Koninklijk Besluit van 10 april 2015
gepubliceerd op 08 mei 2015
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de vorming en innovatie

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2015201028
pub.
08/05/2015
prom.
10/04/2015
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2015201028

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


10 APRIL 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de vorming en innovatie (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de vorming en innovatie.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 april 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlag Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2014 Vorming en innovatie (Overeenkomst geregistreerd op 19 augustus 2014 onder het nummer 123005/CO/149.01) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "Vormelek VZW" verstaan : "Centrum voor beroepsopleiding en vorming voor de sector van de elektriciens". HOOFDSTUK II. - Risicogroepen

Art. 2.Definitie risicogroepen.

Onder "risicogroepen" wordt verstaan : - langdurig werkzoekenden; - kortgeschoolde werkzoekenden; - werkzoekenden van 45 jaar en ouder; - herintreders en herintreedsters; - leefloners; - personen met een arbeidshandicap; - allochtonen; - werkzoekenden in een herinschakelingsstatuut; - (deeltijds) lerende jongeren; - kortgeschoolde arbeiders; - arbeiders die geconfronteerd worden met meervoudig ontslag, herstructurering of de introductie van nieuwe technologieën; - arbeiders van 45 jaar en ouder; - de risicogroepen voorzien in het koninklijk besluit van van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, vierde lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 8 april 2013), gespecifieerd in artikelen 2bis en 2ter van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 2bis.Tenminste 0,05 pct. van de loonmassa dient te worden voorbehouden aan één of meerdere van volgende risicogroepen : 1. De werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken;2. De werknemers van 40 jaar die in de sector werken en bedreigd zijn met ontslag : a.hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de opzeggingstermijn loopt; b. hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering;c. hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een collectief ontslag werd aangekondigd;3. De niet-werkenden en de personen die sinds minder dan één jaar werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. Onder "niet-werkenden" wordt verstaan : a. De langdurig werkzoekenden, zijnde de personen die in het bezit zijn van een werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden;b. De uitkeringsgerechtigde werklozen;c. De werkzoekenden die laaggeschoold of erg laaggeschoold zijn in de zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de tewerkstelling;d. De herintreders, zijn de personen die zich na een onderbreking van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven;e. De personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;f. De werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen;g. De werkzoekenden die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of niet bezaten bij overlijden;4. De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : - De personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; - De personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens 33 pct.; - De personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; - De personen die als doelgroep werknemer tewerkgesteld zijn of waren bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité voor de beschutte en de sociale werkplaatsen; - De gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 pct.; - De personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federal Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen; - De persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot werkhervatting; 5. De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk besluit van 25 november 1991.

Art. 2ter.Van de in artikel 2bis bedoelde inspanning moet minstens de helft besteed worden aan initiatieven ten voordele van één of meerdere van de volgende groepen : - de in artikel 2bis, 5° bedoelde jongeren; - de in artikel 2bis, 3° en 4° bedoelde personen die nog geen 26 jaar oud zijn.

Art. 3.Opdrachten aan Vormelek.

De financiële middelen zoals bepaald in artikel 15 van deze overeenkomst, worden door Vormelek aangewend om onderstaande opdrachten voor de doelgroep zoals omschreven in artikel 2 van deze overeenkomst, te vervullen : - bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de ondersteuning van vormings- en opleidingsinitiatieven van, alsook samenwerking met, institutionele partners, onder andere VDAB, Bruxelles Formation en FOREm, met als doel een maximale tewerkstelling binnen de sector; - ondersteuning en samenwerking met derden inzake vormings- en opleidingsinitiatieven, met als doel een maximale tewerkstelling binnen de sector; - uitbouwen van een paritair beheerd en kwalitatief alternerend opleidingssysteem, onder andere via projecten in samenwerking met deeltijds onderwijs en middenstandsleerlingwezen; - optimaliseren van de aansluiting opleiding - arbeidsmarkt; - alle andere opdrachten en projecten van de raad van bestuur van Vormelek in het kader van de ondersteuning van vormings- en opleidingsinitiatieven van personen uit risicogroepen, zoals bepaald in artikel 2 van deze overeenkomst.

Art. 4.Modaliteiten.

De raad van bestuur van Vormelek bepaalt de verdere modaliteiten met betrekking tot de opdrachten van Vormelek, zoals bepaald in artikel 3 van deze overeenkomst, en dit in functie van onder andere de instroom van risicogroepen in de sector, de beheersbaarheid van de kosten, alsook de tewerkstelling in de sector. HOOFDSTUK III. - Recht op permanente vorming

Art. 5.Definitie permanente vorming.

Onder "permanente vorming" wordt verstaan : de vorming die het vakmanschap van de arbeider bevordert, zijn arbeidsmarktpositie versterkt en beantwoordt aan de noden van de ondernemingen en de sector.

Art. 6.Opdrachten aan Vormelek.

De opdracht van Vormelek omvat het ondersteunen van een sectoraal opleidingsbeleid, met name : - het onderzoeken van kwalificatie- en opleidingsnoden; - het ontwikkelen van opleidingstrajecten in functie van de permanente vorming; - de kwaliteitsbewaking en erkenning van de opleidingsinspanningen ten behoeve van de sector; - de certificering van werknemers binnen de domeinen bepaald door de raad van bestuur van Vormelek en dit via projecten zoals het ervaringsbewijs; - het aanbieden van een ondersteunende rol teneinde bedrijfsleiders en vakbondsafgevaardigden bij te staan bij de uitwerking van het opleidingsplan; - het opvolgen van de opleidingsplannen in de ondernemingen, met als doel de verbetering van de kwantiteit van de bedrijfsopleidingsplannen en van de kwaliteit van de sectorale opleidingsplanner; - het nastreven van een betere afstemming en samenwerking tussen Vormelek en Cevora teneinde de opleidingsinitiatieven op bedrijfsvlak voor arbeiders en bedienden optimaal te ondersteunen. In dit kader dient de VZW Vormelek tevens te kunnen beschikken over de gegevens van de bedienden tewerkgesteld bij werkgevers uit de sector van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie; - de mogelijkheid om - ten experimentele titel - beperkte betalende activiteiten te ontwikkelen en bedrijven een globaal opleidingsaanbod te verstrekken, in zoverre dat de middelen die hiermee gegenereerd worden opnieuw in de werking van Vormelek geïnvesteerd worden. Deze initiatieven dienen zelfbedruipend te zijn en mogen de algemene lasten niet bezwaren teneinde de basisopdrachten van Vormelek niet in het gedrang te brengen; - het ontwikkelen van initiatieven ter bevordering van de werkzekerheid van arbeiders, meer specifiek zoals voorzien in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2003 inzake werkzekerheid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 juli 2004 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 september 2004; - andere door de raad van bestuur van Vormelek te bepalen opleidingsinitiatieven.

Art. 7.Opbouw premiekrediet. § 1. Sinds 1 januari 2004 wordt per onderneming een collectief recht op vorming en opleiding opgebouwd a rato van 8 uren per arbeider per jaar. § 2. Teneinde de ondernemingen te stimuleren om effectief beroep te doen op de door de sector, via Vormelek, aangeboden mogelijkheden betreffende erkende opleidingen werd met ingang van 1 januari 2004 het systeem van premiekrediet ingevoerd. Met dit premiekrediet wordt de permanente vorming van de arbeiders, zoals bepaald in artikel 5 van deze overeenkomst, verzekerd. § 3. Het premiekrediet wordt berekend op basis van het aantal arbeiders (contract onbepaalde of bepaalde duur) tewerkgesteld tijdens het kwartaal waarvan de meest recente gegevens beschikbaar zijn, vermenigvuldigd met 15,50 EUR en 8 uren. De raad van bestuur van Vormelek kan beslissen het kwartaal waarop de berekening van het premiekrediet geschiedt, te wijzigen indien dit om praktische redenen aangewezen zou zijn. Het premiekrediet, waarop een firma recht heeft, wordt door Vormelek aan de onderneming medegedeeld in de loop van het 4e kwartaal van het voorgaande kalenderjaar. § 4. Een bedrijf dat meer dagen aan opleiding voorziet dan diegene gedekt door het premiekrediet van het jaar zelf (refertejaar), kan voor deze bijkomende uren opleiding eveneens premies ontvangen door voorafname van het toekomstige premiekrediet. Indien zou blijken dat de voorafname op het premiekrediet hoger is dan het premiekrediet waarop het bedrijf, overeenkomstig de gegevens waarover Vormelek beschikt, in de loop van de volgende jaren recht zal hebben, kan Vormelek de voorafname terugvorderen van het betrokken bedrijf. Dit geldt bijgevolg tevens voor ondernemingen die de sector verlaten. § 5. Het recht op opname van het premiekrediet is beperkt in de tijd.

Het premiekrediet wordt per kalenderjaar vastgesteld. Het toegestane premiekrediet dient opgenomen te worden binnen een periode van 3 jaar, met name tijdens het refertejaar zelf en/of tijdens de 2 daaropvolgende jaren. Na deze periode vervalt het nog openstaande krediet van het refertejaar en wordt het toegevoegd aan de globale sectorale begroting ter financiering van de voortzetting van het premiestelsel.

Art. 8.Aanwending premiekrediet. § 1. Wanneer een arbeider uit een onderneming behorende tot het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie deelgenomen heeft aan een door Vormelek erkende opleiding, zal zijn werkgever recht hebben op het ontvangen van een premie van 15,50 EUR per opleidingsuur. De arbeider zelf krijgt gedurende de opleiding zijn loon van de werkgever doorbetaald volgens het arbeidsregime waarin hij tewerkgesteld is. § 2. Indien de opleiding echter in aanmerking komt voor het betaald educatief verlof zal de werkgever slechts recht hebben op het ontvangen van een premie van 7,75 EUR per opleidingsuur. De arbeider zelf krijgt gedurende de opleiding zijn loon van de werkgever doorbetaald volgens het arbeidsregime waarin hij tewerkgesteld is. § 3. Teneinde recht te hebben op de in § 1 en § 2 beschreven tussenkomsten vanwege Vormelek, dient de werkgever een correct ingevulde premie-aanvraag (bepaald door Vormelek) in te dienen bij Vormelek. § 4. De in § 1 en § 2 bepaalde tussenkomsten zijn afkomstig van het opgebouwde premiekrediet, zoals bepaald in artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Het premiekrediet wordt dus verminderd in functie van het aantal door de arbeider(s) gevolgde opleidingsuren. § 5. Het premiekrediet kan slechts worden afgebouwd voor de opleidingen zoals die beschreven worden in artikel 9, § 1 en § 2 van deze overeenkomst.

Art. 9.Systemen permanente vorming.

Voor de onderstaande systemen van permanente vorming komen enkel de door Vormelek erkende opleidingen in aanmerking. Voor opleidingen die nog niet erkend zijn door Vormelek, kan de werkgever weliswaar een aanvraag tot erkenning opstarten bij Vormelek, via de door Vormelek vastgelegde procedure. De raad van bestuur van Vormelek legt hiertoe de modaliteiten vast. § 1. Op initiatief van de werkgever en binnen de werkuren : - Opleidingen op initiatief van de werkgever kunnen maar erkend worden door Vormelek wanneer deze opleidingen doorgaan binnen de normale werkuren van de arbeider, met uitzondering van de bij wet opgelegde opleidingen buiten de werkuren, die erkend zijn door Vormelek. Deze laatste volgen dezelfde bepalingen als de opleidingen binnen de werkuren, zoals omschreven in deze § 1; - De arbeider die een opleiding volgt in dit systeem wordt verloond volgens het arbeidsregime waarin hij tewerkgesteld is; - Het inschrijvingsgeld wordt betaald door de werkgever; - De premie wordt betaald aan de werkgever en afgebouwd van het premiekrediet van de onderneming, zoals bepaald in artikel 8 van deze overeenkomst. § 2. Op initiatief van de arbeider en binnen de werkuren : - Elke arbeider heeft recht op 1 dag permanente vorming per 2 jaar; - Het recht op opname is beperkt in de tijd en bovendien niet cumuleerbaar; - De arbeider kan enkel zijn individueel recht laten gelden indien hij de afgelopen 2 jaar geen opleiding genoten heeft bij de betrokken onderneming; - De arbeider die een opleiding volgt in dit systeem wordt verloond volgens het arbeidsregime waarin hij tewerkgesteld is; - De arbeider dient overleg te plegen met zijn werkgever, maar enkel met betrekking tot het inplannen van zijn opleiding; - De werkgever schrijft de arbeider in; - De premie wordt betaald aan de werkgever en afgebouwd van het premiekrediet van de onderneming, zoals bepaald in artikel 8 van deze overeenkomst.

Art. 10.Opleidingspaspoort.

Telkens een arbeider uit een onderneming behorende tot het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie heeft deelgenomen aan een door Vormelek erkende opleiding, krijgt deze ten persoonlijke titel een deelname-attest toegestuurd dat in het persoonlijk opleidingspaspoort dient te worden gekleefd. Dit opleidingspaspoort geeft de arbeider een overzicht van de Vormelek erkende opleidingen die deze heeft gevolgd.

Art. 11.Competentietest ervaringsbewijs.

De arbeider die een competentietest voor een ervaringsbewijs aflegt, heeft het recht om, gedurende maximaal 1 dag per kalenderjaar en met behoud van zijn normale loon, van het werk afwezig te zijn.

Art. 12.Bedrijfsopleidingsplannen. § 1. Ondernemingen met vakbondsafvaardiging.

In bedrijven met een vakbondsafvaardiging dient het opstellen en het wijzigen van een bedrijfsopleidingsplan in de onderneming paritair te worden goedgekeurd. Indien de partners er niet in slagen een paritair goedgekeurd opleidingsplan op te stellen, kunnen de betrokken partijen binnen deze bedrijven voor het opstellen van hun opleidingsplan beroep doen op de begeleiding van Vormelek.

Tenslotte kan bij niet-akkoord op vlak van de onderneming het ontwerp van opleidingsplan, opgesteld door de werkgever samen met de bedenkingen van de vakbondsafgevaardigden overgemaakt worden aan Vormelek.

Het bedrijfsopleidingsplan wordt jaarlijks vóór 15 februari aan Vormelek overgemaakt, maar kan gewijzigd of aangevuld worden in de loop van het kalenderjaar. § 2. Ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging.

Indien in ondernemingen zonder een vakbondsafvaardiging de bereidheid bestaat een opleidingsplan uit te werken, kunnen de partners binnen de onderneming hiervoor een beroep doen op de begeleiding van Vormelek. § 3. Het bedrijfsopleidingsplan houdt rekening met de opleidingsnoden en de gewenste antwoorden hierop van het bedrijf. In functie van een sectorale erkenning en een optimaal gebruik van het premiekrediet en van de wet op het betaald educatief verlof, verloopt de uitvoering van dit plan - hoewel niet exclusief - in samenwerking met Vormelek. § 4. De uitvoering van dit plan wordt eveneens in de onderneming paritair opgevolgd en jaarlijks geëvalueerd. De jaarlijkse evaluatie gebeurt in de ondernemingsraad, bij ontstentenis in samenspraak met de vakbondsafvaardiging of door het paritair subcomité. § 5. Indien een opleidingsplan in erkende opleidingen voorziet, die gevolgd worden door een competentietest in het kader van een certificering van arbeiders, zal de vakbondsafvaardiging, indien er één bestaat, door de werkgever voorafgaand geïnformeerd en geconsulteerd worden over de procedure. In geval van negatieve testresultaten van een opleiding die leidt tot certificering wordt een principerecht op remediëring voorzien, waarin de werkgever er zich toe verbindt om een niet-geslaagde cursist een éénmalige remediëringsopleiding aan te bieden met behoud van de bestaande voordelen. Vormelek zal deze remediëringsopleiding gratis aanbieden indien het gaat om een door Vormelek georganiseerde erkende opleiding. § 6. Teneinde het vormingsaanbod van Vormelek beter op de sector af te stemmen : - dienen de bedrijfsopleidingsplannen aan Vormelek te worden overgemaakt; - zal een globale analyse van de ingediende opleidingsplannen gebeuren; - dient Vormelek haar bedrijfsbezoeken uit te bouwen. HOOFDSTUK IV. - Sectorpromotie en innovatie

Art. 13.Onderwijs en arbeidsmarkt.

De financiële middelen zoals bepaald in artikel 16 van deze overeenkomst, kunnen door Vormelek aangewend worden om een paritair beheerd en kwalitatief voltijds opleidingssysteem uit te bouwen, onder andere via projecten in samenwerking met voltijds onderwijs.

De raad van bestuur van Vormelek bepaalt de verdere modaliteiten met betrekking tot deze opdracht van Vormelek, en kan tevens beslissen tot andere initiatieven ter promotie van de sector, in samenwerking met institutionele en andere derden. De raad van bestuur van Vormelek dient deze initiatieven te kaderen in functie van onder andere de instroom in de sector, de beheersbaarheid van de kosten, alsook de tewerkstelling in de sector.

Art. 14.Technologische dienst- en adviesverlening.

Met de financiële middelen zoals bepaald in artikel 17 van deze overeenkomst, ondersteunen de sociale partners via de VZW Tecnolec de inspanningen inzake technologisch onderzoek in de sector, met oog op het bevorderen, het opvolgen en het organiseren van alle vormen van technologische dienst- en adviesverlening, onder andere inzake de volgende terreinen : technology assessment (onderzoek van de weerslag van nieuwe technologieën voor de werkgevers en arbeiders in de sector), milieu-technologie en de impact ervan op de sector en sectorlabelling en bedrijfscertificering op technologisch vlak.

De opdrachten moeten zodanig toegekend worden dat er een evenwichtige spreiding is over de verschillende regio's van het land. HOOFDSTUK V. - Financiering

Art. 15.Risicogroepen. § 1. Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en haar uitvoeringsbesluit van 26 april 2009 ter activering van de inspanning ten voordele van personen die tot de risicogroepen behoren en van de inspanning ten bate van de actieve begeleiding en opvolging van werklozen voor de periode 2009-2010, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2009, wordt de inning van 0,15 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct., voorzien voor onbepaalde duur, bevestigd. § 2. Van hogergenoemde bijdrage van 0,15 pct. wordt 0,05 pct. aangewend voor innoverende projecten. Modaliteiten hiertoe dienen te worden vastgelegd binnen de raad van bestuur van Vormelek. § 3. Gezien deze inspanning, vragen partijen dat de Minister van Werk de sector verder zou vrijstellen van de stortingen van 0,10 pct. bestemd voor het Tewerkstellingsfonds. § 4. De sociale partners komen overeen dat, rekening houdende met de inspanningen van de sector op het vlak van risicogroepen, er op sectorvlak een aanvraag zal gericht worden aan de Minister van Werk tot opheffing van de verplichting tot aanwerving van arbeiders met een startbaanovereenkomst.

Art. 16.Permanente vorming en sectorpromotie.

De inspanningen op vlak van permanente vorming van arbeiders en werkgevers worden verder ondersteund door de inning van een bijdrage permanente vorming van 0,60 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct.. Deze bijdrage is voorzien voor onbepaalde duur.

Art. 17.Technologische dienst- en adviesverlening.

Een bijdrage technologische dienst- en adviesverlening van 0,05 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct. wordt geïnd.

Art. 18.Toepassingsmodaliteiten bijdrage permanente vorming.

Voor de aanwending van de sommen bepaald in deze collectieve arbeidsovereenkomst in functie van de uitvoering van de opdrachten inzake permanente vorming, zoals beschreven in hoofdstuk III van deze overeenkomst, zal het fonds voor bestaanszekerheid de verdere uitvoeringsmodaliteiten bepalen.

Teneinde Vormelek in staat te stellen de haar bij collectieve arbeidsovereenkomst opgelegde verplichtingen na te komen worden de nodige middelen voorzien.

In het bijzonder zullen voor de opdrachten inzake permanente vorming, zoals beschreven in hoofdstuk III van deze overeenkomst, vanuit het fonds voor bestaanszekerheid, indien nodig, bijkomende middelen worden vrijgemaakt. Een paritaire werkgroep binnen het fonds voor bestaanszekerheid zal de modaliteiten hiertoe uitwerken. HOOFDSTUK VI. - Engagement opleidingsinspanningen

Art. 19.De ondertekenende partijen onderschrijven de noodzaak van permanente vorming als middel tot verhoging van de competenties van de werklieden, en bijgevolg van de ondernemingen.

De ondertekenende partijen bevestigen de verbintenis die in artikel 11, § 1 van het nationaal akkoord 2013-2014 van 9 mei 2014 is genomen, en die erin bestaat de nodige maatregelen te treffen om de participatiegraad van de arbeiders jaarlijks met 5 pct. te verhogen overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact.

Deze doelstelling met name wordt bereikt door : - de consolidatie en de versterking van de opleidingstijd bedoeld in artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst; - de bedrijfsopleidingsplannen bedoeld in artikel 12 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VII. - Geldigheid

Art. 20.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst inzake vorming en innovatie van 20 oktober 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, geregistreerd onder het nummer 106748/CO/149.01 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 december 2012 (Belgisch Staatsblad 30 januari 2013).

Art. 21.Duur.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2014 en treedt buiten werking op 25 maart 2014.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 april 2015.

De Minister van Werk, K. PEETERS

Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de vorming en innovatie Non-discriminatieclausule Elk bedrijf dat ressorteert onder de bevoegdheid van het paritair subcomité wordt aanbevolen om, met ingang van 1 januari 2014 en voor zover dit nog niet gebeurde, de volgende non-discriminatieclausule op te nemen in haar arbeidsreglement, hierbij de procedure, zoals vastgelegd door de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, respecterende : « Werknemers en werkgevers zijn ertoe gehouden alle regels van welvoeglijkheid, goede zeden en beleefdheid in acht te nemen, inclusief ten aanzien van bezoekers. Dit impliceert ook een zich onthouden van elke vorm van racisme en discriminatie en een bejegenen van iedereen met dezelfde nodige menselijke eerbied voor éénieders waardigheid, gevoelens en overtuiging.

Verboden is bijgevolg elke vorm van verbaal racisme, alsook het verspreiden van racistische lectuur en pamfletten.

Ook elke discriminatie op grond van geslacht, seksuele geaardheid, ras, huidskleur, afstamming, afkomst, nationaliteit en overtuiging is verboden. » Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 april 2015.

De Minister van Werk, K. PEETERS


begin


Publicatie : 2015-05-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^