Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 16 februari 2004
gepubliceerd op 27 februari 2004

Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 79, § 4bis en artikel 79bis, § 3, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004012004
pub.
27/02/2004
prom.
16/02/2004
ELI
eli/besluit/2004/02/16/2004012004/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

16 FEBRUARI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 79, § 4bis en artikel 79bis, § 3, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 7, § 1, derde lid, i), gewijzigd bij de wet van 14 februari 1961 en § 10, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994 en op artikel 8, ingevoegd bij de wet van 30 maart 1994 en gewijzigd bij de wetten van 7 april 1999, 2 januari 2001, 5 maart 2002, 2 augustus 2002, 8 april 2003 en 22 december 2003;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, inzonderheid op artikel 79, § 4bis, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 maart 1996 en 7 januari 2003 en op artikel 79bis, § 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 1997;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 9 januari 2004;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 22 januari 2004;

Gelet op het advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, gegeven op 15 januari 2004;

Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd enerzijds door het feit dat de gewijzigde regeling dienstencheques op 1 januari 2004 in werking is getreden en dat onverwijld moet vermeden worden dat bijkomende prestaties inzake thuishulp van huishoudelijke aard in het kader van het PWA-stelsel concurrentie zouden vormen met het vernieuwde systeem van de dienstencheques en anderzijds door de noodzaak om zo vlug mogelijk de doorstroming van PWA-werknemers naar het stelsel van de dienstencheques te bevorderen;

Gelet op het advies nr. 36.477/1 van de Raad van State, gegeven op 3 februari 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 79, § 4bis, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 maart 1996 en 7 januari 2003, wordt vervangen als volgt : « De werkloze is vrijgesteld van aanmelding ter gemeentelijke controle indien hij aantoont dat hij ten minste 180 activiteitsuren in het kader van een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap gepresteerd heeft in de loop van een referteperiode van zes kalendermaanden vóór de maand vanaf dewelke de vrijstelling wordt gevraagd. De vrijstelling geldt voor een periode van ten hoogste zes kalendermaanden, doch kan op vraag van de werkloze opnieuw worden toegekend indien hij opnieuw de voormelde voorwaarden vervult.

De werkloze die in toepassing van het eerste lid is vrijgesteld en die een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid heeft zoals bedoeld in artikel 114, § 4, tweede lid, 2°, wordt bovendien vrijgesteld van de toepassing van de artikelen 51, § 1, tweede lid, 3° tot 6°, 56 en 58.

De referteperiode bedoeld in het eerste lid wordt verlengd met de duur van de periodes van arbeid in loondienst, van de vergoede periodes van arbeidsongeschiktheid en van de periodes tijdens dewelke een toeslag werd toegekend in toepassing van artikel 131octies . Bij de vaststelling van de duur van deze gebeurtenissen wordt slechts rekening gehouden met volledige ononderbroken maanden.

De periode van vrijstelling van zes maanden bedoeld in het eerste lid, kan op vraag van de werknemer verlengd worden met een aantal volledige kalendermaanden gelijk aan het aantal maanden dat bekomen wordt door samenvoeging van de dagen waarvoor de werkloze een uitkering met toepassing van de wetgeving op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering of een toeslag met toepassing van artikel 131octies, ontving. Hierbij wordt evenwel slechts rekening gehouden met ziekteperiodes en periodes waarin een toeslag met toepassing van artikel 131octies werd toegekend, die gelegen zijn in de periode van vrijstelling of die daar aansluitend op volgen. »

Art. 2.Artikel 79bis, § 3, eerste lid, 1°, a), van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 1997, wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2004.

In afwijking van het eerste lid heeft artikel 1 van dit besluit slechts uitwerking vanaf 1 oktober 2004.

De vrijstelling die vóór 1 oktober 2004 werd toegekend in toepassing van artikel 79, § 4bis, van hetzelfde besluit betreft vanaf die datum niet langer de toepassing van de artikelen 51, § 1, tweede lid, 3° tot 6°, 56 en 58 van hetzelfde besluit. De betreffende werkloze is vanaf die datum, gedurende de lopende periode van zes maanden, slechts vrijgesteld van aanmelding ter gemeentelijke controle. Hij behoudt gedurende de betreffende periode eveneens het voordeel van artikel 80, 3°, van hetzelfde besluit.

De werkloze bedoeld in het derde lid behoudt evenwel de vrijstelling in toepassing van de artikelen 51, § 1, tweede lid, 3° tot 6°, 56 en 58 van hetzelfde besluit gedurende de lopende periode van zes maanden, indien hij een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid heeft zoals bedoeld in artikel 114, § 4, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit.

In afwijking van artikel 2 mag de activiteit bedoeld in artikel 79bis, § 3, eerste lid, 1°, a), van hetzelfde besluit, zoals van toepassing voor de inwerkingtreding van dit besluit, verder uitgeoefend worden indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : - de werkloze was op 1 maart 2004 verbonden met een PWA - arbeidsovereenkomst; - de werkloze heeft de activiteit thuishulp met huishoudelijk karakter daadwerkelijk bij een gebruiker uitgeoefend in de loop van de periode van 18 kalendermaanden die voorafgaan aan de maand waarin hij de activiteit wil uitoefenen; - de werkloze was na 1 maart 2004 niet gedurende een ononderbroken periode van acht maanden of meer verbonden met een arbeidsovereenkomst; - de kandidaat-gebruiker was op 1 maart 2004 in het bezit van een in de zin van artikel 79, § 2, derde lid gevalideerd gebruikersformulier voor het verrichten van voormelde activiteit.

De voormelde periode van 18 kalendermaanden bedoeld in het vorig lid wordt verlengd met de duur van de vergoede periodes van arbeidsongeschiktheid, voorzover het volledige, ononderbroken maanden betreft en/of door overmacht.

De Minister van Werk kan de datum van inwerkingtreding van dit besluit en de data waarvan sprake in artikel 3, vijfde lid, van dit besluit met drie maanden uitstellen indien het aanbod van dienstencheques ontoereikend is.

Art. 4.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 16 februari 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Besluitwet van 28 december 1944, Belgisch Staatsblad van 30 december 1944. Wet van 14 februari 1961, Belgisch Staatsblad van 15 februari 1961.

Wet van 30 maart 1994, Belgisch Staatsblad van 31 maart 1994.

Wet van 7 april 1999, Belgisch Staatsblad van 20 april 1999.

Wet van 2 januari 2001, Belgisch Staatsblad van 3 januari 2001, erratum 13 januari 2001.

Wet van 5 maart 2002, Belgisch Staatsblad van 13 maart 2002.

Wet van 2 augustus 2002, Belgisch Staatsblad van 29 augustus 2002.

Wet van 8 april 2003, Belgisch Staatsblad van 17 april 2003.

Wet van 22 december 2003, Belgisch Staatsblad van 31 december 2003.

Koninklijk besluit van 25 november 1991, Belgisch Staatsblad van 31 december 1991.

Koninklijk besluit van 26 maart 1996, Belgisch Staatsblad van 6 april 1996.

Koninklijk besluit van 16 juli 1997, Belgisch Staatsblad van 21 augustus 1997.

Koninklijk besluit van 7 januari 2003, Belgisch Staatsblad van 17 januari 2003.

^