Koninklijk Besluit van 21 juni 2011
gepubliceerd op 15 juli 2011
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende de wijze waarop de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II wordt verboden of ontzegd

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2011009498
pub.
15/07/2011
prom.
21/06/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

21 JUNI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende de wijze waarop de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II wordt verboden of ontzegd


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het huidige ontwerp van koninklijk besluit dat U wordt voorgelegd kadert in de ten uitvoerlegging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, hierna de Kansspelwet genoemd.

Voorliggend ontwerp van koninklijk besluit heeft betrekking op artikel 54, § 3, 5, van de Kansspelwet, zoals gewijzigd door de wet de wet van 10 januari 2010 tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen (Belgisch Staatsblad 1 februari 2010). Het wordt genomen in toepassing van artikel 54, § 5, van de Kansspelwet.

Artikel 54, § 3, 5, van de Kansspelwet laat belanghebbenden toe om de Kansspelcommissie te verzoeken ten aanzien van personen met een probleem van gokverslaving een toegangsverbod tot kansspelinrichtingen klasse I en II (casino's en speelautomatenhallen) op te leggen.

Voorliggend ontwerp van koninklijk besluit regelt de wijze waarop dit verzoek dient te worden ingediend bij en behandeld door de Kansspelcommissie als volgt : Het verzoek dient aan de Kansspelcommissie te worden overgemaakt door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending.

Het moet worden gemotiveerd en een beschrijving bevatten van het probleem van gokverslaving. Stukken tot staving daarvan kunnen gebeurlijk worden toegevoegd.

De persoon tegenover wie het toegangsverbod wordt gevraagd, wordt door de Kansspelcommissie uitgenodigd om zijn verweermiddelen naar voor te brengen. Hij of zij kan zich daartoe laten bijstaan door een raadsman.

Indien de Kansspelcommissie tot de vaststelling komt dat er inderdaad sprake is van een probleem van gokverslaving, zal ze het toegangsverbod opleggen en betrokkene laten registeren in de databank bevattende de gegevens van de tot de kansspelen uitgesloten personen (de zogenaamde EPIS-databank).

Betrokkene wordt door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending in kennis gesteld van de beslissing van de Kansspelcommissie aangaande het gevraagde toegangsverbod.

De uitgesloten speler kan na verloop van een jaar de Kansspelcommissie verzoeken om het toegangsverbod op te heffen door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending.

Betrokkene zal dan opnieuw worden gehoord door de Kansspelcommissie.

Hij of zij kan zich laten bijstaan door een raadsman.

De belanghebbende die om het toegangsverbod verzocht had, wordt door de Kansspelcommissie in kennis gesteld van het verzoek tot opheffing van het toegangsverbod.

Indien tot opheffing van het toegangsverbod wordt overgegaan, worden de gegevens van de betrokken speler verwijderd uit voornoemde databank.

De betrokken speler en de belanghebbende die om het toegangsverbod verzocht had, worden door middel van een een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending in kennis gesteld van de beslissing van de Kansspelcommissie aangaande het verzoek tot opheffing van het toegangsverbod.

Er wordt voorzien in een onmiddellijke inwerkingtreding van voorliggend ontwerp van koninklijk besluit gelet op het feit dat er reeds enkele aanvragen tot uitsluiting van een speler op verzoek van een derde zijn toegekomen op de Kansspelcommissie.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister voor Ondernemen, V. VAN QUICKENBORNE De Minister van Binnenlandse Zaken, A. TURTELBOOM De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie, C. DEVLIES

Advies 49.494/2 van 4 mei 2011 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State De Raad van State, afdeling Wetgeving, tweede kamer, op 7 april 2011 door de Staatssecretaris, toegevoegd aan de Minister van Justitie, verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende de wijze waarop de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II wordt verboden of ontzegd », heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van de regering beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Algemene opmerking In artikel 54, § 3, punt 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers wordt bepaald dat de Kansspelcommissie de toegang tot de spelen in kwestie ontzegt « aan personen met een probleem van gokverslaving. Dit toegangsverbod kan op verzoek van elke belanghebbende worden uitgesproken. Het verzoek omvat de motieven en wordt ingediend bij de commissie. De commissie neemt haar beslissing na de betrokken speler uitgenodigd te hebben zijn verweermiddelen naar voor te brengen. » Het voorliggende ontwerp, waarbij met toepassing van paragraaf 5 van datzelfde artikel 54 bepaald wordt op welke wijze de toegang tot die spelen verboden of ontzegd wordt, bevat een ontworpen artikel 3/1, § 3, naar luid waarvan een toegangsverbod wordt uitgesproken wanneer « problematisch spelgedrag » wordt vastgesteld. Aldus wijzigen de stellers van het ontwerp de omstandigheden waarin een speler de toegang tot bepaalde spelen kan worden verboden of ontzegd, terwijl zij daartoe niet bevoegd zijn.

Het ontwerp behoort in dit opzicht te worden herzien.

Onderzoek van het ontwerp Dispositief Artikel 1 1. De voorliggende tekst legt de verplichting op om een « aangetekend schrijven » te versturen. Zoals hij is opgesteld, lijkt de tekst te eisen dat gebruik wordt gemaakt van een aangetekende postzending. Hij lijkt aldus het gebruik van de elektronisch aangetekende zending uit te sluiten wanneer de bepalingen van kracht zullen zijn die in de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten, gewijzigd bij de wet van 13 december 2010, betrekking hebben op de elektronisch aangetekende zending, namelijk ten laatste op 30 juni 2011 (1).

Wanneer deze bepalingen van kracht zullen zijn, zal uit artikel 4, § 6, van de voornoemde wet van 9 juli 2001 echter volgen dat « onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire vereisten op het gebied van aangetekende zendingen [...] een elektronisch aangetekende zending geacht [wordt] aan de vereiste van een aangetekende zending te voldoen ».

Aangezien de hierboven aangehaalde bepaling voorbehoud maakt voor de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire vereisten op het gebied van aangetekende zendingen, vermag de Koning een tekst uit te vaardigen die, in een welbepaalde aangelegenheid, het gebruik van een elektronisch aangetekende zending uitsluit.

De Koning dient een dergelijke vereiste evenwel te rechtvaardigen ten aanzien van het grondwettelijke beginsel van de gelijkheid voor de wet.

Er dient in elk geval een terminologie gebruikt te worden die overeenstemt met de wetgeving ter zake (2).

In dit verband zijn de volgende wijzigingen noodzakelijk : - indien het de bedoeling is het gebruik van een aangetekende postzending te eisen en het gebruik van de elektronisch aangetekende zending uit te sluiten, dienen de woorden « aangetekend schrijven » vervangen te worden door de woorden « aangetekende postzending »; - indien het de bedoeling is het gebruik van een dienst van aangetekende zending op te leggen, zonder de elektronisch aangetekende zending uit te sluiten, dienen de woorden « aangetekend schrijven » vervangen te worden door de woorden « aangetekende postzending of elektronisch aangetekende zending ».

De voorliggende bepaling dient dienovereenkomstig te worden herzien. 2. Er moet voor gezorgd worden dat de gebruikte terminologie overeenstemt met die van het koninklijk besluit dat bij het voorliggende ontwerp gewijzigd wordt.In de Franse tekst van het ontworpen artikel 3/1, § 3, dient dan ook te worden geschreven « sont ensuite enregistrées dans le système » in plaats van « sont ensuite introduites dans le système ». 3. In diezelfde paragraaf van het ontwerp wordt bepaald dat de gegevens aangaande de genoemde personen in het systeem worden opgenomen.Het systeem in kwestie heeft tot doel de exploitanten in staat te stellen na te gaan of een persoon niet vermeld staat in de lijst van uitgesloten personen. In dat systeem behoort de naam van de persoon die het verzoek ingediend heeft dan ook niet voor te komen. De woorden « de genoemde personen » zijn evenwel dubbelzinnig en lijken te kunnen slaan zowel op de uitgesloten persoon als op de persoon die het verzoek heeft ingediend. Bijgevolg behoort te worden geschreven « uitgesloten personen » in plaats van « genoemde personen ».

Artikel 2 De tijdspanne van tien dagen die in principe moet liggen tussen de bekendmaking van een regeling in het Belgisch Staatsblad en de inwerkingtreding ervan heeft tot doel de adressaten ervan de mogelijkheid te bieden om daarvan binnen een redelijke termijn kennis te nemen. De afdeling Wetgeving ziet in casu niet in aan welke noodzaak de onmiddellijke inwerkingtreding van het ontworpen besluit beantwoordt.

Artikel 3 De afdeling Wetgeving ziet niet in waarom ook de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort met de uitvoering van het voorliggende ontwerp wordt belast.

De kamer was samengesteld uit : de heren : Y. Kreins, kamervoorzitter, P. Vandernoot, Mevr. M. Baguet, staatsraden, Mevr. A.-C. Van Geersdaele, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de Heer Y. Delval, adjunct-auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van Mevr. M. Baguet.

De griffier, A.-C. Van Geersdaele.

De voorzitter, Y. Kreins. _______ Nota's (1) Deze bepalingen zijn opgenomen in de artikelen 38 tot 52 van de wet van 13 december 2010 tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten.Krachtens artikel 57, eerste lid, 2°, van de wet van 13 december 2010 treden zij in werking op 30 juni 2011. Het tweede lid van artikel 57 van de wet van 13 december 2010 staat de Koning evenwel toe een eerdere datum van inwerkingtreding vast te stellen. (2) Zie meer bepaald : - de definities van de uitdrukkingen « postzending » en « aangetekende zending » in artikel 131, 7° en 9°, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, vervangen bij de wet van 13 december 2010; - de definitie van de uitdrukking « elektronisch aangetekende zending » in artikel 2, tweede lid, 14°, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten., ingevoegd bij de wet van 13 december 2010.

21 JUNI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende de wijze waarop de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II wordt verboden of ontzegd ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, artikel 54, § 5, gewijzigd bij de wet van 10 januari 2010;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende de wijze waarop de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II wordt verboden of ontzegd;

Gelet op het advies van de Kansspelcommissie, gegeven op 14 april 2010;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 december 2010;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, d.d. 1 april 2011;

Gelet op advies 49.494/2 van de Raad van State, gegeven op 4 mei 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Justitie, van de Minister van Financiën, van de Minister van Volksgezondheid, van de Minister van Ondernemen, van de Minister van Binnenlandse Zaken en van de Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In het koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende de wijze waarop de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II wordt verboden of ontzegd, wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 3/1.§ 1. De persoon die om een toegangsverbod bedoeld in artikel 54, § 3, 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers verzoekt, stelt de Kansspelcommissie hiervan in kennis door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending.

Het verzoekschrift omvat de motieven van de aanvrager en een nadere beschrijving van het probleem van gokverslaving, alsook de eventuele stukken tot staving hiervan. § 2. De Kansspelcommissie nodigt de betrokken speler uit om zijn verweermiddelen naar voor te brengen.

De betrokken speler heeft het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman. § 3. De Kansspelcommissie legt een toegangsverbod op na vaststelling van het probleem van gokverslaving en bezorgt de beheerder van de databank de nodige gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaande de uitgesloten personen opgenomen in het systeem.

De beslissing van de Kansspelcommissie wordt de speler en de belanghebbende door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending ter kennis gebracht. § 4. Na verloop van een jaar kan de speler door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending de Kansspelcommissie verzoeken om het toegangsverbod op te heffen. § 5. De Kansspelcommissie nodigt de betrokken speler uit om zijn verweermiddelen naar voor te brengen vooraleer een beslissing te nemen omtrent het verzoek tot opheffing van het toegangsverbod.

De betrokken speler heeft het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman.

De Kansspelcommissie stelt de belanghebbende die om het toegangsverbod verzocht, in kennis van het verzoek tot opheffing van het toegangsverbod. § 6. Ingeval de Kansspelcommissie beslist tot opheffing van het toegangsverbod bezorgt zij de beheerder van de databank de nodige gegevens.

Vervolgens worden die gegevens aangaande de genoemde personen uit het systeem verwijderd.

De beslissing van de Kansspelcommissie wordt de speler en de belanghebbende door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending ter kennis gebracht.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3.De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen en de Minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juni 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Volksgezondeheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister voor Ondernemen, V. VAN QUICKENBORNE De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. A. TURTELBOOM De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie, C. DEVLIES

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^