Etaamb.openjustice.be
Decreet van 17 december 1997
gepubliceerd op 25 februari 1998

Decreet betreffende de rustpensioenen toegekend aan de vastbenoemde en tot de stage toegelaten personeelsleden van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en betreffende de overlevingspensioenen toegekend aan de rechtverkrijgenden van die personeelsleden

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1998035223
pub.
25/02/1998
prom.
17/12/1997
ELI
eli/decreet/1997/12/17/1998035223/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 DECEMBER 1997. Decreet betreffende de rustpensioenen toegekend aan de vastbenoemde en tot de stage toegelaten personeelsleden van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en betreffende de overlevingspensioenen toegekend aan de rechtverkrijgenden van die personeelsleden (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Organieke regeling

Art. 2.De Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening verleent een rustpensioen aan haar vastbenoemde en tot de stage toegelaten personeelsleden en een overlevingspensioen aan de rechtverkrijgenden van die personeelsleden.

Art. 3.De in artikel 2 bedoelde pensioenen worden toegekend onder de voorwaarden en op de wijze bepaald in de pensioenregeling die van toepassing is en zal zijn op de ambtenaren van het federale bestuur van de Staat, behoudens de afwijkingen opgenomen in dit decreet.

Art. 4.Voor de berekening van het rustpensioen worden de diensten en de ermee gelijkgestelde perioden bij de vroegere Nationale Maatschappij der Waterleidingen, de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening of een door hen overgenomen waterleidingsdienst in aanmerking genomen voor 1/55e per jaar.

De bevoegdheden die in de pensioenregeling voor de ambtenaren van het federale bestuur van de Staat toegewezen zijn aan de Administratieve Gezondheidsdienst worden ten aanzien van het personeel van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening uitgeoefend door een geneeskundige dienst, aangesteld door de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. HOOFDSTUK III. - Financiering van de pensioenen

Art. 5.§ 1. De Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening waarborgt de uitbetaling van de in artikel 2 bedoelde pensioenen. § 2. Ter nakoming van het bepaalde in § 1, reserveert de Maatschappij als volgt de nodige financiële middelen : 1° een persoonlijke bijdrage van de vastbenoemde of tot de stage toegelaten personeelsleden van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, die ingehouden wordt op de bezoldiging ten belope van de wettelijk vastgestelde bijdragevoet;2° een bijdrage ten laste van de werkingskosten van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening.Deze bijdrage wordt berekend op de bezoldiging en de bijdragevoet ervan wordt door de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening vastgesteld aan de hand van actuariële berekeningen, derwijze dat de gereserveerde middelen steeds in een voldoende dekkingsgraad voorzien van de lopende en toekomstige pensioenen; 3° de persoonlijke stortingen van personeelsleden ter uitvoering van door hen aangegane verbintenissen;4° diverse ontvangsten. § 3. De Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening staat eveneens in voor het beheer van de financiële middelen, inclusief de uitbetaling van de in artikel 2 bedoelde pensioenen. § 4. De Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening wordt gemachtigd om deel te nemen aan de door de wet van 14 april 1965 ingestelde regeling tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector.

Art. 6.De raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening kan het beheer van de financiële middelen en de uitbetaling van de in artikel 2 bedoelde pensioenen toevertrouwen aan een voorzorgsinstelling.

Art. 7.Bij de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening wordt een commissie opgericht met adviserende bevoegdheden inzake de reservatie en het beheer van de in artikel 5, § 2, bedoelde financiële middelen, hierna te noemen "de consultatieve commissie". Dit advies is verplicht.

Art. 8.De consultatieve commissie is paritair samengesteld uit twee afgevaardigden per representatieve vakorganisatie en evenveel afgevaardigden aangewezen door de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. De raad van bestuur wijst onder haar afgevaardigden de voorzitter aan.

De raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening wijst een personeelslid van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening aan als secretaris.

De leidend ambtenaar van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening woont de vergaderingen van de consultatieve commissie ambtshalve bij met raadgevende stem.

Art. 9.De consultatieve commissie vergadert minstens tweemaal per jaar op uitnodiging van de voorzitter, die tevens de agenda bepaalt.

Op verzoek van minstens twee afgevaardigden moet de voorzitter binnen de vijftien dagen een bijzondere vergadering beleggen.

Art. 10.De consultatieve commissie kan maar geldig beraadslagen als de meerderheid van de leden aanwezig is.

Als na een tweede regelmatige oproeping het quorum nog niet is bereikt, beraadslaagt ze geldig, ongeacht het aantal aanwezige leden, over de punten die tweemaal na elkaar op de agenda stonden.

Art. 11.De adviezen van de consultatieve commissie worden uitgebracht bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden; bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.

Art. 12.De consultatieve commissie stelt haar huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring aan de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening wordt voorgelegd. HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 13.Dit decreet heeft uitwerking met ingang op 1 januari 1987, met uitzondering van artikel 4, 2°, lid dat in werking treedt op 1 januari 1996.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 17 december 1997.

De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, Th. KELCHTERMANS Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld

^