Koninklijk Besluit van 02 mei 2019
gepubliceerd op 15 mei 2019
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit tot uitvoering van de bepalingen van de programmawet van 22 december 1989 die betrekking hebben op de voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2019201593
pub.
15/05/2019
prom.
02/05/2019
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2019201593

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


2 MEI 2019. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de bepalingen van de programmawet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/1989 pub. 14/11/2011 numac 2011000693 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Programmawet sluiten die betrekking hebben op de voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;

Gelet op de programmawet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/1989 pub. 14/11/2011 numac 2011000693 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Programmawet sluiten, de artikelen 152, tweede lid, 154, tweede lid, 156, en artikel 156/1, zesde lid, ingevoegd bij de programmawet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017032136 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 17 juli 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 4 september 2018;

Gelet op het advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gegeven op 6 september 2018;

Gelet op het advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, gegeven op 7 september 2018;

Gelet op het advies nr. 65.441/1 van de Raad van State, gegeven op 14 maart 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Werk en de Minister van Sociale Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt onder wet verstaan, de programmawet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/1989 pub. 14/11/2011 numac 2011000693 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Programmawet sluiten.

Art. 2.In toepassing van artikel 152, tweede lid, van de wet, zijn de werknemers die niet vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, uitgesloten van de toepassing van titel II, hoofdstuk IV, afdeling 1, van de wet.

Zijn eveneens uitgesloten van de toepassing van titel II, hoofdstuk IV, afdeling 1, van de wet, de uitzendkrachten tewerkgesteld door een uitzendbureau met een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid als bedoeld in artikel 7 van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/1987 pub. 13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, de werknemers tewerkgesteld door een erkende werkgever met een arbeidsovereenkomst dienstencheques als bedoeld in artikel 7bis van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, en de werknemers tewerkgesteld als gelegenheidswerknemers bedoeld in artikel 2/1 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en in artikelen 8bis en 31ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. HOOFDSTUK 2. - Voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen

Art. 3.§ 1. De werkgever moet de bij artikel 153, tweede lid, van de wet bedoelde mededeling enkel verrichten wanneer de vacante dienstbetrekking tot gevolg heeft dat de overeengekomen arbeidsregeling wordt verhoogd gedurende een ononderbroken periode van tenminste een maand of voor onbepaalde tijd, hetzij door een aanpassing van de bestaande arbeidsovereenkomst, hetzij door de vervanging van de bestaande arbeidsovereenkomst door een nieuwe arbeidsovereenkomst. § 2. De bij artikel 153, tweede lid, van de wet bedoelde mededeling van een vacante voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking die dezelfde functie betreft als die welke de deeltijdse werknemer reeds uitoefent en waarvoor hij de vereiste kwalificaties bezit, wordt verricht binnen een termijn van een maand die ingaat de dag volgend op de dag waarop de dienstbetrekking vacant wordt, en berekend van datum tot datum.

De mededeling gebeurt hetzij door middel van een ter post aangetekende brief, hetzij door de overhandiging van een geschrift waarvan het duplicaat voor ontvangst wordt ondertekend door de deeltijdse werknemer, hetzij op elektronische wijze mits ontvangstbevestiging van het bericht door de deeltijdse werknemer.

De mededeling vermeldt de termijn waarbinnen de deeltijdse werknemer dient te reageren, zonder evenwel minder dan een week of langer dan een maand te kunnen bedragen.

De mededeling bevat daarenboven ten minste de volgende gegevens omtrent de vacante dienstbetrekking : 1° een beknopte beschrijving van de functie;2° de duur van de overeenkomst;3° het arbeidsvolume en werkrooster;4° de plaats van tewerkstelling. De werkgever dient een afschrift van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, in papieren of elektronische vorm te bewaren gedurende zeven jaar.

Art. 4.De bij artikel 155 van de wet bedoelde mededeling aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening wordt door de werkgever verricht door middel van de in artikel 137, § 1, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering bedoelde prestatiestaat voor de maand waarin de deeltijdse werknemer niet is ingegaan op de hem door zijn werkgever schriftelijk aangeboden vacante voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking als bedoeld in artikel 153, tweede lid, van de wet. HOOFDSTUK 3. - Responsabiliseringsbijdrage

Art. 5.De responsabiliseringsbijdrage bedoeld in artikel 156/1 van de wet is enkel verschuldigd door de werkgever van een deeltijdse werknemer in de maanden waarin deze werknemer een inkomensgarantie-uitkering bedoeld in artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering, ontvangt.

Art. 6.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder "toekennen van bijkomende uren" het verhogen van de contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van een deeltijdse werknemer zoals bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022461 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwarin type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022462 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van de sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassin type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022463 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van sommige koninklijke besluiten inzake sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van d type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022466 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip « gemiddeld dagloon » wordt vast sluiten tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, hetzij door een aanpassing van de arbeidsovereenkomst, hetzij door de vervanging van de arbeidsovereenkomst door een nieuwe arbeidsovereenkomst.

Art. 7.De responsabiliseringsbijdrage is overeenkomstig artikel 156/1, tweede lid, van de wet, verschuldigd vanaf het kwartaal volgend op de vier kwartalen waarin ten minste één bijkomend uur beschikbaar was en aan geen enkele werknemer bedoeld in artikel 5, tewerkgesteld door de werkgever, bij voorrang het beschikbare bijkomende uur of de beschikbare bijkomende uren werden toegekend zodat zijn contractuele gemiddelde wekelijkse arbeidsduur niet is toegenomen.

De responsabiliseringsbijdrage bedraagt 25 euro per maand en per werknemer als bedoeld in het eerste lid, en is verschuldigd voor een volledig kwartaal.

Art. 8.De responsabiliseringsbijdrage is overeenkomstig artikel 156/1, derde en vierde lid, van de wet, niet meer verschuldigd vanaf : 1° hetzij het kwartaal waarin alle beschikbare bijkomende uren werden toegekend aan ten minste één van de werknemers bedoeld in artikel 5, zodat zijn wekelijke gemiddelde arbeidsduur is toegenomen;2° hetzij het kwartaal waarin de werkgever de bijdrage verschuldigd was voor het vierde opeenvolgende kwartaal en er geen enkel bijkomend uur beschikbaar was gedurende deze vier voorgaande kwartalen.

Art. 9.In afwijking op artikelen 7 en 8, is de werkgever de responsabiliseringsbijdrage niet verschuldigd voor de werknemer waarvoor hij kan aantonen: 1° dat hij geen mededeling van de vacante betrekking moest verrichten op basis van artikel 3, § 1;2° dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor de toekenning van de bijkomende uren omdat het, overeenkomstig artikel 153, tweede lid, van de wet niet ging om dezelfde functie en hij daarvoor niet de vereiste kwalificaties bezat;3° dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor de toekenning van de bijkomende uren omdat het, overeenkomstig artikel 156/1, vijfde lid, van de wet, ging om uren die betrekking hebben op prestaties tijdens dezelfde tijdblokken als de prestaties geleverd door de betrokken werknemer;4° dat de werknemer was tewerkgesteld in een andere vestigingseenheid dan de vestigingseenheid waar de bijkomende uren beschikbaar waren;5° dat hij, overeenkomstig artikelen 153 en 154 van de wet, aan de betrokken werknemer alle vacante voltijdse en deeltijdse dienstbetrekkingen heeft aangeboden.

Art. 10.De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en Rijksdienst voor Sociale Zekerheid wisselen op kwartaalbasis via elektronische weg de gegevens uit over de werkgevers die werknemers met een inkomensgarantie-uitkering bedoeld in artikel 131bis van voormeld besluit van 25 november 1991 tewerkstellen, nodig voor de controle en inning van de responsabiliseringsbijdrage.

Art. 11.§ 1. Op basis van de gegevens ontvangen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, stelt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid een lijst op van de werkgevers : 1° die deeltijdse werknemers tewerkstellen die een inkomensgarantie-uitkering genieten;2° van wie het arbeidsvolume toegenomen is in het lopende kwartaal (t) bedoeld in artikel 7, ten opzichte van het gemiddelde arbeidsvolume van de vier voorgaande kwartalen (t-4 tot t-1).Het bovenvermelde gemiddelde arbeidsvolume wordt berekend op basis van de µglob bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, h), van het koninklijk besluit van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/05/2003 pub. 06/06/2003 numac 2003012302 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 , betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen sluiten tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen. Dit volume wordt beoordeeld wanneer de gegevens met betrekking tot het lopende kwartaal (t) als stabiel worden beschouwd, meer bepaald zeven maanden na de datum van de oorspronkelijke aangifte; 3° waarvan geen enkele werknemer bedoeld in artikel 5, zijn contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur zoals gedefinieerd in artikel 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 10 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022461 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwarin type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022462 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van de sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassin type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022463 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van sommige koninklijke besluiten inzake sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van d type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022466 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip « gemiddeld dagloon » wordt vast sluiten heeft zien toenemen met ten minste één uur in de loop van de vier voorgaande kwartalen (t-4 tot t-1). § 2. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzoekt de werkgevers bedoeld in paragraaf 1 om de niet verhoging van de contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bedoeld in artikel 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 10 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022461 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwarin type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022462 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van de sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassin type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022463 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van sommige koninklijke besluiten inzake sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van d type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022466 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip « gemiddeld dagloon » wordt vast sluiten, van de deeltijdse werknemers bedoeld in artikel 5, in de loop van de vier voorgaande kwartalen te verantwoorden. § 3. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid deelt aan de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg mee: 1° de lijst van werkgevers die de gevraagde verantwoording niet hebben bezorgd binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de verzending van het verzoek bedoeld in paragraaf 2;2° de verantwoordingen bedoeld in paragraaf 2;3° de lijst met werknemers bedoeld in artikel 5. § 4. De voormelde Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten is ermee gelast de nodige verificaties te verrichten en de gegrondheid van de verantwoording gegeven in toepassing van paragraaf 2 te onderzoeken. HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2019. De responsabiliseringsbijdrage is voor het eerst verschuldigd in het tweede kwartaal van 2020.

Art. 13.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 mei 2019.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS De Minister van Sociale Zaken, M. DE BLOCK _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Programmawet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/1989 pub. 14/11/2011 numac 2011000693 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Programmawet sluiten, Belgisch Staatsblad van 30 december 1989. Programmawet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017032136 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, Belgisch Staatsblad van 29 december 2017.


begin


Publicatie : 2019-05-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^