Koninklijk Besluit van 05 juni 2007
gepubliceerd op 27 juni 2007
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende de jaarrekening van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2007011314
pub.
27/06/2007
prom.
05/06/2007
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

5 JUNI 2007. - Koninklijk besluit betreffende de jaarrekening van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, inzonderheid op artikelen 81 § 2, 87, 88, 228, § 1 en 234;

Gelet op het advies van de Commissie voor Verzekeringen van 12 april 2007;

Gelet op het advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 17 april 2007;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd op grond van de volgende overwegingen : Overwegende dat de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening alsook het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening het prudentieel kader in grote mate hebben veranderd en dat deze wijzigingen een grondige herziening van de boekhoudregels vereisen;

Overwegende dat de voormelde wet en het voormelde koninklijk besluit in werking zijn getreden op 1 januari 2007, dat het bijgevolg raadzaam is dat de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening hun boekhouding aanpassen aan het nieuwe prudentieel kader en dat dit besluit, dat de nieuwe boekhoudregels definieert, met dit doel zonder uitstel aangenomen dient te worden;

Overwegende dat het evenwel nodig is hiervoor een redelijke termijn te verlenen aan de bestaande instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, onder meer rekening houdend met de eisen op het vlak van informatica;

Overwegende dat het nieuwe prudentieel kader aanpassingen vereist aan het besluit van 19 april 1991 betreffende de jaarrekening van de voorzorgsinstellingen dat gedurende de overgangsperiode van toepassing zal kunnen blijven en dat dit besluit, dat deze aanpassingen definieert, dient met dit doel zonder uitstel aangenomen te worden;

Overwegende bovendien dat de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die werden opgericht vanaf 1 januari 2007 de specifieke vorm moeten aannemen van organisme voor de financiering van pensioenen, dewelke niet bestond onder het regime van de oude prudentiële wetgeving;

Overwegende dat er dus geen enkele boekhoudwetgeving bestaat voor de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening opgericht onder deze vorm, waardoor men het gevaar loopt transparantieproblemen te doen ontstaan ten opzichte van de deelnemers en wat betreft het uitoefenen van de prudentiële controle; dat derhalve dit besluit zonder uitstel genomen dient te worden om deze nadelige leemte op te vullen;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 43.023/1, gegeven op 8 mei 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : 1° instelling voor bedrijfspensioenvoorziening : de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening naar Belgisch recht zoals bedoeld in Titel II van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;2° wet : de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;3° uitvoeringsbesluit : het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;4° onderliggende waarde van een optiecontract of warrant : de contractgrootte (lotsize) vermenigvuldigd met enerzijds de uitoefenprijs van de optie of warrant en anderzijds het aantal gekochte of verkochte contracten;5° notioneel bedrag van een future : de contractgrootte (lotsize) vermenigvuldigd met enerzijds de overeengekomen aan- of verkoopwaarde van het onderliggende instrument en anderzijds het aantal gekochte of verkochte contracten;6° notioneel bedrag van een swap : de onderliggende waarde op basis waarvan het swap contract wordt afgesloten. HOOFDSTUK II. - Boekhouding en jaarrekening

Art. 2.Elke instelling voor bedrijfspensioenvoorziening voert een voor de aard en de omvang van haar bedrijf passende boekhouding met naleving van de bijzondere wetsvoorschriften betreffende dat bedrijf.

De instelling voor bedrijfspensioenvoorziening houdt zich voor het voeren van haar boekhouding aan de bepalingen van dit besluit, en aanvullend, aan de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen en zijn uitvoeringsbesluiten. Deze laatste bepalingen zijn slechts van toepassing in materies die niet door dit besluit zijn geregeld en voor zover ze niet in conflict treden met enige bepaling die van toepassing is op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.

Art. 3.De boekhouding van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening omvat al hun verrichtingen, bezittingen, vorderingen, schulden en verplichtingen van welke aard ook.

Art. 4.Elke boekhouding wordt door middel van een stelsel van boeken en rekeningen gevoerd met inachtneming van de gebruikelijke regels van het dubbelboekhouden.

De boeken kunnen op handgeschreven wijze worden bijgehouden of door middel van informaticasystemen voor zover de regels in verband met het bijhouden van de boeken worden gerespecteerd.

Alle verrichtingen worden zo vlug mogelijk, getrouw, volledig en naar chronologische beschikking over de verantwoordingsstukken en inlichtingen ingeschreven in een ongesplitst dagboek of in een hulpdagboek, al dan niet gesplitst in bijzondere hulpdagboeken. Ze worden methodisch ingeschreven in of overgebracht naar de rekeningen waarop ze betrekking hebben.

De rekeningen worden ondergebracht in een voor het bedrijf van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening passend rekeningenstelsel.

Dit rekeningenstelsel wordt in de zetel van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening voortdurend ter beschikking gehouden.

Art. 5.Elke boeking geschiedt aan de hand van een gedagtekend verantwoordingsstuk, waarnaar zij moet verwijzen.

De verantwoordingsstukken worden methodisch opgeborgen en tien jaar bewaard, in origineel of in afschrift. Stukken die niet strekken tot bewijs jegens derden, worden drie jaar bewaard.

Art. 6.Elke instelling voor bedrijfspensioenvoorziening verricht, omzichtig en te goeder trouw, de nodige opnemingen, verificaties, onderzoekingen en waarderingen om op de datum van 31 december de inventaris op de maken van al haar bezittingen, vorderingen, schulden, en verplichtingen van welke aard ook. Deze inventaris wordt ingericht overeenkomstig het rekeningenstelsel van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

Nadat de rekeningen in overeenstemming zijn gebracht met de gegevens van de inventaris, worden ze samengevat en beschreven in een staat, zijnde de jaarrekening.

De jaarrekening en de inventarisstukken waarop zij steunt worden overgeschreven in het inventarisboek; de stukken die wegens hun omvang bezwaarlijk kunnen worden overgeschreven, worden in dat inventarisboek samengevat en erbij gevoegd.

Art. 7.De boeken worden op zodanige wijze gehouden dat de materiële continuïteit ervan, evenals de regelmatigheid en de onveranderlijkheid van de boekingen zijn verzekerd.

Art. 8.De boeken worden naar tijdsorde bijgehouden, zonder enig wit vlak of enige weglating. In geval van correctie moet het oorspronkelijk geschrevene leesbaar blijven.

De instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening moeten hun boeken bewaren gedurende tien jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar dat op de afsluiting volgt.

De voor het bewaren van de boeken gebruikte drager moet de onveranderlijkheid en de toegankelijkheid van de gegevens die erin geregistreerd zijn, verzekeren gedurende de volledige duur van de opgelegde bewaringstermijn. HOOFDSTUK III. - Vorm en inhoud van de jaarrekening Afdeling I. - Algemene principes

Art. 9.De jaarrekening vormt een geheel dat de volgende bestanddelen omvat : de balans, de resultatenrekening en de toelichting. Ze wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

Wanneer de toepassing van de bepalingen van dit besluit niet volstaat om te voldoen aan het bepaalde in artikel 11 van dit besluit moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in document nr. 12 van de toelichting.

De jaarrekening wordt in euro uitgedrukt.

Art. 10.De instelling voor bedrijfspensioenvoorziening mag, met uitzondering van de openbaarmaking van de jaarrekening in toepassing van het artikel 48 van de wet een verkorte versie verspreiden van de jaarrekening voor zover deze geen vertekend beeld geeft van het vermogen, van de financiële positie en van de resultaten.

De verkorte versie mag daarenboven niet vergezeld gaan van het verklarende verslag van de erkende commissaris of de erkende commissarissen; wel moet worden vermeld of een verklaring door de erkende commissaris of de erkende commissarissen met of zonder voorbehoud is gegeven, dan wel of er een verklaring werd geweigerd.

Ook moet worden aangegeven dat het om een verkorte versie gaat en dat de volledige versie steeds door de aangeslotenen van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening bij haar kan worden verkregen.

Art. 11.De jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en van de kosten en opbrengsten van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

Zij moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, de aard en het bedrag, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, van de bezittingen en de rechten van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, evenals van haar schulden en verplichtingen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van haar kosten en haar opbrengsten.

De jaarrekening wordt elk jaar afgesloten op 31 december.

Behoudens in geval van oprichting of ontbinding van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening strekt het boekjaar zich uit over 12 maanden.

Art. 12.Het rekeningenstelsel van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening moet zodanig worden opgevat of aangepast dat de balans en de resultatenrekening zonder toevoeging of weglating, voortvloeien uit de balans van de desbetreffende rekeningen, opgemaakt na het in overeenstemming brengen met de gegevens van de inventaris.

Het rekeningstelsel omvat tenminste de rekeningen die overeenkomen met de rubrieken van de balans, van de resultatenrekening en van de toelichting bedoeld in artikel 16.

Er dient rekening gehouden te worden met de eventuele specificiteiten van de instelling, zoals onder meer de eventuele samenstelling van een solvabiliteitsmarge of het beheer van een solidariteitsactiviteit die, in voorkomend geval, het voeren van onderrekeningen noodzakelijk maken.

Art. 13.De inhoud van de rubrieken wordt, voor zover toelichting is vereist, nader bepaald in hoofdstuk II van de bijlage.

Art. 14.Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen en tussen kosten en opbrengsten is verboden, behalve in de gevallen voorzien door dit besluit.

Art. 15.De balans wordt opgesteld na verdeling, dit wil zeggen rekening houdend met de beslissing betreffende de toewijzing van het saldo van de resultatenrekening van het boekjaar en het overgedragen verlies. Afdeling II. - Structuur van de jaarrekening

Art. 16.De balans en de resultatenrekening worden opgesteld overeenkomstig de schema's bedoeld in hoofdstuk I, afdelingen I tot IV van de bijlage bij dit besluit.

De toelichting bevat, naast de in artikel 17 vermelde elementen, de in hoofdstuk I, afdeling V, van de bijlage bij dit besluit bepaalde gegevens en staten. De toelichting bevat eveneens de gegevens en staten bedoeld in de artikels 91 en 94 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen weergegeven volgens het schema van de sociale balans dat zich bevindt in het door de Nationale Bank van België met toepassing van artikel 175 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen ontworpen standaardformulier « Volledig schema » of « Verkort schema ».

Artikel 82, § 2 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen is van overeenkomstige toepassing voor het gebruik van het volledige of verkorte schema van de sociale balans.

De posten, waarvan de vermelding door dit besluit wordt voorgeschreven, mogen worden weggelaten wanneer ze niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar; wanneer voor deze posten het bedrag van het voorafgaande boekjaar moet worden vermeld, dan mogen ze slechts worden weggelaten wanneer ze ook voor dat boekjaar niet dienstig zijn.

Bovendien dient de code van de rubrieken slechts te worden vermeld in de jaarrekeningen waarvan de mededeling aan de CBFA is vereist.

Art. 17.In de toelichting worden vermeld : 1) het detail van de technische voorzieningen betreffende de regimes die de vrijstelling van de technische voorzieningen bedoeld in de artikelen 163 en verder van de wet genieten, alsook het detail van de voorzieningen die worden ingeschreven onder de post « II.Technische voorzieningen - E. Andere » van het passief van de balans, waarvan het schema in Hoofdstuk I van de bijlage aan dit besluit wordt weergegeven; 2) het detail van de berekening van de solvabiliteitsmarge die wordt opgelegd door de artikelen 87 en 88 van de wet, zoals hernomen op de passivazijde van de balans van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;3) de opsplitsing van de vorderingen hernomen op de activazijde van de balans van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, naargelang het vorderingen op ten hoogste één jaar of op meer dan één jaar betreft;4) de opsplitsing van de schulden hernomen op de passivazijde van de balans van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, naargelang het schulden op ten hoogste één jaar of op meer dan één jaar betreft;5) De beschrijving van de rechten en verplichtingen, die niet kunnen worden becijferd;6) de wijzigingen aangebracht aan de voorstelling van de jaarrekening overeenkomstig artikel 19;7) de beschrijving van de regels gebruikt voor de waardering van de inventaris en voor de waardering van de technische voorzieningen;8) de rechtvaardiging van de wijzigingen aangebracht aan de waarderingsregels overeenkomstig artikel 27;9) per bijdragende onderneming, de staat van de aandelen en schuldinstrumenten uitgegeven door die onderneming alsmede van de haar toegestane kredieten en voor elke groep waartoe één of meer bijdragende ondernemingen toe behoren, de staat van aandelen en schuldinstrumenten uitgegeven door de ondernemingen behorende tot die groep alsmede van de kredieten toegestaan aan deze ondernemingen;10) een beschrijving van de afgeleide financiële instrumenten, aangewend door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;11) een beschrijving van de verdelingsregels die toelaten het deel te bepalen, voor elk van de afzonderlijke vermogens bedoeld in artikel 80 van de wet, van de onverdeeld beheerde activa en passiva, alsook het deel van de opbrengsten en kosten met betrekking tot deze activa en passiva dat zal worden toegerekend aan de balans en de resultatenrekening van elk van deze afzonderlijke vermogens;12) in voorkomend geval een lijst van aanvullende inlichtingen.

Art. 18.Kunnen actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één rubriek van de balans behoren, of opbrengsten dan wel kosten tot meer dan één rubriek van de resultatenrekening, dan worden ze ingeschreven onder die post die wegens zijn aard en kenmerken het meest aangewezen is.

Art. 19.De voorstelling van de jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere.

Ze wordt echter gewijzigd wanneer ze niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 11 van dit besluit.

Deze wijzigingen worden vermeld en verantwoord in document nr. 6 van de toelichting die behoort tot het boekjaar waarin ze werden ingevoerd.

Art. 20.De balans en de resultatenrekening vermelden voor elk van de rubrieken de vergelijkende bedragen van het vorig boekjaar.

De beginbalans van een boekjaar moet, onverminderd de toepassing van het derde lid van dit artikel overeenstemmen met de eindbalans van het voorafgaande boekjaar.

Wanneer de bedragen van het boekjaar niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen de bedragen van het voorafgaande boekjaar worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid; in dat geval moet document nr. 6 van de toelichting deze aanpassingen, indien zij van belang zijn, vermelden en toelichten onder verwijzing naar de betrokken rubrieken. Worden de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet aangepast, dan moet voormeld document nr. 6 de nodige gegevens bevatten om een vergelijking mogelijk te maken.

Art. 21.De jaarrekening wordt op elektronische drager aan de CBFA meegedeeld, volgens de vormen en modaliteiten die zij bepaalt. HOOFDSTUK IV. - Vorm en inhoud van de jaarrekening met betrekking tot de afzonderlijke vermogens bedoeld in artikel 80 van de wet en de regelingen bedoeld in artikel 135, eerste lid, 2° van de wet

Art. 22.De jaarrekening die de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening krachtens artikel 81 van de wet moet opstellen voor elk afzonderlijk vermogen bedoeld in artikel 80 van de wet, alsook voor elke regeling bedoeld in artikel 135, eerste lid, 2° van de wet, heeft de vorm van een balans en een resultatenrekening waarvan de rubrieken identiek zijn aan die van de globale balans en van de globale resultatenrekening.

Deze jaarrekeningen moeten duidelijk geïdentificeerd zijn en nauwkeurig vermelden op welk afzonderlijk vermogen of welke regeling ze betrekking hebben.

Geen enkele specifieke toelichting is vereist voor de jaarrekeningen betreffende de vermogens en regelingen bedoeld in het eerste lid.

Art. 23.Voor de opstelling van haar jaarrekening houdt de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening sub-rekeningen bij voor elk van de afzonderlijke vermogens en voornoemde regelingen; zowel voor wat betreft de posten van haar globale resultatenrekening als wat betreft de posten van haar globale balans.

Art. 24.De regels die van toepassing zijn voor de opstelling van de globale balans en de globale resultatenrekening zijn van toepassing op de balans en de resultatenrekening die voor elk vermogen en elke regeling bedoeld in artikel 22 moeten opgesteld worden.

Art. 25.De in artikel 22 bedoelde balans en resultatenrekening moeten bij de CBFA toekomen binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm dan de globale balans en de globale resultatenrekening.

Zij zijn evenwel niet onderworpen aan de wettelijke verplichting tot neerlegging en publicatie die van toepassing is op de globale balans en op de globale resultatenrekening. HOOFDSTUK V. - Waarderingsregels Afdeling I. - Algemene principes

Art. 26.Elke instelling voor bedrijfspensioenvoorziening bepaalt de regels die, met nakoming van de bepalingen van dit besluit, gelden voor de waardering van de technische voorzieningen en van de inventaris, onder meer voor de vorming en de aanpassing van de afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen voor risico's en kosten alsmede de omrekeningsbasis in euro, zonder decimalen, van de elementen begrepen in de jaarrekening, die oorspronkelijk uitgedrukt worden of werden in vreemde valuta.

Deze regels worden bepaald door de raad van bestuur van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Zij worden vastgelegd in het inventarisboek en samengevat in document nr. 7 van de toelichting; overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 11 moet deze samenvatting voldoende nauwkeurig zijn zodat inzicht wordt verkregen in de toegepaste waarderingsmethodes.

Bestanddelen uitgedrukt in vreemde valuta worden omgerekend in euro onder toepassing van de middenkoers tussen de representatieve aan- en verkoopkoers op de contantmarkt op balansdatum.

Art. 27.De waarderingsregels, bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, moeten van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast.

Ze worden evenwel gewijzigd wanneer, onder meer uit hoofde van belangrijke veranderingen in economische omstandigheden, de vroeger gevolgde waarderingsregels niet langer aan het voorschrift van artikel 11 beantwoorden.

Deze wijzigingen worden in document nr. 8 van de toelichting vermeld en verantwoord.

Art. 28.Elk bestanddeel van het vermogen wordt afzonderlijk gewaardeerd.

Art. 29.De waardering moet voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

Onverminderd de toepassing van artikel 77 wordt er bij de vaststelling en toepassing van de waarderingsregels van uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteit zal voortzetten.

Art. 30.Er moet rekening gehouden worden met alle voorzienbare risico's, mogelijke verliezen en ontwaardingen, ontstaan tijdens het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft of tijdens voorgaande boekjaren, zelfs indien deze risico's, verliezen of ontwaardingen slechts gekend zijn tussen de balansdatum en het ogenblik waarop de jaarrekening door de raad van bestuur van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening wordt opgesteld.

Er moet rekening worden gehouden met de kosten en opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar of op voorgaande boekjaren, ongeacht de datum waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd, behalve indien de effectieve inning van de opbrengsten onzeker is. Afdeling II. - Aanschaffingswaarde

Art. 31.Onverminderd de toepassing van de bijzondere regels bedoeld in afdeling VI, worden de activabestanddelen gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde, en voor dat bedrag opgenomen in de balans, onder aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen.

Onder aanschaffingsprijs dient te worden verstaan de aankoopprijs verhoogd met bijkomende kosten zoals niet terugbetaalbare belastingen. Afdeling III. - Afschrijvingen en waardeverminderingen

Art. 32.Onder « afschrijvingen » verstaat men de bedragen ten laste van de resultatenrekening genomen, met betrekking tot de bestanddelen van de rubrieken I en II, A en B, van de activa waarvan de gebruiksduur beperkt is, teneinde hetzij het bedrag van deze activa te spreiden over hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur, hetzij deze kosten ten laste te nemen op het ogenblik waarop zij worden aangegaan.

Onder « waardeverminderingen » verstaat men correcties op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen vermeld in de rubrieken V en VI om rekening te houden met de al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij het afsluiten van het boekjaar.

De gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen worden afgetrokken van de actiefposten waarop ze betrekking hebben.

Art. 33.De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

Art. 34.De afschrijvingen en de waardeverminderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale afschrijvingen en waardeverminderingen geacteerd worden.

Art. 35.De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening overeenkomstig artikel 26 vastgelegde methoden.

De toepassing van deze waarderingsregels mag niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.

De waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd voor zover ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan een actuele beoordeling, conform de eisen waarvan sprake in artikel 33, van de minderwaarden waarvoor ze werden gevormd. Afdeling IV. - Voorzieningen voor risico's en kosten

Art. 36.De voorzieningen voor risico's en kosten beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat.

De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gebruikt voor waardecorrecties op activa.

Art. 37.De voorzieningen voor risico's en kosten moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

Onverminderd de toepassing van artikel 77 wordt bij de vaststelling en toepassing van de waarderingsregels ervan uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteit zal voortzetten.

Art. 38.De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naargelang van de risico's en kosten van dezelfde aard die ze moeten dekken.

Onder risico's en kosten van dezelfde aard moeten de soorten risico's en kosten worden verstaan die in artikel 40 zijn vermeld.

Art. 39.De voorzieningen voor risico's en kosten moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening overeenkomstig artikel 26 vastgelegde methoden.

De toepassing van deze waarderingsregels mag niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.

Art. 40.Voorzieningen moeten, onder meer, gevormd worden met het oog op : 1° de kosten van grote herstellings- en onderhoudswerken;2° de verlies- of kostenrisico's die voortvloeien uit zakelijke zekerheden, verstrekt tot waarborg van schulden of verbintenissen van derden, uit verbintenissen tot aan- of verkoop van vaste activa, uit termijnposities of -overeenkomsten in vreemde valuta, uit hangende geschillen. De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 37, van de risico's en kosten waarvoor ze werden gevormd. Afdeling V. - Technische Voorzieningen

Art. 41.De technische voorzieningen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

Onverminderd de toepassing van artikel 77 wordt er bij de vaststelling en toepassing van de waarderingsregels van uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteit zal voortzetten.

Art. 42.De technische voorzieningen moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening overeenkomstig artikel 26 vastgelegde methoden.

De toepassing van deze waarderingsregels mag niet afhangen van het resultaat van het boekjaar. Afdeling VI. - Bijzondere regels

Onderafdeling 1. - Bijzondere regels met betrekking tot de oprichtingskosten

Art. 43.De oprichtingskosten worden slechts in de activa opgenomen voor zover ze niet werden ten laste genomen tijdens het boekjaar in de loop waarvan ze werden opgelopen.

Art. 44.Voor de oprichtingskosten wordt overgegaan tot een passende afschrijving, per schijf van minstens twintig percent van de werkelijk uitgegeven bedragen.

Onderafdeling 2. - Bijzondere regels met betrekking tot de vaste activa

Art. 45.Voor de vaste activa met een beperkte gebruiksduur, wordt overgegaan tot afschrijving volgens een overeenkomstig artikel 26 opgesteld plan.

Voor die vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen wanneer, ingevolge hun ontaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

De afschrijvingen op vaste activa met een beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoor toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad.

Onderafdeling 3. - Bijzondere regels met betrekking tot de beleggingen

Art. 46.De beleggingen behorende tot de rubriek III van de activa worden, na hun oorspronkelijke boeking, gewaardeerd en in de balans opgenomen voor de affectatiewaarde op 31 december.

Met affectatiewaarde wordt de waarde bedoeld, bepaald overeenkomstig artikel 31 tot 34 van het uitvoeringsbesluit.

De verschillen in waardering voortvloeiend uit de toepassing van het eerste lid worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek « II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden ».

In afwijking van het vorige lid worden de wijzigingen met betrekking tot obligaties en andere vorderingen, die voortvloeien uit de prorata temporis boekhouding van de gelopen intresten, opgenomen in de rubriek « II. Financieel resultaat - B. Beleggingsopbrengsten ».

Onderafdeling 4. - Bijzondere regels met betrekking tot vorderingen, liquide middelen en schulden

Art. 47.De vorderingen behorende tot de rubriek V van de activa, de liquide middelen behorende tot de rubriek VI van de activa evenals de schulden behorende tot de rubriek IV van de passiva, worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde onder aftrek van de waardeverminderingen die er op betrekking hebben.

Art. 48.Op de vorderingen behorende tot de rubriek V van de activa worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag alsook wanneer op de datum van de jaarafsluiting hun realisatiewaarde lager is dan hun nominale waarde.

Op de activa behorende tot de rubriek VI worden waardeverminderingen toegepast wanneer op de datum van de jaarafsluiting hun realisatiewaarde lager ligt dan hun nominale waarde.

Subsectie 5. - Bijzondere regels met betrekking tot afgeleide financiële instrumenten

Art. 49.De onderliggende waarden van optiecontracten en warrants worden in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek « II. Onderliggende waarden van optiecontracten en warrants ».

De premies van de optiecontracten worden in de balans opgenomen in de subpost « a. Optiecontracten » van de rubriek « III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4.

Afgeleide financiële instrumenten ».

De verschillen die voortvloeien uit de waardeschommelingen van de premies van de optiecontracten worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek « II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden » of in de rubriek « II. Financieel resultaat - E. Wisselresultaat en resultaat uit de omrekening van vreemde valuta » indien de onderliggende waarde vreemde valuta betreft. Ze worden in de balans verwerkt onder de subpost « a. Optiecontracten » van de rubriek « III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ».

Bij uitoefening van de optiecontracten en warrants worden de premies gevoegd bij of afgetrokken van de aankoop- of verkoopprijs van de onderliggende vermogensbestanddelen.

Art. 50.De notionele bedragen van termijncontracten worden opgenomen in de posten buiten-balanstelling onder de rubriek « III. Notionele bedragen van de termijncontracten ».

De verschillen die voortvloeien uit de waardeschommelingen van termijncontracten worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek « II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden » of in de rubriek « II. Financieel resultaat - E. Wisselresultaat en resultaat uit de omrekening van vreemde valuta » indien de onderliggende waarde vreemde valuta betreft. Ze worden in de balans verwerkt onder de subpost « b. Termijncontracten » van de rubriek « III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4. Afgeleide financiële instrumenten ».

Art. 51.De notionele bedragen van swapcontracten worden in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek « IV. Notionele bedragen van de swapcontracten ».

De verschillen die voortvloeien uit de waardeschommelingen van swapcontracten worden in de resultatenrekening opgenomen in de rubriek « II. Financieel resultaat - F. Meer- of minderwaarden » of in de rubriek « II. Financieel resultaat - E. Wisselresultaat en resultaat uit de omrekening van vreemde valuta » indien de onderliggende waarde vreemde valuta betreft. Ze worden in de balans verwerkt onder de subpost « c. Swapcontracten » van de rubriek « III. Beleggingen - B. Verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten - 4.

Afgeleide financiële instrumenten ».

Tussentijdse betalingen en ontvangsten in gevolge swapcontracten worden in resultaat opgenomen onder de subpost « II. Financieel resultaat - B. Opbrengsten van beleggingen » of onder de subpost « II. Financieel resultaat - C. Kosten van beleggingen ».

Subsectie 6. - Bijzondere regels met betrekking tot cessie-retrocessie verrichtingen, uitlening van financiële instrumenten en financiële zekerheden

Art. 52.Onder cessie-retrocessie moet verstaan worden, de verrichting waarbij een financieel instrument contant wordt gekocht of verkocht, waarbij de betrokken partijen tevens de verbintenis aangaan dit financieel instrument op termijn terug te verkopen of te kopen, ongeacht de overeengekomen prijs-, leverings- of looptijdvoorwaarden.

Cessie-retrocessie verrichtingen worden in de rekeningen opgenomen als een uitlening van liquiditeiten vanwege de contantkoper aan de contantverkoper. De verbintenissen als gevolg van de ver- of terugkoop op termijn worden in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek « VI. Verbintenissen tot verkoop wegens cessie-retrocessie » of « VII. Verbintenissen tot terugkoop wegens cessie-retrocessie ».

Het verschil tussen de contantprijs en de terugkoopprijs op termijn wordt verwerkt als leningrente. Dit verschil wordt prorata temporis voor de looptijd van de verrichting in de resultatenrekening opgenomen.

Art. 53.De vordering die voor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening ontstaat uit de uitlening van financiële instrumenten wordt in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek « VIII. Uitgeleende financiële instrumenten ».

De opbrengsten die voor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening voortvloeien uit die verrichting worden verwerkt als leningrente. Deze opbrengsten worden prorata temporis voor de looptijd van de verrichting in de resultatenrekening opgenomen.

Art. 54.De financiële zekerheid waarvan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de begunstigde of de verstrekker is, wordt in de posten buiten-balanstelling opgenomen onder de rubriek « I. Zakelijke zekerheden » en wordt gewaardeerd overeenkomstig artikel 46 in het geval van beleggingen of overeenkomstig artikel 47 in het geval van liquide middelen of deposito's.

Indien de financiële zekerheid gepaard gaat met een eigendomsoverdracht van activa, wordt zij tevens in de balans opgenomen onder de subpost « V. Vorderingen - E. Collateral » of « IV. Schulden D. Collateral ». De vorderingen en schulden belichaamd door beleggingsvastgoed, effecten of geldmarktinstrumenten worden gewaardeerd overeenkomstig artikel 46. De vorderingen en schulden onder de vorm van liquide middelen of deposito's worden gewaardeerd overeenkomstig artikel 47. HOOFDSTUK VI. - Jaarverslag

Art. 55.De raad van bestuur van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening dient elk jaar een verslag te op te stellen over de globale jaarrekening en, in voorkomend geval, over de jaarrekening betreffende de afzonderlijke vermogens en de regelingen bedoeld in hoofdstuk IV.

Art. 56.De jaarverslagen vermeld in artikel 55 moeten duidelijk geïdentificeerd worden en moeten nauwkeurig vermelden op welke jaarrekening ze betrekking hebben.

Art. 57.De jaarverslagen vermeld in artikel 55 moeten op hetzelfde tijdstip op de CBFA toekomen als de jaarrekening waarop deze betrekking hebben en in een door de CBFA te bepalen vorm.

De jaarverslagen over de jaarrekeningen betreffende de afzonderlijke vermogens en de regelingen bedoeld in hoofdstuk IV zijn evenwel niet onderworpen aan de wettelijke verplichting tot neerlegging en publicatie die van toepassing is op het jaarverslag over de globale jaarrekening.

Art. 58.Het jaarverslag dat betrekking heeft op de globale jaarrekening dient minimaal volgende elementen te omvatten : 1° een verklaring over de jaarrekening waarbij een getrouw beeld wordt weergegeven over de evolutie van de activiteiten en van de financiële situatie van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;2° een verklaring over belangrijke gebeurtenissen die plaatsvonden na de afsluiting van het boekjaar;3° de genomen of nog te nemen maatregelen voor het herstel van de financiële situatie, in geval dat de balans een overgedragen verlies vertoont;4° een verklaring over het volgen van het financieringsplan bedoeld in artikel 86 van de wet;5° een verklaring over de invoering van de strategische allocatie van de investeringen met de bedoeling aan te tonen dat die is aangepast aan de hypothesen inzake het rendement waarop het financieringsplan gebaseerd is;6° een verklaring over de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening wordt geconfronteerd;7° een verklaring over de genomen of te nemen maatregelen inzake corporate governance. Het jaarverslag betreffende de jaarrekeningen bedoeld in hoofdstuk IV bevat de elementen bedoeld in het eerste lid voor zover er verschillen zijn met het jaarverslag betreffende de globale jaarrekening en/of voor zover ze significant zijn voor de betreffende afzonderlijke vermogens of de regelingen bedoeld in artikel 135, eerste lid, 2° van de wet. HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen Afdeling I. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 12 januari

2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening

Art. 59.In artikel 9 van het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening worden de woorden « in artikel 55, eerste lid, 1° » vervangen door de woorden « in artikelen 55, eerste lid, 1° en 135, eerste lid, 2° ».

Art. 60.In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de woorden « in artikel 55, eerste lid, 1° » vervangen door de woorden « in artikelen 55, eerste lid, 1° en 135, eerste lid, 2° ».

Art. 61.In artikel 41 van hetzelfde besluit worden in de Nederlandse versie de woorden « dat zij vanuit prudentieel oogpunt niet gerechtvaardigd zijn » vervangen door de woorden « dat zij de naleving van de bepalingen van dit Hoofdstuk in gevaar brengen ». Afdeling II. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 19 april 1991

betreffende de jaarrekening van de voorzorgsinstellingen onderworpen aan de wetgeving betreffende de controle der verzekeringsondernemingen

Art. 62.In de titel van het koninklijk besluit van 19 april 1991 betreffende de jaarrekening van de voorzorgsinstellingen onderworpen aan de wetgeving betreffende de controle der verzekeringsondernemingen worden de woorden « voorzorgsinstellingen onderworpen aan de wetgeving betreffende de controle der verzekeringsondernemingen » vervangen door de woorden « instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ».

Art. 63.In hetzelfde besluit worden de woorden « voorzorgsinstelling » en « voorzorgsinstellingen » respectievelijk vervangen door de woorden « instelling voor bedrijfspensioenvoorziening » en « instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ».

Art. 64.In artikel 1 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « bedoeld bij artikel 2, § 3, 6° van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen » vervangen door de woorden « bedoeld in Titel II van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening »; 2° het tweede lid wordt vervangen door volgende bepaling : « Dit besluit is niet van toepassing op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die ervoor gekozen hebben de bepalingen van het koninklijk besluit van [...] betreffende de jaarrekening van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening toe te passen op hun jaarrekening tijdens de overgangsperiode voorzien in artikel 79, eerste lid van voormeld besluit. »

Art. 65.In artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « van het artikel 10 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen zoals die van toepassing is op de voorzorgsinstellingen » vervangen door de woorden « van artikel 48 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ».

Art. 66.In artikel 21 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt a) worden de woorden « de voorzorgsactiviteit van » vervangen door de woorden « activiteiten bedoeld in artikel 55 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening beheerd door »;2° in punt b) worden de woorden « door artikel 8, § 1, van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 betreffende de toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen » vervangen door de woorden « door de artikelen 87 en 88 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ».

Art. 67.In artikel 32, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 12 van het koninklijk besluit van 7 mei 2000 betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen » vervangen door de woorden « de artikelen 31 tot 34 van het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ».

Art. 68.In punt A.I.B. van de, afdeling II van hoofdstuk I van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden « art. 20, § 3, 2de lid, koninklijk besluit 14 mei 1985 » vervangen door de woorden « artikel 173, § 1, tweede lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ».

Art. 69.De voetnoot (1) van de afdeling III, hoofdstuk I van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen : « Artikelen 163, 164, 165, 166, 168, 169 en 170, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. ».

Art. 70.In punt A.I. van de afdeling I van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden « van zijn voorzorgsactiviteit » vervangen door de woorden « van activiteiten bedoeld in artikel 55 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ».

Art. 71.In punt A. III.A.2. van de afdeling I van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 8, § 1 van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 betreffende de toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen » vervangen door de woorden « artikelen 87 en 88 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ».

Art. 72.In punt A. III.A.3. van de afdeling I van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden « bij artikel 20, § 1, derde lid van het bovenvermeld koninklijk besluit van 14 mei 1985 » vervangen door de woorden « bij artikel 163, derde lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ».

Art. 73.Punt A. I.B. van de afdeling II van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen : « I.B. Bijzondere uitkeringen In deze rubriek moeten, krachtens artikel 173, § 1, tweede lid, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, uitsluitend de bedragen geboekt worden met betrekking tot betalingen uitgevoerd door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening betreffende pensioenregelingen waarvoor een vrijstelling inzake technische voorzieningen werd toegekend overeenkomstig de artikelen 163, 164, 165, 166 en 168, 169 alsmede artikel 170 van de bovenvermelde wet voor zover, in dit laatste geval, de bedragen ten laste van het fonds voor bestaanszekerheid betrekking hebben op pensioenregelingen die bestonden op de datum bedoeld in artikel 170, § 1, eerste lid, van de bovenvermelde wet, en deze bedragen transiteren via de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. »

Art. 74.Punt B. I.B. van de afdeling II van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen : « I.B. Bijzondere stortingen Worden in deze rubriek geboekt, gestorte of nog te storten bijdragen betreffende de pensioenregelingen waarvoor een vrijstelling voor de samenstelling van technische voorzieningen werd toegekend overeenkomstig de artikelen 163, 164, 165, 166, 168 en 169 alsmede artikel 170 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening voor zover, in dit laatste geval, de bedragen ten laste van het fonds voor bestaanszekerheid betrekking hebben op pensioenregelingen die bestonden op de datum bedoeld in artikel 170, § 1, eerste lid, van de bovenvermelde wet, en deze bedragen transiteren via de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. »

Art. 75.In punt A van de afdeling III van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden « in artikel 20, § 1 en § 2 van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 betreffende de toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. » vervangen door de woorden « in de artikelen 163, 164, 165, 166, 168, 169 en 170 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. ».

Art. 76.In punt C.1. van de afdeling III van hoofdstuk II van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden « artikelen 20, 21 en 23 van het koninklijk besluit van 15 mei 1985 betreffende de activiteiten van de private voorzorgsinstellingen. » vervangen door de woorden « artikelen 17 en 18 van het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. ». HOOFDSTUK VIII. - Diverse en overgangsbepalingen

Art. 77.De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in vereffening.

Indien de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, al dan niet ingevolge een beslissing tot in vereffeningstelling, besluit haar activiteiten stop te zetten of indien er niet meer kan van worden uitgegaan dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening haar activiteiten zal voortzetten, worden de waarderingsregels dienovereenkomstig aangepast en geldt in het bijzonder het volgende : a) de oprichtingskosten moeten volledig worden afgeschreven;b) voor de vaste activa moet zonodig tot aanvullende afschrijvingen worden overgegaan om de boekwaarde terug te brengen tot de vermoedelijke realisatiewaarde;c) voorzieningen moeten worden gevormd voor de kosten die verbonden zijn aan de beëindiging van de werkzaamheden.

Art. 78.De artikelen 81 en 82 van de wet treden in werking op de dag dat voorliggend besluit in werking treedt.

Art. 79.De instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening passen de bepalingen van dit besluit ten laatste toe op de jaarrekening van het boekjaar dat ingaat na afloop van een termijn van zes maanden na de datum van publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Zolang hebben ze de keuze om ofwel de bepalingen van dit besluit ofwel de bepalingen van het voormelde koninklijk besluit van 19 april 1991, zoals gewijzigd door dit besluit, toe te passen op hun jaarrekening.

Bij het begin van het eerste boekjaar waarin een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de bepalingen van dit besluit toepast, is de waarde van de bestanddelen van de balans gelijk aan de waarde waarvoor ze in de inventaris op het einde van het voorafgaande boekjaar voorkwamen.

Art. 80.Het koninklijk besluit van 19 april 1991 betreffende de jaarrekening van de voorzorgsinstellingen onderworpen aan de wetgeving betreffende de controle der verzekeringsondernemingen wordt opgeheven na afloop van de overgangsperiode voorzien in artikel 79, tweede lid.

Art. 81.Dit besluit treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van hoofdstuk VII dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2007

Art. 82.Onze Minister die bevoegd is voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 juni 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, M. VERWILGHEN

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

HOOFDSTUK II. - Definities van de rubrieken van de jaarrekeningen Afdeling I. - Balans

A. Activa I. Oprichtingskosten In deze rubriek worden geboekt, voor zover zij niet op een andere wijze ten laste van de resultatenrekening van het lopende boekjaar worden gebracht, de kosten verbonden met de oprichting, de verdere ontwikkeling of de herstructurering van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

II. Vaste activa II.A. Immateriële vaste activa Onder immateriële vaste activa dient te worden verstaan, de onderzoeks- en ontwikkelingskosten, de concessies, brevetten, licenties, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten, de goodwill.

II.B. Materiële vaste activa Onder materiële vaste activa dient te worden verstaan de terreinen, gebouwen, installaties, machines, elektronische uitrusting, meubilair en rollend materieel waarvan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening eigenaar is en die worden aangewend in het kader van haar activiteit als leverancier van pensioenprestaties verbonden met een beroepsactiviteit, met uitzondering van de terreinen en gebouwen opgenomen in de rubriek II.A. II.C. Financiële vaste activa Onder financiële vaste activa dient te worden verstaan de deelnemingen van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in en de vorderingen op een bijdragende onderneming en de deelnemingen van een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in en de vorderingen op een entiteit waarmee een deelnemingsverband bestaat, dit wil zeggen waarin de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening 10 % of meer van het maatschappelijk kapitaal aanhoudt of 10 % of meer van het stemrecht op de algemene vergadering heeft.

III. Beleggingen III.A. Beleggingsvastgoed Onder deze rubriek worden de onroerende goederen opgenomen waarvan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening eigenaar is, met inbegrip van de gebouwen waarin ze haar activiteit uitoefent indien die worden aangewend als dekkingswaarden.

III.B. Verhandelbare titels en overige financiële instrumenten Worden eveneens opgenomen in deze rubriek, de effecten die als waarborg werden ontvangen en vermeld dienen te worden in de posten buiten-balansstelling en waarvoor een tegenwaarde werd geboekt op het passief in de post « IV. Schulden - C. Collateral ».

III.B. 1. Aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren Worden gerangschikt onder deze rubriek, de maatschappelijke rechten aangehouden in ondernemingen andere dan die bedoeld in II.C. Worden eveneens gerangschikt onder deze rubriek : de door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening aangehouden aandelen van de onderneming of ondernemingen waarvoor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening werd opgericht.

III.B.2. Obligaties en andere verhandelbare schuldinstrumenten Deze rubriek omvat de vastrentende effecten uitgegeven door zowel de publieke overheden, de openbare kredietinstellingen als de privé-ondernemingen.

Deze rubriek betreft onder meer de obligaties, de converteerbare obligaties, de kasbons, de kapitalisatiebons evenals de vastgoedcertificaten.

Worden eveneens geboekt onder deze rubriek, de geëffectiseerde vorderingen op de bijdragende onderneming of ondernemingen.

III.B.3. Rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen en investeringsfondsen III.B.4. Afgeleide financiële instrumenten III.B.4.a. Optiecontracten (+) (-) Worden onder deze post geboekt, de waarden van de gekochte (+) of uitgegeven (-) optiecontracten. Worden eveneens onder deze post geboekt de wijzigingen van de waarde van die contracten in de loop van de periode tijdens de welke de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die contracten in portefeuille houdt. Op het ogenblik van de verwerving of de uitgifte van het optiecontract stemt het bedrag waarvoor het geboekt wordt in de rekeningen overeen met de betaalde of ontvangen premie, al naargelang het contract werd verworven of uitgegeven.

III.B.4.b. Termijncontracten (+) (-) Worden onder deze post geboekt, de wijzigingen van de waarde van de termijncontracten die de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in portefeuille houdt.

IIII.B.4.c. Swapcontracten (+) (-) Worden onder deze post geboekt, de wijzigingen van de waarde van de swapcontracten die de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in portefeuille houdt III.B.5. Termijnbeleggingen Worden in deze rubriek opgenomen : - de termijnrekeningen op meer dan één maand; - de termijnrekeningen met opzegtermijn van meer dan één maand.

III.B.6. Overige beleggingen in deze rubriek worden alle beleggingen opgenomen die niet onder één van de rubrieken III.A. tot III.B.5. kunnen gerangschikt worden.

IV. Aandeel van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de technische voorzieningen Onder deze rubriek wordt het aandeel van de toegelaten verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen in de pensioenregelingen ten laste van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening geboekt.

Deze rubriek wordt onderverdeeld in evenveel subrubrieken als er subrubrieken zijn in de rubriek II van het passief van de balans, met uitzondering van de rubriek « II. Technische voorzieningen - C. Winstdeelname ».

V. Vorderingen V.A. Te ontvangen bijdragen Worden onder deze rubriek geboekt, tot op de datum van de storting, de bijdragen, inclusief de bijkomende kosten (50) de belastingen, taksen en andere supplementen geïnd voor rekening van derden, die opeisbaar zijn in uitvoering van een pensioenregeling die beheerd wordt door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

De bijdragen die bedoeld worden in deze rubriek worden er geboekt op de datum waarop ze vervallen, of op de datum waarop de dekking van de toezegging die ze financieren begint indien die vóór de vervaldatum valt (51), met uitzondering van de bijdragen bedoeld in de post « V.A.2 In uitvoering van een beslissing tot tussenkomst van de bijdragende ondernemingen in het over te dragen verlies », die op de balans worden ingeschreven op het ogenblik van de boeking van de verrichtingen van toewijzing en heffing, met inwerkingtreding op de datum van afsluiting van de rekeningen.

Overeenkomstig de artikelen 27, 6° van het uitvoeringsbesluit en 4 van de besluiten betreffende de solidariteit (52) zijn de in deze rubriek vermelde bedragen, verminderd met de belastingen, taksen, en andere supplementen geïnd voor rekening van derden, slechts aanvaardbaar als dekkingswaarde als hun opeisbaarheidsdatum niet langer dan een maand verstreken is. Dit houdt meer in het bijzonder in dat de bedragen die in deze rubriek voorkomen op de datum van afsluiting slechts kunnen aangewend worden als dekkingswaarden voor zover ze voldoen aan de voormelde voorwaarde betreffende de opeisbaarheid en ze gestort worden aan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening ten laatste op 31 januari volgend op de afsluitingsdatum.

V.A.1. In uitvoering van het financieringsplan Worden in deze rubriek geboekt, tot op het ogenblik van hun storting, de bijdragen, inclusief de bijkomende kosten, belastingen, taksen en andere supplementen geïnd voor rekening van derden, die opeisbaar zijn overeenkomstig het financieringsplan.

Worden eveneens onder deze rubriek geboekt de nog te ontvangen bijdragen met betrekking tot de bijzondere bijdragen bedoeld in de rubriek I.B. van de resultatenrekening.

Het is onder deze rubriek dat, tot op het moment van hun storting, de bijdragen geboekt worden, inclusief de bijkomende kosten, belastingen, taksen en andere supplementen geïnd voor rekening van derden, die opeisbaar zijn in het kader van de activiteit bedoeld in artikel 74, § 1, 2° en 3° van de wet.

V.A.2. In uitvoering van een beslissing tot tussenkomst van de bijdragende ondernemingen in het over te dragen verlies Worden in deze subrubriek geboekt, tot op het ogenblik van hun storting, de bijdragen bedoeld in de post « VII. Tussenkomst van de bijdragende ondernemingen in het over te dragen verlies » van de afdeling IV « Resultaatverwerking ». Het in aanmerking nemen van deze bedragen in de activapost V.A.2. gebeurt op de afsluitingsdatum en heeft geen invloed op de resultatenrekening. De tegenwaarde van die bedragen wordt op de afsluitingsdatum onmiddellijk in rekening gebracht op de balans door middel van een correctie van het eigen vermogen naar boven toe. Die bedragen dienen aan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening te worden gestort ten laatste een maand na de beslissing van de algemene vergadering die de tussenkomst van de bijdragende ondernemingen in het over te dragen verlies goedkeurt.

In principe zou die rubriek geen enkel bedrag mogen bevatten met betrekking tot de aciviteit bedoeld in artikel 74, § 1, 2° en 3° van de wet.

V.A.3. In uitvoering van een herstelplan of een saneringsplan Worden in deze rubriek geboekt, tot op het ogenblik van hun storting, de bijdragen, inclusief de bijkomende kosten, belastingen, taksen en andere supplementen geïnd voor rekening van derden, die opeisbaar zijn overeenkomstig een herstelplan of saneringsplan.

In principe zou die rubriek geen enkel bedrag mogen bevatten met betrekking tot de aciviteit bedoeld in artikel 74, § 1, 2° en 3° van de wet.

V.B. Vorderingen op bijdragende ondernemingen Onder deze rubriek worden de vorderingen geboekt die de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening heeft op de bijdragende onderneming of ondernemingen, met uitzondering van de nog te innen bijdragen.

V.B.1. Gewaarborgde vorderingen Onder deze rubriek worden uitsluitend de vorderingen op de bijdragende onderneming geboekt die als samenstellend bestanddeel van de solvabiliteitsmarge beschouwd worden krachtens artikel 13, tweede lid van het uitvoeringsbesluit.

V.B.2. Bijzondere vorderingen Onder deze rubriek worden uitsluitend de vorderingen geboekt bedoeld in artikel 163, derde lid, van de wet die als dekking dienen van de technische voorzieningen.

V.B.3. Overige vorderingen Onder deze rubriek worden alle aan de bijdragende onderneming of ondernemingen toegestane kredieten, voorschotten of andere leningen geboekt, met uitzondering van de geëffectiseerde vorderingen die onder de post III.B.2. moeten worden geboekt. Wordt eveneens onder deze rubriek geboekt, het bedrag van de gewaarborgde vordering dat oorspronkelijk geboekt was in de post V.B.1. en waarvoor de waarborg van de kredietinstelling of de verzekeringsonderneming heeft opgehouden te bestaan zonder dat de vordering evenwel door de bijdragende onderneming of ondernemingen werd geannuleerd. Die bedragen mogen niet worden aangewend als dekkingswaarde van de technische voorzieningen en mogen niet in aanmerking worden genomen als samenstellend element van de marge.

V.C. Kredieten Onder deze rubriek worden onder meer opgenomen de hypothecaire leningen, de hypothecaire kredieten, de voorschotten en alle andere leningen toegestaan aan derden, met uitzondering van de leningen die door effecten zijn vertegenwoordigd, die onder de rubriek II.B.2. moeten geboekt worden.

V.D. Vorderingen op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen Onder deze rubriek worden de bedragen geboekt die de verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen verschuldigd zijn en die voortspruiten uit verrichtingen met betrekking tot de dekking van de pensioenregelingen waarvoor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening een verzekering- of herverzekeringscontract heeft afgesloten of voorzieningen heeft samengesteld bij een verzekering- of herverzekeringsonderneming.

V.E. Collateral Onder deze rubriek wordt de tegenwaarde geboekt van de financiële activa waarvan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de eigendom heeft overgedragen als waarborg.

V.F. Overige vorderingen Onder deze rubriek worden de vorderingen geboekt die niet onder één van de voormelde rubrieken V.A. tot V.E. kunnen gerangschikt worden.

Worden onder meer onder deze rubriek geboekt, de lopende rekeningen van de verzekerings- en heverzekeringsondernemingen, de vervallen en nog te innen intresten, huurgelden en andere opbrengsten van beleggingen.

Deze post bevat in het bijzonder de borgtochten in contanten gestort als doorlopende waarborg, onder meer aan openbare besturen of nutsbedrijven alsmede andere wettelijke borgstellingen in speciën.

IV. Liquide middelen De liquide middelen omvatten behalve de kasmiddelen, de zichtrekeningen, termijnrekeningen en rekeningen met een opzegtermijn van ten hoogste één maand.

V. Overlopende rekeningen Deze rubriek omvat meer bepaald : a) de over te dragen kosten, dit wil zeggen de prorata van kosten die werden gemaakt tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar maar die ten laste van één of meer volgende boekjaren kunnen gebracht worden.b) de verworven opbrengsten, dit wil zeggen de prorata van opbrengsten die slechts in de loop van een volgend boekjaar zullen worden geïnd maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar. B. Passiva I. Eigen vermogen I.A. Sociaal fonds Onder deze rubriek wordt het bedrag van het eigen vermogen van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening geboekt dat niet wordt toegewezen aan de solvabiliteitsmarge en dat vrij is van elke verplichting.

Het bedrag dat in deze rubriek voorkomt, mag nooit negatief zijn.

I.B. Solvabiliteitsmarge Wordt onder deze rubriek geboekt, het bedrag van de samen te stellen solvabiliteitsmarge overeenkomstig de artikelen 87 en 88 van de wet.

I.C. Overgedragen verlies Wordt in deze rubriek opgenomen, het bedrag van het over te dragen verlies van de post « VI. Over te dragen winst/verlies » van de afdeling IV « Resultaatverwerking », onder aftrek, in voorkomend geval, van het bedrag dat voorkomt in de post « VII. Tussenkomst van de bijdragende ondernemingen in het over te dragen verlies ».

Indien een bedrag voorkomt in deze rubriek is het noodzakelijkerwijze negatief en kan er geen enkel bedrag voorkomen in de post « I. Eigen vermogen - A. Sociaal fonds ».

II. Technische Voorzieningen II.A. Pensionering en overlijden In deze rubriek wordt het bedrag van de technische voorzieningen opgenomen die enkel pensioen en overlijden betreffen en die betrekking hebben op de activiteiten bedoeld in de artikelen 55, eerste lid, 1° en 2° en 135, eerste lid, 2° van de wet.

Dit bedrag is minimaal geluik aan het bedrag dat men bekomt door toepassing van de bepalingen van hoofdstuk IV van het uitvoeringsbesluit, in voorkomend geval verminderd met de vrijstellingen toegekend krachtens artikel 163 en volgende van de wet.

Worden eveneens in deze rubriek opgenomen, de bedragen van de uitkeringen met betrekking tot pensioen (over te dragen verworven reserves, kapitalen in geval van leven bij pensionering, rente-uitkeringen) en overlijden (kapitalen in geval van overlijden, overlevingsrente-uitkeringen) die vervallen zijn maar nog niet uitgekeerd op de afsluitingsdatum van het boekjaar.

II.B. Invaliditeit en arbeidsongeschiktheidregeling Wordt in deze rubriek opgenomen, het bedrag van de technische voorzieningen betreffende de pensioenregelingen, maar enkel wat invaliditeit en arbeidsongeschiktheid betreft, en die betrekking hebben op de activiteiten bedoeld in artikel 55, eerste lid, 1° en 2° van de wet.

Dit bedrag is minimaal gelijk aan het bedrag dat men bekomt door toepassing van de bepalingen van hoofdstuk IV van het uitvoeringsbesluit.

Worden eveneens in deze rubriek opgenomen, de bedragen van de uitkeringen met betrekking tot invaliditeit en arbeidsongeschiktheid die vervallen zijn maar nog niet uitgekeerd op de afsluitingsdatum van het boekjaar.

II.C. Winstdeelname Wordt onder deze rubriek geboekt, de voorziening met betrekking tot de verdeelde maar op de afsluitingsdatum van het boekjaar nog niet toegekende winstdeelname, met inbegrip van de dotatie van het boekjaar zoals die voorkomt in de rubrieken « IV. Verplichte winstdeelname » en « VIII. Niet-verplichte winstdeelname » van de afdeling IV « Resultaatverwerking ».

II.D. Overige Worden onder meer onder deze rubriek geboekt, de technische voorzieningen betreffende pensioenregelingen beheerd door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in het kader van haar grensoverschrijdende activiteit en die door de lidstaat van ontvangst beschouwd worden als pensioenuitkeringen overeenkomstig de richtlijn 2003/41/EG van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening maar die in België niet bedoeld worden door artikel 74 van de wet.

Wordt eveneens onder deze rubriek geboekt, het bedrag van de technische voorzieningen die de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening moet samenstellen voor de solidariteitsactiviteiten die ze uitoefent in België.

Wordt eveneens onder deze rubriek geboekt, de bedragen van de uitkeringen met betrekking tot die andere technische voorzieningen die zijn vervallen maar nog niet uitgekeerd op de afsluitingsdatum van het boekjaar.

III. Voorzieningen voor risico's en kosten Wordt onder meer onder deze rubriek geboekt, het reconstitutiefonds voor annuïteitsleningen, dit wil zeggen de verworven waarde bij het afsluiten van het boekjaar, gevormd door de reconstitutiestortingen van deze leningen berekend aan de reconstitutievoet.

IV. Schulden IV.A. Technische schulden Worden onder meer onder deze rubriek geboekt, het bedrag van de vervallen maar nog niet betaalde verzekerings- en herverzekeringspremies evenals het bedrag van de in de loop van het boekjaar ten onrechte gestorte bijdragen.

IV.B. Fiscale en parafiscale schulden Worden onder meer onder deze rubriek geboekt, de bijdragen te storten aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.

IV.C. Collateral Onder deze rubriek wordt de tegenwaarde geboekt van de financiële activa waarvan de eigendom naar de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening werd overgedragen als waarborg. Dit omvat eveneens het als waarborg ontvangen onderpand van verzekerings- of herverzekerinsgmaatschappijen.

IV.D. Financiële schulden Worden onder meer onder deze rubriek opgenomen : - schulden van aangegane leningen; - nog uit te keren bedragen op toegestane leningen; - lopende rekeningen; - bijdragen verschuldigd aan openbare instellingen.

IV.D. Overige Worden onder meer onder deze rubriek opgenomen : - schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale schulden; - schulden bij leveranciers.

V. Overlopende rekeningen Deze rubriek bevat onder meer : a) de toe te rekenen kosten, dit wil zeggen de prorata van kosten die pas in een later boekjaar zullen worden betaald maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar.b) de over te dragen opbrengsten, dit wil zeggen de prorata van opbrengsten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar zijn geïnd, doch die betrekking hebben op een later boekjaar.Wordt met name onder deze rubriek geboekt, het gedeelte van de gestorte of nog te storten bijdragen dat dient aangewend te worden voor de dekking van pensioenregelingen die betrekking hebben op een volgend boekjaar. Afdeling II. - Posten buiten-balansstelling op 31/12/......

Enkel de rechten en verplichtingen waarvan de bedragen kwantificeerbaar zijn op de datum waarop de rekeningen worden afgesloten, worden geboekt in de rubrieken van deze afdeling. De rechten en verplichtingen die op de afsluitingsdatum niet kwantificeerbaar zijn, worden vermeld in document nr. 5 van de toelichting.

I. Zakelijke zekerheden (+) (-) A. Effecten en andere schuldtitels (+) (-) Onder deze rubriek worden de activa geboekt, bedoeld in de posten III.B.1., II.B.2. en III.B.3. van de balans die het voorwerp uitmaken van de zekerheid bedoeld in artikel 54 van dit besluit. De overeenstemmende bedragen worden in deze rubriek geboekt met een (+) of (-) teken al naargelang de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de verstrekker of de begunstigde is van de zekerheid. Indien deze zekerheid gepaard gaat met een overdracht van eigendom, zullen de activaposten III.B.1 tot III.B.3. waarin men de bestanddelen waarop de waarborg slaat, geboekt heeft, gedebiteerd of gecrediteerd worden met de overeenstemmende bedragen, al naargelang de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening begunstigde of verstrekker is van de zekerheid. Op analoge wijze zal men de passivapost « V. Schulden - C. Collateral » met het overeenstemmende bedrag crediteren of de activapost « V. Vorderingen - E. Collateral » met het overeenstemmende bedrag debiteren al naargelang de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening begunstigde of verstrekker van de zekerheid is.

B. Liquide middelen/deposito's (+) (-) Onder deze rubriek worden de activa geboekt bedoeld in de posten III.B.5. en VI. van de balans die het voorwerp uitmaken van de zekerheid bedoeld in artikel 54 van dit besluit. De overeenstemmende bedragen worden in deze post geboekt met een (+) of (-) teken al naargelang de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de verstrekker of de begunstigde is van de zekerheid. Indien deze zekerheid gepaard gaat met een overdracht van eigendom, zullen de activaposten III.B.5 en VI. van het actief waarin men de bestanddelen waarop de waarborg slaat geboekt heeft, gedebiteerd of gecrediteerd worden met de overeenstemmende bedragen, al naargelang de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening begunstigde of verstrekker is van de zekerheid. Op analoge wijze zal men de passivapost « IV. Schulden - C. Collateral » met het overeenstemmende bedrag crediteren of de activapost « V. Vorderingen - E. Collateral » met het overeenstemmende bedrag debiteren al naargelang de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening begunstigde of verstrekker van de zekerheid is.

C. Beleggingsvastgoed (+) (-) Onder deze rubriek worden de activa geboekt, bedoeld in post III.A. van de balans die het voorwerp uitmaken van de zekerheid bedoeld in artikel 54 van dit besluit. De overeenstemmende bedragen worden in deze rubriek geboekt met een (+) of (-) teken al naargelang de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de verstrekker of de begunstigde is van de zekerheid. Indien deze zekerheid gepaard gaat met een overdracht van eigendom, zal de activapost III.A. waarin men de bestanddelen waarop de waarborg slaat, geboekt heeft, gedebiteerd of gecrediteerd worden met de overeenstemmende bedragen, al naargelang de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening begunstigde of verstrekker is van de zekerheid. Op analoge wijze zal men de passivapost « IV. Schulden - C. Collateral » met het overeenstemmende bedrag crediteren of de activapost « V. Vorderingen - E. Collateral » met het overeenstemmende bedrag debiteren al naargelang de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening begunstigde of verstrekker van de zekerheid is.

II. Onderliggende waarden van optiecontracten en warrants (+) Onder deze rubriek worden de onderliggende waarden vermeld van de optie- en warrantcontracten, gekocht of verkocht (uitgegeven) door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, zoals bedoeld in artikel 1, 4° van dit besluit.

A. Gekochte optiecontracten en warrants Onder deze rubriek worden de onderliggende waarden vermeld van de optie- en warrantcontracten, gekocht (uitgegeven) door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening B. Verkochte optiecontracten en warrants Onder deze rubriek worden de onderliggende waarden vermeld van de optie- en warrantcontracten, verkocht (uitgegeven) door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening III. Notionele bedragen van termijncontracten (+) Onder deze rubriek worden de notionele bedragen van de termijncontracten geboekt, bedoeld in artikel 1, 5° van dit besluit.

A. Gekochte termijncontracten Onder deze rubriek worden de notionele bedragen geboekt van de termijncontracten, in uitvoering waarvan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening er zich toe verbindt om op de datum voorzien in het contract het onderliggende instrument te kopen.

B. Verkochte termijncontracten Onder deze rubriek worden de notionele bedragen van de termijncontracten geboekt, in uitvoering waarvan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening er zich toe verbindt om op de datum voorzien in het contract het onderliggende instrument te verkopen.

IV. Notionele bedragen van swapcontracten (+) Onder deze rubriek worden de notionele bedragen van de swapcontracten geboekt bedoeld in artikel 1, 6° van dit besluit.

V. Notionele bedragen van andere afgeleide financiële instrumenten (+) Onder deze rubriek worden de notionele bedragen geboekt van de contracten met betrekking tot afgeleide financiële producten, andere dan die bedoeld in de rubrieken II. tot IV. van deze afdeling.

A. Andere gekochte afgeleide financiële instrumenten Onder deze rubriek worden de notionele bedragen geboekt van de contracten met betrekking tot afgeleide financiële producten, andere dan die bedoeld in de rubrieken II. tot IV. van deze afdeling, gekocht door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

B. Andere verkochte afgeleide financiële instrumenten Onder deze rubriek worden de notionele bedragen geboekt van de contracten met betrekking tot afgeleide financiële producten, andere dan die bedoeld in de rubrieken II tot IV van deze afdeling, verkocht door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

VI. Verbintenissen tot verkoop wegens cessie-retrocessie Onder deze rubriek worden de bedragen vermeld met betrekking tot de aankoopverrichtingen bedoeld in artikel 52 van dit besluit. Die bedragen stemmen overeen met de marktwaarde van de financiële instrumenten die de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening heeft gekocht en waarvoor ze, in uitvoering van een cessie-retrocessiecontract, zich heeft verbonden om bij afloop te verkopen.

VII. Verbintenissen tot terugkoop wegens cessie-retrocessie Onder deze rubriek worden de bedragen vermeld met betrekking tot de verkoopverrichtingen bedoeld in artikel 52 van dit besluit. Die bedragen stemmen overeen met de contractuele waarde waarvoor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening zich heeft verbonden om bij afloop de financiële instrumenten terug te kopen die ze heeft verkocht in uitvoering van een cessie-retrocessiecontract.

VIII. Uitgeleende financiële instrumenten Onder deze rubriek wordt de marktwaarde vermeld van de uitgeleende financiële instrumenten.

IX. Niet-opgevraagde bedragen op aandelen Onder deze rubriek worden de niet-opgevraagde bedragen vermeld op de aandelen die door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening worden aangehouden.

X. Overige Onder deze rubriek worden alle rechten en verplichtingen buiten balans vermeld die geacht worden gekwantificeerd te zijn op de datum waarop het boekjaar wordt afgesloten en die niet voortkomen uit de rubrieken I tot IX. Afdeling III. - Resultatenrekening

I. Technisch resultaat I.A. Bijdragen Worden in deze rubriek geboekt de bijdragen, met inbegrip van de bijkomende kosten maar onder aftrek van de vernietigingen, belastingen, taksen en andere supplementen geïnd voor rekening van derden, gestort of nog te storten en met betrekking tot een pensioenregeling beheerd door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

I.A.1. In uitvoering van het financieringsplan Worden in deze rubriek geboekt de bijdragen, met inbegrip van de bijkomende kosten en onder aftrek van vernietigingen, belastingen, taksen en andere supplementen geïnd voor rekening van derden, gestort of nog te storten in uitvoering van een financieringsplan met betrekking tot een pensioenregeling beheerd door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

Het is onder deze rubriek dat de gestorte of nog te storten bijdragen geboekt worden, inclusief de bijkomende kosten, belastingen, taksen en andere supplementen geïnd voor rekening van derden, die opeisbaar zijn in het kader van de activiteiten bedoeld in artikel 74, § 1, 2° en 3° van de wet.

Worden niet in deze rubriek geboekt, de bedragen bedoeld in de rubriek I.B. I.A.2. In uitvoering van een herstelplan of een saneringsplan Worden in deze rubriek geboekt de bijdragen, onder aftrek van de vernietigingen, belastingen, taksen en andere supplementen geïnd voor rekening van derden, gestort of nog te storten in uitvoering van een herstelplan of saneringsplan met betrekking tot een pensioenregeling beheerd door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

In principe zou die rubriek geen enkel bedrag mogen bevatten met betrekking tot de aciviteit bedoeld in artikel 74, § 1, 2° en 3° van de wet.

I.B. Bijzondere bijdragen Worden in deze rubriek geboekt de door een bijdragende onderneming gestorte of nog te storten bijdragen betreffende de pensioenregelingen waarvoor een vrijstelling voor de samenstelling van technische voorzieningen werd toegekend overeenkomstig de artikelen 163, 164, 165, 166, 168 en 169 alsmede artikel 170 van de wet voor zover, in dit laatste geval, de bedragen ten laste van het fonds voor bestaanszekerheid betrekking hebben op pensioenregelingen die bestonden op de datum waarop de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen op hen van toepassing is geworden en deze bedragen transiteren via de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

I.C. Uitkeringen In deze rubriek worden de bedragen vermeld betreffende de betalingen aan de begunstigden, zonder aftrek van de eventuele tussenkomst van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, dewelke in de post I.K. van het technisch resultaat geboekt wordt, en met uitzondering van de bedragen opgenomen in de post I.D. I.D. Bijzondere uitkeringen In deze rubriek moeten, krachtens artikel 173 van de wet, uitsluitend de bedragen geboekt worden met betrekking tot betalingen uitgevoerd door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening betreffende pensioenregelingen waarvoor een vrijstelling inzake technische voorzieningen werd toegekend overeenkomstig de artikelen 163, 164, 165, 166 en 168, 169 alsmede artikel 170 van de wet voor zover, in dit laatste geval, de bedragen ten laste van het fonds voor bestaanszekerheid betrekking hebben op pensioenregelingen die bestonden op de datum waarop de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen op hen van toepassing is geworden en deze bedragen transiteren via de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

I.E. Wijziging van het aandeel van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de technische voorzieningen Het betreft de algebraïsche som van de bedragen op het einde (+) en in het begin (-) van het boekjaar van de posten vermeld onder de rubriek IV. van de balans.

Deze rubriek is onderverdeeld in evenveel subrubrieken als er subrubrieken zijn in de activarubriek IV van de balans.

I.F. Netto wijziging van de gewaarborgde vorderingen Het betreft de algebraïsche som van de bedragen op het einde (+) en in het begin (-) van het boekjaar met betrekking tot de vorderingen vermeld in de rubriek V.B.1. van de balans genoemd « Brutowijziging van de gewaarborgde vorderingen », verhoogd met de bedragen die in de loop van het boekjaar niet meer werden gewaarborgd door een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming zonder evenwel door de bijdragende ondernemingen te zijn teruggenomen, en verminderd met de bedragen die in de loop van het boekjaar werden ingehouden op de post V.B.3. en opnieuw de garantie van een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming kregen.

I.G. Wijziging van de bijzondere vorderingen op de bijdragende ondernemingen Het betreft de algebraïsche som van de bedragen op het einde (+) en in het begin (-) van het boekjaar met betrekking tot de vorderingen vermeld in de rubriek V.B.2. van de balans.

I.H. Wijziging van de vorderingen op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen Het betreft de algebraïsche som van de bedragen op het einde (+) en in het begin (-) van het boekjaar met betrekking tot de vorderingen vermeld in de rubriek V.D. van de balans.

I.I. Overdracht van pensioenrechten Het betreft de algebraïsche som van de bedragen die het voorwerp uitmaken van een overdracht van pensioenreserves afkomstig van een andere pensioeninstelling (+) en van de bedragen die het voorwerp uitmaken van een overdracht van pensioenreserves naar een andere pensioeninstelling (-).

I.J. Wijziging van de technische voorzieningen Het betreft de algebraïsche som van de bedragen op het einde van het boekjaar (+) en in het begin van het boekjaar (-) met betrekking tot de technische voorzieningen vermeld in de passivarubriek II. van de balans.

Deze rubriek is onderverdeeld in evenveel subrubrieken als er subrubrieken zijn in de passivarubriek II. van de balans.

I.K. Verzekerings- en herverzekeringsuitkeringen Deze rubriek omvat onder meer de van toegelaten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen ontvangen of nog te ontvangen sommen in uitvoering van pensioenregelingen.

I.L. Afgestane verzekerings- en herverzekeringspremies Deze rubriek omvat onder meer de door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening aan een toegelaten verzekerings- of herverzekeringsonderneming betaalde of te betalen sommen (enige premies, periodieke premies, toelagen) in uitvoering van pensioenregelingen.

I.M. Overige technische opbrengsten Deze rubriek omvat onder meer de eventuele commissies en alle bedragen die voor rekening van derden werden geïnd. Worden onder meer in deze rubriek opgenomen, de belastingen, taksen en andere supplementen bedoeld in de rubrieken I.A. en I.B. I.N. Overige technische kosten Onder deze rubriek worden onder meer de te betalen intresten op premies of uitkeringen geboekt. Worden eveneens onder deze rubriek geboekt, de belastingen, taksen en andere supplementen met betrekking tot uitgekeerde prestaties evenals de belastingen, taksen en andere supplementen bedoeld in de rubrieken I.A. en I.B. en betaald door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening.

II. Financieel resultaat II.A. Opbrengsten van de financiële vaste activa Onder opbrengsten dient te worden verstaan de vervallen al dan niet geïnde financiële opbrengsten met betrekking tot de financiële vaste activa die voorkomen in de activarubriek II. II.B. Beleggingsopbrengsten Onder beleggingsopbrengsten dient te worden verstaan de vervallen, al dan niet geïnde financiële opbrengsten, evenals de wijziging van de prorata van de gelopen en nog niet vervallen financiële opbrengsten met betrekking tot de beleggingen die voorkomen in de activarubriek II. Worden onder meer in deze rubriek geboekt, de dividenden en de intresten op de activa bedoeld in de post « III.B. Beleggingen - Verhandelbare titels en overige financiële instrumenten » van het actief, de intresten op de activapost « V. Vorderingen - E. Collateral » alsmede de tussentijdse betalingen en ontvangsten waarvan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening de begunstigde is geweest in uitvoering van een swapcontract.

II.C. Beleggingskosten Worden onder meer in deze post geboekt de intresten ten laste van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en die betrekking hebben op de post « IV. Schulden - C. Collateral » van het passief, de tussentijdse betalingen en ontvangsten ten laste van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en uitvoering van de swapcontract evenals de roerende voorheffing.

II.D. Kosten van schulden Worden onder deze post geboekt, de intresten ten laste van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en die betrekking hebben op de passivapost « IV. Schulden », met uitzondering van deze die betrekking hebben op de post « IV. Schulden - C. Collateral » die worden geboekt onder de post « II.C. Beleggingskosten ».

II.E. Wisselresultaten en resultaten uit de omrekening van vreemde valuta Worden onder deze rubriek geboekt, de vastgestelde afwijkingen bij het te gelde maken van bezittingen en bij betaling van schulden in vreemde valuta, veroorzaakt door wisselkoersverschillen, alsook de afwijkingen die voortvloeien uit de omrekening in euro, zonder decimalen, op 31 december, van de elementen van de balans andere dan de beleggingen vermeld in de activarubriek III., die worden of oorspronkelijk werden uitgedrukt in vreemde valuta. Worden eveneens opgenomen in deze rubriek, de verschillen resulterend uit wijzigingen van de waarde van optie-, termijn- en swapcontracten waarvan de onderliggende waarden vreemde valuta betreffen.

II.F. Meer- of minderwaarden Het betreft de algebraïsche som van de minderwaarden die worden geboekt bij de de realisatie van de activabestanddelen vermeld onder de rubrieken I. tot en met IV. van de balans (-) en van de meerwaarden die worden geboekt bij de realisatie van de activabestanddelen vermeld onder de rubrieken I. tot en met IV. van de balans (+). Zijn inbegrepen in deze bedragen, de afwijkingen, veroorzaakt door wisselkoersverschillen, vastgesteld op het moment van realisatie van beleggingen van rubriek III. van het actief, die uitgedrukt zijn of waren in vreemde valuta.

Worden eveneens onder deze rubriek opgenomen, de niet-gerealiseerde minder- en meerwaarden (-)(+) die betrekking hebben op activabestanddelen van rubriek III, met inbegrip van de op afsluitingsdatum vastgestelde omrekeningsverschillen met betrekking tot bedoelde activa die in vreemde valuta zijn uitgedrukt. Worden niet opgenomen in deze rubriek de wijzigingen van de waarde met betrekking tot optie-, termijn- en swapcontracten die vreemde valuta als onderliggende waarde hebben.

III. Bedrijfsresultaat III.A. Goederen en diensten Deze post bevat de kosten verbonden met de dienstverlening of levering van goederen door derden.

III.B. Afschrijvingen Onder deze post worden geboekt, de afschrijvingen op de vaste activa waarvan het gebruik beperkt is in de tijd. Geen enkele afschrijving wordt geboekt voor het beleggingsvastgoed die dient als belegging en voor de materiële vaste activa (terreinen en gebouwen) die worden aangewend als dekkingswaarde.

III.C. Overige Onder deze rubriek worden onder meer geboekt : - de bezoldigingen en andere personeelskosten; - de belastingen (taksen, voorheffingen,...) uitgezonderd de belastingen bedoeld in de rubriek VII.A.; - de algemene kosten (telefoon, verzekeringen, controlekosten,...).

IV. Waardeverminderingen Worden in deze rubriek geboekt, de waardeverminderingen met betrekking tot de activabestanddelen van de rubrieken II.C., V. en VI. V. Voorzieningen voor risico's en kosten Worden onder deze rubriek geboekt, de toewijzingen aan en de terugnames op de post « III. Voorzieningen voor risico's en kosten » van de balans.

VI. Uitzonderlijk resultaat VI.A. Uitzonderlijke opbrengsten Worden onder deze rubriek geboekt, de opbrengsten die toe te schrijven zijn aan voorgaande boekjaren. Worden eveneens onder deze rubriek vermeld, de opbrengsten die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Wanneer deze opbrengsten evenwel een te verwaarlozen bedrag vertegenwoordigen, mogen ze onder de post III.C. geboekt worden. Worden eveneens onder deze rubriek geboekt, de bijdragen gestort door de bijdragende ondernemingen die deze bepaald door het financieringsplan voor het afgesloten boekjaar overtreffen en die geen betrekking hebben op een volgend boekjaar.

VI.B. Uitzonderlijke kosten In deze rubriek moeten de kosten worden opgenomen die toe te schrijven zijn aan vroegere boekjaren.

Worden eveneens vermeld onder deze rubriek, de kosten die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Wanneer deze kosten evenwel een te verwaarlozen bedrag vertegenwoordigen, mogen ze onder de post III.C. worden vermeld.

VII. Belastingen VII.A. Belastingen In deze rubriek wordt onder meer de vennootschapsbelasting opgenomen.

VII.B. Regulariseringen van belastingen.

In deze rubriek worden de bekomen of geraamde terugbetalingen geboekt van overschotten van betaalde belastingen met betrekking tot vroegere boekjaren.

VIII. Toe te wijzen resultaat van het boekjaar.

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 5 juni 2007 betreffende de jaarrekening van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. _______ Nota's (50) Onder bijkomende kosten wordt verstaan de kosten die begrepen zijn in het bedrag van de bijdragen die gevorderd worden van de bijdragende ondernemingen of de aangeslotenen zoals poliskosten, bijvoegselkosten en kwitantiekosten. (51) Hier wordt het geval bedoeld waarbij de financiering van de toezegging geïnspireerd is op een postnumerando benadering, d.w.z. een benadering waarbij de financiering gebeurt na het vervallen van de termijn. (52) Koninklijk besluit van 14 november 2003 tot vaststelling van de regels inzake de financiering en het beheer van de solidariteitstoezegging en koninklijk besluit van 15 december 2003 tot vaststelling van de regels inzake de financiering en het beheer van een solidariteitsstelsel verbonden aan een sociale pensioenovereenkomst. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, M. VERWILGHEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^