Koninklijk Besluit van 30 juli 2018
gepubliceerd op 27 augustus 2018
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende elementen van een nucleaire installatie bestemd voor de industriële productie van elektriciteit die dienen voor de transmissie van elektriciteit en onderworpen zijn aan de controle van het Federaal Agentschap voor Nucleaire

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federaal agentschap voor nucleaire controle
numac
2018203846
pub.
27/08/2018
prom.
30/07/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018203846

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN, FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE EN FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR NUCLEAIRE CONTROLE


30 JULI 2018. - Koninklijk besluit betreffende elementen van een nucleaire installatie bestemd voor de industriële productie van elektriciteit die dienen voor de transmissie van elektriciteit en onderworpen zijn aan de controle van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Wij hebben de eer aan Uwe Majesteit een Koninklijk Besluit betreffende de kritieke infrastructuren onderworpen aan de controle van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle ter ondertekening voor te leggen.

Dit besluit beoogt de uitvoering van de bepalingen van de wet van 1 juli 2011 betreffende de controles op de kritieke infrastructuren bedoeld in artikel 30 van bovengenoemde wet, dat artikel 15bis invoegt in de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.

Dit artikel breidt de bevoegdheden van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (hierna : het Agentschap) uit tot de controles van de toepassing van de bepalingen van de wet van 1 juli 2011 op "de elementen" van een nucleaire installatie "bestemd voor de industriële productie van elektriciteit" "die dienen voor de transmissie van de elektriciteit en die werden aangeduid als kritieke infrastructuur krachtens" bovengenoemde wet.

Deze bepaling wordt gerechtvaardigd door het feit dat de nucleaire installaties reeds gecontroleerd worden door het Agentschap binnen de grenzen vastgesteld bij de wet van 15 april 1994 en zijn uitvoeringsbesluiten. Hoewel er al verschillende jaren controles bestaan door nucleaire deskundigen, is het opportuner en doeltreffender gebleken om de controle van de naleving van de verplichtingen door de exploitanten van de kritieke infrastructuren zoals bedoeld in artikel 15bis inzake de beveiliging van de zogenaamde kritieke infrastructuren toe te vertrouwen aan het Agentschap in plaats van een nieuwe staf van deskundigen te moeten samenstellen met eveneens een uitgebreide kennis van nucleaire installaties en van hun fysieke bescherming waarvan de fundamenten geregeld worden door een andere regelgeving.

Het feit dat alle controles uitgevoerd worden door dezelfde entiteit garandeert aan de exploitanten van de kritieke infrastructuren zoals bedoeld in artikel 15bis een grotere rechtszekerheid. Op die manier hoeven sommige maatregelen, bedoeld om kwaadwillige handelingen die schadelijk zijn voor de verschillende componenten van de installatie te voorkomen, te vertragen en in voorkomend geval, erop te reageren, niet door twee verschillende inspecties gecontroleerd te worden. Op die manier is het risico onbestaande dat er verschillende en zelfs tegenstrijdige benaderingen en eisen ontwikkeld worden.

Daarnaast, en in de exacte mate waarin de exploitant van de nucleaire installatie betrokken is bij de beveiliging van de kritieke infrastructuur, kan hij zowel op administratief als op technisch vlak de aspecten van de beveiliging van de kritieke installatie waarvoor hij verantwoordelijk is beter integreren in het algemene beveiligingssysteem van de nucleaire installatie. Dit is zeer belangrijk in het kader van de uitwerking van de basisbedreiging voor de installatie in haar geheel en in het kader van de uitwerking van oefeningen voor de evaluatie van de doeltreffendheid van het beschermingssysteem die de regelgeving oplegt.

De identificatie van de betreffende kritieke infrastructuren en de bepaling van het toepassingsgebied ratione personae van het ontwerp van Koninklijk Besluit werden uitgebreid besproken en er werd hierover verregaand advies ingewonnen. Het is met name gebleken dat voor bepaalde elementen van de betreffende kritieke infrastructuren, de natuurlijke of rechtspersoon verantwoordelijk voor de investeringen of het beheer niet dezelfde natuurlijke of rechtspersoon was die verantwoordelijk was voor de investeringen of het beheer van andere elementen van dezelfde kritieke infrastructuur; deze de facto situatie vloeit voort uit de omzetting in België van de Europese richtlijnen betreffende de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Dit is de reden waarom, in dit geval, de verplichtingen voor de exploitanten van een of meerdere bestanddelen van de kritieke groep gezamenlijk en zo geïntegreerd moeten worden nagekomen. Het feit dat er meerdere exploitanten zijn, zou niet in tegenspraak met de technische uniciteit van de kritieke groep mogen zijn (we onderstrepen met name dat het kritieke karakter net voortvloeit uit het effect van het geheel en de onderlinge afhankelijkheid van de bestanddelen van de kritieke infrastructuur).

Daarom wordt er, in geval van meerdere exploitanten, voorzien dat de meeste verplichtingen die op hen, krachtens de wet van 1 juli 2011 en het huidig koninklijk besluit rusten, gezamenlijk of gecoördineerd moeten worden nagekomen, dit om elke overlapping, lacune, of tegenstrijdigheid te vermijden die nadelig zou kunnen zijn voor de beveiliging en de bescherming van de kritieke groep.

Het spreekt voor zich dat deze oplossing tot stand is gekomen in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen.

Uit deze beginselen vloeit met name voort dat, wanneer de betreffende kritieke infrastructuur, in het onderhavige ontwerp " kritieke groep " genaamd, bestaat uit een veelheid van elementen die door verschillende natuurlijke of rechtspersonen worden uitgebaat, het beveiligingsplan van de exploitant (hierna genoemd B.P.E.) aan het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle moet worden voorgelegd in de vorm van één enkel document, opgesteld door de verschillende betrokken natuurlijke en rechtspersonen samen (zie de toelichting bij artikel 3).

Het staat de exploitanten van de verschillende elementen van de kritieke groep vrij om zich, naar eigen goeddunken, te organiseren om aan de verplichtingen van de wet van 1 juli 2011 en het ontwerp van koninklijk besluit te voldoen, door bijvoorbeeld een samenwerkingsakkoord af te sluiten.

Er werd strikt rekening gehouden met het advies van de Raad van State (advies nr. 62741/3 van 23 februari 2018); dit ontwerp wijkt hiervan evenwel af voor wat artikel 9 betreft, omwille van de redenen opgenomen in de toelichting bij dit artikel.

Toelichting bij de artikelen Artikel 1 Van de in dit artikel vermelde definities verdient de definitie van "kritieke groep" bijzondere aandacht omdat zij onrechtstreeks het toepassingsgebied van het Koninklijk Besluit verduidelijkt. De nucleaire installaties in hun geheel vallen niet onder de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren omdat ze onderworpen zijn aan andere regelgevingen.

Het onderhavige Koninklijk Besluit heeft bijgevolg alleen betrekking op de elementen van een nucleaire installatie bestemd voor de industriële productie van elektriciteit die dienen voor de transmissie van de elektriciteit en die als kritieke infrastructuur, overeenkomstig artikelen 7 en 8 van de wet van 1 juli 2011, werden aangeduid. Enkel het geheel van deze elementen wordt in de tekst met de term "kritieke groep" aangeduid.

Betreffende het toepassingsgebied ratione loci van het Koninklijk Besluit en aangezien artikel 7 van de wet van 1 juli 2011 bepaalt dat de sectorale overheid de kritieke infrastructuren aanduidt, werd er beslist dat de bestanddelen van de kritieke groep, ongeacht of ze zich binnen de gebouwen van de nucleaire installatie bevinden, of eraan grenzen, of zich zelfs op enige afstand ervan bevinden, zich niet buiten de grenzen van het terrein (cf. bij bovengenoemde aanduiding bijgevoegd plan) van de exploitant kunnen bevinden in de zin van artikel 3, 10) van de wet van 1 juli 2011, ongeacht of hij er de eigenaar, of er op een of andere manier beheerder van is.

Artikel 2 Artikel 2 bepaalt dat wanneer een kritieke groep uit meerdere elementen bestaat die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, de beveiligingscontactpunten die door elk van deze exploitanten werden aangeduid, zich op elkaar dienen af te stemmen.

Per kritieke groep is er slechts één B.P.E., zelfs als de kritieke groep uit verscheidene elementen bestaat die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat.

De algemene overwegingen hierboven tonen de oorsprong van de problematiek, de uniciteitvereiste, evenals de geest waarin het ontwerpbesluit werd opgesteld om een bevredigende oplossing voor deze aangelegenheid te vinden.

Paragraaf 2 bepaalt dat wanneer een of meerdere elementen van de kritieke groep door verschillende natuurlijke of rechtspersonen worden uitgebaat, het B.P.E. de verantwoordelijkheden van elk van deze personen vastlegt. Raadpleeg in dit opzicht de toelichting bij artikel 3 hieronder.

Artikel 3 Krachtens artikel 13, § 2, van de wet van 1 juli 2011, kan de Koning opleggen om bepaalde informatie in het B.P.E. op te nemen; er werd vastgelegd dat het B.P.E. minstens verscheidene hoofdstukken moet voorbehouden voor elk van de luiken betreffende de opstelfasen van het B.P.E, zoals bepaald in artikel 13, § 3, van de wet van 1 juli 2011: 1) een deel over de algemene beschrijving van de kritieke groep en de bestanddelen ervan.2) een deel over de fase zoals bedoeld in artikel 13, § 3, 1°), van de wet.3) een deel over de fase zoals bedoeld in artikel 13, § 3, 2°), van de wet.Hierin worden de voornaamste scenario's van pertinente potentiële dreigingen beschreven die werden geïdentificeerd door de risicoanalyse. 4) een deel over de fase zoals bedoeld in artikel 13, § 3, 3°), van de wet.5) een deel over de interne beveiligingsmaatregelen. Zoals hierboven wordt aangegeven, moet, wanneer de kritieke groep uit een veelheid van elementen bestaat die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, het B.P.E., dat aan het Agentschap moet worden verstrekt, worden voorgelegd in de vorm van één enkel document, opgesteld door de verschillende betrokken natuurlijke en rechtspersonen samen. In dat geval moet het B.P.E., in de mate van het mogelijke, in elk hoofdstuk de situatie en de respectieve bevoegdheden weergeven : 1) in het deel met de algemene beschrijving van de kritieke groep en de bestanddelen ervan, wordt de exploitant voor elk van deze elementen geïdentificeerd; 2) in het deel over de fase zoals bedoeld in artikel 13, § 3, 1°), van de wet, d.w.z. het deel over de inventaris en de ligging van de punten van de kritieke groep die, indien ze geraakt zouden worden, tot de verstoring van de werking of de vernietiging ervan zouden kunnen leiden, wordt de exploitant uitdrukkelijk voor elk van deze punten geïdentificeerd; 3) in het deel over de fase zoals bedoeld in artikel 13, § 3, 2°), van de wet, d.w.z. het deel over de risicoanalyse, moet, wanneer een aanzienlijk risico verscheidene bestanddelen betreft die door verschillende natuurlijke of rechtspersonen worden uitgebaat, voor elk van deze bestanddelen worden gepreciseerd welke hiervan de exploitant is en welke de interacties daarvan met de andere elementen van de kritieke groep zijn; 4) in het deel over de fase zoals bedoeld in artikel 13, § 3, 3°), van de wet, d.w.z. de kwetsbaarheidsanalyse, moet, wanneer een pertinente, potentiële dreiging die door de risicoanalyse is geïdentificeerd, verscheidene bestanddelen betreft die door verschillende natuurlijke of rechtspersonen worden uitgebaat, voor elk van deze bestanddelen worden gepreciseerd welke hiervan de exploitant is en welke de interacties daarvan met de andere elementen van de kritieke groep zijn; 5) ten slotte, in het deel over de interne beveiligingsmaatregelen, moet de exploitant expliciet worden geïdentificeerd voor elk van de interne, zowel graduele als permanente, beveiligingsmaatregelen. Tot slot merken we op dat er, gezien het B.P.E. enigszins gevoelige informatie kan bevatten, moet worden voldaan aan de eventuele ter zake geldende wettelijke bepalingen, of het nu gaat over de artikelen 22 en 23 van de wet van 1 juli 2001, of de wetgeving betreffende de classificatie of categorisering van informatie; meer in het bijzonder kan de informatie in het B.P.E, of een deel van deze informatie, desgevallend en wanneer aan alle respectieve wettelijke voorwaarden is voldaan, worden geclassificeerd overeenkomstig artikel 3 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, of gecategoriseerd worden als nucleair document uit hoofde van artikel 17ter, § 5, van de wet van 15 april 1994.

Artikel 4 Dit artikel regelt de mededeling, aan het Agentschap, van een kopie van de gegevens over het (of de) beveiligingscontactpunt(en) aangewezen in overeenstemming met art. 12, § 1, van de wet van 1 juli 2011.

Artikel 5 Dit artikel regelt de mededeling aan het Agentschap van het B.P.E. voor de kritieke groep.

Het spreekt voor zich dat een dergelijke overdracht van documenten die enigszins gevoelige informatie kunnen bevatten, moet voldoen aan de eventuele ter zake geldende wettelijke bepalingen, of het nu gaat over de artikelen 22 en 23 van de wet van 1 juli 2001, of de wetgeving betreffende de classificatie of categorisering van informatie; meer in het bijzonder kan de informatie bedoeld in het 1ste lid van het artikel van het ontwerp, d.w.z. de kopie van het B.P.E overgemaakt aan het Agentschap, of een deel van deze informatie, desgevallend en wanneer aan alle respectieve wettelijke voorwaarden is voldaan, worden geclassificeerd overeenkomstig artikel 3 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, of gecategoriseerd worden als nucleair document uit hoofde van artikel 17ter, § 5, van de wet van 15 april 1994.

Artikel 6 Dit artikel regelt de kwestie van de mededeling van de informatie over de wijzigingen die aan de kritieke groep en zijn beveiligingssysteem, het B.P.E., of de gegevens van het contactpunt werden aangebracht.

Artikel 7 De exploitant moet met regelmatige tussenpozen van ten hoogste twaalf maanden oefeningen organiseren voor het evalueren van de doeltreffendheid van het B.P.E.. Als uit deze evaluatie bepaalde lacunes naar voren komen of blijkt dat het B.P.E. gewijzigd moet worden, dan neemt de exploitant de nodige maatregelen om de disfuncties te verhelpen, of het B.P.E. te actualiseren. Het Agentschap, de sectorale overheid en de ADCC worden op de hoogte gebracht van de organisatie van de oefening en het evaluatierapport moet naar het Agentschap worden gestuurd. Deze oefening kan samen worden georganiseerd met de oefening vastgesteld in artikel 6, § 7, van het Koninklijk Besluit van 17 oktober 2011 betreffende de fysieke beveiliging van het kernmateriaal en de nucleaire installaties.

Wanneer de kritieke groep uit elementen bestaat die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, dan dienen deze laatste de handen in elkaar te slaan om de opgelegde oefeningen samen op een geïntegreerde en coherente wijze te organiseren.

Er wordt eveneens bepaald dat de partijen waarop de oefeningen zijn gericht, alsook de politie- en hulpdiensten worden uitgenodigd om aan deze oefeningen deel te nemen.

Artikel 8 Dit artikel behandelt de verplichtingen van het Agentschap inzake de inspecties van de kritieke groep en stelt de minimale te bereiken inspectiedoelstellingen vast.

Artikel 9 Dit artikel betreft het recht op toegang van de inspecteurs van het Agentschap tot de kritieke groep : bepaalde modaliteiten inzake deze inspecties moeten verder worden uitgewerkt.

Volgens de Raad van State (zie opmerking nr. 13 van het advies) moet artikel 9 van het ontwerp worden weggelaten, omdat het enerzijds onnodig herhaalt wat reeds uit de wet volgt (ongetwijfeld artikel 25, § 1,1°) en het anderzijds bepaalde elementen die in de wet voorkomen, weglaat (zoals de vereiste van een machtiging door een rechter van de politierechtbank indien het om bewoonde lokalen gaat), waardoor de toepassing ervan ten onrechte wordt verbreed.

Wij zijn echter van mening dat, gezien het toepassingsgebied en de ratio legis van deze bepaling in het ontwerp van het verslag aan de Koning, dat aan de Raad van State werd voorgelegd, te beknopt werden uiteengezet, het artikel in het ontwerp in de oorspronkelijke versie moet worden behouden. Het toepassingsgebied van de bepaling van het ontwerp is nuttig en bevat preciseringen die verder gaan dan de loutere toepassing van de wet en waarvoor uitvoeringsmaatregelen nodig zijn. Gezien het Agentschap de inspectiedienst is overeenkomstig de artikelen 24 en 30 van de wet van 1 juli 2011, is het zeker niet onnodig eraan te herinneren welke personeelsleden van het Agentschap deze bevoegdheden hebben en te preciseren welke legitimatiekaart ze hiervoor kunnen gebruiken. Het spreekt daarnaast voor zich dat de nucleaire inspecteurs van het Agentschap, wanneer ze handelen uit hoofde van de bevoegdheden die voortvloeien uit artikel 30 van de wet van 1 juli 2011, waardoor artikel 15bis in de wet van 15 april 1994 wordt ingevoegd, hun opdracht enkel uitvoeren volgens de regels die door, of uit hoofde van de wet van 1 juli 2011 en in het bijzonder door artikel 25 worden bepaald.

Artikel 10 Het Agentschap dient zijn inspectierapport te verstrekken aan de exploitanten. Indien tijdens de inspectie een anomalie wordt vastgesteld in het beveiligingssysteem van de kritieke groep, dan maakt het Agentschap daarvan melding in zijn verslag en stelt het de termijn vast die wordt toegekend om de situatie recht te zetten.

Artikel 11 Dit artikel bepaalt dat het Agentschap, de sectorale overheid voor de energiesector en de inspectiedienst van de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de ADCC voortdurend moeten samenwerken door op een passende manier informatie uit te wisselen die pertinent kan zijn om hun controletaken die de wet van 1 juli 2011 aan het Agentschap oplegt, te volbrengen. Het is in dit opzicht dan ook aangewezen dat het Agentschap en de AD Energie een samenwerkingsovereenkomst afsluiten die met name de modaliteiten van deze informatie-uitwisseling in het kader van de inspecties vastlegt.

Volgens de Raad van State (zie opmerking nr. 14 van het advies) moet artikel 11 van het ontwerp worden aangepast om overeen te stemmen met de rechtsgrondbepaling, waarbij verwezen werd naar artikel 15bis, 2e lid, van de wet van 15 april 1994, alsook artikel 108 van de Grondwet, gecombineerd met artikel 19 van de wet van 1 juli 2011.

Het is evenwel niet de bedoeling van de bepaling om artikel 19 uit te voeren dat de samenwerking en de informatie-uitwisseling tussen verschillende partijen regelt "teneinde te waken over een overeenstemming tussen de interne beveiligingsmaatregelen en de externe beschermingsmaatregelen ". De bedoeling is eerder om een relevante en adequate informatie-uitwisseling mogelijk te maken met het oog op een doeltreffende controle door het Agentschap op grond van artikel 108 van de Grondwet, gecombineerd met artikel 15bis van de wet van 15 april 1994, bijvoorbeeld voor de opvolging van eventuele inbreuken. Het is enkel in die zin dat het artikel werd aangepast.

Artikel 12 Met het oog op de communicatie aan de sectorale overheid, met name de Minister die Energie onder zijn bevoegdheid heeft, of, bij delegatie,, een leidend personeelslid van zijn administratie, verstrekt het Agentschap jaarlijks aan zijn Voogdijminister: de planning van inspecties van de kritieke groepen, de resultaten van de uitgevoerde inspecties en de resultaten van de evaluatieoefeningen.

Artikel 13 De uitvoering van het Koninklijk Besluit wordt toevertrouwd aan de ministers die Energie en Binnenlandse Zaken onder hun bevoegdheid hebben.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en getrouwe dienaars.

Vice-Eerste Minister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON. Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling, M. C. MARGHEM

30 JULI 2018. - Koninklijk besluit betreffende de kritieke infrastructuren onderworpen aan de controle van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, met name de elementen van een nucleaire installatie bestemd voor de industriële productie van elektriciteit die dienen voor de transmissie van de elektriciteit FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 108 van de Grondwet;

Gelet op de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, artikel 15bis, 2de lid, ingevoegd door de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren;

Gelet op de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren, artikelen 12, § 1, 13, § 2, 13 § 6, 24 §§ 2 en 3 en 25 §§ 1 en 2;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 25 augustus 2016;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting gegeven op 27 juli 2017;

Gelet op het advies nummer 62.741/3 van de Raad van State, gegeven op 23 februari 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, [1/], van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en de Minister van Energie;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1. § 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad van 8 december 2008 inzake de identificatie van Europese kritieke infrastructuren, de aanmerking van infrastructuren als Europese kritieke infrastructuren en de beoordeling van de noodzaak de bescherming van dergelijke infrastructuren te verbeteren. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1. De wet van 1 juli 2011 : de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren. 2. B.P.E. : het beveiligingsplan van de exploitant bedoeld in artikel 13 van de wet van 1 juli 2011; 3. Kritieke groep: het geheel van elementen bedoeld voor de elektriciteitstransmissie, die zich op de site van een nucleaire installatie bestemd voor de industriële elektriciteitsproductie bevinden en die als kritieke infrastructuur werden aangeduid overeenkomstig artikelen 7 en 8 van de wet van 1 juli 2011;4. Het Agentschap: Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, opgericht door de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;5. Exploitant van de kritieke groep : de exploitant in de zin van artikel 3, 10°) van de wet van 1 juli 2011. Art. 2. § 1. Wanneer een of meerdere elementen van de kritieke groep door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, dan stemmen de door elk van deze personen uit hoofde van artikel 12 § 1 van de wet van 1 juli 2011 aangeduide beveiligingscontactpunten zich op elkaar af om hun functies waar te nemen. § 2. Per kritieke groep is er slechts één BPE. Wanneer een of meerdere elementen van de kritieke groep door verschillende natuurlijke of rechtspersonen worden uitgebaat, dan worden de verantwoordelijkheden van elk van deze personen geïdentificeerd in het B.P.E..

Art. 3. § 1. Het B.P.E. bevat minimaal de volgende informatie : a) een gedeelte over de algemene beschrijving van de kritieke groep en de bestanddelen ervan;b) een gedeelte over de inventaris en de ligging van de punten van de kritieke groep die, indien ze geraakt zouden worden, tot de verstoring van de werking, of de vernietiging ervan zouden kunnen leiden;c) een gedeelte over de risicoanalyse, bestaande uit een identificatie van de voornaamste scenario's van pertinente potentiële dreigingen van opzettelijke handelingen met het oog op de verstoring van de werking of de vernietiging van de kritieke groep;d) een gedeelte over de analyse van de kwetsbaarheden van de kritieke groep en de potentiële weerslag van de verstoring van haar werking of van haar vernietiging in functie van de verschillende in aanmerking genomen scenario's;e) een gedeelte over de permanente en de graduele interne beveiligingsmaatregelen, in de zin van artikel 13, § 2, van de wet van 1 juli 2011.De interne beveiligingsmaatregelen die met elk van de scenario's van de risicoanalyse overeenstemmen, worden in volgorde van prioriteit geïdentificeerd, geselecteerd en aangewezen. § 2. Wanneer de kritieke groep uit meerdere elementen is samengesteld die door verschillende natuurlijke of rechtspersonen worden uitgebaat, dan wordt het B.P.E. voorgesteld in de vorm van een uniek document dat voortvloeit uit een coördinatie tussen deze natuurlijke of rechtspersonen. In het bijzonder : a) wordt in het gedeelte over de algemene beschrijving van de kritieke groep en de bestanddelen ervan, de exploitant voor elk van deze elementen geïdentificeerd;b) wordt in het gedeelte over de inventaris en de ligging van de punten van de kritieke groep die, indien ze geraakt zouden worden, tot de verstoring van de werking of de vernietiging ervan zouden kunnen leiden, de exploitant uitdrukkelijk voor elk van deze punten geïdentificeerd;c) wordt in het gedeelte over de risicoanalyse, wanneer een bepaald risico betrekking heeft op meerdere elementen die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, voor elk van deze elementen gepreciseerd welke hiervan de exploitant is en welke de interacties daarvan met de andere elementen van de kritieke groep zijn;d) wordt in het gedeelte over de analyse van de kwetsbaarheden, wanneer een scenario van pertinente potentiële dreigingen dat door de risicoanalyse geïdentificeerd werd, betrekking heeft op verschillende elementen die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, voor elk van deze elementen gepreciseerd welke hiervan de exploitant is en welke de interacties daarvan met de andere elementen van de kritieke groep zijn;e) wordt in het gedeelte over de interne beveiligingsmaatregelen, de exploitant uitdrukkelijk voor elk van de graduele of permanente interne beveiligingsmaatregelen geïdentificeerd. HOOFDSTUK 2. - Informatie-Uitwisselingen en oefeningen Art. 4.

Binnen zes maanden na de kennisgeving van de aanduiding van de kritieke groep, wordt een kopie van de gegevens m.b.t. het (de) beveiligingscontactpunt(en) dat (die) in overeenstemming met artikel 12, § 1 van de wet van 1 juli 2011 werd(en), aangewezen, die aan de sectorale overheid voor energie werden verstuurd, aan het Agentschap door de exploitant van de kritieke groep verstrekt, of, wanneer een of meerdere elementen van de kritieke groep door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, door deze personen, die zich hiertoe op elkaar afstemmen.

Art. 5.

Binnen twaalf maanden na de kennisgeving van de aanduiding van de kritieke groep, wordt door de exploitant van de kritieke groep, of, wanneer een of meerdere elementen van de kritieke groep door verschillende natuurlijke of rechtspersonen worden uitgebaat, door deze personen, die zich hiertoe op elkaar afstemmen, een kopie van het B.P.E. aan het Agentschap overgemaakt.

Art. 6. § 1. Wanneer er wijzigingen aan de kritieke groep of aan zijn beveiligingssysteem werden aangebracht, dan wordt het Agentschap hiervan onmiddellijk door de exploitant van de kritieke groep op de hoogte gebracht, of, wanneer een of meerdere elementen van de kritieke groep door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, door deze personen, die zich hiertoe op elkaar afstemmen.

Het Agentschap kan bepalen van welke wijzigingen aan de kritieke groep en aan zijn beveiligingssysteem het in kennis dient te worden gesteld. § 2. In geval van wijziging van het B.P.E. wordt er een kopie van het B.P.E., zoals gewijzigd, aan het Agentschap overgemaakt.

Het Agentschap kan de criteria bepalen op basis waarvan de wijzigingen aan de kritieke groep en aan zijn beveiligingssysteem tot een wijziging van het B.P.E. moeten leiden. § 3. Wanneer er wijzigingen aan de gegevens betreffende het beveiligingscontactpunt in de zin van artikel 12, § 1, van de wet van 1 juli 2011 werden aangebracht, dan worden het Agentschap, de sectorale overheid en de Algemene Directie Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (hierna de ADCC) door de exploitant van de kritieke groep, of, wanneer een of meerdere elementen van de kritieke groep door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, door deze personen, die zich hiertoe op elkaar afstemmen, onmiddellijk op de hoogte gebracht.

Art. 7. § 1. De exploitant van de kritieke groep evalueert regelmatig de effectiviteit en de betrouwbaarheid van het beveiligingssysteem van de kritieke groep beschreven in het B.P.E.. Daartoe organiseert hij met regelmatige tussenpozen van ten hoogste 12 maanden, oefeningen gebaseerd op een geloofwaardig scenario, rekening houdend met de risico's die inherent zijn aan de kritieke groep. Als uit de oefening lacunes in het beveiligingssysteem blijken of blijkt dat het B.P.E. gewijzigd dient te worden, neemt hij onmiddellijk de nodige maatregelen om de vastgestelde disfuncties te verhelpen of om het B.P.E. te actualiseren. § 2. Wanneer de kritieke groep uit meerdere elementen is samengesteld die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, dan worden de verplichtingen bedoeld in de eerste paragraaf gezamenlijk nagekomen. § 3. Het Agentschap, de sectorale overheid voor de energiesector en de ADCC worden uiterlijk zes maanden vóór de voor de oefening vastgestelde datum op de hoogte gebracht van de datum en de aard van de oefening. Het Agentschap, de sectorale overheid en de ADCC kunnen vrijblijvend, eventueel als observator, aan de oefeningen deelnemen. § 4. De bij de oefening betrokken partijen, met inbegrip van de politie- en de hulpdiensten worden uitgenodigd om aan de oefeningen deel te nemen. De uitnodiging voor de politiediensten wordt aan hen gericht via de korpschef van de politiezone waar zich de kritieke groep bevindt, en dit ten laatste zes maanden vóór de voor de oefening vastgestelde datum.

Bij deelname van een of meerdere overheidsdiensten, worden deze laatste voor een voorafgaande overlegvergadering m.b.t. de modaliteiten van de oefening uitgenodigd. § 5. De exploitant van de kritieke groep verstrekt zijn evaluatierapport over de oefening ten laatste binnen de twee maanden aan het Agentschap.

Wanneer de kritieke groep uit meerdere elementen is samengesteld die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, dan wordt er een enkel evaluatierapport aan het Agentschap overgemaakt.

HOOFDSTUK 3. - Inspecties Art. 8.

Het Agentschap stelt een planning voor de inspecties van de kritieke groep op. Deze inspecties moeten het Agentschap op zijn minst in staat stellen zich ervan te vergewissen dat : 1. het B.P.E. beantwoordt aan de minimale eisen van de wet van 1 juli 2011 en van zijn uitvoeringsbesluiten; 2. het B.P.E. effectief toegepast en nageleefd wordt; 3. de door de exploitant van de kritieke groep, overeenkomstig artikel 4 of artikel 6 § 3 van dit koninklijk besluit verstrekte gegevens betreffende het beveiligingscontactpunt in de zin van artikel 12, § 1, van de wet van 1 juli 2011 niet gewijzigd werden;4. de exploitant van de kritieke groep, of wanneer de kritieke groep uit meerdere elementen is samengesteld die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, deze exploitanten alle andere verplichtingen naleven die hen, in voorkomend geval, krachtens de wet van 1 juli 2011 worden opgelegd. Art. 9.

Onverminderd de toepassing van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, hebben de nucleaire inspecteurs van het Agentschap, zoals omschreven in artikel 9 § 1 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, voor het uitvoeren van inspecties toegang tot de kritieke groep. Ze dienen hun hoedanigheid te bewijzen via hun legitimatiekaart bepaald door het koninklijk besluit van 11 september 2014 tot vaststelling van het model van de legitimatiekaart van de nucleaire inspecteurs.

Art. 10. § 1. Het Agentschap verstrekt het inspectierapport via het (of de) beveiligingscontactpunt(en) aan de exploitant van de kritieke groep, of wanneer de kritieke groep uit meerdere elementen is samengesteld die door verschillende natuurlijke, of rechtspersonen worden uitgebaat, aan deze personen. § 2. Wanneer de inspectie een anomalie in het beveiligingssysteem van de kritieke groep aan het licht heeft gebracht, vermeldt het rapport het vastgestelde probleem, alsook de beschikbare termijn om het te verhelpen; bovendien informeert het Agentschap de sectorale overheid voor de energiesector.

Art. 11.

Het Agentschap, de sectorale overheid voor de energiesector en de inspectiedienst van de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de ADCC werken te allen tijde samen in de vorm van een adequate informatie-uitwisseling die relevant kan zijn voor de vervulling van de controleopdracht die de wet van 1 juli 2011 aan het Agentschap toekent.

Art. 12.

Het Agentschap brengt zijn Voogdijminister jaarlijks op de hoogte van de inspectieplanning, van de resultaten van de uitgevoerde inspecties en van de resultaten van de oefeningen bedoeld in artikel 7. De genoemde Minister deelt deze gegevens mee aan de sectorale overheid.

HOOFDSTUK 4. - Uitvoeringsbepaling Art. 13.

De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister bevoegd voor Energie zijn, ieder wat hen betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te l'le d'Yeu, 30 juli 2018.

FILIP Van Koningswege : Vice-Eerste Minister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling, M. C. MARGHEM


begin


Publicatie : 2018-08-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^