Koninklijk Besluit van 25 oktober 2018
gepubliceerd op 07 december 2018
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het uitbaten van kansspelen en weddenschappen via informatiemaatschappij-instrumenten. - Addendum

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2018015153
pub.
07/12/2018
prom.
25/10/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018015153

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE


25 OKTOBER 2018. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het uitbaten van kansspelen en weddenschappen via informatiemaatschappij-instrumenten. - Addendum


In het Belgisch Staatsblad van 31 oktober 2018, pagina 82744, akte 2018/14587, wordt het bijgevoegde verslag aan de Koning ingevoegd VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, strekt ertoe uitvoering te geven aan artikel 43/8, § 2 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, ingevoegd bij de wet van 10 januari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/01/2010 pub. 01/02/2010 numac 2010009070 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen type wet prom. 10/01/2010 pub. 01/02/2010 numac 2010009071 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wat de Kansspelcommissie betreft sluiten, tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen.

Deze wet van 10 januari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/01/2010 pub. 01/02/2010 numac 2010009070 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen type wet prom. 10/01/2010 pub. 01/02/2010 numac 2010009071 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wat de Kansspelcommissie betreft sluiten beoogde in hoofdzaak op een coherente manier de wetgeving inzake kansspelen te reguleren (Parl. St. Kamer doc 52 - 1992/001). Beleidsmatig drong zich de nood op om het toepassingsgebied van de kansspelwet uit te breiden tot de kansspelen aangeboden via informatiemaatschappij-instrumenten, de mediaspelen en de weddenschappen. De regulering strekte er onder meer toe om het illegale aanbod van kansspelen via internet aan te pakken door het toelaten van een beperkt legaal gecontroleerd aanbod. Vertrekkend van het algemene principe dat het uitbaten van kansspelen a priori verboden is, werd door de wetgever een stelsel van aanvullende vergunningen uitgewerkt die door de Kansspelcommissie worden verleend.

Enkel de entiteiten die in de reële wereld over een vergunning A, B of F1 beschikken, kunnen dezelfde activiteiten aanbieden in de virtuele wereld, mits zij daartoe de voormelde aanvullende vergunning bekomen.

De Koning dient de nadere voorwaarden te bepalen waaronder de spelen en weddenschappen kunnen worden aangeboden via internet.

Het voorliggende besluit bevat diverse algemene regels omtrent de kansspelen en weddenschappen die via informatiemaatschappij-instrumenten mogen worden aangeboden, alsook nadere voorwaarden waaronder deze mogen aangeboden worden, met inbegrip van regels met betrekking tot de reclame. Daarbij wordt ten volle rekening gehouden met de door de wetgever vooropgestelde doelstelling om het aanbod ter bescherming van de speler binnen bepaalde perken te houden en om een effectieve controle op de kansspelen en de operatoren van kansspelen te kunnen realiseren (Parl.

St. Kamer doc 52 - 1992/001, p.11). Dit besluit houdt daarbij rekening met de vaststaande rechtspraak van het Europees Hof van Justitie op het gebied van kansspelen. Volgens die rechtspraak van het Hof kunnen beperkingen van kansspelactiviteiten hun rechtvaardiging vinden in dwingende redenen van algemeen belang, zoals de bescherming van de consument, fraudebestrijding en het doel te voorkomen dat burgers tot geldverkwisting door gokken worden aangespoord. Het Hof heeft meermaals geoordeeld dat de kansspelregeling tot de gebieden behoort waarop er tussen de lidstaten aanzienlijke morele, religieuze en culturele verschillen bestaan. Bij gebreke aan communautaire harmonisatie op dit gebied staat het aan elke lidstaat om overeenkomstig zijn eigen waardesysteem te beoordelen wat noodzakelijk is voor de bescherming van de betrokken belangen. De door de lidstaten opgelegde beperkingen moeten evenwel voldoen aan de voorwaarden die met betrekking tot de evenredigheid en de niet-discriminatie ervan in de rechtspraak van het Hof zijn geformuleerd. Zo is een nationale wetgeving slechts geschikt om de verwezenlijking van het aangevoerde doel te waarborgen, wanneer zij daadwerkelijk ertoe strekt dit op samenhangende en stelselmatige wijze te verwezenlijken.

In recente rechtspraak heeft het Hof benadrukt dat bij de toetsing van de evenredigheid van een beperkende nationale regeling op het vlak van kansspelen niet enkel rekening moet worden gehouden met het doel van die regeling zoals dat bestond op het ogenblik van haar vaststelling, maar ook met de gevolgen van die regeling zoals beoordeeld na haar vaststelling. Dit impliceert dat de uitvoeringsbepalingen opgenomen in dit besluit ook rekening moeten houden met de situatie op de kansspelmarkt zoals die vandaag bestaat en hun proportionaliteit en hun coherentie binnen het kansspelbeleid hieraan moet afgetoetst worden.

Sedert de inwerkingtreding van de voormelde wet van 10 januari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/01/2010 pub. 01/02/2010 numac 2010009070 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen type wet prom. 10/01/2010 pub. 01/02/2010 numac 2010009071 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wat de Kansspelcommissie betreft sluiten heeft de kansspelmarkt een grote evolutie doorgemaakt die gekenmerkt wordt door een sterke expansie van online kansspelen. Vooral het online aanbod van weddenschappen (en dan vooral live weddenschappen) en casinospelen is op korte termijn zeer sterk toegenomen. Inmiddels zouden zich één miljoen spelers geregistreerd hebben op gokwebsites.

Ook blijkt reclame voor online kansspelen alomtegenwoordig. Het totale budget dat de sector besteedt aan reclame voor kansspelwebsites zou in enkele jaren tijd sterk toegenomen zijn.

De reclame voor sportweddenschappen tijdens sportuitzendingen is massaal aanwezig. In het licht van de vermelde overwegingen is het noodzakelijk om het regulerend kader door middel van een koninklijk besluit vast te leggen.

Hoger werd reeds aangestipt onder verwijzing naar de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie dat beperkingen kunnen worden opgelegd aan deze sector, maar dat deze beperkingen proportioneel dienen te zijn ten aanzien van het nagestreefde doel en bovendien moeten kaderen binnen een coherent kansspelbeleid. Gelet op de doelstellingen inzake spelersbescherming en het vermijden dat spelers tot geldverkwisting worden aangespoord, is het redelijk verantwoord om strengere regels op te leggen naarmate een bepaald type kansspel een hoger risico vertoont op vlak van gokverslaving en geldverkwisting.

Wetenschappelijke studies tonen aan dat bepaalde types van kansspelen een hoger risico op verslaving met zich meebrengen dan andere kansspelen. Belangrijke risicofactoren daarbij zijn de hoogte van het terugbetalingspercentage aan de speler en de tijdspanne tussen inzet en resultaat. Kansspelen met een hoog terugbetalingspercentage en een zeer korte tijdspanne tussen inzet en resultaat, zoals bijvoorbeeld slotmachines, behoren tot de meest risicovolle kansspelen. Maar ook sportweddenschappen kunnen een verhoogd risicoprofiel hebben wanneer het bijvoorbeeld gaat om live betting. Het is bijgevolg proportioneel en redelijk verantwoord om strengere regels op te leggen ten aanzien van kansspelen die dit soort risicofactoren in zich hebben. Kansspelen met een lager uitbetalingspercentage, een langere tijdspanne tussen inzet en resultaat of die louter gebaseerd zijn op toeval, zijn in se minder risicovol op vlak van verslaving.

Daarbij komt dat de verschillende types van kansspelen ook een verschillende penetratiegraad kennen bij het publiek. In de mate dat de achterliggende doelstelling van de wet van de 10 januari 2010 erin bestaat om middels een gecontroleerd legaal aanbod een dam op te werpen tegen de wildgroei van illegale kansspelen, is het essentieel om te weten in welke mate het illegale aanbod ook effectief de spelers bereikt. Derhalve is het redelijk verantwoord om de hoeveelheid reclame en de kanalen langs waar deze reclame wordt verspreid voor meer risicovolle kansspelen maximaal af te stemmen op het bereiken van bestaande spelers die anders een illegaal aanbod zouden overwegen.

In een consistent kansspelbeleid is het essentieel dat bestaande spelers van een gevaarlijker kansspel naar een kansspel dat veiliger en minder risicovol op vlak van verslaving is, worden gebracht. De mate waarin reclame kan gemaakt worden voor kansspelen dient daarop te worden afgestemd.

Een andere vaststelling is dat de grenzen tussen de verschillende types van kansspelen alsmaar meer vervagen in een elektronische omgeving, waarbij vooral die kansspelen die op vlak van gokverslaving een hoger risicoprofiel hebben, alsmaar meer verpakt worden als kansspelen met een lager risicoprofiel Dit is problematisch voor de coherentie van het kansspelbeleid dat gebaseerd is op een vergunningenstelsel in functie van verschillende types van kansspelen.

Soms worden weddenschappen bijvoorbeeld voorgesteld alsof het loterijspelen zijn door weddenschappen te organiseren op de resultaten van loterijspelen, waardoor spelers worden misleid omtrent de ware aard van het spel waaraan ze deelnemen en omtrent hun winst- en verlieskansen. Daarom is het belangrijk dat de speler erop kan vertrouwen dat het spel dat hij speelt ook effectief 100% aansluit bij zijn verwachting omtrent het risicoprofiel dat samenhangt met het type van kansspel dat hij meent te spelen.

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft op 2 mei 2018 een advies 37/2018 uitgebracht met betrekking tot dit besluit.

De Raad van State heeft op 17 juli 2018 een advies 63.662/VR/V uitgebracht met betrekking tot dit besluit.

De commentaren naar aanleiding van de opmerkingen van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de Raad van State worden in de hieronder artikelsgewijze bespreking weergegeven.

Na de mededeling aan de Europese Commissie 2017/0489/B, op 18 oktober 2017, met toepassing van artikel 5, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, werden ten aanzien van het ontwerp geen opmerkingen geformuleerd door de Europese Commissie of de lidstaten.

Artikelsgewijze bespreking HOOFDSTUK I - De regels betreffende de reclame Artikel 1 Dit artikel beoogt de reclame voor online kansspelen die door de houders van een vergunning klasse A+ of B+ mogen worden uitgebaat beter af te stemmen op de achterliggende doelstelling voor die reclame. Dit impliceert dat de vergunde aanbieders van kansspelen gerechtigd zijn om hun aanbod kenbaar te maken aan de bestaande spelers van online kansspelen, zij het dat het risico dat niet-spelers hierdoor ook aangetrokken zouden worden zo klein mogelijk moet worden gehouden. Om die reden worden tevens vormen van gepersonaliseerde reclame ten aanzien van bestaande spelers toegelaten. Evident dienen aanbieders van kansspelen erover te waken dat zij geen gepersonaliseerde reclame richten aan de personen aan wie de toegang tot kansspelen werd verboden of ontzegd.

Het in dit artikel bedoelde algemene verbod beoogt niet de aankoop van de positie in de zoekresultaten van een zoekmachine.

Artikel 2 In de mate dat reclame voor online kansspelen en weddenschappen mogelijk is, dienen de houders van een vergunning klasse A+, B+, F1+ een aantal deontologische regels omtrent de inhoud van die reclame te respecteren.

Reclame voor online kansspelen en weddenschappen moet steeds een leeftijdsindicatie bevatten die de minimumleeftijd voor deelname aan deze kansspelen of weddenschappen aangeeft.

Tot slot dient elke reclameboodschap voor online kansspelen en weddenschappen een verplichte boodschap te bevatten om spelers te waarschuwen tegen de gevaren van overmatig gokken.

Er werd rekening gehouden met de opmerkingen die de Raad van State betreffende dit artikel formuleerde in zijn advies 63.662/VR/V van 17 juli 2018. Het criterium "het spelen niet in die mate aanmoedigen dat het de beroepssituatie of familiale en sociale relaties van de consumenten in gevaar zou kunnen brengen" werd aldus geschrapt omdat het onmogelijk kan worden nageleefd door de inrichter van kansspelen en weddenschappen. Vervolgens mochten de houders van aanvullende vergunningen in hun reclame "geen discriminatie op basis van etnische kenmerken, nationaliteit, godsdienst, geslacht of leeftijd uitdragen, in welke vorm dan ook". In de anti-discriminatiewetgeving zijn er in werkelijkheid 19 "beschermde" criteria en de criteria inzake discriminatie mogen niet worden beperkt in dit artikel. Om enige discussie te voorkomen werd de tekst aangepast, teneinde op algemene wijze alle vormen van discriminatie te verbieden. Zo kan ook een eventuele interpretatie a contrario van deze bepaling worden voorkomen.

Artikel 3 Dit artikel wil een einde maken aan de alomtegenwoordigheid van audiovisuele reclameboodschappen door de houders van een A+, B+ et F1+ vergunning op die kanalen via de welke live verslaggeving van sportwedstrijden aan het publiek gebeurt. Live betting is immers één van de gevaarlijkste vormen van weddenschappen.

Artikel 3 verbiedt de uitzending van reclame tijdens de rechtstreekse verslaggeving van sportwedstrijden, ongeacht het medium waarlangs rechtstreeks verslag wordt uitgebracht.

Met de rechtstreekse verslaggeving van sportwedstrijden wordt de periode bedoeld vanaf het effectieve begin van de desbetreffende live sportwedstrijd tot het effectieve einde van de desbetreffende sportwedstrijd. Het gaat bijvoorbeeld om de 90 minuten van een voetbalmatch of de volledige duur van een tennismatch. Reclame is echter wel toegestaan vóór en na de effectieve duur van de sportwedstrijd, met inachtneming van de andere voorwaarden waarin het besluit voorziet.

Er moet worden opgemerkt dat in dit artikel alle soorten media worden beoogd: radio, televisie, enz.

Teneinde elke onduidelijkheid te vermijden heeft het verbod om reclame uit te zenden tijdens de rechtstreekse verslaggeving betrekking op reclamespots die effectief in opdracht van de adverteerder door de omroep worden uitgezonden. Artikel 3, § 1 kan er onder meer niet toe leiden dat rechtstreekse verslaggeving van (internationale) sportwedstrijden die op hun beurt op enige wijze door een de houder van een vergunning klasse A+, B+ en F1+ worden gefinancierd, niet langer kunnen uitgezonden worden in België. Het verbod heeft met andere woorden betrekking op reclamespots die in opdracht van de adverteerder door de omroep in een reclameblok worden uitgezonden.

Onder reclamespots dient de gebruikelijke 30 seconden spot begrepen, te onderscheiden van andere vormen van commerciële communicatie, zijnde in dit geval de audiovisuele of auditieve boodschap van een publieke of particuliere onderneming, of natuurlijke persoon over de uitoefening van een commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of van een beroep, ter bevordering van de levering tegen betaling van goederen of diensten, die tegen betaling of soortgelijke vergoeding in een lineaire omroepdienst worden uitgezonden.

Reclame voor online weddenschappen mag zich niet richten tot minderjarigen, net zoals reclame door de houders van een vergunning A+ en B+ zich niet mag richten tot personen die jonger zijn dan 21 jaar.

Er moet worden opgemerkt dat het ontwerp werd gecorrigeerd naar aanleiding van de technische opmerking die de Raad van State met betrekking tot dit artikel maakte in zijn advies 63.662/VR/V van 17 juli 2018.

Artikel 4 Dit artikel beoogt de reclame voor online kansspelen en weddenschappen aan banden te leggen waarbij de identiteit, adres en andere gegevens over spelers en hun familie verspreid zou worden met inbegrip van hun foto's of andere visuele opnamen door de houders van een vergunning A+, B+ en F1+.

Artikel 5 De aanbieders van online kansspelen en weddenschappen overtroeven elkaar in het aanbieden van de hoogste bonussen waarmee spelers zogezegd gratis kunnen spelen. In de praktijk zijn de voorwaarden om van deze bonussen te kunnen genieten allerminst transparant. Vaak worden nieuwe spelers gelokt met bonussen van meerdere honderden euro's, maar dient de speler zelf eerst een veelvoud van dat bedrag te verspelen om deze bonussen te mogen ontvangen. Deze reclametechniek om bonussen aan te bieden is bijgevolg niet alleen ondoorzichtig, maar ook hoogst verslavend. Daarom voorziet dit artikel dat niet langer reclame voor online kansspelen en weddenschappen mag gemaakt worden, behalve op de eigen site van de operator, door de spelers allerlei gratis speldeelnames of bonussen in enigerlei vorm aan te bieden.

Reclame voor bonussen is verboden zowel met het oog op het lokken van nieuwe spelers als ten aanzien van reeds ingeschreven spelers. Evenmin mag de reclame de spelers aanzetten om te spelen door hen bij verlies, een nieuwe deelname of de terugbetaling van hun inzet, te beloven. Het is immers niet coherent om dit soort van promotieactiviteiten toe te laten, terwijl het strikt verboden is aan de spelers enige vorm van lening of krediet toe te staan, en ook het aanbieden van geschenken aan het cliënteel van kansspelinrichtingen strikt gereguleerd is.

HOOFDSTUK II - Algemene regels omtrent de kansspelen en weddenschappen die via informatiemaatschappij-instrumenten mogen worden aangeboden en voorwaarden waaronder deze mogen aangeboden worden Artikel 6 Dit artikel beoogt het legaal aanbod van online kansspelen en weddenschappen aan strikte voorwaarden te onderwerpen op vlak van speellimieten. Onder speellimiet dient begrepen te worden, een limiet die opgelegd wordt op het spijzen van de speelrekening. Het opleggen van beperkingen aan het vrij verkeer van diensten is volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie enkel mogelijk indien het ook effectief op een proportionele en coherente wijze bijdraagt aan de bescherming van spelers tegen overmatige geldverkwisting en risico's inzake gokverslaving. Een effectief middel om geldverkwisting en gokverslaving tegen te gaan is het opleggen van verplichte speellimieten: Per week mag door een speler maximaal 500 euro worden opgeladen op zijn online speelrekeningen overheen alle kansspelen en weddenschappen waaraan hij deelneemt.

De spelers kunnen die limieten verlagen met onmiddellijke ingang.

De spelers kunnen verhoging van hun speellimiet aanvragen, waarna ze na drie dagen met deze verhoogde limiet kunnen spelen. Zo wordt een reflectieperiode over de eigen financiële mogelijkheden ingebouwd.

Dit artikel bepaalt onder meer dat "de aanvraag van de verhoging van de speellimiet houdt de automatische toestemming in van de speler voor de verificatie van de gegevens van zijn spelersaccount met het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren". In dit opzicht, verduidelijkt de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in haar advies 37/2018 van 2 mei 2018 dat het niet gaat om een toestemming zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, a), van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De toestemming voorzien in artikel 6 van het koninklijk besluit verwijst niet naar de toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens. Met die opmerking wijst de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer erop dat de privacywet - en de opvolger ervan, namelijk de Europese algemene verordening gegevensbescherming (hierna AVG), die in werking is getreden op 25 mei 2018 - bepaalt welke de mogelijke wettelijke grondslagen zijn voor een gegevensverwerking, namelijk: - de toestemming van de betrokken persoon (art. 6.1.a) AVG), maar die moet vrijelijk kunnen worden gegeven (art. 4.11 AVG en 7.4 AVG) en kan te allen tijde worden ingetrokken (art. 7.3 AVG), wat het werk van de Kansspelcommissie onmogelijk maakt; - de wettelijke verplichting (art. 6.1.d) AVG); - het algemeen belang of de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen (art. 6.1.e) AVG), hetgeen de wettelijke grondslagen zijn voor de gegevensverwerking door de overheden, waaronder de gegevensverwerking door de Kansspelcommissie wanneer zij de gegevens van de spelersrekening toetst aan het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren.

Om enige verwarring betreffende de wettelijke grondslag voor de gegevensverwerking te voorkomen, is het begrip "toestemming" geschrapt uit het ontwerp en werd de tekst herzien teneinde onder het toepassingsgebied van laatstgenoemde hypothese te vallen.

De vergunninghouder is niet gemachtigd deze gegevens op te slaan.

Indien de verhoging van een spellimiet wordt gevraagd, moet telkenmale een nieuwe raadpleging gebeuren.

Deze verhoging wordt echter niet toegestaan aan spelers die als wanbetaler gekend zijn op de Centrale voor kredieten aan particulieren lijst van de Nationale Bank van België. Spelers die gekend zijn voor overmatige schuldenlast werden al eerder uitgesloten van kansspelen en weddenschappen via het EPIS systeem.

Teneinde de privacyaspecten af te dekken voorziet het koninklijk besluit dat het loutere feit van de aanvraag van verhoging van de speellimiet, de toestemming van de speler inhoudt voor verificatie van de gegevens van zijn spelersaccount met de Centrale voor kredieten aan particulieren lijst van de kredietcentrale van de Nationale Bank.

Alle aanbieders zijn verplicht de mogelijkheid tot tijdelijke zelfuitsluiting aan te bieden. Tijdens de periode van zelfuitsluiting mag geen promotioneel materiaal worden verzonden.

Alle aanbieders zijn verplicht een tracking systeem te hanteren dat alle gedragingen van de klant opvolgt en analyseert teneinde vroegtijdig ingrijpen mogelijk te maken.

Daarnaast beoogt dit artikel een einde te stellen aan de praktijk die vele houders van een vergunning klasse A+, B+ of F1+ toepassen om het wettelijk verbod op het betalen met kredietkaarten te omzeilen.

Voortaan zijn deze vergunninghouders ertoe gehouden om elke tussenkomst van elektronische betaalsystemen (zoals bijvoorbeeld Hipay) te weigeren bij het opladen van speelrekeningen indien deze elektronische betaalsystemen toelaten dat de speler zijn kredietkaart gebruikt als stortingsmethode.

Tot slot voorziet dit artikel ook dat de vergunninghouders aan de spelers geen kosten mogen aanrekenen voor het aanmaken, het beheren of het sluiten van een speelrekening.

Op te merken valt dat het advies 37/2018 van 2 mei 2018 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zonder voorwerp is geworden voor wat betreft de gegevensbeschermingseffectbeoordeling in de zin van artikel 35 van de AVG (algemene verordening gegevensbescherming), in die mate dat de bepaling die het voorwerp uitmaakte van deze opmerking werd verwijderd uit het oorspronkelijke ontwerp van besluit.

Artikel 7 De algemene voorwaarden van een website en de bepalingen op het vlak van verantwoord spel dienen ten allen tijde eenvoudig beschikbaar te zijn voor de speler (« one mouse click away »).

Artikel 8 Dit artikel legt een algemeen verbod op aan de houders van een vergunning klasse A+ of B+ om kansspelen voor te stellen als weddenschappen, net als de houders van een vergunning klasse F1+ ertoe gehouden zijn om weddenschappen niet voor te stellen als kansspelen die uitsluitend mogen aangeboden worden door de houders van een vergunning klasse A+ of B+. Deze maatregel beoogt de tussenschotten tussen de verschillende klassen van vergunningen te behouden, zonder dewelke de coherentie van het kansspelbeleid wordt aangetast. Deze tussenschotten zijn noodzakelijk met het oog op een effectieve bescherming van de spelers.

Artikel 9 Dit artikel bevat een verbod voor de houders van een vergunning klasse A+, B+ of F1+ om de door hen aangeboden kansspelen of weddenschappen voor te stellen als spelen die niet onder de toepassing van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers zouden vallen.

Zo is het bijvoorbeeld niet toegelaten om casinospelen voor te stellen als loterijspelen of om weddenschappen te organiseren op de resultaten van loterijtrekkingen waardoor de speler niet langer misleid wordt omtrent het feit of hij al dan niet aan de loterijtrekkingen zelf deelneemt.

Artikel 10 De vergunninghouders klasse A+, B+ en F1+ mogen geen reclame maken op de uitrusting of het spelersmateriaal van minderjarige sportploegen.

Deze reclame mag niet gevoerd worden voor de gokoperatoren zelf, noch voor de producten van spelen of weddenschappen die zij aanbieden.

Artikel 11 In dit artikel wordt het bedrag van de bonussen die een operator per maand aan een speler kan aanbieden, beperkt tot 275 euro.

HOOFDSTUK III - Voorwaarden betreffende de registratie en identificatie van de speler en de controle van de leeftijd Artikel 12 Dit artikel bevat de verplichting voor de houders van een vergunning klasse A+, B+ of F1+ om voorafgaandelijk te controleren of de toegang van de spelers tot kansspelen niet is verboden of ontzegd, en dit alvorens deze spelers op enigerlei wijze tot het spelen van kansspelen of weddenschappen worden toegelaten.

Het is de bedoeling dat op grond van artikel 54 van de kansspelwet wordt gecontroleerd of de persoon wel degelijk de vereiste leeftijd heeft om te mogen spelen en dat overeenkomstig artikel 62 van dezelfde wet de toegang wordt gecontroleerd via de gegevensbank van uitgesloten spelers (EPIS-controle). En dit alvorens de potentiële speler tot het spel of tot de weddenschap wordt toegelaten.

HOOFDSTUK IV - Slotbepalingen Artikel 13 voorziet in een overgangsperiode van acht maanden zodat de kansspel- en wedoperatoren zich aan de nieuwe vergunningsvereisten kunnen aanpassen met uitzondering van artikel 6, § 1, 1°, b) dat uiterlijk in werking treedt op 1 januari 2019.

De informatisering van de link tussen de KSC en de kredietcentrale aan particulieren van de Nationale Bank van België bepaalt de uiteindelijke datum van de inwerkingtreding van art. 6, § 1, namelijk op uiterlijk 1 januari 2019. Deze datum betreft een realistische inschatting van de oplevering van deze informatisering. Indien deze informatisering niet tijdig gerealiseerd zou kunnen worden, kan de inwerkingtreding via een in ministerraad overlegd koninklijk besluit worden uitgesteld.

Bij de inwerkingtreding van de tekst kunnen de bestaande spelers voor hun eerste inzet de speellimiet bedoeld in art. 6, § 1 onmiddellijk verhogen en dit gedurende de 6 maanden na de inwerkingtreding van dit Koninklijk Besluit.

Artikel 14 bevat het uitvoeringsartikel.

Dit zijn, Sire, de voornaamste bepalingen van het besluit dat aan Uwe Majesteit ter goedkeuring wordt voorgelegd.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, K. PEETERS De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Begroting, belast met de Nationale Loterij, S. WILMES


begin


Publicatie : 2018-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^