Decreet van 21 juni 2012
gepubliceerd op 03 juli 2012
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet tot wijziging van het decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een "Fonds wallon Kyoto" en betreffende de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto (1)

bron
waalse overheidsdienst
numac
2012203608
pub.
03/07/2012
prom.
21/06/2012
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

21 JUNI 2012. - Decreet tot wijziging van het decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een "Fonds wallon Kyoto" (Waals Kyotofonds) en betreffende de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto (1)


Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Bij dit decreet wordt Richtlijn 2009/29/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de Gemeenschap te verbeteren en uit te breiden gedeeltelijk omgezet.

Art. 2.In artikel 1 van het decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een "Fonds wallon Kyoto" (Waals Kyotofonds) en betreffende de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto, vervangen bij het decreet van 6 oktober 2010, worden de woorden « zoals gewijzigd bij de Richtlijnen 2004/101/EG en 2008/101/EG » geschrapt.

Art. 3.Artikel 1/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 oktober 2010, wordt aangevuld met volgend lid : « Dit decreet voorziet ook in aanzienlijkere verminderingen van broeikasgasemissies om de verminderingsniveaus te bereiken die op wetenschappelijk vlak noodzakelijk geacht worden teneinde een gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. »

Art. 4.In artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 6 oktober 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de punten 2° tot 6° worden vervangen als volgt : « 2° « broeikasgassen » : de gassen opgesomd in de bijlage bij dit decreet en andere gasvormige bestanddelen van de atmosfeer, zowel natuurlijke als antropogene, die infrarode straling absorberen en weer uitstralen;3° « installatie » : een inrichting in de zin van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning die één of meer door de Regering bepaalde broeikasgasuitstotende activiteiten uitvoert, alsook elke andere daaraan rechtstreeks gekoppelde activiteit die technisch gebonden is aan de activiteiten uitgevoerd op de locatie en die effecten op de emissies en de verontreiniging kan hebben;4° « subinstallatie » : installatiegedeelte dat, voor zover mogelijk, met een fysisch gedeelte van de installatie overeenstemt;5° « nieuwkomer » : a) een installatie die één of meer door de Regering bepaalde activiteiten uitvoert en waaraan na 30 juni 2011 voor de eerste maal een milieuvergunning of een eenmalige vergunning is verleend;b) elke installatie waar één of meer door de Regering bepaalde broeikasgasuitstotende activiteiten voortgezet worden en die na 30 juni 2011 een aanzienlijke uitbreiding heeft ondergaan, alleen voor zover het deze uitbreiding betreft;6° « ton koolstofdioxide-equivalent » : een metrische ton koolstofdioxide (CO2) of een hoeveelheid van elk ander broeikasgas met een gelijkwaardig aardopwarmingsvermogen;»; b) punt 7° wordt opgeheven;c) punt 24° wordt vervangen als volgt : « 24° « verbranden » : het oxideren van brandstoffen, ongeacht de wijze waarop de warmte, de elektrische of de mechanische energie die tijdens dit proces vrijkomt wordt gebruikt, en andere rechtstreeks daarmee verband houdende activiteiten, met inbegrip van rookgasreiniging;25° « elektriciteitsopwekker » : een installatie die op of na 1 januari 2005 elektriciteit heeft geproduceerd om aan derden te worden verkocht en waarin geen van de door de Regering bepaalde activiteiten worden uitgevoerd, behalve het "verbranden van brandstof ».»

Art. 5.In hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen als volgt : « Afdeling 1. - Toewijzing van emissierechten ».

Art. 6.Artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 6 oktober 2010, wordt vervangen als volgt : «

Art. 3.§ 1. De Regering bepaalt de lijst van de installaties die onder dit decreet vallen, alsook de totale hoeveelheid emissierechten die kosteloos aan elke installatie toegewezen worden voor elk jaar in de periode 2013-2020, na overlegging van die gegevens aan de Europese Commissie en, desgevallend, na toepassing van de uniforme transsectorale correctiefactor bedoeld in artikel 10bis, § 5, van Richtlijn 2003/87/EG. Kosteloze toewijzingen van emissierechten mogen niet verleend worden aan installaties waarvan opneming in de in lid 1 bedoelde lijst door de Commissie is geweigerd. § 2. Binnen drie maanden na aanneming door de Europese Commissie van de lijst bedoeld in artikel 10bis, § 13, van Richtlijn 2003/87/EG voor de jaren 2015-2020, of na aanneming van elke toevoeging aan de lijst opgemaakt bij Beslissing 2010/2/EU van de Europese Commissie voor de jaren 2013 en 2014, wordt de in § 1 bedoelde lijst, zoals opgemaakt voor de toepassing van de correctiefactor bedoeld in § 1, door de Regering bijgewerkt.

De Regering vermeldt op duidelijke wijze de wijzigingen voorgekomen in de vermoedelijke blootstelling van de installaties en subinstallaties aan gevaar voor koolstoflekkage en, desgevallend, de overeenstemmende voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloze emissierechten, en legt die lijst aan de Europese Commissie over.

Als de Europese Commissie die voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten niet verwerpt, berekent de Regering de jaarlijkse hoeveelheid emissierechten die kosteloos toegewezen worden aan bedoelde installaties en subinstallaties. § 3. Er wordt geen kosteloze toewijzing gegeven aan elektriciteitsopwekkers, installaties voor het afvangen vanCO2, pijpleidingen voor het vervoer van CO2 of CO2-opslagplaatsen.

Om te voldoen aan een economisch aantoonbare vraag met betrekking tot de productie van warmte of koeling, worden kosteloze toewijzingen gegeven voor de productie van warmte, stadsverwarming en voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, zoals gedefinieerd in het decreet van 12 april 2001 betreffende de gewestelijke elektriciteitsmarkt. In elk jaar na 2013 wordt de totale toewijzing aan deze installaties voor de productie van de betrokken warmte aangepast met de lineaire factor bedoeld in artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG. § 4. De rechten die niet kosteloos toegewezen worden, worden geveild. »

Art. 7.In hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen als volgt : « Afdeling 2. - Nieuwkomers, wijzigingen en stopzetting van activiteiten ».

Art. 8.Hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een onderafdeling 1 « Nieuwkomers naar aanleiding van de exploitatie van een nieuwe activiteit ».

Art. 9.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 8, wordt artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 6 oktober 2010, vervangen als volgt : «

Art. 4.§ 1er. Op verzoek van een nieuwkomer bedoeld in artikel 2, 5°, a), bepaalt de Regering de hoeveelheid emissierechten die kosteloos toegewezen moeten worden aan de installatie zodra zij normaal geëxploiteerd wordt en haar aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit bepaald is. Zij deelt haar beslissing aan de nieuwkomer mee.

Voor elektriciteitsopwekking door nieuwkomers wordt geen kosteloze toewijzing gegeven. § 2. De aanvragen worden gericht aan het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) in de loop van het jaar na de aanvang van de normale exploitatie van de installatie.

De Regering bepaalt wat onder « aanvang van de normale exploitatie » moet worden verstaan en bepaalt welke gegevens de exploitant moet verstrekken, alsook de vereisten betreffende de integriteit van die gegevens, de verificatie ervan en de modaliteiten voor de behandeling ervan. § 3. De Regering geeft de Europese Commissie onverwijld kennis van de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten die kosteloos aan de betrokken installatie toegewezen worden.

Als de Europese Commissie die voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten niet verwerpt, berekent de Regering de jaarlijkse eindhoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten. »

Art. 10.Hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een onderafdeling 2 « Nieuwkomers naar aanleiding van een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding ».

Art. 11.In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 10, wordt artikel 5 van hetzelfde decreet vervangen als volgt : «

Art. 5.Wanneer een installatie na 30 juni 2011 een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding heeft ondergaan, bepaalt de Regering, op verzoek van de nieuwkomer bedoeld in artikel 2, 5°, b), en onverminderd de toewijzing aan een installatie overeenkomstig artikel 3, de hoeveelheid emissierechten die kosteloos aan de betrokken installatie toegewezen moeten worden om rekening te houden met de uitbreiding. Zij deelt haar beslissing aan de nieuwkomer mee.

Voor elektriciteitsopwekking door nieuwkomers wordt geen kosteloze toewijzing gegeven.

De Regering bepaalt wat onder « aanzienlijke capaciteitsuitbreiding » moet worden verstaan. »

Art. 12.Hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een onderafdeling 3 « Aanzienlijke capaciteitsvermindering ».

Art. 13.Onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 12, wordt aangevuld met een artikel 5/1, luidend als volgt : «

Art. 5/1.Wanneer een installatie na 30 juni 2011 een aanzienlijke capaciteitsvermindering heeft ondergaan, bepaalt de Regering hoeveel emissierechten afgetrokken moeten worden van het aantal kosteloos toe te wijzen emissierechten om rekening te houden met die vermindering.

Zij deelt haar beslissing aan de nieuwkomer mee.

De Regering bepaalt wat onder « aanzienlijke capaciteitsvermindering » moet worden verstaan. » De toewijzing aan de installatie wordt dienovereenkomstig aangepast vanaf het jaar volgend op het jaar waarin de capaciteitsvermindering plaatsvond, of vanaf 2013 indien de aanzienlijke capaciteitsvermindering plaatsvond vóór 1 januari 2013. ».

Art. 14.Hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een onderafdeling 4 « Stopzetting van de activiteiten van een installatie ».

Art. 15.Onderafdeling 4, ingevoegd bij artikel 14, wordt aangevuld met een artikel 5/2, luidend als volgt : «

Art. 5/2.§ 1. De Regering wijst geen kosteloos emissierecht toe aan een installatie die haar activiteit heeft stopgezet, vanaf het jaar volgend op de stopzetting van de activiteiten of vanaf 2013, als de stopzetting van de activiteiten plaatsvond vóór 1 januari 2013. Zij deelt haar beslissing aan de exploitant mee. § 2. De Regering bepaalt wat onder « stopzetting van de activiteiten » moet worden verstaan. » Een installatie wordt geacht haar activiteiten te hebben stopgezet als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de broeikasgasemissievergunning, de milieuvergunning, de eenmalige vergunning of elke andere relevante milieuvergunning is verlopen;2° de onder punt 1° bedoelde vergunningen zijn ingetrokken;3° de werking van de installatie is technisch onmogelijk;4° de installatie is niet in bedrijf maar was dit wel in het verleden, en het is technisch onmogelijk om ze opnieuw op te starten;5° de installatie is niet in bedrijf maar was dit wel in het verleden, en de exploitant kan niet aantonen dat de installatie binnen zes maanden na de stopzetting van de activiteiten zal worden heropgestart. Deze termijn wordt tot ten hoogste 18 maanden verlengd indien de exploitant kan aantonen dat de installatie niet binnen zes maanden kan worden heropgestart als gevolg van uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden die ook met de grootste voorzichtigheid niet konden worden vermeden en die aan de controle van de exploitant van de betrokken installatie ontsnappen, met name omstandigheden zoals natuurrampen, oorlog, oorlogsdreiging, terroristische daden, revolutie, opstanden, sabotage of vandalisme.

In het geval bedoeld in het tweede lid, 5°, wordt de afgifte van emissierechten aan de installaties opgeschort zolang niet vaststaat dat ze hun activiteiten gaan heropstarten. De Regering deelt haar beslissing aan de exploitant mee. § 3. Paragraaf 2, tweede lid, 5°, is niet van toepassing op installaties die op reserve of stand-by worden gehouden en installaties die worden geëxploiteerd in een seizoenregeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan : 1° de exploitant beschikt over een milieuvergunning of over een eenmalige vergunning en alle andere vereiste vergunningen;2° het is technisch mogelijk om de activiteiten op te starten zonder materiële wijzigingen aan te brengen aan de installatie;3° regelmatig onderhoud wordt uitgevoerd.»

Art. 16.Hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een onderafdeling 5 « Gedeeltelijke stopzetting van de activiteiten van een installatie ».

Art. 17.Onderafdeling 5, ingevoegd bij artikel 16, wordt aangevuld met een artikel 5/3, luidend als volgt : «

Art. 5/3.De toewijzing van emissierechten aan een installatie met gedeeltelijk stopgezette activiteiten wordt door de Regering aangepast vanaf het jaar volgend op het jaar waarin de activiteiten gedeeltelijk werden stopgezet, dan wel vanaf 2013 indien de gedeeltelijke stopzetting plaatsvond vóór 1 januari 2013. De Regering deelt haar beslissing aan de exploitant mee. § 2. De Regering bepaalt wat onder « gedeeltelijke stopzetting van de activiteiten » moet worden verstaan. »

Art. 18.Hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een onderafdeling 6 « Gemeenschappelijke bepalingen ».

Art. 19.Onderafdeling 6, ingevoegd bij artikel 18, wordt aangevuld met een artikel 5/4, luidend als volgt : «

Art. 5/4.De exploitant verstrekt het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" uiterlijk 31 december van elk jaar alle nuttige gegevens betreffende de voorziene wijzigingen van de capaciteit, van het activiteitsniveau en van de exploitatie van een installatie die gevolgen voor de toewijzing van emissierechten kunnen hebben.

De exploitant verstrekt het "Agence wallonne de l'Air et du Climat", uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op de wijziging, alle nuttige gegevens betreffende de effectieve wijzigingen van de capaciteit, van het activiteitsniveau en van de exploitatie van een installatie die een gevolg voor de toewijzing van emissierechten kunnen hebben.

De Regering bepaalt de aanvullende gegevens die de exploitant moet verstrekken, alsook de vereisten betreffende de integriteit van die gegevens, de verificatie ervan en de modaliteiten voor de behandeling ervan. »

Art. 20.Artikel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2006, wordt in de bij artikel 18 ingevoegde onderafeling 6 opgenomen en de volgende wijzigingen worden aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden « in artikel 4, § 1, tweede lid, en in artikel 5 » vervangen door de woorden « in de artikelen 4, § 1, eerste lid, 5, eerste lid, 5/1, eerste lid, 5/2, § 1, 5/2, § 2, derde lid, en 5/3, eerste lid »;2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;3° in paragraaf 2 worden de woorden « ter post » geschrapt en worden de woorden « hetzij binnen een termijn van twintig dagen met ingang van de datum van verzending van de aanvraag van de nieuwkomer of van aanvullende gegevens waarbij het "Agence wallonne de l'Air et du Cimat" niet gereageerd heeft, hetzij binnen een termijn van twintig dagen met ingang van » ingevoegd tussen de woorden « of, bij gebrek aan beslissing, » en de woorden « vanaf de dag volgend op de termijn waarover de bevoegde overheid beschikt om haar beslissing te versturen »;4° paragraaf 4 wordt aangevuld met volgend lid : « De Regering kan kortere termijnen vastleggen dan degene die in de paragrafen 2 en 4 vastliggen voor de beroepen die zij bepaalt.»

Art. 21.Artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 juni 2006 en 6 oktober 2010, wordt in de bij artikel 18 ingevoegde onderafeling 6 opgenomen en vervangen als volgt : «

Art. 7.In geval van wijziging van de capaciteit, van het activiteitsniveau of van de exploitatie van een installatie met gevolgen voor de toewijzing van haar emissierechten, verstrekt de Regering de Europese Commissie alle nuttige gegevens, met inbegrip van de aangepaste voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten die kosteloos aan de betrokken installatie toegewezen worden, bepaald overeenkomstig dit decreet.

Als de Europese Commissie de aangepaste voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten die kosteloos toegewezen worden aan de betrokken installatie niet verwerpt, bepaalt de Regering de totale jaarlijkse eindhoeveelheid emissierechten die kosteloos aan de betrokken installatie toegewezen worden en laat die in het Belgisch Staatsblad bekendmaken. »

Art. 22.Artikel 8 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 6 oktober 2010, wordt opgeheven.

Art. 23.Artikel 9 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 juni 2006 en 6 oktober 2010, wordt opgeheven.

Art 24 In artikel 10 van hetzelfde decreet worden paragraaf 1, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2006, paragraaf 2 en paragraaf 3, gewijzigd bij het decreet van 6 oktober 2010, vervangen als volgt : « § 1. Elke exploitant van een installatie bedoeld in dit decreet bewaakt de emissies teweeggebracht door zijn installatie in de loop van elk burgerlijk jaar en rapporteert er aan het eind van betrokken jaar over bij het "Agence wallonne de l'Air et du Climat", overeenkomstig de Verordening « bewaking en rapportage » aangenomen door de Europese Commissie.

De exploitant verstuurt zijn rapportage, die door een geaccrediteerde verificateur geverifieerd wordt overeenkomstig de door de Europese Commissie aangenomen Verordening « verificatie », uiterlijk de tweede donderdag van de maand maart. § 2. Op basis van het verslag van de verificateur beslist het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" of de rapportage volstaat. Het informeert voor 31 maart van hetzelfde jaar de persoon die het register van de emissierechten bijhoudt en, bij aangetekend schrijven, de exploitant. § 3. Bij gebrek aan overmaking vóór 31 maart van een rapportage die als voldoende erkend wordt door het het "Agence wallonne de l'Air et du Climat", geeft het Agentschap de exploitant, de Regering, de persoon die het register van de emissierechten bijhoudt en de technisch ambtenaar zoals bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, kennis van het verbod om emissierechten van de installatie af te staan zolang een rapportage door de exploitant niet als voldoende is geverifieerd. »

Art. 25.Artikel 10/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 oktober 2010, wordt vervangen als volgt : «

Art. 10/1.Op basis van zijn geverifieerde rapportage over de broeikasgasemissies levert de exploitant van een installatie bedoeld in dit decreet uiterlijk 30 april van elk jaar het aantal rechten in dat overeenstemt met de totale emissies van de installatie in de loop van het afgelopen burgerlijk jaar.

Er is geen verplichting tot inlevering in het geval van emissies geverifieerd als zijnde het voorwerp van een winning en vervoer met het oog op een vaste opslag naar een installatie waarvoor een vergunning van kracht is overeenkomstig Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide.

Om te voldoen an de verplichting bedoeld in het eerste lid maken de exploitanten gebruik hetzij van andere emissierechten die hen kosteloos zijn toegewezen dan die afgegeven overeenkomstig de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten betreffende luchtvaartactiviteiten, hetzij van de door veiling verworven emissierechten, hetzij, binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald door de Regering, van de kredieten of de CER's en ERU's.

De ingeleverde emissierechten worden vervolgens geannuleerd. »

Art. 26.In hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 4 vervangen als volgt : « Afdeling 4. Informatieverbreiding en beroepsgeheim ».

Art. 27.Artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 6 oktober 2010, wordt vervangen als volgt : «

Art. 11.Onverminderd artikel 458 van het Strafwetboek, worden de beslissingen en verslagen betreffende de hoeveelheid en de verlening van emissierechten, alsook de bewaking ervan, de rapportage erover en uitdeling ervan onmiddellijk en systematisch verbreid op de website van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" teneinde een niet-discriminerende toegang tot die gegevens te garanderen. »

Art. 28.In artikel 11/1, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 oktober 2010, worden de woorden « artikel 9 » vervangen door de woorden « artikel 10 ».

Art. 29.In artikel 12 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 1 vervangen als volgt : « § 1. Er wordt een boete wegens overmatige emissies opgelegd aan elke exploitant die uiterlijk 30 april van elk jaar niet voldoende emissierechten heeft ingeleverd ter dekking van zijn emissies van het voorgaande jaar.

De boete bedraagt 100 EUR per door de installatie uitgestoten ton kooldioxide-equivalent waarvoor de exploitant geen emissierechten heeft ingeleverd.

Het bedrag van de boete op de overtollige emissies betreffende de vanaf 1 januari 2013 afgegeven emissierechten is gekoppeld aan de Europese consumptieprijzenindex. »

Art. 30.In hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt afdeling 6, die de artikelen 12bis en 12ter inhoudt, ingevoegd bij het decreet van 19 mei 2011, opgeheven.

Art. 31.In artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 juni 2006, 5 maart 2008 en 6 oktober 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 2, 2°, worden de woorden « ERU's, RMU's of emissierechten » vervangen door de woorden « ERU's of RMU's »;b) in § 4, tweede lid, wordt punt 5° opgeheven.

Art. 32.Artikel 17 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 17.In artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij de decreten van 10 november 2004 en 22 november 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord « gespecificeerde » geschrapt;2° tussen het eerste en het tweede lid wordt volgend lid ingevoegd : « Wat betreft de inrichtingen met één of meer broeikasgasuitstotende installaties of activiteiten, worden de wijzigingen die de exploitant in het bewakingsplan aanbrengt alsook degene die goedgekeurd of aangebracht worden door het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" bij het register gevoegd.»; 3° in het vormalige derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden « de instelling die zij aanwijst » vervangen door de woorden « het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" » en worden de woorden « aanzienlijk » en « gespecificeerde » geschrapt;4° de paragraaf wordt aangevuld met volgend lid : « Bij gebreke daarvan voegt de technisch ambtenaar het nieuwe bewakingsplan bij de emissievergunning.». »

Art. 33.Artikel 18 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 18.Artikel 17, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 september 2002, wordt aangevuld met een punt 10°, luidend als volgt : « 10° wat betreft de inrichtingen met één of meer broeikasgasuitstotende installaties of activiteiten, bepalen of een vergunning om broeikasgassen uit te stoten afgegeven kan worden. »

Art. 34.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 18/1, luidend als volgt : «

Art. 18/1.Artikel 45, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 september 2002, wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt : « 5° wat betreft de inrichtingen met één of meer broeikasgasuitstotende installaties of activiteiten, de vergunning om broeikasgassen uit te stoten. »

Art. 35.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 18/2, luidend als volgt : «

Art. 18/2.In paragraaf 5 van artikel 76quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 november 2007, worden de woorden "De §§ 2 en 3" vervangen door de woorden "De §§ 2 tot 4" en worden de woorden "artikel 9, § 1" vervangen door de woorden "artikel 10, § 1". »

Art. 36.In hetzelfde decreet wordt bijlage I vervangen als volgt : « Bijlage. Broeikasgassen bedoeld in artikel 2, 2° : - Kooldioxide (CO2); - Methaan (CH4); - Stikstofoxide (N2O); - onvolledig gehalogeneerde fluorkoolwaterstoffen (HFK's); - perfluorkoolwaterstoffen (PFK's); - Zwavelhexafluoride (SF6). »

Art. 37.In hetzelfde decreet worden de bijlagen I/1, II, II/1 en III opgeheven.

Art. 38.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2013.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 21 juni 2012.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J.-C. MARCOURT De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, C. DI ANTONIO _______ Nota (1) Zitting 2011-2012. Stukken van het Waals Parlement, 609 (2011-2012). Nrs. 1 tot 3.

Bespreking.

Volledig verslag, plenaire zitting van 20 juni 2012.

Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^