Document van 27 december 2002
gepubliceerd op 31 januari 2003
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2003

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2003003555
pub.
31/01/2003
prom.
27/12/2002
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


27 DECEMBER 2002. - Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 (1)


Raadpleging van bl. 3909 tot 3966 Beeld van de publicatie deel 1 Raadpleging van bl. 3967 tot 4066 Beeld van de publicatie deel 2 Raadpleging van bl. 4067 tot 4166 Beeld van de publicatie deel 3 Raadpleging van bl. 4167 tot 4262 Beeld van de publicatie deel 4 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 1-01-1 Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, 3°, van de Grondwet.

Art. 1-01-2 De Algemene Uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2003 wordt goedgekeurd : 1° wat betreft de kredieten ingeschreven voor de dotaties, overeenkomstig de desbetreffende bij deze wet gevoegde tabel;2° wat betreft de kredieten per programma, overeenkomstig de totalen van de programma's zoals vermeld in de bij deze wet gevoegde begrotingen per sectie en per basisallocatie. De totalen van de kredieten per sectie van de begroting worden weergegeven in de navolgende synthesetabel.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 1-01-3 § 1 - De kredieten voor de programma's die betrekking hebben op de werkingskosten van de administraties - bestaansmiddelenprogramma's genoemd - behelzen : 1. De bezoldigingen en allerhande toelagen van het actief en ter beschikking gesteld personeel, de bezoldigingen of lonen van het hulppersoneel, de toelagen voor hogere en bijzondere functies, de tussenkomst in de abonnementen op het gemeenschappelijk vervoer, de vergoedingen voor arbeidsongevallen - inbegrepen de uitkering van deze vergoedingen aan leden van de familie van het slachtoffer in geval van overlijden - alsook de verminderde bezoldigingen of lonen van het tijdelijk of hulppersoneel, in dienst door werkongeval getroffen.2. Bestendige uitgaven voor aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten : - Erelonen van advocaten en geneesheren - Gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken - Presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen - Bezoldigingen van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden; - Verbruiksuitgaven met betrekking tot het bezetten van de lokalen - met inbegrip van de uitgaven voor energieverbruik "stookolie, gas, benzine, elektriciteit, kolen" - en uitgaven voor onderhoud. - Bureaukosten, vervoer, belastingen, retributies, publicaties van het departement, beroepsscholing, kleding en andere kleine bestuursuitgaven; - Allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor werkelijke lasten en materiële schade, de vervoerskosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het departement die zich naar het buitenland begeven. 3. Allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica.4. Uitgaven voor uitzonderlijke aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten, waaronder werken en leveringen voor de inrichting van nieuwe lokalen en de verhuiskosten.5. Huur van onroerende goederen en daarmee verband houdende belastingen van de verschillende diensten van het departement, betaald zonder de tussenkomst van de Regie der Gebouwen.6. Andere uitgaven met betrekking tot de werking van de diensten waarvan de gedetailleerde omschrijving in de bestaansmiddelenprogramma's wordt weergegeven.7. Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen : machines, meubilair, materieel en vervoermiddelen te land.8. Investeringsuitgaven inzake de informatica. § 2. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen "11 03 - Vast en stagedoend statutair personeel" en "11 04 - Ander dan statutair personeel", binnen éénzelfde sectie van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden. § 3. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot de werkingsuitgaven bedoeld in § 1 (punten 2 tot 8) van onderhavig artikel, binnen éénzelfde sectie van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden.

Art. 1-01-4 In afwijking van artikel 40 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, gebeurt de betaling van de geboortetoelagen en van de vergoedingen voor begrafeniskosten overeenkomstig de regelen bepaald in artikel 41, 1e lid, van dezelfde wetten.

Art. 1-01-5 Ten behoeve van de bestellingen die worden gedaan via de federale overheidsdienst Personeel en Organisatie, mogen provisionele stortingen worden uitgevoerd ten bate van het speciaal Fonds opgericht bij deze overheidsdienst, door middel van ordonnanties van betaling door overschrijving in de schrifturen van de Thesaurie.

Art. 1-01-6 Machtiging wordt verleend provisies toe te staan aan advocaten, experten en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van de Staat optreden.

Art. 1-01-7 In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij onderhavige wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot : - erelonen van advocaten en geneesheren; - gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken; - presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen; - bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden (met inbegrip van de provisionele voorschotten); - allerhande schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van zijn verantwoordelijkheid ten overstaan van door zijn organen en door zijn bedienden gepleegde daden; - bedragen verschuldigd aan de controleorganen van de Staat bij en voor rekening van instellingen van openbaar nut.

Art. 1-01-8 De Schatkist mag voorschotten toekennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot een rekening "Bezoldigingen en andere vaste uitgaven voor het gesubsidieerd contractueel personeel" (artikelen 93 tot 101 van de Programmawet van 30 december 1988) van de sectie "Ordeverrichtingen van de Diensten van de Schatkist", een debettoestand veroorzaken.

Art. 1-01-9 In afwijking van artikel 28, eerste lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden de uitgaven van de opgerichte federale overheidsdiensten (FOD's) en programmatorische overheidsdiensten (POD's) in het kader van de Copernicus-hervorming aangerekend op de meest geëigende programma's van de huidige secties van de algemene uitgavenbegroting.

Art. 1-01-10 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties van de diverse programma's ingeschreven in een organisatieafdeling met betrekking tot de beleidsorganen van een federale overheidsdienst (FOD), binnen diezelfde organisatieafdeling onder elkaar worden herverdeeld.

Art. 1-01-11 In afwijking van artikel 12, derde lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, kunnen toelagen worden toegekend in toepassing van artikel 43 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen en ten laste van het Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel.

HOOFDSTUK 2. - Bijzondere bepalingen der departementen Sectie 02. - FOD Kanselarij van de Eerste Minister Art. 2.02.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden : - tot een maximumbedrag van 370.000 euro aan de buitengewoon rekenplichtige van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister - tot een maximumbedrag van 25.000 euro aan de buitengewoon rekenplichtige van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie.

Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 2.500 euro.

Art. 2.02.2 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen opeenvolgende geldvoorschotten van ten hoogste 2.500 euro toegestaan worden aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard.

Art. 2.02.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 03/1 - EXTERNE COMMUNICATIE 1. Toelage aan het Belgisch pers-telegraaf-agentschap BELGA;2. Dotatie aan het Internationaal Perscentrum (IPC-Résidence Palace); 3. Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingdienst - F.V.D., met inbegrip van de lasten van het verleden.

PROGRAMMA 03/2 - BI-CULTURELE INSTELLINGEN 1. Toelage aan de Koninklijke Muntschouwburg;2. Toelage aan het Nationaal Orkest van België; 3. Toelage aan de N.V. Paleis voor Schone Kunsten.

PROGRAMMA 04/3 - SOCIALE TUSSENKOMSTEN 1. Toelage aan de Belgische Stichting van de Roeping.2. Toelage aan de Europese Beweging - België.3. Dotatie Vakbondspremies. Art. 2.02.4 In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen alle uitgaven van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister met betrekking tot schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van de verantwoordelijkheid, aangerekend worden op de B.A. 01.34.02 van de organisatieafdeling 02 - Beheersorganen.

Art. 2.02.5 De Eerste Minister is gemachtigd om, in het belang van de Schatkist en mits naleving van de wetgeving op de overheidsopdrachten, ruilovereenkomsten af te sluiten teneinde de vernieuwing van de FEDENET-uitrustingen te bevorderen.

Art. 2.02.6 In afwachting van de integratie van de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (FVD) in de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, wordt aan de FVD toegestaan een bedrijfsfonds van maximaal 744.000 euro aan te houden.

Dit bedrijfsfonds wordt samengesteld uit : a) de subsidie-overschotten en de saldi van de voorschotten van de programma-opdrachten;b) de eigen inkomsten. Art. 2.02.7 Binnen de perken van de kredieten ingeschreven in het programma 03/3 « FEDENET » mogen - naast de recurrente werkingskosten en de investeringen - ook allerhande uitgaven vereffend worden die verband houden met gepresteerde diensten en met de installatie en het onderhoud van software en hardware bij de diverse diensten-gebruikers die aangesloten zijn op het Fedenet.

Art. 2.02.8 In afwijking van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet mogen alle kredieten van het programma 03/1 - « Externe communicatie » bij wijze van herverdeling van basisallocaties onderling herschikt worden, met inbegrip van de personeelskredieten (03.10.11.03 en 11.04) Sectie 03. - FOD Budget en Beheerscontrole Art. 2.03.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 400.000 euro verleend worden aan de buitengewoon rekenplichtige van de FOD Budget en Beheerscontrole.

Door middel van deze voorschotten mag de buitengewoon rekenplichtige alle dienstkosten tot 5.000 euro betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden.

Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de buitengewoon rekenplichtige belast met de betaling van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven om de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren belast met een opdracht in het buitenland.

Art. 2.03.2 Het provisioneel krediet ingeschreven op het programma 04/1 mag, na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijk besluit.

Art. 2.03.3 Het « Fonds tot uitvoering van het correctiemechanisme ingesteld bij de overdracht van ex-rijkswachtgebouwen aan de gemeenten en de meergemeente politiezones » mag een debetsaldo van maximaal 2.913.000 euro vertonen.

Sectie 04. - FOD Personeel en Organisatie Art. 2.04.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.

Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 euro betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden.

Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren.

Art. 2.04.2 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 02/0 - LEIDING EN BEHEER Toelage aan de V.Z.W. Sociale dienst van het Ministerie van Ambtenarenzaken.

PROGRAMMA 53/1 - OPLEIDING VAN AMBTENAREN 1° Bijdrage aan het Internationaal Instituut voor Bestuurswetenschappen;2° Bijdrage aan het Europees Instituut voor Bestuurskunde te Maastricht;3° Tegemoetkoming voor vormingsactiviteiten georganiseerd door de representatieve vakorganisaties. Art. 2.04.3 Het provisioneel krediet ingeschreven onder het programma 53/1 - Provisionele kredieten en bestemd tot dekking van alle uitgaven verbonden aan de opleidingsactiviteiten mag, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de verschillende departementen door middel van een koninklijk besluit voorgedragen door de Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen.

Art. 2.04.4 De thesaurierekening waarop de bezoldigingen en allerhande toelagen voor het vast- en stagedoend statutair personeel en voor het contractueel personeel van het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), Staatsdienst met afzonderlijk beheer, worden aangerekend, mag een debetsaldo vertonen.

Art. 2.04.5 De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de rekeningen van het speciaal fonds van de FOD Personeel en Organisatie, Staatsdienst met afzonderlijk beheer, die het voorwerp uitmaakt van het artikel 63.01.A, zich in debettoestand zullen bevinden. De debettoestand mag 5.000.000 euro niet overschrijden.

Art. 2.04.6 Het provisioneel krediet ingeschreven onder het programma 40/3 - Provisionele kredieten, en bestemd tot dekking van de uitgaven verbonden aan de toekenning van een toelage aan de personeelsleden belast met het ontwikkelen van projecten in sommige overheidsdiensten mag, na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften verdeeld worden over de passende programma's van de begrotingen van de verschillende departementen door middel van een koninklijk besluit.

Sectie 05. - FOD Informatie- en Communicatietechnologie Art. 2.05.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.

Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 euro betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden.

Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren.

Art. 2.05.2 In afwijking van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen « 11.03 - Vast en stagedoend personeel » en « 11.04 - Ander dan statutair personeel » evenals de basisallocatie « 12.20 - Contracten voor het leveren van diensten door de v.z.w. Egov » binnen het programma 03/0 onder en uitsluitend onder elkaar worden herverdeeld.

Sectie 11. - Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden Art. 2.11.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden tot een maximumbedrag van 370.000 euro aan de buitengewoon rekenplichtige van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (D.W.T.C.) en aan de buitengewoon rekenplichtigen van de instellingen die ervan afhangen.

Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen van de DWTC schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 5.500 euro.

Art. 2.11.2 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen opeenvolgende geldvoorschotten van ten hoogste 2.500 euro toegestaan worden aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard.

Art. 2.11.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 60/0 - BESTAANSMIDDELEN Toelage aan de sociale dienst van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden.

PROGRAMMA 60/1 - ONDERZOEK EN ONTWIKKELING OP NATIONAAL VLAK 1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor 0 & 0 op nationaal vlak.2. Financiering van de interuniversitaire attractiepolen.3. Financiering van de technologische attractiepolen.4. Financiering van studies, onderzoek en opdrachten voor derden.5. Toelagen aan de Academia Belgica te Rome en aan het Belgisch Historisch Instituut te Rome.6. Toelage aan het patrimonium van de Academie voor Overzeese Wetenschappen.7. Toelage aan de nationale Commissies die onder de gezamenlijke auspiciën geplaatst zijn van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België en de « Academie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique ». 8. Financiering van de operationele centra van de D.W.T.C. 9. Toelage bestemd voor de aanwerving van bijkomende onderzoekers in de universiteiten en de federale wetenschappelijke instellingen in het kader van de maatregelen voor de ondersteuning van het onderzoekbeleid dat deel uitmaakt van het meerjarenplan voor de werkgelegenheid.10. Dekken van de O & O-uitgaven van de vliegtuigen in het kader van Airbus. 11. Dotatie aan de Dienst voor wetenschappelijke en technische informatie (D.W.T.I.). 12. Dotatie aan het Belgisch telematicanetwerk « Belnet ».13. Financiering van de wetenschappelijke ondersteuning van het federale drugsbeleid.14. Financiering van het programma voor de terugkeer van het Belgisch wetenschappelijke kunnen. PROGRAMMA 60/2 - ONDERZOEK EN ONTWIKKELING OP INTERNATIONAAL VLAK 1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor 0 & 0 op internationaal vlak.2. Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaartagentschap.3. Belgische deelname aan de bilaterale of multilaterale ruimtevaartprojecten (buiten ESA).4. Toelagen aan de intergouvernementele organisaties voor onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.5. Toelagen aan de internationale organisaties, groeperingen en centra voor onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.6. Deelname van België aan internationale activiteiten inzake wetenschapsbeleid.7. Belgische bijdrage aan het Eureka-Secretariaat « Technologie ».8. Toelage aan het Instituut von Karman.9. Belgische bijdrage aan de UNESCO. PROGRAMMA 60/3 - FEDERALE WETENSCHAPPELIJKE INRICHTINGEN EN DAARMEE GELIJKGESTELDE INSTELLINGEN. 1. Dotaties aan de federale wetenschappelijke instellingen die afhangen van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek.2. Toelage aan het Studie- en Documentatiecentrum - « Oorlog en Hedendaagse Maatschappij ».3. Financiering van de O & O-acties van de federale wetenschappelijke instellingen.4. Specifieke dotatie aan de federale wetenschappelijke instellingen.5. Steunmaatregelen ten voordele van de federale wetenschappelijke instellingen - bijkomende dotatie.6. Toelage aan het Internationaal studiecentrum voor het behoud en de restauratie van cultuurgoederen (ICCROM).7. Toelage aan het Koninklijk Filmarchief.8. Archieven voor historische films en actualiteitsbeelden.9. Toelage aan het Filmmuseum. PROGRAMMA 60/4 - ONDERWIJS - VORMING; EDUCATIEVE ACTIVITEITEN 1. Toelage aan het Europa College (Brugge).2. Toelage aan de Stichting Biermans-Lapôtre (Parijs).3. Uitzonderlijke toelage aan de Stichting Biermans-Lapôtre voor het dekken van de terugbetaling van de lening.4. Toelage aan het Europees Universitair Instituut (Firenze) : bijdragen en beurzen Belgische studenten.5. Toelagen aan de Universitaire Stichting.6. Toelage aan de "Belgian-American Educational Foundation". PROGRAMMA 61/1 - GEMEENSCHAPPELIJKE CULTURELE ACTIVITEITEN 1. Dotatie aan de Nationale Dienst voor Congressen.2. Toelage aan de Federatie van de Vrienden van de Belgische Musea en andere verenigingen voor culturele ondersteuning.3. Toelage aan het Museum van het Kind.4. Toelage aan het Belgische Centrum voor Muziekdocumentatie (CEBEDEM).5. Toelage aan de concertverenigingen die voldoen aan de criteria vastgesteld door het koninklijk besluit van 20 januari 1956 tot regeling van de toelagen aan de concertverenigingen.6. Toelage aan de Muziekkapel "Koningin Elisabeth".7. Internationale wedstrijd Koningin Elisabeth - Prijs van de Regering. 8. Toelage aan de v.z.w. "Jonge Filharmonie". 9. Kosten met betrekking tot de promotie van de muziek.10. Kosten met betrekking tot de openstelling voor het publiek van het Koninklijk Paleis.11. Financiering van de bibliotheek van het Koninklijk Muziek conservatorium.12. Toelage aan de « Fundation Europalia International ». PROGRAMMA 61/2 - BUITENLANDSE BETREKKINGEN 1. Toelagen aan internationale instellingen voor de Jeugd.2. Belgische bijdrage aan de financiering van de "Commission for Educational Exchanges USA, Belgium, Luxemburg".3. Toelage aan het Secretariaat Internationale Federatie der verenigingen "Jeugd en Muziek".4. Diverse internationale toelagen en bijdragen.5. Aankoop van publicaties en kunstwerken voor culturele promotie in het buitenland. PROGRAMMA 61/3 - NATIONALE CULTURELE INSTELLINGEN 1.Toelage aan de NV Paleis voor Schone Kunsten. 2. Toelage aan de Koninklijke Muntschouwburg.3. Toelage aan het Nationaal Orkest van België. PROGRAMMA 61/4 - ONDERWIJS - VORMIN G (buiten Wetenschapsbeleid) EN SCHOOLINVESTERINGEN Toelage aan de Internationale school SHAPE. Art. 2.11.4 In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij deze wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot : - de Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaart Agentschap (programma 60/2); - de Belgische bijdrage in de werkingskosten van de Eureka-secretariaten ("technologie" en audiovisueel) (programma 60/2); - uitgaven van alle aard betreffende de geschillen van de lasten van het verleden Onderwijs/Education nationale (programma 61/5); - regularisatie-ordonnanceringen ten gevolge van de tarifering van bankkosten of van wisselkoerswijzigingen tussen het ogenblik van de aanvraag tot betaling en de effectieve betaling.

Art. 2.11.5 Bij beslissing van de Ministerraad worden de vastleggingskredieten bestemd voor de volgende uitgaven : - regeringsinitiatieven voor O & O op nationaal vlak (programma 60/1); - interuniversitaire attractiepolen (programma 60/1); - technologische attractiepolen (programma 60/1); - dekken van de O & O-uitgaven van de vliegtuigen van de Airbus-groep (programma 60/1); - Belgische deelname aan de bilaterale of multilaterale ruimtevaartprojecten buiten ESA (programma 60/2).

Art. 2.11.6 De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek is gemachtigd om, conform de door België aangegane verbintenissen, ter aanvulling van de Belgische bijdrage aan de begroting van het EUREKA Secretariaat "Technologie", ten laste van zijn begroting de huur en de kosten ten laste van de huurder (met inbegrip van de elektriciteits- en verwarmingsuitgaven) te dragen van het EUREKA Secretariaat "Technologie" en de helft van de huur van het EUREKA Secretariaat AUDIOVISUEEL, alsook om aan de genoemde secretariaten het bedrag terug te betalen van de door hen betaalde belasting op de toegevoegde waarde voor elke uitgave die zij gedaan hebben en van de roerende voorheffing op de interesten die zij ontvangen hebben.

Art. 2.11.7 De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek is, overeenkomstig de eenparige verbintenissen van de lid-Staten van het Europees Ruimtevaartagentschap, gemachtigd af te zien van het invorderen van de nationale rechten en belastingen die toepasselijk zijn op de prijs van werken en leveringen uitgevoerd in België voor die organisatie en waarvan de betaling in nationale munt of in EURO ten laste van zijn begroting werd voorgeschoten; hij is eveneens gemachtigd aan die organisatie, ter aanvulling van de Belgische bijdrage, het bedrag terug te betalen van de nationale rechten en belastingen die voornoemd Agentschap eventueel voor dergelijke werken of leveringen heeft betaald in nationale munt of in EURO. Art. 2.11.8 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 en van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet, mogen de kredieten van de basisallocaties 60.11.11.16, 60.21.11.18 en 61.11.41.16 door middel van herverdelingen van basisallocaties, overgedragen worden naar basisallocatie 60.01.11.03 voor de bedragen die overeenstemmen met de bezoldigingen van de contractuele betrekkingen die worden omgezet in statutaire betrekkingen.

Art. 2.11.9 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 mogen de kredieten van de basisallocaties 60.11.11.16 en 60.21.11.18 door middel van herverdelingen van basisallocaties onderling overgedragen worden.

Art. 2.11.10 De kredieten van programma 5 van afdeling 61 (Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden - Deel Onderwijs en Cultuur) mogen aangewend worden voor de betaling van het ereloon van de advocaten die de Staat vertegenwoordigen in de geschillen in verband met de "lasten van het verleden" van de voormalige Ministeries van Onderwijs/Education nationale.

Art. 2.11.11 In afwijking van artikel 1-01-3, § 2 van deze wet, kunnen kredieten van de basisallocaties 11.60.31.41.10, 11.60.31.41.11, 11.60.32.41.13, 11.60.32.41.14, 11.60.32.41.15, 11.60.32.41.16, 11.60.33.41.17, 11.60.33.41.18, 11.60.34.41.19, 11.60.34.41.20 en 11.60.35.41.21 door middel van herverdeling van basisallocaties overgedragen worden naar de basisallocaties 11.60.30.11.03 en 11.60.30.11.04, voor de bedragen die overeenstemmen met de bezoldigingen van de toegestane statutaire betrekkingen bij de federale wetenschappelijke instellingen die afhangen van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek.

Sectie 12. - FOD Justitie Art. 2.12.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen : a) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 12.500 euro betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen van alle aard welke op de begroting toegekend worden en de kosten voortvloeiend uit de burgerlijke aansprakelijkheid van de Staat; b) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 875.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Algemene Boekhouding belast met de betaling van forfaitaire vergoedingen aan de leden van de Veiligheid van de Staat en van de Justitiehuizen. c) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 euro worden verleend aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement belast met de betaling van de hulpgelden aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden toegekend door de Commissie ad hoc.

Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen.

Art. 2.12.2 Er kunnen kredietopeningen verleend worden aan : a) de Dienst Gerechtskosten in Strafzaken voor de betaling van de staten van honoraria van gerechtelijke deskundigen en gerechtsdeurwaarders en alle andere gerechtskosten met inbegrip van de schuldvorderingen m.b.t. de internationale gerechtelijke samenwerking; b) het Directoraat-generaal Strafinrichtingen, voor de betaling van de dringende uitgaven betreffende : - de voeding en het onderhoud van de gedetineerden en geïnterneerden; - het water- en energieverbruik en aanverwante belastingen, en de telefoonrekeningen.

Art. 2.12.3 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, kunnen geldvoorschotten toegestaan worden binnen de bij artikel 2.12.1 van deze wet vastgestelde perken, met het oog op de uitbetaling van hulpgelden en toelagen met sociaal karakter, alsmede van toelagen ten gunste van de cultuur- en sportkringen opgericht onder het personeel van de FOD Justitie.

De terugvordering van de voorschotten onder de vorm van lening toegekend aan de personeelsleden, kan, in voorkomend geval, worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 23, 4°, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.

Art. 2.12.4 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hierna volgende gevallen : 1) Gerechtskosten in criminele, correctionele en politiezaken (de kosten voor vervoer van de naar de grens gebrachte vreemdelingen worden met de gerechtskosten gelijkgesteld en volgens dezelfde tarieven vereffend).Kosten van betekening van de uitzettingsbesluiten. Vergoedingen in de bij artikel 447 van het Wetboek van strafvordering en in de wet op de voorlopige hechtenis voorziene gevallen. Vergoeding van schade bij een gerechtelijk optreden geleden. Kosten voortvloeiend uit de toepassing van de wet betreffende de gerechtelijke bijstand en de toelating om kosteloos te procederen (wet van 10 oktober 1967). Kosten voortvloeiend uit de internationale gerechtelijke samenwerking (progr. 56/0). 2) Vergoedingen uit te keren aan de provincies en gemeenten (art.77 tot 81 van de wet van 14 februari 1961) (progr. 56/0). 3) Aandeel van België in de werkingskosten van Europol en van het "Schengen Information System" (progr.58/2).

Art. 2.12.5 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/3 - STUDIES EN DOCUMENTATIE 1) Toelagen aan publicaties en aan wetenschappelijke instellingen. 2) Toelage aan de v.z.w. « Geschillencommissie reizen ».

PROGRAMMA 40/4 - INTERNATIONALE SAMENWERKING Deelneming van België in de werkingskosten van internationale instellingen.

PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN Toelagen aan organismen belast met de therapeutische begeleiding van de daders van sexuele misdrijven.

PROGRAMMA 56/0 - BESTAANSMIDDELEN Toelagen voor het gebruik door de gerechtelijke diensten van de bibliotheken van de balies in sommige gerechtsgebouwen.

PROGRAMMA 56/2 - JUSTITIEHUIZEN Toelagen aan organismen voor het organiseren van activiteiten van dienstverlening en vorming in het kader van een gerechtelijke procedure, herstelbemiddeling, begeleiding van het omgangsrecht en justitiële slachtofferzorg.

PROGRAMMA 58/2 - INTERNATIONALE SAMENWERKING Aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie voor de Criminele Politie te Lyon, de Europese politiedienst te Den Haag en het "Schengen Information System" te Straatsburg.

PROGRAMMA 59/2 - BESTAANSMIDDELEN Toelage voor de erkenning van de islamitische eredienst.

Art. 2.12.6 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen herverdelingen worden doorgevoerd van de basisallocatie 56 31 1201 naar de basisallocatie 56 03 1240.

Art. 2.12.7 De Minister van Justitie wordt gemachtigd een financiële tegemoetkoming toe te kennen aan de gedetineerden onder elektronisch toezicht, die zal aangerekend worden op BA 12/51.11.12.31.

Sectie 13. - FOD Binnenlandse Zaken Art. 2.13.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 371.840 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.

Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard welke bij aanrekening op de begroting zullen worden verleend evenals de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen tot en met 6.197 euro betalen.

Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden bestreden : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de uitgaven in verband met de opleiding en het aanwenden van het voltijds en niet-voltijds personeel van de Civiele Bescherming;3) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten;aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren; 4) alle werkingskosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard van de Provinciale Gouvernementen, met uitzondering van de uitgaven voor aankoop van duurzame roerende goederen, binnen de perken van de basisallocaties van het programma 58/0;5) alle uitgaven van het programma 55/0 voor de kosten van repatriëring en verwijdering van ongewenst geachte personen. Art. 2.13.2 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : 1) Verkiezingsuitgaven.2) Militaire begraafplaatsen.3) Uitgaven betreffende de terugbetaling aan de gemeenten van de wedden van het personeel van de hulpcentra « 100 ». Art. 2.13.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 51/3 - PROTOCOL 1° Toelagen aan hen die daden van moed hebben verricht en daarbij het slachtoffer van hun offervaardigheid zijn geworden of aan rechthebbenden van helden die door hun moedige daad het leven verloren hebben of aan de klaarblijkelijke gevolgen ervan bezweken zijn, ook voor vergoedingen voor begrafeniskosten.2° Vriendenkring van de overlevenden van Breendonk.3° Comité van de Vlam.4° Comité van het monument van Koning Albert aan de IJzer.5° Toelage aan de Vereniging tot Bevordering van Brussel als tussenkomst in de kosten voor inrichting van feestelijkheden in de Warande ter gelegenheid van het jaarlijks Nationaal Feest. PROGRAMMA 51/7 - MILITAIRE BEGRAAFPLAATSEN Toelage aan de organisatie belast met de restauratie van het museum van het kamp Auschwitz-Birkenau te Oswiecim.

PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA 1° Toelage aan een opleidingsraad voor de brandweerdiensten.2° Bijdrage in de kosten van voorlichting, documentatie en public relations inzake civiele bescherming. PROGRAMMA 54/2 - ALGEMENE INSPECTIE VAN DE UITRUSTING 1° Toelage aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aan intercommunales en aan de gemeenten voor het aankopen van bijzonder materieel voor de brandweerdiensten.2° Toelagen aan de gemeenten voor de behoeften van de brandweerdiensten met het oog op de informatisering van de statistieken.3° Bijdrage ten voordele van de brandweerdiensten in de kosten van informatiecampagnes voor brandvoorkoming, steun aan lokale initiatieven.4° Bijdrage in de recyclagecursussen voor de officieren van de brandweerdiensten. PROGRAMMA 54/6 - DIRECTIE VAN DE LOGISTIEK 1° Koninklijke vereniging der brandweerkorpsen van België en Nationaal Fonds voor hulpverlening aan brandweerlieden.2° Opleidingscentra voor brandweerlieden.3° Bijdrage in de kosten van laboratoria belast met onderzoekingen betreffende brandvoorkoming.4° Bijdrage in de realisatie van het « Euroclasses-systeem » voor reactie bij brand. PROGRAMMA 55/0 - BESTAANSMIDDELEN Subsidies van de Dienst Vreemdelingenzaken voor internationale organisaties die activiteiten uitoefenen met betrekking tot de vreemdelingenpolitiek.

PROGRAMMA 56/1 - ALGEMENE ADMINISTRATIEVE POLITIE - OPLEIDING, PREVENTIE EN UITRUSTING 1° Tussenkomst van de Staat in de uitgaven voor initiatieven voor de bevordering van de contacten van de politiediensten met de bevolking.2° Verwezenlijking van uitgaven op het vlak van politie en criminaliteitspreventie, onder andere voor de verwezenlijking of verwerving van infrastructuren, uitrusting, materieel of software voor collectief gebruik en voor de financiering van campagnes en studieopdrachten.3° Betoelaging van Belgische universiteiten of andere instellingen, betrokken bij de studie of beheersing van de criminaliteit, van publieke of private initiatieven inzake criminaliteitspreventie, inzonderheid voetbalvandalisme, geïntegreerde initiatieven van lokale criminaliteit en onderzoek naar het voorkomen van bepaalde criminele fenomenen. 4° Toelage aan de N.V. ASTRID ter dekking van de werkingskosten van de gemeenschappelijke infrastructuur. 5° Een toelage aan V.Z.W.'s en andere organisaties als tussenkomst in de organisatiekosten van het opstellen van cursussen teneinde de aandacht voor het omgaan met migranten te integreren in de navorming van het politiepersoneel.

PROGRAMMA 59/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA Toelage aan de « Association des Conseils d'Etat et des Juridictions administratives suprêmes de l'Union européenne ».

Art. 2.13.4 De bedragen die voor de jaren 1996, 1997 en 1998 teruggevorderd moeten worden van de lokale overheden die gebruik maken van de diensten van een gewestelijke ontvanger krachtens het samenwerkingsakkoord betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van inhouding van de bijdrage in die kosten, afgesloten te Brussel op 9 december 1997 tussen de Federale Overheid, de Vlaamse Gemeenschap en het Waalse Gewest, worden onttrokken aan de toepassing van de bepalingen van de vijfjarige verjaring.

Art. 2.13.5 De Minister van Binnenlandse Zaken wordt gemachtigd fondsen op te nemen op het specifieke begrotingsartikel, voorzien in artikel 1, § 2quater , 2de, lid van de wet van 01.08.1985 houdende sociale bepalingen, zoals gewijzigd door de wet van 30.03.1994 houdende sociale bepalingen, die bestemd zijn voor de coördinatie en voor de supralokale acties in de domeinen bedoeld in artikel 69 van bovenvermelde wet van 30.03.1994.

Deze fondsen worden gestort aan de buitengewone rekenplichtige van het Vast Secretariaat voor het preventiebeleid, die verantwoording over de aanwending ervan verstrekt bij het Rekenhof.

Art. 2.13.6 De openstaande schuldvorderingen die op 31.12.2000 nog op de basisallocaties 56/10.63.08 en 56/13.63.07 van de sectie 13 "FOD Binnenlandse Zaken" zullen voorkomen mogen geordonnanceerd worden op de ordonnancerings-kredieten van de basisallocaties 90/15.63.08 en 90/26.63.07 van de sectie 17 "Federale Politie en geïntegreerde werking".

Art. 2.13.7 De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken stort, binnen de perken van de toegekende personeelskredieten, de wedde, toelagen en vergoedingen, verhoogd met de werkgeversbijdrage, terug aan de gemeenten die de betaling van de wedde, toelagen en vergoedingen van hun personeel, dat in het kader van het project « Elektronische identiteitskaart » gedetacheerd werd naar de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, hebben voortgezet.

De aanvraag tot terugbetaling moet bij het begin van elk jaar voor het voorafgaande jaar worden gedaan aan de hand van een jaarlijkse staat die door de betrokken gemeenten naar de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken wordt gezonden.

Sectie 14. - Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel Art. 2.14.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen achtereenvolgende geldvoorschotten worden toegestaan van hoogstens 10.000 euro, die later zullen worden verantwoord, aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en uitgaven van sociale aard.

Art. 2.14.2 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 750.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Directie Begroting en Comptabiliteit en 375.000 euro aan de andere buitengewone rekenplichtigen van het Departement.

De buitengewone rekenplichtigen van het Departement worden gemachtigd om door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 5.500 euro niet te boven gaan.

Art. 2.14.3 De verplaatsingskosten van de agenten van de carrières van de Buitenlandse Dienst en van de Kanselarij worden, voor elk geval, bij ministerieel besluit vastgesteld.

Art. 2.14.4 De kredieten opgenomen in het programma 41/0 (B.A. 41.03.03.50) zijn bestemd om bestendige werkingsfondsen samen te stellen ten einde aan de ambtenaren van het departement voorschotten toe te kennen op kosten voor zendingen naar het buitenland en op kosten voor overplaatsingen en verloven van het overgeplaatste personeel. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten.

De kredieten opgenomen in het programma 42/0 (B.A. 42.04.03.50) zijn bestemd voor de samenstelling van bestendige werkingsfondsen die de betaling verzekeren van uitgaven in verband met de werkingskosten van de Belgische diplomatieke en consulaire posten en van de vaste vertegenwoordigingen bij de internationale organismen. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten. De Schatkist wordt eveneens gemachtigd die buitenlandse werkingsfondsen voor hetzelfde doel en mits naleving van dezelfde budgettaire regularisatieprocedure weer samen te stellen.

Art. 2.14.5 De uitgaven verricht in de loop van de vorige begrotingsjaren door de diplomatieke en consulaire posten en de vaste vertegenwoordigingen en waarvan de regularisatie a posteriori gebeurt mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopende jaar.

Art. 2.14.6 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen en bijdragen worden toegekend : PROGRAMMA 41/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA Toelage bestemd om de werking van de crèche opgestart in het departement te bekostigen.

PROGRAMMA 41/6 - STUDIES EN DOCUMENTATIE 1) Bijdrage van België in de installatie- en werkingskosten van een Internationaal Centrum voor de Pers te Brussel. 2) Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (F.V.D.).

PROGRAMMA 41/7 - INTERNATIONALE SAMENWERKING 1) Toelagen aan organismen of verenigingen die activiteiten hebben met een internationaal karakter.2) Toelage aan het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen.3) Toelage aan de Stichting Europalia. PROGRAMMA 51/1 - BUITENLANDSE HANDEL 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.3) Toelage aan de « Asia-Europe Foundation ».4) Toelagen tot steun aan het economisch netwerk in het buitenland.5) Garantieverlening en financiële steun aan de export van Belgische uitrustingsgoederen en diensten. PROGRAMMA 51/2 - BILATERALE ACTIEPROGRAMMA'S Toelagen m.b.t. verrichtingen in het raam van de politiek van bilaterale actieprogramma's.

PROGRAMMA 52/1 - INTERNATIONALE INSTELLINGEN Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.

PROGRAMMA 52/2 - HUMANITAIRE HULP Toelagen bestemd voor instellingen die de bescherming der vluchtelingen tot doel hebben.

PROGRAMMA 53/1 - BUITENLANDS BELEID 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.3) Programma's van de West-Europese Unie (WEU) met betrekking tot de verwerving van militaire observatiesatellieten met als doel beveiliging.4) Bevordering van internationale uitwisseling van jongeren en initiatieven tot initiatie in de internationale politiek. PROGRAMMA 53/2 - WETENSCHAPSBELEID 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen. PROGRAMMA 53/4 - HUMANITAIRE HULP 1) Toelage aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis.2) Aandeel in de werking van de Verenigde Naties ten voordele van de Arabische vluchtelingen uit Palestina. PROGRAMMA 55/1 - INFORMATIE OVER EUROPA Toelagen ten gunste van de Europese integratie.

Art. 2.14.7 Binnen de perken van de betrokken basisallocatie, in het programma 52/2 « Humanitaire Hulp », kunnen, mits voorafgaand akkoord van de Ministerraad, uitgaven van allerlei aard gedaan worden als tegemoetkomingen van België in de acties ten voordele van slachtoffers van ernstige natuurrampen.

Art. 2.14.8 Binnen de perken van de betrokken basisallocatie, in het programma 53/4 « Humanitaire Hulp », kunnen, mits voorafgaand akkoord van de Ministerraad, uitgaven van allerlei aard gedaan worden als tegemoetkomingen en initiatieven van België in de acties : - van preventieve diplomatie, vredeshandhaving en aanmoediging van de democratie die zich laten inschrijven in het kader van de internationale politiek. - ten voordele van bevolkingen, slachtoffers van conflicten. - met betrekking tot het respect van de mensenrechten en de versterking van de rechtsstaat.

Art. 2.14.9 Het provisioneel krediet ingeschreven in het programma 52/0 (BA 03.01.01) - provisioneel krediet bestemd om de uitgaven van allerhande aard betreffende het stemrecht van de Belgen, die in het buitenland verblijven, te dekken - mag, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's, door middel van een koninklijk besluit en met het akkoord van de Minister van Begroting.

Sectie 15. - Internationale Samenwerking Art. 2.15.1 De uitgaven vereffend ten laste van het bestendig werkingsfonds, bevoorraad in 1996 door basisallocatie 54.09.03.50, worden zonder uitstel geregulariseerd door aanrekening op de begrotingskredieten van de volgende basisallocaties : 54.02.12.01, 54.02.12.02, 54.03.35.53, 54.04.12.27, 54.04.12.28, 54.11.35.11, 54.14.54.42, 54.14.54.43, 54.35.35.11, 54.40.35.50 en 54.43.35.21.

Art. 2.15.2 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : 1) Terugbetaling van kosten voor geneeskundige zorgen verleend in Europa aan de Belgische en Luxemburgse missionarissen van Afrika (progr.54/2). 2) Uitgaven met betrekking tot de opleiding in België van stagiairs en studenten van lage-inkomenslanden en uitgaven met betrekking tot de maatschappelijke en culturele hulp (progr.54/1 en 54/2). 3) Uitgaven verricht door de rekenplichtigen in het buitenland en te regulariseren a posteriori. Art. 2.15.3 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 euro elk, per geopende postchequerekening, verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement.

Deze buitengewone rekenplichtigen worden gemachtigd door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 2.500 euro niet te boven gaan.

Art. 2.15.4 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen of uitkeringen worden toegekend : PROGRAMMA 54/1 - GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING 1) Uitgaven van allerlei aard verbonden aan de programma's van stagebeurzen en van studiebeurzen in België en in het buitenland ten gunste van onderhorigen van lage-inkomenslanden.2) Verlichting van de schulden van de lage-inkomenslanden.3) Financiële bijdragen aan kleinschalige interventies. PROGRAMMA 54/2 NIET-GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING 1) Subsidies aan personen en aan niet-gouvernementele organisaties voor het uitvoeren van een stage door jonge werkzoekenden in erkende samenwerkingsprojecten.2) Subsidies aan de niet-gouvernementele organisaties voor de financiering van de uitvoering, het beheer en de evaluatie van de NGO-programma's, met uitzondering van activiteiten inzake preventie, noodhulp en hulp voor rehabilitatie, voedselhulp en conflictpreventie, die ten laste van de gepaste basisallocaties betoelaagd zullen worden, en van acties uitgevoerd in het raam van het Belgisch Overlevingsfonds.3) Subsidies aan de « Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand » (VVOB) en aan de « Association pour la Promotion de l'Education et de la Formation à l'Etranger » (APEFE).4) Subsidies aan Belgische wetenschappelijke instellingen en onderzoekscentra voor de verwezenlijking van projecten, onderzoeks- en vormingsprogramma's en congressen inzake samenwerking met de lage-inkomenslanden.5) Tussenkomsten met betrekking tot de eigen initiatieven van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.6) Subsidies voor de eigen initiatieven van het Instituut voor Tropische Geneeskunde.7) Subsidies aan de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de « Conseil interuniversitaire francophone » en de universitaire instellingen voor de financiering van beurzen, opleidingskosten, institutionele samenwerking, eigen-initiatiefprojecten en noord-acties.8) Subsidiëring van groepsstages georganiseerd op initiatief van privaatrechtelijke organisaties.9) Subsidiëring van samenwerkingsacties van Belgische gedecentraliseerde besturen.10) Subsidiëring van sociale en culturele hulp aan studenten en stagiairs uit lage-inkomenslanden.11) Subsidiëring van terugkeer- en reïntegratieprogramma's en van andere hulpverlening aan migranten.12) Subsidiëring van syndicale initiatieven. PROGRAMMA 54/3 - MULTILATERALE SAMENWERKING 1) Subsidies aan organisaties met een internationale bestemming en van plurisectoriële aard zoals voorzien ten laste van de basisallocaties 54.31.35.01 en 54.31.35.02 : vrijwillige bijdragen aan ontwikkelingsprogramma's en fondsen van de Verenigde Naties, aan gespecialiseerde instellingen van de Verenigde Naties, aan aanverwante programma's van de Verenigde Naties en aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis en aan het « Global Health and Aids Fund ». 2) Deelneming aan onderzoeksprogramma's inzake landbouw, op touw gezet door internationale en regionale organisaties ten voordele van de lage-inkomenslanden en aan ondersteunende activiteiten.3) Geldelijke bijdragen aan ontwikkelingsbanken en garantiefondsen.4) Geldelijke bijdragen aan het Verdrag inzake biologische diversiteit, met inbegrip van de « Global Environment Facility », aan het Secretariaat van het Verdrag ter Bestrijding van de Desertificatie, aan de Wereldgezondheidsorganisatie en aan diverse milieuverdragen.5) Geldelijke bijdragen aan het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling.6) Subsidies voor de aanwerving van multilateraal samenwerkingspersoneel. PROGRAMMA 54/4 - BIJZONDERE INTERVENTIES 1) Subsidies van allerlei aard in het raam van het Belgisch Overlevingsfonds, opgericht bij wet.2) Subsidies voor conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten.De kredieten voorzien op BA 54.41.35.24 moeten het departement toelaten projecten inzake mensenrechten, democratisering, conflictpreventie, vredesopbouw en ontwikkeling rechtstreeks of via de BTC op te zetten, of subsidies terzake toe te kennen aan Belgische erkende niet-gouvernementele organisaties en aan verenigingen, aan lokale organisaties en instellingen en aan organisaties met een internationale bestemming. 3) Subsidies aan lokale niet-gouvernementele organisaties.4) Subsidies voor urgentiehulp (preventie, noodhulp en rehabilitatie), voor humanitaire acties en voor voedselhulp.5) Subsidies voor informatie en voor sensibilisering inzake noord-zuid relaties, internationale samenwerking en interculturele verdraagzaamheid.6) Subsidies voor organisatie van en deelname aan vergaderingen inzake samenwerking met de lage-inkomenslanden.7) Subsidies bestemd voor de bevordering van de private sector in de lage-inkomenslanden en van de eerlijke handel.8) Subsidies aan initiatieven van het World Wildlife Fund in Centraal Afrika. Art. 2.15.5 Voor het jaar 2003 beschikt het Belgisch Overlevingsfonds (B.A. 54.40.35.50) over een vastleggingsmachtiging van 37.000.000 euro.

Elke verbintenis aan te gaan krachtens dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur der vastleggingen en aan het Rekenhof.

Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die eensdeels het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderdeels het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar.

Art. 2.15.6 Een deel van het krediet ingeschreven onder het programma 54/4 - Bijzondere interventies - van de sectie 15 - Internationale Samenwerking, mag worden getransfereerd naar de passende basisallocatie van de sectie 14 - Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, door middel van een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken en van het Regeringslid bevoegd voor Internationale Samenwerking.

Art. 2.15.7 Het krediet voorzien op de basisallocatie 54.33.84.08 zal worden overgeschreven door het Regeringslid bevoegd voor Internationale Samenwerking of door zijn gedelegeerde ordonnateur op een thesaurierekening waarover de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde ordonnateur beschikt.

Art. 2.15.8 Subsidies of tussenkomsten die, in het kader van een meerjarig programma, toegekend worden aan een indirecte actor, dienen gerechtvaardigd te worden op de datum voorzien in de desbetreffende besluiten of overeenkomsten. Het niet-gebruikte saldo van een dergelijke jaarlijkse subsidie, toegekend ten laste van een vorig begrotingsjaar, kan in mindering gebracht worden van de subsidie, die wordt toegestaan aan dezelfde indirecte actor, ten laste van het huidig begrotingsjaar.

Het goedgekeurde actieplan of jaarprogramma van het nieuwe begrotingsjaar zal dan ook gefinancierd worden met nieuwe, vast te leggen middelen en met middelen waarover de indirecte actor nog beschikt ingevolge niet uitgevoerde bestedingen in het kader van vorige actieplannen of jaarprogramma's.

Dit artikel is van toepassing op volgende basisallocaties : 54.20.35.70, 54.20.54.62, 54.21.35.65, 54.21.35.66, 54.22.33.32, 54.22.33.33, 54.23.45.01, 54.23.45.02, 54.24.45.52, 54.24.45.53, 54.24.45.54, 54.25.45.52, 54.25.45.53, 54.25.45.54 en 54.40.35.50.

Art. 2.15.9 Subsidies aan projecten en programma's van internationale organisaties dienen in de regel verrechtvaardigd te worden volgens de modaliteiten voorzien in de desbetreffende besluiten en overeenkomsten. De tijdens vorige begrotingsjaren toegekende subsidies en niet-gebruikte subsidiesaldi kunnen evenwel geheroriënteerd worden, mits het verstrekken van de nodige verantwoordingen en mits het akkoord van de Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking. De goedgekeurde wijzigingen worden op regelmatige tijdstippen aan het Rekenhof en aan de Minister van Begroting meegedeeld.

Art. 2.15.10 In 2003 kan de Staat nieuwe meerjarige verbintenissen met de partnerlanden aangaan voor een totaal bedrag van 175.000.000 euro. Het betreft projecten en programma's die door BTC uitgevoerd zullen worden op basisallocatie 54.10.54.02.

Elke verbintenis aangegaan krachtens dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur van de vastleggingen en aan het Rekenhof.

Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die enerzijds het bedrag vermeldt van de aangegane verbintenissen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderzijds het bedrag aangeeft van de verbintenissen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar.

Sectie 16. - Ministerie van Landsverdediging Art. 2.16.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 20.000 euro aan de buitengewone rekenplichtigen verleend worden met het oog op de uitbetaling van uitgaven die 2.500 euro niet overschrijden.

Art. 2.16.2 In afwijking van artikel 41 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de vaste uitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel van het Ministerie van Landsverdediging het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening.

Mogen eveneens het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening zoals de vaste uitgaven : de vergoedingen voor begrafeniskosten, het kraamgeld alsmede de uitgaven voortvloeiend uit operaties en luchtreizen in het buitenland, lange zeereizen of uit de onmiddellijk te treffen maatregelen bij grond-, lucht- en zeeongeval, welk ook het bedrag van deze uitgaven weze.

Art. 2.16.3 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : de bijdragen aan internationale organismen opeisbaar ten gevolge van internationale akkoorden, de bestellingen en leveringen en prestaties gedaan bij buitenlandse regeringen of bij productieorganen en logistieke instellingen van de NAVO, alsmede de uitbetaling van de vergoedingen voor arbeidsongevallen en van de vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor materiële schade.

Art. 2.16.4 In afwijking van de bepalingen van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Landsverdediging gemachtigd om, in het kader zowel van de technische samenwerking en van de dringende hulpverlening aan derde landen, als van de onderlinge hulpverlening bepaald door artikel 3 van het Noordatlantisch Verdrag kosteloos over te gaan tot dienstverleningen en/of afstand van materieel en/of goederen uit de voorraden van de Krijgsmacht aan de landen waaraan een bijstand wordt verleend.

In het kader van de internationale samenwerking is de Minister van Landsverdediging ertoe gemachtigd, voor wat betreft de buitenlandse beursstagiairs, het bedrag van de gedurende de stage of vorming toegekende maandelijkse beurs ten laste te nemen van de begroting. De Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoeringsmaatregelen terzake, in functie van de bijzonderheden van de stage of van de vorming.

Art. 2.16.5 De Minister van Landsverdediging is ertoe gemachtigd provisionele voorschotten uit te betalen op : a) de schadeloosstelling ten laste van de Staat ingevolge schade geleden door leden van het personeel of door derden;b) de uitgaven in verband met de kosten voor verpleging in burgerinstellingen, met behandeling van lange duur en met de leveringen van farmaceutische producten door de burgerofficina's;c) de kosten voor het gebruik van vreemde installaties. Art. 2.16.6 De fondsen nodig voor de betaling van de uitgaven betreffende de door het Ministerie van Landsverdediging in de Verenigde Staten van Amerika en in Canada te sluiten kopen mogen door middel van ordonnantiën van kredietopening bekomen worden. Deze opdrachten mogen via de onderhandelingsprocedure gesloten worden.

Deze fondsen mogen, ook na het verstrijken van het begrotingsjaar, aangewend worden voor het aanrekenen van de uitgaven die uit de voornoemde contracten voortvloeien.

Het overschot aan fondsen wordt in de Schatkist teruggestort zodra de betrokken rekenplichtige de beheersrekening, houdende eindafrekening van de contracten waarvoor deze fondsen werden toegekend, aan het Rekenhof heeft overgelegd.

Mogen eveneens volgens de onderhandelingsprocedure aangegaan worden, de met de instellingen van het NAVO-Bevoorradings- en Herstellingssysteem (NAVO-Bevoorradings- en Herstellingsagentschap en zijn ondergeschikte afdelingen), gesloten kopen, evenals deze gesloten met een lid-Staat van de NAVO, in het kader van een internationaal akkoord, dat de bevoorrading in wisselstukken, het onderhoud of het in goede staat houden van het ingezet materiaal tot doel heeft.

In het kader van de uitwisselingsovereenkomsten kan de financiële regeling van deze overeenkomsten bij wijze van verrekening geschieden hetzij op het ogenblik dat de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij na verloop van een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de betrokken partijen. Het gebeurlijk saldo zal worden aangerekend ofwel op de begroting van Landsverdediging, ofwel op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor prestaties tegen betaling voortvloeiend uit de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren en munitie.

Art. 2.16.7 De Minister van Landsverdediging is uitsluitend bevoegd om beslissingen te nemen ter beslechting van de geschillen gerezen bij de keuring van de leveranties ingevolge de overeenkomsten gesloten door het Ministerie van Landsverdediging : a) in de Verenigde Staten van Amerika, in Canada, met het NAVO-Bevoorradings- en Herstellings-agentschap en zijn ondergeschikte afdelingen;b) met de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ingevolge het logistiek akkoord inzake de bevoorrading in onderdelen en andere uitrusting voor CVRT;c) met de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland ingevolge het akkoord betreffende de bevoorrading in onderdelen voor het wapensysteem LEOPARD en de ervan afgeleide versies. Art. 2.16.8 De in Duitsland te verwezenlijken uitgaven mogen geschieden overeenkomstig de in de Bondsrepubliek geldende regels en het voorwerp uitmaken van ordonnantiën van kredietopening, welk ook het bedrag ervan moge wezen.

De op deze wijze verkregen fondsen mogen, ook na het verstrijken van het begrotingsjaar, aangewend worden voor het aanrekenen van de voornoemde uitgaven.

Het overschot aan fondsen wordt in de Schatkist teruggestort zodra de betrokken rekenplichtige de beheersrekening houdende eindafrekening van de contracten waarvoor deze fondsen werden toegekend, aan het Rekenhof heeft overgelegd.

Art. 2.16.9 Wat de overeenkomsten betreft die het voorwerp zijn van vereffeningen voor rekening van de NAVO-infrastructuur, dienen de inschrijvingen of offertes, al naargelang van het type van de overeenkomst, vergeleken te worden zonder rekening te houden met de belasting op de toegevoegde waarde en de douanerechten toegepast in de landen van de Europese Unie.

Art. 2.16.10 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 90/3 - SOCIALE HULP, HUISVESTING EN CULTUUR 1. Burgerlijke Sociale Dienst.2. Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie (CDSCA). PROGRAMMA 90/4 - NATIONALE ERKENNING 1. V.Z.W. "Luchtcadetten van België". 2. Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveofficieren.3. Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveonderofficieren. 4. V.Z.W. "Nationaal Centrum voor Parachutisme". 5. V.Z.W. "Tank Museum". 6. V.Z.W. "Brussels Air Museum Foundation". 7. V.Z.W. "De Vrienden van de Sectie Marine van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis". 8. V.Z.W. "De Vrienden van de Muziekkapel van de Gidsen". 9. V.Z.W. "Belgian Air Force Symphonic Band Foundation". 10. V.Z.W. "Marinecadetten van België".

Art. 2.16.11 De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan indien de verrichtingen in verband met de rekening 87.07.01.25.B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" - Rekening-courant van de betalings- en terugbetalingsverrichtingen van bezoldigingen voor rekening van andere departementen of diensten, van buitenlandse of internationale instellingen, of van andere derden - een debetstand van deze rekening veroorzaken.

Art. 2.16.12 De voor orde verrichte ontvangsten en uitgaven in het kader van verdragen en internationale en nationale akkoorden zullen geboekt worden op de rekening 82.04.01.68.B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde".

Deze rekening mag een debetsaldo vertonen gedurende een periode van maximum zes maanden.

De wetgeving inzake overheidsopdrachten en de daarbij horende delegaties zijn van toepassing op de uitgavenverrichtingen.

Tevens worden deze verrichtingen onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.

Art. 2.16.13 De Minister van Landsverdediging is gemachtigd ten belope van 3.718.000 euro de ontvangsten aan te wenden die voortvloeien uit de interesttegoeden opgebracht door uitstaande voorschotten bij de "Federal Reserve Bank of New York" in het kader van de overheidsopdrachten nopens de levering van vliegtuigen, logistieke steun, grondinstallaties en bijkomende kosten voor het geheel van de F-16 vloot.

Deze interesttegoeden zullen aangerekend worden op de rekening 87.07.03.27C van de Sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde". Ze zullen aangewend worden tot dekking van de uitgaven voortvloeiend uit de bovenvermelde overheids-opdrachten.

Art. 2.16.14 In afwijking van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, is de Minister van Landsverdediging gemachtigd het meubilair dat ter beschikking is gesteld van de gezinnen gehuisvest in woningen beheerd door de Belgische militaire overheid in Duitsland, te laten verkopen. Dit meubilair zal ter plaatse door deze overheid verkocht worden aan de betrokken gezinnen, die als gevolg van de herstructurering van de Krijgsmacht naar België terugkeren.

De opbrengst van deze verkoop zal aangerekend worden op de Rijksmiddelenbegroting tot dekking van de algemene behoeften van de Schatkist.

Art. 2.16.15 Behoudens de gevallen waarin het beroep op de Krijgsmacht krachtens de wet is geregeld, mogen eenheden worden ingezet in het kader van tegen betaling uitgevoerde prestaties van openbaar nut, met humanitair of cultureel oogmerk, of inzake hulp aan de natie.

In afwijking van de voorgaande paragraaf, zullen de prestaties die uitgevoerd worden ten voordele van de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie ten behoeve van de leden van de militaire gemeenschap (CDSCA) evenals deze ten voordele van verscheidene publieke instanties behorende tot de burgerlijke dienst, die tengevolge van de definitieve terugtrekking van de Krijgsmacht uit Duitsland hun bezittingen dienen te repatriëren gratis uitgevoerd worden.

In afwijking van het artikel 28 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, kunnen de prestaties die uitgevoerd worden ten voordele van publieke instanties gratis uitgevoerd worden. De Minister van Landsverdediging wordt belast met de uitvoeringsmodaliteiten van deze vrijstelling.

Art. 2.16.16 De Centrale dienst voor sociale en culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging (CDSCA) wordt gemachtigd de opdrachten die voorzien zijn in artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 januari 1978, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 december 1998, tot vaststelling van de taak en tot regeling van de organisatie en de werkwijze van dit organisme te verzekeren ten gunste van de personeelsleden van de Federale Politie.

De personeelsleden van Landsverdediging, die in toepassing van artikel 11, § 2, van de wet van 10 april 1973, houdende oprichting van de Centrale dienst voor sociale en culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging (CDSCA) ten behoeve van de leden van de militaire gemeenschap, ter beschikking zijn gesteld van CDSCA, blijven ten laste van de begroting van Landsverdediging.

Art. 2.16.17 In afwijking van de bepalingen van artikel 28, 2e lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Landsverdediging gemachtigd om de aan de Federale Politie geleverde prestaties, met uitzondering van deze die betrekking hebben op het personeel dat permanent ter beschikking wordt gesteld van deze laatste, te valoriseren en de van de Federale Politie ontvangen prestaties te vergoeden, op basis van de veroorzaakte supplementaire kosten.

Met uitzondering van de occasionele prestaties maakt de financiële dekking van de prestaties waarvan het volume a priori gekend is, het voorwerp uit van een ter beschikking stellen van kredieten waarvan het bedrag wordt bepaald door een raming van de te realiseren prestaties en de afrekening van de vroeger werkelijk geleverde prestaties.

Art. 2.16.18 De Minister van Landsverdediging is gemachtigd, met vreemde landen overeenkomsten te sluiten tot wederzijdse dienstverlening, in het kader van een internationale integratie van de Krijgsmacht of ter voorziening in dringende behoeften.

De financiële regeling van deze wederzijdse operaties kan bij wijze van verrekening geschieden hetzij op het ogenblik dat de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij na verloop van een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de betrokken partijen. Het gebeurlijk saldo zal worden aangerekend ofwel op de begroting van Landsverdediging, ofwel op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor prestaties tegen betaling.

De Minister van Landsverdediging is uiteindelijk gemachtigd, om, inzake materieel, waren, wapens en munitie, met andere departementen, Belgische of vreemde bedrijven en derde landen overeenkomsten van wederzijdse overdracht, ruil en lening te sluiten mits op die wijze de vernieuwing van de voor de Krijgsmacht bruikbare voorraden te bevorderen.

Art. 2.16.19 De Minister van Landsverdediging of de door hem gedelegeerde ordonnateur wordt gemachtigd om, de onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen bestemd om terug te geven ten gevolge van de herstructurering, die rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek Duitsland of van een Land en die de Krijgsmacht of de civiele dienst voor gebruik ter beschikking zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk terug te geven, en om de financiële weerslag van deze teruggave te bepalen na onderhandelingen met de Staat van verblijf.

De netto financiële tegenwaarde van deze overdrachten bepaald volgens artikel 52 van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten en het Protocol van ondertekening bij deze Aanvullende Overeenkomst, ondertekend op 3 augustus 1959 te Bonn, en goedgekeurd bij de wet van 6 mei 1963, zal het voorwerp zijn van een globale afrekening op het einde van de afstand van alle betrokken onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen.

Tussentijdse betalingen vanwege de Duitse Bondsrepubliek mogen geschieden.

Het gebeurlijk saldo en/of de tussentijdse betalingen zal/zullen worden aangerekend ofwel op de begroting van de betrokken departementen of instellingen van openbaar nut, ofwel op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het artikel 16.76.01 om, na afrekening met de vorenvermelde organismen, aangewend te worden tot dekking van uitgaven voortvloeiend uit infrastructuur- en/of saneringswerken aan de door de Krijgsmacht beheerde domeinen in België en/of Duitsland, of die het gevolg zijn van de teruggavehandelingen.

Art. 2.16.20 De Minister van Landsverdediging is gemachtigd personeel in steun ter beschikking te stellen van de Burgerlijke Sociale Dienst.

Art. 2.16.21 De tijdens de operaties in het buitenland te verwezenlijken uitgaven met een hoogdringend karakter mogen geschieden in het kader van opdrachten die via de onderhandelingsprocedure mogen worden gegund. De beginselen van de wetgeving op de overheidsopdrachten zullen toegepast worden voor het afsluiten van voornoemde opdrachten, tenzij de plaatselijke omstandigheden dit niet toelaten.

Art. 2.16.22 De Minister van Landsverdediging wordt gemachtigd om, mits akkoord van de Minister van Begroting en door middel van een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, binnen de perken van de kredieten van de Sectie 16 - Landsverdediging, transfers te verrichten ten voordele van het programma 16-50-5, "Inzet", ten einde het hoofd te bieden aan de specifieke noden verbonden aan de humanitaire en vredesondersteunende operaties.

Deze krediettransfers zullen zonder verwijl meegedeeld worden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof.

Art. 2.16.23 In afwijking van de bepalingen van artikel 28, tweede lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Landsverdediging er toe gemachtigd met andere publieke instanties overeenkomsten af te sluiten voor het leveren van wederzijdse prestaties. De financiële regeling ervan zal bij wijze van verrekening geschieden, hetzij op het ogenblik dat de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij na verloop van een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de betrokken partijen. Het gebeurlijk saldo zal ofwel in natura gecompenseerd worden ofwel worden aangerekend op de begroting van Landsverdediging (Algemene Uitgavenbegroting), of op de Rijksmiddelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor prestaties tegen betaling.

Art. 2.16.24 In afwijking van de bepalingen van artikel 28, 2e lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Landsverdediging er toe gemachtigd door middel van een gezamenlijke financiering door het Koninkrijk België en het Groot-Hertogdom Luxemburg een strategisch transportschip aan te schaffen.

In afwijking van de bepalingen van artikel 19 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige werken-, leveringen- en dienstenopdrachten, wordt de Minister van Landsverdediging er toe gemachtigd één enkele opdracht, die conform de bepalingen van voormelde wet van 24 december 1993 wordt gegund, af te sluiten, met als doel de gezamenlijke aankoop van een strategisch transportschip met het Groot-Hertogdom Luxemburg, dat hem hiertoe mandateert.

De uitgavenverrichtingen in het kader van deze opdracht worden onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.

Art. 2.16.25 De niet bezwaarde saldi op 31 december 2002 van de rekeningen 87.07.04.28 B, 87.07.06.30 B, 87.07.09.33 B, 87.07.10.34 B en 87.07.12.36 A van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" moeten overgedragen worden op de respectievelijke begrotingsfondsen.

Om de continuïteit van de dienst te verzekeren en omwille van de administratieve vereenvoudiging, wordt de Minister van Landsverdediging gemachtigd om de opeisbare schuldvorderingen afkomstig van vastleggingen bestaande op 31 december 2002 ten laste van de bedoelde rekeningen van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde" te betalen.

Sectie 17. - Federale Politie en geïntegreerde werking Art. 2.17.1 De Minister van Binnenlandse Zaken is ertoe gemachtigd op de schadeloosstelling ten laste van de Staat ingevolge schade, geleden door leden van het personeel of door derden, provisionele voorschotten te betalen Art. 2.17.2 De kosten voor verpleging in het buitenland mogen bij wijze van provisie worden betaald.

Art. 2.17.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kan de volgende toelage toegekend worden : PROGRAMMA 44/1 - COÖRDINATIE EN WERKING - aan de V.Z.W. « Sociale Dienst van de Geïntegreerde Politie » : aandeel ten laste genomen van de begroting als bijdrage in de personeelsuitgaven, in de algemene werkingsuitgaven en in de uitgaven voor interventies; - aan de Centra voor Politiestudies.

PROGRAMMA 90/1 - FEDERALE DOTATIE - aan de meergemeentepolitiezones en aan de gemeenten : bijdrage van de Federale Staat in de personeels-, de werkings- en de investeringsuitgaven, met inbegrip van de loonkost van de in de politiezones boventallige ex-rijkswachters en in de initiatieven tot aanmoediging van de mobiliteit van de personeelsleden van het operationele korps die boventallig zijn; - aan bepaalde meergemeentepolitiezones en gemeenten : bijdrage van de Federale Staat in de kosten van de vervanging van de kledij voor ordehandhaving; - aan bepaalde gemeenten : bijdrage van de Federale Staat in de kost van het burgerpersoneel van het politieluik in de veiligheidscontracten; - aan bepaalde gemeenten : bijdrage van de Federale Staat in de kost van de supralokale investeringen;

PROGRAMMA 90/2 - FEDERALE STEUN - aan de erkende politiescholen of aan andere instellingen : bijdrage van de Federale Staat in de kosten van de organisatie van selectieproeven en beroepsopleidingen ten voordele van de leden van de geïntegreerde politie; - aan bepaalde organismen en V.Z.W.'s : bijdrage van de Federale Staat in de financiering van de projecten tot stimulering van de aanwerving van kansarme jongeren en meer inzonderheid van allochtonen in de geïntegreerde politie; - aan bepaalde meergemeentepolitiezones en gemeenten : bijdrage van de Federale Staat in de financiering van de werkingskosten aangegaan voor het instandhouden van 101-centrales; - aan verschillende V.Z.W.'s die de integratie van de lokale en federale politie bevorderen : tussenkomst van de federale overheid in de financiering van hun projecten.

Art. 2.17.4 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : 1. de uitbetaling van de vergoedingen voor arbeidsongevallen;2. de vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor materiële schade;3. de leveringen gedaan door burger- of aangenomen apothekers alsmede voor tand- of heelkundige prothesen. Art. 2.17.5 De schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan indien de verrichtingen in verband met de rekening 87.07.50.00.B van de sectie « Thesaurieverrichtingen voor orde » - Rekening-courant van de betalings- en terugbetalingsverrichtingen van bezoldigingen voor rekening van andere departementen of diensten, van buitenlandse of internationale instellingen, of van andere derden - een debetstand van deze rekening veroorzaken.

Art. 2.17.6 De uitgaven te verwezenlijken door de liaisonofficieren van de Federale Politie met standplaats in het buitenland mogen geschieden overeenkomstig de in elk land geldende regelen en zij mogen, ongeacht het bedrag, betaald worden op fondsen bekomen op kredietopening.

In afwijking van de bepalingen van de artikelen 3, 28 en 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de ter beschikking van een verbindingsofficier gestelde voorwerpen die buiten dienst worden geplaatst, door hem via de onderhandelingsprocedure en volgens de in elk land geldende regels worden verkocht.

Op dezelfde wijze mag ook worden gehandeld met het materieel en de goederen die in voorraad zijn op het ogenblik dat een vertegenwoordiging van de Federale Politie in het buitenland definitief wordt opgeheven, tenzij de betrokken voorraden, kosteloos of mits gelijkwaardige compensatie door de ontvangende partij, kunnen worden afgestaan aan de diensten van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

In de gevallen waarin tot verkoop ter plaatse wordt overgegaan, zal de opbrengst ervan gestort worden op de Rijksmiddelenbegroting.

Indien evenwel het materieel kan worden overgelaten aan de leverancier van nieuwe gelijkaardige goederen, mag er compensatie worden doorgevoerd tussen de waarde van de afgestane goederen en het voor de nieuwe goederen gefactureerde bedrag.

Art. 2.17.7 Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid tot herverdeling van de personeelskredieten volgens de modaliteiten bepaald in Art. 1-01-3, § 2, van de Algemene Uitgavenbegroting, wordt de Minister van Binnenlandse Zaken gemachtigd om, mits akkoord van de Minister van Begroting, binnen de perken van de kredieten van de Sectie 17 - Federale politie en geïntegreerde werking, transfers te verrichten tussen de verschillende organisatieafdelingen en programma's, teneinde het hoofd te kunnen bieden aan de specifieke noden verbonden aan de implementatie van « de geïntegreerde politie op twee niveaus ».

Deze transfers zullen zonder verwijl medegedeeld worden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof.

Art. 2.17.8 De schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan indien de verrichtingen in verband met de rekening 87.07.51.75.B van de sectie « Thesaurieverrichtingen voor orde » - Rekening courant van de betalings- en terugbetalingsverrichtingen voor rekening van de meergemeentepolitiezones en de gemeenten, in het raam van het protocol met de vervoermaatschappijen tot regeling van de betaling van de tussenkomst van de werkgever in de transportkosten van het personeel voor hun verplaatsingen van en naar de plaats van het werk - een debettoestand van deze rekening veroorzaken.

Sectie 18. - FOD Financiën Art. 2.18.1 § 1. In afwijking van het gewijzigd artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten worden toegestaan : 1) aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat belast met de betaling van de energie-uitgaven en de uitgaven inzake schoonmaak en onderhoud van lokalen, meubilair, materieel en machines, tot een maximumbedrag van 5.000.000 euro; 2) aan de overige buitengewone rekenplichtigen van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat, tot een maximumbedrag van 2.500.000 euro; 3) aan de buitengewone rekenplichtige van het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen, tot een maximumbedrag van 2.000.000 euro; 4) aan de buitengewone rekenplichtige van de Sociale Dienst en aan de buitengewone rekenplichtigen van de fiscale administraties in de buitendiensten, tot een maximumbedrag van 700.000 euro; 5) aan de buitengewone rekenplichtigen van de Dienst van de Staatsschuld, tot een maximumbedrag van 20.000 euro. § 2. De buitengewone rekenplichtigen van de fiscale administraties in de buitendiensten mogen door middel van geldvoorschotten alle dienstkosten betalen tot en met 5.500 euro (zonder BTW), evenals de vergoedingen van alle aard en, ongeacht het bedrag, de kosten van onderhoud en schoonmaak, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, telefax, stookolie en brandstof voor autovoertuigen. § 3. De terzake bevoegde buitengewone rekenplichtigen van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat mogen, door middel van geldvoorschotten, alle dienstkosten betalen tot en met 12.500 euro (zonder BTW), evenals de vergoedingen van alle aard, en, ongeacht het bedrag, de kosten van onderhoud en schoonmaak, de werkingskosten van de Ministeriële kabinetten, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, telefax, datatransmissie, stookolie en brandstof voor autovoertuigen. § 4. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat, belast met de betaling van de bezoldigingen en de terugbetaling van kosten van de controle-organen van de Staat bij de instellingen van openbaar nut, wordt toelating gegeven om deze uitgaven te verrichten door middel van geldvoorschotten. § 5. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat, belast met de betaling van de kosten voor opdrachten in het buitenland, wordt toelating gegeven om de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren belast met een opdracht in het buitenland. § 6. Aan de buitengewone rekenplichtige van het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen wordt toelating gegeven om alle uitgaven van het Kledingfonds te betalen, ongeacht het bedrag. § 7. Aan de buitengewone rekenplichtige van de Sociale Dienst wordt toelating gegeven om hulpgelden en toelagen van sociale aard te betalen, ongeacht het bedrag. § 8. De gewone rekenplichtige van de Directie Comptabiliteit en Begroting van het Algemeen Secretariaat, belast met de rekening « diverse ontvangsten », wordt gemachtigd om uitgaven te verrichten, uitsluitend in het kader en ten belope van de bedragen van de op deze rekening door de Europese Unie of andere internationale instellingen geprefinancierde programma's.

De betrokken facturen en schuldvorderingen dienen, voorafgaand aan de betaling, goedgekeurd te worden door de gedelegeerd ordonnateur van het Algemeen Secretariaat. § 9. In afwijking van artikel 25 en bij toepassing van artikel 25bis en artikel 229 van het koninklijk besluit van 10 december 1868 houdende Algemeen Reglement op de Rijkscomptabiliteit worden de gewone rekenplichtigen van de restaurants van de Sociale Dienst gemachtigd om geldvoorraden in kas aan te houden tot een maximaal bedrag van 375 euro per restaurant of cafetaria waarvoor zij rekenplichtig zijn.

Art. 2.18.2 De Minister van Financiën kan leningen en hulp verstrekken aan personeelsleden in actieve dienst, aan gewezen personeelsleden, gepensioneerd of niet, aan de rechthebbenden van de personeelsleden van Financiën en aan hun familieleden. Hij kan toelagen verlenen aan de verenigingen van personeelsleden en aan de bestaande en nog op te richten ontmoetingscentra van het personeel van Financiën.

Art. 2.18.3 In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij deze wet geopende kredieten, facturen en schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot : - het Kledingfonds van het personeel van de Administratie der douane en accijnzen; - leveringen waarvan de verbintenis aangegaan werd door het Federaal Aankoopbureau; - werken, leveringen en diensten, die voortvloeien uit verbintenissen aangegaan door bemiddeling van de Regie der Gebouwen; - de terugbetaling van de budgettaire kost van de personeelsleden van de Dienst Kijk- en Luistergeld ter beschikking gesteld bij de FOD Financiën; - de firma Olympia, factuurnr. 910.469 van 10.12.2001 en de firma IBM, factuurnr. 20381222 van 27.03.2002.

Art. 2.18.4 In afwijking van artikel 1-01-3 par. 2 van deze wet mag de basisallocatie met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen « 80.61.11.09 - Personeel van de Administratie der douane en accijnzen gebezigd door andere Administraties van de FOD Financiën en andere FOD's en openbare diensten » herverdeeld worden naar of van de basisallocatie « 80.61.11.03 - Vast en stagedoend statutair personeel ».

Art. 2.18.5 In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties « 12.01 - Bestendige uitgaven voor de aankoop van niet-duurzame goederen en van diensten », over de organisatie-afdelingen 40 en 80 binnen de sectie 18 - Financiën, onder elkaar worden herverdeeld, op voordracht van de Minister van Financiën en na voorafgaand akkoord van de Minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft.

Art. 2.18.6 De Minister van Financiën wordt gemachtigd om, naargelang van de behoeften, een gedeelte van de niet-fiscale ontvangsten met betrekking tot de opbrengst inzake domeinen aan te wenden voor de terugbetaling van de desbetreffende ten onrechte geïnde bedragen, met inbegrip van kosten en intresten.

In afwijking van de artikelen 3 en 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 wordt daartoe een terugbetalingsfonds 66.05 C geopend zoals bepaald in artikel 37 van voornoemde wetten.

Art. 2.18.7 De Minister van Financiën kan voorschotten toestaan voor dringende betalingen, die voortvloeien uit de verplichtingen van België op het vlak van haar deelneming in internationale financiële instellingen, en die verricht worden door de diensten van de Thesaurie belast met de internationale betrekkingen.

Art. 2.18.8 § 1. Voor het jaar 2003 wordt machtiging verleend een programma voor leningen aan vreemde Staten te onderhandelen ten belope van 30.120.000 euro.

Rekening houdend met de budgettaire mogelijkheden wordt het leningsprogramma goedgekeurd door de Ministerraad. Het vermeldt de prioritair te realiseren leningen evenals de prioritaire vervangingsleningen in de vorm van een meerjarenprogramma.

De vervangingsleningen kunnen te allen tijde in de plaats treden van initieel te realiseren leningen die geschrapt worden.

De controleur van de vastleggingen boekt de realisaties en de vervanging van leningen van een programma. § 2. De leningen aan vreemde Staten worden door de controleur van de vastleggingen vastgelegd vóór de notificatie van het leningsakkoord, op het ogenblik dat de Minister van Financiën door de ondertekening van een volmacht of van het leningsakkoord zelf zijn goedkeuring geeft over de toe te kennen lening.

De daartoe aan te wenden kredieten zijn vastleggingskredieten overeenkomstig artikel 7 § 2 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 3. De betaling van de leningen gebeurt middels ordonnanceringskredieten overeenkomstig voormeld artikel 7, § 2.

Art. 2.18.9 De Minister van Financiën wordt gemachtigd om, naargelang van de behoeften, een gedeelte van de niet-fiscale ontvangsten inzake het te gelde maken van activa van het Rijk, aan te wenden voor de uitgaven voor commissielonen die eigen zijn aan de totstandkoming van de overdracht van eigendomstitels.

Art. 2.18.10 Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kan de volgende bijdrage worden toegekend : PROGRAMMA 61/1 INTERNATIONALE FINANCIELE BETREKKINGEN Financiering van de Belgische bijdrage aan het « Tchernobyl Shelter Implementation Plan (SIP) ».

Art. 2.18.11 De hieronder vermelde betaalstukken worden ontheven van de vijfjarige verjaring. Ze worden opnieuw opeisbaar en betaalbaar gedurende het jaar dat volgt op de dag van het van kracht worden van deze wet.

Deze van de verjaring ontheven betaalstukken kunnen enkel het voorwerp uitmaken van een vordering tot verwijlinteresten, in de mate dat de betaling ervan plaats vond na de zestigste dag die volgt op het opnieuw indienen ervan. De betalingstermijn van zestig dagen vat ten vroegste aan op de dag van het van kracht worden van deze wet.

De uitgaven verbonden aan deze van verjaring ontheven betaalstukken worden aangerekend op de begrotingsmiddelen van het lopend begrotingsjaar van de basisallocatie 18.61.06.16.01.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Sectie 19. - Regie der Gebouwen Art. 2.19.1 De bij deze wet gevoegde begroting van de Regie der Gebouwen voor het jaar 2003 wordt goedgekeurd.

Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 472.456.146 euro en voor de uitgaven 651.760.017 euro, waarvan 4.015.994 euro overgedragen van vorige begrotingsjaren en 175.287.877 euro gedekt door de opbrengst van de verkoop van het Staatspatrimonium in 2001 en 2002. Deze cijfers zijn exclusief de ontvangsten en uitgaven veroorzaakt door investeringen verricht in het kader van privé-financieringsinitiatieven of huurcontracten op lange termijn met het oog op de terbeschikkingstelling van onroerende goederen aan de overheid. Deze verrichtingen worden geraamd op 95.453.376 euro.

De begroting bevat, bij de uitgaven, vastleggingskredieten voor een bedrag van 132.666.609 euro. De ontvangsten en uitgaven voor orde worden geschat op 2.252.500 euro.

Art. 2.19.2 De Minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen wordt ertoe gemachtigd buiten het bedrag van de vastleggingskredieten van de investerings-programma's, ingeschreven op de artikelen 533.01, 533.03, 533.04, 533.10, 533.11, 533.12, 533.13, 533.14, 536.02 en 536.11 van de begroting van de Regie der Gebouwen, verbintenissen tot huurkoop en analoge verrichtingen aan te gaan (met inbegrip van investeringen verricht door derden in het kader van privé-financieringsinitiatieven of huurcontracten op lange termijn met de bedoeling onroerende goederen ter beschikking te stellen van de overheid).

Het bedrag van deze verrichtingen wordt in 2003 beperkt tot 95.453.376 euro, bestemd voor de volgende projecten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 2.19.3 De Minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen wordt ertoe gemachtigd ten laste van de begroting van de Regie der Gebouwen de uitgaven vast te leggen en te ordonnanceren die voortvloeien uit het water- en elektriciteitsverbruik en de verwarming van de koninklijke paleizen van Brussel en Laken en de huisbewaarderswoning te Marche-les-Dames.

Art. 2.19.4 De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd uitgaven te betalen voor de eerste inrichtingswerken in gebouwen die door haar gehuurd worden ten behoeve van Staatsdiensten, van door de Staat beheerde openbare diensten en van door de Staat bezoldigd personeel.

Te dien einde int de Regie der Gebouwen provisionele voorschotten van de bezettende departementen, voorafgaand aan de betaling van deze uitgaven.

Art. 2.19.5 § 1. De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd uitgaven te betalen, van welke aard ook, die noodzakelijk zijn voor de werking van bepaalde gebouwen waarin meerdere bezetters gehuisvest zijn maar die, met het oog op een doeltreffend beheer, als entiteiten beschouwd worden (b.v. bepaalde Rijksadministratieve centra en de « Halfeeuwfeestpaleizen » te Brussel). § 2. De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd het bedrag van deze uitgaven te recupereren van de bezetters van de betrokken gebouwen.

Te dien einde int de Regie provisionele voorschotten van deze bezetters vóór de betaling van de uitgaven.

Art. 2.19.6 De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd om uitgaven ten laste te nemen voor de huurlasten van de Ministeriële kabinetten die gehuisvest zijn in Rijksgebouwen of in gehuurde gebouwen, los van hun administratie.

Deze uitgaven worden voor de Rijksgebouwen beperkt tot 49.579 euro per kabinet en voor de gehuurde gebouwen tot 99.157 euro per kabinet. De Minister van Begroting en de Minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen bepalen in gezamenlijk overleg de richtlijnen voor de verdeling en het gebruik van dit krediet.

Onder huurlasten dient uitsluitend te worden verstaan : onderhoudskosten van centrale verwarming en air-conditioning, kosten voor het reinigen van ramen, onderhoudskosten van telefooninstallaties en -centrales, van liften en andere hefinstallaties, van elektrische en veiligheidsinstallaties, van gemeenschappelijke ruimtes (alleen indien het gebouw ook bezet wordt door privé-huurders), van grasperken, parken en tuinen, beheerskosten (alleen indien het gebouw ook bezet wordt door privé-huurders), gewesttaksen en de installatie van veiligheidsapparatuur.

Art. 2.19.7 De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd tot het bedrag van de werkelijke ontvangsten te putten uit de opbrengst van de verkoop van onroerende goederen en andere onroerende verrichtingen. De opbrengst van deze verrichtingen zal gestort worden in het Financieringsfonds dat geopend werd krachtens artikel 335, § 2, van de programmawet van 22 december 1989.

De op het einde van het begrotingsjaar niet gebruikte gelden van het Financieringsfonds worden naar het volgende begrotingsjaar overgedragen en worden gevoegd bij de eigen ontvangsten van dat jaar.

In afwijking van het eerste lid wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om de opbrengst van de verkoop van gebouwen, bestemd voor renovatie en/of wederinhuring, ten belope van een door de Ministerraad te bepalen bedrag te storten in de Schatkist.

Art. 2.19.8 In afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd financieel bij te dragen tot de herstellingswerken aan het gebouw van de « ACADEMIA BELGICA » te Rome.

Art. 2.19.9 In afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om haar medewerking te verlenen aan het toezicht op de werken voor de infrastructuur van de nieuwe provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant.

Art. 2.19.10 In afwijking van artikelen 19 en 20 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om uitgaven te verrichten voor het uitvoeren van gewone en buitengewone onderhoudswerken, studies en diverse andere werken in welbepaalde gebouwen die geen eigendom zijn van de Staat, indien deze uitgaven door contracten, conventies of andere overeenkomsten expliciet ten laste van de Regie der Gebouwen gelegd worden.

Art. 2.19.11 In afwachting van een definitieve regeling in het kader van de politiehervorming met betrekking tot de huisvesting van de plaatselijke politiediensten, wordt de Regie der Gebouwen ertoe gemachtigd, in afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, staatsgebouwen geheel of gedeeltelijk een bestemming te geven ten behoeve van de plaatselijke politiediensten, zonder dat hiertoe telkens een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit is vereist. De terbeschikkingstelling ten behoeve van de lokale politiediensten dient gratis te gebeuren, op precaire basis en mits een schriftelijke overeenkomst tussen de Regie der Gebouwen en de gemeente. Vanaf de terbeschikkingstelling dient de gemeente alle eigenaarslasten en alle kosten die verband houden met de eigendom van het ter beschikking gestelde gebouw volledig ten laste te nemen.

In afwijking van hetzelfde artikel wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om het leegstaande federale gedeelte van gebouwen die gedeeltelijk bezet zijn door lokale politiediensten te verhuren in afwachting van een definitieve aankoop door de politiezone of in afwachting van een gezamenlijke verkoop. Ook vroegere rijkswachterswoningen kunnen verhuurd worden in afwachting van hun verkoop of afbraak. De verhuring kan slechts tijdelijk zijn en is in ieder geval onderworpen aan de voorwaarden voortspruitend uit het koninklijk besluit dat de overdracht van Staatsgebouwen aan de lokale politiezones zal regelen.

Art. 2.19.12 De Regie der Gebouwen wordt belast met de uitvoering van de studies en de controle van de werken voor de oprichting van de vier vleugels van het zogenaamde "gebouw Z" van de NAVO (NACISA). Zij mag daarvoor de sommen aanwenden afkomstig van de verkoop van het terrein gelegen naast het huidig NAVO-hoofdkwartier te Evere, evenals de sommen voorzien voor dit project in het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de sommen ertoe voorzien door de NAVO. Art. 2.19.13 De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd uitgaven te verrichten voor de beveiliging van de koninklijke domeinen van Laken, Belvédère, Stuyvenberg, Ciergnon en Châteauneuf.

Art. 2.19.14 In afwijking van artikel 2 van de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, wordt de Regie der Gebouwen gemachtigd om de kosten van de huisvesting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen ten laste te nemen.

Sectie 21. - Pensioenen Art. 2.21.1 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar of in voorkomend geval op de kredieten van de organieke fondsen in de hiernavolgende gevallen : 1) Burgerlijke, kerkelijke en militaire pensioenen : - Rustpensioenen, voorschotten op deze pensioenen en aanverwante voordelen : - aan het personeel van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, van De Post, van de Regie voor Maritiem Transport, van het Rijks- en Gemeenschapsonderwijs, van de magistraten en de pleitbezorgers; - aan de bedienaars van de erediensten; - aan het personeel van leger en ex-rijkswacht; - aan de gewezen leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika; - aan het personeel van het provinciaal, gemeentelijk en vrij gesubsidieerd onderwijs. - Overlevingspensioenen en -renten, voorschotten op deze pensioenen of renten en aanverwante voordelen aan de rechthebbenden van de gewezen personeelsleden van de kaders in Afrika. - Overdrachten van bijdragen door de Staat te verrichten in toepassing van de wet van 5 augustus 1968 tot vaststelling van een zeker verband tussen de pensioenstelsels van de openbare sector en die van de privé-sector; terugbetalingen van ten onrechte geïnde overdrachten. - Overdrachten van pensioenbedragen aan de Europese Gemeenschap in toepassing van de wet van 21 mei 1991 tot vaststelling van een zeker verband tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht. - Als pensioen geldende hulpgelden. - Kinderbijslagen aan de gewezen leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika. - Bedragen ter beschikking te stellen van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers om het hem mogelijk te maken, in uitvoering van artikel 101, 2° tot 4°, van de teksten der wet van 4 augustus 1930 betreffende de gezinsvergoeding voor loontrekkenden, voor rekening van het Rijk de uitbetalingen te verzekeren van de kinderbijslag betreffende het lopend jaar en de voorgaande jaren alsook de dekking van de bestuurskosten van deze uitbetaling met inbegrip van de verzendingskosten van de postassignaties. 2) Oorlogspensioenen en -renten. - Invaliditeitspensioenen van de militairen uit vredestijd en hun rechthebbenden. Renten verbonden aan de nationale orden. - Renten voor het lichamelijk leed overkomen aan de burgerlijke en militaire personeelsleden van de Technische Samenwerking naar aanleiding of ten gevolge van onlusten, oproer of burgeroorlog. - Vergoedingspensioenen aan de militaire invaliden van vredestijd en gelijkgestelden alsmede aan hun rechthebbenden. - Pensioenen, toelagen en renten toegekend aan de militaire slachtoffers van de oorlog 1914-1918 en aan hun rechthebbenden. - Pensioenen, toelagen en renten toegekend aan de militaire slachtoffers van de oorlog 1940-1945 of ermede gelijkgestelden, alsook aan de rechthebbenden van deze personen. - Renten aan de verplicht ingelijfden bij het Duitse leger. - Renten, vergoedingen, voorschotten op renten en vergoedingen, alsmede verwijlinteresten aan de slachtoffers van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte in de overheidssector alsook aan hun rechthebbenden. - Kinderbijslagen aan de groot-invaliden en aan de weduwen van militairen van vredestijd. - Kinderbijslagen aan de groot-invaliden en aan de weduwen van de oorlog 1940-1945. - Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de uitkering te verzekeren van de pensioenen, renten, toelagen en vergoedingen voor burgerlijke oorlogsslachtoffers van 1914-1918 en van hun rechthebbenden. - Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de uitkering te verzekeren van de pensioenen, renten, toelagen en vergoedingen voor burgerlijke oorlogsslachtoffers van 1940-1945 en van hun rechthebbenden. - Sommen ter beschikking te stellen van de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen teneinde de toepassing te verzekeren van de wet van 6 juli 1964 waarbij de toepassing van de wetten betreffende de herstelpensioenen van de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden wordt uitgebreid tot de gevolgen van sommige feiten die zich hebben voorgedaan op het grondgebied van Kongo (Kinshasa), van Rwanda en van Burundi. - Renten toegekend aan de zeevissers voor in oorlogstijd bewezen diensten. - Uitvoering van het Belgisch-Duits akkoord van 21 september 1962 betreffende de vergoeding van de oorlogsslachtoffers. 3) Sociale pensioenen. - Dotatie aan de Rijksdienst voor pensioenen met het oog op de financiering van de uitgaven voortvloeiend uit de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden en uit de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.

Art. 2.21.2 De volgende uitgaven mogen vereffend worden bij middel van geldvoorschotten waarvan het maximumbedrag een derde van de kredieten toegekend aan elk ordonnancerend Ministerie, niet mag overschrijden.

De uitgaven op de kredieten met betrekking tot : - Voorlopige militaire pensioenen, hulpgelden, renten en diverse toelagen; - Hulpgelden toegekend bij ontstentenis van pensioen aan gewezen magistraten, ambtenaren, beambten, personeelsleden zonder benoeming of loontrekkenden uit de tijdelijke of de vaste kaders evenals aan gewezen leden van het hulppersoneel, aan hun weduwen of aan de leden van hun gezin, die in benarde toestand verkeren en waarvan zij de steun waren, om het even of er alimentatieplicht of niet bestond; - Hulpgelden toegekend in uitzonderlijke omstandigheden aan die personen die slechts een pensioen of een als pensioen geldend wachtgeld van gering bedrag hebben bij toepassing van artikel 29 van het koninklijk besluit van 30 maart 1939 betreffende de terbeschikkingstelling van het Rijkspersoneel (met inbegrip in voorkomend geval van de toekenning aan de rechthebbenden van een compensatievergoeding gelijk aan het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van het overlevingspensioen en het pensioen, of van het voorschot toegekend aan de rechthebbende van de overleden militair of het oorlogsslachtoffer en de 75 % activiteitswedde waarvan het overleden personeelslid normaal het genot zou gehad hebben en van een compensatievergoeding aan de gewezen personeelsleden van de Identificatiedienst van de Brusselse agglomeratie en aan hun rechthebbenden gelijk aan het verschil tussen het rust- of het overlevingspensioen toegekend door de Rijksdienst voor Pensioenen) : - Justitie - Binnenlandse Zaken - Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking - Middenstand en Landbouw - Economische Zaken - Tewerkstelling en Arbeid - Sociale Zaken - Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden en ex-Ministeries van Onderwijs/Education.

De hulpgelden, toegekend als aanvulling van een gering pensioen of wachtwedde, zullen maandelijks uitbetaald worden. Alleen de vereffening van de eerste termijn zal geschieden mits voorafgaand visum van het Rekenhof op overlegging van het koninklijk of ministerieel toekenningsbesluit.

Art. 2.21.3 In toepassing van artikel 61 van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, wordt het overschot van de opbrengst van de persoonlijke bijdrage voor de financiering van de overlevingspensioenen geregistreerd bij het Fonds voor Overlevingspensioenen (organiek fonds van programma 1 van afdeling 51), aangewend voor de financiering van de uitgaven inzake de rustpensioenen van het Rijkspersoneel, van het leger, van de ex-rijkswacht en van het onderwijs.

Dit overschot wordt geschat op 138.878.000 euro voor het begrotingsjaar 2003.

Art. 2.21.4 De Schatkist wordt ertoe gemachtigd voorschotten te verlenen indien de lopende rekeningen van de Schatkistverrichtingen 80.07.02.00.B (toelagen in verband met arbeidsongevallen voor het personeel van sommige instellingen van openbaar nut), 82.01.02.60.B (pensioenen van het gemeentepersoneel - Gemeenschappelijk regime), 82.01.03.61.B (pensioenen voor het gemeentepersoneel - stelsel van de nieuw aangeslotenen), 86.08.12.30 (pensioenen ten laste van openbare instellingen die een conventie met de Belgische Staat hebben afgesloten) en 82.02.05.66.B (pensioenen ten laste van de verschillende machten of instellingen die via een voorzorgsinstelling een conventie met de Belgische Staat hebben afgesloten) zich in debettoestand bevinden.

Art. 2.21.5 De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen, wanneer de rekening van het fonds "Pool der parastatalen" (organiek fonds van programma 5 van de afdeling 51), zich in debettoestand bevindt.

Art. 2.21.6 De vereffening van de begrafenisvergoedingen ten laste van de basisallocatie 12.34.25 van afdeling 51 toegekend in toepassing van artikel 6 van de wet van 30 april 1958, ten gunste van de rechthebbenden van de gepensioneerde Rijksambtenaren, gebeurt op fondsvoorschotten overeenkomstig artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof. In afwijking van voormelde wet van 29 oktober 1846 mag het voorschot maximum 991.600 euro bedragen.

Art. 2.21.7 De Minister van Financiën kan voorschotten toestaan op de vergoeding bedoeld bij artikel 6 van de wet van 30 april 1958 tot instelling van een begrafenisvergoeding ten gunste van de rechthebbenden van gepensioneerde Rijksambtenaren.

Art. 2.21.8 De orderekening van de thesaurie waarop de lasten van de nieuwe rust- en overlevingspensioenen van de diensten van de geïntegreerde politie vanaf 1 april 2001 worden aangerekend, mag een debetsaldo ten belope van 130.000 euro vertonen.

Art. 2.21.9 In afwijking van het artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt het organiek fonds « Fonds voor Overlevingspensioenen » gemachtigd in de loop van het begrotingsjaar een debettoestand te vertonen welke het bedrag van 200 miljoen euro niet mag overschrijden in vastleggingen noch in ordonnanceringen.

Art. 2.21.10 De opbrengst van de in artikel 68 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen bedoelde afhouding welke overeenkomstig artikel 68ter , § 5, van dezelfde wet wordt gestort in het Fonds voor het Evenwicht van de pensioenstelsels, wordt aangewend voor de uitbetaling van de rustpensioenen en aanverwante voordelen van : - het overheidspersoneel en het personeel van het onderwijs van de Gemeenschappen; - het personeel van de zelfstandige openbare inrichtingen; - de gewezen Regie voor Maritiem Transport; - De POST; - de bedienaars der erediensten; - het leger; - de gewezen kaders in Afrika; - het gesubsidieerd officieel onderwijs; - het gesubsidieerd vrij onderwijs; evenals van de overlevingspensioenen van de rechthebbenden van de gewezen kaders in Afrika.

Sectie 23. - FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Art. 2.23.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten worden verleend : 1) tot een maximumbedrag van 18.600 euro, aan de rekenplichtigen van het Departement, andere dan die bedoeld onder 2, 3, 4, 5, 6 en 7 hierna, die gemachtigd worden, door middel van deze voorschotten, uitgaven te betalen welke 2.500 euro niet overschrijden; 2) tot een maximumbedrag van 12.400 euro, aan de rekenplichtige van de Sociale Dienst, die gemachtigd wordt, door middel van deze voorschotten, uitgaven te vereffenen, voorzien voor de sociale acties in het programma 40/0 - "Secretariaat-generaal en Administratie van de algemene diensten en de communicatie - bestaansmiddelen", en welke ook het bedrag ervan weze; 3) tot een maximumbedrag van 372.000 euro, aan de rekenplichtige van het Departement - Administratie van de algemene diensten en de communicatie, met het oog op de uitbetaling - eventueel door middel van voorschotten - van de schuldvorderingen die 5.500 euro, exclusief BTW, niet overschrijden, en wat ook het bedrag moge zijn, van de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit en de kosten van telefoon; 4) tot een maximumbedrag van 310.000 euro, aan de rekenplichtige belast met het financieren van opdrachten, die gemachtigd wordt de nodige voorschotten ter beschikking te stellen van de personen belast met een opdracht in het buitenland; deze voorschotten zullen onder andere dienen om forfaitair hun geringe uitgaven te betalen; 5) tot een maximumbedrag van 99.200 euro aan de rekenplichtige van de Dienst sociale bilaterale samenwerking, die gemachtigd wordt de schuldvorderingen te betalen met betrekking tot de delegaties die, in het kader van de sociale bilaterale samenwerking, in België verblijven, alsook de forfaitaire vergoedingen toegekend aan deze delegaties en aan het personeel van het departement en van openbare instellingen die hen vergezellen; 6) tot een maximumbedrag van 120.000 euro aan de rekenplichtige van de Administratie van de inspectie van de sociale wetten, die wordt gemachtigd door middel van deze voorschotten, tot het betalen van de bedragen nodig voor de interne frankering van de verzendingen van het hoofdbestuur en de buitendiensten; 7) tot een maximumbedrag van 74.400 euro aan de rekenplichtigen belast met het verrichten van uitgaven in het kader van het activiteitenprogramma 40/6 - Federale Belgische publieke bijdrage aan het Europees Sociaal Fonds-, wat ook het bedrag van deze uitgaven moge zijn.

Art. 2.23.2 Ten behoeve van de uitgaven van het organiek begrotingsfonds "Belgisch Europees Sociaal Fonds" (programma 56/9) kunnen aan de bevoegde rekenplichtige geldvoorschotten toegekend worden, zoals bedoeld bij artikel 15, 2°, van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof. Deze voorschotten zijn elk afzonderlijk aan geen maximumbedrag onderworpen, behalve wat de programmatie 1994-1999 betreft, waarvoor zij de beschikbare variabele kredieten niet mogen overschrijden.

Art. 2.23.3 Binnen de perken van de desbetreffende basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/0 - SECRETARIAAT-GENERAAL EN ADMINISTRATIE VAN DE ALGEMENE DIENSTEN EN DE COMMUNICATIE - BESTAANSMIDDELEN 1) Toelage aan de Personeelsvereniging van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid. 2) Toelage aan de V.Z.W. Kinderopvang van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.

PROGRAMMA 40/1 - INTERNATIONALE SAMENWERKING - Deelneming aan het programma voor de uitwisseling van sociale werkers der Verenigde Naties. - Toelage aan de Internationale Arbeidsorganisatie ten titel van vrijwillige bijdrage van de Belgische regering voor een programma of een specifieke actie in de domeinen van kinderarbeid, of bevordering van de werkgelegenheid, of van de sociale dialoog en het collectief overleg, of de arbeidsadministratie, of de sociale bescherming en de sociale economie. - Deelneming in de uitvoering van de initiatieven betreffende de bilaterale sociale samenwerking opgezet door de Internationale Arbeidsorganisatie of met een derde land. - Subsidies aan internationale organisaties (IAB, Raad van Europa, Europese organisaties,...), aan erkende of geaggregeerde niet-gouvernementele organisaties, aan Belgische onderzoeksinstituten. - Financiële bijdragen aan tussenkomsten van kleine omvang via de N.V. Belgische Technische Coöperatie.

PROGRAMMA 40/2 - STUDIES - Verlenen van toelagen ter aanmoediging van activiteiten in het raam van de opdrachten van het Departement.

PROGRAMMA 40/3 - STRIJD TEGEN DE DIGITALE KLOOF - Toelage aan een overheidsbedrijf voor de strijd tegen de digitale kloof.

PROGRAMMA 40/5 - GELIJKE KANSEN VOOR VROUWEN EN MANNEN 1) Subsidies aan organisaties die (mede) als doelstelling hebben gelijke kansen tussen vrouwen en mannen te bevorderen, voor projecten die gericht zijn op : - verandering van situaties waarin sprake is van een onrechtvaardig verschil in behandeling tussen mannen en vrouwen; - verandering in maatschappelijke structuren en verhoudingen die belemmeringen en/of achterstanden ten opzichte van vrouwen veroorzaken; - een mentaliteitsverandering ten aanzien van het traditioneel man-vrouw rollenpatroon; - de bewustwording van de vrouw en/of groepen van vrouwen ten opzichte van de rol en de positie van de vrouw, en het stimuleren van de maatschappelijke participatie van de vrouw; - een fundamentele reflexie betreffende de man-vrouw verhoudingen, resulterend in veranderingsstrategieën. 2) Subsidie aan de V.Z.W. Centrum voor Vrouwen "DE AMAZONE", met inbegrip van de tussenkomst ten gunste van de V.Z.W. Archiefcentrum voor Vrouwengeschiedenis en de huur aan de Regie der Gebouwen. 3) Subsidie aan de V.Z.W. « Sophia ». 4) Subsidie aan de « Conseil des Femmes francophones de Belgique A.S.B.L. ». 5) Subsidie aan de Nederlandstalige Vrouwenraad V.Z.W.. 6) Dotatie aan het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. PROGRAMMA 40/6 - FEDERALE BELGISCHE PUBLIEKE BIJDRAGE AAN HET EUROPEES SOCIAAL FONDS - Verlenen van subsidies aan private instellingen. - Verlenen van subsidies aan publieke instellingen.

PROGRAMMA 40/9 - STEUN AAN ONTHAALCENTRA - Verlenen van een subsidie aan drie onthaalcentra gespecialiseerd inzake de strijd tegen de mensenhandel, met name : - centrum Sürya - centrum Pag-Asa - centrum Payoke.

PROGRAMMA 51/1 - SOCIAAL OVERLEG EN SOCIALE BEMIDDELING - Toelage aan de Nationale Arbeidsraad.

PROGRAMMA 52/1 - ACTIES TEN GUNSTE VAN DE SOCIALE, MORELE EN INTELLECTUELE PROMOTIE VAN DE WERKNEMERS 1) Allerlei uitgaven in verband met de toekenning van de prijzen van de Hoge Raad voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen en van de Administratie van de arbeidsveiligheid.2) Toelage aan het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid.3) Toelage aan de representatieve werknemersorganisaties bedoeld bij artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.4) Subsidies aan private organisaties teneinde de activiteiten te ondersteunen die de doelstelling van de humanisering van de arbeid nastreven.5) Subsidies aan publieke organisaties teneinde de activiteiten te ondersteunen die de doelstelling van de humanisering van de arbeid nastreven. PROGRAMMA 54/1 - CONTROLE, REGLEMENTERING EN AANMOEDIGING VAN DE ARBEIDSVEILIGHEID - Toelage aan de Vereniging van diensthoofden voor veiligheid en hygiëne van België.

PROGRAMMA 55/1 - REGLEMENTERING EN CONTROLE - AANMOEDIGING VAN DE HYGIENE IN DE WERKPLAATSEN EN VAN DE GEZONDHEID DER WERKNEMERS - Verlenen van financiële hulp aan de wetenschappelijke verenigingen voor arbeidsgeneeskunde en aan de beroepsorganisaties van de arbeidsgeneesheren voor hun werking, studievergaderingen, onderzoeken en publicaties in het raam van de gezondheidspolitiek ten bate van de werknemers en ter behartiging van de arbeidsgeneeskunde.

PROGRAMMA 56/3 - BRUGPENSIOENEN 1) Toelage aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van de ondernemingen ontslagen werknemers om de uitgaven te dekken voor het toekennen van een aanvullende vergoeding aan bruggepensioneerde werknemers in 1993 van de douane- en expeditiekantoren.2) Toelage aan het Fonds voor Bestaanszekerheid van de sector van de Koopvaardij teneinde aanvullende uitkeringen te betalen aan de bruggepensioneerden van de sector. Art. 2.23.4 Forfaitaire vergoedingen kunnen worden toegekend aan de leden van de delegaties die in België verblijven in het kader van de bilaterale sociale samenwerking evenals aan het personeel van het Departement en van de instellingen van openbaar nut die onder zijn voogdij staan, dat hen vergezelt, teneinde hun geringe uitgaven te dekken.

Tot een door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid vastgesteld bedrag kunnen de betrokken sociale partners een terugbetaling bekomen van de theoretische en praktische vormingen die ze organiseren in het kader van de bilaterale sociale samenwerking.

Art. 2.23.5 De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening wordt gemachtigd gedurende het lopende begrotingsjaar, het beschikbare saldo van vorige jaren te gebruiken om de uitgaven te dekken inherent aan de betaling van de wachtgelden aan de werknemers die getroffen worden door sommige sluitingen van ondernemingen en van vertrekpremies aan ontslagen werknemers van steenkoolmijnen (BA 56/60 42.13).

Art. 2.23.6 In afwijking van het artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt het organiek fonds "Belgisch Europees Sociaal Fonds" gemachtigd een debettoestand te vertonen in vastlegging en in ordonnancering, welke het bedrag van 7.436.000 euro niet mag overschrijden.

Art. 2.23.7 In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij onderhavige wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren met betrekking tot het Nationaal onderzoeksinstituut voor arbeidsomstandigheden worden aangezuiverd.

Art. 2.23.8 In afwijking van het artikel 45, § 2 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt een gedeelte van de beschikbare middelen van het organiek begrotingsfonds « Fonds gespijsd met de opbrengst van de verminderingen van de werkgeversbijdragen waarop sommige werkgevers van de openbare sector aangesloten bij de R.S.Z. aanspraak kunnen maken » - programma 23.56.5 activiteit 0 -, geaffecteerd aan het « Terugvorderingsfonds voor de openbare non-profitsector, bedoeld in artikel 71, 3), van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen » - programma 23.56.5 activiteit 2.

Art. 2.23.9 Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid tot herverdeling van de personeelskredieten, volgens de modaliteiten bepaald in artikel 1.01.3, § 2 van de Algemene uitgavenbegroting wordt de Minister van Werkgelegenheid gemachtigd, mits het akkoord van de Minister van Begroting wordt verleend, herverdelingen te verrichten tussen de basisallocaties 23.40.50.11.03, 23.40.50.11.04 en de basisallocatie 23.40.50.41.05.

Sectie 24. - FOD Sociale Zekerheid Art. 2.24.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximum bedrag van 744.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement, met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen aangaande alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard die 7.000 euro niet overschrijden, en welk ook het bedrag moge zijn, van de verbruikskosten van water, van gas en van electriciteit, de kosten van telefoon, portkosten en de verbruikskosten van stookolie en brandstof van autovoertuigen, alsmede de voorschotten verleend aan ambtenaren en experten belast met opdrachten.

Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 3.000 euro bedragen.

De betaling van de erelonen van experten uit het buitenland en van de kosten voortspruitend uit regelingen met vreemde landen, mag eveneens per geldvoorschot gebeuren, welke ook het bedrag ervan zij.

Art. 2.24.2 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : - Allerlei kosten (huurlasten, personeel, verbruiksuitgaven, enz.) verbonden aan de werking van de Ministeriële kabinetten. - Uitgaven met betrekking tot de presentiegelden en vergoedingen voor reis- en verblijfkosten toegekend aan de voorzitters en de leden van de Raden en Commissies ingesteld bij het departement.

PROGRAMMA 55/2 - GEHANDICAPTEN Betaling aan de gehandicapten bij toepassing van de wet van 27 februari 1987 van de vergoedingstermijnen waarvan het recht in de loop van de voorgaande jaren werd erkend en die, om de een of andere reden, ten laste van de voor deze begrotingsjaren uitgetrokken kredieten, niet konden worden vereffend.

Art. 2.24.3 De Schatkist wordt ertoe gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de verrichtingen in verband met de rekening 87.02.05.14 B van de Ordeverrichtingen van de Thesaurie - Aan de Schatkist overgemaakte gelden voor de uitkering van renten, pensioenen of tegemoetkomingen aan in België verblijvende personen die, overeenkomstig de gesloten internationale akkoorden, gerechtigd zijn op de voordelen van buitenlandse sociale wetgevingen - een debettoestand van deze rekening veroorzaken.

Art. 2.24.4 De kredieten voor allerhande uitgaven van de Sociale Dienst zullen mogen aangewend worden in de vorm van een toelage aan de V.Z.W. "Sociale Dienst van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu".

Art. 2.24.5 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN VAN HET BESTUUR INFORMATIE EN STUDIEN 1) Forfaitaire toelagen aan organismen, instellingen, verenigingen en groeperingen die door de studie, de informatie of door andere activiteiten van sociale aard deelnemen aan de bevordering van de sociale vooruitgang.2) Toelagen voor studies, onderzoeken, studiedagen, deelnemingen, diverse tussenkomsten, informatie en propaganda betreffende de verschillende takken van de sociale zekerheid. PROGRAMMA 52/0 - BESTAANSMIDDELEN VAN HET BESTUUR VAN DE SOCIALE ZEKERHEID Lidmaatschapsbijdrage aan de Internationale Vereniging inzake sociale zekerheid (Association internationale de la sécurité sociale).

Coöperatie - akkoord.

PROGRAMMA 59/1 - OORLOGSGETROFFENEN Toelagen ter ondersteuning van de sociale actie van bepaalde federaties en werken ten gunste van de oorlogsslachtoffers en hun rechthebbenden.

Art.2.24.6 De Schatkist wordt ertoe gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de verrichtingen in verband met de basisallocatie 55.22.3406 - betaling van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap in uitvoering van de wet van 27 februari 1987 - een debettoestand zouden veroorzaken.

Sectie 25. - FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Art. 2.25.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximum bedrag van 744.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement, met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen aangaande alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard die 7.000 euro niet overschrijden, en welk ook het bedrag moge zijn, van de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, de kosten van telefoon, portkosten en de verbruikskosten van stookolie en brandstof van autovoertuigen, alsmede de voorschotten verleend aan ambtenaren en experten belast met opdrachten.

Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren van de Eetwareninspectie voor het nemen van monsters. Deze voorschotten zijn beperkt tot een bedrag van 2.000 euro.

Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 3.000 euro bedragen.

De betaling van de erelonen van experten uit het buitenland en van de kosten voortspruitend uit regelingen met vreemde landen, mag eveneens per geldvoorschot gebeuren, welke ook het bedrag ervan zij.

Art. 2.25.2 De uitgaven van alle aard tot verzorging van de rechthebbenden bedoeld bij de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, mogen per geldvoorschot gebeuren, welke ook het bedrag ervan zij, en zulks binnen de perken van het tarief bedoeld bij artikel 4 van het koninklijk besluit van 24 januari 1969.

Art. 2.25.3 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : - Allerlei kosten (huurlasten, personeel, verbruiksuitgaven, enz.) verbonden aan de werking van de Ministeriële kabinetten. - Uitgaven met betrekking tot de presentiegelden en vergoedingen voor reis- en verblijfkosten toegekend aan de voorzitters en de leden van de Raden en Commissies ingesteld bij het departement.

PROGRAMMA 51/1 - HOSPITALISATIES Staatstussenkomst in de lasten die uit het beheer der ziekenhuizen voortspruiten, met uitsluiting van de ten gunste van de universitaire ziekenhuizen voorziene supplementen.

Staatstussenkomst in de prijs per dag verpleging in de Universitaire ziekenhuizen, ingevolge de toepassing van artikel 102 van de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen en in de kosten van de prestaties geleverd door de geneeskundige staf van de universitaire ziekenhuizen welke geen aanleiding geven tot tussenkomst van de verzekerings organismen.

Staatstussenkomst in de verblijfprijs van de psychiatrische verzorgingstehuizen en het beschut wonen.

PROGRAMMA 51/2 - DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULP Uitgaven met betrekking tot de nutteloze ritten.

PROGRAMMA 51/3 - GENEESKUNDE-PRAKTIJK De uitgaven in verband met de realisatie en verspreiding van de "Folia Diagnostica".

PROGRAMMA 56/1 MEDISCH BEHEER DER OPENBARE DIENSTEN Uitgaven van alle aard tot verzorging van de rechthebbenden bedoeld bij de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeids-ongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten in de overheidssector.

Art. 2.25.4 De kredieten voor allerhande uitgaven van de Sociale Dienst zullen mogen aangewend worden in de vorm van een toelage aan de V.Z.W. "Sociale Dienst van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu".

Art. 2.25.5 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/7 - INTERNATIONALE BETREKKINGEN INZAKE ONDERZOEK, VORMING EN BIJDRAGEN AAN INTERNATIONALE ORGANISMEN Lidmaatschapsbijdragen aan internationale organisaties in het domein van de volksgezondheid.

Bijdragen bedoeld om vergaderingen in België tussen experten van internationale organisaties over onderwerpen van volksgezondheid en leefmilieu rechtstreeks te financieren.

PROGRAMMA 51/2 - DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULP Toelagen inzake dringende geneeskundige hulpverlening, alsmede toelagen in het kader van de opleiding van ambulanciers.

Toelage aan het Rode Kruis van België inzake dringende geneeskundige hulpverlening.

PROGRAMMA 51/3 - ORGANISATIE GENEESKUNDEPRAKTIJK Toelagen aan profylactische en sanitaire organismen als tussenkomst in studiedagen op het vlak van de geneeskundepraktijk.

Toelagen voor de realisatie en verspreiding van de Folia Diagnostica.

Toelagen aan de centra voor huisartsengeneeskunde.

Toelagen aan huisartsen en aan groepspraktijken, betreffende de modernisering van de medische praktijk.

Toelage aan twee representatieve wetenschappelijke huisartsenverenigingen.

Toelagen voor projecten in ziekenhuizen of in verzorgingsinstellingen in het kader van de herwaardering van het beroep van verpleegkundige.

PROGRAMMA 51/6 - MEDISCH-SOCIALE VOORZORG Toelagen voor het aanmoedigen van initiatieven genomen in verband met studiedagen en informatieverspreiding aangaande volksgezondheid.

Toelagen voor de financiering van het bijhouden van het nationaal kankerregister door het Belgisch Werk tegen de Kanker.

PROGRAMMA 53/1 EETWAREN INSPECTIE Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van de levensmiddelenhygiëne.

Toelagen ter ondersteuning van het beleid op vlak van eetwarenreglementering en/of eetwaren-inspectie.

PROGRAMMA 53/2 - TOEZICHT OP DE COMMERCIALISERING VAN GENEESMIDDELEN Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van de farmacie.

PROGRAMMA 53/8 - DIERENWELZIJN Toelagen aan organisaties die zich actief bezighouden met het dierenwelzijn.

PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELEN Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.

PROGRAMMA 54/2 - ACTIES VAN HET FONDS VOOR DE PRODUCTEN EN DE BESCHERMING VAN PLANTEN EN PLANTAARDIGE PRODUCTEN Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.

PROGRAMMA 55/0 - BESTAANSMIDDELEN Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.

PROGRAMMA 55/2 - ACTIES VAN HET FONDS VOOR DE GEZONDHEID EN DE PRODUCTIE VAN DE DIEREN Toelage voor het Belgisch Comité der Internationale Zuivelfederatie.

PROGRAMMA 57/1 - LEEFMILIEUBELEID Toelagen voor de wetenschappelijke samenwerking met bepaalde instellingen aangaande het radiologisch toezicht op het grondgebied, de strijd tegen de vervuiling, en de veiligheid bij de risico-industrieën.

Toelagen voor de wetenschappelijke samenwerking aangaande het grensoverschrijdend transport van industriële afvalstoffen.

Steunverlening/subsidies aan nationale en internationale verenigingen/organisaties m.b.t. het leefmilieu :toelagen voor initiatieven m.b.t colloquia en bewustmakingscampagnes, in verband met studiedagen en informatieverspreiding aangaande de sensibilisering van de problemen omtrent het leefmilieu, voor de wetenschappelijke samenwerking met bepaalde internationale instellingen/organisaties +structurele financiering van het NGO-platform bestaande uit de 4 Belgische NGO-koepels voor het leefmilieu, als contactpunt voor hun leden op het vlak van de coördinatie van het federaal, internationaal en Europees milieubeleid (BBL/BRAL/I.E.B/I.E.W) PROGRAMMA 58/1 - RESEARCH - NATIONAL DEVELOPMENT Financieren van het Nationaal Register voor Genetisch Onderzoek door het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid van de K.U.L. Financieren van het voortzetten van het wetenschappelijk onderzoek naar de werking van geneesmiddelen tegen AIDS. Toelagen aan profylactische en sanitaire organismen als tussenkomst in studiedagen met betrekking tot het ziekenhuisbeleid.

Subsidies aan de prospectieve studies naar allergische verschijnselen bij pasgeborenen.

Subsidies ter aanmoediging van initiatieven genomen in het kader van de Sociale Geneeskunde, zoals daar zijn initiatieven betreffende de kanker, de genetica, het AIDS-syndroom en de gehandicaptenproblematiek overeenkomstig de wet van 8 augustus 1980, artikel 5, § 1, 2°.

Nationale toelage aan het Fonds voor geneeskundig wetenschappelijk onderzoek.

Beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en internationale uitwisseling van gegevens inzake recente ontwikkelingen en problemen op het vlak van profylaxis, hygiëne, levensmiddelenhygiëne en farmacie.

Toelagen aan de V.Z.W. « NUBEL » als tussenkomst voor het opstellen van de Belgische voedingsmiddelentabel.

Subsidies aan OIVO. PROGRAMMA 58/4 - WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID LOUIS PASTEUR (EX INSTITUUT PASTEUR) Toelagen in het kader van contracten of conventies gesloten met universitaire centra, andere wetenschappelijke instellingen, instellingen van openbaar nut of studiediensten, verleend door het Instituut Pasteur om onderzoeken of enquêtes voor, of in samenwerking met, het Instituut Pasteur uit te voeren.

Art. 2.25.6 De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 53/2 - activiteiten 3, 4 en 5, voor toepassing van de wet op de geneesmiddelen (wet van 5 januari 1976, art. 152), mogen per geldvoorschot gebeuren.

In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen hiervoor geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 248.000 euro worden verleend aan de hiervoor aangestelde buitengewone rekenplichtigen van het Departement met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die niet meer dan 3.000 euro bedragen.

Art.2.25.7 De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren in het kader van de Staatstussenkomst voor de psychiatrische verzorgingstehuizen en de erkende instellingen voor beschermd wonen mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar.

Art. 2.25.8 Goedgekeurd wordt de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 2003 van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.

Deze begroting beloopt 175.061.900 euro voor de ontvangsten en 175.061.900 euro voor de uitgaven.

Art. 2.25.9 Er wordt een cel "medisch toezicht en evaluatie" opgericht teneinde te kunnen beantwoorden aan de vragen van de bevolking of de professionelen en de nodige maatregelen te kunnen nemen in geval van crisis aangaande de volksgezondheid. De basisallocatie 51.33.1201 kan in geval van ramp verhoogd worden door herverdeling van kredieten "12.01" via een koninklijk besluit.

Art. 2.25.10 Het krediet ingeschreven op het programma 51/9 mag, na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's door middel van een koninklijk besluit.

Art. 2.25.11 Een basisallocatie 33.10 wordt in het programma 51/7 ingevoegd zodat een overdracht van kredieten naar de bloedtransfusiecentra voor de financiering van de NAT-testen, in het kader van het opsporings beleid van HIV en HCV-virussen door midden van NAT-test wordt toegelaten.

Art. 2.25.12 In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen herverdelingen van de kredieten tussen basisallocatie 53.42.4141 en de basisallocaties 1103 en 1104 van de sectie 25 van de begroting worden uitgevoerd.

Art. 2.25.13 De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 54/2 « Acties van het Fonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten », mogen per geldvoorschot gebeuren.

In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen hiervoor geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 125.000 euro worden verleend aan de hiervoor aangestelde buitengewone rekenplichtigen van de FOD met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen die 5.000 euro niet overschrijden.

Art. 2.25.14 Ten behoeve van de uitgaven van het organiek begrotingsfonds « Fonds voor de grondstoffen » (programma 54/1) kunnen aan de bevoegde buitengewone rekenplichtige geldvoorschotten toegekend worden, zoals bedoeld bij artikel 15, 2°, van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof. Deze voorschotten mogen elk afzonderlijk de 125.000 euro niet overschrijden.

Art. 2.25.15 In afwijking van artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag over het tegoed van het organiek fonds « Fonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten » (programma 54/2) door tussenkomst van de Minister van Financiën worden beschikt.

Art. 2.25.16 In afwijking van artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag over het tegoed van het organiek fonds « Fonds van de gezondheid en de productie van de dieren » (programma 55/2) door tussenkomst van de Minister van Financiën worden beschikt.

Art. 2.25.17 In afwijking van artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, kan een deel van de reserves van het organiek fonds « Fonds voor de schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis » (programma 55/3) toegewezen worden aan het organiek fonds « Fonds voor de gezondheid en de productie van de dieren » (programma 55/2).

Art. 2.25.18 In afwijking van artikel 45 § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, kunnen de ontvangsten van het organiek fonds « Fonds voor de schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis » (programma 55/3) toegewezen worden aan het organiek fonds « Fonds voor de gezondheid en de productie van de dieren » (programma 55/2) tot een maximumbedrag van 8,5 miljoen euro.

Art. 2.25.19 In afwijking van artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, en van artikel 82 van de wet van 24 december 1976 betreffende de begrotingsvoorstellen 1976-1977, worden de ontvangsten van het « Fonds voor de grondstoffen » (programma 54/1) van bestemming veranderd ten belope van een bedrag van 12.500 euro dat gevoegd wordt bij de algemene middelen van de Schatkist.

Sectie 31. - Ministerie van Middenstand en Landbouw Art. 2.31.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden : - tot een maximumbedrag van 1.000.000 EUR aan de buitengewone rekenplichtige van de Nationale Plantentuin van België.

Sectie 32. - FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Art. 2.32.1 § 1. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen geldvoorschotten verleend worden : - tot een maximumbedrag van 1.250.000 euro aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement; - tot een maximumbedrag van 1.500.000 euro aan de buitengewone rekenplichtige van de Directie Logistiek en de buitengewone rekenplichtige verantwoordelijk voor de kredieten van het GBCS. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 5.500 euro betalen (voor wat betreft de buitengewone rekenplichtige verantwoordelijk voor het GBCS mogen ze de 37.500 euro niet overschrijden), alsmede de vergoedingen van alle aard welke op de begroting verleend worden.

Aan de buitengewone rekenplichtige van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen, zelfs indien deze voorschotten 5.500 euro overtreffen.

Aan de bevoegde buitengewone rekenplichtigen, aangeduid in het kader van de deelneming van België aan internationale tentoonstellingen, mogen geldvoorschotten worden verleend tot op het niveau van de hiertoe voorziene begrotingskredieten en tot op het niveau van de hiertoe beschikbare variabele kredieten op het Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen. § 2. Aan de door de Minister aangeduide Penningmeesters bij de Internationale Tentoonstellingen mogen, binnen de begrotingskredieten, met het oog op het verrichten van uitgaven, voorschotten ter beschikking worden gesteld onder het toezicht van de Minister of zijn afgevaardigde mits latere rechtvaardiging door het Departement.

De betalingen ten laste van de beschikbare gelden op de variabele kredieten van het programma 62/2 (Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen) mogen, ongeacht het bedrag, per geldvoorschot gebeuren.

Het saldo dat deze voorschotten zouden laten op 31 december van het jaar 2002 mag worden gebruikt voor de behoeften van het jaar 2003.

Art. 2.32.2 De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in verband met de toelagen aan het personeel van de steenkolenmijnen door mijnsluitingen getroffen.

Art. 2.32.3 Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 2003 van het Federaal Planbureau.

Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 8.296.800 euro en voor de uitgaven 8.296.800 euro.

Art. 2.32.4 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, mogen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/1 - INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN Dotatie aan het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR).

PROGRAMMA 41/1 - DIENSTVERLENING VOOR ALLE DEPARTEMENTEN Allerhande uitgaven voor maatschappelijk dienstbetoon, andere dan aankoop van vermogensgoederen.

PROGRAMMA 41/3 - TOELAGEN AAN EXTERNE ORGANISMEN 1) Subsidie aan de v.z.w. Belgian Bioindustries Association (B.B.A.). 2) Tussenkomst in de publicatiekosten van verslagen en studies, evenals in de organisatiekosten van congressen en colloquia. 3) Subsidie aan het Vast Bureau van de Vaste Internationale Commissie (V.I.C.) ter beproeving van de draagbare vuurwapens.

PROGRAMMA 50/1 - KOLENMIJNEN Toelagen aan het personeel van de Steenkolenmijnen door mijnsluitingen getroffen.

PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN - Toelagen toegekend aan organismen, instellingen en personen die zich, op nationaal vlak, bezighouden met toegepast onderzoek, studies, voorlichting en vertegenwoordiging ten gunste van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen. - Toelagen aan toegepast onderzoek voor de sector K.M.O.'s.

PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELEN-PROGRAMMA - Bijdrage of aandeel in de werkingskosten van internationale organisaties in het buitenland.

PROGRAMMA 54/2 - ACTIES VAN HET FONDS VOOR DE PRODUCTIE EN DE BESCHERMING VAN PLANTEN EN PLANTAARDIGE PRODUCTEN - Bijdrage of aandeel in de werkingskosten en kosten verbonden aan opdrachten toevertrouwd aan derden.

PROGRAMMA 60/1 - FEDERAAL PLANBUREAU Dotatie aan het Federaal Planbureau.

PROGRAMMA 61/2 - VERBETERING VAN DE LEVENSOMSTANDIGHEDEN EN VAN DE VEILIGHEID VAN DE BEVOLKING, MET NAME DOOR DE OMZETTING VAN EUROPESE RICHTLIJNEN Informatie van de bevolking inzake energiedossiers en administratief beheer van deze dossiers.

PROGRAMMA 61/3 FINANCIERING VAN HET NUCLEAIR PASSIEF 1) Financiering van het openbaar organisme N.I.R.A.S. 2) Dotatie aan het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K.) voor de financiering van het passief. 3) Dotaties aan de N.I.R.A.S. voor het Fonds voor de Financiering van het Nucleair Passief.

PROGRAMMA 61/5 ACTIES OP HET VLAK VAN DUURZAME ONTWIKKELING Acties op het vlak van duurzame ontwikkeling.

PROGRAMMA 62/1 BESCHERMING VAN HET CONSUMENTENRECHT 1) Subsidie aan het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (O.I.V.O.). 2) Subsidie aan de v.z.w. « Geschillencommissie Reizen ». 3) Allerhande uitgaven met het oog op de voorlichting van de verbruikers. PROGRAMMA 62/2 - DISTRIBUTIE EN TENTOONSTELLINGEN 1) Subsidie aan het Belgisch Comité voor de Distributie.2) Economische manifestaties (koninklijk besluit van 9 april 1962) zowel in België als in het buitenland (deelnemingen, verschillende tegemoetkomingen, aankoop of huur van materieel).3) Subsidie aan het Internationaal Bureau voor Tentoonstellingen te Parijs. PROGRAMMA 62/4 - VOORLICHTING VAN DE VERBRUIKERS INZAKE CONSUMENTENZAKEN Allerhande uitgaven met het oog op de voorlichting van de verbruikers inzake consumentenzaken.

PROGRAMMA 64/2 - BEHEER VAN DE ECONOMISCHE INFORMATIE Subsidie aan het « Strategic Intelligence Center ».

PROGRAMMA 65/1 - TOEPASSING VAN HET FEDERAAL ACCREDITATIE- EN CERTIFICATIESYSTEEM Subsidie aan internationale verenigingen actief op het gebied van certificatie en accreditatie.

PROGRAMMA 65/5 - FINANCIERING VAN EUROPESE PROJECTEN IN HET KADER VAN DE CONSUMENTENBESCHERMING EN MARKTCONTROLE 1. Bijdrage aan het Europees Verbruikscentrum (Euroloket).2. Bijdrage aan het Internetsupported Communication System for Market Surveillance (ICSMS). PROGRAMMA 67/1 - DEELNEMING IN DE WERKING VAN STATISTISCHE VERENIGINGEN 1) Subsidie aan het Internationaal Instituut voor de Statistiek te Den Haag.2) Subsidie aan de Belgische Vereniging voor Demografie.3) Subsidie aan de Belgische Vereniging voor Statistiek. PROGRAMMA 70/1 - R. & D. OP NATIONAAL VLAK 1) Studies en onderzoeken op het gebied van energie als voortzetting van het nationaal R & D-Energieprogramma. 2) Subsidie aan het Interuniversitair Instituut voor Kernwetenschappen (I.I.K.W.). 3) Subsidie aan de Collectieve Centra.4) Specifieke acties van de Collectieve Centra ten gunste van de kleine en middelgrote ondernemingen.5) Subsidie aan het Bureau voor Normalisatie. PROGRAMMA 70/2 - R. & D. OP INTERNATIONAAL VLAK 1) Onderzoek op het vlak van de fusie en aanverwant onderzoek. 2) Subsidie aan de Internationale Vereniging voor Koeltechniek (I.V.K.). 3) Bijdrage van België aan de R.& D.-programma's op het gebied van de Energie. 4) Lasten opgelegd aan de Belgische Staat krachtens zijn deelneming aan de gemeenschappelijke onderneming "Joint European Torus".5) Economische steun aan de Oosteuropese landen. 6) Bijdrage van België aan het Europees Centrum voor Kernonderzoek (E.C.K.O.) te Genève. 7) Hulp aan de Russische Federatie voor de omzetting van plutonium, afkomstig van de ontmanteling van kernwapens, in splijtstof geschikt voor civiele reactoren. PROGRAMMA 70/3 - DOTATIES AAN WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN VAN DE STAAT EN GELIJKGESTELDE EN VERBONDEN INSTELLINGEN 1) Subsidie aan het Instituut voor Radio-elementen (I.R.E.). 2) Subsidie voor investeringen aan het Instituut voor Radio-elementen (I.R.E.). 3) Subsidie aan het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K.). 4) Subsidie voor buitengewone investeringen te verrichten door het Studiecentrum voor Kernenergie (S.C.K.). 5) Subsidie voor bijzondere werkingskosten aan het Instituut voor Radio-elementen (I.R.E.).

PROGRAMMA 70/5 - STUDIES EN ONDERZOEKINGEN OVER DE PROBLEMEN VAN DIEPE GEOLOGISCHE STRUCTUREN Subsidie aan internationale geologische instellingen.

PROGRAMMA 70/6 - TOEPASSING VAN DE WETGEVING AANGAANDE MATEN EN GEWICHTEN Subsidie aan internationale metrologische instellingen.

PROGRAMMA 70/7 - BESCHERMING INTELLECTUEEL EIGENDOMSRECHT 1) Bijdrage van België aan de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom te Genève.2) Lasten gedragen door België verschuldigd aan het Europese Octrooienbureau te München : fiscale aanpassing van de pensioenen. Art. 2.32.5 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag de rekenplichtige belast met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard, achtereenvolgende geldvoorschotten van hoogstens 12.500 euros ontvangen, die later zullen worden verantwoord.

Art. 2.32.6 In afwijking van artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mag over het tegoed van het organiek fonds « Landbouwfonds » (programma 52/2) door tussenkomst van de Minister van Financiën worden beschikt.

Art. 2.32.7 In het programma 52/0 worden bestendige voorschotten voorzien met het oog op de betaling van uitgaven ten laste van de Staat vereffend door tussenkomst van ambtenaren van de diensten in het buitenland.

Deze bestendige voorschotten zijn bestemd om, binnen de perken van de bestaande budgettaire kredieten, de betaling te verzekeren van de uitgaven waarvan de regularisatie a posteriori gebeurt.

Art. 2.32.8 In afwijking van het artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt het organiek fonds « Fonds Nationaal Instituut voor de Statistiek » gemachtigd een debettoestand te vertonen welke het bedrag van 1.378.000 euro niet mag overschrijden in vastleggingen noch ordonnanceringen.

Sectie 33. - FOD Mobiliteit en Vervoer Art. 2.33.1 § 1. In afwijking van artikel 15 van de organieke wet op het Rekenhof van 29 oktober 1846, mogen aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten die behoren tot de FOD Mobiliteit en Vervoer geldvoorschotten worden verleend tot een maximumbedrag van 175.000 euro met het oog op de betaling van schuldvorderingen die de 2.500 euro niet overschrijden en die verband houden met : - de aankoop van niet-duurzame goederen en van diensten; - de aankoop van roerende vermogensgoederen; - de erelonen van advocaten en geneesheren en de bezoldiging van niet tot de FOD behorende deskundigen en prestaties van derden alsmede de hen verschuldigde presentiegelden, reis- en verblijfskosten; - de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, telefoonkosten en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor auto-voertuigen; - schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit de verantwoordelijkheid van de Staat; - allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel en het Personeel van het Kabinet voor werkelijke lasten en materiële schade evenals de vervoerkosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van de FOD die zich naar het buitenland begeven, met inbegrip van de bijdrage van de Staat-werkgever in de prijs van de sociale abonnementen.

Evenwel kunnen de rekenplichtigen van de Stafdienst Budget en Beheerscontrole en van de Logistieke Diensten over geldvoorschotten voor een maximumbedrag van 322.000 euro beschikken met het oog op de betaling van de hierbovenvermelde schuldvorderingen.

Bovendien kunnen de rekenplichtigen van de Stafdienst Budget en Beheerscontrole over geldvoorschotten voor een maximumbedrag van 75.000 euro beschikken voor het betalen van schuldvorderingen die 2.500 euro niet overschrijden en die verband houden met : - allerhande hulpgelden en toelagen van sociale aard ten bate van de op rust gestelde personeelsleden, gewezen personeelsleden en rechthebbenden voor geheel de FOD; - speciale tegemoetkomingen aan sommige categorieën van slachtoffers van arbeidsongevallen.

Door middel van geldvoorschotten mogen deze buitengewone rekenplichtigen uitgaven betalen welke 2.500 euro niet overschrijden; de rekenplichtigen mogen echter telefoon- en postuitgaven betalen tot 5.000 euro. § 2. De rekenplichtigen van de Stafdienst Budget en Beheerscontrole worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 2.500 euro bedragen.

Art. 2.33.2 Bij afwijking van de beschikkingen van de artikelen 5 en 34 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, mogen worden aangewend tot het vereffenen van uitgaven ontstaan tijdens vroegere begrotingsjaren, volgende niet-gesplitste kredieten met betrekking tot : 1) de bezoldiging van de kabinetsleden en inzonderheid de terugbetaling van de wedden aan de besturen en instellingen van oorsprong; 2) de lasten van het personeel van de N.M.B.S. onder de bevoegdheid van het Directoraat-generaal Vervoer te Land geplaatst; 3) de werkingskosten van de dienst, bij het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid belast met de toepassing van de reglementering betreffende het rijbewijs en de terugbetaling aan de gemeenten van de kosten betreffende de uitdeling van de bewijzen;4) het aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie van de Burgerlijke Luchtvaart en van de Europese Commissie voor de Burgerlijke Luchtvaart;5) de bijdrage van België aan de Intergouvernementele maritieme organisatie;6) het aandeel van België voortspruitend uit het organiseren van een patrouilledienst voor de waarneming van ijsbergen in de Noord-Atlantische Oceaan;7) het aandeel van België in de uitgaven van het Centraal Bureau voor het Internationaal Vervoer per spoorweg, te Bern. 8) bedragen die in het kader van het Rosetta-plan aan de N.M.B.S. dienen betaald te worden.

Art. 2.33.3 De Minister van Mobiliteit en Vervoer wordt ertoe gemachtigd vergoedingen of hulpgelden te verlenen onder voorwaarden die hij zal vaststellen, aan gewezen personeelsleden al of niet gepensioneerd ten gevolge van dienst- of arbeidsongeval of om gezondheidsredenen, om deze niet minder gunstig te behandelen dan de werklieden die zich in gelijkaardige voorwaarden bevinden, en zulks niettegenstaande de bepalingen van de wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke pensioenen.

Art. 2.33.4 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/0 - BESTAANSMIDDELEN Toelage aan de V.Z.W. Sociale Dienst van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

PROGRAMMA 40/1 - STUDIES EN ACTIES INZAKE MOBILITEIT, VERVOER EN INTERN BEHEER - Toelagen inzake Mobiliteit en Vervoer. - Toelage aan de Hoge Raad voor Transportveiligheid. - Toelagen betreffende het Plan voor Duurzame Mobiliteit en het Mobiliteitbeheerplan. - Toelage aan het Federaal Instituut voor Mobiliteit. - Toelage aan het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid.

PROGRAMMA 41/5 - OVERHEIDSBEDRIJVEN Toelage aan de V.Z.W. Ondersteuning tewerkstellingscel Sabena.

PROGRAMMA 51/1 - SPOORWEGVERVOER 1) Toelagen in het kader van de financiering van maatregelen ter bevordering van het openbaar vervoer.2) Toelage aan de adviesraad voor gebruikers.3) Bijdragen in het kader van de investeringen verbonden aan de tariefintegratie.4) Toelagen in het kader van het Rosetta plan. PROGRAMMA 52/1 - REGELING VAN HET LUCHTVERKEER EN INTERNATIONALE SAMENWERKING 1) Vereniging tot het vaststellen van luchtwaardigheid van luchtvaartuigen (JAA-Hoofddorp) uit hoofde van het Belgisch lidmaatschap van deze internationale instelling.2) Meteostations Montréal : aandeel van België in de exploitatiekosten van de meteorologische en veiligheidstations in de Noordatlantische oceaan.3) Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (OACI Montréal), Europese Commissie voor de Burgerluchtvaart (ECBL Montréal), ICAO beveiligingsfonds, aandeel van België in de werkingskosten. PROGRAMMA 52/5 - FONDS VOOR DE FINANCIERING EN DE VERBETERING VAN DE CONTROLE-, INSPECTIE- EN ONDERZOEKSMIDDELEN EN VAN DE PREVENTIEPROGRAMMA'S VAN DE LUCHTVAART Bijdragen aan internationale organisaties betreffende de luchtvaart.

PROGRAMMA 52/6 - FINANCIELE TUSSENKOMSTEN INGEVOLGE DE CRISIS IN DE LUCHTVAARTSECTOR Eenmalige toelagen aan sommige piloten.

PROGRAMMA 53/2 - KOOPVAARDIJ 1) « Association internationale de Signalisation maritime » uit hoofde van het Belgisch lidmaatschap van deze instelling.2) Secretariaat voor het informatiesysteem in het kader van het Memorandum van overeenstemming van Parijs houdende controle van de schepen door de havenstaat : bijdrage van België in de werkingskosten.3) Europees informatienetwerk « HAZMAT ». 4) Intergouvernementele Maritieme Organisatie (I.M.O. Londen). 5) Patrouillediensten voor de waarneming van ijsbergen in de Noord-Atlantische Oceaan.6) Internationale Permanente Vereniging voor Scheepvaartcongressen. PROGRAMMA 56/0 - BESTAANSMIDDELEN 1) Belgische Vereniging tot de studie, de beproeving en het gebruik van materialen.2) Internationale permanente vereniging voor wegencongressen.3) Houden van tentoonstellingen en conferenties alsmede werkzaamheden en prijsvragen. PROGRAMMA 56/2 - WERKEN MET FEDERALE FINANCIERING Tussenkomst inzake informatie en propaganda.

PROGRAMMA 56/4 - ORGANISATIE EN VEILIGHEID VAN HET PRIVE-WEGVERVOER Toelagen aan organisaties of instellingen in het kader van acties of studiedagen met betrekking tot de verkeersveiligheid.

Toelagen in het kader van het promotiebeleid voor duurzame mobiliteit.

PROGRAMMA 56/5 - GEN unit.

Toelagen inzake het Gewestelijk Express Net.

PROGRAMMA 57/0 - PERMANENTE CEL BELAST MET HET BEHEER VAN DE AFZONDERLIJKE PERSONEELSFORMATIE VAN DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER Toelage aan de v.z.w. Sociale Dienst van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

Art.2.33.5 § 1 - Het gedeelte van de ontvangsten in 2003 van het Directoraat-generaal Luchtvaart, dat hoger is dan 2.479.000 euro, wordt toegewezen aan het Fonds voor de Financiering en de Verbetering van de Controle-, Inspectie- en onderzoeksmiddelen en van de Preventieprogramma's van de Luchtvaart, opgenomen in programma 33.52.5. § 2 - Het Fonds vermeld in § 1 kan een debetsaldo van maximaal 1.239.500 euro vertonen.

Art. 2.33.6 § 1 - Het bedrag van 76.401.000 euro voorafgenomen op de opbrengst van de personenbelasting om aan het Fonds ter Financiering van de Internationale Rol en de Hoofdstedelijke Functie van Brussel toegewezen te worden, in uitvoering van artikel 3 van de wet van 10 augustus 2001 tot oprichting van bedoeld fonds, wordt voor het begrotingsjaar 2003 met 37.289.000 euro verhoogd (programma 33.56.22). § 2 - Het fonds vermeld in § 1 kan een debetsaldo van maximaal 15 miljoen euro vertonen.

Art.2.33.7 Geldvoorschotten zoals bedoeld in artikel 15 van de organieke wet op het Rekenhof van 29 oktober 1846, mogen aan de buitengewone rekenplichtigen van de FOD die aangeduid werden om geldvoorschotten te ontvangen tot een maximumbedrag van 75.000 euro worden toegekend, met het oog op de betaling van schuldvorderingen die de 2.500 euro niet overschrijden, ten laste van variabele personeels- en werkingskredieten, ingeschreven in het programma 33.52.5 - "Fonds voor de Financiering en de Verbetering van de Controle-, Inspectie- en onderzoeksmiddelen en van de Preventieprogramma's van de Luchtvaart" alsmede in het programma 33.56.2 - « Fonds ter Financiering van de Internationale Rol en de Hoofdstedelijke Functie van Brussel ».

De verbandhoudende schuldvorderingen betreffen : - de aankoop van niet-duurzame goederen en van diensten, - de aankoop van roerende vermogensgoederen, - de erelonen van advocaten en geneesheren en de bezoldiging van niet tot de FOD behorende deskundigen en prestaties van derden alsmede de hen verschuldigde presentiegelden, reis- en verblijfkosten, - de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, telefoonkosten en de verbruikskosten van stookolie en van brandstof voor autovoertuigen, - allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel en het Personeel van het Kabinet voor werkelijke lasten en materiële schade evenals de vervoerkosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van de FOD die zich naar het buitenland begeven, met inbegrip van de bijdrage van de Staat-werkgever in de prijs van de sociale abonnementen.

Dergelijke geldvoorschotten kunnen voor een maximumbedrag van 75.000 euro worden toegekend aan de buitengewone rekenplichtigen van de Stafdienst Budget en Beheerscontrole met het oog op het toekennen van de nodige voorschotten, zelfs boven de 2.500 euro, aan ambtenaren die op buitenlandse zending gestuurd worden.

Art. 2.33.8 Wordt goedgekeurd de bij deze wet gevoegde begroting van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie voor het jaar 2003.

Deze begroting beloopt voor de ontvangsten 31.858.022 euro en voor de uitgaven 33.334.611 euro.

Ze bevat bij de uitgaven vastleggingskredieten voor een bedrag van 1.313.280 euro.

De ontvangsten voor orde worden geschat op 8.260.000 euro en de uitgaven voor orde op 8.260.000 euro.

De begroting voor de ombudsdienst beloopt voor de ontvangsten 1.486.022 euro en voor de uitgaven 1.486.022 euro.

Art. 2.33.9 De kosten van de bodemsanering van de luchthavengronden worden gecompenseerd op de ontvangsten uit de verkoop van deze gronden.

Art. 2.33.10 In afwijking van artikel 45, § 2 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, kunnen beschikbare middelen van het begrotingsfonds « 33-6 Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel » (programma 33.56/2 op de sectie 33 Mobiliteit en Vervoer) overgeheveld worden naar het begrotingsfonds « 13-9 Fonds ter financiering van sommige uitgaven die verbonden zijn met de veiligheid voortvloeiend uit de organisatie van de Europese tops te Brussel » (programma 13.56/7 op de sectie Binnenlandse Zaken).

Sectie 44. - POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie Art. 2.44.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximum bedrag van 744.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement, met het oog op de uitbetaling van de schuldvorderingen aangaande alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard die 7.000 euro niet overschrijden, en welk ook het bedrag moge zijn, van de verbruikskosten van water, van gas en van elektriciteit, de kosten van telefoon, portkosten en de verbruikskosten van stookolie en brandstof van autovoertuigen, alsmede de voorschotten verleend aan ambtenaren en experten belast met opdrachten.

Deze rekenplichtigen worden gemachtigd de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren en experten belast met een zending in het buitenland, zelfs indien deze voorschotten meer dan 3.000 euro bedragen.

De betaling van de erelonen van experten uit het buitenland en van de kosten voortspruitend uit regelingen met vreemde landen, mag eveneens per geldvoorschot gebeuren, welke ook het bedrag ervan zij.

Art. 2.44.2 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : - Allerlei kosten (huurlasten, personeel, verbruiksuitgaven, enz.) verbonden aan de werking van de Ministeriële kabinetten. - Uitgaven met betrekking tot de presentiegelden en vergoedingen voor reis- en verblijfkosten toegekend aan de voorzitters en de leden van de Raden en Commissies ingesteld bij het departement.

PROGRAMMA 55/1 - BESTAANSZEKERHEID Staatstussenkomst inzake sociaal levensminimum.

Betaling van medische zorgen verstrekt in België aan de slachtoffers van de incidenten van de Heizel van 29 mei 1985 vanaf 19u15, dit betekent de kosten van geneeskundige zorgen verstrekt door hospitalen, klinieken en via privé-consultaties, de betaling van vervoerskosten in België van de slachtoffers, evenals de betaling van de begrafeniskosten beperkt tot het maximumbedrag door het RIZIV terugbetaald, en iedere andere betaling van de Belgische Staat geëist in het raam van de bilaterale betrekkingen en op basis van de internationale verdragen en bilaterale akkoorden.

Toelagen aan O.C.M.W.'s inzake onderhoudsgeld voor kinderen.

PROGRAMMA 55/3 - OPVANG VLUCHTELINGEN Betaling van de lasten betreffende steun van alle aard, toegekend aan de behoeftigen, de kandidaat vluchtelingen en erkende vluchtelingen.

Allerlei kosten (huurlasten, personeel, verbruiksuitgaven, enz.) verbonden aan de werking van de gecentraliseerd opvang van kandidaat politieke vluchtelingen.

Art. 2.44.3 De kredieten voor allerhande uitgaven van de Sociale Dienst zullen mogen aangewend worden in de vorm van een toelage aan de V.Z.W. "Sociale Dienst van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu".

Art. 2.44.4 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 55/1 - BESTAANSZEKERHEID Subsidies aan openbare centra voor maatschappelijk welzijn (O.C.M.W.'s) en verenigingen van O.C.M.W.'s van voorzitters, secretarissen en maatschappelijk werkers van de O.C.M.W.'s.

Bijdragen van de federale Staat in het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting.

Subsidies ter aanmoediging van studiedagen, onderzoek, informatieverspreiding of integratieprojecten in verband met armoedebestrijding.

Subsidies ter ondersteuning van initiatieven van sociale integratie van groepen in de samenleving die omwille van financiële, familiale of maatschappelijke omstandigheden niet volwaardig aan de samenleving deelnemen.

Subsidies aan organisaties die de reïntegratie van (gewezen) drugsverslaafden bevorderen.

Subsidies aan particuliere organisaties voor de opvang van bijzondere doelgroepen zoals slachtoffers van mensenhandel en gerepatrieerde Belgen.

Financiering van bijzonder humanitaire acties.

PROGRAMMA 55/3 - OPVANG VLUCHTELINGEN Toelagen aan organisaties en gemeenten die een bijdrage leveren tot ondersteuning van de eerste opvang en spreiding van vluchtelingen en van slachtoffers van mensenhandel.

PROGRAMMA 55/4 - SOCIALE ECONOMIE Subsidies met betrekking tot de ondersteuning van initiatieven van organisaties en instellingen werkzaam in het kader van de sociale economie.

Toelagen in het kader van een impulsprogramma « sociale economie-projecten in het normaal economisch circuit ».

Adviespremies in het kader van « social auditing ».

Subsidies met betrekking tot de ondersteuning van initiatieven in het kader van de sociale economie en ESF-projecten.

PROGRAMMA 55/5 - GROOTSTEDENBELEID 1) Kredieten bestemd om subsidies te geven aan verschillende verenigingen om initiatieven te realiseren op het gebied van sociale integratie, de strijd tegen armoede en de promotie van de sociale economie.2) Kredieten bestemd voor lokale besturen om subsidies te geven in het kader van lokale initiatieven inzake sociale integratie, veiligheid, werkgelegenheid, de strijd tegen armoede, de promotie van sociale economie en de verbetering van de levensomstandigheden.3) Overdracht aan de gemeenten om de vorming, de omkadering en de tewerkstelling van personeelsleden geaffecteerd aan programma's ter heropleving van crisiswijken toe te laten.4) Transfers aan lokale besturen om investeringen aan te moedigen, die beantwoorden aan prioriteiten vastgesteld inzake de heropleving van de crisiswijken. 5) Toelagen aan V.Z.W.'s of instellingen van openbaar nut voor conferenties, colloquia of andere manifestaties m.b.t. het grootstedenbeleid. 6) Kredieten bestemd om subsidies te geven aan O.C.M.W.'s voor de extra werklast die de begeleiding van geregulariseerden met zich meebrengt.

Art.2.44.5 De in de voorgaande jaren aan de O.C.M.W.'s teveel uitgekeerde bedragen in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de Openbare Centra voor Maatschappelijke Welzijn en de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, en van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, kunnen voor het begrotingsjaar 2003 verrekend worden als voorschotten voor het lopende jaar.

Art.2.44.6 De uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren in het kader van het koninklijk besluit van 22 augustus 1989 tot regeling van de staatstussenkomst inzake voorschotten op en invordering van onderhoudsgelden mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar.

De in hetzelfde kader tijdens de voorgaande jaren aan de O.C.M.W.'s teveel uitgekeerde bedragen kunnen voor het begrotingsjaar 2003 gerekend worden als voorschotten op het lopend jaar.

Art. 2.44.7 Goedgekeurd wordt de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 2003 van het Federaal Agentschap voor de Opvang van asielzoekers.

Deze begroting beloopt 242.820.000 euro voor de ontvangsten en 242.820.000 euro voor de uitgaven.

Art. 2.44.8 Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, en van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.

Het beschikbare saldo van de vorige jaren in het kader van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, mag worden gebruikt om de uitgaven inherent aan het lopende begrotingsjaar te dekken.

Art. 2.44.9 In afwijking van het artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt het organiek fonds "Fonds voor de Sociale Economie" gemachtigd een debettoestand te vertonen welke het bedrag van 8.924.000 euro niet mag overschrijden in vastleggingen noch in ordonnanceringen.

Art. 2.44.10 In afwijking van het artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt het organiek fonds "Europees Vluchtelingenfonds" gemachtigd een debettoestand te vertonen welke het bedrag van 1.859.000 euro niet mag overschrijden in vastleggingen noch in ordonnanceringen.

Art. 2.44.11 Uitgaven met betrekking tot de openstaande schuldvorderingen op de niet-gesplitste kredieten op de basisallocaties 26.55.52.4320 en 26.55.52.6320 van het begrotingsjaar 2001 mogen aangerekend worden op de gesplitste kredieten van de basisallocatie 44.55.52.4322.

In de loop van het jaar kunnen de kredieten ingeschreven op deze basisallocatie aangepast worden uit hoofde van het behoud van de uitstaalde of in annulatie vallende vastleggingen op 31 december 2002.

Art. 2.44.12 Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid tot herverdeling van de personeelskredieten, volgens de modaliteiten bepaald in artikel 1-01-3, § 2, van de Algemene uitgavenbegroting wordt de Minister van Maatschappelijke Integratie gemachtigd, mits het akkoord van de Minister van Begroting wordt verleend, herverdelingen te verrichten tussen de basisallocatie 55.35.4144 en de basisallocaties 1103 en 1104 van de sectie 44 van de begroting.

Sectie 51. - Rijksschuld Art. 2.51.1 In afwijking van het artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de oprichting van het Rekenhof, mag door de Minister van Financiën rechtstreeks beschikt worden over het tegoed van het begrotingsfonds "Afnamen van leningsopbrengsten bestemd tot dekking van : 1° de uitgevoerde uitgaven in het kader van beheersverrichtingen van de Rijksschuld;2° de vervroegde terugbetalingen;3° de betalingen als gevolg van wisselkoersschommelingen. Art. 2.51.2 Binnen de perken van de begrotingskredieten en op voorwaarde dat er een latere regularisatie plaatsvindt, wordt de Minister van Financiën ertoe gemachtigd door middel van voorschotten alle uitgaven te betalen die in deze sectie van de begroting ingeschreven zijn, met uitzondering van de volgende basisallocaties : - 45.40.11.10 « Loonkosten in verband met de uitgifte van leningen »; - 45.40.12.21 « Andere kosten dan de financiële kosten verbonden aan de werking van de Rijksschuld »; - 45.40.12.04 « Allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica »; - 45.40.74.01 « Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen »; - 45.40.74.04 « Investeringsuitgaven inzake de informatica »; - 45.30.41.02 « Allerhande uitgaven met betrekking tot de oprichting en de werking van het Zilverfonds ».

Art. 2.51.3 De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer door transacties van titels van de Belgische Staat verwijzend naar artikel 89 van het koninklijk besluit in uitvoering van het Wetboek van de inkomensbelastingen, de teruggave van de roerende voorheffing, op voorhand verricht door de Staat ten voordele van de niet-residentiële spaarders, een debetstand creëert van de rekening 84.01.02.78.B « Rentetermijnen » van de sectie « Ordeverrichtingen van de Thesaurie ».

Art. 2.51.4 De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot de rekening 84.01.01.77.B - Dotaties ter beschikking te stellen van de Amortisatiekas - een debetstand van deze rekening veroorzaken.

Art. 2.51.5 De uitgiftepremies die betrekking hebben op de lineaire obligaties uitgegeven vóór 31 december 2001, geboekt op de thesaurierekening 10.65.01.06 en, in functie van de looptijd van de betrokken leningen, prorata temporis verdeeld per begrotingsjaar, worden respectievelijk aangewend voor de betaling van budgettaire interestuitgaven van de rijksschuld of ten laste gelegd van de begroting, bovenop de interestuitgaven, naargelang zij een winst of een verlies vormen voor de Schatkist.

Art. 2.51.6 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in het geval van de kredieten voor de instellingen in de sector van persoonsgebonden materies die in het Brussels Gewest tot de bevoegdheid van het Nationaal Parlement en de Nationale Regering behoren (programma 43/1).

Art. 2.51.7 In afwijking van de bepalingen van de artikelen 11 en 12 van de Overeenkomst van 6 februari 1965 voor de regeling van de aangelegenheden betreffende de openbare schuld en de portefeuille van de Kolonie Belgisch-Kongo, afgesloten tussen het Koninkrijk België en de Democratische Republiek Kongo, goedgekeurd door de wet van 23 april 1965, en in afwijking van de bepalingen van artikel 7 van de wet van 5 januari 1977 houdende uitgifte van een tweede tranche van de lening van het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer, kunnen de Minister van Begroting, de Minister van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken gezamenlijk beslissen om aan het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer een dotatie te storten waarvan zij het bedrag alsook de uitvoeringsmodaliteiten zullen bepalen.

De dotatie waarvan sprake is in het vorige lid kan eveneens gebruikt worden in uitvoering van het koninklijk besluit van 20 december 1996 betreffende de tussenkomst van het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer bij de betaling van de vergoedingen verschuldigd door de Belgische Staat ter uitvoering van de bepalingen van het "Protocol houdende regeling van de vergoeding van gezaïriseerde goederen die aan Belgische onderdanen hebben toebehoord en de daarop betrekking hebbende uitwisselingen van brieven" bij toepassing van de artikelen 2, § 1, en 3, § 1, 1°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, ondanks het artikel 4 van dit besluit.

Art. 2.51.8 In het kader van de deelneming van de Belgische Staat in een vennootschap met als belangrijkste maatschappelijk doel de exploitatie van een elektronisch tradingsysteem voor de effecten van de Belgische staatsschuld en hun afgeleide producten, wordt de Minister van Financiën gemachtigd om, binnen de perken van de begrotingskredieten en op voorwaarde van een latere regularisatie, via voorschotten de uitgaven te betalen betreffende de deelneming en de terugkopen of verkopen van deelbewijzen, alsook de uitgaven betreffende de eventueel hieraan verbonden kosten. De bedoelde uitgaven evenals de eventuele ontvangsten verbonden aan de recuperatie van goedgekeurde voorschotten worden geboekt op een specifieke thesaurierekening. Het bedrag van de uitgaven, in voorkomend geval vastgelegd na aftrek van hiermee samenhangende compenserende ontvangsten, zal naargelang het geval ten laste worden genomen van de basisallocatie 45.40.81.11 of ten laste van de basisallocatie 45.10.12.06 van de sectie 51 "Rijksschuld" van de huidige begroting.

Art. 2.51.9 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen op verzoek van de Minister van Financiën en met het akkoord van de Minister van Begroting, alle kredieten ingeschreven op de verschillende programma's van deze sectie van de begroting door middel van herverdelingen van basisallocaties overgedragen worden naar andere programma's van dezelfde begrotingssectie.

Sectie 52. - Financiering van de Europese Unie Art. 2.52.1 De Minister van Financiën kan voorschotten toestaan voor de dringende betalingen, die voortvloeien uit de verplichtingen van België op het Europees vlak, en die verricht worden door de diensten van de Thesaurie belast met de Europese aangelegenheden.

HOOFDSTUK 3. - Terugbetalings- en toewijzingsfondsen Art. 3-01-1 De verrichtingen tijdens het begrotingsjaar 2003 op de fondsen bedoeld bij de artikelen 37 en 38 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden geraamd op de sommen vermeld tegenover elk van hen in de bij deze wet gevoegde tabellen.

Art. 3-01-2 De wijze van beschikking over het tegoed van elk der fondsen vermeld in de bij deze wet gevoegde tabellen, wordt aangeduid naast het nummer van het artikel dat betrekking heeft op elk dezer : - de fondsen waarvan de uitgaven aan het voorafgaand visum van het Rekenhof worden voorgelegd, worden door de letter A aangeduid; - de fondsen en rekeningen waarop door tussenkomst van de Minister van Financiën wordt beschikt, worden aangeduid door de letter B; - de fondsen en rekeningen waarop rechtstreeks wordt beschikt door de rekenplichtigen die de ontvangsten hebben gedaan, worden door de letter C aangeduid.

HOOFDSTUK 4. - Staatsdiensten met afzonderlijk beheer Art. 4-01-1 De verrichtingen gedurende het begrotingsjaar 2003 van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer worden geraamd op de sommen vermeld in hun respectieve begrotingen gevoegd bij deze wet.

De begroting voor het begrotingsjaar 2002 van het Muntfonds wordt herraamd op de sommen vermeld in de begroting gevoegd bij deze wet.

Art. 4-01-2 De wijze van betaling van de uitgaven van elk van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer vermeld in de bij deze wet gevoegde tabellen, wordt aangeduid naast het nummer van het artikel dat betrekking heeft op elk van hen : - de diensten waarvan de uitgaven aan het voorafgaand visum van het Rekenhof worden voorgelegd, worden door de letter A aangeduid; - de diensten waarvan de uitgaven gedaan worden door tussenkomst van de Minister van Financiën worden aangeduid door de letter B; - de diensten waarvan de uitgaven rechtstreeks worden gedaan door de rekenplichtigen die de ontvangsten hebben gedaan, worden door de letter C aangeduid.

Art. 4-01-3 In afwijking van artikel 16 van de wet van 28 juni 1989 houdende wijziging van de wet van 28 juni 1963 houdende wijziging en aanvulling van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, zijn de bepalingen van de artikelen 1 en 5 van diezelfde wet niet van toepassing gedurende het begrotingsjaar 2003 ten aanzien van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer, die geen wettelijke basis hebben en waarvan de verrichtingen zijn geraamd in de bij deze wet gevoegde begrotingstabellen.

HOOFDSTUK 5. - Staatsbedrijven (pro memorie) Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 27 december 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, G. VERHOFSTADT De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE De Minister van Financiën, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota's (1) Parlementaire verwijzigingen : Gewone zitting : 2002/2003 Kamer van volksvertegenwoordigers : Doc.50 2081/(2002/2003) : 001 tot 009 : Beleidsnota's. 010 : Ontwerp van algemene uitgavenbegroting. 011 tot 013 : Beleidsnota's. 014 tot 016 : Verantwoordingen. 017 tot 027 : Beleidsnota's. 028 tot 030 : Amendementen. 031 : Aanvullend verslag. 032 : Beleidsnota's. 033 : Amendementen. 034 : Verantwoordingen. 035 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd.

Parlementaire Handelingen : Bespreking en aanneming : vergadering van 18 en 19 december 2002.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^