Koninklijk Besluit van 29 februari 2004
gepubliceerd op 11 maart 2004
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven en de boekhouding van de aardgasdistributie-netbeheerders actief op het Belgisch grondgebied

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2004011104
pub.
11/03/2004
prom.
29/02/2004
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

29 FEBRUARI 2004. - Koninklijk besluit betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven en de boekhouding van de aardgasdistributie-netbeheerders actief op het Belgisch grondgebied


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, inzonderheid op artikel 20/1, § 2, laatste lid ingevoegd bij de wet van 29 april 1999 en op artikel 15/5, § 2, ingevoegd bij de wet van 16 juli 2001;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 februari 2002 tot instelling van de tarieven voor de aansluiting op de distributienetten voor aardgas en het gebruik ervan, en van de tarieven van de ondersteunende diensten, geleverd door de distributie-ondernemingen;

Gelet op het voorstel van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, gegeven op 27 maart 2003;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 november 2003;

Gelet op het overleg met de Gewesten op 20 december 2001 waaruit duidelijk bleek dat de drie Gewesten vragende partij zijn om zo snel mogelijk een regeling te hebben inzake de goedkeuring van de tarieven voor de aansluiting op de aardgasdistributienetten en het gebruik ervan, alsook van de tarieven voor de ondersteunende diensten geleverd door de beheerders van deze netten;

Gelet op advies nr 36.370/1 van de Raad van State, gegeven op 15 januari 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Energie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.De definities, vervat in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, gewijzigd door de wet van 29 april 1999, de wet van 16 juli 2001 en het koninklijk besluit van 28 juni 1971 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor aardgasdistributie door middel van leidingen zijn van toepassing op dit besluit.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « wet » : de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;2° « tariefvoorstel » : het voorstel van een aardgasdistributienetbeheerder dat al de tarieven omvat die hij jaarlijks aan de Commissie ter goedkeuring dient voor te leggen, overeenkomstig artikel 15/5, § 2, eerste tot derde lid, van de wet van 12 april 1965, waarvan het toepassingsgebied is uitgebreid door het koninklijk besluit van 7 februari 2002 houdende instelling van de tarieven voor de aansluiting op de aardgasdistributienetten en het gebruik ervan, alsook tot de tarieven voor de ondersteunende diensten, geleverd door de aardgasdistributienetbeheerders;3° « hoofdactiviteit » : de distributie van aardgas, de geïntegreerde werking van het gasdistributienet, de meting van het verbruik, en andere niet met aardgas verbonden activiteiten;4° « druk » : de effectieve druk, met andere woorden, de druk gerekend boven de atmosferische druk, indien de term « druk » niet anders omschreven wordt;5° « hoogst toelaatbare bedrijfsdruk » : de maximum druk waarop een leiding of een aftakking kan worden uitgebaat overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen;6° « lagedrukleiding » : leiding waarvan de hoogst toelaatbare bedrijfsdruk geen 98,07 mbar overschrijdt;7° « middendrukleiding » : leiding waarvan de hoogst toelaatbare bedrijfsdruk meer dan 98,07 mbar bedraagt zonder 14,71 bar te overschrijden;8° « aardgasdistributienetbeheerder » : elke beheerder van een aardgasdistributienet die aangewezen is door de bevoegde overheden;9° « reguleringsinstantie » : elke gewestelijke instantie die belast is met een algemene taak van toezicht en controle op de toepassing van de decreten of ordonnanties genomen in uitvoering van de richtlijn 98/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas;10° « commissie » : de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, opgericht door artikel 23 van de wet en artikel 15/14 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten;11° « overbrenging » : activiteit die erin bestaat aardgas door middel van een leidingennet te bezorgen op een bepaalde plaats van het aardgasdistributienet en een equivalente hoeveelheid aardgas aan een van de ingangspunten van dit leidingennet te ontvangen;12° « opslag » : activiteit die erin bestaat aardgas in gasvorm of in vloeibare vorm op te slaan in installaties die voornamelijk hiertoe bestemd zijn;13° « subdienst » : homogene prestatie die kan uitgevoerd worden door een aardgasdistributienetbeheerder en kan hergegroepeerd worden in het kader van een groter geheel (een dienst);14° « dienst » : iedere logische hergroepering van meerdere subdiensten in het kader van één enkele benaming (een dienst) ten einde een enkel tarief toe te passen voor het geheel van deze prestaties en zodoende de lijst van de tariefstructuren te vereenvoudigen;15° « basisdienst » : elke dienst die noodzakelijk is om de verdeling van aardgas via een aardgasdistributienet te verzekeren;16° « complementaire dienst » : iedere dienst die de basisdiensten aanvult zonder absoluut noodzakelijk te zijn en waarvan het de aardgasdistributienetbeheerder en de betrokken gebruiker van het aardgasdistributienet vrij staat deze al dan niet aan te bieden, respectievelijk te gebruiken;17° « supplementaire dienst » : iedere dienst die geen deel uitmaakt van een basisdienst of van een complementaire dienst en niets te maken heeft met aardgasdistributie;18° « basisactiviteit » : iedere groep basisdiensten die een homogene activiteit vormt in het kader van de verdeling van aardgas via een aardgasdistributienet;19° « kosten van een dienst » : ieder geheel van kosten die verband houden met de verlening van een dienst, vermeerderd met de kosten van de belastingen, heffingen, toeslagen, bijdragen en vergoedingen toegewezen aan de betrokken dienst;20° « kosten van een subdienst » : ieder geheel kosten die verband houden met de verlening van een subdienst, vermeerderd met de kosten van de belastingen, heffingen, toeslagen, bijdragen en vergoedingen toegewezen aan de betrokken subdienst;21° « kostensoort » : de aard van de kosten van een onderneming zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen;22° « directe kostenveroorzaker » : iedere parameter die het direct oorzakelijk verband weerspiegelt tussen enerzijds een dienst of een subdienst en anderzijds de overeenkomstige kosten;23° « verdeelsleutel » : elke forfaitaire sleutel die gebruikt wordt voor de toewijzing van kosten aan een dienst of een subdienst, in de bij de afspraak vastgestelde verhoudingen, wanneer er geen directe kostenveroorzaker is;24° « aansluiting » : fysieke aansluiting bestaande uit de dienstleiding, een meetgroep en de interventie waarmee de aardgasdistributienetbeheerder de installaties van elk klant verbindt met zijn aardgasdistributienet;25° « systeembeheer » : het geheel van de volgende diensten : a) het commercieel beheer van de contracten betreffende de toegang tot het aardgasdistributienet en de ondersteunende diensten, namelijk het beheer van de toegangaanvragen, van de toegangcontracten en van de aankoop en de levering van ondersteunende diensten;b) de odorisatie;c) het besturen van het aardgasdistributienet en het bewaken van de aardgasstromen, hoofdzakelijk gericht op de exploitatie van het aardgasdistributienet die bestaat uit : - het uitvoeren van de exploitatieprogramma's die aanvaard zijn bij de programmering van de aardgasstromen; - het permanent verzekeren van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiënte exploitatie van het aardgasdistributienet; - het coördineren en het uitvoeren of laten uitvoeren van de handelingen in het aardgasdistributienet die noodzakelijk zijn bij werken aan de installaties; d) de controle op de kwaliteit van de bevoorrading en op de stabiliteit van het aardgasdistributienet, die bestaat uit : - het verzamelen van de gegevens betreffende de kwaliteit van de bevoorrading en betreffende de stabiliteit van het aardgasdistributienet; - het opvolgen van de kwaliteit van de bevoorrading en van de stabiliteit van het aardgasdistributienet; 26° « metingactiviteit » : het verzamelen door het verwerkingsysteem van de aardgasdistributienetbeheerder en de verwerking van de metingen en tellingen bij de aardgasdistributienetbeheerder, wat het beheer van de uitrustingen en procédés inzake meting en telling omvat;evenals het verwerven, valideren en behandelen van de meet- en telgegevens, alsook het uitwisselen met de aardgasvervoerondernemingen op wiens netwerken het aardgasdistributienet is aangesloten van de meet-, tel- en andere noodzakelijke informatie; 27° « minister » : de federale minister die bevoegd is voor energie. HOOFDSTUK II. - Algemene tariefstructuur

Art. 2.De algemene tariefstructuur, voorzien overeenkomstig artikel 15/5, § 2, van de wet, onderscheidt drie soorten tarieven : 1° de tarieven voor de basisdiensten bedoeld in artikel 3;2° de tarieven voor de complementaire diensten bedoeld in artikel 4;3° de tarieven voor de supplementaire diensten bedoeld in artikel 5.

Art. 3.§ 1. De tarieven voor de basisdiensten omvatten : 1° het periodiek tarief voor de activiteit van overbrenging met het net;2° het periodiek tarief voor het systeembeheer dat verbonden is met het net;3° het periodiek tarief voor de metingactiviteit;4° de eenmalig toe te passen tarieven voor de plaatsing of de wijziging van de aansluitingen. § 2. Het periodiek tarief voor de activiteit van overbrenging met het net slaat op de ontvangstations, de cabines, de leidingen, de dienstleidingen en de in het vastliggend ondergebrachte meetinstallaties, evenals op de activiteiten van onderhoud en exploitatie van dit net, met uitzondering van de in § 3 bedoelde activiteit.

Het maakt een onderscheid tussen de activiteit in middendruk leidingen en deze in lage druk leidingen, tenzij wanneer de exploitatie van het net het niet mogelijk maakt de klanten in homogene groepen onder te verdelen volgens het drukniveau. § 3. Het periodiek tarief voor het systeembeheer dat verbonden is met het net omvat : 1° de activiteit van administratief en commercieel beheer van de toegang tot het net;2° de activiteit van de dispatching, van het beheer van de stromen, van de coördinatie en de uitvoering van de handelingen, van de veiligheid, van de odorisatie en van het netevenwicht, met inbegrip van het beheer van de gegevens die er betrekking op hebben. § 4. Het periodiek tarief voor de metingactiviteit slaat op het beheer van de meetgegevens (verkrijging, nazicht en overdracht van de gegevens). §5. De eenmalig toe te passen tarieven voor de plaatsing of de wijziging van een aansluiting slaan op het geheel of een deel van de kost van deze aansluiting, met inbegrip van de meetinstallatie en de bijhorende uitrusting, welke niet in het vastliggend is ondergebracht.

Het tarief kan gesplitst zijn in een tarief voor de voorafgaande studie, een tarief voor de detailstudie en een tarief voor de plaatsing.

Art. 4.Het tarief voor de complementaire diensten omvat de dienst van de ontspanning bij de klanten.

Art. 5.De tarieven voor de supplementaire diensten worden geval per geval door de dienstverlener opgesteld.

Art. 6.Ieder tarief voor de basisdiensten en de complementaire diensten wordt opgesteld rekening houdend met de meest representatieve parameters van de aangeboden dienst.

Het kan termen omvatten in verband met de onderschrijving van deze parameters (vast deel) en termen in verband met het gebruik van deze parameters (evenredig deel).

De verhouding tussen het deel verbonden met het gebruik en het deel verbonden met de onderschrijving wordt bepaald door een beleid gebaseerd op het streven naar de grootst mogelijke efficiëntie door het toepassen van een strategie van optimalisering op middellange termijn van de kosten en van de door het aardgasdistributienet verleende diensten.

Voor iedere dienst wordt een redelijke verhouding voorafgaandelijk ter goedkeuring aan de Commissie voorgelegd.

Art. 7.Als dat mogelijk en redelijk is, zullen de tarieven termen omvatten die verschillen in functie van de voor de betrokken dienst meest representatieve seizoenen, ten einde de doeltreffendheid van de investeringen en dus van hun gebruik te optimaliseren.

Art. 8.De tarifaire toeslagen die voortvloeien uit de niet-naleving van de gewone gebruiksvoorwaarden voor het aardgasdistributienet worden vastgesteld op basis van de op korte en middellange termijn werkelijk opgelopen kosten, zoals bijvoorbeeld het tarief verbonden met de veiligheidsuitbalancering van het aardgasdistributienet; zij hebben eveneens tot doel een verstandig gebruik van het distributienet te verzekeren, in functie van de normale gebruiksvoorwaarden van het desbetreffende aardgasdistributienet.

Art. 9.In de facturatie van de tarieven worden de tariefposten in verband met de belastingen, heffingen, toeslagen, bijdragen en retributies geïntegreerd. Deze posten vormen geen tarieven in de zin van de artikelen 3 tot 8 van dit besluit maar moeten opgenomen worden in de facturatie van de netgebruikers. Zij omvatten, in voorkomend geval : 1° de toeslagen, heffingen of retributies met het oog op de financiering van de openbare dienstverplichtingen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de maatregelen van sociale aard, de maatregelen ter bevordering van het rationeel energiegebruik en de maatregelen ter bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en van kwalitatieve warmtekrachtinstallaties;2° de toeslagen met het oog op de dekking van de werkingskosten van de reguleringsinstantie;3° de lasten van aanvullende niet-gekapitaliseerde pensioenen gestort aan personeelsleden of gerechtigden pro rata hun aantal dienstjaren in een gereguleerde activiteit van netbeheer of van levering van aardgas in de distributie, in overeenstemming met een collectieve arbeidsovereenkomst of met een behoorlijk geformaliseerd akkoord, of die in die hoedanigheid aan hun werkgever werden terugbetaald door een aardgasdistributienetbeheerder in overeenstemming met contractuele verplichtingen die in zijn hoofd voor 30 april 1999 bestonden, voor zover deze lasten over de tijd gespreid zijn in overeenstemming met de geldende voor 30 april 1999 opgestelde regels;4° de lokale, provinciale, gewestelijke of federale belastingen, heffingen, toeslagen, bijdragen en retributies die verschuldigd zijn door de aardgasdistributienetbeheerder. HOOFDSTUK III. - Procedure voor de voorlegging en de goedkeuring van de tarieven

Art. 10.§ 1. De tarieven van de aardgas-distributienetbeheerders betreffende de basisdiensten en de complementaire diensten zijn gereglementeerd. § 2. De tarieven voor de supplementaire diensten van de aardgasdistributie-netbeheerders, de tarieven die toegepast worden tussen de verschillende netgebruikers en de tarieven of bedragen die worden gefactureerd aan de verantwoordelijke entiteit van het aardgasdistributienet, bijvoorbeeld in het kader van een financiering of van externe operationele kosten, moeten niet vooraf aan de Commissie worden voorgelegd. Zij kunnen wel door haar geanalyseerd en van commentaar voorzien worden, bij voorbeeld in geval van klacht. § 3. Elke aan een afnemer verleende en gefactureerde dienst wordt vergoed volgens een tarief dat de geraamde kosten dekt, die door de betrokken aardgasdistributienetbeheerder voorgelegd werden en door de Commissie goedgekeurd werden, rekening houdend met in het bijzonder de naleving van de afwezigheid van kruissubsidies, van artikel 24 en van het geen vermeld wordt onder §§ 1 en 2 hierboven.

Deze geraamde kosten bestaan uit : 1° de exploitatiekosten die betrekking hebben op de goederen en de diensten;2° de exploitatiekosten die betrekking hebben op het personeel;3° de exploitatiekosten die betrekking hebben op de afschrijvingen en de provisies;4° de prestaties van andere hoofdactiviteiten;5° de andere exploitatiekosten;6° een billijke marge bestemd is voor de vergoeding van het kapitaal dat geïnvesteerd is in het aardgasdistributienet via eigen middelen en bij derden geleende middelen;7° uitzonderlijke lasten;8° belastingen, heffingen, toeslagen, bijdragen en retributies.

Art. 11.§ 1. Uiterlijk op 30 september van elk jaar dient elke aardgasdistributienetbeheerder zijn tariefvoorstel, vergezeld van een budget voor het volgende exploitatiejaar in bij de Commissie. Het tariefvoorstel vergezeld van een budget wordt per drager en tegen ontvangstbewijs overgemaakt aan de Commissie. § 2. Binnen de vijftien kalenderdagen na ontvangst van het tariefvoorstel vergezeld van een budget bevestigt de Commissie aan de betrokken aardgasdistributienetbeheerder per brief, per telefax, per e-mail met gecertificeerde elektronische handtekening of per drager tegen ontvangstbewijs de volledigheid van het dossier of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken.

Binnen de vijftien kalenderdagen na ontvangst van de brief, de telefax, de e-mail met gecertificeerde elektronische handtekening of het ontvangstbewijs, bedoeld in het vorig lid en waarin hem om bijkomende inlichtingen verzocht werd, verstrekt de betrokken aardgasdistributienetbeheerder aan de Commissie deze inlichtingen per drager en tegen ontvangstbewijs. § 3. Binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van het tariefvoorstel vergezeld van een budget of, in voorkomend geval, na ontvangst van de bijkomende inlichtingen, brengt de Commissie de aardgasdistributienetbeheerder met een brief per drager tegen ontvangstbewijs op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of afwijzing van het tariefvoorstel.

In haar beslissing tot afwijzing geeft de Commissie aan op welke punten de aardgasdistributienetbeheerder het tariefvoorstel moet aanpassen om een goedkeurende beslissing van de Commissie te verkrijgen. De Commissie motiveert haar beslissing, met in voorkomend geval, de aanwijzing van de betreffende punten van het budget. § 4. Indien de Commissie het tariefvoorstel van de aardgasdistributienetbeheerder afwijst, dient de aardgasdistributienetbeheerder binnen de vijftien kalenderdagen na ontvangst van de beslissing tot afwijzing zijn aangepast tariefvoorstel in bij de Commissie volgens de procedure bedoeld in § 1, tweede lid, van dit artikel.

Binnen de termijn bedoeld in het eerste lid hoort de Commissie de aardgasdistributienetbeheerder indien deze erom verzoekt.

Binnen de vijftien kalenderdagen na ontvangst van het aangepast tariefvoorstel brengt de Commissie de aardgasdistributienetbeheerder bij een ter post aangetekend schrijven op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of afwijzing van het aangepaste tariefvoorstel.

Art. 12.Indien de aardgasdistributie-netbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen die artikel 11 hem oplegt, of indien de Commissie beslist heeft tot afwijzing van het aangepast tariefvoorstel, kan de Commissie voorlopige tarieven goedkeuren, die de betreffende aardgasdistributienetbeheerder dient toe te passen, voor een hernieuwbare periode van drie maanden.

Het eerste lid is eveneens van toepassing op de aardgasdistributienetbeheerder die zijn analytisch boekhoudplan niet aan de Commissie voorlegt binnen de termijn die artikel 22 van dit besluit oplegt of indien de Commissie weigert dit analytisch boekhoudplan goed te keuren. HOOFDSTUK IV. - Bekendmaking van de tarieven

Art. 13.De Commissie laat haar eventuele beslissing tot goedkeuring van het tariefvoorstel bedoeld in artikel 11 van dit besluit voor het komende exploitatiejaar onverwijld bekendmaken in het Belgisch Staatsblad, alsook onverwijld langs elektronische weg.

In voorkomend geval laat de Commissie haar beslissing bedoeld in artikel 12 van dit besluit onverwijld bekendmaken in het Belgisch Staatsblad, alsook onverwijld langs elektronische weg.

De aardgasdistributienetbeheerder maakt de tarieven goedgekeurd door de Commissie onverwijld aan de aardasdistributie-netgebruikers bekend op de wijze die hij passend acht, en stelt ze ter beschikking van iedereen die erom verzoekt. Hij maakt ze eveneens onverwijld bekend langs elektronische weg.

Art. 14.De Commissie legt elk jaar vóór 1 mei aan de minister een verslag voor met name over de tarieven bedoeld in artikel 15/5, § 2, van de gaswet, die tijdens het voorbije exploitatiejaar toegepast zijn. De minister maakt dit verslag over aan de federale Wetgevende Kamers en de gewestregeringen. Hij ziet erop toe dat het verslag op passende wijze wordt bekendgemaakt.

De Commissie maakt dit verslag ook over aan elke aardgasdistributienetbeheerder met een ter post aangetekend schrijven. HOOFDSTUK V. - Verslagen en gegevens die de aardgasdistributienetbeheerder aan de Commissie moet verstrekken met het oog op de controle van de tarieven door de Commissie

Art. 15.§ 1. Uiterlijk op 14 februari en 15 augustus van elk jaar maakt de aardgasdistributienetbeheerder een semestrieel verslag over de resultatenrekeningen van het aardgasdistributienet gedurende het voorbije semester aan de Commissie over.

Elke semestrieel verslag omvat : 1° een kopie van de verslagen van de vergaderingen tijdens het voorgaand semester van de aardgasdistributienetbeheerder met de commissarissenrevisoren;2° een tussentijdse en saldibalans van het voorgaand semester. § 2. Het semestrieel verslag op 15 augustus van elk jaar omvat eveneens : 1° de goedgekeurde en neergelegde jaarrekening van het voorgaand exploitatiejaar;2° de verslagen van de raad van bestuur en van de commissarissenrevisoren aan de laatste algemene vergadering;3° de notulen van de laatste algemene vergadering. § 3. Tegelijkertijd met het semestrieel verslag op 14 februari van elk jaar maakt de aardgasdistributienetbeheerder aan de Commissie een jaarlijks verslag over de exploitatieresultaten van het aardgasdistributienet van het voorgaande exploitatiejaar over. § 4. Elk verslag wordt per drager en tegen ontvangstbewijs overhandigd aan de Commissie. § 5. Binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van het verslag brengt de Commissie de aardgasdistributienetbeheerder van haar eventuele opmerkingen over zijn verslag op de hoogte bij een ter post aangetekend schrijven.

Voor het jaarlijks verslag bedoeld in § 3 wordt de termijn bedoeld in het eerste lid verhoogd tot zestig kalenderdagen.

Art. 16.De indiening van het tariefvoorstel vergezeld van een budget en van het eventuele aangepast tariefvoorstel vergezeld van een budget alsook van het verslag, bedoeld in respectievelijk de artikelen 11 en 15 van dit besluit, gebeuren aan de hand van een door de Commissie bezorgd rapporteringsmodel.

Art. 17.§ 1. Samen met het tariefvoorstel vergezeld van een budget bedoeld in artikel 11 van dit besluit, stelt de aardgasdistributienetbeheerder de volgende gegevens ter beschikking van de Commissie in de vorm van met redenen omklede bijlagen : 1° inzake de principes die gehanteerd worden door de aardgasdistributienetbeheerder bij het opstellen van zijn tariefvoorstel vergezeld van een budget : a) de verwachte evolutie van het bruto nationaal product;b) de verwachte evolutie van de vraag naar overbrenging van aardgas in het betrokken aardgasdistributienet;c) de verwachte evolutie van de vraag naar opslag in het betrokken aardgasdistributienet;d) de verwachte inflatievoet;e) de geplande weddenaanpassingen, globaal en per categorie;f) de verwachte personeelsmutaties, met name de aanwervingen en afvloeiingen;g) de verwachte intrestvoeten;h) de gewogen gemiddelde financieringskost voor de komende periode;i) de effectieve belastingsvoet;j) de andere macro-economische gegevens die het resultaat in termen van output en van tarieven kunnen beïnvloeden;2° inzake de voorziene investeringen : a) de lijst van de investeringen voorzien voor het volgende exploitatiejaar : - met opsplitsing tussen de vervangings-investeringen voor vaste activa, de uitbreidingsinvesteringen en de investeringen voor de openbare dienstverplichtingen; - met opsplitsing tussen de investeringen in de verwerving van het eigendom van bestanddelen van het aardgasdistributienet enerzijds, en de investeringen in de verwerving van het genot van bestanddelen van het aardgasdistributienet die eigendom zijn van derden en voor het gebruik waarvan de aardgasdistributienetbeheerder een vergoeding zal betalen anderzijds; - met opgave van de aanschaffingswaarde en de jaarlijkse afschrijving of van de gebruiksvergoeding die betaald zal moeten worden; b) voor alle investeringen van meer dan één miljoen euro, met inbegrip van de in gebruik te nemen nieuwe infrastructuurdelen welke niet op de balans voorkomen, een financiële investerings- en rendementsanalyse, die minstens de volgende gegevens bevat : - de beschrijving van het project; - de doelstellingen van het project; - de omstandige beschrijving van de belangrijkste kostenposten van het project; - een overzicht van de leveranciers en (onder)aannemers die meewerken aan de realisatie van het project; - een vergelijking van de offertes van de leveranciers en aannemers waaraan de bestellingen in totaal meer dan 20 % van het geïnvesteerd totaal uitmaken; - het verloop in de tijd van het project, waarbij het volledig tijdsverloop vermeld wordt als het project over meer dan één jaar loopt; - de impact op de afschrijvingen met aanduiding van de afschrijvingspercentages; - de beoogde efficiëntieverbeteringen, inzonderheid de energie-efficiëntie; - de milieueffecten; - een financiële analyse, met een cashflowplanning, rekening houdend met de financieringsbehoeften tijdens de levensduur van het project en een gevoeligheidsanalyse van de projectrentabiliteit in functie van redelijke hypothesen; 3° inzake het personeelsbestand : a) een uitgebreid personeelsplan met een organogram voor het komend exploitatiejaar;b) een overzicht van het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, per dienst en subdienst, met inbegrip van voorgenomen aanwervingen en afvloeiingen;c) een gedetailleerd plan van de voorziene opleidingen;4° een analyse van de sterkten en zwakten, alsook van de opportuniteiten en bedreigingen voor de onderscheiden activiteiten van de aardgasdistributienetbeheerder, waarin minstens volgende punten aan bod komen : a) de technologie;b) het personeel;c) de administratieve organisatie;d) de relaties met klanten;e) het leefmilieu;f) het aankoopbeleid;g) het onderhoud;h) de exploitatie;i) de benutting van het net;j) de capaciteitsknelpunten;k) de veiligheid;l) de concurrentie;m) het onderzoek en de ontwikkeling.5° een geprojecteerde balans per basisactiviteit volgens het genormaliseerd schema van de jaarrekening voor de volgende drie exploitatiejaren;6° een overzicht van de acties en de investeringen die specifiek gericht zijn op een verbetering van de doelmatigheid, van de efficiëntie, en/of op kostenbesparing, met een analyse en berekening van de verhoopte kostenbesparing;7° de onderscheiden tarifaire formules, die toepasselijk zijn op de door de aardgasdistributienetbeheerder aangeboden diensten, en de verwachte ontvangsten per dienst en per klantengroep;8° een omstandige toelichting bij de volgende soorten kosten en opbrengsten : a) uitzonderlijke kosten;b) uitzonderlijke opbrengsten;c) kosten voor onderzoek en ontwikkeling;d) kosten voor studies uitgevoerd door derden;e) kosten voor informatica-investeringen. § 2. De activa die vallen in groep 25 van het genormaliseerd schema van de jaarrekening, namelijk de « materiële vaste activa in leasing of op grond van soortgelijke rechten » worden in het verslagmodel opgenomen alsof het om eigen goederen van de aardgasdistributienetbeheerder zou gaan, hetzij in de rubriek 22 « terreinen en gebouwen », hetzij in de rubriek 23 « installaties, machines en uitrusting », hetzij in de rubriek 24 « meubilair en rollend materieel », hetzij in rubriek 26 « overige materiële vaste activa ».

Art. 18.Bij elk verslag, en elk jaarlijks verslag maakt de aardgasdistributienetbeheerder een analyse van de verschillen tussen enerzijds de gegevens betreffende de exploitatie tijdens respectievelijk het voorbije semester of het voorbije exploitatiejaar en anderzijds van de overeenstemmende gegevens uit het budget.

Voor de verschillen van meer dan 10 % tussen de gegevens betreffende de exploitatie en de overeenstemmende gegevens uit het budget voegt de aardgasdistributienetbeheerder een uitvoerige documentatie en motivering bij zijn analyse. HOOFDSTUK VI. - Boekhoudkundige verplichtingen van de aardgasdistributienetbeheerder

Art. 19.Onverminderd de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen en haar uitvoeringsbesluiten en het artikel 15/12, § 2, van de wet van 12 april 1965 : 1° valt het boekjaar van de aardgasdistributienetbeheerder samen met het kalenderjaar;2° voert de aardgasdistributienetbeheerder een analytische boekhouding die een controleerbare toewijzing mogelijk maakt : a) van de kosten in functie van de verschillende diensten en subdiensten per klantengroep;b) van de opbrengsten in functie van de verschillende diensten per klantengroep.

Art. 20.§ 1. De analytische boekhouding bedoeld in artikel 19, 2°, van dit besluit onderscheidt de kosten voor de diensten en subdiensten bedoeld in de artikelen 3, 4, 5 en 8 van dit besluit en opgenomen in het rapporteringsmodel bedoeld in artikel 16 van dit besluit. § 2. Elke dienst of subdienst neemt ook de volgende kosten op : 1° de belastingen, heffingen, toeslagen en bijdragen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen : a) de toeslagen of heffingen ter financiering van de openbare dienstverplichtingen, inzonderheid bedoeld in artikel 15/11 van de wet van 12 april 1965;b) de toeslagen ter dekking van de werkingskosten van de Commissie, bedoeld in artikel 15/15, § 4, van de wet van 12 april 1965;c) de toeslagen of heffingen voorzien door de reguleringsinstantie;d) de inkomstenbelastingen;e) de overige lokale, provinciale, gewestelijke en federale belastingen.2° de vergoeding van de geïnvesteerde kapitalen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen : a) het deel van de billijke winstmarge, bedoeld in artikel 15/5, § 2, tweede lid, 3°, van de wet van 12 april 1965, ter vergoeding van het eigen vermogen;b) de kosten van financiering door derden;3° het door de Commissie goedgekeurd overgedragen verlies of overschot van het afgelopen boekjaar.

Art. 21.De aardgasdistributienetbeheerder voert zijn analytische boekhouding bedoeld in artikel 19, 2°, van dit besluit, zodanig dat een rechtstreeks verband kan worden gelegd tussen de kosten en de opbrengsten per dienst en subdiensten en per klantengroep en een rentabiliteitsanalyse kan gemaakt worden.

Hij rekent daartoe alle kostensoorten toe aan de diensten en subdiensten per klantengroep, op basis van directe kostenveroorzakers en/of verdeelsleutels die de aardgasdistributienetbeheerder samen met het tariefvoorstel vergezeld van een budget bedoeld in artikel 11 van dit besluit, ter goedkeuring aan de Commissie voorlegt. De aardgasdistributienetbeheerder voegt een verantwoording bij de directe kostenveroorzakers en verdeelsleutels die hij voorstelt.

Art. 22.§ 1. De gegevens die nodig zijn om de kosten per eenheid te berekenen en die buiten de boekhouding om worden verkregen, worden door de aardgasdistributienetbeheerder gedocumenteerd en toegelicht.

De aardgasdistributienetbeheerder toont aan op welke wijze de omvang van de gegevens is bepaald, welke de gehanteerde waarderingsgrondslagen en/of meetmethoden zijn en volgens welke methodiek en beginselen, zoals de aard van de directe kostenveroorzakers en de verdeelsleutels, de toerekening is gedaan. § 2. De aardgasdistributienetbeheerder houdt registers bij die minstens de volgende niet-monetaire gegevens bevatten : 1° de elementen die de berekening van de performantie-indicatoren bepaald in het rapporteringsmodel mogelijk maken;2° de gegevens inzake het personeel;3° de hoeveelheid getransporteerd en gestockeerd aardgas;4° de volume- en uitzendcapaciteit van de opslag;5° de lengte van het aardgasdistributienet;6° de bediende oppervlakte;7° het aantal geconnecteerde klanten;8° het aantal afnamepunten per basisactiviteit;9° de waarden van de maximale parameters die voor de tarieven gebruikt zijn;10° de beschrijving van de tarifaire formules en de gebruikers van het vervoernet per tarifaire formule. De aardgasdistributienetbeheerder stelt deze registers op zodanige wijze samen dat zij op hun integriteit en consistentie in het verslag kunnen worden getest. § 3. Op vraag van de Commissie spant de aardgasdistributienetbeheerder zich in om de van derden te verkrijgen gegevens te hare beschikking te stellen. § 4. De aardgasdistributienetbeheerder verschaft de Commissie uitleg over zijn administratieve organisatie en zijn procedures van interne controle. Hij geeft een gedetailleerde beschrijving van zijn aankoopprocedure en van de procedures van centrale bewaring en centraal beheer van data, evenals van de procedurestappen in geval van beheer met computer.

Art. 23.§ 1. Ten laatste zes maanden na het in werking treden van dit koninklijk besluit legt de aardgasdistributienetbeheerder zijn analytisch boekhoudplan ter goedkeuring aan de Commissie voor. Hij licht dit plan toe op verzoek van de Commissie. Dit analytisch boekhoudplan moet voor de Commissie een gemakkelijke en controleerbare overgang mogelijk maken naar het rapporteringsmodel bedoeld in artikel 16 van dit besluit.

Het analytisch boekhoudplan wordt per drager en tegen ontvangstbewijs overhandigd aan de Commissie. § 2. Binnen zestig kalenderdagen na ontvangst van het analytisch boekhoudplan brengt de Commissie de aardgasdistributienetbeheerder bij een ter post aangetekend schrijven op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of afkeuring van het analytisch boekhoudplan.

In haar beslissing tot afkeuring geeft de Commissie aan op welke punten de aardgasdistributienetbeheerder het analytisch boekhoudplan moet aanpassen om de goedkeuring van de Commissie te verkrijgen. § 3. Indien de Commissie het analytisch boekhoudplan afkeurt, legt de aardgasdistributienetbeheerder binnen vijftien kalenderdagen een aangepast analytisch boekhoudplan ter goedkeuring voor aan de Commissie volgens de procedure bedoeld in § 1, tweede lid, van dit artikel.

Binnen de termijn bedoeld in het eerste lid hoort de Commissie de aardgasdistributienetbeheerder indien deze er om verzoekt.

Binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het aangepast analytisch boekhoudplan brengt de Commissie de aardgasdistributienetbeheerder bij een ter post aangetekend schrijven op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of weigering van het aangepast analytisch boekhoudplan. HOOFDSTUK VII. - Kostenbeheersing

Art. 24.Met eerbiediging van de kwaliteit en veiligheid die vereist zijn voor een goede werking van het aardgasdistributienet, met eerbiediging van het leefmilieu, met eerbiediging van de gezonde arbeidsomstandigheden van personen die direct betrokken zijn in de werkzaamheden van de aardgasdistributienetbeheerder, met eerbiediging van de openbare dienstverplichtingen en rekening houdend met alle kosten en baten, van allerlei aard, die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn aan de aardgasdistributienetbeheerder of aan zijn klanten, met inbegrip van hetgeen betrekking heeft op het verleden en waarvan de klanten van de aardgasdistributienetbeheerder zouden kunnen genieten, houdt de aardgasdistributienetbeheerder de kostprijs per eenheid aardgas zo laag mogelijk door de factoren die de kostprijs bepalen zo goed mogelijk te beheersen.

De aardgasdistributienetbeheerder brengt over het resultaat van zijn inspanningen tot kostenbeheersing verslag uit aan de Commissie op basis met name van de performantie-indicatoren opgenomen in het verslagmodel, bedoeld in artikel 16 van dit besluit.

Art. 25.De kosten van de diensten en subdiensten bedoeld in artikel 20 van dit besluit die niet opgelegd zijn door een bevoegde overheid, kunnen alleen in de tarieven, bedoeld in artikel 15/5, § 2, van de gaswet, doorgerekend worden voor zover de Commissie ze niet als onredelijk verworpen heeft. De Commissie beoordeelt de redelijkheid van deze kosten door ze onder meer te vergelijken met de overeenstemmende vergelijkbare kosten van gelijkaardige ondernemingen.

Zij deelt de normen en criteria die in rekening genomen werden voor deze evaluatie mee aan de betrokken aardgasdistributienetbeheerder.

Art. 26.Indien de Commissie bij haar onderzoek van de jaarlijkse rapportering bedoeld in artikel 15, § 3, van dit besluit, vaststelt dat de tarieven, bedoeld in artikel 15/5, § 2, van de wet van 12 april 1965, toegepast tijdens het voorgaand exploitatiejaar, geresulteerd hebben in een bonus of een malus, brengt zij de aardgasdistributienetbeheerder bij een ter post aangetekend schrijven hiervan onverwijld op de hoogte. Rekening houdend met de klimatologische onzekerheden en de financiële behoeften van het afgelopen jaar, kan deze bonus of malus ingebracht worden, in geval van goedkeuring door de Commissie, in het verlies of het overschot voorzien in artikel 20, § 2, 3° voor het volgend exploitatiejaar.

Binnen de vijftien kalenderdagen na de ontvangst van dit schrijven kan de aardgasdistributienetbeheerder zijn bevindingen hierover meedelen aan de Commissie. Zijn bevindingen worden per drager en tegen ontvangstbewijs overhandigd aan de Commissie. Op zijn verzoek wordt de aardgasdistributienetbeheerder binnen deze termijn gehoord door de Commissie.

Binnen de dertig kalenderdagen na het verloop van de termijn bedoeld in het tweede lid, beslist de Commissie definitief of de tarieven geresulteerd hebben in een bonus of malus.

Voor de toepassing van dit artikel kan de Commissie de uitgaven van de aardgasdistributienetbeheerder verwerpen die in artikel 25 van dit besluit bedoeld zijn. Het bedrag van deze uitgaven wordt in mindering gebracht van de billijke winstmarge bedoeld in artikel 15/5, § 2, tweede lid, 3°, van de wet van 12 april 1965. Indien ook de bevoegde overheden deze uitgaven ook fiscaalrechtelijk verwerpen en deze beslissing aanleiding geeft tot betaling van bijkomende belastingen of heffingen, dan kan het bedrag van deze belastingen of heffingen eveneens in mindering gebracht worden van de billijke winstmarge bedoeld in artikel artikel 15/5, § 2, tweede lid, 3°, van de wet van 12 april 1965. HOOFDSTUK VIII. - Strafbepalingen

Art. 27.Worden gestraft met een geldboete van 50 tot 20.000 euro : zij die nalaten of weigeren de Commissie de informatie te verstrekken die door de Commissie gevraagd wordt en die zij gehouden zijn mee te delen krachtens dit besluit. HOOFDSTUK IX. - Overgangsbepalingen

Art. 28.In afwijking van artikel 11, § 1, eerste lid van dit besluit, dient elke aardgasdistributienetbeheerder binnen de twee maanden na de inwerkingtreding van dit besluit, bij de Commissie een tariefvoorstel met budget in voor het exploitatiejaar waarin dit besluit in werking treedt. Indien dit besluit evenwel in werking treedt na 15 september van een bepaald exploitatiejaar dient geen enkele aardgasdistributienetbeheerder een tariefvoorstel met budget in te dienen voor dat betrokken exploitatiejaar.

In afwijking van artikel 11, § 3, van dit besluit, beschikt de Commissie over een termijn van zestig kalenderdagen om de betreffende aardgasdistributienetbeheerder op de hoogte te stellen van haar beslissing met betrekking tot het tariefvoorstel bedoeld in het eerste lid. Voor het overige geldt de procedure van artikel 11, § 3, van dit besluit. HOOFDSTUK X. - Diverse bepalingen

Art. 29.Vanaf het in werking treden van dit koninklijk besluit voorzien de aardgasdistributienetbeheerders in hun nieuwe betrekkingen met klanten (verlenging van contract met mogelijkheid tot aanpassing, hernieuwing van contract, nieuw contract, enz.) een clausule die de mogelijkheid voorziet om clausules inzake tarifering te wijzigen, teneinde deze in overeenstemming met de door de Commissie goedgekeurde tarieven te kunnen brengen.

Art. 30.Onze Minister van Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 29 februari 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Energie, Mevr. F. MOERMAN.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^