Koninklijk Besluit van 30 januari 2003
gepubliceerd op 13 maart 2003
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit tot wijziging van de vaststelling van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de gemeenten moeten voldoen om een financiële hulp te genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersone

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2003009162
pub.
13/03/2003
prom.
30/01/2003
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

30 JANUARI 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van de vaststelling van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de gemeenten moeten voldoen om een financiële hulp te genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechterlijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, inzonderheid op artikel 69 eerste lid, 3°, gewijzigd door de wetten van 21 december 1994 en 25 mei 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomende burgerpesoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechterlijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverlaving, inzonderheid op de artikelen 1 tot 5, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 augustus 1996 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechtelijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 30 mei 2002;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 3 juli 2002;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de artikelen 6 tot 10 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechterlijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving worden opgeheven door het koninklijk besluit van 27 mei 2002 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de gemeenten moeten voldoen om een financiële toelage te genieten in het kader van een overeenkomst inzake de criminaliteitspreventie;

Overwegende dat de bedragen van artikel 2 in het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechtelijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving aangepast dienen te worden als gevolg van de invoering van de euro;

Overwegende dat de bedragen van artikel 2 in het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechterlijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving identiek moeten zijn aan de bedragen in artikel 6 van het koninklijk besluit van 27 mei 2002 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de gemeenten moeten voldoen om een financiële toelage te genieten in het kader van een overeenkomst inzake de criminaliteitspreventie;

Overwegende dat het derhalve noodzakelijk lijkt de bedragen van artikel 2 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechterlijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving onmiddellijk aan te passen;

Gelet op het advies 33.833/2/V van de Raad van Staat, gegeven op 24 juli 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en van Onze Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het vierde en het vijfde lid van artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechtelijk maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 augustus 1996 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeenten een financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechtelijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugsverslaving worden opgeheven.

Art. 2.Artikel 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De aanwerving van bijkomende burgerpersoneel in de zin van artikel 1, geeft aanleiding tot toekenning van de volgende maximale forfaitaire tegemoetkoming, al naargelang de betrokken personeelscategorie : Niveau 1 : euro 39.662,96;

Niveau 2+ : euro 32.226,16;

Niveau 2 : euro 27.268,29;

Niveau 3 : euro 24.789,35;

Niveau 4 : euro 19.831,48.

Ingeval de personen slechts voor een deel van het begrotingsjaar waarnaar verwezen wordt zijn aangeworven, wordt de financiële tegemoetkoming verminderd naar verhouding van de werkelijk gepresteerde periode. »

Art. 3.Artikel 5, tweede lid van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De betaling van de financiële tussenkomst wordt verricht in voorlopige maandelijkse schijven waarbij het saldo in de loop van het volgende jaar wordt berekend. De gemeente maakt de verantwoordingsstukken over uiterlijk op 31 maart van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar waarin de kredieten werden toegekend. »

Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Art. 5.Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 30 januari 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^