Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 december 2006
gepubliceerd op 29 december 2006

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA

bron
federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2006003610
pub.
29/12/2006
prom.
20/12/2006
ELI
eli/besluit/2006/12/20/2006003610/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

20 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, inzonderheid op artikel 8, 10°;

Gelet op de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, inzonderheid op artikel 56;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA;

Gelet op het voorstel van de Raad van Toezicht van de CBFA, gedaan met toepassing van artikel 48, § 1, 5°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten aan de CBFA een belangrijk aantal nieuwe taken toewijst; dat deze toezichtsopdrachten op 1 juli 2006 in werking treden; dat de door dit toezicht geviseerde tussenpersonen 5239 bankagenten en een onbekend aantal bankmakelaars betreft; dat de CBFA voor deze taken bijkomende personeelsleden dient aan te werven, bijkomende kantoorruimte nodig heeft en informaticatoepassingen dient te ontwikkelen; dat de goede afloop van deze taken en de continuïteit van de openbare dienst een dringende aanpassing van de wijze van financiering van de CBFA vereist zodat zonder verwijl een aanpassing van de regelgeving betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA noodzakelijk is; dat de bijdrageregeling voor de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten zonder verwijl moet worden afgekondigd en bekendgemaakt om de betrokken geadministreerden zo spoedig mogelijk van de bijdrageregeling te laten kennisnemen; dat de door de wetgever vastgestelde inwerkingtreding van de wet van 22 maart 2006 op 1 juli 2006 noodzaakt om in de loop van 2006 de bijdragen van de tussenpersonen te bepalen tot dekking van de door de CBFA gedragen kosten in 2006; dat de voornoemde wet van 22 maart 2006 het behoud van de door dezelfde wet voorziene voorlopige toelating voor personen die op 1 juli 2006 als tussenpersoon werkzaam waren, afhankelijk stelt van de betaling van hun jaarlijkse bijdrage aan de CBFA; dat de continuïteit van de openbare dienst rechtvaardigt dat de bijdragen van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten in de loop van 2006 worden bepaald met uitwerking voor het boekjaar 2006;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse handel en Wetenschapsbeleid en Onze Minister van Middenstand en Landbouw, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1, § 1, van koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Het in het eerste lid vermelde bedrag van « 58.889.947 » wordt vervangen door het bedrag « 60.084.399 »; 2° Het in het tweede lid vermelde cijfer van « 406 » wordt vervangen door het cijfer « 414 ».

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt het cijfer « 26,27 % » vervangen door het cijfer « 25, 75 % ».

Art. 3.In artikel 3 van hetzelfde besluit wordt het cijfer « 1,69 % » vervangen door het cijfer « 1,66 % ».

Art. 4.In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt het cijfer « 5,80 % » vervangen door het cijfer « 5,68 % ».

Art. 5.In artikel 10 van hetzelfde besluit wordt het cijfer « 30,17 % » vervangen door het cijfer « 29,57 % ».

Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 10bis ingevoegd, luidende : «

Art. 10bis.Zonder afbreuk te doen aan artikelen 22 en 23 betalen de op 1 januari in het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten ingeschreven personen jaarlijks gezamenlijk een bijdrage van 1.160.000 EUR. Dit bedrag wordt aangepast overeenkomstig artikel 1, § 1, tweede en derde lid, voor de in het daaropvolgende jaar verschuldigde bijdragen.

De in het eerste lid vastgestelde bijdrage wordt als volgt omgeslagen : 1° een basisbedrag wordt ten laste gelegd van elke tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten;2° een bijkomend bedrag wordt ten laste gelegd van elke tussenpersoon ten belope van 15 % van het voornoemde basisbedrag per door de tussenpersoon aangewende persoon in contact met het publiek en per persoon die met de effectieve leiding wordt belast. Het voornoemde basisbedrag stemt overeen met het bedrag dat voor resultaat heeft dat de som van alle krachtens het tweede lid verschuldigde bijdragen gelijk is aan de in het eerste lid bepaalde gezamenlijke bijdrage.

De CBFA vraagt de betaling van die bijdragen tegen 30 juni. ».

Art. 7.In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt het cijfer « 0,33 % » vervangen door het cijfer « 0,32 % ».

Art. 8.In artikel 21 van hetzelfde besluit wordt het cijfer « 10,65 % » vervangen door het cijfer « 10,44 % ».

Art. 9.In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het cijfer « 10bis, » wordt ingevoegd tussen de cijfers « 10, » en « 11 »;2° de woorden « tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten, » worden ingevoegd tussen de woorden « belegging, » en de woorden « derivatenspecialisten ».

Art. 10.In artikel 23 van hetzelfde besluit wordt een 1°bis ingevoegd, luidende : « 1°bis de in artikel 10bis bedoelde tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten; ».

Art. 11.In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het cijfer « 10bis, » wordt ingevoegd tussen de cijfers « 10, » en « 15 »;2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « De terugbetaling van het overschot voor de categorie van ondernemingen bedoeld in artikel 10bis, geschiedt evenwel via verrekening met de in het daaropvolgende jaar verschuldigde bijdragen, waarbij het terug te betalen overschot wordt omgeslagen over de ondernemingen uit deze categorie die in dat jaar bijdragen verschuldigd zijn naar verhouding van de door elk van die ondernemingen verschuldigde bijdragen.»

Art. 12.In artikel 26 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het cijfer « 10bis, » wordt ingevoegd tussen de cijfers « 10, » en « 15 »;2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « De opvraging van het bijkomend bedrag voor de categorie van ondernemingen bedoeld in artikel 10bis geschiedt evenwel gelijktijdig met de in het daaropvolgende jaar verschuldigde bijdragen, waarbij het bijkomend bedrag wordt omgeslagen over de ondernemingen uit deze categorie die in dat jaar bijdragen verschuldigd zijn naar verhouding van de door elk van die ondernemingen verschuldigde bijdragen.»

Art. 13.De totale bijdrage van de op 1 januari 2007 ingeschreven tussenpersonen waarvan sprake in artikel 10bis, § 1, van voornoemd koninklijk besluit van 22 mei 2005, ingevoegd bij artikel 6 van dit besluit, wordt in 2007 verhoogd met 12,50 %, onverminderd de toepassing van artikel 22 van het voornoemd besluit van 22 mei 2005.

Bovendien wordt de in 2007 te betalen bijdrage verhoogd met 64,36 % als bijdrage in de dekking van de werkingskosten van de CBFA in 2006 en zijn de krachtens deze verhoging geïnde of te innen bedragen verbonden aan het boekjaar 2006.

Voor de toepassing van de artikelen 25 en 26 van hetzelfde besluit van 22 mei 2005 wordt : 1° het in het in artikel 1, § 1, eerste lid, van dat besluit bedoelde bedrag voor 2006 verhoogd met 1,27 %;2° het in het artikel 1, § 1, eerste lid, van dat besluit bedoelde bedrag, als gewijzigd door dit besluit, voor 2007 verhoogd met 0,25 %. Het in artikel 1, § 1, tweede lid, van dat besluit bedoelde cijfer, als gewijzigd door dit besluit, wordt : 1° voor 2006 verhoogd met 2;2° voor 2007 verhoogd met 1. In afwijking van voornoemd artikel 10bis, vierde lid, wordt de in dat artikel bepaalde betaling van de bijdrage in 2007 opgevraagd tegen eind februari 2007.

Art. 14.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007, met uitzondering van : 1° artikelen 1, 2°, en 13 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2006;2° artikel 10 dat in werking treedt op 1 januari 2008.

Art. 15.Onze ministers bevoegd voor Financiën, Economie en de Middenstand, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 december 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Middenstand en Landbouw, Mevr. S. LARUELLE

^