Koninklijk Besluit van 24 maart 2015
gepubliceerd op 17 april 2015
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de maatregelen ten gunste van de risicogroepen in de ondernemingen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2015200323
pub.
17/04/2015
prom.
24/03/2015
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

24 MAART 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de maatregelen ten gunste van de risicogroepen in de ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het inplanten en onderhoud van parken en tuinen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 14 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de maatregelen ten gunste van de risicogroepen in de ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het inplanten en onderhoud van parken en tuinen.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 24 maart 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 maart 2014 Maatregelen ten gunste van de risicogroepen in de ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het inplanten en onderhoud van parken en tuinen (Overeenkomst geregistreerd op 7 juli 2014 onder het nummer 122082/CO/145)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het inplanten en onderhouden van parken en tuinen.

Art. 2.Zij is gesloten in toepassing van hoofdstuk VIII van titel XIII van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 27 december 2006 (Belgisch Staatsblad van 28 december 2006), zoals aangepast door de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord (Belgisch Staatsblad van 7 februari 2011) en de latere verlengingen en van het koninklijk besluit tot uitvoering van 19 februari 2013 (Belgisch Staatsblad van 8 april 2013).

Art. 3.De ondertekenende partijen hebben de bedoeling om, door middel van deze collectieve arbeidsovereenkomst, vanaf 1 januari 2013 een inspanning te voorzien ten belope van 0,30 pct. berekend op het volledige loon van de werknemers, zoals bedoeld in artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid van de werknemers (Belgisch Staatsblad van 2 juli 1981).

De hierboven bedoelde 0,30 pct.-bijdrage wordt geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en doorgestort aan het "Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen", opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 juni 1976, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 7 oktober 1976.

Van het hierboven vermelde percentage van 0,30 pct., wordt 0,10 pct. geacht betrekking te hebben op de wettelijk voorziene regeling inzake de risicogroepen zoals bedoeld in de wet van 27 december 2006. De vorige 0,20 pct. wordt door de ondertekenende partijen ook besteed ten behoeve van de risicogroepen maar dient als een contractueel en niet als een wettelijk engagement beschouwd te worden. De opbrengst van de 0,20 pct. wordt ook afzonderlijk door de ondertekenende partijen beheerd in het "Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen".

Art. 4.De in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst vermelde inspanning van 0,30 pct. wordt besteed ten behoeve van personen die, bij hun aanwerving, behoren tot de risicogroepen onder de werkzoekenden en/of ten behoeve van personen op wie het begeleidingsplan, dat bedoeld wordt in het samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten betreffende het begeleidingsplan, van toepassing is. 0,05 pct. zijn gereserveerd voor de in artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 19 februari 2013 risicogroepen.

Art. 5.§ 1. Voor de uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "risicogroepen" verstaan, de personen die behoren tot één van de volgende categorieën : langdurig werklozen, laaggeschoolde werklozen, gehandicapten, deeltijds leerplichtigen, herintreders, bestaansminimumtrekkers en laaggeschoolde werknemers en allochtonen. a) Onder "langdurig werkloze" wordt verstaan : de werkzoekende die, gedurende de twaalf maanden die aan zijn indienstneming voorafgaan, zonder onderbreking genoten heeft van werkloosheids- of wachtuitkeringen voor alle dagen van de week.b) Onder "laaggeschoolde werkloze" wordt verstaan : de werkzoekende, ouder dan 18 jaar, die geen houder is van : 1.ofwel een diploma van het universitair onderwijs; 2. ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger onderwijs van het lange of korte type;3. ofwel een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs.c) Onder "gehandicapte" wordt verstaan : de werkzoekende mindervalide die op het ogenblik van zijn indienstneming bij het "Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap" of het "Fonds communautaire pour l'intégration sociale et professionnelle des handicapés" ingeschreven is.d) Onder "deeltijds leerplichtige" wordt verstaan : de werkzoekende van minder dan 18 jaar die onderworpen is aan de deeltijdse leerplicht en die het secundair onderwijs met volledig leerplan niet meer volgt.e) Onder "herintreder" wordt verstaan : de werkzoekende die tegelijkertijd de volgende voorwaarden vervult : 1.geen werkloosheidsuitkeringen of loopbaanonderbrekingsuitkeringen genoten heeft gedurende de periode van drie jaar die zijn indienstneming voorafgaat; 2. geen beroepsactiviteit verricht heeft gedurende de periode van drie jaar die zijn indienstneming voorafgaat;3. voor de periode van drie jaar voorzien in punt 1 en punt 2, zijn beroepsactiviteit onderbroken heeft ofwel nooit een dergelijke activiteit begonnen is.f) Onder "bestaansminimumtrekker" wordt verstaan : de werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming sinds minstens zes maanden zonder onderbreking het bestaansminimum ontvangt.g) Onder "laaggeschoolde werknemer" wordt verstaan : de werknemer, ouder dan 18 jaar, die geen houder is van : 1.ofwel een diploma van het universitair onderwijs; 2. ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger onderwijs van het lange of korte type;3. ofwel een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs.h) Onder "allochtonen" wordt verstaan : de personen van niet-Belgische afkomst. § 2. Ook de personen die het begeleidingsplan dat voor werklozen uitgewerkt is, gevolgd hebben, vallen onder de in deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde doelgroepen.

Ook allochtonen die aangenomen worden met een arbeidsovereenkomst voor een onbepaalde duur worden beschouwd als behorende tot de doelgroepen bedoeld in deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Onder "allochtonen" wordt verstaan : de persoon waarvan, naast de allochtoon zelf, tenminste één van de ouders of tenminste twee van de grootouders een nationaliteit heeft die niet behoort tot één van de landen van de EU-15.

Art. 6.§ 1. In toepassing van het koninklijk besluit van 19 februari 2013 (Belgisch Staatsblad van 8 april 2013) tot uitvoering van artikel 189, 4e lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen en in uitvoering van artikel 4 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, worden 0,05 pct. van de loonmassa voorbehouden aan één of meerdere van de volgende risicogroepen : 1) de werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken;2) de werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en bedreigd zijn met ontslag : a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de opzeggingstermijn loopt;b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend is als onderneming in moeilijkheden op in herstructurering;c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een collectief ontslag werd aangekondigd;3) de niet-werkenden en de personen die sinds minder dan één jaar werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indienstneming. Onder "niet-werkenden" wordt verstaan : a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen die in het bezit zijn van een werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden;b) de uitkeringsgerechtigde werklozen;c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de tewerkstelling;d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven;e) de personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen;g) de werkzoekenden die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of bezaten bij overlijden;4) de personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : - de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; - de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens 33 pct.; - de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; - de personen die als doelgroepwerknemer tewerkgesteld zijn of waren bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité voor de beschutte en de sociale werkplaatsen; - de gehandicapte die recht heeft op verhoogde kinderbijslag opent op basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 pct.; - de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen; - de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot werkhervatting; 5) de jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk besluit van 25 november 1991. § 2. De ondertekenende partijen verbinden zich ertoe om de helft van de onder artikel 6, § 1 bedoelde inspanning van 0,05 pct., met andere woorden 0,025 pct. te besteden aan initiatieven ten behoeve van één of meerdere van de volgende groepen : a) de in artikel 6, § 1, 5) bedoelde jongeren;b) de in artikel 6, § 1, 3) en 4) bedoelde personen die nog geen 26 jaar oud zijn.

Art. 7.Gelet op artikel 13 van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst van 23 juni 1976, genieten de ondernemingen die in 2013 en 2014 een werknemer in dienst nemen die behoort tot de categorieën vermeld in artikel 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, een tewerkstellingspremie.

Deze tegemoetkoming wordt uitbetaald door het "Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen".

Art. 8.De raad van bestuur kan een gedeelte van de voorziene middelen aanwenden voor vorming opleiding van personen die behoren tot de risicogroepen. De raad van bestuur van het "Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen" bepaalt welke begeleidende maatregelen noodzakelijk zijn en hoe deze hun uitwerking zullen krijgen.

Art. 9.De bedragen en de periodes van tussenkomst vermeld in deze collectieve arbeidsovereenkomst evenals de uitgewerkte praktische toekenningsvoorwaarden, kunnen door de raad van bestuur van het "Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen" aangepast worden in functie van de jaarlijks voorziene budgettaire bestedingsmogelijkheden.

Een aparte regeling wordt uitgewerkt voor de deeltijds leerplichtigen zoals bedoeld in artikel 5, § 1, d) van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 10.De ondertekenende partijen zullen een evaluatieverslag en een financieel rapport neerleggen op de Griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013 en treedt buiten werking op 31 december 2014. Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 oktober 2013 neergelegd op 31 oktober 2013 en geregistreerd onder het nummer 118255/CO/145. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 maart 2015.

De Minister van Werk, K. PEETERS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^