Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 22 januari 2007
gepubliceerd op 30 januari 2007

Ministerieel besluit houdende tijdelijke maatregelen ter voorkoming van epizoötische ziekten van varkens

bron
federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
numac
2007022081
pub.
30/01/2007
prom.
22/01/2007
ELI
eli/besluit/2007/01/22/2007022081/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

22 JANUARI 2007. - Ministerieel besluit houdende tijdelijke maatregelen ter voorkoming van epizoötische ziekten van varkens


De Minister van Volksgezondheid, Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, inzonderheid op artikel 9bis, ingevoegd bij de wet van 21 december 1994 en vervangen bij de wet van 27 december 2005;

Gelet op het ministerieel besluit van 16 december 1999 houdende tijdelijke maatregelen ter voorkoming van epizoötische varkensziekten ziekten, gewijzigd door de ministeriële besluiten van 19 april 2002 en 5 april 2006;

Gelet op het ministerieel besluit van 24 maart 2000 houdende bijzondere tijdelijke maatregelen ter voorkoming van de Afrikaanse varkenspest en de klassieke varkenspest, gewijzigd door het ministerieel besluit van 19 april 2002;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989, en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende de dreiging van het voorkomen van uitbraken of de insleep van het klassiek varkenspestvirus in de varkensbedrijven in een aantal lidstaten is het noodzakelijk om beter aangepaste maatregelen met betrekking tot toezicht en preventie aan te nemen om het binnenbrengen van de ziekte op Belgisch grondgebied te vermijden;

Overwegende de nakende toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie;

Overwegende de recente ontdekking van viropositieve gevallen bij everzwijnen in de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen;

Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1. FAVV : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;2. PCE : provinciale controle-eenheid;3. epizoötische ziekten van varkens : vesiculaire varkensziekte, Afrikaanse varkenspest, klassieke varkenspest, mond- en klauwzeer;4. haard : bevestiging van een epizoötische ziekte bij een of meerdere of in gevangenschap gehouden varkens;5. risicogebied : gebied waarbinnen ten gevolge van een uitbraak van een epizoötische ziekte van varkens bestrijdingsmaatregelen van toepassing zijn en dat door de nationale overheid van het betrokken land of door de Europese Commissie werd afgebakend of als dusdanig werd benoemd.De coördinaten en/of de beschrijving van de risicogebieden zijn terug te vinden op de website www.favv.be en worden op eenvoudige aanvraag bij het FAVV ter beschikking gesteld; 6. vereniging : een vereniging of verbond van verenigingen tot bestrijding van dierenziekten, erkend in toepassing van hoofdstuk II van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987;7. ARSIA : "Association régionale de Santé et d'Identification animales - ASBL" is één van de verenigingen bepaald in punt 6;8. DGZ : "Dierengezondheidszorg Vlaanderen - VZW" is één van de verenigingen bepaald in punt 6.

Art. 2.§ 1. Elke vervoerder, die verantwoordelijk is voor een voertuig dat varkens heeft vervoerd bestemd voor of herkomstig van Duitsland, Italië, Slowakije, Bulgarije, Roemenië, een derde land of een risicogebied in een Lidstaat van de Europese Unie, is, ongeacht de eindbestemming, verplicht dit bij terugkeer op het grondgebied van het Rijk onverwijld te melden aan de PCE die territoriaal bevoegd is voor de plaats waar de zetel van de vervoersonderneming is gevestigd. § 2. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 9 juli 1999 betreffende de erkenningsvoorwaarden van vervoerders, handelaars, stopplaatsen en verzamelcentra, moet er een bijkomende reiniging en ontsmetting onder officieel toezicht worden uitgevoerd van de voertuigen vermeld in § 1 vóór er opnieuw varkens mogen worden geladen. De bijkomende reiniging en ontsmetting moeten onverwijld en ten laatste binnen de drie werkdagen volgend op de terugkeer van het vervoermiddel op het grondgebied van het Rijk worden uitgevoerd op de daartoe ingerichte plaats van de bedrijfszetel van de vervoerder, onder officieel toezicht van een erkende dierenarts die daartoe door de territoriaal bevoegde PCE werd aangeduid. De reiniging en de ontsmetting onder officieel toezicht worden uitgevoerd volgens de procedure en met de ontsmettingsmiddelen voorgeschreven door de PCE. § 3. De erkende dierenarts, belast met het officieel toezicht op de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel, certificeert de reiniging en ontsmetting in het daartoe voorziene luik van het document voor gezondmaking vastgesteld in bijlage I en overhandigt het document aan de vervoerder. § 4. Na de bijkomende reiniging en ontsmetting zendt de vervoerder het dubbel van het document voor gezondmaking onverwijld naar de PCE. Het origineel van het document voor gezondmaking wordt door de vervoerder gedurende ten minste één jaar bewaard.

Art. 3.De toegang tot alle plaatsen of bedrijven waar varkens worden gehouden, is verboden voor elk voertuig, elke persoon en alle materiaal die in de 72 uren voordien in contact zijn geweest met varkens afkomstig uit een risicogebied of op een plaats of bedrijf in een risicogebied zijn geweest waar varkens worden gehouden. Dit verbod geldt niet voor : - in het kader van hun werkzaamheden, het personeel van het FAVV en de personen die in opdracht van deze werken; - in het kader van hun werkzaamheden, het personeel van andere bevoegde overheden en de personen die in opdracht van deze werken.

Deze personen zijn ertoe gehouden bedrijfseigen overkledij en laarzen te dragen bij het betreden van de stallen en alle mogelijke voorzorgen te nemen om de verspreiding van het besmettelijke agens te voorkomen.

Art. 4.§ 1. Het binnenbrengen van levende varkens op Belgisch grondgebied uit Duitsland, uit Italië, uit Slowakije, uit Bulgarije, uit Roemenië, uit een derde land of uit een risicogebied in een Lidstaat van de Europese Unie is slechts toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1. Alle varkens zijn geïdentificeerd met een oormerk van het bedrijf van herkomst en desgevallend met een oormerk van elke verzamelplaats waar zij verbleven hebben.2. De varkens zijn vergezeld van een geldig gezondheidscertificaat overeenkomstig het model voorzien in het koninklijk besluit van 30 april 1999 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautair verkeer van runderen en varkens. § 2. Elke persoon die fok- en gebruiksvarkens uit Duitsland, uit Italië, uit Slowakije, uit Bulgarije, uit Roemenië, uit een derde land of uit een risicogebied in een Lidstaat van de Europese Unie wenst binnen te brengen, dient 48 uren voorafgaand aan de aankomst van de zending, de PCE bevoegd voor de gemeente waar het beslag van bestemming gelegen is, op de hoogte te brengen van de voorziene bestemming en het tijdstip van aankomst. § 3. Elke persoon die fok- of gebruiksvarkens uit Duitsland, uit Italië, uit Slowakije, uit Bulgarije, uit Roemenië, uit een derde land of uit een risicogebied in een Lidstaat van de Europese Unie in zijn beslag binnenbrengt, is gehouden om onmiddellijk de PCE, bevoegd voor de plaats waar het beslag gelegen is, te verwittigen met vermelding van het aantal binnengebrachte varkens en het nummer van het gezondheidscertificaat.

Art. 5.§ 1. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 februari 1995 houdende bijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige varkensziekten, moet elke verantwoordelijke die fok- of gebruiksvarkens uit Duitsland, uit Italië, uit Slowakije, uit Bulgarije, uit Roemenië, uit een derde land of uit een risicogebied in een Lidstaat van de Europese Unie in zijn beslag binnenbrengt : 1. de bedrijfsdierenarts wekelijks ontbieden om alle varkens van zijn beslag te laten onderzoeken;de termijn tussen twee opeenvolgende bezoeken moet ten minste 5 en mag ten hoogste 10 dagen zijn; 2. alle varkenskrengen binnen de 24 uren na de sterfte naar het opsporingscentrum van DGZ of van ARSIA overbrengen onder begeleiding van een vervoersdocument zoals bedoeld in artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 15 februari 1995.Ingeval de varkens op een zaterdag, zondag of feestdag gestorven zijn, dan dienen de krengen naar het opsporingscentrum te worden gebracht op de eerstvolgende werkdag.

De verplichtingen vermeld in de punten 1 en 2 gelden tot de verantwoordelijke er door de PCE van in kennis wordt gesteld dat de resultaten van de bloedonderzoeken bedoeld in § 2, punt 4, negatief zijn. § 2. De bedrijfsdierenarts opgeroepen in toepassing van § 1, punt 1, moet : 1. alle varkens van het beslag aan een klinisch onderzoek onderwerpen en een controle uitvoeren van de identificatie van de varkens en van de inventaris;2. de datum en tijdstip van elk bezoek inschrijven op de inventaris en er zijn handtekening en stempel op aanbrengen;3. van elk controlebezoek zijn bevindingen vermelden in een bezoekrapport en dit rapport opsturen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van het koninklijk besluit van 15 februari 1995;4. tussen de 14e en de 21e dag en tussen de 35e en 42e dag na aankomst een bloedstaal nemen van de varkens bedoeld in § 1.Het minimum aantal te bemonsteren varkens moet voldoende zijn om een prevalentie van 10 % met een betrouwbaarheidsinterval van 95 % op te sporen. 5. de bloedstalen en de begeleidende documenten, met op beide duidelijk en correct vermeld de Belgische oormerknummers van de bemonsterde varkens, opsturen naar het opsporingscentrum van DGZ of ARSIA;het FAVV duidt de analyses aan die op deze stalen dienen te gebeuren; 6. iedere vaststelling van klinische symptomen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een aangifteplichtige varkensziekte of van onregelmatigheden betreffende identificatie en registratie onmiddellijk aan de bevoegde PCE melden.

Art. 6.Met uitzondering van rechtstreeks vervoer naar een slachthuis is de afvoer van varkens van een beslag waar varkens afkomstig uit Duitsland, uit Italië, uit Slowakije, uit Bulgarije, uit Roemenië, uit een derde land of uit een risicogebied in een Lidstaat van de Europese Unie werden binnengebracht, verboden, tot de verantwoordelijke er door de PCE van in kennis wordt gesteld dat de resultaten van alle serologische onderzoeken bedoeld in artikel 5, § 2, punt 4 negatief zijn.

Art. 7.§ 1. Alle kosten verbonden aan de reiniging en ontsmetting voorzien in artikel 2 zijn ten laste van de vervoerder. § 2. Alle kosten voor de wekelijkse bezoeken van de bedrijfsdierenarts, voor de staalnames en voor de serologische onderzoeken zijn ten laste van de verantwoordelijke.

Art. 8.Worden opgeheven : 1° Het ministerieel besluit van 16 december 1999 houdende tijdelijke maatregelen ter voorkoming van epizoötische varkensziekten, gewijzigd door de ministeriële besluiten van 19 april 2002 en 5 april 2006;2° het ministerieel besluit van 24 maart 2000 houdende bijzondere tijdelijke maatregelen ter voorkoming van de Afrikaanse varkenspest en de klassieke varkenspest, gewijzigd door het ministerieel besluit van 19 april 2002.

Art. 9.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 22 januari 2007.

R. DEMOTTE

Bijlage I Document voor de gezondmaking van vervoermiddelen die gediend hebben voor het vervoer van varkens in Duitsland, Italië, Slowakije, Bulgarije, Roemenië, in een derde land of risicogebieden afgebakend in het kader van de bestrijding van epizoötische varkensziekten 1. Luik voorbehouden aan de vervoerder : Ondergetekende : .. . . . (naam en voornaam van de vervoerder), straat, nr. : . . . . . postcode - gemeente . . . . .

Sanitel nr. van de vervoerder : . . . . . eigenaar van het vervoermiddel : voertuig : . . . . . (nummerplaat) (1) aanhangwagen : . . . . . (nummerplaat) (1) bestemd voor het vervoer van varkens, verklaart kennis te hebben genomen van de bepalingen van het ministerieel besluit van................ houdende tijdelijke maatregelen ter voorkoming van epizoötische varkensziekten, in het bijzonder dat ten laatste binnen de drie werkdagen volgend op de terugkeer uit Duitsland, Italië, Slowakije, uit Bulgarije, uit Roemenië, uit een derde land of uit een risicogebied zoals gedefinieerd in het kader van de bestrijding van epizoötische varkensziekten en vooraleer er opnieuw varkens worden geladen, moet bovenvermeld vervoermiddel, onder officieel toezicht van een door de PCE aangeduide erkende dierenarts, worden gereinigd en ontsmet op de daartoe voorziene plaats van mijn bedrijfszetel.

Referentiegegevens van het voornoemde transport : Nr. van het gezondheidscertificaat : . . . . .

Afgeleverd : . . . . . (land, plaats, datum en uur) Aantal en categorie varkens :.................. ...................slachtvarkens (1), fok- (1) of gebruiksvarkens (1) Datum van terugkeer van het vervoermiddel : . . . . .

Gedaan te, . . . . ., de . . . . . (datum en uur) Naam en handtekening van de vervoerder, (1) Het onnodige schrappen 2.Luik voorbehouden aan de aangeduide erkende dierenarts Ondergetekende, Dr. . . . . . (naam van de aangeduide erkende dierenarts), belast met het officieel toezicht op de reiniging en ontsmetting van voertuigen die varkens hebben vervoerd bestemd voor of afkomstig van............................ (een van de landen genoemd in luik 1), verklaart dat het vervoermiddel : voertuig : . . . . . (nummerplaat) (1) aanhangwagen : . . . . . (nummerplaat) (1), terug uit . . . . . (land) op : . . . . . (datum) werd gereinigd en ontsmet volgens de onderrichtingen van de PCE, op : . . . . . (datum en uur) te : . . . . . (naam en adres van de ontsmettingsplaats) met het ontsmettingsmiddel : . . . . . (naam van het product).

Gedaan te, . . . . ., de . . . . . (datum en uur) Naam of naamstempel en handtekening van de aangeduide erkende dierenarts : (1) Het onnodige schrappen Het dubbel van het volledig ingevuld en ondertekend document voor gezondmaking moet door de vervoerder onverwijld worden overgemaakt naar de PCE. Het origineel van het document voor gezondmaking moet gedurende ten minste één jaar worden bewaard door de vervoerder.

Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 januari 2007 houdende tijdelijke maatregelen ter voorkoming van epizoötische varkensziekten.

R. DEMOTTE

^