Koninklijk Besluit van 22 juli 2018
gepubliceerd op 01 augustus 2018
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, tot wijziging en coördinatie van de statuten v

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2018202363
pub.
01/08/2018
prom.
22/07/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018202363

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


22 JULI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, tot wijziging en coördinatie van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, tot wijziging en coördinatie van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 juli 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2017 Wijziging en coördinatie van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid (Overeenkomst geregistreerd op 24 november 2017 onder het nummer 142862/CO/149.01) In uitvoering van artikelen 6 en 19 van het nationaal akkoord 2017-2018 van 27 juni 2017.

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden.

Art. 2.Het fonds volgt op in rechten en plichten en neemt het actief en het passief over van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector der elektriciens", opgericht bij de beslissing van 26 juni en 23 oktober 1968, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, tot oprichting van een "Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector der elektriciens" en tot vaststelling van de statuten van dit fonds, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 maart 1969 (Belgisch Staatsblad van 3 april 1969).

Art. 3.De statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector der elektriciens" zijn bijgevoegd.

Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 2017 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging van zes maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie.

Art. 5.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 oktober 2015 betreffende het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector der elektriciens", geregistreerd op 5 januari 2016 onder het nummer 131077/CO/149.01, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/07/2016 pub. 14/09/2016 numac 2016202059 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het nationaal akkoord 2015-2016 sluiten (Belgisch Staatsblad van 7 september 2016) en gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2016, geregistreerd op 21 oktober 2016 onder het nummer 135598/CO/149.01 (Belgisch Staatsblad van 10 november 2016), en de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 oktober 2016, geregistreerd op 5 december 2016 onder het nummer 136294/CO/149.01 (Belgisch Staatsblad van 19 december 2016).

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 juli 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS

Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, tot wijziging en coördinatie van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid Statuten HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, doel, duur

Artikel 1.Benaming Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht, genaamd "Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector der elektriciens", verder het "fonds" genoemd.

Art. 2.Zetel De maatschappelijke zetel en het secretariaat van het fonds zijn gevestigd te 1120 Brussel, Marlylaan 15.

De maatschappelijke zetel en het secretariaat kunnen bij beslissing van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie verplaatst worden naar elke andere plaats in België.

Art. 3.Opdrachten Het fonds heeft als opdrachten : 3.1. de toekenning en de uitkering van bepaalde aanvullende sociale voordelen; 3.2. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de bij artikel 5 bedoelde werkgevers; 3.3. de financiering van de syndicale vorming en de patronale vorming; 3.4. de inning en de invordering van de bijdrage van de in artikel 5 bedoelde werkgevers en de toekenning en de uitkering van een eindejaarspremie; 3.5. de werking van de vzw Vormelek te bevorderen, te ondersteunen en te financieren, onder meer via de inning van een bijdrage voor risicogroepen enerzijds en van een bijdrage voor permanente vorming en sectorpromotie anderzijds; 3.6. de werking van de vzw Tecnolec te bevorderen, te ondersteunen en te financieren, onder meer via de inning van een bijdrage voor technologische dienst- en adviesverlening; 3.7. het ten laste nemen van bijzondere bijdragen; 3.8. de inning van de bijdrage voorzien voor de financiering en inrichting van het sectoraal pensioenstelsel; 3.9. de bestrijding van de sociale fraude in de sector, in uitvoering van wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen die aan het fonds worden opgedragen; 3.10. de sector elektriciens te promoten en te valoriseren.

Art. 4.Duur Het fonds wordt voor onbepaalde duur opgericht. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden.

Deze statuten zijn evenwel niet van toepassing op de ondernemingen die aangesloten zijn bij de "Federatie van de elektriciteit en de elektronica" (FEE) voor wat betreft de toekenning en uitkering van een eindejaarspremie (cf. artikel 3.4.).

Deze organisatie bezorgt ieder jaar en dit tegen uiterlijk 1 maart, zijn ledenlijsten aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden en modaliteiten van toekenning en uitkering

Art. 6.Inning en invordering van de bijdragen Het fonds is gelast de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren.

Art. 7.Aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij tijdelijke werkloosheid § 1. Vanaf 1 juli 2017 wordt het bedrag van de aanvullende werkloosheidsuitkering tijdelijke werkloosheid met 1,54 pct. geïndexeerd en vastgesteld op : - 11,17 EUR per werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering (naar rata van 6 vergoedingen per week); - 5,59 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering (naar rata van 6 vergoedingen per week). § 2. De aanvullende vergoedingen bij tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen (artikel 51 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten) worden beperkt tot maximum 150 dagen (6 dagen/week) per kalenderjaar, waarvan de eerste 60 dagen betaald worden door het fonds voor bestaanszekerheid.

De werkgever betaalt vanaf de 61ste dag tot de 150ste dag, en dit telkens bij de loonafrekening van de maand volgend op de werkloosheidsmaand waarop de vergoedingen betrekking hebben. § 3. De aanvullende vergoedingen bij tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht, technische stoornis, sluiting van de onderneming wegens jaarlijks verlof, slecht weer (artikel 26, 1°, 28, 1°, 49 en 50 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten) onbeperkt in duur en worden voor de ganse periode betaald door het fonds voor bestaanszekerheid. § 4. De arbeiders hebben recht op bovenvermelde aanvullende vergoedingen bij tijdelijke werkloosheid op voorwaarde dat zij van de werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering. § 5. De aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid dient te worden betaald bij jeugdvakantie en bij seniorvakantie.

Art. 8.Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid § 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben, ten laste van het fonds, voor elke hele of halve werkloosheidsuitkering recht op de bij artikel 8, § 2 voorziene uitkeringen, met een maximum van respectievelijk 120 dagen en 200 dagen per werkloosheidsperiode, al naargelang zij op de eerste dag minder dan 45 jaar oud zijn of 45 jaar en ouder zijn en voor zover zij aan volgende voorwaarden voldoen : - werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing op de werkloosheidsverzekering; - op het ogenblik van het ontslag, ten minste 5 jaar tewerkgesteld zijn in één of meerdere ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de elektriciens; - een wachttijd van 30 kalenderdagen hebben vervuld (voor de berekening van de wachttijd worden de dagen werkloosheid en ziekte, in voorkomend geval, gelijkgesteld). § 2. Vanaf 1 juli 2017 wordt het bedrag van de aanvullende werkloosheidsuitkering met 1,54 pct. geïndexeerd en vastgesteld op : - 5,88 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering (naar rata van 6 vergoedingen per week); - 2,94 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering (naar rata van 6 vergoedingen per week). § 3. De aanvullende vergoedingen bij volledige werkloosheid worden stopgezet vanaf 1 juli 2015.

Deze aanvullende vergoedingen blijven echter doorlopen na 1 juli 2015 voor de arbeiders : - die tewerkgesteld zijn met een contract van bepaalde duur; - die zijn ontslagen na 1 januari 2014 in het kader van collectieve ontslagen tot 31 december 2013; - die reeds aanvullende vergoedingen bij volledige werkloosheid ontvangen op 30 juni 2015 en hun saldo nog kunnen uitputten.

Art. 9.Aanvullende vergoeding voor oudere werklozen § 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben, ten laste van het fonds, voor elke hele of halve werkloosheidsuitkering recht op de bij artikel 9, § 2 voorziene uitkeringen tot het nemen van het wettelijk pensioen en dit onder de volgende voorwaarden : - ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de werkloosheid; - uitkeringen voor volledige werkloosheid genieten; - op het ogenblik van ontslag ten minste 5 jaar tewerkgesteld zijn in één of meerdere ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de elektriciens; - een wachttijd van 30 kalenderdagen hebben vervuld (voor de berekening van de wachttijd worden de dagen werkloosheid en ziekte, in voorkomend geval, gelijkgesteld). § 2. Vanaf 1 juli 2017 wordt het bedrag van de aanvullende werkloosheidsuitkering met 1,54 pct. geïndexeerd en vastgesteld op : - 5,88 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering (naar rata van 6 vergoedingen per week); - 2,94 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering (naar rata van 6 vergoedingen per week). § 3. Arbeiders die zijn ontslagen en een aanvullende vergoeding ontvangen conform de bepalingen van artikel 9, § 1 en § 2, behouden het recht op deze aanvullende vergoeding : - wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen; - ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend, op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen. § 4. De aanvullende vergoedingen voor oudere werklozen worden stopgezet vanaf 1 juli 2015.

Deze aanvullende vergoedingen blijven echter doorlopen na 1 juli 2015 voor de arbeiders : - die tewerkgesteld zijn met een contract van bepaalde duur; - die zijn ontslagen na 1 januari 2014 in het kader van collectieve ontslagen tot 31 december 2013; - die reeds aanvullende vergoedingen als oudere werkloze ontvangen op 30 juni 2015 en hun saldo nog kunnen uitputten.

Art. 10.Aanvullende vergoeding bij stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) § 1. In toepassing van en overeenkomstig : - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975; - de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten inzake stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 1999 betreffende de berekeningswijze van de aanvullende vergoeding brugpensioen, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, neemt het fonds de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering te zijner laste, berekend overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd door de raad van bestuur, evenwel rekening houdend met de minimumbedragen voorzien in artikel 9 (aanvullende vergoeding voor oudere werklozen).

De aanvullende vergoeding wordt berekend op het ogenblik waarop de betrokkene in SWT wordt gesteld. Bij de aanvraag dient de werkgever ook de loonfiches van het afgelopen jaar te voegen. De raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid wordt gemachtigd een procedure uit te werken om misbruiken te voorkomen en, in voorkomend geval, de werkgevers hiervoor financieel verantwoordelijk te stellen zonder dat dit evenwel invloed heeft op de aanvullende vergoeding van de arbeider in SWT, noch op de afhandeling van het administratief dossier bij het fonds voor bestaanszekerheid. § 2. Deze uitkering wordt berekend op het ogenblik waarop de betrokkene in SWT wordt gesteld en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud evenwel van de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen waaraan deze uitkering gekoppeld is, overeenkomstig de modaliteiten die gelden voor de werkloosheidsuitkeringen volgens de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommi sluiten (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971).

Bovendien wordt het bedrag van deze aanvullende vergoeding elk jaar op 1 januari herzien door de Nationale Arbeidsraad, in functie van de conventionele evolutie van de lonen. § 3. Het fonds neemt de betaling van de aanvullende vergoeding SWT ten laste op voorwaarde dat de arbeider een anciënniteit van 5 jaar in de sector kan voorleggen.

Indien de arbeider een anciënniteit heeft opgebouwd in een zelfde onderneming als arbeider, die een bepaalde periode niet tot het Paritair Subcomité voor de elektriciens behoorde of die opgedeeld is in verschillende technische entiteiten behorende tot verschillende paritaire comités, dan wordt deze anciënniteit als één geheel beschouwd. § 4. Indien een onderneming de sector verlaat, dient de betrokken onderneming de bijzondere werkgeversbijdragen van haar arbeiders in SWT zelf ten laste te nemen en bijgevolg terug te betalen aan het fonds. § 5. De ondernemingen in herstructurering of in moeilijkheden die via ondernemingsovereenkomst de leeftijd voor het SWT op een lagere leeftijd bepalen, kunnen ten laatste op het ogenblik waarop de bedoelde overeenkomst tot stand komt, een aanvraag indienen bij het financieel-technisch comité van het fonds omtrent de overname door het fonds van de betaalplicht van deze aanvullende vergoeding met ingang van de leeftijd van 60 jaar.

De werkgever dient een kopie van de ondernemingsovereenkomst over te maken aan het fonds voor bestaanszekerheid en dient de bijdrage, zoals voorzien in artikel 29.2, § 1, te vereffenen tot de maand waarin de arbeider in SWT de leeftijd van 60 jaar bereikt.

Uiterlijk zestig werkdagen na de ontvangst van de voormelde aanvraag wordt antwoord gegeven door het fonds voor bestaanszekerheid aan de betrokken werkgever. § 6. De arbeider die in het kader van een ondernemingsovereenkomst, zoals opgenomen in § 5, een aanvullende vergoeding SWT van de werkgever ontvangt tot aan de leeftijd van 60 jaar, kan in deze periode geen aanspraak maken op de aanvullende vergoedingen bij volledige werkloosheid, zoals opgenomen in artikel 8, of op de aanvullende vergoedingen voor oudere werklozen, zoals opgenomen in artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 7. Onder de voorwaarden bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 en volgens de daarin bepaalde modaliteiten behouden de arbeiders die zijn ontslagen met het oog op SWT in het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomsten of in het kader van een op ondernemingsniveau gesloten collectieve arbeidsovereenkomst inzake SWT het recht op de aanvullende vergoeding : - wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen; - ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend, op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen. § 8. Indien een arbeider in het kader van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag zijn rechten hieromtrent bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening heeft vastgeklikt, wordt ook de uitbetaling van de aanvullende vergoeding in dit kader bij het fonds voor bestaanszekerheid vastgeklikt.

Art. 11.Aanvullende vergoeding bij halftijds brugpensioen In toepassing van en overeenkomstig : - het koninklijk besluit van 30 juli 1994 (Belgisch Staatsblad van 10 augustus 1994), gewijzigd door het koninklijk besluit van 3 april 1997 betreffende het halftijds brugpensioen; - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 gesloten op 13 juli 1993 in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van halvering van de arbeidsprestaties; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 2011 inzake halftijds brugpensioen, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, neemt het fonds de aanvullende vergoeding ten laste.

Deze aanvullende vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op halftijds-brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud evenwel van de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen waaraan deze vergoeding gekoppeld is, volgens de modaliteiten van toepassing op de werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommi sluiten.

Het bedrag van deze aanvullende vergoeding wordt berekend volgens de formule zoals omschreven in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55.

Bovendien wordt het bedrag van deze aanvullende vergoeding elk jaar op 1 januari herzien door de Nationale Arbeidsraad, in functie van de conventionele evolutie van de lonen.

Art. 12.Aanvullende uitkeringen in geval van ziekte § 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben ten laste van het fonds na 1 maand ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval, met uitsluiting van de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval, recht op de bij artikel 12, § 2 voorziene uitkeringen met een maximum van 36 maanden per ziekteperiode, voor zover ze volgende voorwaarden vervullen : - op het ogenblik van de arbeidsongeschiktheid in het personeelsregister van de onderneming ingeschreven zijn; - uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering genieten; - een carenztijd van 30 kalenderdagen hebben vervuld, ingaande op de eerste dag van de ongeschiktheid. § 2. Vanaf 1 juli 2017 wordt het bedrag van de aanvullende ziektevergoeding met 1,54 pct. geïndexeerd en vastgelegd op : - 1,66 EUR per volledige ziekte-uitkering betaald in toepassing van de reglementering op de ziekteverzekering (naar rata van 6 uitkeringen per week); - 0,83 EUR per halve ziekte-uitkering betaald in toepassing van de reglementering op de ziekteverzekering (naar rata van 6 uitkeringen per week). § 3. Welke ook de duur ervan weze, een arbeidsongeschiktheid kan slechts aanleiding geven tot de toekenning van één enkele reeks uitkeringen. De hervalling wordt beschouwd als deel uitmakende van de vorige arbeidsongeschiktheid, indien zij zich voordoet binnen de eerste 14 kalenderdagen volgend op het eind van deze periode van arbeidsongeschiktheid.

Wanneer uit een geneeskundig getuigschrift niet duidelijk blijkt dat het om een nieuwe arbeidsongeschiktheid gaat, wordt verondersteld dat het een hervalling betreft.

Art. 13.Aanvullende vergoeding voor oudere zieken § 1. De in artikel 5 bedoelde arbeiders die in een toestand verkeren van blijvende arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval, met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of arbeidsongeval, hebben recht ten laste van het fonds op de bij artikel 13, § 2 voorziene uitkeringen tot het nemen van het wettelijk pensioen en dit onder de volgende voorwaarden : - ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid; - uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering genieten; - een carenztijd van 30 kalenderdagen hebben vervuld, ingaande op de eerste dag van de ongeschiktheid. § 2. Vanaf 1 juli 2017 wordt het bedrag van de aanvullende ziekte-uitkering met 1,54 pct. geïndexeerd en vastgesteld op : - 8,12 EUR per volledige ziekte-uitkering betaald in toepassing van de reglementering op de ziekteverzekering (naar rata van 6 vergoedingen per week); - 4,06 EUR per halve ziekte-uitkering betaald in toepassing van de reglementering op de ziekteverzekering (naar rata van 6 vergoedingen per week).

Art. 14.Aanvullende vergoedingen bij tijdskrediet en landingsbaan § 1. Het fonds betaalt een maandelijkse aanvullende vergoeding gedurende 60 maanden aan arbeiders van 53 jaar en meer die in halftijds tijdskrediet zijn conform de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 gesloten in de Nationale Arbeidsraad en in dit kader van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een uitkering ontvangen.

Vanaf 1 juli 2017 wordt het bedrag van de aanvullende vergoeding bij tijdskrediet met 1,54 pct. geïndexeerd en vastgesteld op 72,99 EUR per maand. § 2. Vanaf 1 juli 2017 wordt een aanvullende vergoeding toegekend aan de oudere werknemers die hun arbeidsduur in het kader van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 verminderen met 1/5de.

Deze vergoeding wordt toegekend vanaf 60 jaar of vanaf 55 jaar in de gevallen bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 127 van 21 maart 2017, en dit voor onbepaalde duur.

Het bedrag van de vergoeding wordt vastgesteld op 29,20 EUR, de indexering met 1,54 pct. inbegrepen.

Art. 15.Aanvullende vergoeding bij sluiting van de onderneming De in artikel 5 bedoelde arbeiders hebben recht op een aanvullende vergoeding in geval van sluiting van onderneming onder de hierna gestelde voorwaarden : - op het ogenblik van de sluiting van onderneming ten minste 45 jaar oud zijn; - op het ogenblik van de sluiting van onderneming een anciënniteit hebben in de firma van ten minste vijf jaar; - het bewijs leveren niet opnieuw in dienst genomen te zijn krachtens een arbeidsovereenkomst binnen een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de dag van het ontslag.

Onder "sluiting van onderneming" zoals bedoeld bij het 1ste lid van dit artikel, wordt verstaan : de volledige en definitieve stopzetting van de werkzaamheden van de onderneming.

Vanaf 1 juli 2017 wordt het bedrag van de aanvullende vergoeding met 1,54 pct. geïndexeerd en vastgesteld op 291,96 EUR. Dit bedrag wordt met 14,70 EUR verhoogd per jaar anciënniteit, met een maximum van 962,92 EUR.

Art. 16.Syndicale premie § 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders, die sedert ten minste één jaar lid zijn van één van de representatieve interprofessionele werknemersorganisaties welke op nationaal niveau verbonden zijn, hebben recht, ten laste van het fonds, op een syndicale premie, voor zover zij op 1 oktober van het lopende jaar ingeschreven zijn in het personeelsregister van de bij hetzelfde artikel 5 bedoelde ondernemingen. § 2. Het bedrag van de bij artikel 16, § 1 bedoelde syndicale premie wordt vastgelegd in een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 17.Verjaringstermijn Conform artikel 21 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid bedraagt de verjaringstermijn 3 kalenderjaren plus het verlopen gedeelte van het betrokken kalenderjaar waarin de aanvraag bij het fonds wordt ingediend.

Art. 18.Bevorderen van de syndicale vorming § 1. Het fonds betaalt aan de werkgevers, die deze op voorhand hebben uitgekeerd en op hun verzoek, de lonen (verhoogd met de patronale lasten) terug, uitgekeerd aan de arbeiders die afwezig waren in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 oktober 2015 betreffende de vakbondsvorming, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie. § 2. Het bedrag bestemd tot inrichting van deze syndicale vorming wordt jaarlijks door de raad van bestuur van het fonds vastgesteld.

Art. 19.Bevorderen van de patronale vorming Het bedrag bestemd voor de organisatie van de patronale vorming wordt jaarlijks door de raad van bestuur van het fonds vastgesteld.

Art. 20.Opleiding en innovatie § 1. Het fonds bevordert, ondersteunt en financiert de organisatie van opleidings- en vormingsinitiatieven al dan niet georganiseerd in een samenwerkingsverband met onderwijsinstellingen - beroepsopleidingscentra - ondernemingen. § 2. Daartoe heeft de raad van bestuur van het fonds een vzw opgericht, Centrum voor Beroepsopleiding en Vorming voor de sector van de Elektriciens genaamd, afgekort : vzw "Vormelek". § 3. De vzw Vormelek verzekert de coördinatie, beoordeling en controle van/op de opleidingsinitiatieven. § 4. De raad van bestuur van het fonds zal jaarlijks de dotatie aan de vzw Vormelek vaststellen. § 5. De vzw Vormelek wordt paritair beheerd.

Art. 21.Technologische dienst- en adviesverlening § 1. Het fonds bevordert, ondersteunt en financiert de organisatie van technologische dienst- en adviesverlening. § 2. Daartoe heeft de raad van bestuur van het fonds de vzw Tecnolec opgericht. § 3. De vzw Tecnolec verzekert de coördinatie, beoordeling en controle op de technologische dienst- en adviesverlening. § 4. De raad van bestuur van het fonds zal jaarlijks de dotatie aan de vzw Tecnolec vastleggen. § 5. De vzw Tecnolec wordt paritair beheerd.

Art. 22.Eindejaarspremie De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben ten laste van het fonds recht op een eindejaarspremie volgens de voorwaarden en modaliteiten beschreven in de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2017 betreffende de toekenning van een eindejaarspremie - algemene regeling.

Art. 23.Ten laste nemen van bijzondere bijdragen Wanneer het fonds voor bestaanszekerheid de enige debiteur van de aanvullende vergoeding is, is hij de bijzondere werkgeversbijdrage bedoeld in artikel 117 van de bovenvermelde wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, de bijzondere compenserende werkgeversbijdrage zoals bedoeld in artikel 121, alsook de inhouding betreffende het conventioneel brugpensioen zoals voorzien in het artikel 126, § 1 van de wet verschuldigd.

Wanneer het fonds voor bestaanszekerheid en één of meerdere andere debiteurs elk een aanvullende vergoeding of een deel van de aanvullende vergoeding betalen, is elke debiteur de bijzondere werkgeversbijdrage en de bijzondere compenserende werkgeversbijdrage verschuldigd op de vergoeding of op het deel van de aanvullende vergoeding die hij betaalt. De inhouding betreffende het conventioneel brugpensioen moet door de debiteur van de hoogste aanvullende vergoeding integraal betaald worden.

De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen tot de op pensioenstelling van de arbeiders, met uitzondering van de bepalingen voorzien in artikel 10, § 5.

Art. 24.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van artikel 23 van deze statuten.

Art. 25.Gemeenschappelijke bepalingen § 1. De in voormelde artikelen 8 tot en met 15 bedoelde uitkeringen worden rechtstreeks door het fonds aan de arbeiders betaald. § 2. De in artikel 16 bedoelde uitkering wordt betaald door de interprofessionele representatieve werknemersorganisaties verbonden op nationaal niveau. § 3. De in artikel 18 bedoelde uitkering wordt rechtstreeks aan de werkgever betaald die in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 oktober 2015 inzake vakbondsvorming hierom verzoekt. § 4. De in artikel 22 bedoelde premie wordt betaald volgens de modaliteiten vastgesteld in de collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld bij artikel 22. § 5. De raad van bestuur bepaalt de datum en de betalingsmodaliteiten van de door het fonds toegekende uitkeringen.

In geen geval mag de betaling van de uitkeringen afhankelijk zijn van de storting der bijdragen welke door de aan het fonds onderworpen werkgever verschuldigd is. § 6. De toekenningsvoorwaarden van de uitkeringen, door het fonds verleend, evenals het bedrag daarvan, kunnen op voorstel van de raad van bestuur gewijzigd worden bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit. HOOFDSTUK IV. - Werking van het fonds

Art. 26.Raad van bestuur 26.1. Samenstelling van de raad van bestuur § 1. De raad van bestuur is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties.

Deze raad bestaat uit zestien leden, hetzij acht vertegenwoordigers voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties en acht vertegenwoordigers voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties. De leden van de raad van bestuur worden benoemd door het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie.

Elke organisatie heeft de bevoegdheid om op elk moment in de vervanging van zijn vertegenwoordigers te voorzien. § 2. Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter aan op basis van een beurtsysteem. 26.2. Bevoegdheid van de raad van bestuur § 1. De raad van bestuur heeft de bevoegdheid om alle beslissingen te nemen omtrent de werking van het fonds en om richtlijnen uit te vaardigen aan het door haar opgerichte Financieel Technisch Comité (FTC) en aan de directeur van het fonds. § 2. De raad van bestuur heeft de bevoegdheid om werkgroepen op te richten en te mandateren. Bovendien heeft de raad van bestuur de bevoegdheid om vzw's op te richten voor doelstellingen gelinkt aan het fonds, zoals onder meer Vormelek en Tecnolec. 26.3. Werking van de raad van bestuur § 1. De raad van bestuur wordt door de voorzitter bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad ten minste éénmaal per semester bijeen te roepen, en telkens wanneer ten minste twee leden van deze raad erom verzoeken.

De uitnodigingen vermelden de agenda.

De raad kan slechts geldig beslissen over de op de agenda voorkomende punten en in aanwezigheid van ten minste de helft van de leden behorende tot de werkgeversdelegatie en ten minste de helft van de leden behorende tot de werknemersdelegatie.

Van elke vergadering van de raad wordt een verslag gemaakt. § 2. Indien een lid van de raad van bestuur niet aanwezig kan zijn op de vergadering van de raad, kan hij een volmacht geven aan slechts één ander aanwezig lid van de raad van bestuur behorende tot de delegatie waarvan hij deel uit maakt, die dan in zijn naam aanwezig is en een rechtsgeldige stem kan uitbrengen. Dit houdt in dat elk lid over maximaal 2 stemmen kan beschikken. § 3. De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden van de stemgerechtigden van zowel werkgevers- als werknemersdelegatie genomen. § 4. De raad van bestuur beschikt bij elke vergadering over de mogelijkheid om experten uit te nodigen. Deze experten hebben enkel een raadgevende stem.

Art. 27.Financieel Technisch Comité (FTC) 27.1. Samenstelling van het FTC § 1. Het FTC is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties.

Dit FTC bestaat uit acht leden, hetzij vier vertegenwoordigers voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties en vier vertegenwoordigers voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties. De leden van het FTC worden benoemd door de raad van bestuur. § 2. Het FTC wordt voorgezeten door de voorzitter en bij afwezigheid door de ondervoorzitter van de raad van bestuur. 27.2. Bevoegdheid van het FTC § 1. Het FTC werkt volgens de richtlijnen van de raad van bestuur en heeft tot taak de dagelijkse werking van het fonds te verzekeren op financiële en technische aspecten en alle maatregelen te nemen die voor zijn goede werking zijn vereist. § 2. Het FTC moet over het bestuur aan de raad van bestuur verslag uitbrengen. 27.3. Werking van het FTC § 1. Het FTC wordt door de voorzitter bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden het FTC ten minste éénmaal per trimester bijeen te roepen en telkens wanneer twee leden van het FTC erom verzoeken.

De uitnodigingen vermelden de agenda.

Het FTC kan slechts geldig beslissen over de op de agenda voorkomende punten en in aanwezigheid van ten minste de helft van de leden behorende tot de werkgeversdelegatie en ten minste de helft van de leden behorende tot de werknemersdelegatie. § 2. Indien een lid van het FTC niet aanwezig kan zijn op de vergadering van het FTC, kan hij een volmacht geven aan slechts één ander aanwezig lid van het FTC behorende tot de delegatie waarvan hij deel uit maakt, die dan in zijn naam aanwezig is en een rechtsgeldige stem kan uitbrengen. Dit houdt in dat elk lid over maximaal 2 stemmen kan beschikken. § 3. De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden van de stemgerechtigden van zowel werkgevers- als werknemersdelegatie genomen. § 4. Het FTC beschikt bij elke vergadering over de mogelijkheid om experten uit te nodigen. Deze experten hebben enkel een raadgevende stem.

Art. 28.Dagelijkse werking van het fonds § 1. De dagelijkse werking van het fonds staat onder leiding van de directeur, die wordt benoemd door de raad van bestuur.

De directeur van het fonds heeft onder meer volgende taken : 1. de uitnodigingen van de vergaderingen van het FTC op te maken en over te maken aan de leden van het FTC;2. de vergaderingen van het FTC en de raad van bestuur voor te bereiden en de nawerking van deze instantievergaderingen te verzekeren;3. verslag uit te brengen aan het FTC en de raad van bestuur;4. de briefwisseling van het fonds te ontvangen en te ondertekenen;5. in te staan voor de bewaring van het archief. § 2. Het fonds staat in voor : 1. de coördinatie en administratie/opvolging van de eindejaarspremies;2. de coördinatie en administratie/opvolging van de aanvullende vergoedingen (067 en 467) en van de uitgifte van de electrobadge;3. de coördinatie en administratie/opvolging van het aanvullend sectoraal sociaal pensioenstelsel;4. de coördinatie en administratie/opvolging van de vzw Vormelek volgens de besluiten van haar raad van bestuur en algemene vergadering;5. de coördinatie en administratie/opvolging van de vzw Tecnolec volgens de besluiten van haar raad van bestuur en algemene vergadering. § 3. Om de uitbetalingen aan rechthebbenden te kunnen verzekeren, bereidt de directeur van het fonds de betalingen voor. De handtekenbevoegdheid wordt vastgelegd door de raad van bestuur van het fonds. HOOFDSTUK V. - Bestuur, financiering, begroting, rekeningen

Art. 29.Financiering 29.1. Om de financiering van de in artikelen 8 tot 24 bedoelde uitkeringen, premies en initiatieven te verzekeren, beschikt het fonds over de bijdragen verschuldigd door de bij artikel 5 bedoelde werkgevers. 29.2. § 1. De bijdrage van de werkgevers wordt bepaald op 1,10 pct. van de brutolonen aan 108 pct. van de arbeiders om de financiering van artikel 3.9 en van de in artikelen 7 tot 19 voorziene uitkeringen te verzekeren. § 2. De bijdrage van de werkgevers wordt bepaald op 0,75 pct. van de brutolonen aan 108 pct. van de arbeiders om de financiering van de in artikel 20 voorziene premies en initiatieven met betrekking tot vorming en opleiding te verzekeren. § 3. De bijdrage van de werkgevers, die vallen onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst "Eindejaarspremie - algemeen regime", wordt sinds 1 januari 2017 bepaald op 13,15 pct. van de brutolonen van de arbeiders om de financiering van de voorziene eindejaarspremie te verzekeren.

De regeling van de eindejaarspremie wordt bij aparte collectieve arbeidsovereenkomst vastgelegd. § 4. De bijdrage van de werkgevers wordt vanaf 1 januari 2008 bepaald op 1,46 pct. van de brutolonen aan 108 pct. van de arbeiders om de financiering van het sectoraal pensioenstelsel te verzekeren.

Vanaf 1 januari 2012 wordt deze bijdrage verhoogd tot 1,70 pct..

Vanaf 1 juli 2014 wordt deze bijdrage verhoogd tot 1,80 pct..

Vanaf 1 januari 2016 wordt deze bijdrage verhoogd tot 2,10 pct.. § 5. De bijdrage van de werkgevers wordt vanaf 1 juli 2004 bepaald op 0,05 pct. van de brutolonen aan 108 pct. van de arbeiders om de financiering van de voorziene initiatieven inzake technologische dienst- en adviesverlening te verzekeren. § 6. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het fonds worden bepaald met bepaling van de innings- en verdelingsmodaliteiten. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst, bekrachtigd bij koninklijk besluit. 29.3. De inning en de invordering van de bijdragen worden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd.

Art. 30.Begroting, rekeningen § 1. Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en wordt op 31 december afgesloten. § 2. Elk jaar wordt een begroting voor het volgende jaar aan het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie ter goedkeuring voorgelegd. § 3. De rekeningen over het afgelopen jaar worden op 31 december afgesloten. De raad van bestuur, evenals de door het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie aangeduide revisor of accountant, maken jaarlijks elk een schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht gedurende het afgelopen jaar. HOOFDSTUK VI. - Ontbinding, vereffening

Art. 31.Het fonds kan slechts bij beslissing van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie worden ontbonden. Die laatste dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van het netto-actief van het fonds vast te leggen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 juli 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS


begin


Publicatie : 2018-08-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^