Decreet van 27 oktober 2011
gepubliceerd op 24 november 2011
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet houdende wijziging van verscheidene decreten betreffende de bevoegdheden van Wallonië

bron
waalse overheidsdienst
numac
2011205886
pub.
24/11/2011
prom.
27/10/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

27 OKTOBER 2011. - Decreet houdende wijziging van verscheidene decreten betreffende de bevoegdheden van Wallonië (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : I. Wijziging in het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging van het decreet van 25 mei 1983, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest

Artikel 1.In het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging van het decreet van 25 mei 1983, wat de Economische Raad van het Waalse Gewest betreft, van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een Economische en Sociale Raad van het Waalse Gewest : - worden de woorden « Conseil économique et social de la Région wallonne » (Sociaal-economische raad van het Waalse Gewest) vervangen door de woorden « Conseil économique et social de Wallonie » (Sociaal-economische raad van Wallonië); - worden de woorden « Exécutif régional wallon » (Waalse Gewestexecutive) vervangen door de woorden « Gouvernement wallon » (Waalse Regering).

II. Wijzigingen in het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten dat moet zorgen voor de opvolging en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven

Art. 2.Artikel 5 van het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten dat moet zorgen voor de opvolging en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven, wordt aangevuld met een § 10, luidend als volgt : « § 10. Krachtens het samenwerkingsakkoord van 3 februari 2011 gesloten tussen de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest betreffende de financiering van gesubsidieerde investeringen krachtens artikel 7, § 4, van het decreet van 5 februari 1990 van de Franse Gemeenschap en het akkoord van de Regering wordt het Centrum ertoe gemachtigd om te zorgen voor de financiering van de investeringen bedoeld in bovenvermeld artikel ten bate van de in hetzelfde artikel bedoelde begunstigden. »

Art. 3.In artikel 5bis, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « en 9 » vervangen door de woorden « 9 en 10 ».

Art. 4.Artikel 5 van het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten dat moet zorgen voor de opvolging en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven, gewijzigd bij de decreten van 26 juni 1997, 28 juni 2001 en 18 december 2003 wordt aangevuld met een § 11, luidend als volgt : « § 11. Met instemming van de Waalse Regering en onder de door haar vastgestelde voorwaarden wordt het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten ertoe gemachtigd om, ten bate van de gemeenten, de provincies, de verenigingen van gemeenten, de instellingen van openbaar nut, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de verenigingen opgericht krachtens hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de verenigingen zonder winstoogmerk en de vennootschappen met een maatschappelijk doel, te zorgen voor de uitbetaling van de investeringen gesubsidieerd krachtens de artikelen L3341-1 tot L3341-15 van het Wetboek van de plaatselijke democratie.

Deze wijze van uitbetaling wordt uitgevoerd in afwijking van de wijze van uitbetaling van de toelagen bedoeld in bovenvermelde wetgeving. »

Art. 5.In artikel 5 van hetzelfde decreet wordt de volgende § 12 toegevoegd : « § 12. Met instemming van de Waalse Regering en onder de door haar vastgestelde voorwaarden wordt het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten ertoe gemachtigd om, ten bate van de gemeenten te zorgen voor de uitbetaling van de investeringen gesubsidieerd krachtens artikel 4 van het programmadecreet van 10 december 2009 houdende verschillende maatregelen betreffende de wegenisretributie, de bezoldiging van de gewestelijke garantie, de dotaties en toelagen aan bepaalde instellingen onder beheerscontract, en een pilootproject inzake trekkingsrecht, ten gunste van de gemeenten, voor de investeringssubsidies betreffende de onderhoudswerken van de wegen.

Die mogelijkheid wijzigt niet de actiemiddelen die verleend zijn aan de Minister van Plaatselijke Besturen om zijn beleidsvormen inzake gesubsidieerde werken en met name die bedoeld in bovenvermeld artikel 4 te financieren. » III. Instemmingen met verschillende samenwerkingsakkoorden

Art. 6.Het in bijlage 1 bij dit decreet bedoelde samenwerkingsakkoord van 3 februari 2001 tussen de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest betreffende de financiering van gesubsidieerde investeringen krachtens artikel 7, § 4, van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wordt goedgekeurd.

Art. 7.Het in bijlage 1 bij dit decreet bedoelde samenwerkingsakkoord van 19 mei 2011 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende gemeenschappelijke aankoop van motorvoertuigen en kleine vrachtwagens (2009-2010) wordt goedgekeurd.

Art. 8.Het in bijlage 1 bij dit decreet bedoelde samenwerkingsakkoord van 19 mei 2011 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende gemeenschappelijke aankoop van motorvoertuigen en kleine vrachtwagens (2011-2012) wordt goedgekeurd.

Art. 9.Het in bijlage 1 bij dit decreet bedoelde samenwerkingsakkoord van 19 mei 2011 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende de aankoop van brandstof op te nemen op pompen met magneetkaarten wordt goedgekeurd.

Art. 10.Het in bijlage 1 bij dit decreet bedoelde samenwerkingsakkoord van 19 mei 2011 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende gemeenschappelijke aankoop van gasolie-diesel en gasolie voor verwarming om te lozen in de laadtanks van de openbare diensten.

Art. 11.De in bijlage 1 bij dit decreet bedoelde samenwerkingsovereenkomst van 16 december 2003 tussen de federale Regering, de Vlaamse regering, de Waalse Regering en de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de definitieve regeling van de schulden van het verleden en de ermee verband houdende lasten inzake sociale huisvesting wordt goedgekeurd.

IV. Wijzigingen in de decreten van 12 april 2011 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt en van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt

Art. 12.Artikel 25septies, § 3, van het decreet van 12 april 2011 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt wordt vervangen als volgt : « § 3. De bedragen bepaald in de artikelen 25bis tot 25quinquies worden jaarlijks van rechtswege geïndexeerd door die te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen voor de maand juni van het jaar n-1 en die te delen door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand juni 2008. »

Art. 13.In artikel 31quater, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « n-1 » ingevoegd tussen de woorden « de maand juni van het jaar » en de woorden « en te delen » en worden de woorden « van het jaar voor de inwerkingtreding van onderhavig decreet » vervangen door « 2008 ».

Art. 14.Artikel 51bis, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : « 9° de controle van de thermische zonne-installaties ».

Art. 15.Artikel 51ter, § 1, van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : « 11° met de dossierskosten voor de behandeling van de erkenningsdossiers van de installateurs van thermische zonnecollectoren bepaald door de Regering ».

Art. 16.Artikel 51ter, § 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : 1° de woorden « De Regering past dit bedrag jaarlijks aan de index van de consumptieprijzen aan » vervallen en de zin begint als volgt : 2° « Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de index van de consumptieprijzen ».

Art. 17.In artikel 53, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « binnen de zes maanden nadat ze zich hebben voorgedaan » vervangen door de woorden « binnen zes maanden na kennis te hebben genomen van het feit dat ze zich hebben voorgedaan en uiterlijk binnen vijf jaar nadat ze zich hebben voorgedaan ».

Art. 18.Artikel 25quinquies, § 2, derde lid, van het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt wordt vervangen als volgt : « § 3. De bedragen bepaald in de artikelen 25bis en 25ter worden jaarlijks van rechtswege geïndexeerd door die te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen voor de maand juni van het jaar n-1 en die te delen door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand juni 2008. »

Art. 19.In artikel 30quinquies, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « n-1 » ingevoegd tussen de woorden « de maand juni van het jaar » en de woorden « en te delen » en worden de woorden « van het jaar voor de inwerkingtreding van onderhavig decreet » vervangen door « 2008 ».

Art. 20.In artikel 48, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « binnen de zes maanden nadat ze zich hebben voorgedaan » vervangen door de woorden « binnen zes maanden na kennis te hebben genomen van het feit dat ze zich hebben voorgedaan en uiterlijk binnen vijf jaar nadat ze zich hebben voorgedaan ».

V. Wijzigingen in de Waalse Huisvestingscode

Art. 21.In de Waalse Huisvestingscode wordt een artikel 33bis ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 33bis.Het Gewest kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere sociale instelling die een onroerend goed beheert of huurt om het onder de door de Regering bepaalde voorwaarden te verhuren aan een gezin met een bescheiden inkomen of dat in een precaire toestand verkeert. ».

Art. 22.Artikel 39 van de Waalse Huisvestingscode wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 39.Onverminderd het tweede en het derde lid worden de tegemoetkomingsaanvragen aan het bestuur gericht, dat binnen tien werkdagen ontvangst van het dossier bericht en, in voorkomend geval, om ieder document verzoekt dat nodig is voor de verdere aanvulling van het dossier.

De in artikel 33bis bedoelde tegemoetkomingsaanvragen worden gericht aan het « Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie » (Woningsfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië).

Indien nodig stelt het bestuur de dossiers samen voor de tegemoetkomingsaanvragen in opdracht van en op schriftelijk verzoek van de andere rechtspersonen dan de openbare huisvestingsmaatschappijen die verrichtingen uitvoeren die voortvloeien uit de door de Regering goedgekeurde programma's bedoeld in artikel 189, § 3, en uit de beslissingen van de Regering bedoeld in artikel 190, § 1.

Wanneer de oorspronkelijke staat van het gebouw een voorwaarde vormt voor de toekenning van de tegemoetkoming, wordt door het bestuur een gezondheidsverslag opgemaakt.

Het bestuur maakt aan de Regering het tegemoetkomingsaanvraagdossier op bedoeld in het eerste lid, binnen de vijfenveertig dagen na ontvangst van het volledige dossier. »

Art. 23.In de Waalse Huisvestingscode wordt een artikel 59ter ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 59ter.De « Société wallonne du Logement » kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere openbare huisvestingsmaatschappij die een onroerend goed beheert of huurt om het onder de door de Regering bepaalde voorwaarden te verhuren aan een gezin met een bescheiden gemiddeld inkomen of dat in een precaire toestand verkeert. ».

VI. Wijziging in het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut

Art. 24.In artikel 1, § 2, van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut wordt de volgende vermelding toegevoegd : « - « Agence wallonne de l'Air et du Climat » (Waals agentschap voor de lucht en het klimaat) (decreet van 5 maart 2008). » VII. Wijzigingen in het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector

Art. 25.Het eerste lid, 3°, van § 3, van artikel 3, van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector wordt vervangen als volgt : « 3° het referentiepeil met evenveel eenheden verhogen als er werknemers zijn voor wie er steun bedoeld in artikel 14 gekregen wordt, volgens de modaliteiten bepaald door de Regering en behalve afwijking verleend door laatstgenoemde. ».

Art. 26.In artikel 17 van hetzelfde decreet vervalt het tweede lid.

Art. 27.Het derde lid van artikel 21 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « De waarde van een punt wordt jaarlijks in januari aan de index aangepast door de waarde van het punt van het vorige jaar te vermenigvuldigen met het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het vorige jaar, gedeeld door het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar voordien. »

Art. 28.Het vierde lid van artikel 21 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Die indexering kan echter niet hoger zijn dan de stijgingscoëfficient van het begrotingskrediet van het lopend jaar in verband met de in artikel 1 bedoelde tegemoetkoming. »

Art. 29.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een nieuwe paragraaf, luidend als volgt : « § 5. De in artikel 3, § 1, eerste lid, bedoelde werkgevers kunnen elkaar de punten afstaan die hen werden toegekend volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. »

Art. 30.§ 1. Artikel 24 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende leden : « De « Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi » (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling) wordt ermee belast de volgende beslissingen te nemen volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten : - het verlies van de punten bij gebrek aan indienstneming van de werknemer binnen een termijn van zes maanden zoals bedoeld in artikel 31; - het verlies van de toelage voor het kwartaal betrokken bij het gebrek aan overbrenging van de verantwoordingsverklaring voor de werkgevers bedoeld in de artikelen 2 en 4 van het decreet en voor de maand betrokken bij het gebrek aan overbrenging van de loonstaat voor de werkgevers bedoeld in de artikelen 3 en 5; - de afrekening van de ongebruikte punten van het geheel van de punten toegekend in de beslissing tot toekenning van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 14 in geval van niet-gebruik van de punten gedurende zes opeenvolgende maanden.

In dit geval kan de Waalse dienst ook beslissen een deel of het geheel van de tegemoetkoming niet uit te betalen of in te vorderen volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. De Dienst wordt er ook mee belast de vermindering van het aantal punten toegekend in verhouding tot het niet-gebruik ervan door de in de artikelen 2 tot 5 bedoelde werkgevers gedurende een termijn van zes opeenvolgende maanden, aan de Regering voor te stellen volgens de door haar bepaalde modaliteiten. » § 2. In artikel 33 van hetzelfde decreet worden de woorden « en in afwijking van artikel 24 van het decreet » ingevoegd na de woorden « kan de Regering volgens de modaliteiten die zij bepaalt ».

VIII. Wijzigingen in het decreet van 14 december 2006 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de « Initiatives de développement de l'emploi dans le secteur des services de proximité à finalité sociale » (Initiatieven tot ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector van de buurtdiensten met een maatschappelijk doel), afgekort : « IDESS »

Art. 31.Een artikel 12bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd in het decreet van 14 december 2006 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de « Initiatives de développement de l'emploi dans le secteur des services de proximité à finalité sociale » (Initiatieven tot ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector van de buurtdiensten met een maatschappelijk doel), afgekort : « IDESS » : «

Art. 12bis.De in artikel 1, eerste lid, 1°, b), van het decreet bedoelde buurtdiensten met een maatschappelijk doel (IDESS) kunnen een bijkomende toelage krijgen die gelijk is aan de verminderingen van patronale sociale zekerheidsbijdragen waarop ze geen recht hebben in het kader van de wet van 30 december 1988 (vermindering van de bijdragen « ACS »).

Het bedrag van die toelage wordt bepaald door de Regering. »

Art. 32.In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden « aangeworven door de « IDESS » of ter beschikking ervan worden gesteld krachtens artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn » ingevoegd tussen de woorden « aantal werknemers » en de woorden « om de bezoldiging van het begeleidingspersoneel gedeeltelijk te dekken ».

IX. Wijziging in het decreet van 11 juli 2002 houdende organisatie van het statuut van de « Société wallonne de financement et de garantie des petites et moyennes entreprises » (Waalse maatschappij voor de financiering en de waarborg van de kleine en middelgrote ondernemingen), in het kort « SOWALFIN »

Art. 33.In het decreet van 11 juli 2002 houdende organisatie van het statuut van de « Société wallonne de financement et de garantie des petites et moyennes entreprises » (Waalse maatschappij voor de financiering en de waarborg van de kleine en middelgrote ondernemingen), in het kort « SOWALFIN », wordt volgend artikel 22bis ingevoegd : «

Art. 22bis.De Regering wordt ertoe gemachtigd, in het kader van het beheer van de door de SOWALFIN overgenomen geschillendossiers en de voorfase geschillendossiers overeenkomstig de opdracht inzake het Waarborgfonds die zij opgedragen wordt, de SOWALFIN de toestemming te geven om alle desbetreffende dossiers af te sluiten als er, bij beoordeling van de SOWALFIN, geen mogelijkheid tot terugvordering bestaat of als de terugvordering lager is dan de vermoedelijke directe en indirecte kosten van het beheer van voornoemde dossiers. » X. Wijziging in het decreet van 3 april 2009 houdende oprichting van de « Caisse d'Investissement de Wallonie » (Investeringskas voor Wallonië) en tot invoering van een vermindering van de personenbelasting bij inschrijving op aandelen of obligaties van de kas

Art. 34.§ 1. Artikel 2, § 3, van het decreet van 3 april 2009 houdende oprichting van de « Caisse d'Investissement de Wallonie » (Investeringskas voor Wallonië) en tot invoering van een vermindering van de personenbelasting bij inschrijving op aandelen of obligaties van de kas wordt vervangen door wat volgt : « § 3. De maatschappij heeft als voornaamste doel, de bevordering, samen met één of meerdere publiek- of privaatrechtelijke personen, van investeringen in niet-beursgenoteerde kleine en middelgrote ondernemingen.

De maatschappij kan, meer bepaald, om de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel te begunstigen : 1° interne maatschappijen oprichten in de zin van artikel 48 van het Wetboek van maatschappijen met één of meerdere publiek- of privaatrechtelijke personen;2° elke verenigingsovereenkomst sluiten, deel uitmaken van elke vereniging, elke groep of elk syndicaat of er belangen in nemen;3° gespecialiseerde investeringsfondsen oprichten en/of beheren of deelnames nemen in door derden opgerichte en/of beheerde gespecialiseerde investeringsfondsen;4° een beroep doen op de diensten van derden en ze belasten met elke opdracht nuttig voor de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel. De maatschappij mag daarenboven alle verrichtingen van enigerlei aard uitvoeren die rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, verband houden met haar maatschappelijk doel alsook alle verrichtingen die de verwezenlijking ervan zouden kunnen bevoordelen, vergemakkelijken of bevorderen, met inbegrip van de verrichtingen die de economie in het Waalse Gewest kunnen bevorderen. » § 2. § 4 van artikel 2 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

XI. Wijziging in het decreet van 2 april 1998 houdende oprichting van het « Agence wallonne à l'Exportation et aux investissements étrangers » (Waals Exportagentschap voor uitvoer en Buitenlandse Investeringen)

Art. 35.Het derde lid van artikel 11 van het decreet van 2 april 1998 houdende oprichting van het « Agence wallonne à l'Exportation et aux Investissements étrangers » (Waals Exportagentschap voor uitvoer en Buitenlandse Investeringen), gewijzigd bij het programmadecreet van 18 december 2003 en bij het decreet van 1 april 2004, wordt opgeheven.

XII. Wijziging in het decreet van 18 oktober 2007 betreffende de taxidiensten en de diensten van verhuur van wagens met chauffeur

Art. 36.In artikel 12, eerste lid, van het decreet van 18 oktober 2007 betreffende de taxidiensten en de diensten van verhuur van wagens met chauffeur, wordt het woord « vijf » vervangen door het woord « drie ».

Art. 37.In artikel 19, § 1, 1°, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden « zonder beperking van bedrag noch per voertuig noch per schadegeval » vervangen door de woorden « met inachtneming van de bepalingen van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen ».

Art. 38.In artikel 31, § 1, 1°, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden « zonder beperking van bedrag noch per voertuig noch per schadegeval » vervangen door de woorden « met inachtneming van de bepalingen van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen ».

XIII. Wijziging in het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en houdende wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake directe gewestelijke belastingen

Art. 39.In artikel 70, eerste lid, van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en houdende wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake directe gewestelijke belastingen, worden de woorden « 2008, 2009, 2010 en 2011 » vervangen door de woorden « 2008, 2009, 2010, 2011, 2012 en 2013 ».

XIV. Decreet tot gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's

Art. 40.Bij dit hoofdstuk wordt Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's gedeeltelijk omgezet.

Art. 41.In artikel 14 van het « Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme et du Patrimoine » (Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie) worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 2bis toegevoegd, luidend als volgt : « § 2bis.Indien de inrichting die in het ontwerpplan wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, of indien een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die verdragsluitende partij is van voornoemd Verdrag daarom verzoekt, wordt het ontwerpschema samen met de eventuele informaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere Lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere Staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo.

De Regering bepaalt : 1° welke de instanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de Staat die er de invloed van zouden kunnen ondergaan, aan de beoordelingsprocedure van de gevolgen voor het leefmilieu deel kunnen nemen;3° de wijze waarop het schema en de milieuverklaring medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld onder het eerste lid. De overeenkomstig het tweede lid vastgestelde bepalingen zijn niet van toepassing als modaliteiten inzake grensoverschrijdende raadpleging in gemeen overleg met de autoriteiten bedoeld in het eerste lid zijn vastgesteld. »; 2° in § 4, worden de woorden « 2bis » ingevoegd tussen de woorden « 2 » en « 3 ».

Art. 42.In artikel 17 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 2bis toegevoegd, luidend als volgt : « § 2bis.Indien de inrichting die in het ontwerp van gemeentelijk structuurplan wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere Lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, of indien een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die verdragsluitende partij is van voornoemd Verdrag daarom verzoekt, wordt het ontwerpschema samen met de eventuele informaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere Lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere Staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo.

De Regering bepaalt : 1° welke de instanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de Staat die er de invloed van zouden kunnen ondergaan, aan de deel kunnen nemen;3° de wijze waarop het schema en de milieuverklaring medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld onder het eerste lid. De overeenkomstig het tweede lid vastgestelde bepalingen zijn niet van toepassing als modaliteiten inzake grensoverschrijdende raadpleging in gemeen overleg met de autoriteiten bedoeld in het eerste lid zijn vastgesteld. »; 2° in § 4, worden de woorden « 2bis » ingevoegd tussen de woorden « 2 » en « 3 ».

Art. 43.In artikel 43, § 2bis, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « of indien een ander Gewest, een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die verdragsluitende partij is van voornoemd Verdrag daarom verzoekt » ingevoegd tussen de woorden « in grensoverschrijdend verband, » en de woorden « wordt het ontwerp-plan »;2° in het tweede lid, worden de woorden « , milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld in de §§ 3 en 4 van dit artikel » vervangen door de woorden « en de milieuverklaring »;3° § 2bis wordt aangevuld met volgend lid : « De overeenkomstig het tweede lid vastgestelde bepalingen zijn niet van toepassing als modaliteiten inzake grensoverschrijdende raadpleging in gemeen overleg met de autoriteiten bedoeld in het eerste lid zijn vastgesteld.»

Art. 44.In artikel 51 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, eerste lid, worden de woorden « of indien een ander Gewest, een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die verdragsluitende partij is van voornoemd Verdrag daarom verzoekt » ingevoegd tussen de woorden « in grensoverschrijdend verband, » en de woorden « wordt het ontwerp-plan »;2° in § 2, tweede lid, 3°, worden de woorden « , milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld in de §§ 2 en 3 van dit artikel » vervangen door de woorden « en de milieuverklaring »;3° § 2 wordt aangevuld met volgend lid : « De overeenkomstig het tweede lid vastgestelde bepalingen zijn niet van toepassing als modaliteiten inzake grensoverschrijdende raadpleging in gemeen overleg met de autoriteiten bedoeld in het eerste lid zijn vastgesteld.» 4° onder § 3, worden de woorden « of van het verstrijken van de termijn waarbinnen de autoriteit bedoeld in § 2, eerste lid, haar advies wordt geacht te hebben uitgebracht » ingevoegd tussen de woorden « openbaar onderzoek » en de woorden « door het College ».

Art. 45.In artikel 169 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 3bis toegevoegd, luidend als volgt : « § 3bis.Indien de inrichting, voorgesteld voor de omtrek bedoeld in § 1, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere Lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, of indien een ander Gewest, een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die verdragsluitende partij is van voornoemd Verdrag, daarom verzoekt, wordt het besluit bedoeld in § 1, samen met de eventuele informaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere Staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo.

De Regering bepaalt : 1° welke de instanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de Staat die er de invloed van zouden kunnen ondergaan, aan de deel kunnen nemen;3° de wijze waarop het besluit en de milieu-informatie medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld onder het eerste lid. De overeenkomstig het tweede lid vastgestelde bepalingen zijn niet van toepassing als modaliteiten inzake grensoverschrijdende raadpleging in gemeen overleg met de autoriteiten bedoeld in het eerste lid zijn vastgesteld. »; 2° § 4, eerste lid, wordt aangevuld als volgt : « In voorkomend geval, bevat het besluit een leefmilieuverklaring waarin de wijze wordt samengevat waarop de leefmilieuoverwegingen opgenomen worden in de omtrek van het herin te richten gebied en waarop het leefmilieuverslag, de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht overeenkomstig §§ 2, 3 en 3bis in rekening worden gebracht, evenals de redenen voor de keuze van de omtrek als aangenomen, rekening houdend met de andere overwogen redelijke oplossingen.»

Art. 46.De herziening van een gewestplan dat voorlopig is aangenomen door de Regering vóór de inwerkingtreding van dit decreet volgt de procedure volgens de vóór die datum vigerende regels.

De herziening of de opstelling van een gemeentelijk structuurschema of van een gemeentelijk plan dat voorlopig is aangenomen door de gemeenteraad vóór de inwerkingtreding van dit decreet volgt de procedure volgens de vóór die datum vigerende regels.

De procedure voor de opmaking of de herziening van een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag dat, op de dag van inwerkingtreding van dit decreet reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van het openbaar onderzoek bedoeld in artikel 33, § 3, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende regels.

De procedure voor de opmaking of de herziening van de omtrek bedoeld in artikel 167 die, op de dag van inwerkingtreding van dit decreet reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van het openbaar onderzoek bedoeld in artikel 169, derde lid, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende regels.

XV. Wijziging van het decreet van 30 april 2009 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid

Art. 47.Het decreet van 30 april 2009 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, het decreet van 11 maart 2009 betreffende de milieuvergunning en het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid wordt aangevuld met een artikel 106bis, luidend als volgt : «

Art. 106/1.Voor de ontwerpen van plan opgenomen in de lijst die krachtens artikel 49bis, eerste lid, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie aangenomen is, als de Regering, op basis van de bepalingen van toepassing vóór de inwerkingtreding van dit decreet, een besluit heeft aangenomen waarbij besloten is tot het opmaken of de herziening van een van het gewestplan afwijkend gemeentelijk plan van aanleg, vormt dit besluit de beslissing bedoeld in het tweede lid van het voornoemde artikel 49bis.

In afwijking van het eerste lid vormt het besluit van de Regering waarbij het opmaken of de herziening van een gemeentelijk plan van aanleg tot herziening van het gewestplan wordt verleend, de beslissing bedoeld in het tweede lid van artikel 49bis van het Wetboek als dit besluit is aangenomen vóór de inwerkingtreding van artikel 46 van het decreet van 27 oktober 2011 tot wijziging van verschillende decreten betreffende de bevoegdheden van Wallonië en vóór de aanneming van de beslissing bedoeld in artikel 51, § 1, eerste lid, van het Wetboek ».

XVI. Wijzigingen in het decreet van 3 april 2009 betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden

Art. 48.In het decret van 3 april 2009 betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden, wordt een artikel 5/1 ingevoegd luidend als volgt : «

Art. 5/1.De exploitant van een stationaire zendantenne brengt de dienst aangewezen door de Regering op de hoogte van de datum van inbedrijfstelling van de antenne binnen dertig dagen na de inbedrijfstelling. »

Art. 49.Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Op verzoek van de betrokken gemeente(n) of van de toezichthoudende ambtenaar maakt een persoon, een laboratorium of een openbare of particuliere instelling die krachtens artikel 9 erkend is voor rekening van de exploitant een rapport op waaruit blijkt dat de immissienorm bedoeld in artikel 4 nageleefd wordt. Vóór de indiening van dit verzoek informeert de betrokken gemeente(n) of de toezichthoudende ambtenaar bij de dienst die de Regering heeft aangewezen of er niet meerdere rapporten door verschillende erkende personen, laboratoria of openbare of particuliere instellingen worden opgemaakt voor eenzelfde stationaire zendantenne. De Regering bepaalt de modaliteiten van deze raadpleging.

Voordat het rapport opgemaakt wordt, biedt de erkende persoon, laboratorium of openbare of particuliere instelling de exploitant de mogelijkheid om zijn opmerkingen binnen redelijke termijnen mondeling of schriftelijk te laten gelden. De modaliteiten voor de procedure worden door de Regering vastgelegd.

Binnen negentig dagen na de aanvraag van het rapport wordt het aan de betrokken gemeente(n), de toezichthoudende ambtenaar, de exploitant en de door de Regering aangewezen dienst gezonden door de erkende persoon, laboratorium of openbare of particuliere instelling. Het rapport wordt op de website van de door de Regering aangewezen dienst bekendgemaakt.

In afwijking van het vorig lid kan de Regering om redenen van openbare veiligheid uitzonderingen voorzien i.v.m. de modaliteiten betreffende de verzending en de bekendmaking van de opgemaakte rapporten.

Het rapport is tijdens twee jaar geldig, behalve wijziging van de immissieparameters of in geval van verplaatsing of vervanging van de stationaire zendantenne.

In geval van overschrijding van de immissienorm bedoeld in artikel 4, stelt de exploitant orde op zaken uiterlijk binnen zestig dagen na ontvangst van het rapport. »; 2° § 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Niettegenstaande de toepassing van § 1 laat de exploitant van de stationaire zendantenne, op eigen kosten, binnen 45 dagen na de inbedrijfstelling van stationaire zendantennes gelegen bij scholen, crèches, ziekenhuizen, bejaardentehuizen door een persoon, een laboratorium of een openbare of particuliere instelling die krachtens artikel 9 erkend is een rapport opmaken waaruit moet blijken of de immissienorm bedoeld in artikel 4 nageleefd wordt.

De Regering bepaalt de nabijheidsomtrekken.

Voordat het rapport opgemaakt wordt, biedt de erkende persoon, laboratorium of openbare of particuliere instelling de exploitant de mogelijkheid om zijn opmerkingen binnen redelijke termijnen mondeling of schriftelijk te laten gelden. De modaliteiten voor de procedure worden door de Regering vastgelegd.

Binnen negentig dagen na de aanvraag van het rapport wordt het aan de betrokken gemeente(n), de toezichthoudende ambtenaar, de exploitant en de door de Regering aangewezen dienst gezonden door de persoon, het laboratorium of de openbare of particuliere instelling. Het rapport wordt op de website van de door de Regering aangewezen dienst bekendgemaakt.

In afwijking van het vorig lid kan de Regering om redenen van openbare veiligheid uitzonderingen voorzien i.v.m. de modaliteiten betreffende de verzending en de bekendmaking van de opgemaakte rapporten.

Het rapport is tijdens twee jaar geldig, behalve wijziging van de immissieparameters of in geval van verplaatsing of vervanging van de stationaire zendantenne.

In geval van overschrijding van de immissienorm bedoeld in artikel 4, stelt de exploitant orde op zaken uiterlijk binnen zestig dagen na ontvangst van het rapport. »

Art. 50.Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° in de Franse versie wordt het woord « radiations » vervangen door het woord « rayonnements »;2° in het eerste lid, 3°, vervallen de woorden « overdragen of ontvangen »;3° er wordt een tweede lid toegevoegd, luidend als volgt : « De Regering erkent, volgens de criteria en de procedure die zij bepaalt, de personen, laboratoria of openbare of particuliere instellingen die kunnen belast worden met : 1° het uittesten van of de controle op de toestellen of inrichtingen die niet-ioniserende stralingen kunnen veroorzaken om na te gaan of zij het decreet naleven;2° het uittesten van of de controle op de toestellen die niet-ioniserende stralingen moeten dempen of opslorpen;3° het uittesten van of de controle op de toestellen die niet-ioniserende stralingen moeten meten. De Regering bepaalt : 1° de regels inzake toekenning, opschorting en intrekking van de erkenning;2° de geldigheidsduur van de erkenning, die niet meer dan vijf jaar mag bedragen;3° de modellen van de meetprotocollen en de inhoud van de rapporten opgemaakt door erkende personen, laboratoria of openbare of particuliere instellingen.»

Art. 51.In artikel 12, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « artikel 10 » vervangen door de woorden « de artikelen 5/1 of 10 ».

XVII. Wijzigingen in de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging

Art. 52.Artikel 1 van de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging wordt gewijzigd als volgt : a) in de inleidende zin worden de woorden « De Koning » vervangen door de woorden « De Regering » en worden de woorden « of ter beperking van het energieverbruik om de klimaatverandering te verzwakken »ingevoegd tussen het woord « luchtverontreiniging » en de woorden « meer in het bijzonder »;b) het artikel wordt aangevuld met de punten 4° tot 11°, luidend als volgt : « 4° om te voorzien dat de technische systemen van gebouwen bepaald door de Regering aan de eisen voldoen inzake installatie, dimensionering, regeling, onderhoud, periodieke controle en inspectie;5° om de personen te erkennen die verantwoordelijk zijn voor de installatie, het onderhoud, de controle of de inspectie van de toestellen, uitrustingen of systemen omschreven door de Regering en om het vereiste kwalificatieniveau te bepalen; 6° om de emissieplafonds te bepalen, d.w.z. de maximale hoeveelheid van een bepaalde stof die tijdens een kalenderjaar mag worden uitgestoten; 7° om de luchtkwaliteit te beoordelen;8° om doelstellingen vast te leggen inzake luchtkwaliteit;9° om meetvoorzieningen van verontreinigende stoffen te erkennen : laboratoria, methoden, toestellen, netwerken en modellering;10° om specifieke voorzieningen te voorzien inzake informatie en sensibilisering van het publiek;11° om bijzondere beschermingsgebieden vast te leggen waarin bepaalde vormen van verontreiniging tijdelijk of permanent kunnen worden beperkt of verboden.De bijzondere beschermingsgebieden zijn, hetzij gebieden waar de slechte luchtkwaliteit is bewezen, hetzij gebieden die een hoge luchtkwaliteit vereisen wegens de grote bevolkingsdichtheid of bijzondere milieu-elementen. »

Art. 53.Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Onder luchtverontreiniging in de zin van deze wet wordt verstaan het in de lucht lozen, ongeacht de oorsprong, van stoffen die de gezondheid van de mens of het milieu in zijn geheel kunnen aantasten, schade kan toebrengen aan materiële goederen, dan wel de belevingswaarde van het milieu of ander rechtmatig milieugebruik kan aantasten of in de weg kan staan. »

Art. 54.Artikel 3 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 55.Artikel 4 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 56.Artikel 5 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 57.In artikel 10, 3, van dezelfde wet, worden de woorden « of om het energieverbruik te beperken met als doel de verzwakking van de klimaatverandering » ingevoegd tussen het woord « structureel te verminderen » en de woorden « oa de bepalingen ».

XVIII. Wijziging in Boek I van het Milieuwetboek

Art. 58.In artikel D.29-22, § 2, van Boek I van het Milieuwetboek wordt een lid tussen het eerste en het tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « Voor de projecten van categorie B of C, alsook voor de plannen en programma's betreffende locaties die op een kadastraal perceel gelokaliseerd kunnen worden, laat men bovendien het bericht op duidelijk zichtbare wijze aanplakken op vier plaatsen dichtbij de plaats waar het project gevestigd moet worden, langs een berijdbare weg of een doorgangsweg. »

Art. 59.Artikel D.140, § 3, van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : « De bevoegdheden van gerechtelijke politie kunnen slechts door beëdigde personeelsleden uitgeoefend worden. De personeelsleden leggen de eed af voor de rechbank van eerste aanleg van hun administratieve verblijfplaats. »

Art. 60.Artikel D.149, § 1, van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : « De burgemeester deelt zijn beslissing genomen op grond van het eerste lid, 1° tot 4°, aan de overtreder mee, hetzij tegen ontvangstbewijs, hetzij bij aangetekende brief met ontvangstbericht.

De burgemeester stuurt tegelijkertijd een afschrift van deze beslissing naar het personeelslid dat het rapport opgesteld heeft. »

Art. 61.Artikel D.149, § 2, van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : « Het personeelslid deelt zijn beslissing genomen op grond van § 1, eerste lid, 1° tot 4°, aan de overtreder mee, hetzij tegen ontvangstbewijs, hetzij bij aangetekende brief met ontvangstbericht. »

Art. 62.Artikel D.150, tweede lid, van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de volgende zinnen : « De datum van ontvangst van de akte, die de begindatum van de beroepstermijn is, wordt niet meegerekend. De vervaldatum wordt in die termijn meegerekend. Als die dag een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de vervaldatum evenwel naar de volgende werkdag verschoven. »

Art. 63.Artikel D.154 van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met punt 4°, luidend als volgt : « 4° degene die zich verzet of de herstelmaatregelen belemmert die krachtens artikel D.163 door de sanctionerende ambtenaar opgelegd worden, behalve in geval van beroep krachtens artikel D.164. »

Art. 64.In artikel D.157 van Boek I van het hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « van de gewestelijke milieuadministratie » vervangen door de woorden « van de Directeur-generaal van de gewestelijke milieuadministratie »;2° in § 4 worden de woorden « de gewestelijke milieuadministratie » vervangen door de woorden « de Directeur-generaal van de gewestelijke milieuadministratie »;3° in § 6 worden de woorden « de gewestelijke milieuadministratie » vervangen door de woorden « aan de Directeur-generaal van de gewestelijke milieuadministratie ».

Art. 65.In artikel D.161, eerste lid, van Boek I van hetzelfde Wetboek worden de woorden « door de burgemeester » opgeheven.

Art. 66.In artikel D.162, tweede lid, van Boek I van hetzelfde Wetboek worden de woorden « door de burgemeester » opgeheven.

Art. 67.In artikel D.163 van Boek I van het hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het vijfde lid wordt een zin tussen de eerste en de tweede zin ingevoegd, luidend als volgt : « Deze termijn wordt echter op 365 dagen gebracht wanneer de ambtenaar alleen maar een herstel oplegt.»; 2° lid 6 wordt aangevuld als volgt : « Meer dan 365 dagen na het proces-verbaal van vaststelling van de overtreding mag geen herstel opgelegd worden.»

Art. 68.In artikel D.164, eerste lid, van Boek I van hetzelfde Wetboek worden de woorden « de gewestelijke milieuadministratie » vervangen door de woorden « de Directeur-generaal van de gewestelijke milieuadministratie ».

XIX. Wijzigingen in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning

Art. 69.In artikel 19, lid 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt een 3° ingevoegd, luidend als volgt : « 3° als de aanvrager de aanvullende stukken of gegevens niet indient binnen de termijn van artikel 20, § 2, lid 1. »

Art. 70.In artikel 20 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, lid 1, worden de woorden « de gevraagde bijkomende stukken » vervangen door de woorden « de gevraagde bijkomende stukken binnen een termijn van zes maanden te rekenen van het versturen van het verzoek om bijkomende stukken in te dienen.Als de aanvrager de gevraagde bijkomende stukken niet binnen de opgelegde termijn heeft verstuurd, licht het gemeentebestuur de technisch ambtenaar daarover in binnen een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de termijn die aan de aanvrager was opgelegd om de bijkomende stukken op te sturen. In dat geval verklaart de technische ambtenaar de aanvraag onontvankelijk. »; 2° in § 4 worden de woorden « en in § 2, eerste lid » ingevoegd tussen de woorden « eerste lid, » en « , of, ».

Art. 71.In artikel 46 van hetzelfde decreet worden de woorden « en 57, tweede lid » vervangen door de woorden « , 57, tweede lid, en 95, § 5 » en de woorden in « artikel 40, § 2 » worden vervangen door de woorden « in de artikelen 40, § 2, en 95, § 2 ».

Art. 72.Artikel 53, § 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : « In afwijking van lid 1 en onverminderd artikel 55, § 3, gaat de termijn voor de uitvoering wanneer een zekerheid wordt opgelegd overeenkomstig artikel 55, § 1, in vanaf : 1° de dag na het verstrijken van de termijn van beroep tegen de beslissing bepaald in artikel 40, § 2;2° de dag na de kennisgeving aan de aanvrager van de beslissing getroffen na het beroep of, bij ontstentenis, de dag na de termijn die aan de beroepsinstantie was opgelegd om haar beslissing te versturen krachtens artikel 40, § 7;3° de dag na de kennisgeving aan de aanvrager van de beslissing tot toekenning van de vergunning als geen beroep mogelijk is tegen die vergunning of, bij ontstentenis, de dag na het verstrijken van de termijn opgelegd aan de beroepsinstantie om haar beslissing te versturen.»

Art. 73.In artikel 65, § 1, van hetzelfde decreet worden twee leden tussen het tweede en het derde lid ingevoegd, luidend als volgt : « De bevoegde overheid verstuurt het verzoek om bijkomende stukken of tot wijziging van de bijzondere exploitatievoorwaarden aan de technisch ambtenaar binnen een termijn van drie werkdagen te rekenen van de ontvangst ervan wanneer een verzoek bij de bevoegde overheid aanhangig wordt gemaakt overeenkomstig artikel 67.

Als de bevoegde overheid het verzoek om bijkomende stukken of tot wijziging van de bijzondere exploitatievoorwaarden niet binnen de termijn bedoeld in vorig lid aan de technisch ambtenaar verstuurd heeft, kan de aanvrager de zaak rechtstreeks aanhangig maken bij de technisch ambtenaar door hem een afschrift toe te sturen van de aanvraag die hij aanvankelijk bij het gemeentecollege heeft ingediend. »

Art. 74.In artikel 65, § 1, lid 4, van hetzelfde decreet, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 4 worden de woorden « met het versturen van het voorstel of het verzoek bedoeld in het tweede lid » vervangen door de woorden « met het versturen van het voorstel of wanneer hij de bevoegdheden uitoefent bepaald in dit artikel op eigen initiatief of binnen de dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag wanneer een verzoek bij hem aanhangig werd gemaakt overeenkomstig artikel 67, »;2° het vierde lid, nu zesde lid, wordt aangevuld met de volgende zin : « Als de beslissing tot het houden van een openbaar onderzoek niet binnen die termijn werd overgemaakt, wordt er een openbaar onderzoek gehouden.»

Art. 75.In artikel 85, lid 2, van hetzelfde decreet wordt een 3° ingevoegd luidend als volgt : « 3° als de aanvrager de aanvullende stukken of gegevens niet indient binnen de termijn van artikel 86, § 2, lid 1. »

Art. 76.In artikel 86 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. in § 2, lid 1, worden de woorden « de gevraagde bijkomende stukken » vervangen door de woorden « de gevraagde bijkomende stukken binnen een termijn van zes maanden te rekenen van het versturen van het verzoek om bijkomende stukken in te dienen.Als de aanvrager de gevraagde bijkomende stukken niet binnen de opgelegde termijn heeft verstuurd, licht het gemeentebestuur de technisch ambtenaar daarover in binnen een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de termijn die aan de aanvrager was opgelegd om de bijkomende stukken op te sturen. In dat geval verklaart de technische ambtenaar de aanvraag onontvankelijk. »; 2° in § 4 worden de woorden « en in § 2, eerste lid » ingevoegd tussen de woorden « eerste lid, » en « , of, ».

Art. 77.In artikel 97 van hetzelfde decreet wordt het vijfde lid vervangen als volgt : « De vergunning is verstreken als de werken niet op significante wijze zijn aangevat binnen de twee jaar te rekenen van de dag waarop de vergunning uitvoerbaar wordt overeenkomstig artikel 46.

In afwijking van vorig lid en onverminderd artikel 55, § 3, gaat die termijn, wanneer een zekerheid wordt opgelegd overeenkomstig artikel 55, § 1, in vanaf : 1° de dag na het verstrijken van de termijn van beroep tegen de beslissing bepaald in artikel 95, § 7;2° de dag na de kennisgeving aan de aanvrager van de beslissing getroffen na het beroep of, bij ontstentenis, de dag na de termijn die aan de beroepsinstantie was opgelegd om haar beslissing te versturen krachtens artikel 95, § 7.» XX. Wijzigingen in het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer

Art. 78.In artikel 35 van het decreet van 5 december 2008 worden de woorden « aan de Regering gericht » vervangen door de woorden « naar de administratie verstuurd ».

Art. 79.In artikel 70, lid 4, van hetzelfde decreet worden de woorden « afgegeven aan de Regering » vervangen door de woorden « naar de administratie verstuurd ».

Art. 80.In artikel 72, lid 1, van hetzelfde decreet worden de woorden « de Regering » vervangen door de woorden « de administratie ».

Art. 81.In artikel 91, 2°, van hetzelfde decreet worden de woorden « 681bis /67 » vervangen door de woorden « 681bis /63 ».

Art. 82.Artikel 92, lid 2, van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° de woorden « 681bis /67 » worden vervangen door de woorden « 681bis /63 »;2° de woorden « 31 december 2010 » worden vervangen door de woorden « 31 december 2012 ».

Art. 83.In artikel 92bis, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden « 31 december 2010 » vervangen door de woorden « 31 december 2012 ».

Art. 84.In artikel 93bis van hetzelfde decreet worden de woorden « tot 31 maart 2011 » vervangen door de woorden « tot 31 december 2012 ».

XXI. Wijziging in het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het « Agence wallonne de l'Air et du Climat » (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) als dienst met afzonderlijk beheer

Art. 85.In artikel 1 van het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het « Agence wallonne de l'Air et du Climat » (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) als dienst met afzonderlijk beheer vervallen de woorden « binnen het Ministerie van het Waalse Gewest opgerichte ».

XXII. Wijzigingen in Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt

Art. 86.Artikel D.2 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wordt aangevuld met een punt 52° bis, luidend als volgt : « 52° bis « boring » : elke actie die erin bestaat een gat te boren vanaf de aardoppervlakte, een bestaand bouwwerk of een ondergrondse holte die de kwaliteit van het grondwater zou kunnen aantasten; ».

Art. 87.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel D.167bis gevoegd, luidend als volgt : « Art. D.167bis. De personen die een boring of een uitrusting voor een put uitvoeren voor een latere waterwinning, voor de installatie van geothermische sondes, voor de geologische verkenning, de prospectie, het installeren van piëzometers, met uitsluiting van de inrichting van de putmond, beschikken over een erkenning.

De Regering organiseert de erkenning van de personen die een boring of een uitrusting voor een put uitvoeren voor een latere waterwinning, voor de installatie van geothermische sondes, voor de geologische verkenning, de prospectie, het installeren van piëzometers, met uitsluiting van de inrichting van de putmond. Zij bepaalt de voorwaarden, de criteria en de procedures voor de afgifte van de erkenning. Zij legt de regels vast voor de toekenning, de opschorting en de intrekking van de erkenning, evenals de geldigheidsduur van de erkenning. »

Art. 88.Artikel D.396, 2°, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « 2° degene die een boring of een uitrusting voor een put uitvoert zonder over de erkenning te beschikken vereist krachtens artikel D.167bis ».

Art. 89.In deel IV van hetzelfde Wetboek wordt het opschift van Titel VI vervangen als volgt : « Bestraffen van de inbreuken op de inning en de betaling van belastingen, retributies en bijdragen ».

Art. 90.Artikel R. 406 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. D.406 Er wordt een overtreding van de tweede graad in de zin van deel VIII van het decreetgevend deel van Boek 1 van het Milieuwetboek begaan door degene die de betaling van de belasting bedoeld in de artikelen D.275 tot en met D.313 en D.318 geheel of gedeeltelijk of de betaling van de retributie of de bijdrage te zijnen laste opgelegd bij dit Wetboek geheel of gedeeltelijk ontduikt of tracht te ontduiken. » XXIII. Wijzigingen van de regels inzake de deelname van het publiek aan het uitwerken van milieu-overeenkomsten zoals bepaald in Boek I van het Milieuwetboek

Art. 91.In artikel D.29-1 van Boek I van het Milieuwetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het woord « vier » vervangen door het woord « vijf »;2° in § 2 wordt punt 6° opgeheven; 3° er wordt een § 3/1 ingevoegd, luidend als volgt : « De milieu-overeenkomsten bedoeld in artikel D.82 vallen onder categorie A.3. »

Art. 92.Artikel D.29-7, § 1, van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld een § 4, luidend als volgt : « § 4. Dit artikel is niet toepasselijk op de plannen en programma's die onder categorie A.3 vallen. »

Art. 93.Artikel D.29-8 van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « § 1. Behalve de aanplakmodaliteiten bedoeld in artikel D.29-7, wordt het openbaar onderzoek voor de plannen en programma's van de categoriëen A.1 en A.2 en de projecten van categorie B ook aangekondigd : a) voor de plannen en programma's van categorie A.1, op initiatief van de auteur van het plan of programma : 1° via een bericht in het Belgisch Staatsblad ;2° via een bericht op het leefmilieuportaal van de site van het Waalse Gewest;3° via een bericht in minstens drie dagbladen verspreid over het gezamenlijke grondgebied van het Waalse Gewest, waarvan één Duitstalig;4° via een mededeling die drie keer uitgezonden wordt door de RTBF en het 'Centre belge pour la radiodiffusion télévision de langue allemande'; b) voor de plannen en programma's van de categorieën A.2 en B, op initiatief van de auteur van het plan of programma, en voor de projecten van categorie B, op initiatief van de aanvrager : 1° via een bericht op de plaatselijke bladzijden van twee dagbladen met ruime verspreiding in het Waalse Gewest, waarvan minstens één verspreid wordt in elke gemeente op het grondgebied waarvan het openbaar onderzoek georganiseerd wordt;als één van de betrokken gemeenten Duitstalig is, is minstens één van beide dagbladen Duitstalig; 2° via een bericht in een gemeentelijk informatiebulletin of een huis-aan-huis reclameblad dat gratis verspreid wordt onder de bevolking van de gemeenten op het grondgebied waarvan het project, plan of programma zich uitstrekt, als dergelijk bulletin of reclameblad bestaat. Het bericht wordt ook bekendgemaakt op de Internetsite van betrokken gemeente. § 2. Voor de plannen en programma's van categorie A. 3 wordt het openbaar onderzoek ook aangekondigd op initiatief van de bevoegde overheid : 1° via een bericht in het Belgisch Staatsblad ;2° via een bericht op het leefmilieuportaal van de site van het Waalse Gewest;3° via een bericht in minstens drie dagbladen verspreid over het gezamenlijke grondgebied van het Waalse Gewest, waarvan één Duitstalig. Dat bericht bevat op zijn minst : 1° de identificatie van het plan of programma, de categorie waarin het ingedeeld is en de bepaling op grond waarvan het aan een openbaar onderzoek onderworpen wordt;2° de identificatie van de auteur van het plan of programma;3° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;4° de dagen, de uren en de plaats waarop het dossier ingekeken kan worden;5° het adres en de openingstijden van de diensten, alsook de personalia van de door de bevoegde overheid aangewezen ambtenaar die uitleg over het plan of programma kan verstrekken;6° de bestemmeling aan wie en het adres waar de klachten en opmerkingen gericht kunnen worden en de uiterste datum waarop ze verzonden kunnen worden;7° de aard van de beslissing tot tussenkomst en de identificatie van de bevoegde overheid;8° de overige beschikbare milieu-informatie betreffende het plan of het programma. Het plan- of programma-ontwerp wordt gevoegd bij het bericht in het Belgisch Staatsblad en op het leefmilieuportaal van de site van het Waalse Gewest. »

Art. 94.In artikel D.29-13, § 1, eerste lid, 1°, van Boek I van hetzelfde Wetboek worden de woorden « en A.2 » vervangen door de woorden « , A.2 en A.3 ».

Art. 95.In artikel D.29-16 van Boek I van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Vanaf de aankondiging van het openbaar onderzoek » worden vervangen door de woorden « Wat de plannen en programma's van categorie A.1, A.2 en B betreft, alsook de projecten van B of C, zodra het openbaar onderzoek aangekondigd wordt »; 2° artikel D.29-16, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidend als volgt : « § 2. Wat de plannen en programma's van categorie A.3 betreft, kan het dossier dat het voorwerp van het openbaar onderzoek uitmaakt, vanaf de aankondiging van het openbaar onderzoek tot op de datum waarop het afgesloten wordt, gratis ingekeken worden op de plaatsen, dagen en uren en bij de diensten vermeld in het bericht van openbaar onderzoek. »

Art. 96.Artikel D.29-17 van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « § 1er. Wat de plannen en programma's van categorie A.1, A.2 en B alsook de projecten van categorie B of C betreft, kan uitleg over het plan, programma of project verkregen worden bij de milieuadviseur of, zoniet, bij het gemeentecollege of de daartoe afgevaardigde gemeentebeambte. § 2. Wat de plannen en programma's van categorie A.3 betreft, kan uitleg over het plan of programma verkregen worden bij de beambte die daartoe door de bevoegde overheid aangewezen wordt. »

Art. 97.In artikel D.29-18 van Boek I van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « De klachten » vervangen door de woorden « Wat de plannen en programma's van categorie A.1, A.2 en B alsook de projecten van categorie B of C betreft, de klachten »; 2° artikel D.29-18, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidend als volgt : « § 2. Wat de plannen en programma's van categorie A.3 betreft, worden de klachten en opmerkingen per fax, email of gewone post gericht aan de daartoe aangewezen bevoegde diensten van de Regering.

Op straffe van nietigheid worden de verzendingen per post of fax gedateerd en getekend; elektronische verzendingen worden duidelijk geïdentificeerd en gedateerd.

Art. 98.In artikel D.29-19 van Boek I van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « voor de plannen en programma's en voor de projecten, met uitzondering van de plannen en programma's van categorie A.3 » tussen de woorden « De laatste dag van het openbaar onderzoek » en « , een lid »; 2° er wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « De door de bevoegde overheid daartoe aangewezen beambte maakt, voor de plannen en programma's van categorie A.3, binnen vijf dagen na afsluiting van het openbaar onderzoek proces-verbaal van afsluiting op waarin hij melding maakt van de geformuleerde opmerkingen en commentaren en tekent het.

Art. 99.In artikel D.29-21 van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt tussen het eerste en het tweede lid volgend lid ingevoegd : « Het plan of programma van categorie A.3 wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad ,alsook op het leefmilieuportaal van de site van het Waalse Gewest. »

Art. 100.Artikel D.86, § 3, eerste lid, van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt in fine aangevuld met volgende zin : « Het advies van de « Conseil supérieur des Villes, Communes et Provinces de la Région wallonne » (Hoge raad van de Steden, Gemeenten en Provincies van het Waalse Gewest) wordt in ieder geval gevraagd.

Het advies van de « Commission régionale des déchets » (Gewestelijke commissie voor afvalstoffen), van de « Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable » (Waalse milieuraad voor duurzame ontwikkeling) en van de « Commission consultative de l'eau » (Adviescommissie inzake water) wordt gevraagd wanneer de ontwerpen van milieu-overeenkomsten betrekking hebben op materies waarvoor ze bevoegd zijn. » XXIV. Wijziging in het decreet van 15 juli 2008 betreffende het Boswetboek

Art. 101.In artikel 3, 1°, van het decreet van 15 juli 2008 betreffende het Boswetboek wordt het woord « ambtenaar » vervangen door de woorden « beambte, statutair of contractueel, ».

XXV. Wijziging in het decreet van 19 maart 2009 betreffende de instandhouding van het gewestelijke openbaar wegen- en waterwegendomein

Art. 102.§ 1er. In artikel 6, § 4, 1°, van het decreet van 19 maart 2009 betreffende de instandhouding van het gewestelijke openbaar wegen- en waterwegendomein worden de woorden « artikel 4 » vervangen door de woorden « artikel 5 ». § 2. Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : « § 5. In geval van overtreding van artikel 5, § 3, kan de domaniale politieagent het overtollige gewicht op de wielstellen laten afladen.

De modaliteiten voor de toepassing van dit artikel kunnen nader bepaald worden door de Regering. » § 3. Artikel 8bis van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : In geval van overtreding van artikel 5, consigneert de overtreder, wanneer hij geen vaste woon- of verblijfplaats in België heeft en de voorgestelde som niet onmiddellijk betaalt of weigert te betalen, een som gelijk aan het totaalbedrag van de onmiddellijke heffingen die per overtreding verschuldigd zijn.

De modaliteiten voor de toepassing van dit artikel kunnen nader bepaald worden door de Regering. » § 4. In artikel 9bis, vijfde lid, van hetzelfde decreet wordt « 80 % » door « 100 % » vervangen.

XXVI. Wijzigingen in het decreet van 19 december 2007 betreffende het goedkeuringstoezicht van het Waalse Gewest op de aanvullende reglementen op de openbare wegen en op het verkeer van de gemeenschappelijke vervoermiddelen

Art. 103.Het decreet van 19 december 2007 betreffende het goedkeuringstoezicht van het Waalse Gewest op de aanvullende reglementen op de openbare wegen en op het verkeer van de gemeenschappelijke vervoermiddelen wordt aangevuld met de artikelen 2bis, 2ter en 2quater, luidend als volgt : «

Art. 2bis.Wanneer de Regering of een gemeenteraad een parkeerreglement (parkeerreglementen) vastlegt voor parkeerplaatsen met beperkte duur, betaalparkeerplaatsen en parkeren op plaatsen voorbehouden aan de houders van een gemeentelijke parkeerkaart, kan hij voorzien in een parkeerheffing of -belasting of parkeerheffingen bepalen in het kader van concessies of beheerscontracten betreffende het parkeren op de openbare weg, die toepasselijk zijn op motorvoertuigen, de aanhangwagens of bestanddelen ervan.

Deze bepaling is niet van toepassing op halfmaandelijks beurtelings parkeren, noch op de beperking van langdurig parkeren.

Art. 2ter.Voor het innen van de parkeerretributies, -belastingen en -heffingen bedoeld in artikel 2bis, hebben de Regering, de gemeenten en hun concessiehouders en de autonome gemeenteregiëen machtiging om, overeenkomstig de wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de identiteit van de houder van het kentekenplaatnummer te vragen bij de overheid die met de inschrijving van voertuigen belast is.

Art. 2quater.De parkeerretributies, -belastingen of -heffingen waarin artikel 2bis voorziet zijn voor rekening van de houder van het kentekenplaatnummer. »

Art. 104.De wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren wordt opgeheven wat het Waalse Gewest betreft.

XXVII. Wijzigingen in het decreet van 10 maart 1994 betreffende de oprichting van de « Société wallonne de financement complémentaire des infrastructures » (Waalse maatschappij voor de aanvullende financiering van de infrastructuren)

Art. 105.Het laatste lid van artikel 3 van het decreet van 10 maart 1994 betreffende de oprichting van de « Société wallonne de financement complémentaire des infrastructures » wordt opgeheven.

Art. 106.In artikel 9, vierde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « het gewestelijk belang » vervangen door de woorden « het algemeen belang ».

Art. 107.§ 1. Artikel 10, vierde lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « De rekeningscommissarissen worden door de algemene vergadering benoemd. » § 2. In hetzelfde artikel wordt de eerste zin van het zesde lid vervangen als volgt : « De rekeningscommissarissen worden benoemd voor een periode van maximum drie jaar, die één keer op opeenvolgende wijze verlengd kan worden bij hetzelfde kabinet of netwerk. » § 3. In het zevende en laatste lid van hetzelfde artikel worden de woorden « door de Waalse Regering » vervangen door de woorden « door de Algemene vergadering ».

XXVII. Wijziging in het decreet-programma van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, bestuurlijke vereenvoudiging, energie, huisvesting, fiscaliteit, werkgelegenheid, luchthavenbeleid, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening, plaatselijke besturen, landbouw en openbare werken

Art. 108.In artikel 113 van het decreet-programma van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, bestuurlijke vereenvoudiging, energie, huisvesting, fiscaliteit, werkgelegenheid, luchthavenbeleid, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening, plaatselijke besturen, landbouw en openbare werken worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering investeringstoelagen toekennen aan de rechtspersonen met als maatschappelijk doel de promotie of de valorisatie van de Waalse landbouwproducten.»; 2° artikel 113 wordt aangevuld met twee leden, luidend als volgt : « De waarborg van het Waalse Gewest kan gekoppeld worden aan de gehele of gedeeltelijke terugbetaling in kapitaal, intresten en accessoires van de leningen aangegaan in het kader van de investeringen bedoeld in het tweede lid.Het gewaarborgde deel van de lening mag in geen geval hoger zijn dan de som van 1.500.000 euro per in aanmerking komend project.

De Regering bepaalt de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de waarborg van het Waalse Gewest toegekend wordt. » XXIX. Slotbepalingen

Art. 109.De vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet ingediende vergunningsaanvragen, alsmede de desbetreffende administratieve beroepen, worden behandeld volgens de regels van kracht op de datum van indiening van de aanvraag.

Art. 110.De rapporten opgemaakt overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 3 april 2009 betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire antennes gegenereerd worden, in de oorspronkelijke opstelling ervan en die vervangen bij het decreet-programma van 22 juli 2010, worden gelijkgesteld met de rapporten opgemaakt krachtens artikel 6, zoals gewijzigd bij dit decreet.

Art. 111.Dit decreet treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad , met uitzondering van : 1° de artikelen 6 tot 11, die in werking treden op de datum van bekendmaking van het laatste goedkeuringsdecreet in het Belgisch Staatsblad ;2° de artikelen 24, 27, 28, 31, 32, 33 en 35, die in werking treden op 1 januari 2012;3° de artikelen 82 en 83, die in werking treden op 1 januari 2011;4° artikel 84, dat in werking treedt op 1 april 2011;5° de artikelen 86, 87 en 88, die in werking treden op een door de Waalse Regering bepaalde datum;6° de artikelen 103 en 104, die in werking treden op 8 januari 2009;7° artikel 107, dat in werking treedt op 29 oktober 2010. Op die datum zal de « SOFICO » de Regering opvolgen voor de procedures tot toewijzing van lopende opdrachten met het oog op de toewijzing van het mandaat van commissaris lid van het Instituut der bedrijfsrevisoren; 8° artikel 108, dat in werking treedt op 1 januari 2012. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 27 oktober 2011.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J-M. NOLLET De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE De Minister van Economie, Kmo's, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J-C. MARCOURT De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, E. TILLIEUX De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, B. LUTGEN _______ Nota (1) Zitting 2011-2012. Stukken van het Waals Parlement, 452 (2011-2012) Nrs. 1, 1bis tot 12.

Volledig verslag, openbare zitting van 26 oktober 2011.

Bespreking.

Stemmingen.

BIJLAGE 1 Samenwerkingsakkoord gesloten tussen de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest betreffende de financiering van gesubsidieerde investeringen krachtens artikel 7, § 4, van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, Gelet op de artikelen 127 en 134 van de Grondwet, Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, inzonderheid op artikel 92bis, § 1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op de beraadslaging van de Waalse Regering van 3 februari 2011;

Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 december 2010;

Overwegende dat het decreet van het Waalse Gewest van 23 maart 1995 houdende oprichting van een Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten dat moet zorgen voor de opvolging en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven, de opdrachten van het äCentre régional d'aide aux Communes » (Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten) bepaalt;

Overwegende dat het decreet van 5 februari 1990 van de Franse Gemeenschap betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, de subsidiering organiseert, met name, bouw-, moderniserings-, vergrotings- en inrichtingswerken van schoolgebouwen van het gesubsidieerd officieel onderwijs;

Overwegende dat dit akkoord betrekking heeft op de gezamenlijke uitoefening van eigen bevoegdheden en de bevolking en de instellingen van de partijen bij dit akkoord ten goede komt;

Met de bedoeling hun betrekkingen eendrachtig te regelen met inachtneming van de federale loyauteit, Zijn overeengekomen wat volgt :

Artikel 1.Het Gewestelijk Hulpcentrum voor gemeenten, opgericht krachtens het decreet van het Waalse Gewest van 23 maart 1995, is door het Waalse Gewest ertoe gemachtigd om de financiering van de investeringen bedoeld in artikel 7, § 4, van het decreet van 5 februari 1990 van de Franse Gemeenschap betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, ten gunste van de begunstigden aangewezen in hetzelfde artikel te waarborgen.

Art. 2.De administratieve behandeling van de aanvragen tot toelage en de bepalingen houdende de toekenning van de toelagen georganiseerd door en toegekend krachtens artikel 7, § 4, van het decreet van 5 februari 1990 van de Franse Gemeenschap betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, blijven gelden.

Art. 3.De uitbetalingsmodaliteiten van de toelagen toegekend krachtens artikel 7, § 4, van voornoemd decreet van 5 februari 1990, worden aangepast door de Franse Gemeenschap, om rekening te houden met de financieringswijze bedoeld in artikel 1.

Art. 4.Dit akkoord wordt voor een onbepaalde duur gesloten.

Art. 5.Dit akkoord treedt in werking, na goedkeuring door de Waalse Gewestraad en de Franse Gemeenschapsraad, de dag waarop het laatste van beide goedkeuringsdecreten in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Namen, 3 februari 2011.

Voor het Waalse Gewest, R. DEMOTTE, Minister-President P. FURLAN, Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad Voor de Franse Gemeenschap, R. DEMOTTE, Minister-President J.-M. NOLLET, Minister belast met schoolgebouwen

Samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende gemeenschappelijke aankoop van motorvoertuigen en kleine vrachtwagens (2009-2010) Gelet op de artikelen 39, 127 en 128;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 92bis, § 1, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;

Gelet op de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, inzonderheid op de artikelen 2, 4° en 15;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 7 december 2007 betreffende de aankoop, het huren en het gebruiken van voertuigen bestemd voor de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, voor sommige instellingen van openbaar nut die afhangen van de Franse Gemeenschap, en voor de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector;

Gelet op de beraadslaging van de Waalse Regering van 3 februari 2011;

Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 december 2010;

Overwegende dat luidens artikel 4, § 1, van de wet van 24 december 1993 de bovenvermelde wet betreffende de overheidsopdrachten zowel op het Waalse Gewest als op de Franse Gemeenschap in hun hoedanigheid van aanbestedende overheid van toepassing is;

Overwegende dat artikel 2, 4°, van de wet van 15 juni 2006 een aanbestedende overheid de mogelijkheid biedt om een aankoopcentrale op te richten en dus leveringen aan te schaffen die bestemd zijn voor andere aanbestedende overheden;

Overwegende dat krachtens artikel 15 van de wet van 15 juni 2006 een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 2, 4°, vrijgesteld is van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren;

Overwegende dat het Waalse Gewest een algemene offerteaanvraag met Europese bekendmaking betreffende de aankoop van motorvoertuigen en kleine vrachtwagens heeft uitgeschreven;

Gelet op de vooraankondiging bekendgemaakt op 15 mei 2008 in het Bulletin der Aanbestedingen onder nummer 06879 en op 17 mei 2008 in het Publicatieblad van de Europese Unie onder nummer 2008/S95-0128929;

Gelet op de aankondiging bekendgemaakt op 2 oktober 2008 in het Bulletin der Aanbestedingen onder nummer 015355 en op 11 oktober 2008 in het Publicatieblad van de Europese Unie onder nummer 2008/S198-0262362;

Overwegende dat die opdracht de periode tussen 1 juli 2009 tot 31 december 2010 onder voorbehoud van een eventuele verlenging dekt;

Overwegende dat in die Europese algemene offerteaanvraag het Waalse Gewest een aankoopcentrale heeft opgericht die bestemd is om motorvoertuigen en kleine dienstvoertuigen te kopen;

Overwegende dat het Waalse Gewest aan andere openbare instellingen heeft toegestaan om tijdens de opdracht lid te worden van de aldus opgerichte aankoopcentrale;

Gelet op het feit dat de Franse Gemeenschap ook een overheidsopdracht over de levering van motorvoertuigen en vrachtwagens in 2010 moet uitschrijven;

Overwegende dat bij een beslissing van haar Regering van 23 december 2010 de Franse Gemeenschap beslist heeft om een beroep te doen op die aankoopcentrale, De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van haar Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van haar Vice-president en Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken, de heer Jean-Marc Nollet;

Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, in de persoon van zijn Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van zijn Vice-president en Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, de heer Jean-Marc Nollet, hieronder « deelgenoten in het akkoord » genoemd, Zijn overeengekomen wat volgt :

Artikel 1.Dit akkoord betreft de bevoegdheden van het Waalse Gewest en van de Franse Gemeenschap die bedoeld zijn in de artikelen 87 en 89 van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen.

Art. 2.Het Waalse Gewest heeft een algemene offerteaanvraag met Europese bekendmaking betreffende de aankoop van motorvoertuigen en kleine vrachtwagens uitgeschreven, die op 31 december 2010 eindigt.

Het Waalse Gewest, aanbestedende overheid, heeft aldus een aankoopcentrale opgericht om die motorvoertuigen en die kleine vrachtwagens te kopen.

In de Europese algemene offerteaanvraag bedoeld in het eerste lid van dit artikel heeft het Waalse Gewest de Franse Gemeenschap als aanbestedende overheid die van de aankoopcentrale kan genieten, erkend.

De Franse Gemeenschap is dan ook vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure over hetzelfde voorwerp te organiseren.

Art. 3.De Franse Gemeenschap blijft volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde opdracht en dit vanaf de eerste bestelling tot en met de betaling van de leveringen die naar gelang van haar eigen behoeften aldus besteld zijn.

Bijgevolg blijven de leiding van en de controle op de in artikel 2 bedoelde opdracht onder de bevoegdheid vallen van elke van de aanbestedende overheden voor de aldus verrichte bestellingen.

Als aankoopcentrale blijft het Waalse Gewest evenwel alleen bevoegd voor de ambtshalve genomen maatregelen alsmede voor de eenzijdige wijzigingen die eventueel in deze opdracht aangebracht moeten worden.

Ze komt bovendien tijdens de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde opdracht tussenbeide om elke bepaling van de documenten van bovenvermelde opdracht te laten toepassen.

De leidend ambtenaar voor de leiding van en de controle op de uitvoering van de opdracht voor de Franse Gemeenschap is de directeur van de Directie Organisatie van het Ministerie van de Franse Gemeenschap.

De leidend ambtenaar voor de leiding van en de controle op de uitvoering van de opdracht voor het Waalse Gewest is de directeur van de Directie Beheer roerende goederen van de Waalse Overheidsdienst.

Art. 4.De Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest zullen, ieder naar gelang van zijn eigen behoeften, overgaan tot de betaling van de bestelde voertuigen, nadat ze de facturen opgemaakt door de aannemer ten gevolge van de levering van deze voertuigen hebben nagegaan en goedgekeurd.

De betaling van de leveringen wordt verricht binnen vijftig kalenderdagen vanaf de datum waarop de keuringsformaliteiten zijn beëindigd en voor zover de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest voor ieder wat hem betreft in het bezit zijn van zowel de regelmatig verrichte factuur als van de eventueel andere vereiste documenten.

Art. 5.Dit akkoord wordt voor een onbepaalde duur gesloten.

Art. 6.Dit akkoord treedt in werking na de dag waarop het laatste van beide goedkeuringsdecreten in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, mits instemming van het Waalse Parlement en de Raad van de Franse Gemeenschap Namen, op 19 mei 2011.

Voor het Waalse Gewest, R. DEMOTTE, De Minister-President, P. FURLAN, De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, Voor de Franse Gemeenschap : R. DEMOTTE, De Minister-President, J.-M. NOLLET, De Minister van Schoolgebouwen

Samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende gemeenschappelijke aankoop van motorvoertuigen en kleine vrachtwagens (2011-2012) Gelet op de artikelen 39, 127 en 128 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 92bis, § 1, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;

Gelet op de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, inzonderheid op de artikelen 2, 4° en 15;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 7 december 2007 betreffende de aankoop, het huren en het gebruiken van voertuigen bestemd voor de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, voor sommige instellingen van openbaar nut die afhangen van de Franse Gemeenschap, en voor de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector;

Gelet op de beraadslaging van de Waalse Regering van 3 februari 2011;

Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 december 2010;

Overwegende dat luidens artikel 4, § 1, van de wet van 24 december 1993 de bovenvermelde wet betreffende de overheidsopdrachten zowel op het Waalse Gewest als op de Franse Gemeenschap in hun hoedanigheid van aanbestedende overheid van toepassing is;

Overwegende dat artikel 2, 4°, van de wet van 15 juni 2006 een aanbestedende overheid de mogelijkheid biedt om een aankoopcentrale op te richten en dus leveringen aan te schaffen die bestemd zijn voor andere aanbestedende overheden;

Overwegende dat krachtens artikel 15 van de wet van 15 juni 2006 een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 2, 4°, vrijgesteld is van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren;

Overwegende dat het Waalse Gewest een algemene offerteaanvraag met Europese bekendmaking betreffende de aankoop van motorvoertuigen en kleine vrachtwagens heeft uitgeschreven;

Overwegende dat het Waalse Gewest een algemene offerteaanvraag met Europese bekendmaking voor de levering van gasolie diesel en verwarming die in opslagtanks wordt gegoten, heeft uitgeschreven;

Overwegende dat die opdracht de periode tot 31 december 2010 onder voorbehoud van een eventuele verlenging dekt;

Overwegende dat het Waalse Gewest een aankoopcentrale heeft opgericht die bestemd is om motorvoertuigen en kleine dienstvoertuigen te kopen;

Gelet op het feit dat de Franse Gemeenschap ook een Europese algemene offerteaanvraag over de levering van motorvoertuigen en vrachtwagens in 2010 moet uitschrijven;

Overwegende dat bij een beslissing van haar Regering van 23 december 2010 de Franse Gemeenschap beslist heeft om een beroep te doen op die aankoopcentrale en zich in de door het Waalse Gewest uitgeschreven Europese algemene offerteaanvraag te laten erkennen als aanbestedende overheid die van bovenvermelde aankoopcentrale kan genieten, De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van haar Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van haar Vice-president en Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken, de heer Jean-Marc Nollet;

Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, in de persoon van zijn Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van zijn Vice-president en Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, de heer Jean-Marc Nollet, hieronder « deelgenoten in het akkoord » genoemd, Zijn overeengekomen wat volgt :

Artikel 1.Dit akkoord betreft de bevoegdheden van het Waalse Gewest en van de Franse Gemeenschap die bedoeld zijn in de artikelen 87 en 89 van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen.

Art. 2.Het Waalse Gewest heeft een algemene offerteaanvraag met Europese bekendmaking betreffende de aankoop van motorvoertuigen en kleine vrachtwagens uitgeschreven.

Het Waalse Gewest, aanbestedende overheid, heeft aldus een aankoopcentrale opgericht om die motorvoertuigen en die kleine vrachtwagens te kopen.

In de Europese algemene offerteaanvraag bedoeld in het eerste lid van dit artikel heeft het Waalse Gewest de Franse Gemeenschap als aanbestedende overheid die van de aankoopcentrale kan genieten, erkend.

De Franse Gemeenschap is dan ook vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure over hetzelfde voorwerp te organiseren.

Art. 3.De Franse Gemeenschap blijft volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde opdracht en dit vanaf de eerste bestelling tot en met de betaling van de leveringen die naar gelang van haar eigen behoeften aldus besteld zijn.

Bijgevolg blijven de leiding van en de controle op de in artikel 2 bedoelde opdracht onder de bevoegdheid vallen van elke van de aanbestedende overheden voor de aldus verrichte bestellingen.

Als aankoopcentrale blijft het Waalse Gewest evenwel alleen bevoegd voor de ambtshalve genomen maatregelen alsmede voor de eenzijdige wijzigingen die eventueel in deze opdracht aangebracht moeten worden.

Ze komt bovendien tijdens de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde opdracht tussenbeide om elke bepaling van de documenten van bovenvermelde opdracht te laten toepassen.

De leidend ambtenaar voor de leiding van en de controle op de uitvoering van de opdracht voor de Franse Gemeenschap is de directeur van de Directie Organisatie van het Ministerie van de Franse Gemeenschap.

De leidend ambtenaar voor de leiding van en de controle op de uitvoering van de opdracht voor het Waalse Gewest is de directeur van de Directie Beheer roerende goederen van de Waalse Overheidsdienst.

Art. 4.De Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest zullen, ieder naar gelang van zijn eigen behoeften, overgaan tot de betaling van de bestelde leveringen, nadat ze de facturen opgemaakt door de aannemer ten gevolge van de aanneming van deze leveringen hebben nagegaan en goedgekeurd.

De betaling van de leveringen wordt verricht binnen vijftig kalenderdagen vanaf de datum waarop de keuringsformaliteiten zijn beëindigd en voor zover de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest voor ieder wat hem betreft in het bezit zijn van zowel de regelmatig verrichte factuur als van de eventueel andere vereiste documenten.

Art. 5.Dit akkoord wordt voor een onbepaalde duur gesloten.

Art. 6.Dit akkoord treedt in werking na de dag waarop het laatste van beide goedkeuringsdecreten in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, mits instemming van het Waalse Parlement en de Raad van de Franse Gemeenschap Namen, op 19 mei 2011.

Voor het Waalse Gewest, R. DEMOTTE, De Minister-President, P. FURLAN, De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, Voor de Franse Gemeenschap, R. DEMOTTE, De Minister-President, J.-M. NOLLET, De Minister van Schoolgebouwen

Samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende de aankoop van brandstof op te nemen op pompen met magneetkaarten Gelet op de artikelen 39, 127 en 128 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 92bis, § 1, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;

Gelet op de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, inzonderheid op de artikelen 2, 4° en 15;

Gelet op de beraadslaging van de Waalse Regering van 3 februari 2011;

Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 december 2010;

Overwegende dat luidens artikel 4, § 1, van de wet van 24 december 1993 de bovenvermelde wet betreffende de overheidsopdrachten zowel op het Waalse Gewest als op de Franse Gemeenschap in hun hoedanigheid van aanbestedende overheid van toepassing is;

Overwegende dat artikel 2, 4°, van de wet van 15 juni 2006 een aanbestedende overheid de mogelijkheid biedt om een aankoopcentrale op te richten en dus leveringen aan te schaffen die bestemd zijn voor andere aanbestedende overheden;

Overwegende dat krachtens artikel 15 van de wet van 15 juni 2006 een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 2, 4°, vrijgesteld is van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren;

Overwegende dat het Waalse Gewest een algemene offerteaanvraag met Europese bekendmaking betreffende de levering van brandstof op te nemen op pompen met magneetkaarten heeft uitgeschreven;

Gelet op de vooraankondiging bekendgemaakt op 19 juli 2007 in het Bulletin der Aanbestedingen onder nummer 008396 en op 25 juli 2007 in het Publicatieblad van de Europese Unie onder nummer 2007/S141-128929;

Gelet op de aankondiging bekendgemaakt op 18 december 2007 in het Bulletin der Aanbestedingen onder nummer 27520 en op 20 december 2007 in het Publicatieblad van de Europese Unie onder nummer 2007/S245-0298462;

Overwegende dat die opdracht de periode tussen 21 mei 2008 tot 30 december 2012 onder voorbehoud van een eventuele verlenging dekt;

Overwegende dat het Waalse Gewest een aankoopcentrale heeft opgericht voor de levering van brandstof op te nemen op pompen met magneetkaarten;

Overwegende dat het Waalse Gewest aan andere openbare instellingen heeft toegestaan om tijdens de opdracht lid te worden van de aldus opgerichte aankoopcentrale;

Gelet op het feit dat de Franse Gemeenschap ook een Europese algemene offerteaanvraag over de levering van brandstof op te nemen op pompen met magneetkaarten moet uitschrijven;

Overwegende dat bij een beslissing van haar Regering van 23 december 2010 de Franse Gemeenschap beslist heeft om een beroep te doen op die aankoopcentrale, De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van haar Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van haar Vice-president en Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken, de heer Jean-Marc Nollet;

Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, in de persoon van zijn Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van zijn Vice-president en Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, de heer Jean-Marc Nollet, hieronder « deelgenoten in het akkoord » genoemd, Zijn overeengekomen wat volgt :

Artikel 1.Dit akkoord betreft de bevoegdheden van het Waalse Gewest en van de Franse Gemeenschap die bedoeld zijn in de artikelen 87 en 89 van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen.

Art. 2.Het Waalse Gewest heeft een algemene offerteaanvraag met Europese bekendmaking betreffende de levering van brandstof op te nemen op pompen met magneetkaarten uitgeschreven.

Het Waalse Gewest, aanbestedende overheid, heeft aldus een aankoopcentrale opgericht voor de levering van brandstof op te nemen op pompen met magneetkaarten.

In de Europese algemene offerteaanvraag bedoeld in het eerste lid van dit artikel heeft het Waalse Gewest de Franse Gemeenschap als aanbestedende overheid die van de aankoopcentrale kan genieten, erkend.

De Franse Gemeenschap is dan ook vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure over hetzelfde voorwerp te organiseren.

Art. 3.De Franse Gemeenschap blijft volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde opdracht en dit vanaf de eerste bestelling tot en met de betaling van de leveringen die naar gelang van haar eigen behoeften aldus besteld zijn.

Bijgevolg blijven de leiding van en de controle op de in artikel 2 bedoelde opdracht onder de bevoegdheid vallen van elke van de aanbestedende overheden voor de aldus verrichte bestellingen.

Als aankoopcentrale blijft het Waalse Gewest evenwel alleen bevoegd voor de maatregelen van ambtswege alsmede voor de eenzijdige wijzigingen die eventueel in deze opdracht aangebracht moeten worden.

Ze komt bovendien tijdens de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde opdracht tussenbeide om elke bepaling van de documenten van bovenvermelde opdracht te laten toepassen.

De leidend ambtenaar voor de leiding van en de controle op de uitvoering van de opdracht voor de Franse Gemeenschap is de directeur van de Directie Organisatie van het Ministerie van de Franse Gemeenschap.

De leidend ambtenaar voor de leiding van en de controle op de uitvoering van de opdracht voor het Waalse Gewest is de directeur van de Directie Beheer roerende goederen van de Waalse Overheidsdienst.

Art. 4.De Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest zullen, ieder naar gelang van zijn eigen behoeften, overgaan tot de betaling van de bestelde hoeveelheden brandstof, nadat ze de facturen opgemaakt door de aannemer ten gevolge van de aanneming van deze leveringen hebben nagegaan en goedgekeurd.

De betaling van de leveringen wordt verricht binnen vijftig kalenderdagen vanaf de datum waarop de keuringsformaliteiten zijn beëindigd en voor zover de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest voor ieder wat hem betreft in het bezit zijn van zowel de regelmatig verrichte factuur als van de eventueel andere vereiste documenten.

Art. 5.Dit akkoord wordt voor een onbepaalde duur gesloten.

Art. 6.Dit akkoord treedt in werking na de dag waarop het laatste van beide goedkeuringsdecreten in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, mits instemming van het Waalse Parlement en de Raad van de Franse Gemeenschap Namen, op 19 mei 2011.

Voor het Waalse Gewest, R. DEMOTTE, De Minister-President, P. FURLAN, De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, Voor de Franse Gemeenschap, R. DEMOTTE, De Minister-President, J.-M. NOLLET, De Minister van Schoolgebouwen

Samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende gemeenschappelijke aankoop van gasolie-diesel en gasolie voor verwarming om te lozen in de laadtanks van de openbare diensten Gelet op de artikelen 39, 127 en 128 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 92bis, § 1, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;

Gelet op de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, inzonderheid op de artikelen 2, 4° en 15°;

Gelet op de beraadslaging van de Waalse Regering van 3 februari 2011;

Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 december 2010;

Overwegende dat luidens artikel 4, § 1, van de wet van 24 december 1993 de bovenvermelde wet betreffende de overheidsopdrachten zowel op het Waalse Gewest als op de Franse Gemeenschap in hun hoedanigheid van aanbestedende overheid van toepassing is;

Overwegende dat artikel 2, 4°, van de wet van 15 juni 2006 een aanbestedende overheid de mogelijkheid biedt om een aankoopcentrale op te richten en dus leveringen aan te schaffen die bestemd zijn voor andere aanbestedende overheden;

Overwegende dat krachtens artikel 15 van de wet van 15 juni 2006 een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 2, 4°, vrijgesteld is van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren;

Overwegende dat het Waalse Gewest een algemene offerteaanvraag met Europese bekendmaking betreffende de levering van gasolie-diesel en gasolie voor verwarming om te lozen in de de laadtanks van de openbareen diensten heeft uitgeschreven;

Gelet op de vooraankondiging bekendgemaakt op 25 juli 2007 in het Bulletin der Aanbestedingen onder nummer 2007/S141-0174863;

Gelet op de aankondiging bekendgemaakt op 11 januari 2008 in het Bulletin der Aanbestedingen onder nummer 000306 en op 19 januari 2008 in het Publicatieblad van de Europese Unie onder nummer 2008/S013-0015707;

Overwegende dat die opdracht de periode tussen 1 juli 2008 tot 30 april 2012 onder voorbehoud van een eventuele verlenging dekt;

Overwegende dat het Waalse Gewest een aankoopcentrale heeft opgericht voor de levering van gasolie-diesel en gasolie voor verwarming om te lozen in de laadtanks van de openbare diensten heeft uitgeschreven;

Overwegende dat het Waalse Gewest aan andere openbare instellingen heeft toegestaan om tijdens de opdracht lid te worden van de aldus opgerichte aankoopcentrale;

Gelet op het feit dat de Franse Gemeenschap ook een Europese algemene offerteaanvraag over de levering van gasolie-diesel en gasolie voor verwarming om te lozen in de laadtanks van de openbareen diensten moet uitschrijven Overwegende dat bij een beslissing van haar Regering van 23 december 2010 de Franse Gemeenschap beslist heeft om een beroep te doen op die aankoopcentrale, De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van haar Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van haar Vice-President en Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken, de heer Jean-Marc Nollet;

Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, in de persoon van zijn Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van zijn Vice-President en Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, de heer Jean-Marc Nollet, hieronder « deelgenoten in het akkoord » genoemd, Zijn overeengekomen wat volgt :

Artikel 1.Dit akkoord betreft de bevoegdheden van het Waalse Gewest en van de Franse Gemeenschap die bedoeld zijn in de artikelen 87 en 89 van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen.

Art. 2.Het Waalse Gewest heeft een algemene offerteaanvraag met Europese bekendmaking betreffende de levering van gasolie-diesel en gasolie voor verwarming om te lozen in de laadtanks van de openbare diensten uitgeschreven.

Het Waalse Gewest, aanbestedende overheid, heeft aldus een aankoopcentrale opgericht voor de levering van gasolie-diesel en gasolie voor verwarming om te lozen in de laadtanks van de openbare diensten.

In de Europese algemene offerteaanvraag bedoeld in het eerste lid van dit artikel heeft het Waalse Gewest de Franse Gemeenschap als aanbestedende overheid die van de aankoopcentrale kan genieten, erkend.

De Franse Gemeenschap is dan ook vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure over hetzelfde voorwerp te organiseren.

Art. 3.De Franse Gemeenschap blijft volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde opdracht en dit vanaf de eerste bestelling tot en met de betaling van de leveringen die naar gelang van haar eigen behoefte aldus besteld zijn.

Bijgevolg blijven de leiding van en de controle op de in artikel 2 bedoelde opdracht onder de bevoegdheid vallen van elke van de aanbestedende overheden voor de aldus verrichte bestellingen.

Als aankoopcentrale blijft het Waalse Gewest evenwel alleen bevoegd voor de maatregelen van ambtswege alsmede voor de eenzijdige wijzigingen die eventueel in deze opdracht aangebracht moeten worden.

Ze komt bovendien tijdens de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde opdracht tussenbeide om elke bepaling van de documenten van bovenvermelde opdracht te laten toepassen.

De leidend ambtenaar voor de leiding van en de controle op de uitvoering van de opdracht voor de Franse Gemeenschap is de directeur van de Directie Organisatie van het Ministerie van de Franse Gemeenschap.

De leidend ambtenaar voor de leiding van en de controle op de uitvoering van de opdracht voor het Waalse Gewest is de directeur van de Directie Beheer roerende goederen van de Waalse Overheidsdienst.

Art. 4.De Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest zullen, ieder naar gelang van zijn eigen behoeften, overgaan tot de betaling van de bestelde hoeveelheden gasolie-diesel en gasolie voor de verwarming, nadat ze de facturen opgemaakt door de aannemer ten gevolge van de aanneming van deze leveringen hebben nagegaan en goedgekeurd.

De betaling van de leveringen wordt verricht binnen vijftig kalenderdagen vanaf de datum waarop de keuringsformaliteiten zijn beëindigd en voor zover de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest voor ieder wat hem betreft in het bezit zijn van zowel de regelmatig verrichte factuur als van de eventueel andere vereiste documenten.

Art. 5.Dit akkoord wordt voor een onbepaalde duur gesloten.

Art. 6.Dit akkoord treedt in werking na de dag waarop het laatste van beide goedkeuringsdecreten in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, mits instemming van het Waalse Parlement en de Raad van de Franse Gemeenschap Namen, 19 mei 2011.

Voor het Waalse Gewest : R. DEMOTTE, De Minister-President, P. FURLAN, De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, Voor de Franse Gemeenschap, R. DEMOTTE, De Minister-President, J.-M. NOLLET, De Minister van Schoolgebouwen

Overeenkomst tussen de Federale Regering, de Vlaamse Regering, de Waalse Regering en de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de definitieve regeling van de schulden van het verleden en de ermee verband houdende lasten inzake sociale huisvesting

Artikel 1.Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder : 1° het Fonds : het Amortisatiefonds van de Leningen voor de Sociale Huisvesting, opgericht bij de overeenkomst van 4 mei 1987;2° de overeenkomst van 1 juni 1994 : de overeenkomst van 1 juni 1994 tussen de Federale Regering, de Vlaamse Regering, de Waalse GewestRegering en de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de regeling van de schulden van het verleden en de ermee verband houdende lasten inzake sociale huisvesting.

Art. 2.§ 1. De marktwaarde van de door het Fonds beheerde of aangegane financiële schulden tot en met het jaar 2003, met uitzondering van het aandeel ten laste van de Staat, worden door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en, in voorkomend geval, door de gewesten op 29 december 2003 terugbetaald in functie van het gewestelijk aandeel in die schulden.

Vooreerst wordt door de Thesaurie per gewest de actuele waarde van het gewestelijk aandeel in de in het eerste lid bedoelde schulden vastgesteld op basis van het rekenkundig gemiddelde van de « mid » van de swapcurve geldend op de laatste drie bankwerkdagen voorafgaand aan 28 december 2003.

Is het bedrag bedoeld in het tweede lid groter dan de actuele waarde van de wiskundige annuïteiten bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de overeenkomst van 1 juni 1994, verminderd met de annuïteiten bedoeld in artikel 4, tweede lid, van onderhavige overeenkomst, dan wordt de terugbetaling door de betrokken huisvestingsmaatschappijen beperkt tot deze actuele waarde en wordt het saldo terugbetaald door het gewest, onder voorbehoud van een andersluitende afspraak tussen de gewesten en de betrokken huisvestingsmaatschappijen. In het andere geval, wordt het bedrag bedoeld in het tweede lid terugbetaald door de gewestelijke huisvestingsmaatschappij(en) van dat gewest. De actuele waarde van de wiskundige annuïteiten wordt vastgesteld op basis van het rekenkundige gemiddelde van de « mid » van de swapcurve geldend op de laatste drie bankwerkdagen voorafgaand aan 28 december 2003. De Thesaurie deelt onmiddellijk de overeenkomstige bedragen mede aan het Fonds, de gewesten en de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen. § 2. Voor de ingevolge § 1 ontstane verbintenissen van de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen wordt de staatswaarborg verleend. Deze staatswaarborg is kosteloos.

Herfinancieringsleningen aan te gaan door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen teneinde leningen bedoeld in het eerste lid te hernieuwen die vervallen, genieten eveneens de kosteloze staatswaarborg. De gewestelijke huisvestingsmaatschappijen kunnen bij het afsluiten van hun herfinancieringsleningen kosteloos een beroep doen op de technische expertise van het Fonds en/of de Thesaurie.

Het werkelijk bedrag van de omloop van de herfinancieringsleningen die de staatswaarborg kunnen genieten, wordt voor elk van de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen beperkt tot het door hen ingevolge § 1, derde lid, verschuldigde bedrag, in voorkomend geval aangepast overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, eerste lid.

De bepalingen van deze paragraaf zijn eveneens van toepassing op de rechtspersonen die door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen worden opgericht met het oog op de overname van de verbintenissen of herfinancieringsleningen bedoeld in het eerste en tweede lid.

In geval van toepassing van de staatswaarborg ingevolge deze paragraaf, verhaalt de Staat de gedane uitgaven op het gewest waartoe de gewestelijke huisvestingsmaatschappij die aanleiding heeft gegeven tot het inroepen van de staatswaarborg, behoort. § 3. De gewesten verbinden zich ertoe erop toe te zien dat de wiskundige annuïteiten bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de overeenkomst van 1 juni 1994, verminderd met de annuïteiten bedoeld in artikel 4, tweede lid, van onderhavige overeenkomst, worden aangewend voor het dekken van de lasten ingevolge de verbintenissen en herfinancieringsleningen aangegaan door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen. § 4. Het Fonds stort op verzoek van de Thesaurie de in § 1, tweede lid, bedoelde bedragen met betrekking tot de terugbetaling door aan de Staat. Tussen de Staat, het Fonds, de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en, in voorkomend geval, de gewesten kan overeengekomen worden dat de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en, in voorkomend geval, de gewesten deze bedragen rechtstreeks doorstorten naar de Staat.

Indien ingevolge het bepaalde in § 1, derde lid, een gewest een gedeelte van de in § 1, eerste lid, bedoelde terugbetaling voor zijn rekening neemt, kan het Fonds een vordering boeken op dat gewest ten belope van het bedrag van dat gedeelte, op basis van een overeenkomst af te sluiten tussen het Fonds en het gewest. Deze vordering is rentedragend.

Art. 3.De in artikel 2, § 1, tweede lid, bedoelde bedragen houden, wat betreft de financiële schulden die door het Fonds in het jaar 2003 zijn aangegaan, rekening met voorlopige verdeelsleutels. Nadat het Fonds conform artikel 2, § 4, van de overeenkomst van 1 juni 1994 definitieve verdeelsleutels heeft bepaald, gebeurt op de eerste bankwerkdag van de maand juli 2004 een afrekening, in kapitaal, interesten en bijkomende kosten, tussen de Staat, de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en, in voorkomend geval, de gewesten. Het Fonds verstrekt te dien einde aan de Staat, de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en, in voorkomend geval, de gewesten het detail van de op deze datum te storten of te ontvangen bedragen, naargelang het geval, met inachtneming van de principes vermeld in artikel 2, § 1, derde lid.

Het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen, enerzijds het bedrag aan liquide middelen en geldbeleggingen die het Fonds op 31 december 2003 nog zou bezitten en, anderzijds het door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen op dezelfde datum nog verschuldigde bedrag ingevolge de gedane administratieve uitgaven van het Fonds, wordt door het Fonds betaald aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen volgens de definitieve verdeelsleutel waarvan sprake in het eerste lid. Indien dit bedrag negatief is, gebeurt een storting door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen aan het Fonds. Voor de vaststelling van de verdeelsleutel wordt het aandeel van de Staat niet meegerekend. De afrekening gebeurt op de eerste bankwerkdag van juli 2004. Het Fonds verstrekt aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen het detail van de op deze datum te storten of te ontvangen bedragen.

Art. 4.Onder voorbehoud van hetgeen in artikel 3 is bepaald, worden door de in artikel 2, § 1, bedoelde terugbetaling de gewesten en de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen bevrijd van hun verplichtingen ten opzichte van de Staat en het Fonds ingevolge de overeenkomst van 1 juni 1994.

Evenwel blijven de annuïteiten ten gunste van de Staat voor de terugbetaling van de gewone budgettaire voorschotten toegekend aan de ex NMH en ex-NLM en de annuïteiten met betrekking tot de leningen nrs. 1 tot 6 van de ex-NMH verschuldigd door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen.

Het Fonds, de Staat en de gewesten doen het nodige opdat de overeenkomsten met betrekking tot de kredietopening bedoeld in artikel 14, § 3, van de overeenkomst van 1 juni 1994 worden beëindigd, uitgezonderd voor de verplichtingen bedoeld in het tweede lid en, in voorkomend geval, deze bedoeld in artikel 2, § 4, tweede lid.eb

Art. 5.De conform de overeenkomst van 1 juni 1994 voor elk gewest berekende bedragen die overeenstemmen met het verschil tussen, enerzijds, de actuele waarde van de tussenkomsten bedoeld in artikel 13, § 1, 5°, van de overeenkomst van 1 juni 1994 en, anderzijds, de actuele waarde van de wiskundige annuïteiten die ingevolge artikel 3, vierde lid, van de overeenkomst van 1 juni 1994 uiteindelijk de Staat toekomen, worden door de Staat op 15 januari 2004 aan de gewesten gestort. De actuele waarde wordt door de Thesaurie vastgesteld op basis van het rekenkundig gemiddelde van de « mid » van de swapcurve geldend op de laatste drie bankwerkdagen voorafgaand aan 28 december 2003. Het aldus bekomen resultaat wordt gekapitaliseerd tegen de EONIA-rente, geldend tot op de dag voorafgaand aan 15 januari 2004. Door de Thesaurie kan vanaf 29 december 2003 op hun verzoek een voorschot toegestaan worden aan de gewesten op de ingevolge het eerste lid verschuldigde bedragen. Dit bedrag mag per gewest het bedrag van de actuele waarde, vastgesteld door de Thesaurie op basis van het rekenkundig gemiddelde van de « mid » van de swapcurve geldend op de laatste drie bankwerkdagen voorafgaand aan 28 december 2003, niet overschrijden. De gewesten die een beroep doen op dit voorschot engageren zich erop toe te zien dat de Maastricht-schuld hierdoor niet wordt beïnvloed.

Onder voorbehoud van hetgeen in artikel 3 is bepaald, worden door de in het eerste lid bedoelde stortingen de Staat en het Fonds bevrijd van hun verplichtingen ten opzichte van de gewesten en de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen ingevolge de overeenkomst van 1 juni 1994.

Art. 6.§ 1. Het Fonds wordt afgeschaft op een datum vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

Met het oog op de afschaffing van het Fonds regelt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de ontbinding en alle aangelegenheden waartoe deze aanleiding geeft, onder meer de overdracht van de taken, de goederen, de rechten en verplichtingen van het Fonds naar de Staat. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bij het Fonds gedetacheerde personeelsleden met hun instemming overdragen naar de Staat.

In geval van beëindiging van de detachering herneemt het personeelslid een betrekking in zijn dienst van oorsprong. Indien het personeelslid op de datum van beëindiging van zijn detachering bij het Fonds een betrekking bekleedt die overeenstemt met een hogere graad dan de graad waarvan hij titularis is in zijn dienst van oorsprong, wordt hij geacht de uitoefening, ten persoonlijke titel, van dit hoger ambt bij zijn dienst van oorsprong of in de dienst waarnaar hij eventueel overgedragen wordt, voort te zetten. § 2. Tot op het ogenblik dat het Fonds wordt afgeschaft : 1° blijft het Fonds instaan voor de financiële dienst van de leningen die het beheert.Daartoe krijgt het Fonds alle nodige middelen van de Staat, inclusief deze bestemd voor de dekking van de administratieve uitgaven van het Fonds; 2° blijven, onder voorbehoud van hetgeen is bepaald in artikel 7, de bestaande regels, inzonderheid inzake statuut, bestuur, boekhouding, rekeningen en toezicht, die voortvloeien uit de overeenkomst van 1 juni 1994 op het Fonds van toepassing.

Art. 7.§ 1. Na uitvoering van de taken bedoeld in artikel 3 beëindigt de Koning op de door Hem vastgestelde datum de mandaten van de bestuurders van het Fonds die door de regeringen van de gewesten zijn benoemd.

Vanaf deze datum en tot op het ogenblik dat het Fonds wordt afgeschaft, wordt de raad van bestuur samengesteld uit zes bestuurders, drie Franstaligen en drie Nederlandstaligen, die door de Koning worden benoemd op voordracht van de Ministers van Begroting en Financiën.

De Koning duidt op voorstel van de raad van bestuur onder de zes bestuurders een voorzitter aan.

De voorzitter wordt aangesteld voor een periode van één jaar.

De voorzitter duidt op voorstel van de raad van bestuur onder de zes bestuurders een voorzitter aan.

De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige bestuurders.

Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. § 2. Vanaf de datum bedoeld in § 1, eerste lid, en tot op het ogenblik dat het Fonds wordt afgeschaft, worden de leidend ambtenaar en, in voorkomend geval, zijn tweetalig adjunct door de Koning benoemd op een kandidatenlijst die opgesteld wordt door de raad van bestuur.

Art. 8.

Artikel 2.§ 2, tweede lid, van deze overeenkomst wordt opgeheven op 1 januari 2055.

Art. 9.Deze overeenkomst wijzigt en vervolledigt met ingang van 29 december 2003, de overeenkomst van 1 juni 1994.

Brussel, 16 december 2003.

De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE De Minister van Financiën en Begroting van de Vlaamse Regering, D. VAN MECHELEN De Minister van Financiën en Begroting van de Waalse Gewestregering, M. DAERDEN De Minister van Financiën en Begroting van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, G. VANHENGEL

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^