Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 07 januari 1998
gepubliceerd op 14 maart 1998

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, betreffende de bevordering van de vorming en tewerkstelling van risicogroepen onder de werknemers

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
1997012889
pub.
14/03/1998
prom.
07/01/1998
ELI
eli/besluit/1998/01/07/1997012889/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

7 JANUARI 1998. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, betreffende de bevordering van de vorming en tewerkstelling van risicogroepen onder de werknemers (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, inzonderheid op artikel 3;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de socio-culturele sector;

Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, betreffende de bevordering van de vorming en tewerkstelling van risicogroepen onder de werknemers.

Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 januari 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET

Bijlage Paritair Comité voor de socio-culturele sector Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1997 Bevordering van de vorming en tewerkstelling van risicogroepen onder de werknemers (Overeenkomst geregistreerd op 16 september 1997 onder het nummer 45035/CO/329) Doel

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst strekt ertoe initiatieven te ontwikkelen ter bevordering van de vorming en de tewerkstelling van risicogroepen onder de werknemers in uitvoering van hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.

Toepassingsgebied

Art. 2.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de organisaties of instellingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de socio-culturele sector. § 2. In afwijking van het bepaalde onder § 1 van dit artikel is deze collectieve arbeidsovereenkomst niet van toepassing op de werkgevers die er blijk van geven gebonden te zijn door een buiten het paritair comité gesloten collectieve arbeidsovereenkomst die dezelfde aangelegenheid regelt en op grond waarvan zij een vrijstelling genieten van de voor de risicogroepen bestemde werkgeversbijdragen.

Bijdrage

Art. 3.De werkgever dient elk kwartaal van 1997 en 1998 een bijdrage ten belope van 0,10 pct., berekend op grond van de bruto-lonen die hij aan zijn werknemers betaalt, te storten aan het fonds voor bestaanszekerheid, zoals bepaald in artikel 4, waarvan de financiële middelen een fonds uitmaken dat moet toelaten het onder artikel 1 genoemde doel te realiseren.

Voor het eerste kwartaal 1997 wordt geen bijdrage gestort. Voor het tweede kwartaal 1997 wordt de bijdrage bepaald op 0,20 pct., berekend volgens de hierboven vermelde grondslag.

Deze bijdragen moeten op hetzelfde ogenblik worden gestort als de sociale zekerheidsbijdragen aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid.

Stortingen

Art. 4.§ 1. De werkgevers van de organisaties of instellingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de socio-culturele sector verrichten de stortingen aan het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds voor het Sociaal-Cultureel Werk van de Vlaamse Gemeenschap", voor zover zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen : - een vereniging zijn waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Vlaamse Gewest; - een vereniging zijn waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid ingeschreven is op de Nederlandse taalrol. § 2. De werkgevers van de organisaties of instellingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de socio-culturele sector verrichten de stortingen aan het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Fonds social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone", voor zover zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen: - een vereniging zijn waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Waals Gewest; - een vereniging zijn waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid ingeschreven is op de Franse taalrol.

Beheer en aanwending

Art. 5.Het in artikel 4, § 1 genoemde "fonds" wordt beheerd door het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds voor het Sociaal-Cultureel Werk van de Vlaamse Gemeenschap".

Het in artikel 4, § 2 genoemde "fonds" wordt beheerd door het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Fonds social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone.

De beide sociale fondsen kunnen binnen de perken van de financiële middelen van het fonds initiatieven ontwikkelen ter bevordering van de vorming en de tewerkstelling van risicogroepen volgens de modaliteiten en de mogelijkheden bepaald in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.

Geldigheidsduur

Art. 6.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een bepaalde duur.

Zij heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998. § 2. In afwijking van het bepaalde van § 1 van dit artikel wordt deze collectieve arbeidsovereenkomst van kracht, voor de werkgevers bedoeld in artikel 2, § 2 die een collectieve arbeidsovereenkomst buiten paritair comité hebben gesloten, bij het verstrijken van de geldigheid van de collectieve arbeidsovereenkomst die buiten paritair comité werd gesloten.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari 1998.

De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld

^