Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 06 maart 2018
gepubliceerd op 20 maart 2018

Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de attesten die ter beschikking dienen te worden gehouden voor de toepassing van bepaalde belastingverminderingen voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2018011360
pub.
20/03/2018
prom.
06/03/2018
ELI
eli/besluit/2018/03/06/2018011360/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

6 MAART 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de attesten die ter beschikking dienen te worden gehouden voor de toepassing van bepaalde belastingverminderingen voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Wanneer betalingen voor individuele levensverzekeringen en hypothecaire leningen recht kunnen geven op een belastingvermindering, worden er door de verzekeraars en de financiële instellingen attesten uitgereikt die de vraag van de belastingplichtige om een belastingvermindering te verlenen, moeten staven. In beginsel gaat het om : - een eenmalig basisattest waarin de gegevens worden meegedeeld waaruit moet blijken dat het contract in aanmerking kan komen voor een bepaalde belastingvermindering; - jaarlijkse betalingsattesten waarin het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen worden meegedeeld en de gegevens die nodig zijn om na te gaan of de voorwaarden voor een bepaalde belastingvermindering nog altijd vervuld zijn.

Sinds aanslagjaar 2017 moeten de verzekeraars en financiële instellingen de gegevens die op die attesten vermeld staan, ook elektronisch doorgeven aan de FOD Financiën (artikelen 92 en 93 van de wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2016 pub. 20/12/2016 numac 2016003460 bron federale overheidsdienst financien Wet tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën sluiten tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën - koninklijk besluit van 9 februari 2017 tot uitvoering van artikel 323/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 houdende de elektronische uitwisseling van de gegevens met betrekking tot de hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen). Op die manier heeft de wetgever de administratieve lasten voor de burger willen verlichten en het vooraf invullen van de aangifte mogelijk willen faciliteren (Parl. St. 54-2072/001, p. 77).

De verplichting tot elektronische gegevensuitwisseling geldt voor de gegevens met betrekking tot de interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en de premies van individuele levensverzekeringen die recht kunnen geven op : - de federale belastingvermindering lange termijnsparen en bouwsparen) (artikelen 1451, 2° en 3°, en 526, § 2, WIB 92); - de gewestelijke woonbonus (artikel 14537, WIB 92); - de Vlaamse geïntegreerde woonbonus (artikel 14538/2, WIB 92); - de gewestelijke belastingvermindering lange termijnsparen en bouwsparen (artikelen 14539 tot 14542, WIB 92); - de Waalse "chèque habitat" (artikel 14546ter, tot 14546quinqies, WIB 92); - de federale woonbonus (artikel 539, WIB 92); - de federale belastingvermindering voor interesten van groene leningen (artikel 14524, § 3, WIB 92), voor zover het gaat om hypothecaire leningen met een minimale looptijd van 10 jaar.

Naar aanleiding van de invoering van die elektronische gegevensuitwisseling, werd in overleg met de sector beslist om het éénmalig basisattest en het jaarlijkse betalingsattest te integreren in één enkel jaarlijks document, één voor hypothecaire leningen (attest 281.61) en één voor levensverzekeringen (attest 281.62). Om de financiële instellingen en verzekeraars de tijd te geven om die wijziging voor te bereiden, werden de modellen van die geïntegreerde attesten reeds gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 juni 2016.

In overleg met de sector werd ook beslist dat voor de contracten gesloten vóór 1 januari 2016 waarvoor reeds een basisattest werd uitgereikt, een aantal gegevens niet verplicht elektronisch moeten worden meegedeeld aan de FOD Financiën. Wat de hypothecaire leningen betreft, gaat het om de gegevens met betrekking tot het doel van de lening en de ligging van de woning waarvoor de lening werd aangegaan (B.S. van 23 juni 2016, pp. 37991 tot 37993). Wat de levensverzekeringscontracten betreft, gaat het om het doel van het contract en het verzekerd bedrag bij aanvang van het contract. (B.S. van 23 juni 2016, pp. 38000 en 38001). Voor de contracten gesloten vóór 1 januari 2016 zal het jaarlijks attest dan ook eerder worden beschouwd als een jaarlijks betalingsattest en blijft de verplichting bestaan om ook het basisattest dat naar aanleiding van het aangaan van het sluiten van het contract, ter beschikking te houden van de administratie als men de toepassing vraagt van een belastingvermindering. Het fiscaal stelsel van een herfinancieringslening volgt veelal dat van de geherfinancierde lening, waarbij als aanvangsdatum van de lening de aanvangsdatum van de geherfinancierde lening in aanmerking wordt genomen. Om te bepalen welke attesten moeten worden ter beschikking gehouden van de Federale Overheidsdienst Financiën moet echter steeds de datum van de overeenkomst op zich in aanmerking worden genomen. Hetzelfde geldt voor de individuele levensverzekerings-contracten.

Ingevolge het advies van de Raad van State, wordt voor de vanaf 1 januari 2016 gesloten herfinancieringsleningen van vóór die datum afgesloten leningen expliciet aangegeven dat hierop de regels voor leningen gesloten vanaf 1 januari 2016 van toepassing zijn.

De verplichting om attesten ter beschikking te houden van de administratie blijft in beginsel ook behouden voor het jaarlijkse attest. Op die manier wordt vermeden dat belastingverminderingen moeten worden geweigerd omdat een financiële instelling of verzekeraar de verplichting om gegevens elektronisch mee te delen aan de FOD Financiën niet is nagekomen. Bovendien is die verplichting momenteel ook niet juridisch afdwingbaar bij buitenlandse instellingen en verzekeringsondernemingen. Het spreekt voor zich dat de fiscale administratie geen attesten zal opvragen bij de belastingplichtige wanneer ze de gegevens al via elektronische weg van de financiële instelling of de verzekeraar heeft gekregen. In dezelfde logica zal de administratie het basisattest niet opvragen voor contracten gesloten vóór 1 januari 2016 wanneer de verzekeraar of de financiële instelling ook de optionele gegevens via elektronische weg heeft meegedeeld.

Dit besluit wijzigt niet enkel de bepalingen met betrekking tot federale belastingverminderingen (i.c. de artikelen 632, 633, 6311ter en 255, KB/WIB 92), maar ook de bepalingen met betrekking tot gewestelijke belastingverminderingen (i.c. de artikelen 6318/10, 6318/11 en 6318/12, KB/WIB 92). Vermits het een maatregel betreft die verband houdt met de dienst van de personenbelasting (controle van de aangifte), is de federale overheid hiervoor bevoegd (artikel 5/1, § 5, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten).

Artikel 14538/2, § 4, WIB 92, zoals vervangen door het decreet van 23 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016036770 bron vlaamse overheid 23 DECEMBER 2016 - Decreet houdende diverse fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen sluiten houdende diverse bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen, bepaalt dat om van de Vlaamse geïntegreerde woonbonus te kunnen genieten, de belastingplichtige een attest dat door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie de levensverzekering is aangegaan, ter beschikking moet houden (van de Federale Overheidsdienst Financiën). Er is niet expliciet geregeld dat het attest volgens een bepaald model zou moeten worden opgesteld. Het is echter aangewezen dat de verzekeraars en financiële instellingen hetzelfde attest zouden gebruiken voor alle federale en gewestelijke belastingverminderingen. In het bericht dat door de FOD Financiën werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 juni 2016 is ook uitdrukkelijk vermeld dat het attest ook kan worden gebruikt voor de Vlaamse geïntegreerde woonbonus. Om het gebruik van de attesten 281.61 en 281.62 voor de Vlaamse geïntegreerde woonbonus ook afdwingbaar te maken, voegt dit besluit een artikel 6318/10/1 in in het KB/WIB 92.

Voor de rechtsgrond wordt, overeenkomstig het advies van de Raad van State, terugevallen op artikel 108 van de Grondwet, samengelezen met artikel 315, eerste lid, WIB 92.

Wat de attesten in het kader van de Waalse "chèque habitat" (artikelen 14546ter tot 14546quinquies, WIB 92) betreft, wordt eveneens een nieuwe bepaling ingevoegd in het KB/WIB 92, met name artikel 6318/12/1.

Ook hier wordt artikel 108 van de Grondwet, samengelezen met artikel 315, eerste lid, WIB 92 als rechtsgrond ingeroepen. Aan het Waalse Gewest werd gevraagd het besluit van 24 november 2016 tot uitvoering van het decreet van 20 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de toekenning van een fiscaal voordeel voor de aankoop van de eigen woning : de "Chèque Habitat" (wooncheque) op te heffen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.

De belastingvermindering voor interesten van groene leningen (artikel 14524, § 3, WIB 92 en artikel 6311ter, KB/WIB 92) wordt verleend voor interesten van leningen (ook niet-hypothecaire) die zijn aangegaan tussen 1 januari 2009 en 31 december 2011. Voor de niet-hypothecaire leningen en de hypothecaire leningen met een looptijd van minder dan 10 jaar wijzigt er niets op het vlak van de attesten. Voor de hypothecaire leningen met een looptijd van 10 jaar of meer, moeten de financiële instellingen aan elektronische gegevensuitwisseling doen en is ook het geïntegreerde attest van toepassing. (Wat de geherfinancierde hypothecaire lening en de hypothecaire herfinancieringslening betreft, is vereist dat zij samen een minimale looptijd van 10 jaar hebben.) Enkel voor een vanaf 1 januari 2016 gesloten hypothecaire herfinancieringsleningen van hypothecaire leningen zullen alle gegevens op het jaarlijkse attest verplicht moeten worden ingevuld. Voor de andere leningen moet in beginsel het basisattest verder worden voorgelegd.

In de artikelen 632, 633, 6318/10, 6318/11, 6318/12 en 255, KB/WIB 92 wordt nog steeds gevraagd dat attesten worden overgelegd door de belastingplichtige tot staving van zijn vraag om een belastingvermindering te verlenen. De fiscale administratie vraagt al een aantal jaren niet meer dat dat de attesten bij de aangifte worden gevoegd, maar wel dat de attesten ter beschikking worden gehouden van de administratie. De voormelde artikelen worden ook in die zin aangepast (artikelen 1, 2, a), 5, 1° 7, a), 8, a), en 10, 1°, van dit besluit).

Dit besluit treedt in werking vanaf aanslagjaar 2019.

De financiële instellingen en verzekeraars hebben voor de attesten die ze voor het aanslagjaar 2017 hebben uitgereikt, de modelattesten gebruikt die op 23 juni 2016 in het Belgisch Staatsblad werden gepubliceerd. Hetzelfde geldt voor de attesten die ze tegen 1 maart 2018 zullen uitreiken voor het aanslagjaar 2018. De verwijzingen op die attesten zijn gebaseerd op de bestaande indeling van de artikelen in kwestie. Om verwarring te vermijden, zal dit besluit pas vanaf aanslagjaar 2019 van toepassing zijn. De administratie zal zo snel mogelijk na de publicatie van dit besluit nieuwe modelattesten publiceren met verwijzingen naar de nieuwe bepalingen.

Voor den aanslagjaren 2017 en 2018 aanvaardt de administratie de attesten die werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 juni 2016 als jaarlijks betalingsattest en als basisattest voor de contracten die werden gesloten vanaf 1 januari 2016.

Dit is, Sire, de draagwijdte van het besluit dat U wordt voorgelegd.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT

ADVIES 62.646/VR VAN 23 JANUARI 2018 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT WIJZIGING VAN HET KB/WIB 92 OP HET STUK VAN DE ATTESTEN DIE TER BESCHIKKING DIENEN TE WORDEN GEHOUDEN (...) VOOR DE TOEPASSING VAN BEPAALDE BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR HYPOTHECAIRE LENINGEN EN INDIVIDUELE LEVENSVERZEKERINGEN" Op 11 december 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot vijfenveertig dagen (*), een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de attesten die ter beschikking dienen te worden gehouden (...) voor de toepassing van bepaalde belastingverminderingen voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen".

Het ontwerp is door de verenigde kamers onderzocht op 16 januari 2018 .

De verenigde kamers waren samengesteld uit Jacques Jaumotte, voorzitter van de Raad van State, Jo Baert, en Martine Baguet, kamervoorzitters, Jeroen Van Nieuwenhove, Bernard Blero en Koen Muylle, staatsraden, Jan Velaers, Jacques Englebert, Marianne Dony en Bruno Peeters, assessoren, en Annemie Goossens en Anne-Catherine Van Geersdaele, griffiers.

Het verslag is uitgebracht door Patrick Ronvaux, eerste auditeur, en Frédéric Vanneste, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo Baert, kamervoorzitter.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 23 januari 2018. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Strekking van het ontwerp 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot wijziging van bepalingen van en tot invoeging van nieuwe bepalingen in het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I sluiten "tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992" met betrekking tot de attesten die ter beschikking van de federale belastingadministratie moeten worden gehouden in verband met de interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en de premies van individuele levensverzekeringen die recht kunnen geven op : - de federale belastingvermindering voor lange termijnsparen en bouwsparen (artikelen 1451, 2° en 3°, en 526, § 2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, hierna : WIB 92); - de gewestelijke woonbonus (artikel 14537 van het WIB 92); - de Vlaamse "geïntegreerde woonbonus" (artikel 14538/2 van het WIB 92); - de gewestelijke belastingvermindering voor lange termijnsparen en bouwsparen (artikelen 14539 tot 14542 van het WIB 92); - de Waalse "chèque habitat" (artikel 14546ter tot 14546quinquies van het WIB 92); - de federale woonbonus (artikel 539 van het WIB 92); - de federale belastingvermindering voor interesten van groene leningen (artikel 14524, § 3, van het WIB 92).

In de ontworpen bepalingen wordt uiteengezet om welke attesten het gaat en welke gegevens ze dienen te bevatten, en in voorkomend geval wordt ook bepaald dat de modellen ervan worden vastgesteld door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde. In sommige van de ontworpen bepalingen wordt nog verduidelijkt dat de attesten ter beschikking moeten worden gehouden van de belastingadministratie (en dus niet bij de belastingaangifte moeten worden gevoegd).

Bevoegdheid 3. De federale overheid is bevoegd voor het verzekeren van de dienst van de personenbelasting, zoals blijkt uit artikel 5/1, § 5, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten "betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten" (hierna : bijzondere financieringswet).Dit houdt onder meer in dat belastingplichtigen de gewestelijke belastingverminderingen kunnen aanvragen via hun aangifte in de personenbelasting en dat de Federale Overheidsdienst Financiën verantwoordelijk is voor de controle van de belasting (1). In het kader van die controle kunnen aan de belastingplichtige bewijsstukken of inlichtingen worden gevraagd (zie de artikelen 315 en 316 van het WIB 92). Het staat dan aan de belastingdienst om de bewijswaarde van de voorgelegde stukken te beoordelen. Bepalen dat de belastingplichtige attesten ter beschikking moet houden van de belastingdienst, is dus eigenlijk een bepaling in verband met de controle - en dus de dienst - van de belasting, waarvoor de federale overheid bevoegd is (2).

Rechtsgrond 4.1. Uit de aanhef van het om advies voorgelegde ontwerp blijkt dat de rechtsgrond wordt gezocht in : - de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning (artikel 108 van de Grondwet); - artikel 5/1, § 5, eerste lid, van de bijzondere financieringswet; - de artikelen 1456, derde lid, 14524, § 3, vijfde lid, 14538, § 3, 14538/2, § 4, 14540, § 5, 14546quater, § 3, van het WIB 92 en, "voor zover het artikel 115, § 3, zoals het bestond alvorens te zijn opgeheven bij artikel 22 van de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003239 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten, van toepassing maakt", artikel 539, § 1, tweede lid, van het WIB 92. 4.2. Voor het ontworpen koninklijk besluit bieden de voormelde bepalingen onvoldoende rechtsgrond. 4.2.1. Uit artikel 5/1, § 5, eerste lid, van de bijzondere financieringswet volgt dat enkel de federale overheid bevoegd is voor de dienst van de personenbelasting, doch aan die bepaling kan de Koning geen rechtsgrond ontlenen om normen uit te vaardigen. 4.2.2. Een aantal van de vermelde bepalingen van het WIB 92 hebben betrekking op belastingverminderingen waarvoor de gewesten krachtens artikel 5/5, § 4, eerste lid, 1°, van de bijzondere financieringswet exclusief bevoegd zijn. In bepalingen die tot de rechtsorde van de gewesten behoren kan de federale uitvoerende macht geen rechtsgrond vinden. 4.3. Voor het geheel van de bepalingen van het ontworpen besluit kan evenwel rechtsgrond worden gevonden in artikel 108 van de Grondwet (algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning), gelezen in samenhang met artikel 315, eerste lid, van het WIB 92, dat luidt : "Eenieder die onderhevig is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners is verplicht de administratie, op haar verzoek, zonder verplaatsing, met het oog op het nazien ervan, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen." Onderzoek van de tekst Aanhef 5. De aanhef dient in overeenstemming te worden gebracht met wat hiervoor is opgemerkt over de rechtsgrond van het ontworpen besluit. Dat betekent dat het tweede lid van de aanhef geschrapt dient te worden, terwijl het derde lid dient te worden beperkt tot een verwijzing naar artikel 315, eerste lid, van het WIB 92 (3).

Dispositief 6. In het verslag aan de Koning wordt verduidelijkt dat "[h]et fiscaal stelsel van een herfinancieringslening (...) veelal dat van de geherfinancierde lening [volgt], waarbij als aanvangsdatum van de lening de aanvangsdatum van de geherfinancierde lening in aanmerking wordt genomen" en dat "[o]m te bepalen welke attesten moeten worden ter beschikking gehouden van de Federale Overheidsdienst Financiën (...) echter steeds de datum van de overeenkomst op zich in aanmerking [moet] worden genomen.

Hetzelfde geldt voor de individuele levensverzekeringscontracten".

Dit blijkt niet duidelijk uit de tekst van de ontworpen bepalingen, wat dient te worden verholpen.

De griffier, A. Goossens.

De voorzitter, J. Jaumotte. * Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat de termijn van dertig dagen verlengd wordt tot vijfenveertig dagen in het geval waarin het advies gegeven wordt door de verenigde kamers met toepassing van artikel 85bis. (1) Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53-2974/001, 17-18. Volgens de parlementaire voorbereiding van de bijzondere wet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021379 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021378 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen sluiten "tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten" omvat de dienst van de belasting "de vaststelling van de belastinggrondslag, de berekening van de belasting, de controle van de belastinggrondslag en van de belasting, de daarop betrekking hebbende betwistingen (zowel administratief als gerechtelijk), de inning en de invordering van de belastingen (met inbegrip van de kosten en de intresten)" (Parl.St. Kamer 2000-01, nr. 50-1183/007, 160). (2) De gewesten zouden enkel kunnen voorzien in attesten als een voorwaarde om de belastingvermindering te genieten.(3) Vermits de vermelding van de artikelen waaraan gerefereerd wordt in het derde lid van de aanhef nuttig is voor een goed begrip van het te nemen besluit, kan een overweging in die zin worden opgenomen in de aanhef (zie : Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, nr.40, te raadplegen op de internetsite van de Raad van State : www.raadvst-consetat.be).

6 MAART 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de attesten die ter beschikking dienen te worden gehouden voor de toepassing van bepaalde belastingverminderingen voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 : - artikel 1456, derde lid, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992; - artikel 14524, § 3, vijfde lid, ingevoegd bij de wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten; - artikel 315, eerste lid; - artikel 539, § 1, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003239 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten, voor zover het artikel 115, § 3, zoals het bestond alvorens te zijn opgeheven bij artikel 22 van de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003239 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten, van toepassing maakt;

Gelet op het KB/WIB 92;

Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 23 november 2017;

Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting van 8 december 2017;

Gelet op advies 62.646/VR van de Raad van State, gegeven op 23 januari 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, artikel 5/1, § 5, eerste lid, en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de artikelen 14538, § 3, 14538/2, § 4, 14540, § 5, en 14546quater, § 3;

Op de voordracht van de Minister van Financiën;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 632 van het KB/WIB 92, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september 1995 en vervangen bij het koninklijk besluit van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/06/2006 pub. 19/06/2006 numac 2006003287 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de toepassingsmodaliteiten met betrekking tot de belastingvoordelen voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringscontracten sluiten, wordt de bepaling onder 2° als volgt vervangen : "2° de verzekerde, naargelang het geval, het volgende attest of de volgende attesten waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld en die door de verzekeraar worden uitgereikt, ter beschikking houdt van de Federale Overheidsdienst Financiën : A. voor de contracten gesloten vóór 1 januari 2016 : 1) een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van de belastingvermindering voor het lange termijnsparen;2) een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt en gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 1451, 2°, van het genoemde Wetboek, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld; B. voor de contracten gesloten vanaf 1 januari 2016 : een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de premies die door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk zijn betaald meedeelt en gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 1451, 2°, van het genoemde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld.".

Art. 2.In artikel 633 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september 1995, vervangen bij het koninklijk besluit van 30 januari 2001 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 oktober 2003, 10 juni 2006 en 27 januari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de inleidende zin wordt de zinsnede "indien de belastingplichtige de volgende attesten overlegt waarvan de modellen door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die door de instelling die de lening heeft toegestaan worden uitgereikt " vervangen door de zinsnede "indien de belastingplichtige, naargelang het geval, het volgende attest of de volgende attesten waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld en die door de instelling die de lening heeft toegestaan worden uitgereikt, ter beschikking houdt van de Federale Overheidsdienst Financiën :";b) de bepalingen onder 1° en 2° worden als volgt vervangen : "1° voor de leningen gesloten vóór 1 januari 2016 : a) een eenmalig basisattest waarin de instelling gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat de lening in aanmerking kan komen voor de toepassing van de belastingvermindering voor het lange termijnsparen;b) een jaarlijks attest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt en gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 1451, 3°, van het genoemde Wetboek, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld; 2° voor de leningen gesloten vanaf 1 januari 2016, met inbegrip van de vanaf 1 januari 2016 gesloten leningen ter herfinanciering van vóór die datum gesloten leningen : een jaarlijks attest waarin de financiële instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt en gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 1451, 3°, van het genoemde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld.".

Art. 3.In artikel 6311ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 juli 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/07/2009 pub. 16/07/2009 numac 2009002048 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis, voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, samengevat op 18 juli 1966 type koninklijk besluit prom. 12/07/2009 pub. 31/07/2009 numac 2009003261 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de intrestbonificatie voor leningovereenkomsten bestemd voor de financiering van energiebesparende uitgaven type koninklijk besluit prom. 12/07/2009 pub. 18/08/2009 numac 2009011344 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juli 2002 tot regeling van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren type koninklijk besluit prom. 12/07/2009 pub. 04/09/2009 numac 2009011367 bron federale overheidsdienst informatie- en communicatietechnologie Koninklijk besluit ter uitvoering van artikel 35, § 3, van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de procedure tot erkenning van een pakket « Internet voor iedereen II » en houdende controlebepalingen sluiten, worden de bepalingen onder 1° en 2° als volgt vervangen : "1° voor de vanaf 1 januari 2016 gesloten hypothecaire herfinacieringsleningen van een hypothecaire lening met een minimale looptijd van 10 jaar : een jaarlijks attest waarin de kredietgever het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt en gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14524, § 3, van het genoemde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld;2° voor de andere dan in 1° bedoelde leningen : a) een eenmalig basisattest waarin de kredietgever gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 14524, § 3, van het genoemde Wetboek; b) een jaarlijks attest waarin de kredietgever het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt en gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14524, § 3, van het genoemde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.".

Art. 4.In het opschrift van afdeling XXVundecies/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juni 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/06/2014 pub. 10/07/2014 numac 2014003284 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingverminderingen met betrekking tot de in artikel 5/5, § 4, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten bedoelde uitgaven sluiten, worden de woorden "artikelen 14538, § 3, 14540, § 5, en 14545, § 2, 3°, b" vervangen door de woorden "artikelen 14538, § 3, 14538/2, § 4, 14540, § 5, 14545, § 2, 3°, b, 14546quater, § 3, en 315, eerste lid".

Art. 5.In artikel 6318/10 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juni 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/06/2014 pub. 10/07/2014 numac 2014003284 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingverminderingen met betrekking tot de in artikel 5/5, § 4, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten bedoelde uitgaven sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin wordt de zinsnede "de volgende attesten die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten, worden overgelegd :" vervangen door de zinsnede ", naargelang het geval, het volgende attest of de volgende attesten waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten ter beschikking houden van de Federale Overheidsdienst Financiën : " 2° de bepalingen onder A en B worden als volgt vervangen : "A.wat de interesten en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van de hypothecaire lening betreft : 1° voor de leningen gesloten vóór 1 januari 2016 : a) een eenmalig basisattest waarin de instelling gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 14537 van het genoemde Wetboek;b) een jaarlijks attest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14537 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld;2° voor de leningen gesloten vanaf 1 januari 2016, met inbegrip van de vanaf 1 januari 2016 gesloten leningen ter herfinanciering van vóór die datum gesloten leningen : een jaarlijks attest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14537 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld; B. wat de levensverzekeringspremies betreft : 1° voor de contracten gesloten vóór 1 januari 2016 : a) een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 14537 van het genoemde Wetboek;b) een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14537 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld; 2° voor de contracten gesloten vanaf 1 januari 2016 : een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14537 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld.".

Art. 6.In afdeling XXVundecies/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juni 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/06/2014 pub. 10/07/2014 numac 2014003284 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingverminderingen met betrekking tot de in artikel 5/5, § 4, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten bedoelde uitgaven sluiten, wordt een artikel 6318/10/1 ingevoegd, luidende : "Art. 6318/10/1. Wanneer een belastingplichtige de toepassing vraagt van de belastingvermindering als bedoeld in artikel 14538/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening alsmede de bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening, moet hij tot staving van die vraag het volgende attest waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld en dat wordt uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten ter beschikking houden van de Federale Overheidsdienst Financiën : A. wat de interesten en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van de hypothecaire lening betreft : een jaarlijks attest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14538/2 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld;

B. wat de levensverzekeringspremies betreft : een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14538/2 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld.".

Art. 7.In artikel 6318/11, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juni 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/06/2014 pub. 10/07/2014 numac 2014003284 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingverminderingen met betrekking tot de in artikel 5/5, § 4, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten bedoelde uitgaven sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de zinsnede "moeten ter staving van die vraag de volgende attesten worden overgelegd die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de in het eerste lid bedoelde onderneming bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten :" wordt vervangen door de zinsnede "moet ter staving van die vraag, naargelang het geval, het volgende attest of de volgende attesten waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld en die worden uitgereikt door de in het eerste lid bedoelde onderneming bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten, ter beschikking worden gehouden van de Federale Overheidsdienst Financiën :";b) de bepalingen onder 1° en 2° worden als volgt vervangen : "1° voor de contracten gesloten vóór 1 januari 2016 : a) een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van de in artikel 14539, van het genoemde Wetboek vermelde belastingvermindering;b) een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14539, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.2° voor de contracten gesloten vanaf 1 januari 2016 : een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14539;eerste lid, 1°, van het genoemde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld.".

Art. 8.In artikel 6318/12 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juni 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/06/2014 pub. 10/07/2014 numac 2014003284 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingverminderingen met betrekking tot de in artikel 5/5, § 4, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten bedoelde uitgaven sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de zinsnede "moeten ter staving van die vraag de volgende attesten worden overgelegd die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die die lening heeft toegestaan :" wordt vervangen door de zinsnede "moeten ter staving van die vraag, naargelang het geval, het volgende attest of de volgende attesten waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die die lening heeft toegestaan, ter beschikking worden gehouden van de Federale Overheidsdienst Financiën :";b) de bepalingen onder 1° en 2° worden als volgt vervangen : "1° voor de leningen gesloten vóór 1 januari 2016 : a) een eenmalig basisattest waarin de instelling gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van de in artikel 14539 van het genoemde Wetboek vermelde belastingvermindering;b) een jaarlijks attest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14539, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld; 2° voor de leningen gesloten vanaf 1 januari 2016, met inbegrip van de vanaf 1 januari 2016 gesloten leningen ter herfinanciering van vóór die datum gesloten leningen : een jaarlijks attest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 14539, eerste lid, 2°, van genoemde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld.".

Art. 9.In afdeling XXVundecies/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juni 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/06/2014 pub. 10/07/2014 numac 2014003284 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingverminderingen met betrekking tot de in artikel 5/5, § 4, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten bedoelde uitgaven sluiten, wordt een artikel 6318/12/1 ingevoegd, luidende : "Art. 6318/12/1. Wanneer een belastingplichtige de toepassing vraagt van de belastingvermindering als bedoeld in de artikelen 14546ter tot 14546quinquies van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening alsmede de bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening, moet hij tot staving van die vraag het volgende attest waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld en dat wordt uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten, ter beschikking houden van de Federale Overheidsdienst Financiën : A. wat de interesten en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van de hypothecaire lening betreft : een jaarlijks attest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van de artikelen 14546ter tot 14546quinquies van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld;

B. wat de levensverzekeringspremies betreft : een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van de artikelen 14546ter tot 14546quinquies van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden zijn vervuld.".

Art. 10.In artikel 255 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/06/2006 pub. 19/06/2006 numac 2006003287 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de toepassingsmodaliteiten met betrekking tot de belastingvoordelen voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringscontracten sluiten en vervangen bij het koninklijk besluit van 30 september 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin wordt de zinsnede "moeten ter staving van die vraag de volgende attesten die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij het levensverzekeringscontract is gesloten, worden overgelegd" vervangen door de zinsnede "moeten ter staving van die vraag, naar gelang het geval, het volgende attest of de volgende attesten waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten, ter beschikking worden gehouden van de Federale Overheidsdienst Financiën";2° de bepalingen onder A en B worden als volgt vervangen : "A.wat de interesten en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van de hypothecaire lening betreft : 1° voor de herfinancieringsleningen gesloten vanaf 1 januari 2016 : een jaarlijks attest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het genoemde Wetboek, zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, gestelde voorwaarden zijn vervuld;2° voor de andere dan in 1° bedoelde leningen : a) een eenmalig basisattest waarin de instelling gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het vernoemde Wetboek zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft;b) een jaarlijks attest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het vernoemde Wetboek, zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld; B. wat de levensverzekeringspremies betreft : 1° voor de contracten gesloten vanaf 1 januari 2016 : een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het genoemde Wetboek, zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, gestelde voorwaarden zijn vervuld;2° voor de andere dan in 1° bedoelde contracten : a) een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het vernoemde Wetboek zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft; b) een jaarlijks attest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het vernoemde Wetboek, zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.".

Art. 11.Dit besluit is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019.

Art. 12.De minister die bevoegd is voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 6 maart 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT

^