Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 15 december 1997
gepubliceerd op 24 januari 1998

Omzendbrief OOP 25 ter begeleiding van het koninklijk besluit van 28 november 1997 houdende de reglementering van de organisatie van sportwedstrijden of sportcompetities voor auto's die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatshebben

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
1997000935
pub.
24/01/1998
prom.
15/12/1997
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN


15 DECEMBER 1997. Omzendbrief OOP 25 ter begeleiding van het koninklijk besluit van 28 november 1997 houdende de reglementering van de organisatie van sportwedstrijden of sportcompetities voor auto's die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatshebben


Aan Mevrouw en de Heren Provinciegouverneurs, Ter kennisgeving aan de Heren Arrondissementscommissarissen en de Dames en Heren Burgemeesters, 1. Doel van de omzendbrief. Het doel van deze omzendbrief bestaat erin de bepalingen opgenomen in het koninklijk besluit van 28 november 1997 houdende de reglementering van de organisatie van sportwedstrijden of sportcompetities voor auto's die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatshebben (B.S., 05 december 1997, blz. 32518 t/m 32524), uit te leggen en te preciseren.

Voorafgaand aan dit koninklijk besluit maakte de organisatie van autorally's en van gelijkgestelde wedstrijden, gedurende de jaren 1996 en 1997, voorwerp uit van de omzendbrieven OOP 20 van 29 februari 1996 (B.S., 06 april 1996, blz. 8233 t/m 8253) en OOP 20bis van 6 maart 1997 (B.S., 16 mei 1997, blz. 12191 t/m 12200).

Naast de evidente noodzaak van een voldoende ruim overleg, was de omzendbrief OOP 20 noodzakelijk geworden als antwoord op enkele zware ongevallen met slachtoffers teneinde de overheden, de organisatoren en de sportbonden op te roepen tot een verhoogde waakzaamheid en passende maatregelen. Belangrijk was dus om, na het rally-fenomeen in kaart te hebben gebracht, richtlijnen te verspreiden teneinde, in de mate van het mogelijke, andere incidenten of vermijdbare ongevallen te voorkomen.

De omzendbrief OOP 20bis bevestigde voor 1997 de richtlijnen uitgedrukt in de omzendbrief OOP 20.

Het is inderdaad opportuun gebleken de toepassing van de omzendbrief OOP 20, zowel wat de haalbaarheid als wat het reëel belang van de daarin uitgevaardigde maatregelen betreft, over een voldoende lange periode te evalueren. Dit heeft toegelaten een zeker aantal punten, opmerkingen en voorstellen te verzamelen, om de gepastheid, op het moment van de uiteindelijke uitwerking van het reglementair kader, zoals aangekondigd in de preambule van de omzendbrief OOP 20, te beoordelen.

Rekening houdend met het niet-dwingend karakter van de geciteerde omzendbrieven, bleek de voorziene uitwerking van een reglementering noodzakelijk te zijn in de optiek voor het vastleggen van definitieve regels op het gebied van de veiligheid, en dit in uitwerking van artikel 9 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968.

Het laatste lid van dit artikel geeft aan de Koning een dubbele bevoegdheid : - Hij stelt de voorwaarden vast waaraan bepaalde wedstrijden of competities moeten voldoen; - Hij stelt de voorwaarden vast waaraan het verlenen van het verlof moet voldoen.

Het is dit reglementair kader dat het voorwerp uitmaakt van bovenvermeld koninklijk besluit van 28 november 1997. Het beoogt het opleggen van een voldoende veiligheidsniveau en bepaalt daarom minimale normen waarvan de naleving voortaan een voorwaarde is voor het recht tot het organiseren van of het deelnemen aan sportwedstrijden of -competities voor auto's die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatsvinden. 2. Inwerkingtreding van het koninklijk besluit. Onder voorbehoud van artikel 19, is het koninklijk besluit in werking getreden de tiende dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad, dit is op 15 december 1997.

Artikel 19 preciseert dat voor wedstrijden of competities die geprogrammeerd zijn binnen de periode van drie maanden na de inwerkingtreding van het koninklijk besluit, het huidige besluit niet van toepassing is, dit is voor de wedstrijden of competities tot en met 15 maart 1998. Dit betekent dat voor die wedstrijden de omzendbrieven OOP 20 en OOP 20bis van toepassing blijven. Eens die periode voorbij, zijn de omzendbrieven OOP 20 en OOP 20bis opgeheven. 3. Toepassingsgebied. De bepalingen opgenomen in het koninklijk besluit zijn gericht op snelheidswedstrijden of -competities voor auto's. Dit betekent in eerste orde de rally's en de gelijkgestelde wedstrijden als rallysprint en klimwedstrijden.

Vallen dus niet onder het toepassingsgebied van het koninklijk besluit, wat niet belet dat de organisatoren en de overheden er zich op kunnen inspireren : - de behendigheidswedstrijden of -competities; - de regelmatigheidswedstrijden of -competities, zoals bv. de « Historische Regelmatigheidsrally's » die als dusdanig erkend zijn door de Belgische Federatie voor Oude Voertuigen v.z.w., of door de nationale sportinstantie of de sportbonden, of bv. de oriëntatieritten of de ritten voor kaartlezen; - de wedstrijden of -competities waarbij geen gebruik gemaakt wordt van auto's, zoals bv. de kartingwedstrijden of -competities; - de activiteiten zonder enig wedstrijdaspect of waarvan de rituitslagen geen weerslag hebben op de eindrangschikking, zoals bv. de toeristische rally's.

Voor zover deze activiteiten op de voor het gewone verkeer toegankelijke openbare wegen plaatsvinden, gebeurt dit met eerbiediging van de van toepassing zijnde verkeersregels.

Bij twijfel over het toepassingsgebied kan de burgemeester steeds het advies vragen van de Minister van Binnenlandse Zaken, die toepassing kan maken van artikel 18, § 1, 1° van het besluit.

De in alinea 2 van artikel 1 bedoelde omlopen die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg gelegen zijn, zijn de omlopen van Chimay, Géronster, Mettet en Spa-Francorchamps. 4. Ontvankelijkheid van de aanvraag. Artikel 5, lid 1, van het koninklijk besluit voorziet dat « de organisator (...), minstens drie maanden vóór de datum van de wedstrijd of competitie, een aanvraag tot vergunning zoals bedoeld in artikel 3 aan de bevoegde burgemeester of burgemeesters (richt) met tegelijkertijd afschrift aan de bevoegde provinciegouverneur of provinciegouverneurs. Zijn niet ontvankelijk de vergunningsaanvragen die niet binnen die termijn ingediend zijn. » Dit artikel impliceert dat elke aanvraag tot vergunning voor een door dit koninklijk besluit beoogde sportwedstrijd die drie maanden vóór de organisatie van die wedstrijd niet ingediend is, automatisch verworpen moet worden. 5. Vergunning. 5.1. Voorafgaand en schriftelijk verlof.

Volgend uit artikel 9 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer zijn sportwedstrijden of sportcompetities die geheel of ten dele op de openbare weg plaatshebben, verboden, behoudens een voorafgaand en schriftelijk verlof van de burgemeester van de gemeente op wiens grondgebied de wedstrijd of competitie plaatsheeft.

De vergunning van deze wedstrijden is derhalve de uitzondering en het verbod de algemene regel, ook voor die sportwedstrijden of sportcompetities die geen snelheidswedstrijden bevatten. Met betrekking tot de snelheidswedstrijden voor auto's zijn voor het afleveren van dat verlof in artikel 3 van het besluit een aantal voorwaarden opgenomen waaraan minstens voldaan moet worden.

Dit belet de burgemeester echter niet strengere en bijkomende voorwaarden op te leggen om een optimaal veiligheidskader te creëren.

Het opleggen van een publieksvrije 10-meter-zone rond het parcours is hier een voorbeeld van, hoewel de inrichting ervan in de praktijk niet altijd en overal realiseerbaar is. 5.2. Vermelding op de jaarkalender.

Wanneer de wedstrijd of competitie op de jaarkalender van één of meerdere sportbonden vermeld is, dient de organisator, overeenkomstig het gestelde in artikel 5, lid 2 van het besluit, bij zijn aanvraag tot vergunning het bewijs hiervan te leveren.

De vermelding op één van de jaarkalenders is voor de burgemeester een betrouwbare indicatie dat het gaat om een serieuze organisatie. Het gaat hier met name om officiële jaarkalenders uitgaande van de sportbonden, te weten de « Nationale Sportkommissie », de « Vlaamse Auto-Sportfederatie » en « l'Association sportive automobile francophone », waarin slechts die wedstrijden of competities opgenomen worden die voldoen aan de veiligheidsvoorschriften van die sportbonden.

Anderzijds betekent het feit van de niet-vermelding op de jaarkalender niet dat de aanvraag tot vergunning in geen enkel geval in overweging kan genomen worden. Het impliceert wel een bijkomende evaluatie vanwege de burgemeester, die ter ondersteuning van zijn evaluatie het advies kan vragen van de Minister van Binnenlandse Zaken, die toepassing kan maken van artikel 18, § 1, 1° van het besluit. 5.3. Beoordeling van de betrouwbaarheid en de verantwoordelijkheidszin van de organisator.

Hetgeen in het voorgaande punt gesteld is, moet gezien worden als een aanbeveling, en dit in tegenstelling tot hetgeen opgenomen is onder de laatste voorwaarde van artikel 3 waar de burgemeester verplicht is na te gaan of de organisator betrouwbaar is. Hierbij moet met name nagegaan worden of de organisator zich in het verleden niet schuldig gemaakt heeft aan piraatwedstrijden, aan het ernstig verwaarlozen van de opgelegde veiligheidsmaatregelen, aan het niet-respecteren tijdens vorige edities van de bepalingen van de vergunning en, in het algemeen, aan het ontlopen van zijn verantwoordelijkheden.

Een ander element dat in aanmerking genomen dient te worden bij het nagaan van de betrouwbaarheid van de organisator is het feit of de organisator in het voorgaande jaar de bijdrage betaald heeft ten belope van 10 % op het bedrag van de premie van de bijzondere aansprakelijkheidsverzekering, af te sluiten door de organisatoren van sportwedstrijden en sportcompetities voor motorvoertuigen die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatshebben. Het is aan de organisator het bewijs van deze betaling te leveren (zie ook punt 13 hierna).

Indien de burgemeester vaststelt dat deze elementen zich in het verleden voorgedaan hebben, kan dit een grond tot het weigeren van het afleveren van het verlof. 6. Advies van de wegbeheerders. Als voorwaarde voor het verlenen van de vergunning, vermeldt artikel 3, 3° « het gunstig advies van de beheerders van de wegen gebruikt voor het parcours van de klassementsproeven en van de verbindingstrajecten ».

Het advies van de beheerders van de provinciale en gewestwegen wordt gevraagd door de organisator van de wedstrijd of de competitie. Indien het advies van die provinciale en gewestelijke wegbeheerders nog niet in het aanvraagdossier voorkomt, ondanks een vraag tot advies geformuleerd door de organisator binnen een redelijke termijn, komt het de gemeentelijke overheid toe deze vraag tot advies van de beheerders van die wegen uitdrukkelijk te herhalen.

Het spreekt vanzelf dat de vergunningsaanvraag aan de burgemeester de adviesaanvraag impliceert voor wat betreft het gebruik van de gemeentewegen en dat de vergunning van de burgemeester de toelating bevat om van die gemeentewegen gebruik te mogen maken. 7. Afbakening van de voor het publiek verboden zones. Volgens artikel 8 van het besluit moeten de voor het publiek verboden zones vastgelegd worden in een politiereglement. In alinea 2 van dit artikel is daarbij bepaald dat gebruik gemaakt moet worden van verkeersborden C 19, voorzien in het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer (een rond bord met witte achtergrond en een rode rand met in het midden een zwart gekleurde afbeelding van een voetganger). In toepassing van artikel 65.5 van dat besluit kan aan dat verbodsbord een zonale geldigheid gegeven worden. Zie voor meer informatie de bijlage 1 aan deze omzendbrief. 8. Wedstrijdomkadering. Het omkaderingspersoneel van de koers, zoals voorzien in artikel 13 van het koninklijk besluit - koersdirecteur, algemeen veiligheidsverantwoordelijke, de verantwoordelijken en veiligheidschefs van elke klassementsproef, baancommissarissen en stewards - heeft geen enkele politiebevoegdheid en mogen derhalve geen dwangmiddelen gebruiken. In geval van ongeval moet het samenwerken met de hulpdiensten. De verantwoordelijken en de veiligheidschefs, de baancommissarissen en de stewards moeten de nodige instructies krijgen om hun respectievelijke opdracht correct uit te voeren.

Het geheel van deze personen zal door de organisator correct gebriefd worden vóór het gebeuren. Bij die gelegenheid moeten zij alle nuttige informatie krijgen met het oog op de correcte uitvoering van hun functie.

Diegenen die een direct contact hebben met het publiek, moeten op een snelle en ondubbelzinnige wijze geïdentificeerd kunnen worden.

Het wordt aanbevolen dat de stewards en baancommissarissen zich in voldoende mate kunnen uitdrukken in de taal die gebruikt wordt in de gemeenten waar ze ingezet worden. 9. Publiek. In toepassing van artikel 14 van het besluit zal, vóór de wedstrijd, bijzondere aandacht besteed worden aan de informatie van de plaatselijke bevolking, en meer nog, van de bewoners, teneinde ze vertrouwd te maken met en te sensibiliseren voor een grotere veiligstelling van het gebeuren.

De organisator, in samenspraak met de gemeentelijke overheid, moet informatie verspreiden ter attentie van de plaatselijke bevolking en het verwachte publiek, waarbij een aantal punten betreffende hun eigen veiligheid beoogd worden : - verplichtingen gekoppeld aan de verkenningen en aan de eigenlijke wedstrijden (toegankelijkheid van de woningen, van de hulpdiensten, tijdelijke maatregelen voor de verkeersregeling); - gewestelijk verkeersplan : omleidingen, alternatieve routes; - beheer van de parkeerzones; - herhaling van de veiligheidsraadgevingen op de verbindingswegen; - aanbrengen en inventaris van de voor het publiek verboden zones en hun signalisatie;

Hogervermelde informatie zal verspreid worden aan de hand van de meest geschikte middelen : lokale en nationale radio's, krantjes, affichering,...

De belangrijkste voorzichtigheidsraadgevingen zullen gedrukt worden op de keerzijde van de toegangsbiljetten en zullen geregeld aangeplakt worden langsheen het parcours.

Anderzijds zal de organisator bij elke wedstrijd drie voertuigen inzetten die met een luidspreker zijn uitgerust : twee voertuigen die het volledige parcours aandoen, vóór de deelnemers aan de competitie, waarbij duidelijk het begin van de wedstrijd wordt aangegeven en de laatste raadgevingen worden herhaald, en een derde voertuig dat eveneens over het volledige parcours rijdt en dat duidelijk het einde van de wedstrijd aangeeft van een gegeven klassementsproef.

De organisatoren moeten erop toezien dat de reclame of publiciteit zodanig geformuleerd wordt dat ze geen agressieve of onverantwoorde gedragingen stimuleert, maar daarentegen aanzet tot voorzichtigheid. 10. Alcohol. In aansluiting met artikel 9, eerste lid van het besluit wordt aanbevolen het alcoholverbruik in de onmiddellijke omgeving van het parcours te verbieden. 11. Evaluatie. De overheid die de coördinatie heeft georganiseerd zoals voorzien in artikel 4 van het koninklijk besluit, zorgt ook voor de evaluatie a posteriori. Deze heeft zowel betrekking op eventuele incidenten, op de werking van het veiligheidsplan als op het effectief karakter van de getroffen veiligheidsvoorzieningen.

Op het einde van elk seizoen dienen de provinciegouverneurs een syntheseverslag op te stellen en vóór 15 december over te maken aan de Minister van Binnenlandse Zaken en aan de Minister tot wiens bevoegdheid de wegveiligheid behoort. Dit verslag dient een globaal overzicht van het voorbije seizoen weer te geven.

Voor wat het seizoen 1997 betreft, dient het rapport voor het einde van de maand januari 1998 aan de Minister van Binnenlandse Zaken en aan de Staatssecretaris voor Veiligheid overgemaakt te worden. 12. Incidentenverslag. Van de incidenten dient een gedetailleerd verslag opgemaakt te worden ter attentie van de Minister van Binnenlandse Zaken, van de Minister tot wiens bevoegdheid de wegveiligheid behoort en van de gouverneur van de betrokken provincie. Dit verslag, opgemaakt door de burgemeester, dient minstens volgende informatie te bevatten over het incident of de incidenten : - de dag, uur en precieze plaats; - de juiste aard; - de omstandigheden; - de vermoedelijke oorzaken; - de materiële schade; - aangaande de slachtoffers : - aantal; - aard v an de verwondingen : - lichte verwonding - zware verwonding - overlijden - de interventiemaatregelen.

De burgemeester wordt verzocht niet enkel die incidenten in aanmerking te nemen die op een directe wijze uit de snelheidswedstrijd voortvloeien, maar ook degenen die zich voordoen in de marge van de organisatie en die het gevolg zijn van de wedstrijd of de competitie. 13. Bijdrage van de organisator. Artikel 236 van de wet houdende sociale bepalingen, zoals reeds aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers in zitting van 11 december 1997 (1) voorziet dat een bijdrage ten belope van 10 % wordt geheven op het bedrag van de premie van de bijzondere aansprakelijkheidsverzekering, af te sluiten door de organisatoren van sportwedstrijden of sportcompetities voor motorvoertuigen die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatshebben. Deze bijdrage, ten laste van de organisatoren, wordt door dezen gestort op een rekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze bijdrage dient tot financiering van de werking van de Veiligheidscommissie zoals bedoeld in Hoofdstuk VI van het besluit.

Deze wet voorziet eveneens dat het voorafgaand en schriftelijk verlof van de burgemeesters van de gemeenten op wiens grondgebied de sportwedstrijden of sportcompetities worden georganiseerd moet melding maken van deze bijdrageplicht.

De bijdrageplicht treedt, in tegenstelling tot het koninklijk besluit, in werking vanaf 1 januari 1998 en is dus verplicht voor alle wedstrijden of competities die vanaf dat ogenblik een verlof bekomen van de burgemeester(s).

Gelieve, Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, deze omzendbrief te willen overmaken aan de Dames en Heren Burgemeesters en Arrondissementscommissarissen van uw provincie.

Hoogachtend, De Minister van Binnenlandse Zaken, J. VANDE LANOTTE De Staatssecretaris voor Veiligheid, J. PEETERS Bijlage 1 1. Overeenkomstig de bepalingen van het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens : - worden de tekens C 19 gebruikt; - zijn deze tekens van het lichtweerkaatsend type; - moet het teken C 19 een minimum diameter hebben van : - 0,60 m in de bebouwde kom; - 0,70 m op de wegen met minder dan vier rijstroken; - 0,90 m op de autosnelwegen, de autowegen en de wegen met minstens vier rijstroken.

Nochtans kan de diameter van het teken worden herleid tot 0,40 m in functie van de plaatselijke omstandigheden, - bovendien, en rekening gehouden met de specificiteit van deze verbodsbepalingen, zal het dikwijls aangewezen zijn om terug te grijpen naar signalisatie met zonale geldigheid, waarbij het teken C 19 in dat geval zal worden aangebracht op een bord met witte achtergrond dat de vermelding ZONE bedraagt.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld

^