Koninklijk Besluit van 04 september 2013
gepubliceerd op 07 oktober 2013
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende het financiële beheer van de Nationale Veiligheidsoverheid, een Staatsdienst met afzonderlijk beheer

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2013015211
pub.
07/10/2013
prom.
04/09/2013
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

4 SEPTEMBER 2013. - Koninklijk besluit betreffende het financiële beheer van de Nationale Veiligheidsoverheid, een Staatsdienst met afzonderlijk beheer


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, artikel 140;

Gelet op de programmawet van 22 december 2008, artikel 248;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 december 2008;

Gelet op het advies van het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid, gegeven op 26 juni 2009;

Gelet op de akkoordbevindingen van de Minister van Begroting, d.d. 15 mei 2009 en 26 juni 2013;

Gelet op het advies 47.072/4 van de Raad van State, gegeven op 7 oktober 2009;

Overwegende dat artikel 15bis en 22septies van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen in deze context een bijzonder belang vertonen;

Op de voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Begroting en de Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.De middelen van de Nationale Veiligheidsoverheid, een staatsdienst met afzonderlijk beheer, hierna "de Dienst" genoemd, bestaan uit : 1° functionele en exploitatieontvangsten;2° ontvangsten voor orde.

Art. 2.De bepalingen betreffende de rijkscomptabiliteit, en inzonderheid die welke betrekking hebben op de comptabiliteit van de diensten van algemeen bestuur, zijn van toepassing op de Dienst tenzij in dit besluit anders wordt bepaald.

Art. 3.De variabele uitgaven met betrekking tot de werking en het vermogen van de Dienst worden gedragen door de begroting van de Dienst. HOOFDSTUK 2. - Het opmaken van de begroting van de Dienst

Art. 4.De begroting wordt onderverdeeld als volgt : 1° Saldo op 1 januari;2° Ontvangsten : a) functionele en exploitatieont-vangsten;b) ontvangsten voor orde.3° Uitgaven : a) bezoldigingen;b) werkingskosten;c) functionele en exploitatie-uitgaven;d) uitgaven voor orde.4° Saldo op 31 december. De verrichtingen worden opgesplitst volgens de economische classificatie. De uitgaven mogen de beschikbare middelen en de goedgekeurde limitatieve kredieten niet overschrijden.

Art. 5.De uitgavenkredieten slaan op de sommen die tijdens het begrotingsjaar verschuldigd zullen zijn.

Art. 6.Het hoofd van de dienst van het Beheerscomité maakt het begrotingsontwerp op en legt dit voor aan de minister onder wie de Dienst ressorteert met het oog op het vaststellen van het krediet dat ten gunste van de Dienst in de Algemene Uitgavenbegroting ingeschreven moet worden.

Het begrotingsontwerp van de Dienst wordt vóór 1 mei voorafgaand aan het begrotingsjaar door de minister onder wie de Dienst ressorteert aan de minister die bevoegd is voor de Begroting toegezonden. HOOFDSTUK 3. - Comptabiliteit, rekening en verantwoording

Art. 7.Op het einde van ieder semester wordt een staat van ontvangsten en een staat van uitgaven opgemaakt. Ze worden aan het Beheerscomité voorgelegd.

Deze staten worden door de minister onder wie de Dienst ressorteert aan het Rekenhof voorgelegd via de minister van Financiën.

De verantwoordingsstukken worden ter plaatse bewaard.

Art. 8.Op het einde van ieder jaar worden een beheersrekening, een rekening van uitvoering van de begroting en een staat van activa en passiva opgesteld. Uiterlijk op 31 maart na het jaar waarop ze betrekking hebben, worden deze rekeningen door de minister onder wie de Dienst ressorteert aan de minister van Financiën gezonden, die ze vóór 30 april van hetzelfde jaar aan het Rekenhof overlegt.

Art. 9.Bij zijn ambtsneerlegging maakt de rekenplichtige een eindrekening van zijn beheer op. HOOFDSTUK 4. - Beheer

Art. 10.De begroting wordt beheerd door het hoofd van de dienst van het Beheerscomité of door een gemachtigd ordonnateur.

Art. 11.In de loop van het begrotingsjaar mogen de bij het verstrijken van het vorige begrotingsjaar beschikbare geldmiddelen gebruikt worden.

Art. 12.§ 1. De tegenover het Rekenhof verantwoordelijke rekenplichtige is belast met : 1° de inning van de vastgestelde rechten;2° de uitvoering van de betalingen;3° het beheren en bewaren van de gelden en waarden;4° het opstellen en bewaren van de in artikelen 7 en 8 bedoelde bescheiden, met uitzondering van de rekening van uitvoering van de begroting;5° het bijhouden van de vermogenscomptabiliteit;6° het periodiek opmaken van de inventaris van het vermogen. § 2. Het hoofd van de dienst is belast met : 1° de opmaak van het begrotingsontwerp;2° de opmaak van de rekening van uitvoering van de begroting. HOOFDSTUK 5. - Controle

Art. 13.§ 1. De Dienst is onderworpen aan de controlebevoegdheid van de minister onder wie de Dienst ressorteert. Deze controle wordt uitgeoefend door de inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de minister onder wie de Dienst ressorteert. De inspecteur van Financiën woont, met raadgevende stem, de vergaderingen van het Beheerscomité bij. Hij beschikt voor het vervullen van zijn opdracht over de ruimste bevoegdheid.

De Inspecteur van Financiën kan binnen een termijn van vier vrije dagen beroep instellen tegen elke beslissing die hij met de wet, met de statuten of met het algemeen belang strijdig acht. Het beroep is opschortend.

Deze termijn gaat in de dag van de vergadering waarop de beslissing genomen is, voorzover de inspecteur van Financiën daarop regelmatig uitgenodigd is, of, in het tegenovergestelde geval, de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen.

Heeft de minister onder wie de Dienst ressorteert, bij wie het beroep werd ingesteld, binnen een termijn van twintig vrije dagen, ingaand dezelfde dag als de in het voorgaande lid bedoelde termijn, de nietigverklaring niet uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief.

De nietigverklaring van de beslissing wordt aan het beheerscomité betekend door de minister onder wie de Dienst ressorteert. § 2. Het Rekenhof kan de comptabiliteit ter plaatse controleren. Het Hof mag zich te allen tijde alle verantwoordingsstukken, staten, inlichtingen of toelichtingen doen verstrekken betreffende de ontvangsten, de uitgaven, de activa en de schulden.

Art. 14.De uitgaven worden vereffend en betaald zonder voorafgaande tussenkomst van het Rekenhof. HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding

Art. 15.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK 7. - Slotbepaling

Art. 16.De minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken, de minister bevoegd voor Financiën en de minister bevoegd voor Begroting zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 september 2013.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, D. REYNDERS De Minister van Financiën, K. GEENS De Minister van Begroting, O. CHASTEL

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^