Koninklijk Besluit van 23 april 2017
gepubliceerd op 18 mei 2017
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende de verzameling en de bewaring van en de toegang tot de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2017011998
pub.
18/05/2017
prom.
23/04/2017
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2017011998

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE


23 APRIL 2017. - Koninklijk besluit betreffende de verzameling en de bewaring van en de toegang tot de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, strekt overeenkomstig het bepaalde in artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek, tot regeling van de verzameling en de bewaring van en de toegang tot de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde waarover de bevoegde centrale autoriteiten beschikken.

I. Context Naar analogie van artikel 30 van het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie, gedaan te Den Haag op 29 mei 1993, zijn de bevoegde autoriteiten krachtens artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek verplicht de gegevens te bewaren en toegang ertoe te verlenen, zulks om de geadopteerde later de mogelijkheid te bieden, indien hij dit wenst, zijn herkomst te achterhalen. In België zijn zowel het federale niveau als de gemeenschappen bevoegd voor adoptie. De gemeenschappen zijn bevoegd voor de voorbereiding op de adoptie, de begeleiding van de matching en de nazorg na de adoptie die inzonderheid het achterhalen van de herkomst omvat. De federale centrale autoriteit is bevoegd voor de erkenning en/of de registratie in België van in het buitenland tot stand gekomen adopties.

Aangezien verschillende centrale autoriteiten, opgericht bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, dus bevoegd zijn voor de regeling van de toegang tot de gegevens waarover zij in verband met adoptie beschikken, beoogt het koninklijk besluit de harmonisatie mogelijk te maken van de handelwijzen, vooral tussen het federale niveau en de gemeenschappen, zulks met het oog op coherentie. Thans beheren de "Autorité Centrale Communautaire" (Franstalige centrale autoriteit) en de Vlaamse Centrale Autoriteit in de praktijk reeds het achterhalen van de herkomst (bevoegdheid die valt onder de begeleiding na de adoptie).

Het koninklijk besluit heeft dan ook betrekking op de aangelegenheden inzake de verzameling en de bewaring van en de toegang tot de gegevens in verband de herkomst van de geadopteerde voor de dossiers waarover de centrale autoriteiten beschikken, maar ook op de aangelegenheden inzake de praktische nadere regels zoals de identiteit van de persoon die aanspraak kan maken op die gegevens, de leeftijd van de geadopteerde, de mogelijkheid inzake begeleiding van de geadopteerde, de nadere regels inzake de formulering van het verzoek van de geadopteerde en de recuperatie van het archief.

II. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 Paragraaf 1 bepaalt dat het koninklijk besluit van toepassing is op adoptiedossiers. De bevoegde autoriteiten zorgen voor de bewaring van de gegevens die vervat zijn in het verslag over het kind, en inzonderheid op de identiteit van de biologische vader en moeder van de geadopteerde en op de gegevens in verband met zijn medisch verleden en dat van zijn familie. Er moet niettemin worden opgemerkt dat de overgezonden gegevens per dossier verschillen. Voor de interlandelijke adoptie zijn de Belgische autoriteiten rechtstreeks afhankelijk van de door de Staat van herkomst overgezonden gegevens. Voor de binnenlandse adoptie zijn de geadopteerden afhankelijk van de door hun familie van herkomst overgezonden informatie In paragraaf 2 is de minimale termijn bepaald waarbinnen de bevoegde autoriteiten die gegevens moeten bewaren.

Artikel 2 beperkt in zijn paragraaf 1 de toegang tot de gegevens in verband met de adoptie tot de geadopteerde en zijn wettelijke vertegenwoordiger (s).

Paragraaf 2 voorziet in professionele begeleiding van de minderjarige geadopteerde. Het is uiteraard het opzet om zoveel mogelijk de moeilijkheden te voorkomen die voor de geadopteerde zouden kunnen voortvloeien uit de kennisneming van de gegevens in verband met zijn herkomst.

Paragraaf 3 biedt gewoon de mogelijkheid voor een meerderjarige geadopteerde om een beroep te kunnen doen op professionele begeleiding indien hij dat wenst.

Artikel 3 voorziet erin dat enkel de gegevens over de herkomst van de geadopteerde, in het bijzonder over de identiteit van zijn biologische moeder en biologische vader, evenals de gegevens over het medisch verleden van de geadopteerde en zijn familie aan hem kunnen worden overgezonden. Er worden dus enkel de gegevens beoogd die de geadopteerde kunnen helpen om zijn geschiedenis te construeren en aldus worden inzonderheid de kopie van het geschiktheidsvonnis en het verslag van het openbaar ministerie (waarin over het algemeen de inhoud van het maatschappelijk onderzoek is opgenomen), dat uitsluitend de adoptanten betreft, uitgesloten.

De kennisneming van de gegevens in verband met de herkomst kan alleen plaatsvinden in het licht van een evenwicht tussen de rechten en de belangen van de verschillende betrokken personen. De inachtneming van een zekere vertrouwelijkheid die eigen is aan de bescherming van de belangen van de families is wenselijk waarbij aan de geadopteerde de essentiële gegevens worden verstrekt die hem de mogelijkheid bieden zijn geschiedenis te construeren.

Artikel 4, paragraaf 1, preciseert de praktische voorwaarden waaraan de formulering van het verzoek moet voldoen alvorens het aan de bevoegde autoriteit wordt gericht.

Paragraaf 2 voorziet in een termijn van maximaal 45 dagen om een antwoord te krijgen van de bevoegde autoriteit in verband met het verzoek van de geadopteerde.

In paragraaf 3 is nader bepaald dat de toegang tot de gegevens in verband met de herkomst plaatsvindt in (fysieke) aanwezigheid van de geadopteerde die in voorkomend geval vergezeld wordt door zijn wettelijke vertegenwoordiger(s).

Paragraaf 4 beoogt de vernietiging te voorkomen van de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde die niet in het bezit zijn van een erkende adoptiedienst, een centrale autoriteit van de gemeenschappen of de federale centrale autoriteit. In dat geval voorzien Vlaamse en Franstalige decreten reeds in een verplichting tot overzending van het archief in verband met de adoptie die natuurlijke personen en rechtspersonen nog ter beschikking zouden hebben.

III. Advies van de Raad van State De Raad van State heeft in zijn advies 60.713/2/VR enkele opmerkingen gegeven die in aanmerking zijn genomen en ervoor gezorgd hebben dat het besluit in de gevraagde artikelen is aangepast.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister Van Justitie, K. GEENS

ADVIES 60.713/2/VR VAN 27 FEBRUARI 2017 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT `BETREFFENDE DE VERZAMELING EN DE BEWARING VAN EN DE TOEGANG TOT DE GEGEVENS IN VERBAND MET DE HERKOMST VAN DE GEADOPTEERDE' Op 21 december 2016 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Justitie verzocht binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot vijfenveertig dagen (*) en verlengd tot eind februari (**) een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de verzameling en de bewaring van en de toegang tot de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde' .

Het ontwerp is, wat de algemene opmerking betreft, door de verenigde kamers onderzocht op 21 februari 2017 . De verenigde kamers waren samengesteld uit Jo BAERT, kamervoorzitter, voorzitter, Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE, Luc DETROUX, Wanda VOGEL en Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS, Sébastien VAN DROOGHENBROECK, Marianne DONY en Bruno PEETERS, assessoren, en Astrid TRUYENS en Anne-Catherine VAN GEERSDAELE, griffiers.

De verslagen zijn uitgebracht door Frédéric VANNESTE, auditeur en Pauline LAGASSE, adjunct-auditeur.

Het ontwerp is, wat de bijzondere opmerkingen betreft, door de tweede kamer onderzocht op 27 februari 2017. De kamer was samengesteld uit Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Luc DETROUX en Wanda VOGEL, staatsraden, Sébastien VAN DROOGHENBROECK, assessor, en Bernadette VIGNERON, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Pauline LAGASSE, adjunct-auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VANDERNOOT. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 27 februari 2017 .

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Algemene opmerking In de brief met de adviesaanvraag schrijft de steller van het ontwerp het volgende: "Aangezien verschillende centrale autoriteiten, opgericht bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, bevoegd zijn voor de regeling van de toegang tot de gegevens waarover zij in verband met adoptie beschikken, beoogde het koninklijk besluit aanvankelijk de harmonisatie mogelijk te maken van de handelwijzen, vooral tussen het federale niveau en de gemeenschappen, zulks met het oog op coherentie.

Thans hebben de `Autorité Centrale Communautaire' (Franstalige centrale autoriteit) en de Vlaamse Centrale Autoriteit, die in de praktijk reeds het achterhalen van de herkomst (bevoegdheid die valt onder de begeleiding na de adoptie) beheren, beslist om de aangelegenheid wat hun bevoegdheidsonderdeel betreft, te weten de toegang tot hun dossiers, te regelen.

Het is vanuit die veronderstelling dat het toepassingsgebied beperkt werd tot de dossiers die door de federale overheid worden bewaard.

Mag ik vriendelijk uitnodigen om bijzondere aandacht te willen schenken aan dit vraagstuk?" Artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek, dat de rechtsgrond vormt van het ontworpen besluit, luidt als volgt: "De bevoegde autoriteiten zorgen voor de bewaring van de gegevens waarover zij beschikken in verband met de herkomst van de geadopteerde, in het bijzonder deze betreffende de identiteit van zijn moeder en vader, en ook van de gegevens die nodig zijn voor het volgen van zijn gezondheidstoestand, over het medisch verleden van de geadopteerde en van zijn familie, met het oog op de totstandkoming van de adoptie en teneinde het de geadopteerde, indien hij dit wenst, later mogelijk te maken zijn herkomst te achterhalen.

Zij waarborgen aan de geadopteerde of aan zijn vertegenwoordiger de toegang tot die gegevens in de mate toegestaan door de Belgische wet, waarbij passende begeleiding wordt verstrekt.

Het verzamelen, bewaren en de toegang tot deze gegevens worden geregeld bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad." Overeenkomstig de artikelen 2 tot 6 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de afdeling Wetgeving enkel bevoegd voor wet- of verordeningsteksten die zich, naar gelang van het geval, in het stadium van een voorontwerp, een ontwerp of een voorstel bevinden, en kan ze bijgevolg geen advies formuleren over wet- of verordeningsteksten die reeds van kracht zijn.

Wanneer de afdeling Wetgeving, zoals in casu, om advies wordt verzocht over een ontwerp van besluit tot uitvoering van een wetsbepaling die van kracht is, spreekt zij zich bijgevolg in principe niet uit over de overeenstemming van die wetsbepaling met bepalingen van hogere regelingen, waaronder ook de regels inzake de bevoegdheidsverdeling.

Wanneer deze wettekst voor verschillende interpretaties vatbaar is, kan de afdeling Wetgeving evenwel aangeven welke van die interpretaties, wegens de overeenstemming ervan met de hogere rechtsnormen, volgens haar in aanmerking genomen moet worden door de steller van het ontwerp dat om advies is voorgelegd.

In casu is de Raad van State evenwel van oordeel dat erop gewezen moet worden dat, wanneer er in artikel 368-6, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek sprake is van de "bevoegde autoriteiten" die moeten zorgen voor de bewaring van de gegevens waarover zij beschikken in verband met de herkomst van de geadopteerde, daarmee niet alleen verwezen wordt naar de "federale centrale autoriteit", zoals gedefinieerd in artikel 360-1, 2°, van het Burgerlijk Wetboek, maar eveneens naar de centrale autoriteiten van de gemeenschappen die gedefinieerd worden in de bepaling onder 3° van datzelfde artikel.

Indien het de bedoeling van de wetgever geweest was om in artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek alleen te verwijzen naar de "federale centrale autoriteit" en niet naar de centrale autoriteiten van de gemeenschappen, zou hij "De federale centrale autoriteit" geschreven hebben en niet "De bevoegde autoriteiten", aangezien in artikel 360-1, 2°, geen sprake is van meerdere federale centrale autoriteiten.

Bijgevolg verwijzen de woorden "die (deze) gegevens" in zowel het tweede, als het derde lid van artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek, zonder enige mogelijke twijfel naar zowel de gegevens die verzameld en bewaard worden door de federale centrale autoriteit, als naar de gegevens die verzameld en bewaard worden door de centrale autoriteiten van de gemeenschappen.

Bij artikel 368-6, derde lid, wordt de Koning overigens belast met de regeling inzake het verzamelen, het bewaren en de toegang tot de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde, waarover de "bevoegde autoriteiten" beschikken. Deze bepaling is niet aldus gesteld dat ze de Koning louter de mogelijkheid biedt om al dan niet gebruik te maken van deze machtiging.

Die bepaling van het Burgerlijk Wetboek moet weliswaar gelezen worden rekening houdend met het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie `inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie', waarmee de respectievelijk bevoegde wetgevers hebben ingestemd en dat onder andere voorziet in een regeling inzake het verzamelen en inzake een aantal aspecten van de bewaring van gegevens, waaronder ook gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde kunnen vallen.

In dat samenwerkingsakkoord wordt evenwel niet bepaald hoelang die gegevens bewaard moeten worden, noch op welke wijze de geadopteerde toegang kan verkrijgen tot die gegevens.

Daaruit vloeit voort dat bij de huidige stand van de wetgeving, de Koning, in tegenstelling tot hetgeen bepaald wordt in artikel 1, § 2, van het ontwerp, het toepassingsgebied van het ontwerp niet mag beperken tot alleen de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde die vervat zijn in de "adoptiedossiers die tot stand zijn gekomen zonder tussenkomst van de gemeenschappen" (1).

Bijzondere opmerkingen Aanhef 1. In het eerste lid dient alleen verwezen te worden naar de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek die het ontwerp tot rechtsgrond strekken (2). In de aanhef behoort derhalve enkel melding te worden gemaakt van de bepaling die voorziet in een machtiging voor de Koning waaraan bij het ontworpen besluit uitvoering wordt gegeven.

De verwijzing naar artikel 368-7 van het Burgerlijk Wetboek behoort te vervallen. 2. De aanhef dient te worden aangevuld met de vermelding van de impactanalyse, die op 1 december 2016 verricht is. Dispositief Artikel 1 Paragraaf 1 dient te vervallen, aangezien daarin alleen een verplichting overgenomen wordt waarin artikel 368-6, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek reeds voorziet.

Immers, bepalingen die enkel een hogere rechtsnorm in herinnering brengen door die over te nemen of te parafraseren, horen in beginsel niet thuis in een uitvoeringsregeling, onder meer omdat daardoor onduidelijkheid dreigt te ontstaan omtrent de juridische aard van de overgenomen bepalingen en daardoor verkeerdelijk de indruk kan worden gewekt dat de overgenomen regels kunnen worden gewijzigd door de overheid die de regels overneemt.

Artikel 2 1. Artikel 2, § 1, van het ontwerp bepaalt dat de afstammelingen van de geadopteerde toegang kunnen krijgen tot de gegevens in verband met zijn herkomst, indien de geadopteerde overleden is. Dat geval komt evenwel niet aan bod in artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek.

Bij een koninklijk besluit mag het toepassingsgebied van een wetsbepaling niet verruimd worden. Bijgevolg behoort ofwel artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek aangepast te worden nog voor dit ontwerp vastgesteld wordt, ofwel moet dit ontwerp zelf aangepast worden. 2. Uit artikel 368-6, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, vloeit voort dat de bevoegde autoriteiten "aan de geadopteerde of aan zijn vertegenwoordiger de toegang [waarborgen] tot de gegevens [waarvan sprake is in het eerste lid] in de mate toegestaan door de Belgische wet, waarbij passende begeleiding wordt verstrekt." Overeenkomstig het gemeen recht inzake handelingsbekwaamheid, waarvan deze tekst niet afwijkt, kan een minderjarige geadopteerde alleen handelingen stellen als hij vertegenwoordigd wordt.

In de paragrafen 2 en 3 wordt verder gegaan dan die mogelijkheid, aangezien daarin eerst voorzien wordt in een eventuele medeondertekening door de minderjarige geadopteerde die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt voor het indienen van het verzoek om de gegevens in verband met zijn herkomst te kunnen raadplegen en vervolgens zelfs in een mogelijkheid voor de minderjarige om alleen te handelen in geval van niet-akkoord zijdens de wettelijke vertegenwoordigers.

Die paragrafen 2 en 3 dienen te vervallen.

Artikel 4 In het verslag aan de Koning wordt gesteld dat voorzien wordt in een sanctie wegens de niet-naleving van de verplichting waarvan sprake is in paragraaf 4. In de tekst zelf van deze bepaling wordt evenwel in geen enkele concrete sanctie voorzien.

Als de steller van het ontwerp, met het oog op de naleving van die bepaling, wenst te voorzien in een andere sanctie dan die welke voortvloeit uit het gemeen recht inzake burgerlijke aansprakelijkheid, zou hij een wetgevend initiatief in die zin moeten nemen.

De voorzitter, J. BAERT. De voorzitter, P. VANDERNOOT. De griffier, A. TRUYENS. De griffier, B. VIGNERON. _______ Nota's (*) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat de termijn van dertig dagen verlengd wordt tot vijfenveertig dagen in het geval waarin het advies gegeven wordt door de verenigde kamers met toepassing van artikel 85bis. (**) Bij e-mail van 19 januari 2017. (1) Er dient te worden opgemerkt dat, anders dan hetgeen de steller van het ontwerp lijkt te beweren in de vraag die in de adviesaanvraag gesteld wordt, de mededeling van de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde die bewaard worden door de centrale autoriteiten van de gemeenschappen, niet volledig geregeld worden door de gemeenschappen zelf. In artikel 49/2 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 31 maart 2004 `betreffende de adoptie', wordt immers het volgende bepaald: "De C.A.G. en de adoptie-instellingen laten de raadpleging van dossiers die zij bezitten door elke geadopteerde persoon of door diens vertegenwoordiger toe, in de mate toegestaan door de artikelen 368-6 en 368-7 van het Burgerlijk Wetboek en bij de Belgische wet." In artikel 30, § 2, van het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 21 december 2005 `betreffende de adoptie' zijnerzijds, wordt in de volgende bewoordingen eveneens naar de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek verwezen: "In het kader van de wettelijke voorschriften en met de toepassing van artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek zorgt de centrale autoriteit ervoor dat de geadopteerde of zijn vertegenwoordiger toegang heeft tot de in § 1 bedoelde inlichtingen." Alleen de Vlaamse Gemeenschap regelt deze aangelegenheid zonder te verwijzen naar de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (artikel 25 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 20 januari 2012 `houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen'). (2) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglemantaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab Wetgevingstechniek, aanbevelingen 22 tot 25.

23 APRIL 2017. - Koninklijk besluit betreffende de verzameling en de bewaring van en de toegang tot de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie;

Gelet op de regelimpactanalyse uitgevoerd op 1 december 2016;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 28 november 2016;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 12 december 2016;

Gelet op het advies 60.713/2/VR van de Raad van State, gegeven op 27 februari 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. Dit koninklijk besluit regelt de verzameling en de bewaring van en de toegang tot de gegevens in verband met de herkomst van de geadopteerde. § 2. Voornoemde gegevens worden bewaard voor een minimale termijn van honderd jaar.

Art. 2.§ 1. De toegang tot de gegevens in verband met de herkomst is voorbehouden aan de geadopteerde of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger(s). § 2. Indien de geadopteerde minder dan achttien jaar oud is, zorgt de bevoegde autoriteit ervoor dat de geadopteerde verplicht professionele begeleiding krijgt. § 3. Indien de geadopteerde meer dan achttien jaar oud is, wordt hem een professionele begeleiding voorgesteld.

Art. 3.De meegedeelde gegevens hebben rechtstreeks betrekking op de geadopteerde.

Art. 4.§ 1. Voor elke raadpleging van gegevens waarover de centrale autoriteit beschikt in verband met de geadopteerde moet een schriftelijk en ondertekend en gedagtekend verzoek worden gericht aan de bevoegde autoriteit. § 2. De centrale autoriteit behandelt voornoemd verzoek binnen een termijn van 45 dagen te rekenen vanaf de ontvangst ervan. § 3. De geadopteerde wordt in voorkomend geval samen met zijn wettelijke vertegenwoordiger(s) opgeroepen en hun identiteit wordt nagegaan. § 4. Met uitzondering van de wettelijk bevoegde administratieve en gerechtelijke autoriteiten moet iedere persoon die als tussenpersoon inzake adoptie heeft gehandeld en in het bezit is van gegevens in verband met de herkomst van een derde geadopteerde die niet moeten worden bezorgd aan een van de centrale autoriteiten van de gemeenschappen, die gegevens meedelen aan de federale centrale autoriteit.

Art. 5.Onze minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 april 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, K. GEENS


begin


Publicatie : 2017-05-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^