Document Betreffende De Nationale Loterij van 02 april 2014
gepubliceerd op 17 april 2014
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2014003142
pub.
17/04/2014
prom.
02/04/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

2 APRIL 2014. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij


VERSLAG AAN DE KONING Sire, 1. Inleiding Het besluit dat U wordt voorgelegd, beoogt uitvoering te geven aan : - enerzijds, de artikelen 3, § 1, tweede lid, en 6, § 1, 2°, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij (hierna "Loterijwet" genoemd), zoals recent gewijzigd bij de wet van 10 januari 2010 tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen (B.S. 01/02/2010), en - anderzijds, het artikel 43/3, § 2, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna "Kansspelwet" genoemd) zoals ingevoegd door hoger vernoemde wet van 10 januari 2010.

Het artikel 43/3, § 2 van de Kansspelwet machtigt de Koning om bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad het maximum aantal inrichters van weddenschappen vast te stellen op basis van criteria die ertoe strekken het aanbod te beperken ter bescherming van de speler en ter garantie van een doeltreffende controle.

De artikelen 3, § 1, tweede lid, en 6, § 1, 2°, van de Loterijwet gelasten de Nationale Loterij om weddenschappen te organiseren in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, in de vormen en volgens de algemene regels bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voordracht van de minister van Justitie en de minister bevoegd voor de Nationale Loterij, en na advies van de kansspelcommissie. Artikel 7 van de Loterijwet beschouwt deze opdracht van de Nationale Loterij als een taak van de openbare dienst.

Overwegende dat de afdeling bestuursrechtspraak van de raad van state met haar arrest nr. 226.797 van 18 maart 2014 het Koninklijk besluit van 20 juli 2012 betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij, vernietigd heeft wegens een vastgesteld gebrek in de materiële motivering; dat voorliggend besluit dit materieel gebrek beoogt te herstellen;

Overwegende dat door de afdeling bestuursrechtspraak wordt vastgesteld, verwijzend naar de artikelen 3 en 6 van de Loterijwet, dat de Nationale Loterij door de wetgever gelast is met een taak van openbare dienst, onder meer bij het organiseren van weddenschappen in het algemeen belang en volgens handelsmethodes in de vormen en volgens de algemene regels zoals door de Koning vastgelegd bij besluit, na overleg in de Ministerraad, op voordracht van de voogdijminister van de Nationale Loterij en de Minister van Justitie, en na advies van de Kansspelcommissie;

Overwegende dat de Raad van State constateert dat de toekenning van een bijkomende vergunning conform is aan de wil van de wetgever, gelet op de wet van 10 januari 2010 die de markttoetreding van de Nationale Loterij voorzien heeft, terwijl er op 20 juli 2012 - bij het aannemen van het vernietigde besluit - nog geen modaliteiten van de openbare dienst vastgelegd leken te zijn, en dat ook het vernietigde besluit ogenschijnlijk in gebreke bleef deze te bepalen;

Overwegende dat de Raad van State statueert dat de wetgever heeft gewild dat de Nationale Loterij haar intrede doet op de markt van de weddenschappen, waarop zij in 2010 nog niet actief was, met dien verstande dat, in tegenstelling tot de 34 private wedbedrijven die in 2010 wel al op de markt van de weddenschappen actief waren, de Nationale Loterij de weddenschappen die zij zou aanbieden moest inrichten conform de modaliteiten van de openbare dienst zoals bekrachtigd door de Koning;

Overwegende dat de Raad van State meent dat de Nationale Loterij conform de wil van de wetgever op de markt van de weddenschappen actief kan zijn mits enerzijds een Koninklijk besluit de modaliteiten van de openbare dienst vastlegt en anderzijds de Kansspelcommissie een vergunning verleent;

Overwegende dat volgens de huidige wetgeving de modaliteiten van de openbare dienst van de Nationale Loterij moeten vastgelegd zijn in een Beheerscontract, zoals verwoord is in "Hoofdstuk IV. - Beheerscontract" van de Loterijwet (artikelen 14-17);

Overwegende dat de modaliteiten van de openbare dienst daadwerkelijk vastgelegd werden in een Beheerscontract tussen de Belgische Staat en de Nationale Loterij, zoals afgesloten op 20 juli 2010, meer bepaald in "Hoofdstuk II. - Taken van openbare dienst van de Nationale Loterij"; dat de Koning dit Beheerscontract heeft bekrachtigd bij besluit van 30 juli 2010 houdende goedkeuring van het beheerscontract tussen de Belgische Staat en de Nationale Loterij, naamloze vennootschap van publiek recht; dat ook de eerste wijziging aan dit Beheerscontract door de Koning bekrachtigd werd bij besluit van 29 november 2013;

De Nationale Loterij zal de weddenschappen die zij aanbiedt inschrijven in haar taak van openbare dienst zoals vastgelegd in het Beheerscontract zoals goedgekeurd en bekrachtigd als voormeld, hetgeen wil zeggen dat zij dient te handelen als een sociaal verantwoorde aanbieder van spelplezier door onder meer het hanteren van spellimieten en moderatoren.

Daarnaast zal de Nationale Loterij, het geheel van vormen en algemene regels voor de inrichting van weddenschappen zoals die bepaald zijn in de Koninklijke besluiten die de aanbieding en het inrichten van weddenschappen regelen, in het bijzonder het Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de werkingsregels van de weddenschappen naleven. Het geheel van deze bepalingen zijn op alle vergunninghouders gelijk toepasselijk en de Nationale Loterij zal deze vormen en algemene regels respecteren teneinde de mededinging niet te verstoren.

Overwegende dat de samenleving baat heeft bij de ontwikkeling van een aanbod aan weddenschappen door de Nationale Loterij waarbij de Nationale Loterij als openbare dienstverlener haar maatschappelijke rol kan vervullen met het oog op de bescherming van de spelers, het algemene niveau van de dienstverlening in de sector, de volksgezondheid, de bestrijding van een aanbod in het illegale circuit, het wetenschappelijk onderzoek rond gokverslaving door weddenschappen, en het reageren op elke andere vorm van verstoring van de samenleving en de maatschappelijke orde die zou worden veroorzaakt door weddenschappen;

Overwegende dat het voormelde arrest van de Raad van State bepaalt dat in de hypothese dat de modaliteiten van de openbare dienst werden bepaald, het aantal vergunningen kon worden verhoogd om de Nationale Loterij toe te laten toe te treden tot de markt van de weddenschappen, zonder dat deze bijkomende vergunning exclusief kan gereserveerd worden voor de Nationale Loterij, of zonder dat andere operatoren in concurrentie met de Nationale Loterij naar deze vergunning kunnen meedingen;

Overwegende dat huidig Koninklijk besluit zich op generlei wijze inlaat met de procedure volgens de welke de Kansspelcommissie de vergunning F1 verleent, en de opmerking van de Raad van State bij voormeld arrest dan ook niet terzake diende zijn;

Dat de discussie daaromtrent het voorwerp uitmaakt van een aparte procedure welke, volgens de Raad van state, met voormeld arrest niet verbonden is;

Overwegende dat het directiecomité van de Nationale Loterij gelast is met de uitwerking van de uitvoerings- en deelnemingsregels in verband met de weddenschappen, conform artikel 11, § 1, van de Loterijwet; dat het directiecomité van de Nationale Loterij instaat voor de vaststelling en goedkeuring van het wedreglement;

Overwegende dat het de bedoeling is de markt van de weddenschappen te bevriezen bij 35 wedbedrijven op het Belgische grondgebied, meer bepaald de 34 weddenschapsaanbieders die in 2010 actief waren, aangevuld met de Nationale Loterij die door de wetgever werd aangewezen om weddenschappen te organiseren in overeenstemming met de voorschriften die de ontplooiing van haar taak van openbare dienst omkaderen;

Overwegende dat de Nationale Loterij haar openbare dienst zonder onderbreking moet kunnen verlenen, zonder afhankelijk te zijn of kunnen vallen van het geringe aantal vergunningen die, om redenen onafhankelijk van haar wil, door de Kansspelcommissie aan andere aanbieders dan de Nationale Loterij kunnen worden toegekend;

Overwegende dat de vergunninghouders klasse F1 gehouden zijn hun vergunning daadwerkelijk te exploiteren, conform artikel 43/6 van de Kansspelwet, bij gebreke waarvan de vergunning ingetrokken kan worden door de Kansspelcommissie;

Overwegende dat de rechtszekerheid gebiedt dat een rechtszekere basis wordt aangereikt voor de weddenschappen die door de Nationale Loterij werden georganiseerd in uitvoering van de vergunning die aan de Nationale Loterij werd verleend mede in uitvoering van voormeld besluit van 20 juli 2012; dat die weddenschappen al hun rechtsgevolgen hebben gekend en derhalve de maatschappelijke orde niet kan verdragen dat op eerder georganiseerde en voltrokken weddenschappen kan worden teruggekomen; dat de overheid zich ingevolge de effecten van een vernietigingsarrest moet plaatsen op het tijdstip van het aannemen van de vernietigde akte en haar gebeurlijk te nemen beslissing na een vernietigingsarrest in de plaats komt van de aangevochten akte; dat bijgevolg het voorgenomen besluit moet uitwerking krijgen op datum van de inwerkintreding van het besluit van 20 juli 2012 betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij; 2. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 van dit besluit regelt de toelatingsvoorwaarden voor de Nationale Loterij om weddenschappen te organiseren, teneinde de taken te verwezenlijken die haar bij wet zijn opgedragen in het algemeen belang.Deze uitvoeringsbepaling verzekert de "continuïteit" van de "openbare dienst" (art. 7 Loterijwet).

Overwegende dat de Nationale Loterij van rechtswege gelast is met de organisatie van weddenschappen in het algemeen belang en volgens handelsmethodes (artikelen 3, § 1, alinea 2 en 6, § 1, 2° van de Loterijwet);

Overwegende dat het inrichten van weddenschappen afhankelijk is gemaakt van het bekomen van een vergunning klasse F1 vanwege de Kansspelcommissie door de wet van 10 januari 2010 tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen (art. 25.6 van de Kansspelwet);

Overwegende dat het koninklijk besluit een level playing field beoogt tussen de private F1(+)-licentiehouders en de Nationale Loterij, onverminderd het feit dat het aanbod van de Nationale Loterij bereikbaar moet blijven voor de spelers in het algemeen belang (continuïteitsbeginsel van de openbare dienst).

Het artikel 1 van dit besluit geeft aan de Nationale Loterij de mogelijkheid om een vergunning klasse F1 te verwerven, als zij voldoet aan de voorwaarden van de Kansspelwet en haar uitvoeringsbesluiten.

Dit artikel creëert daarmee een gelijke behandeling tussen de Nationale Loterij en de andere klasse F1-vergunninghouders op het vlak van de vergunningsvereisten en de werkingsregels van de weddenschappen (level playing field), waarbij rekening wordt gehouden met de taken van de openbare dienst van de Nationale Loterij (principe van de continuïteit).

De Nationale Loterij is immers gelast om ook in de sector van de (sport)weddenschappen aanwezig te zijn. Zo kan zij o.m. actief bijdragen aan een preventie- en opvangbeleid inzake gokverslaving, de strijd aangaan met illegale aanbieders van weddenschappen, het grote publiek informeren over de risico's, risicospelers afleiden naar een veiliger aanbod, sociaal kwetsbare personen beschermen, meer verslavende spelen substitueren door spelen met een lager verslavingsrisico, in het algemeen belang inspelen op nieuwe markttendensen, witwasfraude beperken, enz.

Ter zake stelt de Kansspelcommissie in haar advies van 9 november 2011 : "In concreto heeft dit als gevolg : - dat de Nationale Loterij aan alle vergunningsvoorwaarden moet voldoen vooraleer de Commissie een vergunning klasse F1 verleent; - dat de Nationale Loterij onderworpen is als vergunninghouder klasse F1 aan alle relevante bepalingen van de Kansspelwet en haar uitvoeringsbesluiten; - dat de aanneming van weddenschappen van de Nationale Loterij enkel mogelijk is in kansspelinrichtingen klasse IV of als nevenactiviteit door dagbladhandelaars; - dat deze kansspelinrichtingen klasse IV of de dagbladhandelaars moeten beschikken over een vergunning klasse F2 om de weddenschappen te kunnen aannemen; - dat de bijdrage van deze vergunninghouders klasse F2 verschuldigd is door de houder van de vergunning klasse F1 voor wiens rekening de weddenschappen worden aangenomen; - dat indien de Nationale Loterij haar weddenschappen via instrumenten van de informatiemaatschappij wenst in te richten, zij hiervoor voorafgaandelijk een vergunning klasse F1+ dient aan te vragen en te verkrijgen; - dat de Nationale Loterij zich schikt naar de nadere instructies en richtlijnen vanuit de Kansspelcommissie.".

Naast het exploitatierecht van de Nationale Loterij, die belast is met de openbare dienst, is het maximum aantal inrichters van weddenschappen bepaald op 34 bij KB van 22 december 2010 betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting (B.S. 29/12/2010).

De Kansspelcommissie merkt in haar advies van 9 november 2011 op : "Overwegende dat bij de bepaling van het maximum aantal van 34 vergunningen klasse F1 werd uitgegaan van de bestaande inrichters op de Belgische markt en de Nationale Loterij tot op heden geen inrichter is van weddenschappen.".

Aldus zullen er in totaal, de Nationale Loterij inbegrepen, potentieel 35 klasse F1-vergunninghouders zijn.

Artikel 2 van dit besluit voorziet in de retroactieve inwerkingtreding van het besluit, met name op datum van de inwerkintreding van het besluit van 20 juli 2012 betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij. Dit heeft tot doel het vastgestelde gebrek in de materiële motivering te herstellen.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Financiën, K. GEENS De Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM

2 APRIL 2014. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 108 van de Grondwet;

Gelet op de artikelen 43/3, § 2, en 43/7 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, ingevoegd bij de wet van 10 januari 2010, op basis waarvan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het maximum aantal inrichters van weddenschappen bepaalt, en op basis waarvan de Koning de werkingsregels van de weddenschappen bepaalt, alsook de regels van toezicht op en controle van de weddenschappen en de verplichtingen waaraan de houders van een vergunning moeten voldoen inzake beheer en boekhouding;

Gelet op de artikelen 3, § 1, tweede lid, en 6, § 1, 2° van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij, gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en de wet van 10 januari 2010 die de Nationale Loterij ermee belast om in het algemeen belang en volgens handelsmethodes weddenschappen te organiseren in de vormen en volgens de algemene regels bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad op voordracht van de Minister die toezicht houdt op de Nationale Loterij en van de Minister van Justitie en na advies van de Kansspelcommissie;

Gelet op de artikelen 7 en 14, § 1 van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij, die enerzijds bepalen dat de activiteiten bepaald in art. 6 § 1, 1° tot 4° taken van openbare dienst zijn en anderzijds bepalen dat de voorwaarden waaronder de Nationale Loterij haar taken van openbare dienst vervult worden vastgelegd in een beheerscontract dat wordt goedgekeurd door de Koning bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de werkingsregels van de weddenschappen dat onder meer de algemene regels vastlegt waaronder alle vergunninghouders weddenschappen kunnen aanbieden;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 juli 2010 houdende goedkeuring van het beheerscontract van 20 juli 2010 tussen de Belgische Staat en de Nationale Loterij, naamloze vennootschap van publiek recht, alsook de eerste wijziging van het beheerscontract, die goedgekeurd werd bij koninklijk besluit van 29 november 2013, dat de modaliteiten vastlegt waaronder de Nationale Loterij haar taken van openbare dienst, ook inzake weddenschappen, vervult;

Gelet op het advies van de Kansspelcommissie, gegeven op 9 november 2011;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 9 mei 2012;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 24 mei 2012;

Gelet op het voorafgaand onderzoek over de noodzaak om een effectbeoordeling uit te voeren;

Gelet op het advies 51.520/2 van de Raad van State, gegeven op 4 juli 2012 bij het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het arrest 226.797 van 18 maart 2014 van de Raad van State tot vernietiging van het koninklijk besluit van 20 juli 2012 betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij wegens schending van de materiële motiveringsplicht en het ontbreken van adequate en pertinente motieven;

Gelet op het voormelde arrest van de Raad van State dat stelt dat de wetgever middels de wetswijziging van 10 januari 2010 de Nationale Loterij heeft willen integreren in de markt van de weddenschappen waar zij tot dan niet aanwezig was, door haar in tegenstelling tot de andere operatoren die reeds actief waren op de markt te belasten met het organiseren van weddenschappen volgens de modaliteiten van de openbare dienst die door de Koning moeten worden bepaald;

Overwegend dat volgens het voormelde arrest van de Raad van State de Nationale Loterij ingevolge de wetswijziging van 10 januari 2010 slechts aan de markt van de weddenschappen kon deelnemen indien voorafgaandelijk de modaliteiten van de openbare dienst werden vastgelegd door een Koninklijk besluit en dat de Nationale Loterij een vergunning zou bekomen overeenkomstig de regels daarvoor bepaald;

Overwegend dat het voormelde arrest van de Raad van State de woorden in de artikelen 3, § 1, tweede lid en 6, § 1, 2° van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij "volgens de (algemene) regels door de Koning bepaald" interpreteert als "selon les modalités de service public";

Overwegende dat het voormelde arrest van de Raad van State geen afbreuk doet aan artikel 14, § 1 van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij dat stelt dat de voorwaarden waaronder de Nationale Loterij haar taken van openbare dienst vervult worden bepaald door het beheerscontract dat wordt goedgekeurd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;

Overwegende dat de wetgever met de woorden "volgens de (algemene) regels door de Koning bepaald" niet de modaliteiten van de openbare dienst bedoelde, maar wel de regels bedoelde die door de Nationale Loterij moeten worden gerespecteerd bij het aanbieden van weddenschappen in de zin van art. 43/7 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, ingevoegd bij de wet van 10 januari 2010, dat voorziet dat de Koning de regels vastlegt waaronder alle vergunninghouders weddenschappen kunnen aanbieden;

Overwegende dat dit besluit uitvoering geeft aan de wil van de wetgever om met de specifieke procedure voorzien in de artikelen 3, § 1, tweede lid en 6, § 1, 2° van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij, zoals gewijzigd bij de wet van 10 januari 2010, erover te waken dat het beleid van de Nationale Loterij niet ingaat tegen het beleid inzake weddenschappen, door te bepalen dat de Nationale Loterij slechts weddenschappen kan aanbieden overeenkomstig de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, waardoor de vormen en de regels van de weddenschappen van de Nationale Loterij identiek zijn aan de regels die de Koning bepaalt voor alle vergunninghouders;

Overwegende dat het voormelde arrest van de Raad van State bevestigt dat door de wetswijziging van 10 januari 2010 de toekenning van een bijkomende vergunning overeenkomstig de wil van de wetgever is;

Overwegende dat het voormelde arrest van de Raad van State stelt dat bij het nemen van het besluit van 20 juli 2012 de modaliteiten van de openbare dienst nog steeds niet waren gedefinieerd en ook het besluit van 20 juli 2012 niet in deze modaliteiten voorziet, terwijl de modaliteiten van de openbare dienst inzake loterijspelen én weddenschappen reeds werden bepaald krachtens artikel 14, § 1 van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij door het beheerscontract van 20 juli 2010, zoals goedgekeurd door het Koninklijk besluit van 30 juli 2010;

Overwegende dat overeenkomstig het voormelde arrest van de Raad van State het optreden van de Nationale Loterij op de markt van de weddenschappen wel degelijk begrensd is door voorwaarden inzake openbare dienst;

Overwegende dat het voormelde arrest van de Raad van State bepaalt dat in de hypothese dat de modaliteiten van de openbare dienst werden bepaald, het aantal vergunningen kon worden verhoogd om de Nationale Loterij toe te laten toe te treden tot de markt van de weddenschappen, zonder dat deze bijkomende vergunning exclusief kan gereserveerd worden voor de Nationale Loterij, of zonder dat andere operatoren in concurrentie met de Nationale Loterij naar deze vergunning kunnen meedingen;

Overwegende dat het voormelde arrest van de Raad van State vaststelt dat het verhogen van het aantal licenties om de Nationale Loterij toe te laten toe te treden tot de markt overeenkomstig de wil van de wetgever is en dat de wetgever voor het overige de bestaande situatie op de markt wilde bevriezen, en het derhalve legitiem is dat de bijkomende vergunning aan de Nationale Loterij wordt toegekend indien alle voorwaarden daartoe zijn voldaan gelet op de voormelde opdracht inzake openbare dienst waarmee de Nationale Loterij werd belast door artikel 3, § 1, tweede lid van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij, zoals gewijzigd door de wet van 10 januari 2010, en dat door dit besluit dient te worden uitgevoerd;

Overwegende dat dit besluit voor het overige niet voorziet in specifieke voorschriften met betrekking tot de te volgen procedure met het oog op de toekenning van de vergunning, en meer bepaald het al of niet openstellen van deze procedure voor concurrenten;

Overwegende dat het evenmin noodzakelijk is om afwijkende regels ten voordele van deze instelling voor het verkrijgen van een vergunning, uit te werken nu volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU in de Zaak C-203/08 Sporting Exchange Ltd, handelend onder de naam "Betfair" Tegen Minister van Justitie, bij arrest van 3 juni 2010 het beginsel van gelijke behandeling en de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting slechts van toepassing zijn op procedures voor de verlening en de verlenging van een vergunning aan één exploitant op het gebied van de kansspelen, voor zover het niet gaat om een openbare exploitant wiens beheer onder rechtstreeks toezicht staat van de Staat, zoals bij de Nationale Loterij het geval is;

Overwegende de dringende noodzakelijkheid om ingevolge de vernietiging van het koninklijk besluit van 20 juli 2012 betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij door het voormelde arrest 226.797 van 18 maart 2014, onmiddellijk het nodige rechtsherstel te bieden en rechtszekerheid te garanderen omtrent de activiteiten van de Nationale Loterij inzake weddenschappen, en dit onder meer ten behoeve van de spelers en de F2 vergunninghouders die de weddenschappen van de Nationale Loterij aanbieden;

Overwegende dat derhalve dit besluit retroactief uitwerking heeft vanaf het ogenblik dat het vernietigde koninklijk besluit van 20 juli 2012 betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij in werking trad;

Op de voordracht van de minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort en de minister van Justitie en op het advies van de in Raad vergaderde ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting wordt aangevuld met een lid, luidende : "Een bijkomende vergunning klasse F1 kan toegekend worden aan de Nationale Loterij om weddenschappen in te richten krachtens de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij en overeenkomstig de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. De Kansspelcommissie verleent deze vergunning klasse F1 indien aan alle vergunningsvoorwaarden is voldaan."

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 30 juli 2012.

Art. 3.De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor Financiën, de minister bevoegd voor Volksgezondheid, de minister bevoegd voor Economische Zaken, de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 april 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, K. GEENS De Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^