Koninklijk Besluit van 21 oktober 2018
gepubliceerd op 29 oktober 2018
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van Economisch recht

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2018014350
pub.
29/10/2018
prom.
21/10/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018014350

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE


21 OKTOBER 2018. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van Economisch recht


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit dat de Regering aan U voorlegt, beoogt de uitvoering van een aantal artikelen van het Wetboek van economisch recht (hierna: WER) die betrekking hebben op het voeren van de boekhouding van de boekhoudplichtige ondernemingen zoals gedefinieerd in artikel III.82 WER. Dit koninklijk besluit is de samenvoeging van een aantal uitvoeringsbesluiten tot een meer coherent geheel.

Artikel 4 van de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/2013 pub. 14/08/2013 numac 2013011345 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van Boek III « Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen », in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek III en van de rechtshandhavingsb sluiten voegde Boek III in het WER, waaronder titel 3 (algemene verplichtingen van de ondernemingen). De bepalingen van de boekhoud wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 17/07/1975 pub. 28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten werden opgenomen in de artikelen III.82 tot en met III.95 in hoofdstuk 2 van deze titel. In het kader van de hervorming en modernisering van het ondernemingsrecht werd getracht de boekhoudverplichtingen zoveel mogelijk af te stemmen op het gemoderniseerde ondernemingsbegrip, waarbij de bepalingen noch afhankelijk kunnen zijn van het publiek- of privaatrechtelijke statuut van de betrokken onderneming, noch van de vraag of al dan niet met winstoogmerk wordt gehandeld.

Bijgevolg kwam onderhavig uitvoeringsbesluit tot stand na een grondige analyse van een aantal bestaande uitvoeringsbesluiten: het koninklijk besluit van 12 september 1983 (I) tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 17/07/1975 pub. 28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten op de boekhouding van de ondernemingen, het koninklijk besluit van 12 september 1983 (II) tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel (MAR) alsook het koninklijk besluit van 26 juni 2003 (II) betreffende de vereenvoudigde boekhouding van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen en het koninklijk besluit van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2003 pub. 30/12/2003 numac 2003009951 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen sluiten betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen. Onderhavig ontwerp van koninklijk besluit bevat zodoende de artikelen die betrekking hebben op het voeren van de boekhouding, het houden en bewaren van boeken en de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel. De overige artikelen uit deze koninklijke besluiten die verband houden met de opstelling en de neerlegging van de jaarrekening zullen later worden ondergebracht in een uitvoeringsbesluit bij het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: WVV). De concordantietabel in bijlage geeft een overzicht van welke artikelen uit de eerder vermelde koninklijke besluiten bij deze herschikking in onderhavig ontwerp tot koninklijk besluit werden opgenomen. Inhoudelijk werden, behoudens een aantal aanpassingen ter vereenvoudiging, geen verdere aanpassing aangebracht.

Artikelsgewijze bespreking Artikelen 1, 2 en 3.

Deze artikelen betreffen een uitvoering van artikel III.85, § 1, van het WER en omvatten de regels voor het voeren van een vereenvoudigde boekhouding door natuurlijke personen, organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, vennootschappen onder firma en gewone commanditaire vennootschappen.

Artikel 1 legt het bedrag van de omzet vast dat niet mag worden overschreden wanneer de hiervoor vermelde organisaties een vereenvoudigde boekhouding willen voeren. Artikel 2 legt uit hoe dit bedrag kan worden bepaald in geval van een boekjaar van minder of meer dan 12 maanden. In artikel 3 ten slotte wordt uitgelegd hoe organisaties die met hun bedrijf aanvangen tijdens het eerste boekjaar het al dan niet overschrijden van dit bedrag dienen te toetsen.

Artikelen 4 tot en met 8.

De artikelen 4 en 5 werden opgenomen ter uitvoering van artikel III.87, § 2, tweede lid, van het WER en omvatten enerzijds de regels voor het houden en bewaren van boeken voor alle boekhoudplichtige ondernemingen, aangevuld met een bijzondere bepaling voor wat betreft het ongesplitst dagboek voor verenigingen en stichtingen die een vereenvoudigde boekhouding voeren.

Artikelen 9 tot en met 11.

Deze artikelen, ter uitvoering van artikel III.84, zevende lid, van het WER, hebben betrekking op de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel voor boekhoudplichtige ondernemingen andere dan verenigingen en stichtingen. Dit is het rekeningenstelsel dat in de huidige wetgeving in de bijlage van het koninklijk besluit van 12 september 1983 (II) tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel is terug te vinden.

Deze artikelen vormen de uitvoering van artikel III.84, zevende lid, WER. Het is dan ook duidelijk dat deze artikelen geen toepassing vinden op de boekhoudplichtige ondernemingen waarvoor artikel III.84, zevende lid, WER niet geldt. In het bijzonder gelden deze artikelen aldus onder meer niet voor: - de boekhoudplichtige ondernemingen die een onderneming zijn in de zin van artikel I.1, eerste lid, (a) of (c) WER, de vennootschappen onder firma en de gewone commanditaire vennootschappen, bedoeld in artikel III.85 WER. Met andere woorden, de boekhoudplichtige ondernemingen die een vereenvoudigde boekhouding mogen voeren, moeten de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel niet volgen en dit ingevolge de expliciete uitsluiting op grond van artikel III.85, § 1 WER; - de ondernemingen bedoeld in artikel III.95, § 1, WER. Ook voor deze ondernemingen is artikel III.84, zevende lid, WER niet van toepassing en dit ingevolge een expliciete uitsluiting vermeld in artikel III.95, § 1, WER; - de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen. Ook voor deze ondernemingen is artikel III.84, zevende lid WER niet van toepassing en dit ingevolge een expliciete uitsluiting vermeld in artikel III.95, § 2, WER. Artikelen 12 tot en met 13.

Deze artikelen, ter uitvoering van artikel III.84, achtste lid, van het WER, hebben betrekking op de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel voor verenigingen en stichtingen. Hier worden behoudens een aantal vereenvoudigingen tevens een aantal aanpassingen aangebracht als gevolg van de overheveling van de boekhoudkundige verplichtingen van verenigingen en stichtingen naar het WER, met als doel te komen tot een meer uniforme regeling voor wat betreft het voeren van een boekhouding, doch er zorg voor dragend dat dit geen verzwaring van de administratieve lasten voor verenigingen en stichtingen tot gevolg heeft.

Deze artikelen vormen de uitvoering van artikel III.84, achtste lid, WER. Het is dan ook duidelijk dat deze artikelen geen toepassing vinden op de boekhoudplichtige ondernemingen waarvoor artikel III.84, achtste lid, WER niet geldt. In het bijzonder gelden deze artikelen niet voor de verenigingen en de stichtingen die een vereenvoudigde boekhouding mogen voeren en dit op grond van artikel III.85, § 2, WER. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Economie, K. PEETERS De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Middenstand, D. DUCARME

21 OKTOBER 2018. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met iii.95 van het wetboek van Economisch recht FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikelen III.82 tot en met III.95;

Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 11 juli 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 23 juli 2018 ;

Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 6 september 2018 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Justitie, de Minister van Economie, de Minister van Financiën, de Minister van Middenstand en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL 1. - Regels betreffende de vereenvoudigde boekhouding voor natuurlijke personen, organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, vennootschappen onder firma en gewone commanditaire vennootschappen.

Artikel 1.Boekhoudplichtige ondernemingen die een onderneming zijn in de zin van artikel I.1, eerste lid, (a) of (c) van het Wetboek van economisch recht, de vennootschappen onder firma en de gewone commanditaire vennootschappen mogen een vereenvoudigde boekhouding voeren, die voldoet aan artikel III.85, § 1, van het Wetboek van economisch recht als hun omzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, over het laatste boekjaar, 500.000 euro niet overtreft.

Het in het eerste lid bepaalde bedrag wordt op 620.000 euro gebracht voor de in het eerste lid bedoelde ondernemingen die als voornaamste beroepsbezigheid gasvormige of vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor het voortbewegen van motorvoertuigen op de openbare weg, in het klein verkopen.

Art. 2.Heeft het boekjaar een duur van minder of meer dan 12 maanden, dan worden de in artikel 1 bedoelde bedragen van 500.000 euro en van 620.000 euro vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de teller het aantal maanden van dat boekjaar, waarbij elke begonnen maand voor een gehele maand wordt geteld.

Art. 3.Boekhoudplichtige ondernemingen die een onderneming zijn in de zin van artikel I.1, eerste lid, (a) of (c) van het Wetboek van economisch recht, de vennootschappen onder firma en de gewone commanditaire vennootschappen die met hun bedrijf aanvangen, mogen tijdens het eerste boekjaar hun boekhouding voeren op de wijze bepaald bij artikel III.85, § 1, van het Wetboek van economisch recht, voor zover uit vooruitzichten te goeder trouw blijkt dat de omzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die tijdens dit eerste boekjaar zal worden bereikt, het bedrag bepaald in artikel 1, dat in voorkomend geval werd berekend overeenkomstig artikel 2, niet zal overschrijden.

TITEL 2. - Houden en bewaren van de boeken. HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen.

Art. 4.§ 1. Het ongesplitst dagboek en het centraal boek bepaald in artikel III.84 van het Wetboek van economisch recht of de drie dagboeken bepaald in artikel III.85, § 1, van dit wetboek of het ongesplitst dagboek bepaald in artikel III.85, § 2, van dit wetboek, alsmede het inventarisboek bepaald in artikel III.89, § 1, van dit wetboek, worden op een zodanige wijze gehouden dat de onderneming haar boekhouding kan voeren in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op het voeren van een boekhouding, inzonderheid wat betreft de materiële continuïteit, de regelmatigheid en de onveranderlijkheid. § 2. Indien de boeken vermeld in § 1 worden gehouden door middel van geïnformatiseerde systemen, worden deze systemen op een zodanige wijze geconcipieerd dat de onderneming in ieder geval haar boekhouding kan voeren in overeenstemming met het bepaalde in § 1. § 3. Indien de boeken bepaald in § 1 schriftelijk worden gehouden, kunnen deze om in overeenstemming te zijn met het bepaalde in § 1 worden gehouden door middel van ingebonden of ingenaaide registers met de gedrukte vermelding van het aantal bladzijden waarbij, vóór de eerste ingebruikname van het boek, wordt overgegaan tot de neerlegging bij een ondernemingsloket erkend zoals bepaald bij artikel III.61 tot en met III.69 van het Wetboek van economisch recht, van een identificatieformulier dat door de drukker samen met het boek of het dagboek is afgeleverd en door de onderneming is ingevuld.

Het formulier vermeldt: 1° de benaming van de onderneming, alsmede het nummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen;2° het doel van het boek of van het dagboek, alsmede de plaats in zijn reeks;3° het aantal bladzijden van het register, alsmede de naam en het ondernemingsnummer van de drukker. Het identificatieformulier wordt gedagtekend en ondertekend, naar gelang het geval, door de belanghebbende of door de persoon die de vennootschap of de instelling ten opzichte van derden vertegenwoordigt.

Deze stukken worden bewaard door de erkende ondernemingsloketten overeenkomstig hun wettelijke en reglementaire archiveringsplichten. HOOFDSTUK 2. - Hulpdagboeken.

Art. 5.Indien het ongesplitste hulpdagboek of de bijzondere hulpdagboeken aan de voorwaarden bepaald in artikel 4 voldoen, moeten de in dit hulpdagboek of in deze hulpdagboeken geregistreerde gezamenlijke mutaties niet worden overgeschreven in een centraal boek, zoals bepaald bij artikel III.84, vierde en vijfde lid van het Wetboek van economisch recht. HOOFDSTUK 3. - Bijzondere bepaling voor verenigingen en stichtingen die een vereenvoudigde boekhouding voeren.

Art. 6.In het ongesplitst dagboek zoals bedoeld in artikel 85, § 2, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht worden de verrichtingen die betrekking hebben op mutaties in contant geld of op rekeningen zonder vertraging, getrouw en volledig en naar tijdsorde ingeschreven.

Het ongesplitst dagboek wordt gehouden volgens het model bepaald in bijlage 2 van dit besluit. HOOFDSTUK 4. - Bijkantoren.

Art. 7.Verrichtingen van een in het buitenland gevestigd bijkantoor van een onderneming naar Belgisch recht die aldaar in een afzonderlijk stelsel van boeken en rekeningen worden ingeschreven, hoeven niet te worden opgenomen in de recapitulatieboeking bedoeld in artikel III.84 van het Wetboek van economisch recht, wanneer de boekhouding van dit bijkantoor wordt gevoerd overeenkomstig de in dat vreemd land geldende regels of gebruiken, in voorkomend geval aangepast met het oog op de toepassing van het bepaalde in het tweede lid.

De saldi van de rekeningen van dit bijkantoor worden ten minste halfjaarlijks in de centrale boekhouding van de onderneming opgenomen. HOOFDSTUK 5. - Bewaartermijn.

Art. 8.De ondernemingen moeten hun boeken bewaren gedurende zeven jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar dat op de afsluiting volgt. Van het ongesplitste dagboek, het centraal boek bedoeld in artikel III.84 van het Wetboek van economisch recht, de drie dagboeken bedoeld in artikel III.85, § 1, van dit wetboek, het ongesplitst dagboek bedoeld in artikel III.85, § 2, van dit wetboek, alsmede het inventarisboek bedoeld in artikel III.89, § 1, van dit wetboek moet het origineel worden bewaard; van de andere boeken mag het origineel of een afschrift worden bewaard.

De voor het bewaren van de in het eerste lid vermelde boeken gebruikte drager moet de onveranderlijkheid en de toegankelijkheid van de gegevens die erin geregistreerd zijn verzekeren gedurende de volledige opgelegde bewaringstermijn.

TITEL 3. - Minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel voor boekhoudplichtige ondernemingen andere dan verenigingen en stichtingen.

Art. 9.De bepalingen van deze titel gelden voor de boekhoudplichtige ondernemingen bedoeld in artikel III.82 van het Wetboek van economisch recht, met uitzondering van: 1° de door buitenlandse ondernemingen in België gevestigde bijkantoren, wanneer die bijkantoren geen eigen opbrengsten hebben door verkoop van goederen of dienstverlening aan derden of door geleverde goederen of verleende diensten aan de buitenlandse onderneming waarvan zij afhangen en waarvan de werkingskosten volledig door de laatstgenoemde worden gedragen;2° de verenigingen en de stichtingen.

Art. 10.Het rekeningenstelsel bedoeld in artikel III.84, zevende lid, van het Wetboek van economisch recht, moet worden ingericht en genummerd overeenkomstig de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel, zoals bepaald in bijlage 1 van dit besluit.

Art. 11.De omschrijving van de rekeningen van het algemeen rekeningenstelsel mag worden aangepast aan de bijzondere aard van het bedrijf, van het vermogen en van de opbrengsten en kosten van de onderneming.

De rekeningen van het algemeen rekeningenstelsel die voor een onderneming niet dienstig zijn, moeten niet in haar rekeningenstelsel voorkomen.

TITEL 4. - Minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel voor verenigingen en stichtingen.

Art. 12.Het rekeningenstelsel bedoeld in artikel III.84, achtste lid, van het Wetboek van economisch recht, moet, qua inhoud, voorstelling en nummering in overeenstemming zijn met de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel zoals bepaald in bijlage 3 van dit besluit.

Art. 13.De omschrijving van de rekeningen van het algemeen rekeningenstelsel mag worden aangepast aan de bijzondere aard van het bedrijf, van het vermogen en van de opbrengsten en kosten van de vereniging of stichting.

De rekeningen van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel die voor een vereniging of stichting niet dienstig zijn, moeten niet in haar rekeningenstelsel worden vermeld.

TITRE 5. - Opheffingsbepaling.

Art. 14.Worden opgeheven: 1° het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 17/07/1975 pub. 28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling sluiten op de boekhouding van de ondernemingen;2° het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel;3° de artikelen 1, 2, 3, 4, en de bijlage A, van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 betreffende de vereenvoudigde boekhouding van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen;4° de artikelen 1, 3, 4, 5 en de bijlage van het koninklijk besluit van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2003 pub. 30/12/2003 numac 2003009951 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen sluiten betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen. TITEL 6. - Inwerkingtreding.

Art. 15.Onderhavig besluit treedt in werking op dezelfde dag als de bepalingen van de wet waarvan het de uitvoering verzekert.

TITEL 7. - Uitvoeringsbepaling.

Art. 16.De minister van Economie, de minister van Justitie, de minister van Financiën en de minister van Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 oktober 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, K. PEETERS De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Middenstand, D. DUCARME

Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van economisch recht : minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel voor boekhoudplichtige ondernemingen andere dan verenigingen en stichtingen

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van economisch recht.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, K. PEETERS De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Middenstand, D. DUCARME

Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van economisch recht : genormaliseerd model van dagboek voor verenigingen en stichtigen

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van economisch recht.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, K. PEETERS De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Middenstand, D. DUCARME

Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van economisch recht : minimumindeling van algemeen rekeningenstelsel voor verenigingen en stichtingen

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van economisch recht.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, K. PEETERS De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Middenstand, D. DUCARME

Bijlage 4 bij het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van economisch recht

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van economisch recht.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, K. PEETERS De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Middenstand, D. DUCARME


begin


Publicatie : 2018-10-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^