Koninklijk Besluit van 24 april 2014
gepubliceerd op 14 mei 2014
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van bekendmaking, de aanvraag en de toekenning van een vergunning B voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II indien een vergunning openvalt

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2014009250
pub.
14/05/2014
prom.
24/04/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

24 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van bekendmaking, de aanvraag en de toekenning van een vergunning B voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II indien een vergunning openvalt


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het huidige ontwerp van koninklijk besluit dat U wordt voorgelegd beoogt uitvoering te geven aan de wet van 10 januari 2010 tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen (Belgisch Staatsblad van 1 februari 2010).

Door deze wet werd in het artikel 6 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna de Kansspelwet genoemd) een tweede lid ingevoegd luidende : "Het aantal kansspelinrichtingen I, II en IV is beperkt. Indien een vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse I, II of IV openvalt, kunnen aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning worden ingediend. De Koning bepaalt de wijze van bekendmaking van een openstaande vergunning alsmede de wijze en termijn van indiening van de aanvraag evenals de criteria die erop gericht zijn de orde van voorrang te bepalen en welke minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de wijze van uitbating van de inrichting.".

Het huidige ontwerp van koninklijk besluit dat U wordt voorgelegd beoogt uitvoering te geven aan dit artikel voor wat betreft de kansspelinrichtingen klasse II. Voorliggend ontwerp van koninklijk besluit bepaalt aldus op grond van artikel 6 van de Kansspelwet de wijze van bekendmaking van een openstaande vergunning klasse B, de wijze waarop een aanvraag moet worden ingediend, de criteria die erop gericht zijn een rangschikking te bepalen tussen de aanvragers en welke minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus operandi van de exploitatie.

Voorliggende procedure maakt het mogelijk om in een objectief en concurrentieel stelsel te voorzien dat alle aanvragers die meedingen naar een openstaande vergunning B de nodige rechtszekerheid biedt.

Deze koninklijk besluit houdt rekening met het door de Raad van State geformuleerde adviezen 49.298/2 en 55.287/2 van 16 maart 2011 en 3 maart 2014.

Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 bepaalt wanneer een plaats voor een vergunning B voor een kansspelinrichting klasse II openvalt. Aangezien het aantal kansspelinrichtingen klasse II wettelijk beperkt is tot 180 inrichtingen en dit wettelijk plafond sinds enige tijd bereikt werd, kunnen nieuwe kandidaten pas een aanvraag indienen tot het bekomen van een vergunning, wanneer een nieuwe plaats openvalt.

Een nieuwe plaats valt open in drie gevallen : wanneer de Kansspelcommissie een vergunning intrekt op grond van artikel 15/2 Kansspelwet, wanneer de vergunninghouder op vrijwillige basis een einde stelt aan zijn vergunning en wanneer de vergunning niet hernieuwd wordt.

Overeenkomstig artikel 25.2. Kansspelwet wordt de vergunning B verleend voor hernieuwbare periodes van negen jaar. Deze hernieuwing gebeurt niet automatisch maar vormt het voorwerp van een beslissing van de Kansspelcommissie.

De vergunninghouder die geconfronteerd wordt met een niet-hernieuwing van zijn licentie, kan wel weer meedingen naar een vergunning overeenkomstig de regels van dit besluit.

In geval een aanvraag van een opengevallen vergunning B door de Kansspelcommissie wordt behandeld, zal deze vergunning worden beschouwd als een nieuwe vergunning.

Overeenkomstig de tweede lid van artikel 1 wordt, bij het openvallen van een vergunning klasse B, het openvallen van de plaats op initiatief van de Kansspelcommissie gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op haar website.

Artikel 2 schrijft voor dat binnen de maand na publicatie de vergunning B dient te worden aangevraagd. De wijze waarop dit dient te geschieden is bepaald in het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B. Aanvragen die worden verzonden na deze termijn zijn onontvankelijk.

Artikel 3 stelt naast de wettelijke bepaalde vereisten de concrete criteria vast op grond waarvan de Kansspelcommissie een gemotiveerde evaluatiematrix moet opstellen voor elke ontvankelijke aanvraag die haar wordt overgemaakt in de zin van artikel 2. Dergelijk mechanisme laat toe om een rangschikking te bekomen die de Kansspelcommissie in staat stelt objectief te oordelen over de invulling van de opengevallen vergunning B. De negen criteria zijn de volgende : 1° het gebied van inplanting of de nabijheid van plaatsen met een bijzondere maatschappelijke gevoeligheid in de zin van artikel 36.4 Kansspelwet (i.e. onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, plaatsen waar erediensten worden gehouden, gevangenissen); 2° administratief verleden bij de Kansspelcommissie (administratieve sanctie door de kansspelcommissie in een periode 9 jaren voorafgaand aan de aanvraag).Het gerechtelijk verleden van de aanvrager beoogt bij voorbeeld een veroordeling van ten minste zes maanden of een strafrechtelijke veroordeling in het kader van de Kansspelwet; 3° de motivering van de aanvrager;4° de concrete inhoud van het gedetailleerd uitbatingsplan (de vooropgestelde omzet en de ingezette budgetten);5° het vooropgestelde personeels-beleid (aanwerving en opleiding van het personeel);6° het beleid inzake de bescherming van de speler (maatregelen in het kader van de sociaal kwetsbare groepen);7° het veiligheidsbeleid (het programma dat de veiligheid van het cliënteel, het personeel en van de kansspelinrichting garandeert);8° het beleid inzake witwassen en fraude; 9° het curriculum vitae van de aanvrager (i.a. relevante werkervaring).

De wegingsscore voor criteria 1° tot 3° zal kunnen variëren tussen 0 en 6. De criteria 4° tot 7° krijgen een wegingsscore tussen 0 en 4 en de overige criteria 8° tot 9° krijgen een wegingsscore tussen 0 en 2.

De wegingsfactoren worden in een tweede lid van het artikel vastgelegd.

Het derde tot het zevende lid van het artikel bepalen de procedure om de opengevallen vergunning B toe te kennen. Als basisregel wordt bepaald dat de Kansspelcommissie de opengevallen vergunning toekent aan de aanvrager met de hoogste totaalscore voor alle te toetsen criteria. Ingeval van gelijke rangschikking tussen twee of meer kandidaten voorzien deze leden verder in een toewijzing van de vergunning op basis van de hoogste totaalscore per groep van criteria.

Hierbij wordt eerst gekeken naar de criteria met een wegingsscore tussen 0 en 6. Indien dit geen verschil in rangschikking oplevert tussen twee of meer aanvragers wordt dezelfde oefening uitgevoerd voor de criteria die een wegingsscore tussen 0 en 4 krijgen. Alsook dit een gelijk resultaat oplevert wordt er gekeken naar de criteria die een wegingsscore tussen 0 en 2 kregen. Indien het resultaat wederom leidt tot een gelijke rangschikking tussen twee of meer aanvragers dient de Kansspelcommissie bijkomende inlichtingen te vragen bij elk van de gelijk gerangschikte aanvragers om de dossiers opnieuw te evalueren en op basis hiervan opnieuw een evaluatiematrix te maken. De Kansspelcommissie kent op basis van een uitdrukkelijke gemotiveerd besluit de opengevallen vergunning B toe aan de aanvrager die op basis van de heroverweging van de oorspronkelijk gelijk gerangschikte dossiers de hoogste totaalscore behaalt.

Artikel 4 van het ontwerp van koninklijk besluit bepaalt dat de Kansspelcommissie de vergunningsaanvraag dient te behandelen binnen een termijn van zes maanden en dat ze haar finale beslissing dient mee te delen per aangetekende brief aan de aanvragers die een ontvankelijke aanvraag tot het bekomen van een vergunning B indienden.

De Kansspelcommissie kan binnen de in het vorige lid bepaalde termijn bijkomende mondelinge of schriftelijke inlichtingen bij de aanvrager inwinnen. Deze informatievergaring is alleen gericht op het verduidelijken van details in de aanvraag. Indien uit verschillende aanvragen gelijkaardige onduidelijkheden blijken dient de Kansspelcommissie indien zij bijkomende informatie wenst te vragen, dit aan alle aanvragers vragen.

Artikel 5 bevat het uitvoeringsartikel.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM De Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Financiën, K. GEENS

Advies 49.298/2 van 16 maart 2011 van de Raad van State, afdeling wetgeving, over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de wijze van bekendmaking van een openstaande vergunning klasse B alsmede de criteria die erop gericht zijn de orde van voorrang te bepalen en welke minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus opérandi van de exploitatie" De Raad van State, afdeling Wetgeving, tweede kamer, op 22 februari 2011 door de Staatssecretaris, toegevoegd aan de Minister van Justitie verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de wijze van bekendmaking van een openstaande vergunning klasse B alsmede de criteria die erop gericht zijn de orde van voorrang te bepalen en welke minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus operandi van de exploitatie", heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het voorontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het voorontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Algemene opmerking Het voorliggende ontwerp strekt ertoe de toekenning te regelen van een vergunning klasse B voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II of speelautomatenhal op het ogenblik dat een vergunning openvalt. Het voorziet evenwel niet in alle noodzakelijke regels voor de afgifte van de vergunning, aangezien de nadere regels wat betreft de indiening van de aanvraag reeds bepaald worden in het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B. Artikel 3 van het voorliggende ontwerp verwijst trouwens naar dat besluit wat betreft de nadere regels voor de indiening van de aanvraag.

Het zou duidelijker zijn om de ontworpen regelgeving in te voegen in dat koninklijk besluit, te meer daar het voorliggende ontwerp niet omvangrijk is.

Het ontwerp wordt onderzocht onder voorbehoud van deze algemene opmerking.

Bijzondere opmerkingen Opschrift Het opschrift van een tekst moet duidelijk, nauwkeurig, volledig en beknopt zijn. Het onderwerp van de tekst moet de lezer onmiddellijk duidelijk worden (l).

Het opschrift van het thans voorliggende ontwerp ("Koninklijk besluit betreffende de wijze van bekendmaking van een openstaande vergunning klasse B alsmede de criteria die erop gericht zijn de orde van voorrang te bepalen en welke minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus operandi van de exploitatie") moet enerzijds verwijzen naar het volledige onderwerp dat erin behandeld wordt en moet anderzijds bondiger kunnen worden gesteld. De precisering dat de criteria minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus operandi van de exploitatie is niet vereist. Opdat het onderwerp van het ontwerp voor de lezer onmiddellijk duidelijk wordt, is het daarentegen wel noodzakelijk te preciseren dat het ontwerp betrekking heeft op een vergunning voor de exploitatie van kansspelinrichtingen.

Het opschrift zou kunnen worden gesteld als volgt : "Koninklijk besluit houdende vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van een vergunning klasse B voor de exploitatie van kansspelinrichtingen klasse II wanneer een vergunning openvalt".

Dispositief Artikel 1 In artikel 1 wordt enkel melding gemaakt van de regeling die vervat ligt in hoofdstuk II. Het bevat geen enkele bepaling die los staat van dat hoofdstuk II en dient derhalve te vervallen.

Opschrift van hoofdstuk II De enige rechtsgrond waarnaar in het ontwerp verwezen wordt, is artikel 6, tweede lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. Dat lid luidt als volgt : "Het aantal kansspelinrichtingen I, II en IV is beperkt. Indien een vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse I, II of IV openvalt, kunnen aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning worden ingediend. De Koning bepaalt de wijze van bekendmaking van een openstaande vergunning alsmede de wijze en termijn van indiening van de aanvraag evenals de criteria die erop gericht zijn de orde van voorrang te bepalen en welke minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus operandi van de exploitatie".

Het opschrift van hoofdstuk II is bijgevolg misleidend doordat de indruk zou kunnen ontstaan dat daarbij de behandeling van vergunningsaanvragen in overtal geregeld wordt hoewel zulks niet valt binnen het kader van het voorliggende ontwerp (geval dat een vergunning open staat), wanneer bijvoorbeeld na de bekendmaking van een openstaande vergunning geen vergunningsaanvraag is ingediend binnen de gestelde termijn maar er vervolgens verschillende aanvragen tegelijk aanhangig zijn.

De steller van het ontwerp moet elke dubbelzinnigheid omtrent de toepassingssfeer van het ontwerp voorkomen. Als het zijn bedoeling is om die criteria op alle aanvragen in overtal toe te passen, dat wil zeggen zelfs als ze niet ingediend worden naar aanleiding van de bekendmaking van een openstaande vergunning, moet hij dat duidelijk te kennen geven en dient de vermelding van de rechtsgrond van het ontwerp aangevuld te worden met een verwijzing van artikel 38 van de voormelde wet van 7 mei 1999. Als zulks niet het geval is, dienen in het opschrift van hoofdstuk II de woorden "in overtal" te vervallen ofwel behoort te worden afgestapt van de onderverdeling in hoofdstukken, voor welke onderverdeling overigens geen grond bestaat, aangezien het ontwerp slechts zeven artikelen omvat, waaronder een uitvoeringsbepaling en twee artikelen die dienen te vervallen.

Voorts bevat hoofdstuk II regels, zoals de publicatie van de vergunning die vacant is geworden, die niet gebonden zijn aan een eventueel overtal aan aanvragen.

Artikel 2 Er behoort te worden bepaald dat de bekendmaking van een vacante vergunning op initiatief van de Kansspelcommissie geschiedt.

Artikel 3 In het voormelde koninklijk besluit van 22 december 2000 waarnaar in het ontwerp wordt verwezen, wordt reeds bepaald dat de aanvraag bij ter post aangetekende brief moet worden ingediend. Het is dan ook nutteloos zulks ook in het voorliggende ontwerp te bepalen, te meer daar dat een gevaar voor een gebrek aan samenhang meebrengt als slechts een van beide besluiten op dat stuk gewijzigd wordt. De woorden "bij ter post aangetekende brief dienen bijgevolg te worden geschrapt.

Artikel 4 1. Uit artikel 6, tweede lid, derde zin, van de wet van 7 mei 1999 volgt dat de criteria voor de toekenning van openstaande vergunningen "(op zijn minst) betrekking (moeten) hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus operandi van de exploitatie". Hoewel de lokalisatie van de inrichting in het ontwerp vermeld wordt, komt daarin geen enkel criterium betreffende de modus operandi van de exploitatie voor (2).

Artikel 4 behoort in die zin te worden aangevuld. 2. Het opschrift heeft geen regelgevende kracht.In artikel 4 dient dan ook te worden aangegeven dat de criteria die daarin vastgesteld worden ertoe strekken "de orde van voorrang" van de aanvragen te bepalen. De woorden "van de orde van voorrang" dienen bijgevolg te worden ingevoegd tussen de woorden "Bij de beoordeling" en de woorden "van de vergunningsaanvragen". 3. Het verdient aanbeveling geen streepjes te gebruiken, want de ontstentenis van een nummering bemoeilijkt de identificatie van de onderdelen van de opsomming en verhoogt het risico op vergissingen (3). Artikel 6 De tijdspanne van tien dagen die in principe moet liggen tussen de bekendmaking van een regeling in het Belgisch Staatsblad en de inwerkingtreding ervan heeft tot doel de adressaten ervan de mogelijkheid te bieden om daarvan binnen een redelijke termijn kennis te nemen. De afdeling Wetgeving ziet in casu niet in aan welke noodzaak de onmiddellijke inwerkingtreding van het ontworpen besluit beantwoordt.

Artikel 6 dient dan ook te vervallen, hetgeen tot gevolg zou hebben dat de gemeenrechtelijke regeling voor de inwerkingtreding zou gelden.

Artikel 7 De afdeling Wetgeving ziet niet in waarom de minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort met de uitvoering van dit besluit wordt belast.

De kamer was samengesteld uit : de heren : Y. Kreins, kamervoorzitter, P. Vandernoot, Mevr. M. Baguet, staatsraden, Mevr. B. Vigneron, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de Heer Y. DELVAL, adjunct-auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van Mevr M. Baguet.

De griffier, B. Vigneron De voorzitter, Y. Kreins _______ Nota's (1) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, "tab Wetgevingstechniek", aanbeveling nr. 14. (2) Zie de bespreking van artikel 8 van het ontwerp dat geleid heeft tot de wet van 10 januari 2010 tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wat de Kansspelcommissie betreft, waarbij in artikel 6 van de voornoemde wet van 7 mei 1999 een tweede lid is ingevoegd (Parl.St., Kamer, 2008-2009, nr. 52-1992/1,20).

In die bespreking wordt aangegeven dat de "modus operandi van de exploitatie" onder andere "de openingsuren en -dagen omvat. (3) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling nr. 59.

Advies 55.287/2 van 3 maart 2014 van de raad van state, afdeling wetgeving, over een ontwerp van koninklijk besluit "tot vaststelling van de wijze van bekendmaking, de aanvraag en de toekenning van een vergunning B voor de exploitatie van een klansspelinrichting klasse II indien een vergunning openvalt" Op 5 februari 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Justitie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de wijze van bekendmaking, de aanvraag en de toekenning van een vergunning B voor de exploitatie van een klansspelinrichting Klasse II indien een vergunning openvalt'.

Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 3 maart 2014. De kamer was samengesteld uit Pierre VANDERNOOT, staatsraad, voorzitter, Martine BAGUET en Luc DETROUX, staatsraden, Yves DE CORDT en Marianne DONY, assessoren, en Bernadette VIGNERON, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Yves DELVAL, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VANDERNOOT. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 3 maart 2014.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voormelde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

VOORAFGAANDE OPMERKING Het voorliggende voorontwerp is een gewijzigde versie van het ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de wijze van bekendmaking van een openstaande vergunning klasse B alsmede de criteria die erop gericht zijn de orde van voorrang te bepalen en welke minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus operandi van de exploitatie', waarover op 16 maart 2011 advies 49.298/2 gegeven is.

Wanneer de afdeling Wetgeving van de Raad van State een advies heeft gegeven, heeft ze haar bevoegdheid opgebruikt wat betreft de reeds onderzochte bepalingen en komt het haar derhalve niet toe om zich daarover opnieuw uit te spreken, indien deze bepalingen ongewijzigd gebleven zijn, geen substantiële wijziging ondergaan hebben of herzien zijn teneinde rekening te houden met de opmerkingen die in het eerste advies gemaakt zijn. In dat laatste geval spreekt de Raad van State zich niet uit over de vraag of die opmerkingen al dan niet correct zijn gevolgd.

Dit advies behoort bijgevolg beperkt te worden tot de bepalingen van het ontwerp die niet het gevolg zijn van de opmerkingen die geformuleerd werden in het voornoemde advies 49.298/2 en die dus nieuw zijn ten opzichte van het ontwerp waarover dat advies gegeven is.

Bijgevolg zijn alleen de artikelen 1, § 1, 3, tweede lid en volgende, en 4, tweede en derde lid, van het ontwerp onderzocht in dit advies.

ONDERZOEK VAN HET ONTWERP AANHEF In het lid waarin het advies van de Raad van State wordt vermeld, behoort melding te worden gemaakt van de twee hiervoor genoemde adviezen.

DISPOSITIEF Artikel 1 In het tweede lid van paragraaf 1 wordt het volgende bepaald : "De vergunning wordt in geen geval hernieuwd wanneer op het moment van het indienen van de aanvraag van de hernieuwing, de vergunninghouder niet voldoet aan de bepalingen onder artikelen 36 en 37 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers".

De voorwaarden voor de hernieuwing van de vergunning passen niet binnen het doel van het ontwerp zoals het gedefinieerd wordt in het opschrift ervan. Fundamenteler is dat artikel 37 van de wet reeds bepaalt dat, "Om houder van een vergunning klasse B te kunnen blijven, moet de aanvrager niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het artikel 36, maar tevens" aan de voorwaarden bepaald in artikel 37.

Dit lid behoort derhalve te vervallen.

Artikel 3 Het komt de steller van het ontwerp toe om zich ervan te vergewissen dat in de formulieren voor de aanvraag van een vergunning, die opgenomen zijn in de bijlagen bij het koninklijk besluit van 22 december 2000 `betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B', voorzien wordt in de mededeling van alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de evaluatie van de in het ontwerp bepaalde criteria.

De griffier, B. Vigneron De voorzitter, P. Vandernoot

24 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van bekendmaking, de aanvraag en de toekenning van een vergunning B voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II indien een vergunning openvalt FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, artikel 6, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 10 januari 2010 en artikel 38;

Gelet op het advies van de kansspelcommissie, gegeven op 17 april 2013;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 januari 2014;

Gelet op de adviezen 49.298/2 en 55.287/2 van de Raad van State, gegeven op 16 maart 2011 en 3 maart 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, zoals vervangen door de wet van 2 april 2003 en vernummerd door de wet van 20 januari 2014;

Op de voordracht van de Minister van Justitie, van de Minister van Economie, van de Minister van Binnenlandse Zaken, van de Minister van Volksgezondheid en van de Minister van Financiën en van de Nationale Loterij, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De Kansspelcommissie stelt vast dat een vergunning klasse B openvalt bij intrekking van de vergunning, bij vrijwillige stopzetting van de vergunning en wanneer de vergunning niet hernieuwd wordt.

Indien een vergunning klasse B voor een kansspelinrichting klasse II openvalt, wordt op initiatief van de Kansspelcommissie de opengevallen vergunning voor een kansspelinrichting klasse II, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op de website van de Kansspelcommissie.

Art. 2.Vanaf de datum van publicatie van het openvallen van de vergunning in het Belgisch Staatsblad beschikken de kandidaten over een termijn van een maand om een volledige vergunningsaanvraag voor een vergunning klasse B voor een kansspelinrichting klasse II bij de kansspelcommissie in te dienen zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B. De aanvraag toegezonden na afloop van de termijn bepaald in het eerste lid is onontvankelijk.

Art. 3.De Kansspelcommissie stelt een rangschikking vast van de kandidaten die een ontvankelijke aanvraag in de zin van artikel 2 voor een vergunning klasse B indienen. Onverminderd de vereisten bepaald in de artikelen 36 en 37 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, houdt de Kansspelcommissie bij de beoordeling van de orde van voorrang van de vergunningsaanvragen rekening met de volgende criteria : 1° het gebied van inplanting of nabijheid van plaatsen met een bijzondere maatschappelijke gevoeligheid;2° administratief verleden bij de Kansspelcommissie en gerechtelijk verleden van de aanvrager;3° de motivering;4° de inhoud van het gedetailleerd uitbatingsplan;5° het vooropgestelde personeelsbeleid;6° het beleid inzake de bescherming van de speler;7° het veiligheidsbeleid;8° het beleid inzake witwassen en fraude;9° het curriculum vitae van de aanvrager; Aan de hand van de criteria vermeld in het eerste lid, stelt de Kansspelcommissie een gemotiveerde evaluatiematrix op voor elke aanvrager die op grond van een ontvankelijke aanvraag meedingt naar een opengevallen vergunning klasse B. De criteria 1° tot 3° krijgen elk een scorer tussen 0 en 6. De criteria 4° tot 7° krijgen elk een score tussen 0 en 4. De criteria 8° tot 9° krijgen elk een score tussen 0 en 2.

De behaalde score per criterium wordt voor elke aanvrager die op grond van een ontvankelijk aanvraag meedingt naar een opengevallen vergunning klasse B opgeteld. Op basis hiervan stelt de Kansspelcommissie een rangschikking vast van alle voornoemde aanvragers. De opengevallen vergunning klasse B wordt toegekend aan de aanvrager met de hoogste totaalscore.

In geval van gelijke rangschikking tussen twee of meer aanvragers op basis van de totaalscore, wordt de vergunning door de Kansspelcommissie toegekend aan de aanvrager die op basis van de evaluatiematrix de hoogste totaalscore behaalde voor criteria 1° tot 3°.

In zoverre de in het vorige lid bedoelde evaluatie van criteria 1° tot 3° op zijn beurt leidt tot een gelijke rangschikking tussen twee of meer aanvragers, wordt de vergunning door de Kansspelcommissie toegekend aan de aanvrager die op basis van de evaluatiematrix de hoogste totaalscore behaalde voor criteria 4° tot 7°.Bij gelijke rangschikking tussen twee of meer aanvragers op grond van criteria 4° tot 7° kent de Kansspelcommissie de vergunning toe aan de aanvrager die de hoogste totaalscore behaalde voor criteria 8° en 9°.

Bij gelijke rangschikking tussen twee of meer aanvragers op grond van criteria 8° tot 9° vraagt de Kansspelcommissie bijkomende schriftelijke inlichtingen bij elk van de gelijk gerangschikte aanvragers om de criteria 1° tot 9° opnieuw te kunnen beoordelen.

Vervolgens heroverweegt zij in het licht van de bijkomende informatie de dossiers van de gelijk gerangschikte aanvragers en stelt zij een nieuwe gemotiveerde evaluatiematrix op volgens het in lid één en twee bepaalde. De Kansspelcommissie kent op basis van een uitdrukkelijk gemotiveerd besluit de opengevallen vergunning klasse B toe aan de aanvrager die op basis van de heroverweging de hoogste totaalscore behaalde.

Art. 4.De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden na afloop van de termijn bedoeld in artikel 2.

De Kansspelcommissie kan binnen de in het vorige lid bepaalde termijn aan de aanvrager bijkomende toelichting vragen van haar dossier.

De bijkomende toelichting strekt er toe details in de aanvraag te verduidelijken of nader te bepalen, zonder dat de aanvragers echter de aanvraag mogen wijzigen, aanvullen of verbeteren.

Indien uit meerdere aanvragen gelijkaardige onduidelijkheden blijken, vraagt de Kansspelcommissie indien zij bijkomende toelichting wenst te vragen aan elk van de betrokken aanvragers bijkomende toelichting.

De beslissing van de Kansspelcommissie wordt aan de betrokken aanvragers bij ter post aangetekende brief meegedeeld.

Art. 5.De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, de minister bevoegd voor Volksgezondheid en de minister bevoegd voor Financiën en voor de Nationale Loterij, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 24 april 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM De Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Financiën, K. GEENS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^