Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 21 december 2012
gepubliceerd op 30 januari 2013

Ministerieel besluit houdende de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage van de ouders als vergoeding voor de begeleiding van kinderen in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning

bron
vlaamse overheid
numac
2013035074
pub.
30/01/2013
prom.
21/12/2012
ELI
eli/besluit/2012/12/21/2013035074/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

VLAAMSE OVERHEID

Welzijn, Volksgezondheid en Gezin


21 DECEMBER 2012. - Ministerieel besluit houdende de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage van de ouders als vergoeding voor de begeleiding van kinderen in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning


De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Gelet op het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035799 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, artikel 8, § 1, gewijzigd bij het decreet van 22 december 2006, artikel 11, eerste lid, artikel 13, § 1, en artikel 13, § 3, gewijzigd bij het decreet van 2 juni 2006;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 09/11/2012 pub. 18/01/2013 numac 2012036292 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning sluiten inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, artikel 58;

Gelet op het ministerieel besluit van 22 januari 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/01/2003 pub. 14/02/2003 numac 2003035198 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit houdende de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage van de ouders als vergoeding voor de opvang van kinderen in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning sluiten houdende de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage van de ouders als vergoeding voor de opvang van kinderen in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 december 2012;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 09/11/2012 pub. 18/01/2013 numac 2012036292 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning sluiten inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning in werking treedt op 1 januari 2013 en de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning een rechtsgrond moeten hebben om een financiële bijdrage van de ouders te kunnen innen;

Overwegende dat dit ministerieel besluit de voortzetting uitmaakt van de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage volgens het ministerieel besluit van 22 januari 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/01/2003 pub. 14/02/2003 numac 2003035198 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit houdende de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage van de ouders als vergoeding voor de opvang van kinderen in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning sluiten houdende de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage van de ouders als vergoeding voor de opvang van kinderen in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° ckg : het centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 09/11/2012 pub. 18/01/2013 numac 2012036292 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning sluiten inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning;2° inkomen : het gezamenlijk belastbaar inkomen van gehuwde ouders en de som van het gezamenlijk belastbaar inkomen van twee samenwonende ouders, telkens vóór aftrek van giften, premies voor pensioensparen en renten.Het belastbaar inkomen wordt vastgesteld aan de hand van het meest recente aanslagbiljet, afgegeven door de administratie Directe Belastingen van het Ministerie van Financiën; 3° Kind en Gezin : het intern verzelfstandigd agentschap, opgericht bij het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035799 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin.

Art. 2.Een ckg kan voor begeleiding een financiële bjidrage vragen.

Het bedrag van de bijdrage varieert naar gelang het inkomen van de ouders van de opgenomen kinderen. Het bedrag van de bijdrage is evenwel maximaal de helft van het maandelijks inkomen, verhoogd met de kinderbijslag.

De bijdrage wordt berekend op basis van het inkomen volgens de bepalingen van dit besluit. HOOFDSTUK 2. - Bepaling van het inkomen

Art. 3.Het inkomen wordt bij de start van de begeleiding door het ckg vastgesteld op basis van het meest recente aanslagbiljet dat de ouders in hun bezit hebben.

Als er geen gebruik gemaakt kan worden van een recent aanslagbiljet van de ouders wordt het inkomen bepaald op basis van recente en relevante inkomensgegevens. Kind en Gezin formuleert hierover richtlijnen. Voor de omzetting van een maandinkomen in een jaarbedrag wordt het belastbaar maandinkomen vermenigvuldigd met 12.

Art. 4.Bij wijziging van het inkomen van de ouders tijdens de begeleiding van een kind wordt de ouderbijdrage herzien. HOOFDSTUK 3. - Berekening van de bijdrage

Art. 5.De bijdrage voor een ambulante aanwezigheidsdag bedraagt 60 % van het bedrag van een residentiële aanwezigheidsdag.

Art. 6.De bijdrage voor een residentiële aanwezigheidsdag wordt berekend door het inkomen te vermenigvuldigen met 0,000311.

Art. 7.Op de bijdrage, die wordt berekend conform artikel 6, wordt voor gezinnen met meer dan één kind ten laste een vermindering toegestaan van 10 % per extra kind ten laste.

Art. 8.De minimale bijdrage voor een residentiële aanwezigheidsdag bedraagt per kind 1,25 euro en voor een ambulante aanwezigheidsdag 0,75euro, met uitzondering van het sociaal tarief en de gratis opvang, vermeld in artikel 12.

De maximale bijdrage per kind bedraagt 20 euro voor een residentiële aanwezigheidsdag en 12 euro voor een ambulante aanwezigheidsdag.

Art. 9.Voor de ouders die geen bewijs leveren van het inkomen wordt een maximale bijdrage aangerekend van 12 euro voor een ambulante aanwezigheidsdag en 20 euro voor een residentiële aanwezigheidsdag.

Voor de gevallen, vermeld in het eerste lid, blijft de vermindering vermeld in artikel 7, evenwel van toepassing.

Art. 10.Bij plaatsing van een kind door de Jeugdrechtbank int het ckg twee derde van de kinderbijslag van dat kind, vermeld in artikel 70 van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders. Die kinderbijslag vervangt de ouderbijdrage en bijgevolg kunnen er geen andere kosten aan de ouders worden gevraagd.

Art. 11.Kosten die geen verband houden met de door het ckg geboden hulpverlening, zoals de opleg van de medische en farmaceutische kosten, met uitzondering van de dagelijkse verzorging, alsook therapeutische kosten en schoolkosten, exclusief maaltijden, en die door het ckg geprefinancierd zijn, kunnen van de ouders worden teruggevorderd.

Art. 12.Behalve de vermindering, vermeld in artikel 7, kan het ckg alleen een vermindering toestaan in de vorm van een sociaal tarief, voor de ouders die daar behoefte aan hebben ten gevolge van een uitzonderlijke financiële situatie. Dieuitzonderlijke situatie heeft te maken met een klein beschikbaar inkomen, collectieve schuldbemiddeling, schuldbeheer of budgetbegeleiding van de ouders door een erkende dienst. Kind en Gezin formuleert hierover richtlijnen.

In zeer uitzonderlijke gevallen, als de situatie van de ouders of het kind daarvoor aanleiding geeft, kan het ckg gratis opvang toestaan.

Kind en Gezin formuleert hierover richtlijnen.

Het ckg beslist over het al dan niet toekennen van een sociaal tarief of de gratis opvang op basis van een administratief dossier dat alle relevante gegevens voor een gemotiveerde beslissing bevat. Een toegekend sociaal tarief of de gratis opvang wordt door het ckg geëvalueerd en herzien als vermeld in artikel 4. HOOFDSTUK 4. - Specifieke bepaling

Art. 13.Het ckg houdt in het dossier alle relevante gegevens bij op basis waarvan het inkomen en de gezinssamenstelling zijn bepaald, alsook de motivering op basis waarvan beslist wordt een sociaal tarief of gratis opvang toe te staan. De personeelsleden van Zorginspectie hebben op elk moment inzage in die gegevens. HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

Art. 14.Het ministerieel besluit van 22 januari 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/01/2003 pub. 14/02/2003 numac 2003035198 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit houdende de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage van de ouders als vergoeding voor de opvang van kinderen in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning sluiten houdende de voorwaarden voor de berekening van de financiële bijdrage van de ouders als vergoeding voor de opvang van kinderen in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning wordt opgeheven.

Art. 15.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2013.

Brussel, 21 december 2012.

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin J. VANDEURZEN

^