Document Betreffende De Nationale Loterij van 20 juli 2012
gepubliceerd op 09 augustus 2012
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2012003236
pub.
09/08/2012
prom.
20/07/2012
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

20 JULI 2012. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij


VERSLAG AAN DE KONING Sire, 1. Inleiding Het besluit dat U wordt voorgelegd, beoogt uitvoering te geven aan : - enerzijds, de artikelen 3, § 1, tweede lid, en 6, § 1, 2°, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij (hierna "Loterijwet" genoemd), zoals recent gewijzigd bij de wet van 10 januari 2010 tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen (B.S. 01/02/2010), en - anderzijds, het artikel 43/3, § 2, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna " Kansspelwet " genoemd) zoals ingevoegd door hoger vernoemde wet van 10 januari 2010.

Het artikel 43/3, § 2, van de Kansspelwet machtigt de Koning om bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad het maximum aantal inrichters van weddenschappen vast te stellen op basis van criteria die ertoe strekken het aanbod te beperken ter bescherming van de speler en ter garantie van een doeltreffende controle.

De artikelen 3, § 1, tweede lid, en 6, § 1, 2°, van de Loterijwet gelasten de Nationale Loterij om weddenschappen te organiseren in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, in de vormen en volgens de algemene regels bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voordracht van de minister van Justitie en de minister bevoegd voor de Nationale Loterij, en na advies van de kansspelcommissie. Artikel 7 van de Loterijwet beschouwt deze opdracht van de Nationale Loterij als een taak van de openbare dienst. 2. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 van dit besluit regelt de toelatingsvoorwaarden voor de Nationale Loterij om weddenschappen te organiseren, teneinde de taken te verwezenlijken die haar bij wet zijn opgedragen in het algemeen belang.Deze uitvoeringsbepaling verzekert de "continuïteit" van de "openbare dienst" (art. 7 Loterijwet).

Overwegende dat de Nationale Loterij van rechtswege gelast is met de organisatie van weddenschappen in het algemeen belang en volgens handelsmethodes (artikelen 3, § 1, alinea 2 en 6, § 1, 2°, van de Loterijwet);

Overwegende dat het inrichten van weddenschappen afhankelijk is gemaakt van het bekomen van een vergunning klasse F1 vanwege de Kansspelcommissie door de wet van 10 januari 2010 tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen (art. 25.6 van de Kansspelwet);

Overwegende dat het koninklijk besluit een level playing field beoogt tussen de private F1(+)-licentiehouders en de Nationale Loterij, onverminderd het feit dat het aanbod van de Nationale Loterij bereikbaar moet blijven voor de spelers in het algemeen belang (continuïteitsbeginsel van de openbare dienst).

Het artikel 1 van dit besluit geeft aan de Nationale Loterij de mogelijkheid om een vergunning klasse F1 te verwerven, als zij voldoet aan de voorwaarden van de Kansspelwet en haar uitvoeringsbesluiten.

Dit artikel creëert daarmee een gelijke behandeling tussen de Nationale Loterij en de andere klasse F1-vergunninghouders op het vlak van de vergunningsvereisten en de werkingsregels van de weddenschappen (level playing field), waarbij rekening wordt gehouden met de taken van de openbare dienst van de Nationale Loterij (principe van de continuïteit).

De Nationale Loterij is immers gelast om ook in de sector van de (sport)weddenschappen aanwezig te zijn. Zo kan zij o.m. actief bijdragen aan een preventie- en opvangbeleid inzake gokverslaving, de strijd aangaan met illegale aanbieders van weddenschappen, het grote publiek informeren over de risico's, risicospelers afleiden naar een veiliger aanbod, sociaal kwetsbare personen beschermen, meer verslavende spelen substitueren door spelen met een lager verslavingsrisico, in het algemeen belang inspelen op nieuwe markttendensen, witwasfraude beperken, enz.

Ter zake stelt de Kansspelcommissie in haar advies van 9 november 2011 : « In concreto heeft dit als gevolg : - dat de Nationale Loterij aan alle vergunningsvoorwaarden moet voldoen vooraleer de Commissie een vergunning klasse F1 verleent; - dat de Nationale Loterij onderworpen is als vergunninghouder klasse F1 aan alle relevante bepalingen van de Kansspelwet en haar uitvoeringsbesluiten; - dat de aanneming van weddenschappen van de Nationale Loterij enkel mogelijk is in kansspelinrichtingen klasse IV of als nevenactiviteit door dagbladhandelaars; - dat deze kansspelinrichtingen klasse IV of de dagbladhandelaars moeten beschikken over een vergunning klasse F2 om de weddenschappen te kunnen aannemen; - dat de bijdrage van deze vergunninghouders klasse F2 verschuldigd is door de houder van de vergunning klasse F1 voor wiens rekening de weddenschappen worden aangenomen; - dat indien de Nationale Loterij haar weddenschappen via instrumenten van de informatiemaatschappij wenst in te richten, zij hiervoor voorafgaandelijk een vergunning klasse F1+ dient aan te vragen en te verkrijgen; - dat de Nationale Loterij zich schikt naar de nadere instructies en richtlijnen vanuit de Kansspelcommissie. ".

Naast het exploitatierecht van de Nationale Loterij, die belast is met de openbare dienst, is het maximum aantal inrichters van weddenschappen bepaald op 34 bij KB van 22 december 2010 betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting (B.S. 29/12/2010).

De Kansspelcommissie merkt in haar advies van 9 november 2011 op : « Overwegende dat bij de bepaling van het maximum aantal van 34 vergunningen klasse F1 werd uitgegaan van de bestaande inrichters op de Belgische markt en de Nationale Loterij tot op heden geen inrichter is van weddenschappen. ».

Aldus zullen er in totaal, de Nationale Loterij inbegrepen, potentieel 35 klasse F1-vergunninghouders zijn.

Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars.

De Minister van Financiën, S. VANACKERE De Minister van Economie J. VANDE LANOTTE De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM

20 JULI 2012. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het organiseren van weddenschappen door de Nationale Loterij ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 108 van de Grondwet;

Gelet op de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, de artikelen 43/3, § 2, en 43/7, 2., ingevoegd bij de wet van 10 januari 2010;

Gelet op de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij, de artikelen 3, § 1, tweede lid, en 6, § 1, 2°, gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en de wet van 10 januari 2010;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting;

Gelet op het advies van de Kansspelcommissie, gegeven op 9 november 2011;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 9 mei 2012;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 24 mei 2012;

Gelet op het voorafgaand onderzoek over de noodzaak om een effectbeoordeling uit te voeren;

Gelet op advies 51.520/2 van de Raad van State, gegeven op 4 juli 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort en de Minister van Justitie en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting wordt aangevuld met een lid, luidende : « Een bijkomende vergunning klasse F1 kan toegekend worden aan de Nationale Loterij om weddenschappen in te richten krachtens de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij en overeenkomstig de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. De Kansspelcommissie verleent deze vergunning klasse F1 indien aan alle vergunningsvoorwaarden voldaan is. ».

Art. 2.De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor Financiën, de minister bevoegd voor Volksgezondheid, de minister bevoegd voor Economische Zaken, de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 juli 2012.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, S. VANACKERE De Minister van Economie J. VANDE LANOTTE De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^