe verplicht die investeringen aan te wenden voor de doeleinden en tegen de voorwaarden zoals voorzien, ze niet af te staan en ze in stand te houden in de bestemming waarvoor de incentive was toegekend.

De investeringen in immateriële activa dienen uitgebaat te worden in de incentivegerechtigde onderneming tijdens minstens vijf jaar te rekenen van de toekenning van de incentive, behalve indien die immateriële activa uit duidelijk voorbijgestreefde technieken bestaan.

Indien het kapitaal of het stemrecht in de onderneming die voor de incentive in aanmerking komt, in handen is van één of meerdere grote ondernemingen ter hoogte van 25 %, verbinden zich de onderneming of de ondernemingen die die participatie in handen heeft of hebben, ertoe om de incentives terug te geven voor rekening van de grote onderneming, gedurende de termijn bedoeld in het eerste lid.

Art. 13.De onderneming licht de ondernemingsraad in over de motieven en wijze van uitbetaling van de toegekende incentives, evenals over de bepaalde controlemaatregelen.

Art. 14.De regering stelt de procedures voor aanvraag en toekenning van de incentives vast en houdt daarbij rekening met de omvang van de onderneming.

Elke aanvraag voor een incentive dient aanleiding te geven tot een beslissing binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het tijdstip waarop het dossier volledig is.

De regering bepaalt de procedure en de berekeningswijze van de termijn bedoeld in het tweede lid.

Art. 15.De incentives bedoeld in artikel 3 worden terugbetaald overeenkomstig de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit : 1° in geval van niet-naleving van de bepalingen uitgebracht bij of krachtens dit decreet of de verplichtingen vervat in de individuele beslissing tot toekenning en in de overeenkomst;2° in geval van faillissement, ontbinding of vrijwillige dan wel gerechtelijke vereffening van de grote onderneming;3° in geval van al dan niet bewuste verstrekking door de grote onderneming van onjuiste of onvolledige inlichtingen ongeacht het effect van die inlichtingen op het bedrag van de incentives, onverminderd de strafrechtelijke vervolging van de personen die die inlichtingen verstrekt zouden hebben. In geval van teruggave van de incentive bedoeld in artikel 8 wordt de vrijstelling van de onroerende voorheffing ab initio geschrapt.

Art. 16.De regering kan van artikel 15 afwijken en de incentives instandhouden : 1° in het geval waarin de niet-naleving van de voorwaarden bedoeld in artikel 12 toe te schrijven is aan overmacht, namelijk abnormale en onvoorziene omstandigheden die vreemd zijn aan diegene die ze inroept en waarvan de gevolgen onvermijdelijk blijken te zijn ondanks alle gedane inspanningen;2° in het geval van fusie of splitsing van ondernemingen, inbreng van een algemeenheid of bedrijfstak, afstand van algemeenheid of bedrijfstak, bedoeld in boek XI van het Wetboek van vennootschappen, evenals in geval van overdracht van de onderneming bedoeld in de artikelen 41 tot en met 43 van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk concordaat, indien de bedrijvigheid van de grote onderneming in het Waalse Gewest voortgezet wordt en de verkregen incentives, evenals de daarop betrekking hebbende investeringen overgedragen worden naar de nieuwe juridische constructie en in stand gehouden worden in de bestemming waarvoor ze zijn toegekend;3° in geval van afstand of wijziging van de bestemming of de gebruiksvoorwaarden, indien de grote onderneming op voorhand om de toelating door de regering verzoekt. De regering kan van artikel 15 afwijken door, in de gevallen waarin de feiten die tot teruggave aanleiding geven, niet ontstaan zijn uit een fout of een vrijwillige handeling van de grote onderneming of diens aandeelhouders, de terugbetaling te beperken tot de verhouding tussen het aantal jaar waarin werkelijk gebruik is gemaakt van het goed waarvoor een incentive is toegekend en het aantal jaar bepaald in artikel 12 zonder dat evenwel minder dan twee jaar mag verstrijken zijn tussen het einde van de doorvoering van de investering en de dag waarop de gebeurtenis plaatsvindt die de intrekking van de incentive verantwoordt.

De regering kan afwijken van artikel 15 door af te zien van een gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de incentives indien de kosten verbonden aan het verhalen ervan hoger dan de bedragen zelf dreigen te zijn.

Art. 17.De regering bepaalt de wijze van uitbetaling en terugbetaling van de incentives.

De incentives kunnen niet uitbetaald worden in geval van faillissement, ontbinding of vrijwillige dan wel gerechtelijke vereffening van de onderneming. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen, opheffings- en overgangsbepalingen

Art. 18.De regering deelt elk kwartaal een statistieke informatie mee betreffende de toegekende incentives aan de « Conseil économique et social de la Région wallonne » (Sociaal-Economische Raad van het Waalse Gewest) en aan het « Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique » (Waals Instituut voor Evaluatie, Toekomstverwachting en Statistiek).

De regering deelt de « Conseil économique et social de la Région wallonne » jaarlijks een kwantitatief en kwalitatief verslag mee over het economisch expansiebeleid dat tijdens het voorgaande kalenderjaar gevoerd is, samen met de bestanddelen van de doorgevoerde evaluatie.

Art. 19.Opgeheven worden : 1° de artikelen 5 en 5bis van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992; 2° artikel 32.13 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische reoriëntatie ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2002.

Bij wijze van overgangsbepaling worden de dossiers ingediend door een grote onderneming na 30 september 2003 behandeld op grond van dit decreet.

De aanvragen ingediend door een kleine of een middelgrote onderneming vóór de inwerkingtreding van dit decreet blijven onderworpen aan de wet van 4 augustus 1978 tot economische reoriëntatie gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992.

Art. 20.De regering stelt de datum vast voor de inwerkingtreding van elke bepaling van dit decreet.

Namen, 11 maart 2004.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Onderzoek en Nieuwe Technologieën, S. KUBLA De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, J. DARAS De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken, M. DAERDEN De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ch. MICHEL De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE De Minister van Tewerkstelling en Vorming, Ph. COURARD _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken van de Raad 630 (2003-2004), nrs. 1 tot en met 7.

Volledig verslag, openbare vergadering van 3 maart 2004.

Bespreking. - Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^