Koninklijk Besluit van 21 juni 2011
gepubliceerd op 15 juli 2011
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende de kwaliteitsvoorwaarden die door de aanvrager van een aanvullende vergunning dienen te worden vervuld inzake kansspelen

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2011009497
pub.
15/07/2011
prom.
21/06/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

21 JUNI 2011. - Koninklijk besluit betreffende de kwaliteitsvoorwaarden die door de aanvrager van een aanvullende vergunning dienen te worden vervuld inzake kansspelen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, 1. Inleiding Het huidige ontwerp van koninklijk besluit dat U wordt voorgelegd kadert in de ten uitvoerlegging van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, hierna de Kansspelwet genoemd. Met de wijziging van de kansspelwet wil de Belgische wetgever een eerste aanzet geven om internetspelen te kanaliseren via controleerbare kanalen en op een meer coherente wijze.

Het algemeen verbod op internetspelen dat sinds 1999 bestond, werd door de wetswijziging van 10 januari 2010 afgezwakt en vervangen door een kanaliserend aanvullend aanbod door de bestaande vergunninghouders. Op deze manier wordt het ongecontroleerde internetgebeuren ingebed en binnen bepaalde werkzame perken gebracht.

Het inrichten van deze kansspelen werd afhankelijk gemaakt van het hebben van een aanvullende vergunning (zie artikel 25 van de Kansspelwet).

Voorliggend ontwerp van koninklijk besluit bepaalt op grond van artikel 43/8, § 2, 1°, de kwaliteitsvoorwaarden die door de aanvrager van een aanvullende vergunning dienen te worden vervuld en dient samen gelezen te worden met het koninklijk besluit betreffende de vorm van de aanvullende vergunning en de wijze waarop de aanvragen voor een aanvullende vergunning moeten worden ingediend en onderzocht.

Het is algemeen geweten dat kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten meer risico's inhouden dan kansspelen geëxploiteerd in de reële wereld. Het is dan ook hoogdringend een eerste aanzet te geven in de uitbouw van een regulerend kader in het bijzonder door het uitreiken van aanvullende vergunningen aan betrouwbare operatoren.

De evolutie van de informatiemaatschappij-instrumenten en het feit dat vóór 1 januari 2011 enkel sprake was van een illegale markt, zorgen ervoor dat de ervaringen in de exploitatie van kansspelen door vergunde operatoren dienstig zijn om een efficiënt en effectief regelgevend kader uit te werken binnen de krijtlijnen die de wetgever beoogt.

Het ontbreken van alle koninklijke besluiten die deze materie zullen regelen verhindert niet dat reeds aanvullende vergunningen worden uitgereikt, omdat dringend werk moet worden gemaakt van het tot stand brengen van een legale markt door het uitreiken van de nodige vergunningen.

De operatoren die in aanmerking komen, hebben reeds een vergunning bij de kansspelcommissie, maar geenszins zijn zij verplicht een aanvullende vergunning aan te vragen. Evenmin zijn zij verplicht een aanvullende vergunning te blijven exploiteren als zij het bedrijfseconomisch niet langer haalbaar achten.

De Raad van State meent dat het besluit de voorwaarden onvoldoende nader bepaalt die de aanvragers van de vergunning dient te vervullen.

Het is echter niet altijd duidelijk op welke artikelen deze opmerking slaat. Bovendien zijn de algemene bepalingen van hoofdstuk I ook bepalingen die slaan op elk van de daarna volgende hoofdstukken, maar het werd weinig zinvol geacht deze in elk desbetreffend hoofdstuk te hernemen.

Er kan worden gesteld dat het minimale, doch voldoende, voorwaarden zijn. Het is van bijzonder belang dat vergunningshouders reeds bepaalde voorwaarden vervullen, voor het verkrijgen van een vergunning in de reële wereld, vooraleer zij een aanvullende vergunning kunnen bekomen. De ervaringen met een legale markt van internet zijn zeer minimaal, zodat voorlopig datgene wordt geëist wat strikt noodzakelijk is. Bovendien dient rekening te worden gehouden met hogere wetgeving die niet in het koninklijk besluit kan worden herhaald. De opgelegde voorwaarden zijn van die aard dat zij toelaten betrouwbare operatoren kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten te laten exploiteren. 2. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 en 2 geven de algemene bepalingen mee voor de aanvrager die belangrijk zijn voor een correct verloop van de exploitatie van kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten. Deze vereisten staan op zichzelf, maar kunnen ook samen gelezen worden met andere hoofdstukken. Bijvoorbeeld is de permanente dataverbinding dienstig voor de nadere voorwaarden inzake de klachtenregeling.

Artikel 3 vraagt het bewijs van een solvabiliteit van 40 %. Tot op heden is het voor elke aanvrager duidelijk geweest wat het begrip solvabiliteit inhoudt dus het is niet nodig hiervoor een aparte definitie uit te werken. Zeer recent werd het begrip ook gebruikt in het koninklijk besluit van 22 december 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2010 pub. 29/12/2010 numac 2010009986 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een sluiten tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting (Belgisch Staatsblad 29 december 2010). De solvabiliteit van de aanvrager is belangrijk omdat het de zekerheid moet geven dat de spelers kunnen worden uitbetaald. Bijgevolg wordt voor de exploitant van kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten een hogere solvabiliteit gevraagd dan voor de exploitant van de vergunning in de reële wereld.

In artikel 4 wordt beschreven hoe aan de hand van een gedetailleerd plan de veiligheid van de betalingen worden gewaarborgd. Zonder exhaustief te zijn moet minstens de technische specificaties van de huidige plannen worden aangegeven, alsook dienen permanente beveiligingscontroles worden uitgevoerd.

Het artikel 5 geeft aan dat de aanvrager een beleid moet ontwikkelen.

Cruciaal is dat het beleid verhindert dat sociaal kwetsbare groepen gelokt worden naar de website. Het is momenteel niet dienstig de sociaal kwetsbare groepen nader te definiëren dan wel te bepalen aan welke criteria het beleid moet voldoen. Het moet in essentie preventief werken. Bovendien kan deze bepaling samen gelezen worden met de nadere regels betreffende de reclame, alsook met het koninklijk besluit dat maatregelen neemt gericht op de uitwerking van een deontologische code, de voorlichting van het publiek omtrent de gevaren inherent aan de kansspelen, zoals bepaald in artikel 61, 1e lid van de Kansspelwet.

De artikelen 6 en 7 geven nadere voorwaarden aan over de klachtenregeling. Het is belangrijk dat de Kansspelcommissie de klachten kan opvolgen en dat deze op permanente basis worden behandeld.

In de artikelen 8 en 9 worden de voorwaarden aangeduid waarbinnen de reclame kan gebeuren. Ook deze artikelen moeten samen gelezen worden met bijvoorbeeld het beleid ten aanzien van sociaal kwetsbare groepen.

Hier speelt echter ook de situatie van de hogere rechtsnorm. Ingevolge bijvoorbeeld de Europese richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken zijn er bijzondere voorwaarden gesteld aan het voeren van reclame. Dit geheel in ogenschouw gebracht is het duidelijk waarmee een aanvrager rekening moet houden als hij reclame wenst te voeren.

Artikel 10, dat een advies oplegt uitgaande van de Federale Overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingsschulden heeft voldaan, behoeft geen nadere beperkende voorwaarde dan de wettelijke voorwaarde. Het is de bedoeling dat op het moment van de aanvraag deze voorwaarde wordt vervuld. Immers is dit niet noodzakelijk hetzelfde moment als bij de aanvraag voor een vergunning in de reële wereld.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister voor Ondernemen, V. VAN QUICKENBORNE De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. A. TURTELBOOM De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie, C. DEVLIES

Advies 49.082/2 van 12 januari 2011 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State De Raad van State, afdeling Wetgeving, tweede kamer, op 21 december 2010, door de Staatssecretaris, toegevoegd aan de Minister van Justitie verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit betreffende de kwaliteitsvoorwaarden die door de aanvrager van een aanvullende vergunning dienen te worden vervuld inzake kansspelen, heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Algemene opmerking De rechtsgrond van het voorliggende ontwerp is artikel 43/8, § 2, 1°, van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers.

Dit artikel machtigt de Koning om bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de kwaliteitsvoorwaarden te bepalen die door de aanvrager van een aanvullende vergunning dienen te worden vervuld voor het exploiteren van kansspelen via instrumenten van de informatiemaatschappij. Dit artikel preciseert dat de kwaliteitsvoorwaarden op zijn minst betrekking moeten hebben op de kredietwaardigheid van de aanvrager, de veiligheid van het betalingsverkeer tussen de exploitant en de speler, het beleid van de exploitant ten aanzien van de toegankelijkheid van de kansspelen voor sociaal kwetsbare groepen, de klachtenregeling, de nadere regels betreffende de reclame en de nakoming van al zijn fiscale verplichtingen.

De voorliggende tekst verzuimt uitvoering te geven aan die machtiging.

Veeleer dan die voorwaarden te vast te leggen overeenkomstig de machtiging, beperkt deze tekst zich voor het merendeel van die voorwaarden ertoe voor te schrijven dat de aanvrager van de aanvullende vergunning de garanties in acht moet nemen die de wetgever ten aanzien van de spelers heeft bepaald, of dat hij moet aangeven of meedelen wat hij zal doen om dat te bewerkstelligen.

Bijgevolg moet de steller van het ontwerp de tekst herzien en aanvullen, door in het dispositief zelf van het besluit de voorwaarden te bepalen die de aanvragers van een vergunning dienen te vervullen.

Bijzondere opmerkingen Aanhef Het is de Raad van State niet duidelijk waarom de minister bevoegd voor de Nationale Loterij het voorliggende ontwerp zou voordragen en het bijgevolg mede zou ondertekenen en belast zou zijn met de uitvoering ervan.

Dispositief Artikel 1 Men schrijve : «

Artikel 1.De aanvrager van een aanvullende vergunning bedoeld in artikel 43/8 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers zorgt voor ... (voorts zoals in het ontwerp) ».

Artikel 3 Het begrip « solvabiliteit van 40 % » moet nader worden gepreciseerd.

Artikel 12 De uitvoering van het besluit moet gewaarborgd blijven over de wisseling van ministers heen.

In de Franse lezing schrijve men bijgevolg niet « la Ministre », maar « le ministre ».

De kamer was samengesteld uit : de heren : Y. Kreins, kamervoorzitter, P. Vandernoot, Mevr. M. Baguet, staatsraden, Mevr. B. Vigneron, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de Heer Y. Delval, adjunct-auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de Heer P. Vandernoot.

De griffier, B. Vigneron.

De voorzitter, Y. Kreins.

21 JUNI 2011. - Koninklijk besluit betreffende de kwaliteitsvoorwaarden die door de aanvrager van een aanvullende vergunning dienen te worden vervuld inzake kansspelen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, artikel 43/8, § 2, 1°, ingevoegd bij de wet van 10 januari 2010;

Gelet op het advies van de Kansspelcommissie, gegeven op 5 mei 2010;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 8 november 2010;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, d.d. 15 december 2010;

Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie 2010/0801/B, op 23 december 2010, met toepassing van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;

Gelet op advies 49.082/2 van de Raad van State, gegeven op 12 januari 2011 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Justitie, van de Minister van Financiën en bevoegd voor de Nationale Loterij, van de Minister van Volksgezondheid, van de Minister voor Ondernemen, van de Minister van Binnenlandse Zaken, van de Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie en op advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.De aanvrager van een aanvullende vergunning bedoeld in artikel 43/8 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers zorgt voor de eerlijkheid van de ingerichte kansspelen, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 2.De aanvrager zorgt ervoor dat de Kansspelcommissie te allen tijde een verantwoordelijk persoon kan contacteren.

Eveneens staat de aanvrager in voor een permanente dataverbinding tussen de website en de Kansspelcommissie. HOOFDSTUK II. - De kredietwaardigheid van de aanvrager

Art. 3.De aanvrager toont aan over een solvabiliteit van 40 % te beschikken. HOOFDSTUK III. - De veiligheid van het betalingsverkeer tussen de exploitant en de speler

Art. 4.De aanvrager legt een gedetailleerd plan voor dat aantoont hoe de veiligheid van de betalingen tussen de exploitant en de speler zal worden gewaarborgd.

Dit plan omvat tenminste : 1° De technische specificatie van de huidige plannen;2° De permanente beveiligingscontroles die in de toekomst zullen worden uitgevoerd. HOOFDSTUK IV. - Het beleid van de exploitant ten aanzien van de toegankelijkheid van de kansspelen voor sociaal kwetsbare groepen

Art. 5.De aanvrager geeft mee welk beleid hij zal ontwikkelen om te verhinderen dat sociaal kwetsbare groepen gelokt worden naar de website. HOOFDSTUK V. - De klachtenregeling

Art. 6.§ 1. De aanvrager beschrijft de klachtenregeling die zal worden geïnstalleerd voor spelers.

Van elke geregistreerde klacht van een speler moet de Kansspelcommissie kennis kunnen nemen. § 2. De klachtenregeling is permanent ter beschikking van de speler.

Art. 7.De aanvrager geeft aan welke maatregelen hij neemt opdat de behandeling van klachten permanent kan worden ingericht. HOOFDSTUK VI. - De nadere regels betreffende de reclame

Art. 8.De aanvrager maakt duidelijk welke reclamepolitiek hij zal voeren.

Hij toont aan dat in de gevoerde reclamepolitiek een zekere terughoudendheid in acht zal worden genomen.

Art. 9.De aanvrager zorgt ervoor dat bij elke reclamecampagne een persoon contacteerbaar is door de Kansspelcommissie.

Deze persoon moet gemachtigd zijn, op eenvoudige vraag van de Kansspelcommissie, een reclamecampagne stop te zetten. HOOFDSTUK VII. - De nakoming van al zijn fiscale verplichtingen

Art. 10.De aanvrager legt een advies voor uitgaande van de Federale Overheidsdienst Financiën, waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingsschulden heeft voldaan. HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding

Art. 11.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2011.

Art. 12.De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen en de Minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juni 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister voor Ondernemen, V. VAN QUICKENBORNE De Minister van Binnenlandse Zaken,Mevr.

A. TURTELBOOM De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie, C. DEVLIES

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^