Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 02 juli 2014
gepubliceerd op 14 augustus 2014

Koninklijk besluit tot regeling van de uitvoering van de controles op de toepassing van de wet van 21 december 1998 betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2014024296
pub.
14/08/2014
prom.
02/07/2014
ELI
eli/besluit/2014/07/02/2014024296/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

2 JULI 2014. - Koninklijk besluit tot regeling van de uitvoering van de controles op de toepassing van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, artikel 15, § 2, gewijzigd bij de wetten van 28 maart 2003 en 10 september 2009, en § 3, en artikel 16, § 1, gewijzigd bij de wetten van 28 maart 2003, 10 september 2009 en 27 juli 2011;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 28 januari 2014;

Gelet op advies 55.689/1 van de Raad van State, gegeven op 10 april 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Economie, de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Volksgezondheid, de Minister van Landbouw en de Staatsecretaris voor Leefmilieu, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten : de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers;2° de met de controle belaste ambtenaren : de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 15, § 1, eerste lid, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten;3° het DG Leefmilieu : het Directoraat-Generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;4° monster : een product of een fractie van een product, genomen door een met de controle belaste ambtenaar in toepassing van artikel 15, § 2, 4°, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten;5° partij : een geheel van producten afkomstig uit hetzelfde vat of dezelfde productieketen. HOOFDSTUK 2. - Termijn van de tijdelijke inbezitneming van inlichtingen en bescheiden

Art. 2.De duur, bedoeld in artikel 15, § 2, 3°, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten, waarvoor de met de controle belaste ambtenaren alle inlichtingen en bescheiden die zij tot het volbrengen van hun opdracht nodig achten tijdelijk in bezit mogen nemen, is vastgesteld op drie maanden. HOOFDSTUK 3. - Het nemen van monsters en de analyse ervan

Art. 3.§ 1. De met de controle belaste ambtenaren bepalen, in functie van het doel van de monsterneming, welk soort monster genomen wordt.

De ambtenaren belast met de controle : 1° nemen drie producten uit eenzelfde partij die elk een monster vormen;of 2° openen één verpakking en nemen er de nodige hoeveelheden van het product uit om drie monsters te vormen, nadat ze zich zo nodig hebben vergewist van de homogeniteit van het product;of 3° nemen, uit drie verschillende producten afkomstig uit eenzelfde lot, de nodige producthoeveelheden om drie gelijkaardige monsters te vormen. In de mate van het mogelijke nemen de met de controle belaste ambtenaren drie monsters, conform de bepalingen van het eerste lid.

Wanneer het echter onmogelijk is om drie monsters afkomstig uit eenzelfde partij of van eenzelfde product te nemen, nemen de met de controle belaste ambtenaren één enkel monster. § 2. De monsters worden onmiddellijk verzegeld en worden van een uniek identificatienummer voorzien.

Art. 4.§ 1. Wanneer de met de controle belaste ambtenaren drie monsters hebben genomen, sturen zij één monster voor analyse naar een laboratorium zoals bedoeld in artikel 8.

Het tweede monster is bestemd voor een eventuele tegenanalyse door de eigenaar van de producten of door de persoon die ze op de markt heeft gebracht. Dit monster wordt ter attentie van de eigenaar van de producten bewaard bij het DG Leefmilieu. Wanneer zij dit opportuun achten, kunnen de met de controle belaste ambtenaren het monster echter ter attentie van de eigenaar van de producten, waar de monsterneming plaats vond, achterlaten.

Het derde monster wordt bewaard bij het DG Leefmilieu, om eventueel te worden bezorgd aan de procureur des Konings. § 2. Wanneer de met de controle belaste ambtenaren slechts één monster hebben genomen, sturen zij dit voor analyse naar een laboratorium zoals bedoeld in artikel 8.

Art. 5.§ 1. De met de controle belaste ambtenaren stellen een proces-verbaal van monsterneming op.

Dit proces-verbaal bevat ten minste de volgende gegevens : 1° het feit dat de monsterneming wordt uitgevoerd in overeenstemming met artikel 15, § 2, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten en met onderhavig besluit;2° het identificatienummer van de monsters, bedoeld in artikel 3, § 2;3° de datum en de plaats van de monsterneming;4° een beschrijving van de inhoud van de monsters;5° wanneer het geval zich voordoet, de reden waarom slechts één monster werd genomen;6° de eenheidswaarde van de monsters, die overeenstemt met de aankoopprijs betaald door de huidige eigenaar ervan of, bij ontstentenis, met de productiekost, op voorwaarde dat deze waarde wordt verstrekt en gestaafd door de persoon onder wiens hoede de monsterneming werd uitgevoerd;7° wanneer het geval zich voordoet, het feit dat een monster voor eventuele tegenanalyse ter beschikking is van de eigenaar van de producten, en ook de manier waarop de eigenaar dit monster kan ophalen bij het DG Leefmilieu of op de plaats waar de met de controle belaste ambtenaren het voor hem bestemde monster hebben achtergelaten;8° de naam of het identificatienummer van de met de controle belaste ambtenaar die verantwoordelijk is voor de monsterneming en zijn handtekening. Het bewijs van de eenheidswaarde van de monsters wordt bij het proces-verbaal gevoegd. § 2. Tijdens de monsterneming of binnen tien kalenderdagen te rekenen van de monsterneming, bezorgt de met de controle belaste ambtenaar een kopie van het proces-verbaal van monsterneming aan de eigenaar van de producten. Indien de eigenaar niet gekend is, overhandigt de ambtenaar de kopie van het proces-verbaal aan de persoon vermeld op het etiket.

Wanneer deze vermelding ontbreekt, bewaart hij de kopie van het proces-verbaal in het administratief dossier.

Deze overhandiging vindt persoonlijk tegen ontvangstbewijs plaats, per post of per e-mail, naar keuze van de met de controle belaste ambtenaar.

Art. 6.§ 1. Indien het resultaat van de analyse een overtreding bedoeld in artikel 17 van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten aantoont, bewaart het DG Leefmilieu de monsters die in zijn bezit zijn gedurende één jaar te rekenen vanaf de datum van de monsterneming. In geval van een rechtsprocedure, kan het DG Leefmilieu de monsters bewaren tot het einde van deze procedure. Wanneer het geval zich voordoet bezorgt het DG Leefmilieu de monsters aan de procureur des Konings samen met het administratief dossier. § 2. Gedurende drie maanden, stelt het DG Leefmilieu de monsters die in zijn bezit zijn ter beschikking van de eigenaar van de producten : 1° wanneer het resultaat van de analyse geen overtreding bedoeld in artikel 17 van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten aantoont;of 2° in de gevallen bedoeld in paragraaf 1, wanneer de termijn bedoeld in deze paragraaf is verstreken en het DG Leefmilieu van mening is dat deze monsters hem niet meer van nut zijn. Na afloop van deze termijn van drie maanden, worden de monsters in kwestie bij het afval geplaatst. § 3. In de veronderstelling waarvan sprake in paragraaf 2, brengen de met de controle belaste ambtenaren de eigenaar van de producten, voor zover zijn identiteit gekend is, op de hoogte, per post of per e-mail, van : 1° het feit dat de monsters gedurende drie maanden ten zijner beschikking worden gehouden bij het DG Leefmilieu;2° het feit dat hij de desbetreffende monsters gedurende deze termijn kan ophalen en van de praktische regels daarvoor;3° de nadere regels in artikel 7 voor de terugbetaling van de monsters. De termijn van drie maanden terbeschikkingstelling waarvan sprake in paragraaf 3 vangt aan op de dag waarop de met de controle belaste ambtenaren deze informatie melden aan de eigenaar van de producten.

Art. 7.§ 1. De eigenaar van de producten kan een vraag tot terugbetaling van het monster dat voor analyse naar het laboratorium werd verstuurd aan de met de controle belaste ambtenaar richten wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan : 1° de analyse van het monster toont geen overtreding waarnaar wordt verwezen in artikel 17 van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten aan;2° de eenheidswaarde van de monsters bedraagt meer dan honderd euro;3° er werd binnen een termijn van twee maanden, die ingaat de dag van de analyse geen proces-verbaal zoals bedoeld in artikel 15, § 5, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten opgesteld in verband met het product in kwestie;4° wanneer het geval zich voordoet, heeft de eigenaar het nodige gedaan om de monsters die in toepassing van artikel 6, §§ 2 en 3, te zijner beschikking worden gesteld, af te halen. Het bedrag van honderd euro bedoeld in het eerste lid, 2° wordt op 1 januari van ieder jaar van rechtswege aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. § 2. De eenheidswaarde van de monsters : 1° is de waarde vermeld in het proces-verbaal van monsterneming;of wordt, bij ontstentenis van dergelijke vermelding, 2° bepaald op basis van een kostenraming door de eigenaar van de producten en waarvan de juistheid, die beoordeeld wordt door de met de controle belaste ambtenaren, een voorwaarde is voor de terugbetaling. Wanneer het geval zich voordoet, wordt de waarde van het monster dat opgehaald wordt door de eigenaar van de producten in toepassing van artikel 6, §§ 2 en 3 afgetrokken van het op grond van dit artikel terugbetaalde bedrag. HOOFDSTUK 4. - Laboratoria

Art. 8.Het laboratorium dat de monsters analyseert, met inbegrip van een eventueel gevraagde tegenanalyse door en op kosten van de persoon die de producten op de markt heeft gebracht of de eigenaar van de producten : 1° voldoet aan de eisen van de specifieke regelgeving waaraan de te analyseren producten moeten beantwoorden;of, bij gebreke daarvan, 2° beschikt voor de desbetreffende analyses over een accreditatie die is afgeleverd overeenkomstig de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling;of is bevoegd om de desbetreffende analyses uit te voeren en is aangewezen bij het koninklijk besluit van 30 oktober 1996 tot aanwijzing van de federale wetenschappelijke instellingen; of, bij gebreke daarvan, 3° beschikt over een accreditatie afgeleverd door een organisme waarmee het Belgische accreditatiesysteem een akkoord van wederzijdse erkenning heeft voor de desbetreffende analyses. Bovendien hebben het laboratorium, de persoon of personen onder wiens of wier verantwoordelijkheid de analyses worden uitgevoerd en de in de statuten vermelde personen geen belang bij de productie, de verwerking, de invoer of de verkoop van producten die het voorwerp uitmaken van analyses of categorieën van analyses waarvoor de erkenning is toegekend. HOOFDSTUK 5. - Tijdelijke inbezitneming

Art. 9.De termijn, bedoeld in artikel 16, § 1, eerste lid, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten, waarvoor de met de controle belaste ambtenaren bij administratieve maatregel de producten tijdelijk in bezit mogen nemen, is vastgesteld op drie maanden.

De met de controle belaste ambtenaren kunnen die termijn eenmalig verlengen voor een periode van hoogstens dezelfde duur. Indien de identiteit van de eigenaar gekend is, wordt hij per post of per e-mail op de hoogte gebracht van deze verlenging, met vermelding van de reden van de verlenging.

Art. 10.De tijdelijke inbezitneming kan met of zonder verlies van bezit worden uitgevoerd, naar keuze van de met de controle belaste ambtenaren.

De in beslag genomen producten met verlies van bezit worden bewaard bij het DG Leefmilieu of bij een persoon die de met de controle belaste ambtenaren kiezen.

Wanneer de producten in beslag worden genomen zonder verlies van bezit, worden de producten ter plaatse achtergelaten, en verzegelen de met de controle belaste ambtenaren de desbetreffende producten.

Art. 11.§ 1. De met de controle belaste ambtenaar die de tijdelijke inbezitneming uitvoert, stelt een proces-verbaal van tijdelijk inbezitneming op. Dit proces-verbaal bevat ten minste de volgende gegevens : 1° het feit dat de producten in beslag worden genomen voor een verlengbare duur van drie maanden in toepassing van artikel 16, § 1, eerste lid, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten, om hun conformiteit met de reglementeringen waarvan sprake in deze bepaling te controleren;2° de beschrijving van de wijze van inbeslagneming : met of zonder verlies van bezit;3° het identificatienummer van de inbeslagneming;4° de datum en de plaats van de inbeslagneming;5° wanneer het geval zich voordoet, het identificatienummer van de in beslag genomen producten;6° een inventaris van de in beslag genomen producten;7° als het een inbeslagneming zonder verlies van bezit betreft, het aan de eigenaar van de producten opgelegde verbod om zich van de producten te ontdoen voordat het beslag wordt opgeheven;8° de naam of het identificatienummer van de met de controle belaste ambtenaar die de inbeslagneming uitvoert. § 2. Op het moment van de tijdelijke inbezitneming of binnen tien kalenderdagen, te rekenen van de dag van de inbeslagneming, bezorgt de met de controle belaste ambtenaar die de tijdelijke inbezitneming uitvoert, een kopie van het proces-verbaal van tijdelijke inbezitneming aan de eigenaar van de producten. Indien de eigenaar niet gekend is, bezorgt de ambtenaar de kopie van het proces-verbaal aan de persoon vermeld op het etiket. Wanneer deze vermelding ontbreekt, bewaart hij de kopie van het proces-verbaal in het administratief dossier.

Deze overhandiging vindt persoonlijk tegen ontvangstbewijs plaats, per post of per e-mail, naar keuze van de met de controle belaste ambtenaar. HOOFDSTUK 6. - Inbeslagneming van non-conforme producten

Art. 12.De inbeslagneming vermeld in artikel 16, § 1, tweede lid, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten kan met of zonder verlies van bezit worden uitgevoerd, naar keuze van de met de controle belaste ambtenaren.

De in beslag genomen producten met verlies van bezit worden bewaard bij het DG Leefmilieu of overhandigd aan een persoon die de controle belaste ambtenaren kiezen.

Wanneer de producten in beslag worden genomen zonder verlies van bezit, worden de producten ter plaatse achtergelaten, en verzegelen de met de controle belaste ambtenaren de desbetreffende producten.

Art. 13.§ 1. De met de controle belaste ambtenaar die de inbeslagneming uitvoert, stelt een proces-verbaal van inbeslagneming op. Dat proces-verbaal bevat ten minste de volgende gegevens : 1° de in artikel 11, § 1, 2° tot 8°, vermelde elementen;2° het feit dat de producten worden in beslag genomen in toepassing van artikel 16, § 1, tweede lid van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten, doordat ze niet conform zijn met de reglementeringen waarvan sprake in deze bepaling;3° de volgende vermelding : "De eigenaar van de producten of de persoon die ze op de markt heeft gebracht, kan aan de met de controle belaste ambtenaren, de vernietiging van de producten of een oplossing om deze te regulariseren voorstellen, teneinde het beslag op te heffen, conform de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 2 juli 2014 tot regeling van de uitvoering van de controles op de toepassing van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers"; § 2. Op het moment van de inbeslagneming of binnen tien kalenderdagen, te rekenen van de dag van de inbeslagneming, bezorgt de met de controle belaste ambtenaar die de inbeslagneming uitvoert, een kopie van het proces-verbaal van inbeslagneming aan de eigenaar van de producten. Indien de eigenaar niet gekend is, bezorgt de ambtenaar de kopie van het proces-verbaal aan de persoon vermeld op het etiket.

Wanneer deze vermelding ontbreekt, bewaart hij de kopie van het proces-verbaal in het administratief dossier.

Deze overhandiging vindt persoonlijk tegen ontvangstbewijs plaats, per post of per e-mail, naar keuze van de met de controle belaste ambtenaar.

Art. 14.§ 1. De eigenaar van de in beslag genomen producten of de persoon die de producten op de markt heeft gebracht kan aan de met de controle belaste ambtenaren de vernietiging van de producten of een oplossing om deze te regulariseren voorstellen. § 2. Indien de voorgestelde oplossing inderdaad toelaat om de producten in overeenstemming te brengen met de voorschriften, bepalen de met de controle belaste ambtenaren, in overleg met de persoon die de oplossing heeft voorgesteld, de termijn waarbinnen de oplossing zal worden uitgevoerd.

Als er een akkoord is over de termijn bedoeld in het eerste lid heffen de met de controle belaste ambtenaren het beslag op en verwijderen ze, in voorkomend geval, de zegels op kosten van de persoon die de overeenkomst heeft gesloten om voormelde oplossing binnen de toegekende termijn uit te voeren. § 3. Indien de oplossing niet binnen de toegekende termijn is uitgevoerd, kunnen de met de controle belaste ambtenaren de desbetreffende producten opnieuw in beslag nemen.

De inbeslagneming uitgevoerd op grond van het eerste lid gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van onderhavig hoofdstuk. De met de controle belaste ambtenaren kunnen indien zij het, rekening houdend met de situatie, opportuun achten, paragrafen 1 en 2 van huidig artikel toepassen.

De met de controle belaste ambtenaren heffen het beslag op wanneer de eigenaar van de producten of de persoon die de producten op de markt heeft gebracht het bewijs levert dat de producten in overeenstemming werden gebracht met de wetgeving waarnaar verwezen wordt in artikel 16, § 1, eerste lid, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten. De opheffing van de inbeslagneming gebeurt via het sturen, door de met de controle belaste ambtenaren, van een brief, per post of per e-mail, naar de eigenaar van de producten of naar de persoon die het in paragraaf 3 bedoelde bewijs levert.

Art. 15.Het beslag wordt van rechtswege opgeheven indien : 1° de producten worden vernietigd;2° een strafvonnis dat een einde maakt aan de vervolging voor de non-conformiteit van de desbetreffende producten in kracht van gewijsde is gegaan. HOOFDSTUK 7. - Vernietiging van de producten om dwingende redenen van volksgezondheid of van leefmilieu

Art. 16.De met de controle belaste ambtenaren zijn aangewezen om de in artikel 16, § 1, derde lid, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten bedoelde vernietiging te gelasten.

Art. 17.§ 1. Als de minister bevoegd voor Volksgezondheid, de minister bevoegd voor Leefmilieu of een met de controle belaste ambtenaar de vernietiging van producten gelast op basis van artikel 16, § 1, derde lid, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten : 1° gelasten de met de controle belaste ambtenaren de eigenaar de producten te vernietigen binnen een termijn die door de met de controle belaste ambtenaar wordt bepaald;2° ofwel vernietigen de met de controle belaste ambtenaren de producten zelf of toevertrouwen ze de vernietiging ervan aan een hiervoor bevoegd persoon. § 2. Als de vernietiging is door een met de controle belaste ambtenaar gelast, verzendt deze met de controle belaste ambtenaar een aangetekende brief aan de eigenaar van de producten. Indien de eigenaar niet gekend is, bezorgt de ambtenaar de brief aan de persoon vermeld op het etiket. Wanneer deze vermelding ontbreekt, bewaart hij de brief in het administratief dossier.

Deze aangetekende brief bevat ten minste de volgende gegevens : 1° de vermelding van de dwingende redenen van volksgezondheid en/of van leefmilieu die de vernietiging noodzaken;2° een inventaris van de desbetreffende producten;3° de termijn waarin de eigenaar de producten moet vernietigen. Wanneer de eigenaar van de producten de producten niet heeft vernietigd binnen de termijn bedoeld in paragraaf 1, 1°, kunnen de met de controle belaste ambtenaren de producten zelf vernietigen of de vernietiging ervan toevertrouwen aan een hiervoor bevoegd persoon. § 3. Toen de met de controle belaste ambtenaren de producten zelf vernietigen of de vernietiging ervan toevertrouwen aan een hiervoor bevoegd persoon, nemen de met de controle belaste ambtenaren de producten eerst in beslag als ze nog niet het voorwerp zijn van een inbeslagneming. Artikel 13 is van toepassing op dit beslag, uitgezonderd paragraaf 1, 2° en 3°. Het proces-verbaal van inbeslagname vermeldt dat de producten in beslag genomen zijn met het oog op hun vernietiging op grond van artikel 16, § 1, derde lid, van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten en van huidig artikel.

De met de controle belaste ambtenaren verzenden een aangetekende brief aan de eigenaar van de producten. Indien de eigenaar niet gekend is, bezorgen de ambtenaren de brief aan de persoon vermeld op het etiket.

Wanneer deze vermelding ontbreekt, bewaren ze de brief in het administratief dossier.

Deze aangetekende brief wordt vóór de vernietiging of ten laatste binnen tien kalenderdagen, te rekenen van de dag van de vernietiging, verzonden. Deze aangetekende brief bevat ten minste de volgende gegevens : 1° het feit dat de producten zijn of zullen worden vernietigd in toepassing van artikel 16, § 1, derde lid, eerste zin van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten;2° de vermelding van de dwingende redenen van volksgezondheid en/of van leefmilieu die de vernietiging noodzaken;3° een inventaris van de desbetreffende producten. HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

Art. 18.De artikelen 73 en 74 van het koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 11/07/2003 numac 2003022681 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden sluiten betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden worden opgeheven.

Art. 19.De minister bevoegd voor Volksgezondheid, de minister bevoegd voor Leefmilieu, de minister bevoegd voor Economie, en de minister bevoegd voor Landbouw zijn, ieder wat hen betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 juli 2014.

FILIP Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee, J. VANDE LANOTTE De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET De Vice-Eerste Minister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw, Mevr. S. LARUELLE De Staatsecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, M. WATHELET

^