Decreet van 28 april 2016
gepubliceerd op 10 mei 2016
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet. - Lening "Coup de Pouce"

bron
waalse overheidsdienst
numac
2016202432
pub.
10/05/2016
prom.
28/04/2016
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2016202432

WAALSE OVERHEIDSDIENST


28 APRIL 2016. - Decreet. - Lening "Coup de Pouce" (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1.Het Gewest kent een belastingskrediet zoals bedoeld in Hoofdstuk VI onder de voorwaarden bepaald in de hoofdstukken II tot V toe.

Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° de lening : de overeenkomst voor een lening op interest, in de zin van de artikelen 1892 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, waarbij een kredietgever aan een kredietnemer geldmiddelen ter beschikking stelt onder de verbintenis van terugbetaling door de kredietnemer en waarbij interesten worden bepaald;2° de datum waarop de lening wordt gesloten;de datum waarop de geldmiddelen ter beschikking worden gesteld; 3° de kredietnemer : de KMO of de zelfstandige die, in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten, een kredietovereenkomst sluit;4° de kredietgever : de natuurlijke persoon die, buiten het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten, een lening sluit;5° de onderneming : de eenheid in de zin van artikel 1 van Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen alsook de natuurlijke personen die dezelfde voorwaarden vervullen;6° de KMO : de kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, ongeacht haar rechtsvorm, alsook de zelfstandigen die dezelfde voorwaarden vervullen;7° de zelfstandige : de natuurlijke persoon die de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen vervult; 8° de bestaande schulden : de schulden die vaststaand en opeisbaar waren voor de datum waarop de lening gesloten werd;9° de wettelijke rentevoet : de rentevoet, omschreven in artikel 2 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest;10° de bijzondere financieringswet : de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten;11° het Wetboek van de Inkomstenbelastingen;het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 van 10 april 1992; 12° het directoraat-generaal : het Operationele directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden betreffende de partijen bij de lening

Art. 3.§ 1. De lening wordt gesloten tussen twee partijen, een unieke kredietgever en een unieke kredietnemer. § 2. Op de datum waarop de lening wordt gesloten, moet de kredietnemer aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° hij is sinds minstens vijf jaar ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen of bij een organisme voor de sociale zekerheid van de zelfstandigen als een inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen niet verplicht is;2° hij heeft een maatschappelijke zetel in het Waalse Gewest;3° hij oefent geen activiteit uit of heeft geen doel dat uitsluitend of hoofdzakelijk bestaat : a) in de dienstverrichtingen van financiële aard ten gunste van derden;b) in het verrichten van geldbeleggingen; c)in het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal; d) in de oprichting, de verwerving, het beheer, de verbouwing, de verkoop of de verhuur van vastgoed voor eigen rekening of het bezit van deelnemingen in vennootschappen met een soortgelijk doel;e) in een vennootschap waarin onroerende goederen of andere zakelijke rechten met betrekking tot dergelijke goederen zijn ondergebracht, waarvan natuurlijke personen die een opdracht of functies als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen uitoefenen, hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, het gebruik hebben;en 4° hij maakt niet het voorwerp uit van een collectieve insolventieprocedure en hij bevindt zich niet in de voorwaarden van een collectieve insolventieprocedure. Bovendien, indien de kredietnemer een rechtspersoon is, vervult hij de volgende voorwaarden : 1° hij is, ofwel een vennootschap die de rechtsvorm van een handelsvennootschap heeft aangenomen, ongeacht of zijn doel burgerlijk of commercieel is, ofwel een vereniging of een stichting in de zin van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;2° hij is geen vennootschap die is opgericht met het oog op het afsluiten van een management- of bestuurdersovereenkomst of die haar voornaamste bron van inkomsten haalt uit management- of bestuurdersovereenkomsten;3° hij is een niet-beursgenoteerde vennootschap;4° hij is niet opgericht in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen;en 5° hij heeft nog geen kapitaalvermindering doorgevoerd of dividenden uitgekeerd. De voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°, en in het tweede lid, 1° tot 5°, worden tijdens de duur van de lening vervuld. § 3. Op de datum waarop de lening wordt gesloten en tijdens de duur ervan moet de kredietgever aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° hij is geen werknemer van de kredietnemer;2° als de kredietnemer een zelfstandige is, dan mag de kredietgever niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner van de kredietnemer zijn;en 3° als de kredietnemer een rechtspersoon is, mag de kredietgever alsook zijn echtgenoot/ote of wettelijk samenwonende partner, niet rechtstreeks of onrechtstreeks venoot of aandeelhouder zijn van die rechtspersoon, noch benoemd zijn of optreden als bestuurder, zaakvoerder of verantwoordelijke voor het dagelijkse beheer of als houder van een vergelijkbaar mandaat binnen die rechtspersoon;hij mag ook niet als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of een gelijksoortige functie uitoefenen; 4° hij is geen kredietnemer bij een andere lening die voldoet aan de voorwaarden bepaald in dit decreet of in de uitvoeringsbesluiten ervan. HOOFDSTUK III. - Vormvoorwaarden en voorschriften betreffende de lening

Art. 4.§ 1. De lening is achtergesteld zowel ten aanzien van de bestaande als van de toekomstige schulden van de kredietnemer.

De lening heeft een looptijd van vier, zes of acht jaar. Onverminderd de hypothezen vermeld in § 2 wordt geen vervroegde, totale of gedeeltelijke terugbetaling van het geleende bedrag in hoofdsom tijdens de lening verricht.

Het totale bedrag, in hoofdsom, dat in het kader van een of meer leningen uitgeleend wordt, bedraagt ten hoogste 50.000 euro per kredietgever.

Het totale bedrag, in hoofdsom, dat in het kader van een of meer leningen aan een kredietnemer uitgeleend wordt, bedraagt ten hoogste 100.000 euro per kredietnemer.

De interesten die de kredietnemer verschuldigd is, worden betaald op de overeengekomen vervaldagen op grond van een jaarlijkse rentevoet die contractueel wordt vastgelegd. Die rentevoet mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet die van kracht is op de datum waarop de lening gesloten wordt, en mag niet lager zijn dan de helft van dezelfde wettelijke rentevoet.

De geldmiddelen worden na 1 januari 2016 ter beschikking gesteld. § 2. De kredietgever kan op eerste verzoek de lening vervroegd opeisbaar stellen in de volgende gevallen : 1° in geval van faillissement, gerechtelijke reorganisatie, kennelijk onvermogen, of vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening van de kredietnemer;2° als de kredietnemer een zelfstandige is, in geval hij zijn activiteit vrijwillig stopzet of overdraagt;3° als de kredietnemer een rechtspersoon is, ingeval die rechtspersoon onder voorlopig bewindvoerder geplaatst wordt;4° in geval van een achterstand van meer dan drie maanden in de betaling van de jaarlijkse interesten van de lening. Als de kredietnemer een zelfstandige is, kan de kredietgever, in geval van overlijden van de kredietnemer, de lening op eerste verzoek vervroegd opeisbaar stellen bij de wettelijke erfgenamen van de kredietnemer.

Art. 5.§ 1. De lening wordt in een onderhandse of authentieke akte aan de hand van een door de Regering bepaald model vastgesteld.

De Regering bepaalt de gegevens die er absoluut vermeld moeten worden.

De akte wordt in drie originele documenten opgemaakt : één voor elke partij en één voor de in § 2, eerste lid, bedoelde instantie. § 2. Uiterlijk op een datum vastgesteld door de Regering en volgens de door haar bepaalde modaliteiten richt de kredietgever een aanvraag tot registratie van de lening aan de door de Regering aangewezen instantie. De Regering bepaalt de bijlagen bij deze aanvraag.

De in het eerste lid bedoelde datum mag niet van vóór 31 december 2017 dateren.

De leningen waarvan de registratieaanvraag binnen de in het eerste lid bedoelde termijn wordt gezonden en waarbij de vereiste bijlagen worden gevoegd, worden geregistreerd.

De in het eerste lid bedoelde instantie brengt de kennisgever en het directoraat-generaal volgens modaliteiten bepaald door de Regering op de hoogte van registratie of de onmogelijkheid om te registreren. § 3. Wanneer hij één van de voorwaarden bepaald in de artikelen 3 en 4, § 1, van dit decreet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, niet meer vervult, stelt de kredietgever de in § 2, eerste lid, bedoelde instantie in kennis daarvan volgens modaliteiten bepaald door de Regering binnen drie maanden na het voorkomen van het evenement dat aan de basis ligt van de niet-naleving van de voorwaarde.

De in § 2, eerste lid, bedoelde instantie bericht ontvangst daarvan en informeert het directoraat-generaal daarover. § 4. Wanneer de lening op eerste verzoek overeenkomstig artikel 4, § 2, vervroegd opeisbaar gesteld wordt, informeert de kredietgever de in § 2, eerste lid, bedoelde instantie daarover binnen drie maanden volgens modaliteiten bepaald door de Regering.

De in § 2, eerste lid, bedoelde instantie informeert het directoraat-generaal daarover. § 5. Onverminderd de bovenvermelde machtigingen bepaalt de Regering de formele voorwaarden en de procedure voor de registratie van de lening. HOOFDSTUK IV. - Bestemming van het kapitaal dat in het kader van de lening wordt geleend

Art. 6.De kredietnemer gebruikt de in het kader van de lening geleende of ter beschikking gestelde middelen uitsluitend voor ondernemingsdoeleinden.

De kredietnemer leent de geleende geldmiddelen niet aan een bestaande of op te richten rechtspersoon waarvan hijzelf, zijn echtgenoot/ote of wettelijk samenwonende partner, venoot, aandeelhouder, bestuurder, zaakvoerder, verantwoordelijke voor het dagelijkse beheer of houder van een vergelijkbaar mandaat binnen die rechtspersoon is.

De kredietnemer investeert de geleende geldmiddelen niet in het kapitaal van een bestaande of op te richten rechtspersoon waarvan hijzelf, zijn echtgenoot/ote of wettelijk samenwonende partner, vennoot, aandeelhouder, bestuurder, zaakvoerder, verantwoordelijke voor het dagelijkse beheer of houder van een vergelijkbaar mandaat binnen die rechtspersoon is.

De kredietnemer gebruikt niet de geleende geldmiddelen voor een verdeling van dividenden of voor de aankoop van acties of aandelen, noch voor het toestaan van een lening. HOOFDSTUK V. - Jaarlijkse bewijslevering en controle

Art. 7.§ 1. De toekenning en de handhaving van het belastingskrediet zoals bedoeld in Hoofdstuk VI is ondergeschikt aan de voorwaarde dat de belastingplichtige het geheel van de vereiste bewijzen bij zijn belastingsaangifte voegt voor elke periode waarvoor hij het voordeel van het belastingskrediet wil eisen.

De Regering bepaalt de aard en de vorm van de in het eerste lid bedoelde bewijzen. § 2. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de controle op de naleving van dit decreet en van uitvoeringsbesluiten. Ze wijst de met die controle belaste ambtenaren aan. HOOFDSTUK VI. - Fiscale bepalingen

Art. 8.§ 1. Een belastingkrediet wordt toegekend aan de kredietgever onderworpen aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Waalse Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2, van de Bijzondere Financieringswet. § 2. Het belastingkrediet wordt berekend op basis van de bedragen uitgeleend in het kader van meerdere geregistreerde leningen, na aftrek van de vroegtijdige terugbetalingen verricht in één van de hypothezen bedoeld in artikel 4, § 2. § 3. Het rekenkundig gemiddelde van alle bedragen, in hoofdsom, die in het kader van één of meerder geregistreerde leningen op 1 januari en 31 december van het belastbare tijdperk zijn uitgeleend, wordt als berekeningsgrondslag van het belastingkrediet genomen.

De vaststelling van de berekeningsgrondslag houdt rekening met de de vroegtijdige terugbetalingen verricht in één van de hypothezen bedoeld in artikel 4, § 2. De berekeningsgrondslag bedraagt maximum 50.000 euro per belastingplichtige met dien verstande dat de som van de leningen, na aftrek van de vroegtijdige terugbetalingen verricht in één van de hypothezen bedoeld in artikel 4, § 2, voor het betrokken belastbare tijdperk niet hoger is dan 50.000 euro. § 4. Het belastingskrediet is vier procent van de in § 3 bedoelde grondslag in de loop van de vier eerste belastbare tijdperken vanaf het tijdperk waarin de lening is gesloten.

Het belastingskrediet is 2,5 % tijdens de eventuele volgende belastbare tijdperken. § 5. Het belastingkrediet wordt toegestaan voor de looptijd van de geregistreerde lening, te beginnen met het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de lening werd gesloten en waarin een registratieaanvraag die overeenstemt met de in artikel 5, § 2, vermelde eisen, overgemaakt is aan de instantie bedoeld bij deze bepaling.

De kredietgever behoudt het fiscale voordeel wanneer de kredietnemer zich in één van de in artikel 4, § 2, bedoelde toestanden bevindt of wanneer hij na het sluiten van de lening niet meer over zijn maatschappelijke zetel, noch over een bedrijfszetel op het grondgebied van het Waalse Gewest beschikt.

Het fiscale voordeel wordt ontzegd voor het belastbare tijdperk waarin de in de artikelen 3, 4 en 6 bedoelde voorwaarden niet meer vervuld worden of waarvoor de in artikel 7 bedoelde bewijzen ontbreken, niet correct zijn, of onvolledig zijn. Er is geen mogelijkheid tot overdracht van het gederfde fiscale voordeel naar volgende aanslagjaren.

Het fiscale voordeel vervalt vanaf het volgende aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de kredietgever overleden is. HOOFDSTUK VII. - Sancties

Art. 9.De kredietnemer die de voorwaarden waaraan hij krachtens de artikelen 3 en 4, § 1, van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan onderworpen is, niet heeft vervuld, loopt een boete op gelijk aan het belastingskrediet toegekend aan de kredietgever voor elk jaar waarin de voorwaarden niet waren vervuld.

In dit geval mag de kredietnemer bovendien niet in aanmerking komen voor een lening "Coup de Pouce" tijdens een periode van acht jaar te rekenen van 1 januari van het jaar volgend op het jaar van de vaststelling van de overtreding. HOOFDSTUK VIII. - Slotbepaling

Art. 10.Dit decreet treedt in werking op een door de Regering te bepalen datum en uiterlijk op 30 september 2016.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 28 april 2016.

De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Openbare Werken, Gezondheid, Sociale Actie en Erfgoed, M. PREVOT De Minister van Economie, Industrie, Innovatie en Digitale Technologieën, J.-Cl. MARCOURT De Minister van Plaatselijke Besturen, Stedenbeleid, Huisvesting en Energie, P. FURLAN De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en Vervoer en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO De Minister van Tewerkstelling en Vorming, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Begroting, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, C. LACROIX De Minister van Landbouw, Natuur, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme en Luchthavens, afgevaardigde voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio, R. COLLIN _______ Nota (1) Zitting 2015-2016 Stukken van het Waalse Parlement 431 (2015-2016) nrs 1 tot 6. Volledig verslag, openbare zitting van 27 april 2016.

Bespreking.

Stemming.


begin


Publicatie : 2016-05-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^