Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 21 juli 2016
gepubliceerd op 12 oktober 2016

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 2013 tot bepaling van de regels voor het indienen van een aanvraag tot erkenning met het oog op de aanmelding van de instanties bedoeld in artikel 201 van de Spoorcodex

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2016014242
pub.
12/10/2016
prom.
21/07/2016
ELI
eli/besluit/2016/07/21/2016014242/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

21 JULI 2016. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/12/2013 pub. 23/12/2013 numac 2013014738 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de regels voor het indienen van een aanvraag tot erkenning met het oog op de aanmelding van de instanties bedoeld in artikel 201 van de Spoorcodex sluiten tot bepaling van de regels voor het indienen van een aanvraag tot erkenning met het oog op de aanmelding van de instanties bedoeld in artikel 201 van de Spoorcodex


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Spoorcodex, artikel 202, tweede lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 december 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/12/2013 pub. 23/12/2013 numac 2013014738 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de regels voor het indienen van een aanvraag tot erkenning met het oog op de aanmelding van de instanties bedoeld in artikel 201 van de Spoorcodex sluiten tot bepaling van de regels voor het indienen van een aanvraag tot erkenning met het oog op de aanmelding van de instanties bedoeld in artikel 201 van de Spoorcodex;

Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;

Gelet op advies nr. 59.163/4 van de Raad van State, gegeven op 18 april 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het opschrift van het koninklijk besluit van 8 december 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/12/2013 pub. 23/12/2013 numac 2013014738 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de regels voor het indienen van een aanvraag tot erkenning met het oog op de aanmelding van de instanties bedoeld in artikel 201 van de Spoorcodex sluiten tot bepaling van de regels voor het indienen van een aanvraag tot erkenning met het oog op de aanmelding van de instanties bedoeld in artikel 201 van de Spoorcodex wordt vervangen als volgt : « Koninklijk besluit tot bepaling van de nadere regels voor het indienen van een erkenningsdossier, de procedure voor de toekenning van de erkenning en de regels inzake controle, schorsing en intrekking van de erkenning van de instanties bedoeld in artikel 201 van de Spoorcodex ».

Art. 2.Artikel 2 van het hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 2.De aanvraag tot erkenning wordt ondertekend en aangetekend verstuurd aan het bestuur hetzij per brief hetzij elektronisch volgens de geldende reglementering. ».

Art. 3.In hetzelfde besluit, wordt een artikel 2/1 ingevoegd, luidende als volgt : "

Art. 2/1.Ten laatste zeven dagen na ontvangst van de aanvraag bedoeld in artikel 2, bevestigt het bestuur de ontvangst.

Als zij vaststelt dat de aanvraag niet alle van de in artikel 3 bedoelde stukken bevat, nodigt het bestuur de aanvrager uit om de ontbrekende stukken op te sturen, binnen de maand volgend op het versturen van de ontvangstbevestiging.

Na onderzoek van de aanvraag, kan het bestuur aan de aanvrager om elke verduidelijking of bijkomende gegevens vragen die haar nuttig lijken, voor zover zij tot deze nog geen toegang heeft.

Het bestuur deelt haar beslissing mee aan de aanvrager per aangetekende brief binnen de twee maanden na ontvangst van de volledige aanvraag.

De behandelingstermijn bedoeld in het vierde lid wordt geschorst vanaf de verzending van de vraag om bijkomende stukken, verduidelijking of bijkomende gegevens bij de brengen, bedoeld in het tweede en derde lid, tot aan de datum van ontvangst ervan.".

Art. 4.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "afgeleverd door BELAC" en de woorden "overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 26/05/2011 numac 2011000307 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling" respectievelijk vervangen door "afgeleverd door een accreditatie instelling" en door de woorden "in overeenstemming met de bepalingen van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93".

Art. 5.In hetzelfde besluit wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 4/1.Als de Koning over informatie beschikt waaruit blijkt dat de aangemelde instantie niet langer aan één of meerdere erkenningsvoorwaarden van haar aanwijzing voldoet, en hij, na de instantie in staat te hebben gesteld om haar opmerkingen kenbaar te maken opnieuw vaststelt dat deze instantie niet aan de voorwaarden voldoet, kan hij de erkenning intrekken. ».

Art. 6.De minister bevoegd voor het spoorwegvervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juli 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit, F. BELLOT

^